Trydonis 88 µg/dose - 5 µg/dose - 9 µg/dose

BIJLAGE I
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 87 microgram/5 microgram/9 microgram aërosol, oplossing
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke afgegeven dosis (de dosis die uit het mondstuk komt) bevat 87 microgram
beclometasondipropionaat, 5 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram
glycopyrronium (als 11 microgram glycopyrroniumbromide).
Elke afgepaste dosis (de dosis vanaf het doseerventiel) bevat 100 microgram
beclometasondipropionaat, 6 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram
glycopyrronium (als 12,5 microgram glycopyrroniumbromide).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Aërosol, oplossing (aerosol).
Kleurloze tot geelachtige oplossing.
4.
4.1
KLINISCHE GEGEVENS
Therapeutische indicaties
Onderhoudsbehandeling bij volwassen patiënten met matige tot ernstige chronische obstructieve
longziekte (COPD) die niet voldoende kunnen worden behandeld met een combinatie van een
inhalatiecorticosteroïde en een langwerkende bèta-2-agonist of een combinatie van een langwerkende
bèta-2-agonist en een langwerkende muscarineantagonist (voor effecten op het onder controle krijgen
van de symptomen en het voorkomen van exacerbaties, zie rubriek 5.1).
4.2
Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen
De aanbevolen dosering is twee inhalaties van Trydonis tweemaal daags.
De maximum dosering is twee inhalaties van Trydonis tweemaal daags.
Bijzondere populaties
Ouderen
De dosering hoeft niet te worden aangepast bij oudere patiënten (65 jaar en ouder).
Nierfunctiestoornis
Trydonis kan worden gebruikt bij de aanbevolen dosering bij patiënten met een lichte tot matige
nierfunctiestoornis. Gebruik van Trydonis bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis of
nierfalen dat dialyse vereist, met name indien dit gepaard gaat met een significante daling van het
lichaamsgewicht, mag alleen worden overwogen indien het verwachte voordeel opweegt tegen het
mogelijke risico (zie rubriek 4.4 en 5.2).
2
Leverfunctiestoornis
Er zijn geen relevante gegevens over het gebruik van Trydonis bij patiënten met een ernstige
leverfunctiestoornis; het geneesmiddel moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij deze patiënten
(zie rubriek 4.4 en 5.2).
Pediatrische patiënten
Er is geen relevante toepassing van Trydonis bij pediatrische patiënten (jonger dan 18 jaar) voor de
indicatie van chronische obstructieve longziekte (COPD).
Wijze van toediening
Voor inhalatie.
Om er zeker van te zijn dat het geneesmiddel op de juiste wijze wordt toegediend, dient een arts of
andere beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg de patiënt het correcte gebruik van de inhalator te
tonen en regelmatig te controleren dat de inhalatietechniek van de patiënt adequaat is. De patiënt dient
te worden geadviseerd om de patiëntenbijsluiter zorgvuldig te lezen en zich te houden aan de
gebruiksaanwijzingen zoals die in de bijsluiter staan.
De patiënten moeten na de inhalatie hun mond spoelen of gorgelen met water zonder het in te slikken
of ze moeten hun tanden poetsen (zie rubriek 4.4 en 6.6).
De Trydonis-inhalator wordt geleverd met een dosisteller of een dosisindicator op de achterkant die
aangeeft hoeveel doses er nog over zijn. Voor de spuitbussen met 60 en 120 doses zal telkens na
activeren van de inhalator een dosis van de oplossing worden vrijgegeven en zal de teller 1 aftellen.
Voor de spuitbus met 180 doses zal na activeren van de spuitbus een dosis van de oplossing worden
vrijgegeven en zal de teller enigszins draaien en het aantal resterende doses worden aangegeven in
stappen van 20 doseringen.
Patiënten dienen te worden aangeraden de inhalator niet te laten vallen, omdat hierdoor de teller kan
aftellen.
Voor instructies over het gebruik, zie rubriek 6.6.
4.3
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Niet voor acuut gebruik
Trydonis is niet geïndiceerd voor de behandeling van acute episodes van bronchospasme en evenmin
voor behandeling van een acute exacerbatie van COPD (d.w.z. als noodmedicatie).
Overgevoeligheid
Er zijn acute overgevoeligheidsreacties gemeld na toediening van Trydonis. Indien symptomen doen
vermoeden dat zich allergische reacties voordoen, met name angio-oedeem (waaronder problemen met
ademen of slikken, zwelling van tong, lippen en gezicht), urticaria of huiduitslag, moet Trydonis
onmiddellijk worden gestaakt en moet een alternatieve therapie worden ingesteld.
Paradoxale bronchospasmen
Er kunnen paradoxale bronchospasmen optreden met een onmiddellijke toename van piepen en
kortademigheid na de toediening. Dit dient direct te worden behandeld met een snelwerkende
inhaleerbare bronchusverwijder (noodmedicatie). Er moet onmiddellijk met Trydonis worden gestopt,
de patiënt moet worden beoordeeld en indien nodig moet een alternatieve therapie worden ingesteld.
3
Verergering van de ziekte
Aanbevolen wordt om de behandeling met Trydonis niet abrupt te staken. Indien patiënten de
behandeling niet effectief vinden, dienen ze met de behandeling door te gaan maar medisch advies te
vragen. Toenemend gebruik van snelwerkende bronchusverwijders duidt op een achteruitgang van de
onderliggende aandoening en vraagt om een herbeoordeling van de behandeling. Plotselinge en
progressieve verslechtering van de symptomen van COPD kunnen levensbedreigend zijn en de patiënt
dient dan dringend een medische beoordeling te ondergaan.
Cardiovasculaire effecten
Trydonis dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met hartritmestoornissen, met
name een derdegraads atrioventriculair blok en tachyaritmieën (versnelde en/of onregelmatige
hartslag), idiopathische subvalvulaire aortastenose, hypertrofische obstructieve cardiomyopathie,
ernstige hartziekte (met name acuut myocardinfarct, ischemische hartziekte, congestief hartfalen),
occlusieve vaatziekten (met name arteriosclerose), arteriële hypertensie en aneurysma.
Ook dient voorzichtigheid te worden betracht bij de behandeling van patiënten die verlenging van het
QTc-interval hebben of dit vermoedelijk hebben, (QTc > 450 milliseconden voor mannen of
> 470 milliseconden voor vrouwen), hetzij congenitaal hetzij geïnduceerd door geneesmiddelen,
omdat die patiënten werden uitgesloten van klinische onderzoeken met Trydonis.
Indien anesthesie met gehalogeneerde anesthetica wordt gepland, dient te worden gewaarborgd dat
Trydonis niet wordt toegediend gedurende ten minste 12 uur voor aanvang van de anesthesie, vanwege
het risico op cardiale aritmieën.
Voorzichtigheid is tevens vereist wanneer Trydonis wordt gebruikt door patiënten met thyreotoxicose,
diabetes mellitus, feochromocytoom en onbehandelde hypokaliëmie.
Pneumonie bij patiënten met COPD
Een toename van de incidentie van pneumonie, waaronder pneumonie waarvoor een
ziekenhuisopname nodig was, is waargenomen bij patiënten met COPD die geïnhaleerde
corticosteroïden kregen. Er zijn enkele aanwijzingen voor een toegenomen risico op pneumonie met
een toenemende steroïddosis, maar dit is niet overtuigend aangetoond in alle onderzoeken.
Er is geen overtuigend klinisch bewijs voor intra-klasseverschillen tussen geïnhaleerde
corticosteroïdproducten wat betreft de omvang van het risico op pneumonie.
Artsen moeten alert blijven op de mogelijke ontwikkeling van pneumonie bij patiënten met COPD,
omdat de klinische kenmerken van dergelijke infecties een overlap vertonen met de symptomen van
COPD-exacerbaties.
Risicofactoren voor pneumonie bij patiënten met COPD zijn onder andere huidig rookgedrag, hogere
leeftijd, lage
body mass index
(BMI) en ernstig COPD.
Effecten van systemische corticosteroïden
Systemische effecten kunnen met elke inhalatiecorticosteroïde optreden, met name indien gedurende
lange tijd hoge doses worden voorgeschreven. De dagelijkse dosis Trydonis komt overeen met een
middelmatige dosis inhalatiecorticosteroïde. De kans dat deze effecten optreden, is met
inhalatiecorticosteroïden veel minder groot dan met orale corticosteroïden. Mogelijke systemische
effecten zijn onder meer: het syndroom van Cushing, gezichtskenmerken van het syndroom van
Cushing, bijniersuppressie, groeiretardatie, vermindering van de botmineraaldichtheid, cataract en
glaucoom en, minder vaak, een reeks van psychologische of gedragseffecten, zoals psychomotorische
hyperactiviteit, slaapstoornissen, angst, depressie of agressie (voornamelijk bij kinderen). Daarom is
het belangrijk dat de patiënt regelmatig opnieuw wordt beoordeeld.
4
Trydonis dient met voorzichtigheid te worden toegediend aan patiënten met actieve of latente
pulmonaire tuberculose, of schimmel- en virusinfecties van de luchtwegen.
Hypokaliëmie
Mogelijk ernstige hypokaliëmie kan voortvloeien uit therapie met een bèta-2-agonist. Dit kan tot
cardiovasculaire bijwerkingen leiden. Voorzichtigheid is met name geboden bij ernstige COPD, omdat
dit effect kan worden versterkt door hypoxie. Hypokaliëmie kan ook toenemen door gelijktijdige
behandeling met andere geneesmiddelen die hypokaliëmie kunnen induceren, zoals xanthinederivaten,
steroïden en diuretica (zie rubriek 4.5).
Bovendien is voorzichtigheid geboden wanneer meerdere snelwerkende bronchusverwijders worden
gebruikt. Aanbevolen wordt dat in zulke situaties de kaliumgehaltes in serum worden gecontroleerd.
Hyperglykemie
De inhalatie van formoterol kan een stijging van de bloedglucosegehaltes veroorzaken. Daarom moet
tijdens behandeling de bloedglucose worden gecontroleerd met inachtneming van vastgelegde
richtlijnen voor patiënten met diabetes.
Anticholinerg effect
Glycopyrronium moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met
nauwekamerhoekglaucoom, prostaathyperplasie of urineretentie. Patiënten moeten worden
geïnformeerd over de klachten en symptomen van acute nauwehoekglaucoom, dat het gebruik van
Trydonis moet worden gestaakt en dat ze onmiddellijk contact moeten opnemen met hun arts als zich
een van deze klachten of symptomen ontwikkelt.
Bovendien wordt, vanwege het anticholinerge effect van glycopyrronium, de langdurige gelijktijdige
toediening van Trydonis met andere geneesmiddelen die anticholinergica bevatten, niet aanbevolen
(zie rubriek 4.5).
Patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis
Bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis, waaronder patiënten met nierfalen dat dialyse
vereist, met name indien dit gepaard gaat met een significante daling van het lichaamsgewicht, mag
Trydonis alleen worden gebruikt indien het verwachte voordeel opweegt tegen het mogelijke risico
(zie rubriek 5.2). Deze patiënten moeten worden gecontroleerd op mogelijke bijwerkingen.
Patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis
Bij patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis mag Trydonis alleen worden gebruikt indien het
verwachte voordeel opweegt tegen het mogelijke risico (zie rubriek 5.2). Deze patiënten moeten
worden gecontroleerd op mogelijke bijwerkingen.
Gebruik met een voorzetkamer
Farmacokinetische gegevens over een eenmalige dosis (zie rubriek 5.2) hebben aangetoond dat in
vergelijking met routinematig gebruik zonder voorzetkamer als hulpmiddel het gebruik van Trydonis
met de AeroChamber Plus-voorzetkamer als hulpmiddel leidde tot een toename van de totale
systemische blootstelling (AUC
0-t
) aan glycopyrronium. Beschikbare veiligheidsgegevens van
klinische onderzoeken op lange termijn hebben echter geen belangrijke zorgen over de veiligheid
opgeroepen (zie rubriek 5.1).
5
Preventie van orofaryngeale infecties
Om het risico op orofaryngeale candida-infectie tot een minimum te beperken, moeten patiënten
worden geadviseerd om na inhalatie van de voorgeschreven dosis de mond te spoelen of te gorgelen
met water zonder het in te slikken of om de tanden te poetsen.
Visusstoornis
Visusstoornis kan worden gemeld bij systemisch en topisch gebruik van corticosteroïden. Indien een
patiënt symptomen ontwikkelt zoals wazig zien of andere visusstoornissen, dient te worden
overwogen de patiënt door te verwijzen naar een oogarts ter beoordeling van mogelijke oorzaken
waaronder cataract, glaucoom of zeldzame ziekten zoals centrale sereuze chorioretinopathie (CSCR)
die zijn gemeld na gebruik van systemische en topische corticosteroïden.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Farmacokinetische interacties
Aangezien glycopyrronium hoofdzakelijk via de nieren wordt uitgescheiden, kunnen zich
geneesmiddelinteracties voordoen met geneesmiddelen die invloed hebben op de
uitscheidingsmechanismen van de nieren (zie rubriek 5.2). Het remmende effect van organische
kationtransporteiwitten (met gebruikmaking van cimetidine als “probe”-remmer van de
transporteiwitten OCT2 en MATE1) in de nieren op dispositie van geïnhaleerd glycopyrronium duidde
op een beperkte toename van zijn totale systemische blootstelling (AUC
0-t
) met 16% en een lichte
afname in renale klaring met 20% vanwege gelijktijdige toediening van cimetidine.
Beclometason is minder afhankelijk van het CYP3A-metabolisme dan sommige andere
corticosteroïden, en in het algemeen zijn interacties onwaarschijnlijk; de mogelijkheid van
systemische effecten bij gelijktijdig gebruik van krachtige CYP3A-remmers (bijv. ritonavir, cobicistat)
kan echter niet worden uitgesloten en derhalve worden voorzichtigheid en passende controle
geadviseerd bij het gebruik van dergelijke geneesmiddelen.
Farmacodynamische interacties
Gerelateerd aan formoterol
Niet-cardioselectieve bètablokkers (waaronder oogdruppels) moeten worden vermeden bij patiënten
die formoterol voor inhalatie gebruiken. Als ze om dwingende redenen worden toegediend, zal het
effect van formoterol afnemen of verdwijnen.
Gelijktijdig gebruik van andere bèta-adrenerge geneesmiddelen kan potentieel aanvullende effecten
hebben; daarom is voorzichtigheid vereist wanneer andere bèta-adrenerge geneesmiddelen gelijktijdig
met formoterol worden voorgeschreven.
Gelijktijdige behandeling met kinidine, disopyramide, procaïnamide, antihistaminica,
monoamineoxidaseremmers, tricyclische antidepressiva en fenothiazines kan leiden tot een verlengd
QT-interval en tot een toename van het risico op ventriculaire aritmieën. Bovendien kunnen L-dopa,
L-thyroxine, oxytocine en alcohol leiden tot verminderde tolerantie van het hart met betrekking tot
bèta-2-sympathicomimetica.
Gelijktijdige behandeling met monoamineoxidaseremmers, waaronder geneesmiddelen met
vergelijkbare eigenschappen, zoals furazolidon en procarbazine, kan een versterkende werking hebben
op hypertensieve reacties.
Er is een verhoogd risico op aritmieën bij patiënten die gelijktijdige anesthesie met gehalogeneerde
koolwaterstoffen krijgen.
6
Gelijktijdige behandeling met xanthinederivaten, steroïden of diuretica kan een versterkende werking
hebben op het hypokaliëmische effect van bèta-2-agonisten (zie rubriek 4.4). Hypokaliëmie kan de
dispositie verhogen met betrekking tot aritmieën bij patiënten die worden behandeld met
digitalisglycosiden.
Gerelateerd aan glycopyrronium
De langdurige gelijktijdige toediening van Trydonis met andere geneesmiddelen die anticholinergica
bevatten, is niet onderzocht en wordt daarom niet aanbevolen (zie rubriek 4.4).
Hulpstoffen
Trydonis bevat een kleine hoeveelheid ethanol. Er bestaat een theoretische kans op interactie bij
bijzonder gevoelige patiënten die disulfiram of metronidazol gebruiken.
4.6
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Er is geen ervaring met of bewijs van veiligheidskwesties met betrekking tot het gebruik van het
drijfgas norfluraan (HFA134a) tijdens de zwangerschap of borstvoeding bij de mens. Onderzoeken
naar het effect van HFA134a op de voortplantingsfunctie en de embryofoetale ontwikkeling bij dieren
duidden echter niet op klinisch relevante nadelige effecten.
Zwangerschap
Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van Trydonis bij zwangere
vrouwen.
Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken (zie rubriek 5.3). Van glucocorticoïde middelen is
bekend dat ze effecten veroorzaken in de vroege fase van de zwangerschap, terwijl
bèta-2-sympathicomimetica, zoals formoterol tocolytische effecten hebben. Uit voorzorg heeft het
daarom de voorkeur het gebruik van Trydonis te vermijden tijdens de zwangerschap en tijdens de
baring.
Trydonis mag alleen tijdens de zwangerschap worden gebruikt als het voordeel voor de patiënt
opweegt tegen het mogelijke risico voor de foetus. Zuigelingen en pasgeborenen van moeders die
aanzienlijke doses Trydonis krijgen, moeten worden opgevolgd voor bijniersuppressie.
Borstvoeding
Er zijn geen relevante klinische gegevens over het gebruik van Trydonis tijdens de borstvoeding bij de
mens.
Glucocorticoïden worden uitgescheiden in de moedermelk. Het is redelijk te veronderstellen dat
beclometasondipropionaat en zijn metabolieten ook worden uitgescheiden in de moedermelk.
Het is niet bekend of formoterol of glycopyrronium (met inbegrip van hun metabolieten) in de
moedermelk terechtkomen, maar ze zijn gedetecteerd in de melk van zogende dieren.
Anticholinergica, zoals glycopyrronium, kunnen borstvoeding onderdrukken.
Er moet worden besloten of borstvoeding moet worden gestaakt of dat behandeling met Trydonis moet
worden gestaakt dan wel niet moet worden ingesteld, waarbij het voordeel van borstvoeding voor het
kind en het voordeel van behandeling voor de vrouw in overweging moeten worden genomen.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen specifieke onderzoeken uitgevoerd met Trydonis met betrekking tot de veiligheid op de
vruchtbaarheid bij de mens. Uit dieronderzoek is verminderde vruchtbaarheid gebleken (zie
rubriek 5.3).
7
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Trydonis heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om
machines te bedienen.
4.8
Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De meest frequent gemelde bijwerkingen met Trydonis waren orale candidiasis (dat zich voordeed bij
0,8% van de blootgestelde proefpersonen), dat doorgaans in verband wordt gebracht met
inhalatiecorticosteroïden; spierspasmen (0,4%), die kunnen worden toegeschreven aan de
langwerkende bèta-2-agonist; een droge mond (0,4%), dat een typisch anticholinerg effect is.
Samenvatting van bijwerkingen in tabelvorm
Het klinische ontwikkelingsprogramma van Trydonis werd uitgevoerd bij patiënten met matige,
ernstige of zeer ernstige COPD. In totaal werden 3.346 patiënten behandeld met
87 microgram/5 microgram/9 microgram
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium bij het beoogde
doseringsschema (twee inhalaties tweemaal daags) in onderzoeken met meervoudige doses.
De frequentie van de bijwerkingen wordt volgens afspraak als volgt gedefinieerd: zeer vaak
(≥
1/10);
vaak
(≥
1/100, < 1/10); soms
(≥
1/1.000, < 1/100); zelden
(≥
1/10.000, < 1/1.000); zeer zelden
(< 1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Systeem/orgaanklasse
volgens MedDRA
Bijwerking
Pneumonie (bij COPD-patiënten), faryngitis,
orale candidiasis, urineweginfectie
1
,
nasofaryngitis
1
Griep
1
, orale schimmelinfectie, orofaryngeale
candidiasis, slokdarmcandidiasis
1
, sinusitis
1
,
rinitis
1
, gastro-enteritis
1
, vulvovaginale
candidiasis
1
Infectie van onderste luchtwegen (door
schimmels)
Granulocytopenie
1
Trombocytopenie
1
Dermatitis allergisch
1
Overgevoeligheidsreacties, waaronder erytheem,
oedeem van lippen, gezicht, ogen, en farynx
Bijniersuppressie
1
Hypokaliëmie, hyperglykemie
Verminderde eetlust
Rusteloosheid
1
Psychomotorische hyperactiviteit
1
,
slaapstoornissen
1
, angst, depressie
1
, agressie
1
,
gedragsveranderingen (voornamelijk bij
kinderen)
1
Insomnia
Hoofdpijn
Tremor, duizeligheid, dysgeusie
1
, hypo-esthesie
1
Hypersomnie
Wazig zien
1
(zie ook rubriek 4.4)
Glaucoom
1
, cataract
1
8
Frequentie
Vaak
Infecties en parasitaire
aandoeningen
Soms
Zelden
Soms
Zeer zelden
Soms
Zelden
Zeer zelden
Soms
Zelden
Soms
Frequentie niet
bekend
Zelden
Vaak
Soms
Zelden
Frequentie niet
bekend
Zeer zelden
Bloed- en
lymfestelselaandoeningen
Immuunsysteemaandoeningen
Endocriene aandoeningen
Voedings- en
stofwisselingsstoornissen
Psychische stoornissen
Zenuwstelselaandoeningen
Oogaandoeningen
Systeem/orgaanklasse
volgens MedDRA
Evenwichtsorgaan- en
ooraandoeningen
Bijwerking
Salpingitis
1
(tuba auditiva)
Frequentie
Soms
Soms
Zelden
Soms
Zelden
Vaak
Soms
Zelden
Zeer zelden
Soms
Soms
Zelden
Soms
Zeer zelden
Zelden
Soms
Zelden
Zeer zelden
Soms
Zelden
Zeer zelden
Atriumfibrillatie, elektrocardiogram QT
verlengd, tachycardie, tachyaritmie
1
,
hartkloppingen
Hartaandoeningen
Angina pectoris (stabiel
1
en onstabiel),
ventriculaire extrasystolen
1
, nodaal ritme,
sinusbradycardie
Hyperemie
1
, overmatig blozen
1
, hypertensie
Bloedvataandoeningen
Extravasatie
Dysfonie
Hoesten, productieve hoest
1
, keelirritatie,
Ademhalingsstelsel-, borstkas- bloedneus
1
en mediastinumaandoeningen Paradoxaal bronchospasme
1
, orofaryngeale pijn,
faryngeaal erytheem, faryngitis, droge keel
Dyspneu
1
Diarree
1
, droge mond, dysfagie
1
, nausea,
Maagdarmstelselaandoeningen dyspepsie
1
, branderig gevoel van de lippen
1
,
tandcariës
1
, stomatitis (aphthosa)
Huiduitslag
1
, urticaria
1
, pruritus, hyperhidrose
1
Huid- en
onderhuidaandoeningen
Angio-oedeem
1
Spierspasmen, myalgie, pijn in extremiteit
1
,
Skeletspierstelsel- en
skeletspierstelselborstpijn
1
bindweefselaandoeningen
Groeivertraging
1
Nier- en
Dysurie, urineretentie, nefritis
1
urinewegaandoeningen
Vermoeidheid
1
Algemene aandoeningen en
Asthenie
toedieningsplaatsstoornissen
Oedeem perifeer
1
C-reactief proteïne verhoogd
1
,
bloedplaatjestelling verhoogd
1
, vrije vetzuren
verhoogd
1
, bloedinsuline verhoogd
1
,
Onderzoeken
bloedketonlichaam verhoogd
1
, cortisol verlaagd
1
Bloeddruk verhoogd
1
, bloeddruk verlaagd
1
Botdichtheid verlaagd
1
1
Bijwerkingen gemeld in de SPC van ten minste een van de afzonderlijke componenten, maar niet waargenomen als
bijwerkingen in de klinische ontwikkeling van Trydonis
Van de waargenomen bijwerkingen treden de volgende doorgaans op bij:
Beclometasondipropionaat
pneumonie, orale schimmelinfecties, infectie van de onderste luchtwegen door schimmels, dysfonie,
keelirritatie, hyperglykemie, psychische stoornissen, cortisol verlaagd, wazig zien.
Formoterol
hypokaliëmie, hyperglykemie, tremor, hartkloppingen, spierspasmen, elektrocardiogram QT verlengd,
bloeddruk verhoogd, bloeddruk verlaagd, atriumfibrillatie, tachycardie, tachyaritmie, angina pectoris
(stabiel en instabiel), ventriculaire extrasystolen, nodaal ritme.
Glycopyrronium
glaucoom, atriumfibrillatie, tachycardie, hartkloppingen, een droge mond, tandcariës, dysurie,
urineretentie, urineweginfectie.
9
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op
deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden
gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht alle vermoedelijke
bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in
aanhangsel V.
4.9
Overdosering
Een overdosering van Trydonis kan klachten en symptomen veroorzaken die het gevolg zijn van de
werking van de afzonderlijke componenten, waaronder degene die worden waargenomen bij
overdosering van andere bèta-2-agonisten of anticholinergica en overeenstemmen met de bekende
effecten van de klasse van inhalatiecorticosteroïden (zie rubriek 4.4). Indien overdosering voorkomt,
moeten de symptomen van de patiënt worden behandeld en zo nodig worden opgevolgd met passende
controle.
5.
5.1
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: geneesmiddelen voor obstructieve luchtwegaandoeningen,
adrenergica in combinatie met anticholinergica, waaronder tripeltherapie met corticosteroïden.
ATC-code: R03AL09.
Werkingsmechanisme en farmacodynamische effecten
Trydonis bevat beclometasondipropionaat, formoterol en glycopyrronium in een formulering van een
oplossing die een aërosol met extrafijne deeltjes oplevert met een gemiddelde
mass median
aerodynamic diameter
(MMAD) van ongeveer 1,1 micrometer en gelijktijdige afgifte van de drie
componenten. De aërosoldeeltjes van Trydonis zijn gemiddeld veel kleiner dan de deeltjes die worden
afgegeven bij niet-extrafijne formuleringen. Voor beclometasondipropionaat leidt dit tot een sterker
effect dan bij formuleringen met een niet-extrafijne deeltjesgrootteverdeling (100 microgram extrafijn
beclometasondipropionaat in Trydonis komt overeen met 250 microgram beclometasondipropionaat in
een niet-extrafijne formulering).
Beclometasondipropionaat
Beclometasondipropionaat gegeven als inhalatie bij de aanbevolen doses heeft een
ontstekingsremmende glucocorticoïde werking in de longen. Glucocorticoïden worden veelvuldig
gebruikt voor de onderdrukking van een ontsteking bij chronische ontstekingsziekten van de
luchtwegen, zoals COPD. Hun werking wordt gemedieerd door de binding aan glucocorticoïde
receptoren in het cytoplasma, resulterend in de verhoogde transcriptie van genen die coderen voor
anti-inflammatoire proteïnen.
Formoterol
Formoterol is een selectieve bèta-2-adrenerge agonist die de gladde spieren van de bronchiën ontspant
bij patiënten met een omkeerbare obstructie van de luchtwegen. Het bronchodilaterende effect treedt
snel in, binnen 1-3 minuten na inhalatie en duurt 12 uur na een enkelvoudige dosis.
Glycopyrronium
Glycopyrronium is een langwerkende muscarinereceptorantagonist (anticholinergicum) met hoge
affiniteit die wordt gebruikt voor inhalatie als luchtwegverwijdende behandeling voor COPD.
Glycopyrronium oefent een werking uit door de bronchoconstrictieve werking van acetylcholine op de
gladde spiercellen van de luchtwegen te blokkeren, waardoor de luchtwegen verwijden.
Glycopyrroniumbromide is een muscarinereceptorantagonist met hoge affiniteit met een selectiviteit
die meer dan het 4-voud is van de humane M3-receptoren ten opzichte van de humane M2-receptor,
zoals is bewezen.
10
Klinische werkzaamheid en veiligheid
Het klinische fase III-ontwikkelingsprogramma voor COPD bestond uit twee 52 weken durende
onderzoeken met actieve controle. Het TRILOGY-onderzoek vergeleek Trydonis met een vaste
combinatie van 100/6 microgram beclometasondipropionaat en formoterol twee inhalaties tweemaal
daags (1.368 gerandomiseerde patiënten). Het TRINITY-onderzoek vergeleek Trydonis met
18 microgram tiotropium inhalatiepoeder, harde capsule, één inhalatie eenmaal daags; bovendien
werden effecten vergeleken met een vrije tripeltherapie die bestond uit een vaste combinatie van
100/6 microgram beclometasondipropionaat en formoterol twee inhalaties tweemaal daags plus
18 microgram tiotropium inhalatiepoeder, harde capsule, één inhalatie eenmaal daags
(2.691 gerandomiseerde patiënten). Beide onderzoeken werden uitgevoerd bij patiënten met een
klinische diagnose van COPD met ernstige tot zeer ernstige luchtstroombeperking (FEV
1
minder dan
50% voorspeld), waarbij de symptomen werden geëvalueerd als een score van 10 of meer op de
COPD Assessment Test
(CAT-score) en met ten minste één exacerbatie van COPD in het
voorafgaande jaar. In beide onderzoeken gebruikte ongeveer 20% van de patiënten de AeroChamber
Plus-voorzetkamer.
Daarnaast werden twee fase IIIb-onderzoeken uitgevoerd ter ondersteuning van de klinische
werkzaamheid en veiligheid van Trydonis. TRISTAR was een 26 weken durend
open-label
onderzoek
met actieve controle, waarin Trydonis werd vergeleken met een vrije tripeltherapie die bestond uit een
vaste combinatie van fluticason/vilanterol 92/22 microgram inhalatiepoeder, één inhalatie eenmaal
daags plus tiotropium 18 microgram inhalatiepoeder, harde capsule, één inhalatie eenmaal daags
(1.157 gerandomiseerde patiënten). TRIBUTE was een 52 weken durend onderzoek met actieve
controle, waarin Trydonis werd vergeleken met een vaste combinatie van indacaterol/glycopyrronium
85/43 microgram inhalatiepoeder, harde capsule, één inhalatie eenmaal daags (1.532 gerandomiseerde
patiënten). Beide onderzoeken werden uitgevoerd met een vergelijkbare populatie van
COPD-patiënten als bij de onderzoeken TRILOGY en TRINITY.
Daling van exacerbaties van COPD
Vergeleken met een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol verlaagde Trydonis
de frequentie van matige/ernstige exacerbaties over een periode van 52 weken met 23% (frequentie:
0,41
versus
0,53 voorvallen per patiënt/jaar; p = 0,005). Vergeleken met tiotropium verlaagde
Trydonis de frequentie van matige/ernstige exacerbaties over een periode van 52 weken met 20%
(frequentie: 0,46
versus
0,57 voorvallen per patiënt/jaar; p = 0,003). Vergeleken met een vaste
combinatie van indacaterol en glycopyrronium verlaagde Trydonis de frequentie van matige/ernstige
exacerbaties over een periode van 52 weken met 15% (frequentie: 0,50
versus
0,59 voorvallen per
patiënt/jaar; p = 0,043). Vergeleken met tiotropium verlaagde Trydonis ook de frequentie van ernstige
exacerbaties (d.w.z. exclusief matige exacerbaties) met 32% (frequentie: 0,067
versus
0,098 voorvallen per patiënt/jaar; p = 0,017). Er werden geen verschillen waargenomen wanneer
Trydonis werd vergeleken met de vrije tripeltherapie bestaande uit een vaste combinatie
beclometasondipropionaat en formoterol plus tiotropium (frequentie van matige/ernstige exacerbaties:
0,46
versus
0,45 voorvallen per patiënt/jaar).
Vergeleken met zowel een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol als met
tiotropium leidde Trydonis bovendien tot een significant langere tijd tot de eerste exacerbatie (hazard
ratio respectievelijk 0,80 en 0,84; respectievelijk p = 0,020 en 0,015), zonder enig verschil tussen
Trydonis en de vrije tripeltherapie bestaande uit een vaste combinatie beclometasondipropionaat en
formoterol plus tiotropium (hazard ratio 1,06).
Effecten op de longfunctie
FEV
1
vóór de dosis
Vergeleken met een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol verbeterde
Trydonis de FEV
1
vóór de dosis met 81 ml na een behandeling van 26 weken en met 63 ml na een
behandeling van 52 weken. Vergeleken met tiotropium verbeterde Trydonis de FEV
1
vóór de dosis
met 51 ml na een behandeling van 26 weken en met 61 ml na een behandeling van 52 weken. Deze
verbeteringen waren statistisch significant (p < 0,001). Vergeleken met een vaste combinatie van
indacaterol en glycopyrronium verbeterde Trydonis de gemiddelde FEV
1
vóór de dosis over de
11
behandelingsperiode van 52 weken met 22 ml (p = 0,018). Vergelijkbare verbeteringen werden
waargenomen op week 26 en 52, hoewel deze niet statistisch significant waren.
Er werden geen verschillen waargenomen wanneer Trydonis werd vergeleken met de vrije
tripeltherapie bestaande uit een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol plus
tiotropium (verschil van 3 ml in FEV
1
vóór de dosis na een behandeling van 52 weken).
FEV
1
2 uur na de dosis
Vergeleken met een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol verbeterde
Trydonis de FEV
1
significant 2 uur na de dosis met 117 ml na een behandeling van 26 weken en met
103 ml na een behandeling van 52 weken (p < 0,001). Dit eindpunt werd alleen gemeten in het
TRILOGY-onderzoek.
Inspiratoire longcapaciteit (IC)
Vergeleken met tiotropium verbeterde Trydonis de IC significant met 39 ml (p = 0,025) en 60 ml
(p = 0,001) na een behandeling van respectievelijk 26 en 52 weken. Vergelijkbare effecten werden
waargenomen wanneer Trydonis werd vergeleken met de vrije tripeltherapie. Dit eindpunt werd alleen
gemeten in het TRINITY-onderzoek.
Symptomatische uitkomsten
Trydonis verbeterde dyspneu significant (gemeten als de
Transition Dyspnoea Index,
TDI - focale
score) na een behandeling van 26 weken ten opzichte van de uitgangsscore (met 1,71 eenheden;
p < 0,001), maar het aangepaste gemiddelde verschil
versus
een vaste combinatie van
beclometasondipropionaat en formoterol was niet statistisch significant (0,21 eenheden; p = 0,160).
Uit een responderanalyse bleek dat een significant groter percentage patiënten een klinisch significante
verbetering vertoonde (focale score groter dan of gelijk aan 1) na 26 weken met Trydonis ten opzichte
van een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol (57,4%
versus
51,8%;
p = 0,027). TDI werd alleen gemeten in het TRILOGY-onderzoek.
Trydonis was bovendien statistisch significant superieur ten opzichte van een vaste combinatie van
beclometasondipropionaat en formoterol, ten opzichte van tiotropium, en ten opzichte van een vaste
combinatie van indacaterol en glycopyrronium met betrekking tot een verbetering in de kwaliteit van
leven (gemeten aan de hand van de
Saint George Respiratory Questionnaire,
SGRQ - totale score). Er
werden geen verschillen waargenomen wanneer Trydonis werd vergeleken met de vrije tripeltherapie
bestaande uit een vaste combinatie fluticason en vilanterol plus tiotropium.
Uit een responderanalyse bleek dat een significant groter percentage patiënten een klinisch significante
verbetering vertoonde (daling ten opzichte van de uitgangsscore met meer dan of gelijk aan 4) na
26 en 52 weken met Trydonis ten opzichte van een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en
formoterol en ten opzichte van tiotropium.
Pediatrische patiënten
Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten af te zien van de verplichting voor de fabrikant
om de resultaten in te dienen van onderzoek met Trydonis in alle subgroepen van pediatrische
patiënten met COPD (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).
5.2
Farmacokinetische eigenschappen
Gerelateerd aan Trydonis
De systemische blootstelling aan beclometasondipropionaat, formoterol en glycopyrronium is
onderzocht in een farmacokinetisch onderzoek dat is uitgevoerd bij gezonde proefpersonen. Het
onderzoek vergeleek gegevens verkregen na een behandeling met een enkele dosis Trydonis
(4 inhalaties van 100/6/25 microgram, een niet in de handel verkrijgbare formulering die tweemaal de
goedgekeurde sterkte van glycopyrronium bevatte) of een enkele dosis van de vrije combinatie van
beclometasondipropionaat/formoterol (4 inhalaties van 100/6 microgram) plus glycopyrronium
(4 inhalaties van 25 microgram). De maximale plasmaconcentratie en systemische blootstelling van de
belangrijkste actieve metaboliet van beclometasondipropionaat (beclometason-17-monopropionaat) en
formoterol waren vergelijkbaar na toediening van de vaste of vrije combinatie. Voor glycopyrronium
12
was de maximale plasmaconcentratie vergelijkbaar na toediening van de vaste of vrije combinatie,
terwijl de systemische blootsteling enigszins hoger was na toediening van Trydonis dan met de vrije
combinatie. Het was ook een onderzoek naar de potentiële farmacokinetische interactie tussen de
actieve componenten van Trydonis aan de hand van een vergelijking van de farmacokinetische
gegevens verkregen na een enkele dosis van de vrije combinatie of na een enkele dosis van de
afzonderlijke componenten beclometasondipropionaat/formoterol of glycopyrronium. Er was geen
duidelijk bewijs van farmacokinetische interactie, hoewel met de vrije combinatie formoterol- en
glycopyrroniumgehaltes werd aangetoond dat deze tijdelijk enigszins hoger waren net na toediening in
vergelijking met de afzonderlijke componenten. Vermeld dient te worden dat de enkelvoudige
component glycopyrronium, in de formulering van een aërosol, die in de farmacokinetische
onderzoeken werd gebruikt, niet in de handel verkrijgbaar is.
Een vergelijking tussen de onderzoeken toonde aan dat de farmacokinetiek van beclometason-
17-monopropionaat, formoterol en glycopyrronium vergelijkbaar is tussen COPD-patiënten en
gezonde proefpersonen.
Effect van een voorzetkamer
Het gebruik van Trydonis met de AeroChamber Plus-voorzetkamer bij COPD-patiënten verhoogde de
afgifte van beclometason-17-monopropionaat, formoterol en glycopyrronium in de longen (de
maximale plasmaconcentratie steeg met respectievelijk 15%, 58% en 60%). De totale systemische
blootstelling (zoals gemeten met AUC
0-t
) was enigszins verlaagd voor beclometason-
17-monopropionaat (met 37%) en formoterol (met 24%), terwijl die verhoogd was voor
glycopyrronium (met 45%). Zie ook rubriek 4.4.
Effect van een nierfunctiestoornis
Systemische blootstelling (AUC
0-t
) aan beclometasondipropionaat, aan zijn metaboliet beclometason-
17-monopropionaat en aan formoterol werd niet beïnvloed door een lichte tot ernstige
nierfunctiestoornis. Voor glycopyrronium was er geen invloed bij proefpersonen met een lichte en
matige nierfunctiestoornis. Een stijging in totale systemische blootstelling tot het 2,5-voudige werd
echter waargenomen bij proefpersonen met een ernstige nierfunctiestoornis (glomerulaire
filtratiesnelheid lager dan 30 ml/min/1,73 m
2
), als gevolg van een significante daling van de
hoeveelheid die wordt uitgescheiden in urine (een daling met ongeveer 90% van de renale klaring van
glycopyrronium). Simulaties die zijn uitgevoerd met een farmacokinetisch model toonden aan dat,
zelfs bij extreme waarden van covariabelen (lichaamsgewicht minder dan 40 kg en gelijktijdige
glomerulaire filtratiesnelheid lager dan 27 ml/min/1,73 m²), blootstelling aan de werkzame stoffen van
Trydonis binnen ongeveer het 2,5-voudige bereik blijft vergeleken met de blootstelling in een typische
patiënt met mediane waarden van covariabelen.
Gerelateerd aan beclometasondipropionaat
Beclometasondipropionaat is een prodrug met zwakke bindingsaffiniteit voor
glucocorticoïdenreceptoren die wordt gehydrolyseerd via esterase-enzymen aan een actieve metaboliet
beclometason-17-monopropionaat, die een krachtigere topische activiteit tegen ontstekingen bezit in
vergelijking met de prodrug beclometasondipropionaat.
Absorptie, distributie en biotransformatie
Beclometasondipropionaat voor inhalatie wordt snel geabsorbeerd via de longen; voorafgaand aan
absorptie is er een uitgebreide conversie tot beclometason-17-monopropionaat via esterase-enzymen
die in de meeste weefsels worden aangetroffen. De systemische beschikbaarheid van de actieve
metaboliet is afkomstig van absorptie van de geïnhaleerde dosis via de longen (36%) en ingeslikte
dosis via het maag-darmkanaal. De biologische beschikbaarheid van het doorgeslikte
beclometasondipropionaat is verwaarloosbaar; presystemische conversie tot beclometason-
17-monopropionaat leidt er echter toe dat 41% van de dosis wordt geabsorbeerd als de actieve
metaboliet. Er is een nagenoeg lineaire toename in systemische blootstelling bij toename van de
geïnhaleerde dosis. De absolute biologische beschikbaarheid na inhalatie is ongeveer 2% en 62% van
de nominale dosis voor respectievelijk ongewijzigd beclometasondipropionaat en beclometason-
17-monopropionaat. Na intraveneuze dosering wordt de dispositie van beclometasondipropionaat en
13
zijn actieve metaboliet gekenmerkt door hoge plasmaklaring (respectievelijk 150 en 120 l/u), met een
klein distributievolume bij
steady state
voor beclometasondipropionaat (20 l) en een grotere
weefseldistributie voor zijn actieve metaboliet (424 l). Binding aan plasma-eiwit is matig hoog.
Eliminatie
Excretie via feces is de belangrijkste eliminatieroute van beclometasondipropionaat als polaire
metabolieten. De renale uitscheiding van beclometasondipropionaat en zijn metabolieten is
verwaarloosbaar. De terminale eliminatiehalfwaardetijden bedragen 0,5 uur en 2,7 uur voor
respectievelijk beclometasondipropionaat en beclometason-17-monopropionaat.
Patiënten met een leverfunctiestoornis
De farmacokinetiek van beclometasondipropionaat bij patiënten met een leverfunctiestoornis is niet
onderzocht, maar aangezien beclometasondipropionaat een zeer snel metabolisme ondergaat via
esterase-enzymen die aanwezig zijn in vocht in de darmen, serum, longen en lever en zo de meer
polaire producten beclometason-21-monopropionaat, beclometason-17-monopropionaat en
beclometason vormen, wordt niet verwacht dat een leverfunctiestoornis leidt tot een gewijzigde
farmacokinetiek en een gewijzigd veiligheidsprofiel van beclometasondipropionaat.
Gerelateerd aan formoterol
Absorptie en distributie
Na inhalatie wordt formoterol geabsorbeerd uit zowel de longen als het maag-darmkanaal. De fractie
van een geïnhaleerde dosis die is doorgeslikt na toediening met een inhalator met afgepaste dosis kan
variëren tussen 60% en 90%. Ten minste 65% van de fractie die is doorgeslikt, wordt uit het maag-
darmkanaal geabsorbeerd. Piekplasmaconcentraties van de ongewijzigde werkzame stof vinden binnen
0,5 tot 1 uur na orale toediening plaats. Binding van formoterol aan plasma-eiwit bedraagt 61-64%,
waarbij 34% aan albumine wordt gebonden. Er was geen verzadiging van binding in het
concentratiebereik dat met therapeutische doses wordt bereikt. De eliminatiehalfwaardetijd vastgesteld
na orale toediening bedraagt 2-3 uur. Absorptie van formoterol is lineair na inhalatie van 12 tot
96 microgram formoterol.
Biotransformatie
Formoterol wordt in grote mate gemetaboliseerd en de belangrijkste route houdt directe conjugatie in
bij de fenolhydroxylgroep. Glucuronidezuurconjugaat is niet actief. De tweede belangrijkste route
houdt O-demethylering in, waarna conjugatie plaatsvindt bij de fenol 2'-hydroxylgroep. De
cytochroom-P450-iso-enzymen CYP2D6, CYP2C19 en CYP2C9 spelen een rol bij de
O-demethylering van formoterol. De lever lijkt de belangrijkste plaats te zijn voor metabolisatie.
Formoterol heeft geen remmende werking op CYP450-enzymen bij therapeutisch relevante
concentraties.
Eliminatie
De cumulatieve uitscheiding van formoterol in urine na een enkele inhalatie van een droogpoeder
inhalator steeg evenredig in het dosisbereik van 12-96 microgram. Gemiddeld werd 8% en 25% van de
dosis uitgescheiden als respectievelijk ongewijzigd en totaal formoterol. Op basis van
plasmaconcentraties, gemeten na inhalatie van een enkele dosis van 120 microgram door 12 gezonde
proefpersonen, werd vastgesteld dat de gemiddelde terminale eliminatiehalfwaardetijd 10 uur bedroeg.
De (R,R)- en (S,S)-enantiomeren namen ongeveer respectievelijk 40% en 60% van ongewijzigde
werkzame stof, uitgescheiden in de urine, voor hun rekening. De relatieve hoeveelheid van de twee
enantiomeren bleef constant over het onderzochte dosisbereik en er was geen bewijs van relatieve
accumulatie van één enantiomeer ten opzichte van de andere na herhaalde toediening. Na orale
toediening (40 tot 80 microgram) werd bij gezonde proefpersonen 6% tot 10% van de dosis in urine
herwonnen als ongewijzigde werkzame stof; tot 8% van de dosis werd herwonnen als glucuronide. In
totaal wordt 67% van een orale dosis formoterol in de urine uitgescheiden (voornamelijk als
metabolieten) en de rest in de feces. De renale klaring van formoterol bedraagt 150 ml/min.
14
Patiënten met een leverfunctiestoornis
De farmacokinetiek van formoterol is niet onderzocht bij patiënten met een leverfunctiestoornis;
aangezien formoterol voornamelijk via het metabolisme van de lever wordt uitgescheiden, kan echter
een verhoogde blootstelling worden verwacht bij patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis.
Gerelateerd aan glycopyrronium
Absorptie en distributie
Glycopyrronium heeft een quaternaire ammoniumstructuur die zijn passage door biologische
membranen beperkt en voor een langzame, variabele en onvolledige absorptie uit het maag-
darmkanaal zorgt. Na inhalatie van glycopyrronium bedroeg de biologische beschikbaarheid in de
longen 10,5% (met inname van actieve kool), terwijl de absolute biologische beschikbaarheid 12,8%
bedroeg (zonder inname van actieve kool), hetgeen de beperkte absorptie uit het maag-darmkanaal
bevestigt en hetgeen erop duidt dat meer dan 80% van de systemische blootstelling aan
glycopyrronium afkomstig was van absorptie in de longen. Na herhaalde inhalatie van
tweemaaldaagse doses die varieerden van 12,5 tot 50 microgram via een aërosol bij COPD-patiënten,
vertoonde glycopyrronium een lineaire farmacokinetiek met weinig systemische accumulatie bij
steady state
(mediane accumulatieverhouding 2,2-2,5).
Het klaarblijkelijke distributievolume (V
z
) van geïnhaleerd glycopyrronium was toegenomen in
vergelijking met intraveneuze infusie (6.420 l
versus
323 l), hetgeen de langzamere eliminatie na
inhalatie weergeeft.
Biotransformatie
Het metabole patroon van glycopyrronium
in vitro
(levermicrosomen en hepatocyten bij mensen,
honden, ratten, muizen en konijnen) was vergelijkbaar bij de verschillende species; de belangrijkste
metabole reactie was de hydroxylering op de fenyl- of ciclopentylringen. CYP2D6 bleek het enige
enzym te zijn dat verantwoordelijk is voor het metabolisme van glycopyrronium.
Eliminatie
De gemiddelde eliminatiehalfwaardetijd van glycopyrronium bij gezonde vrijwilligers bedroeg
ongeveer 6 uur na intraveneuze. injectie, terwijl die na inhalatie bij COPD-patiënten varieerde van
5 tot 12 uur bij
steady state.
Na een enkele intraveneuze injectie met glycopyrronium werd 40% van
de dosis binnen 24 uur uitgescheiden in de urine. Bij COPD-patiënten die herhaalde tweemaaldaagse
toedieningen kregen met geïnhaleerd glycopyrronium varieerde de fractie van de dosis die in urine
werd uitgescheiden van 13,0% tot 14,5% bij
steady state.
De gemiddelde renale klaring was
vergelijkbaar over de diverse geteste doses alsook na een enkele en herhaalde inhalatie (bereik
281-396 ml/min).
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig
van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde
dosering, en reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit.
Veiligheidsfarmacologie
In een inhalatieonderzoek bij met telemetrie gemeten honden, was het cardiovasculaire systeem een
belangrijk doelsysteem voor acute effecten van Trydonis (stijging van de hartslag, daling van de
bloeddruk, veranderingen in ECG bij hogere doses), effecten die waarschijnlijk voornamelijk verband
hielden met de bèta-2-adrenerge activiteit van formoterol en de antimuscarine activiteit van
glycopyrronium. Er was geen bewijs voor overmatig aanvullende effecten van de tripeltherapie in
vergelijking met de afzonderlijke componenten.
Toxiciteit bij herhaalde dosering
In onderzoeken met herhaalde inhalatiedosering met Trydonis bij ratten en honden die maximaal
13 weken duurden, hielden de belangrijkste waargenomen veranderingen verband met effecten op het
immuunsysteem (waarschijnlijk vanwege systemische, corticosteroïde effecten van
beclometasondipropionaat en zijn actieve metaboliet beclometason-17-monopropionaat) en op het
15
cardiovasculaire systeem (waarschijnlijk in verband met de bèta-2-adrenerge activiteit van formoterol
en de antimuscarine activiteit van glycopyrronium). Het toxicologische profiel van de tripeltherapie
was een weerspiegeling van de afzonderlijke werkzame componenten zonder relevante toename van
toxiciteit en zonder onverwachte bevindingen.
Reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit
Beclometasondipropionaat/beclometason-17-monopropionaat werd verantwoordelijk gehouden voor
effecten van reproductietoxiciteit bij ratten, zoals daling van het bevruchtingspercentage,
vruchtbaarheidsindex, vroege ontwikkelingsparameters van het embryo (verlies van implantatie),
vertraging in ossificatie en toegenomen incidentie van viscerale variaties, terwijl tocolytische en
antimuscarine effecten die werden toegeschreven aan de bèta-2-adrenerge activiteit van formoterol en
de antimuscarine activiteit van glycopyrronium, invloed hadden op drachtige ratten in de late fase van
de dracht en/of de vroege fase van zogen, hetgeen leidde tot verlies van jongen.
Genotoxiciteit
Genotoxiciteit van Trydonis is niet geëvalueerd, hoewel de afzonderlijke werkzame componenten
geen genotoxische activiteit vertoonden in de conventionele testsystemen.
Carcinogeniciteit
Onderzoek op het gebied van carcinogeniciteit is niet uitgevoerd met Trydonis. In een
inhalatieonderzoek van 104 weken naar de carcinogeniciteit bij ratten en een oraal onderzoek van
26 weken naar de carcinogeniciteit bij transgene Tg.rasH2-muizen vertoonde glycopyrroniumbromide
geen carcinogeen potentieel en gepubliceerde gegevens met betrekking tot onderzoeken op lange
termijn die zijn uitgevoerd met beclometasondipropionaat en formoterolfumaraat bij ratten duiden niet
op een klinisch relevant carcinogeen potentieel.
6.
6.1
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
Lijst van hulpstoffen
Watervrije ethanol
Zoutzuur
Norfluraan (drijfgas)
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3
Houdbaarheid
Spuitbus met 60 doses: 21 maanden.
Chemische en fysische stabiliteit bij gebruik is aangetoond gedurende 2 maanden bij 25°C.
Na uitlevering mag het geneesmiddel gedurende maximaal 2 maanden bij een temperatuur van
maximaal 25°C worden bewaard. De gebruiker is verantwoordelijk voor enige andere bewaarduur en
-condities bij gebruik.
Spuitbus met 120 en 180 doses: 22 maanden.
Chemische en fysische stabiliteit bij gebruik is aangetoond gedurende 4 maanden bij 25°C.
Na uitlevering mag het geneesmiddel gedurende maximaal 4 maanden bij een temperatuur van
maximaal 25°C worden bewaard. De gebruiker is verantwoordelijk voor enige andere bewaarduur en
-condities bij gebruik.
16
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Vóór uitlevering:
Bewaren in de koelkast (2°C-8°C).
Niet in de vriezer bewaren.
Niet blootstellen aan temperaturen hoger dan 50°C.
De spuitbus niet doorboren.
Voor de bewaarcondities bij gebruik, zie rubriek 6.3.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
Spuitbus (met aluminium coating) met een doseerventiel. De spuitbus wordt in een inhalator van
polypropyleen geplaatst die voorzien is van een mondstuk en een dosisteller (60 doses of 120 doses
per spuitbus) of een dosisindicator (180 doses per spuitbus), en wordt geleverd met een dop van
polypropyleen voor het mondstuk.
Verpakkingsgrootten van 1 bus met 60, 120 of 180 doses en meervoudige verpakkingen van 2 of
3 bussen met elk 120 doses.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
Voor apothekers:
Vermeld de datum van uitlevering aan de patiënt op de verpakking.
Gebruiksaanwijzing
Testen van de inhalator
Voordat de inhalator de eerste keer wordt gebruikt, dient de patiënt één dosis in de lucht te spuiten om
te controleren of de inhalator correct werkt (primen). Voordat de spuitbussen met 60, 120 of 180 doses
worden geprimed, moet de teller/indicator respectievelijk 61, 121 of 180 aangeven. Na het primen
moet de teller/indicator 60, 120 of 180 aangeven.
Gebruik van de inhalator
De patiënten dienen rechtop te staan of rechtop te zitten bij het inademen vanuit hun inhalator. De
stappen hieronder moeten worden gevolgd. BELANGRIJK: De stappen 2 tot 5 mogen niet te snel
worden uitgevoerd:
1.
Patiënten dienen de beschermdop van het mondstuk te verwijderen en te controleren of het
mondstuk schoon is en vrij van stof en vuil en andere vreemde voorwerpen.
2.
Patiënten dienen zo langzaam en diep mogelijk als comfortabel voor hen is uit te ademen om
hun longen leeg te maken.
3.
Patiënten dienen de inhalator verticaal te houden met het frame van de inhalator boven en het
mondstuk onder en dienen het mondstuk tussen de tanden te plaatsen zonder erop te bijten.
Vervolgens dienen ze de lippen rond het mondstuk te plaatsen, met de tong er plat onder.
4.
Patiënten dienen tegelijkertijd langzaam en diep door de mond in te ademen totdat de longen
gevuld zijn met lucht (dit duurt ongeveer 4-5 seconden). Onmiddellijk nadat de patiënten zijn
begonnen met inademen, dienen ze stevig op de bovenkant van de inhalator te drukken om één
dosis af te geven.
17
5.
6.
Patiënten dienen vervolgens de adem zo lang mogelijk in te houden, daarna de inhalator uit de
mond te nemen en langzaam uit te ademen. Patiënten dienen niet in de inhalator uit te ademen.
Patiënten dienen vervolgens de dosisteller of de dosisindicator te controleren om zeker te zijn
dat die heeft afgeteld.
Om het tweede dosis te inhaleren, dienen patiënten de inhalator verticaal te blijven houden gedurende
ongeveer een halve minuut en de stappen 2 tot en met 6 te herhalen.
Indien na de inhalatie nevel verschijnt uit de inhalator of uit de mondhoeken, dient de procedure vanaf
stap 2 te worden herhaald.
Na gebruik dienen patiënten de inhalator weer af te sluiten met de beschermdop voor het mondstuk en
de dosisteller of dosisindicator te controleren.
De patiënten moeten na de inhalatie hun mond spoelen of gorgelen met water zonder het in te slikken
of ze moeten hun tanden poetsen (zie rubriek 4.2 en 4.4).
Wanneer een nieuwe inhalator halen?
Patiënten moeten worden geadviseerd om een nieuwe inhalator te halen als de dosisteller of
dosisindicator het getal ‘20’ weergeeft. Ze dienen de inhalator niet meer te gebruiken wanneer de teller
of indicator het getal ‘0’ weergeeft, aangezien eventueel aanwezige doseringen niet meer voldoende
kunnen zijn om een volledige dosis af te geven.
Aanvullende instructies voor specifieke groepen van patiënten
Voor patiënten die zwakke handen hebben, kan het gemakkelijker zijn om de inhalator met beide
handen vast te houden. Daartoe moeten de wijsvingers op de bovenkant van de spuitbus worden
geplaatst en beide duimen aan de onderkant van de inhalator.
Patiënten die problemen ondervinden om de aërosol gelijktijdig met de inademing te activeren, kunnen
de AeroChamber Plus-voorzetkamer als hulpmiddel gebruiken; die moet correct zijn gereinigd, zoals
beschreven in de betreffende bijsluiter. Ze moeten van hun arts of apotheker advies krijgen over het
juiste gebruik en de juiste zorg van hun inhalator en voorzetkamer, terwijl hun techniek moet worden
gecontroleerd om zeker te zijn dat de geïnhaleerde werkzame stof optimaal wordt afgegeven aan de
longen. De werkzame stof wordt optimaal afgegeven aan de longen als de patiënten de AeroChamber
Plus gebruiken met één continue langzame en diepe inademing via de voorzetkamer, zonder enige
vertraging tussen de afgifte van de dosis en inhalatie. Als alternatief kunnen de patiënten na afgifte
van de dosis gewoon in- en uitademen (via de mond), volgens de instructies in de bijsluiter van de
voorzetkamer, om de werkzame stof toe te dienen. Zie rubriek 4.4 en rubriek 5.2.
Reiniging
Voor de regelmatige reiniging van de inhalator moeten de patiënten de dop wekelijks van het
mondstuk verwijderen en zowel de binnen- als de buitenkant van het mondstuk schoonvegen met een
droge doek. Ze mogen de spuitbus niet uit het aandrijfdeel (actuator) verwijderen en mogen geen
water of andere vloeistoffen gebruiken om het mondstuk te reinigen.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1274/001
18
EU/1/18/1274/002
EU/1/18/1274/003
EU/1/18/1274/004
EU/1/18/1274/005
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN
DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 26 april 2018
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
{DD maand JJJJ}
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau
http://www.ema.europa.eu,
en de website van {naam van het nationaal bureau
(link)}.
19
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 88 microgram/5 microgram/9 microgram inhalatiepoeder
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke afgegeven dosis (de dosis die uit het mondstuk komt) bevat 88 microgram
beclometasondipropionaat, 5 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram
glycopyrronium (als 11 microgram glycopyrroniumbromide).
Elke afgepaste dosis bevat 100 microgram beclometasondipropionaat, 6 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram glycopyrronium (als 12,5 microgram
glycopyrroniumbromide).
Hulpstof met bekend effect
Elke inhalatie bevat 9,9 mg lactosemonohydraat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Inhalatiepoeder
Wit of bijna wit poeder in een witte inhalator (NEXThaler).
4.
4.1
KLINISCHE GEGEVENS
Therapeutische indicaties
Onderhoudsbehandeling bij volwassen patiënten met matige tot ernstige chronische obstructieve
longziekte (COPD) die niet voldoende kunnen worden behandeld met een combinatie van een
inhalatiecorticosteroïde en een langwerkende bèta-2-agonist of een combinatie van een langwerkende
bèta-2-agonist en een langwerkende muscarineantagonist (voor effecten op het onder controle krijgen
van de symptomen en het voorkomen van exacerbaties, zie rubriek 5.1).
4.2
Dosering en wijze van toediening
Dosering
De aanbevolen dosering is twee inhalaties tweemaal daags.
De maximumdosering is twee inhalaties tweemaal daags.
Bijzondere populaties
Ouderen
De dosering hoeft niet te worden aangepast bij oudere patiënten (65 jaar en ouder).
Nierfunctiestoornis
Trydonis kan worden gebruikt bij de aanbevolen dosering bij patiënten met een lichte tot matige
nierfunctiestoornis. Gebruik bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis of nierfalen dat dialyse
vereist, met name indien dit gepaard gaat met een significante daling van het lichaamsgewicht, mag
alleen worden overwogen indien het verwachte voordeel opweegt tegen het mogelijke risico (zie
rubriek 4.4 en 5.2).
20
Leverfunctiestoornis
Er zijn geen relevante gegevens over het gebruik van Trydonis bij patiënten met een ernstige
leverfunctiestoornis; het geneesmiddel moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij deze patiënten
(zie rubriek 4.4 en 5.2).
Pediatrische patiënten
Er is geen relevante toepassing van Trydonis bij kinderen (jonger dan 18 jaar) voor de indicatie van
chronische obstructieve longziekte (COPD).
Wijze van toediening
Voor inhalatie.
De inhalator is een ademgestuurde inhalator. Om er zeker van te zijn dat het geneesmiddel op de juiste
wijze wordt toegediend, dient een arts of andere beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg de patiënt
het correcte gebruik van de inhalator te tonen en regelmatig te controleren dat de inhalatietechniek van
de patiënt adequaat is (zie “Gebruiksaanwijzing” hieronder).
De patiënt dient te worden geadviseerd om de patiëntenbijsluiter zorgvuldig te lezen en zich te houden
aan de gebruiksaanwijzingen zoals die in de bijsluiter staan.
De patiënten moeten na de inhalatie hun mond spoelen of gorgelen met water zonder het in te slikken
of ze moeten hun tanden poetsen (zie rubriek 4.4).
Gebruiksaanwijzing
Venster
van de
dosisteller
Bescherm-
kap
Mondstuk
Lucht-
inlaat
De patiënt informeren bij gebruik van een nieuwe inhalator
Als de zak niet is verzegeld of als deze beschadigd is, of als de inhalator zichtbaar kapot is of
beschadigingen heeft, moet de patiënt hem terugbrengen naar de persoon van wie de patiënt
hem heeft gekregen en een nieuwe vragen.
De patiënt moet op het etiket op de verpakking de datum noteren waarop de zak geopend is.
Het venster van de dosisteller moet op “120” staan. Als het weergegeven cijfer lager is dan
“120”, moet de patiënt de inhalator terugbrengen naar de persoon die hem heeft gegeven en een
nieuwe vragen.
21
Gebruik van de inhalator
De patiënten dienen te staan of rechtop te zitten bij het inademen vanuit hun inhalator. De stappen
hieronder moeten worden gevolgd.
1.
Patiënten dienen de inhalator rechtop vast te houden, het aantal doses te controleren (elk getal
tussen de “1” en “120” geeft aan dat er nog doses over zijn in de inhalator) en het
beschermkapje volledig te openen.
2.
3.
4.
Patiënten dienen zo langzaam en diep mogelijk als comfortabel voor hen is uit te ademen om
hun longen leeg te maken.
Patiënten dienen de lippen rondom het mondstuk te sluiten, zonder de luchtinlaat te bedekken of
via de luchtinlaat in te ademen.
Patiënten dienen krachtig en diep via de mond in te ademen. Het kan zijn dat ze iets proeven of
dat ze een klikje horen of voelen wanneer ze de dosis innemen.
5.
6.
Patiënten dienen vervolgens de inhalator uit de mond te nemen, de adem zo lang als comfortabel
voor hen is (5-10 seconden lang) in te houden en daarna langzaam uit te ademen. Patiënten
mogen niet via de inhalator uitademen.
Na gebruik dienen patiënten de inhalator weer rechtop te kantelen, het beschermkapje volledig
te sluiten en te controleren of de dosisteller met 1 dosis heeft afgeteld.
7.
Als nog een dosis moet worden ingenomen, moeten de patiënten de stappen 1 tot en met 6
herhalen.
NB: Het aantal inhalaties dat in het venster op het omhulsel wordt weergegeven, telt niet af wanneer
het beschermkapje wordt gesloten als de patiënt niet heeft ingeademd via de inhalator. De patiënt dient
geïnstrueerd te worden dat hij/zij het beschermkapje van de inhalator alleen mag openen wanneer dat
nodig is. In het geval dat de patiënt de inhalator heeft geopend, maar niet heeft ingeademd en het
22
beschermkapje wordt gesloten, gaat de dosis terug naar het poederreservoir in de inhalator; de
volgende dosis kan op veilige wijze worden ingeademd.
Reinigen
Het is normaal gesproken niet nodig de inhalator schoon te maken. Patiënten mogen de inhalator na
gebruik schoonmaken met een droge doek of tissue, maar niet met water of andere vloeistoffen.
4.3
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Niet voor acuut gebruik
Dit geneesmiddel is niet geïndiceerd voor de behandeling van acute episodes van bronchospasme en
evenmin voor behandeling van een acute exacerbatie van de ziekte (d.w.z. als noodmedicatie).
Overgevoeligheid
Er zijn acute overgevoeligheidsreacties gemeld na toediening. Indien symptomen doen vermoeden dat
zich allergische reacties voordoen, met name angio-oedeem (waaronder problemen met ademen of
slikken, zwelling van tong, lippen en gezicht), urticaria of huiduitslag, moet de behandeling
onmiddellijk worden gestaakt en moet een alternatieve therapie worden ingesteld.
Paradoxale bronchospasmen
Er kunnen paradoxale bronchospasmen optreden met een onmiddellijke toename van piepen en
kortademigheid na de toediening. Dit dient direct te worden behandeld met een snelwerkende
inhaleerbare bronchusverwijder (noodmedicatie). De behandeling moet onmiddellijk worden gestopt,
de patiënt moet worden beoordeeld en indien nodig moet een alternatieve therapie worden ingesteld.
Verergering van de ziekte
Aanbevolen wordt om de behandeling niet abrupt te staken. Indien patiënten de behandeling niet
effectief vinden, dienen ze met de behandeling door te gaan maar medisch advies te vragen.
Toenemend gebruik van snelwerkende bronchusverwijders duidt op een achteruitgang van de
onderliggende aandoening en vraagt om een herbeoordeling van de behandeling. Plotselinge of
progressieve verslechtering van symptomen kan levensbedreigend zijn en de patiënt dient dan
dringend een medische beoordeling te ondergaan.
Cardiovasculaire effecten
Vanwege de aanwezigheid van een langwerkende bèta-2-agonist en een langwerkende
muscarineantagonist dient Trydonis met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met
hartritmestoornissen, met name een derdegraads atrioventriculair blok en tachyaritmieën (versnelde
en/of onregelmatige hartslag, waaronder atriumfibrillatie), idiopathische subvalvulaire aortastenose,
hypertrofische obstructieve cardiomyopathie, ernstige hartziekte (met name acuut myocardinfarct,
ischemische hartziekte, congestief hartfalen), occlusieve vaatziekten (met name arteriosclerose),
arteriële hypertensie en aneurysma.
Ook dient voorzichtigheid te worden betracht bij de behandeling van patiënten die verlenging van het
QTc-interval hebben of dit vermoedelijk hebben, (QTc > 450 milliseconden voor mannen of
> 470 milliseconden voor vrouwen), hetzij congenitaal hetzij geïnduceerd door geneesmiddelen.
Patiënten die de diagnose van de beschreven cardiovasculaire aandoeningen hadden, werden
uitgesloten van klinische onderzoeken met Trydonis.
23
Indien anesthesie met gehalogeneerde anesthetica wordt gepland, dient te worden gewaarborgd dat
Trydonis niet wordt toegediend gedurende ten minste 12 uur voor aanvang van de anesthesie, vanwege
het risico op cardiale aritmieën.
Voorzichtigheid is tevens vereist bij de behandeling van patiënten met thyreotoxicose, diabetes
mellitus, feochromocytoom en onbehandelde hypokaliëmie.
Pneumonie bij patiënten met COPD
Een toename van de incidentie van pneumonie, waaronder pneumonie waarvoor een
ziekenhuisopname nodig was, is waargenomen bij patiënten met COPD die inhalatiecorticosteroïden
kregen. Er zijn enkele aanwijzingen voor een toegenomen risico op pneumonie met een toenemende
steroïddosis, maar dit is niet overtuigend aangetoond in alle onderzoeken.
Er is geen overtuigend klinisch bewijs voor intra-klasseverschillen tussen inhalatiecorticosteroïden wat
betreft de omvang van het risico op pneumonie.
Artsen moeten alert blijven op de mogelijke ontwikkeling van pneumonie bij patiënten met COPD,
omdat de klinische kenmerken van dergelijke infecties een overlap vertonen met de symptomen van
COPD-exacerbaties.
Risicofactoren voor pneumonie bij patiënten met COPD zijn onder andere huidig rookgedrag, hogere
leeftijd, lage
body mass index
(BMI) en ernstig COPD.
Systemische effecten van corticosteroïden
Systemische effecten kunnen met elke inhalatiecorticosteroïde optreden, met name indien gedurende
lange tijd hoge doses worden voorgeschreven. De dagelijkse dosis Trydonis komt overeen met een
middelmatige dosis inhalatiecorticosteroïde. De kans dat deze effecten optreden, is met
inhalatiecorticosteroïden veel minder groot dan met orale corticosteroïden. Mogelijke systemische
effecten zijn onder meer: het syndroom van Cushing, gezichtskenmerken van het syndroom van
Cushing, bijniersuppressie, groeiretardatie, vermindering van de botmineraaldichtheid en, minder
vaak, een reeks van psychologische of gedragseffecten, zoals psychomotorische hyperactiviteit,
slaapstoornissen, angst, depressie of agressie (voornamelijk bij kinderen). Daarom is het belangrijk dat
de patiënt regelmatig opnieuw wordt beoordeeld).
Trydonis dient met voorzichtigheid te worden toegediend aan patiënten met actieve of latente
pulmonaire tuberculose en aan patiënten met schimmel- en virusinfecties van de luchtwegen.
Hypokaliëmie
Mogelijk ernstige hypokaliëmie kan voortvloeien uit therapie met een bèta-2-agonist. Dit kan tot
cardiovasculaire bijwerkingen leiden. Voorzichtigheid is met name geboden bij ernstig zieke
patiënten, omdat dit effect kan worden versterkt door hypoxie. Hypokaliëmie kan ook toenemen door
gelijktijdige behandeling met andere geneesmiddelen die hypokaliëmie kunnen induceren, zoals
xanthinederivaten, steroïden en diuretica (zie rubriek 4.5).
Bovendien is voorzichtigheid geboden wanneer meerdere snelwerkende bronchusverwijders worden
gebruikt. Aanbevolen wordt dat in zulke situaties de kaliumgehaltes in serum worden gecontroleerd.
Hyperglykemie
De inhalatie van formoterol kan een stijging van de bloedglucosegehaltes veroorzaken. Daarom moet
tijdens behandeling de bloedglucose worden gecontroleerd met inachtneming van vastgelegde
richtlijnen voor patiënten met diabetes.
24
Anticholinerg effect
Glycopyrronium moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met
nauwekamerhoekglaucoom, prostaathyperplasie of urineretentie. Patiënten moeten worden
geïnformeerd over de klachten en symptomen van acute nauwehoekglaucoom, dat de behandeling
moet worden gestaakt en dat ze onmiddellijk contact moeten opnemen met hun arts als zich een van
deze klachten of symptomen ontwikkelt.
Bovendien wordt, vanwege het anticholinerge effect van glycopyrronium, de langdurige gelijktijdige
toediening met andere geneesmiddelen die anticholinergica bevatten, niet aanbevolen (zie rubriek 4.5).
Patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis
Bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis, waaronder patiënten met nierfalen dat dialyse
vereist, met name indien dit gepaard gaat met een significante daling van het lichaamsgewicht, mag
Trydonis alleen worden gebruikt indien het verwachte voordeel opweegt tegen het mogelijke risico
(zie rubriek 5.2). Deze patiënten moeten worden gecontroleerd op mogelijke bijwerkingen.
Patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis
Bij patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis mag Trydonis alleen worden gebruikt indien het
verwachte voordeel opweegt tegen het mogelijke risico (zie rubriek 5.2). Deze patiënten moeten
worden gecontroleerd op mogelijke bijwerkingen.
Preventie van orofaryngeale infecties
Om het risico op orofaryngeale candida-infectie tot een minimum te beperken, moeten patiënten
worden geadviseerd om na inhalatie van de voorgeschreven dosis de mond te spoelen of te gorgelen
met water zonder het in te slikken of om de tanden te poetsen.
Visusstoornis
Visusstoornis kan worden gemeld bij systemisch en topisch gebruik van corticosteroïden. Indien een
patiënt symptomen ontwikkelt zoals wazig zien of andere visusstoornissen, dient te worden
overwogen de patiënt door te verwijzen naar een oogarts ter beoordeling van mogelijke oorzaken
waaronder cataract, glaucoom of zeldzame ziekten zoals centrale sereuze chorioretinopathie (CSCR)
die zijn gemeld na gebruik van systemische en topische corticosteroïden.
Lactosegehalte
Dit geneesmiddel bevat lactose.
Lactose bevat kleine hoeveelheden melkeiwitten, wat allergische reacties kan veroorzaken.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Farmacokinetische interacties
Aangezien glycopyrronium hoofdzakelijk via de nieren wordt uitgescheiden, kunnen zich interacties
voordoen met geneesmiddelen die invloed hebben op de uitscheidingsmechanismen van de nieren (zie
rubriek 5.2). Het remmende effect van organische kationtransporteiwitten (met gebruikmaking van
cimetidine als “probe”-remmer van de transporteiwitten OCT2 en MATE1) in de nieren op dispositie
van geïnhaleerd glycopyrronium duidde op een beperkte toename van zijn totale systemische
blootstelling (AUC
0-t
) met 16% en een lichte afname in renale klaring met 20% vanwege gelijktijdige
toediening van cimetidine.
Beclometason is minder afhankelijk van het CYP3A-metabolisme dan sommige andere
corticosteroïden, en in het algemeen zijn interacties onwaarschijnlijk; de mogelijkheid van
systemische effecten bij gelijktijdig gebruik van krachtige CYP3A-remmers (bijv. ritonavir, cobicistat)
25
kan echter niet worden uitgesloten en derhalve worden voorzichtigheid en passende controle
geadviseerd bij het gebruik van dergelijke geneesmiddelen.
Farmacodynamische interacties
Gerelateerd aan formoterol
Niet-cardioselectieve bètablokkers (waaronder oogdruppels) moeten worden vermeden bij patiënten
die formoterol voor inhalatie gebruiken. Als ze om dwingende redenen worden toegediend, zal het
effect van formoterol afnemen of verdwijnen.
Gelijktijdig gebruik van andere bèta-adrenerge geneesmiddelen kan potentieel aanvullende effecten
hebben; daarom is voorzichtigheid vereist wanneer andere bèta-adrenerge geneesmiddelen gelijktijdig
met formoterol worden voorgeschreven.
Gelijktijdige behandeling met kinidine, disopyramide, procaïnamide, antihistaminica,
monoamineoxidaseremmers, tricyclische antidepressiva en fenothiazines kan leiden tot een verlengd
QT-interval en tot een toename van het risico op ventriculaire aritmieën. Bovendien kunnen L-dopa,
L-thyroxine, oxytocine en alcohol leiden tot verminderde tolerantie van het hart met betrekking tot
bèta-2-sympathicomimetica.
Gelijktijdige behandeling met monoamineoxidaseremmers, waaronder geneesmiddelen met
vergelijkbare eigenschappen, zoals furazolidon en procarbazine, kan een versterkende werking hebben
op hypertensieve reacties.
Er is een verhoogd risico op aritmieën bij patiënten die gelijktijdige anesthesie met gehalogeneerde
koolwaterstoffen krijgen.
Gelijktijdige behandeling met xanthinederivaten, steroïden of diuretica kan een versterkende werking
hebben op het hypokaliëmische effect van bèta-2-agonisten (zie rubriek 4.4). Hypokaliëmie kan de
dispositie verhogen met betrekking tot aritmieën bij patiënten die worden behandeld met
digitalisglycosiden.
Gerelateerd aan glycopyrronium
De langdurige gelijktijdige toediening van Trydonis met andere geneesmiddelen die anticholinergica
bevatten, is niet onderzocht en wordt daarom niet aanbevolen (zie rubriek 4.4).
4.6
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van Trydonis bij zwangere
vrouwen.
Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken (zie rubriek 5.3). Van glucocorticoïden is bekend
dat ze effecten veroorzaken in de vroege fase van de zwangerschap, terwijl
bèta-2-sympathicomimetica, zoals formoterol tocolytische effecten hebben. Uit voorzorg heeft het
daarom de voorkeur het gebruik van Trydonis te vermijden tijdens de zwangerschap en tijdens de
baring.
Trydonis mag alleen tijdens de zwangerschap worden gebruikt als het voordeel voor de patiënt
opweegt tegen het mogelijke risico voor de foetus. Zuigelingen en pasgeborenen van moeders die
aanzienlijke doses krijgen, moeten worden opgevolgd voor bijniersuppressie.
26
Borstvoeding
Er zijn geen relevante klinische gegevens over het gebruik van Trydonis tijdens de borstvoeding bij de
mens.
Glucocorticoïden worden uitgescheiden in de moedermelk. Het is redelijk te veronderstellen dat
beclometasondipropionaat en zijn metabolieten ook worden uitgescheiden in de moedermelk.
Het is niet bekend of formoterol of glycopyrronium (met inbegrip van hun metabolieten) in de
moedermelk terechtkomen, maar ze zijn gedetecteerd in de melk van zogende dieren.
Anticholinergica, zoals glycopyrronium, kunnen borstvoeding onderdrukken.
Er moet worden besloten of borstvoeding moet worden gestaakt of dat behandeling met Trydonis moet
worden gestaakt dan wel niet moet worden ingesteld, waarbij het voordeel van borstvoeding voor het
kind en het voordeel van behandeling voor de vrouw in overweging moeten worden genomen.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen specifieke onderzoeken uitgevoerd met Trydonis met betrekking tot de veiligheid op de
vruchtbaarheid bij de mens. Uit dieronderzoek is verminderde vruchtbaarheid gebleken (zie
rubriek 5.3).
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Trydonis heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om
machines te bedienen.
4.8
Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
In een 4 weken durend onderzoek was het veiligheidsprofiel van Trydonis inhalatiepoeder
vergelijkbaar met het veiligheidsprofiel dat is waargenomen voor Trydonis aerosol.
De meest frequent gemelde bijwerkingen bij patiënten met COPD of astma met Trydonis aerosol zijn
respectievelijk dysfonie (0,3% en 1,5%) en orale candidiasis (0,8% en 0,3%), die doorgaans in
verband worden gebracht met inhalatiecorticosteroïden; spierspasmen (0,4% en 0,2%), die kunnen
worden toegeschreven aan de langwerkende bèta-2-agonist en een droge mond (0,4% en 0,5%), dat
een typisch anticholinerg effect is. Zo ook werd droge mond gemeld bij 2 patiënten (0,6%) met
Trydonis inhalatiepoeder. Bij astmatische patiënten bestaat de neiging tot clustervorming van de
bijwerkingen tijdens de eerste 3 maanden na het instellen van de behandeling en komen de
bijwerkingen minder vaak voor bij langduriger gebruik (na een behandeling van 6 maanden).
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
Bijwerkingen die in verband worden gebracht met
beclometasondipropionaat/formoterol/glycopyrronium die optraden tijdens klinische onderzoeken en
ervaring na het in de handel brengen, alsmede bijwerkingen die worden vermeld voor de in de handel
verkrijgbare afzonderlijke componenten, worden hieronder vermeld, onderverdeeld naar
systeem/orgaanklasse en frequentie.
De frequenties worden als volgt gedefinieerd: zeer vaak
(≥
1/10); vaak
(≥
1/100, < 1/10); soms
(≥
1/1.000, < 1/100); zelden
(≥
1/10.000, < 1/1.000); zeer zelden (< 1/10.000) en niet bekend (kan met
de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
27
Systeem/orgaanklasse
volgens MedDRA
Bijwerking
Pneumonie (bij COPD-patiënten), faryngitis,
orale candidiasis, urineweginfectie
1
,
nasofaryngitis
1
Griep
1
, orale schimmelinfectie, orofaryngeale
candidiasis, slokdarmcandidiasis, (oro)faryngitis
door schimmels, sinusitis
1
, rinitis
1
,
gastro-enteritis
1
, vulvovaginale candidiasis
1
Infectie van onderste luchtwegen (door
schimmels)
Granulocytopenie
1
Trombocytopenie
1
Dermatitis allergisch
1
Overgevoeligheidsreacties, waaronder erytheem,
oedeem van lippen, gezicht, ogen en farynx
Bijniersuppressie
1
Hypokaliëmie, hyperglykemie
Verminderde eetlust
Rusteloosheid
1
Psychomotorische hyperactiviteit
1
,
slaapstoornissen
1
, angst, depressie
1
, agressie
1
,
gedragsveranderingen (voornamelijk bij
kinderen)
1
Insomnia
Hoofdpijn
Tremor, duizeligheid, dysgeusie
1
, hypo-esthesie
1
Hypersomnie
Gezichtsvermogen wazig
1
(zie ook rubriek 4.4)
Glaucoom
1
, cataract
1
Otosalpingitis
1
Frequentie
Vaak
Infecties en parasitaire
aandoeningen
Soms
Zelden
Soms
Zeer zelden
Soms
Zelden
Zeer zelden
Soms
Zelden
Soms
Frequentie niet
bekend
Zelden
Vaak
Soms
Zelden
Frequentie niet
bekend
Zeer zelden
Soms
Soms
Zelden
Soms
Zelden
Vaak
Soms
Zelden
Zeer zelden
Soms
Soms
Zelden
Soms
Zeer zelden
Bloed- en
lymfestelselaandoeningen
Immuunsysteemaandoeningen
Endocriene aandoeningen
Voedings- en
stofwisselingsstoornissen
Psychische stoornissen
Zenuwstelselaandoeningen
Oogaandoeningen
Evenwichtsorgaan- en
ooraandoeningen
Atriumfibrillatie, elektrocardiogram QT
verlengd, tachycardie, tachyaritmie
1
,
hartkloppingen
Hartaandoeningen
Angina pectoris (stabiel
1
en onstabiel),
extrasystolen (ventriculair
1
en supraventriculair),
nodaal ritme, sinusbradycardie
Hyperemie
1
, overmatig blozen
1
, hypertensie
Bloedvataandoeningen
Extravasatie
Dysfonie
Astmatische crisis
1
, hoesten, productieve hoest
1
,
keelirritatie, bloedneus
1
, faryngeaal erytheem
Ademhalingsstelsel-, borstkas-
Paradoxaal bronchospasme
1
, exacerbatie van
en mediastinumaandoeningen
astma, orofaryngeale pijn, farynxontsteking,
droge keel
Dyspneu
1
Diarree
1
, droge mond, dysfagie
1
, nausea,
Maagdarmstelselaandoeningen dyspepsie
1
, branderig gevoel van de lippen
1
,
tandcariës
1
, (afteuze) stomatitis
Rash
1
, urticaria, pruritus, hyperhidrose
1
Huid- en
onderhuidaandoeningen
Angio-oedeem
1
Spierspasmen, myalgie, pijn in extremiteit
1
,
Skeletspierstelsel- en
skeletspierstelsel borstpijn
1
bindweefselaandoeningen
Groeivertraging
1
28
Systeem/orgaanklasse
volgens MedDRA
Nier- en
urinewegaandoeningen
Algemene aandoeningen en
toedieningsplaatsstoornissen
Bijwerking
Dysurie, urineretentie, nefritis
1
Vermoeidheid
1
Asthenie
Oedeem perifeer
1
C-reactief proteïne verhoogd
1
,
bloedplaatjestelling verhoogd
1
, vrije vetzuren
verhoogd
1
, bloedinsuline verhoogd
1
,
bloedketonlichaam verhoogd
1
, cortisol verlaagd
1
Bloeddruk verhoogd
1
, bloeddruk verlaagd
1
Botdichtheid verlaagd
1
Frequentie
Zelden
Soms
Zelden
Zeer zelden
Soms
Zelden
Zeer zelden
Onderzoeken
Bijwerkingen gemeld in de SPC van ten minste een van de afzonderlijke componenten, maar niet waargenomen
als bijwerkingen in de klinische ontwikkeling van Trydonis
1
Van de waargenomen bijwerkingen treden de volgende doorgaans op bij:
Beclometasondipropionaat
Pneumonie, orale schimmelinfecties, infectie van de onderste luchtwegen door schimmels, dysfonie,
keelirritatie, hyperglykemie, psychische stoornissen, cortisol verlaagd, wazig zien.
Formoterol
Hypokaliëmie, hyperglykemie, tremor, hartkloppingen, spierspasmen, elektrocardiogram QT verlengd,
bloeddruk verhoogd, bloeddruk verlaagd, atriumfibrillatie, tachycardie, tachyaritmie, angina pectoris
(stabiel en instabiel), ventriculaire extrasystolen, nodaal ritme.
Glycopyrronium
Glaucoom, atriumfibrillatie, tachycardie, hartkloppingen, een droge mond, tandcariës, dysurie,
urineretentie, urineweginfectie.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op
deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden
gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen
te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in
aanhangsel V.
4.9
Overdosering
Een overdosering van Trydonis kan klachten en symptomen veroorzaken die het gevolg zijn van de
werking van de afzonderlijke componenten, waaronder degene die worden waargenomen bij
overdosering van andere bèta-2-agonisten of anticholinergica en overeenstemmen met de bekende
effecten van de klasse van inhalatiecorticosteroïden (zie rubriek 4.4). Indien overdosering voorkomt,
moeten de symptomen van de patiënt worden behandeld en zo nodig worden opgevolgd met passende
controle.
5.
5.1
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: geneesmiddelen voor obstructieve luchtwegaandoeningen,
adrenergica in combinatie met anticholinergica, waaronder tripeltherapie met corticosteroïden.
ATC-code: R03AL09.
29
Werkingsmechanisme en farmacodynamische effecten
Trydonis bevat beclometasondipropionaat, formoterol en glycopyrronium (BDP/FF/G) in een
formulering van een droog poeder dat een extrafijne aerosol met extrafijne deeltjes oplevert en
gelijktijdige afgifte van de drie componenten. De aerosoldeeltjes van Trydonis zijn gemiddeld veel
kleiner dan de deeltjes die worden afgegeven bij niet-extrafijne formuleringen. Voor
beclometasondipropionaat leidt dit tot een sterker effect dan bij formuleringen met een niet-extrafijne
deeltjesgrootteverdeling (100 microgram extrafijn beclometasondipropionaat in Trydonis komt
overeen met 250 microgram beclometasondipropionaat in een niet-extrafijne formulering).
Beclometasondipropionaat
Beclometasondipropionaat gegeven als inhalatie bij de aanbevolen doses heeft een
ontstekingsremmende glucocorticoïde werking in de longen. Glucocorticoïden worden veelvuldig
gebruikt voor de onderdrukking van een ontsteking bij chronische ontstekingsziekten van de
luchtwegen. Hun werking wordt gemedieerd door de binding aan glucocorticoïde receptoren in het
cytoplasma, resulterend in de verhoogde transcriptie van genen die coderen voor anti-inflammatoire
proteïnen.
Formoterol
Formoterol is een selectieve bèta-2-adrenerge agonist die de gladde spieren van de bronchiën ontspant
bij patiënten met een omkeerbare obstructie van de luchtwegen. Het bronchodilaterende effect treedt
snel in, binnen 1-3 minuten na inhalatie en duurt 12 uur na een enkelvoudige dosis.
Glycopyrronium
Glycopyrronium is een langwerkende muscarinereceptorantagonist (anticholinergicum) met hoge
affiniteit die wordt gebruikt voor inhalatie als luchtwegverwijdende behandeling. Glycopyrronium
oefent een werking uit door de bronchoconstrictieve werking van acetylcholine op de gladde
spiercellen van de luchtwegen te blokkeren, waardoor de luchtwegen verwijden.
Glycopyrroniumbromide is een muscarinereceptorantagonist met hoge affiniteit met een selectiviteit
die meer dan het 4-voud is van de humane M3-receptoren ten opzichte van de humane M2-receptor,
zoals is bewezen.
Klinische werkzaamheid en veiligheid
Trydonis inhalatiepoeder
Het ontwikkelingsprogramma van Trydonis inhalatiepoeder werd uitgevoerd met BDP/FF/G 88/5/9 en
bestond uit één 4 weken durend onderzoek naar non-inferioriteit. Onderzoek TRI-D was een
multicenter, gerandomiseerd, dubbelblind, dubbeldummy, 3-wegs cross-overonderzoek met werkzame
controle ter vergelijking van 3 behandelingsperiodes van elk 4 weken met BDP/FF/G inhalatiepoeder,
BDP/FF/G aerosol of een combinatie met vaste doses beclometasondipropionaat en formoterol
100/6 microgram aerosol, die elk werden afgegeven als 2 inhalaties tweemaal daags, gescheiden door
een 2 weken durende wash-outperiode bij patiënten met stabiele, matige-tot-ernstige COPD. De
coprimaire werkzaamheidseindpunten waren de veranderingen ten opzichte van de uitgangssituatie in
FEV
1
AUC
0-12uur
genormaliseerd volgens tijd en in dalwaarde van FEV
1
na 24 uur op dag 28.
Effecten op de longfunctie
366 patiënten werden gerandomiseerd. Non-inferioriteit van BDP/FF/G inhalatiepoeder ten opzichte
van BDP/FF/G aerosol werd aangetoond voor beide coprimaire eindpunten, waarbij de ondergrenzen
van het betrouwbaarheidsinterval van de aangepaste gemiddelde verschillen boven de drempel van
-50 ml voor non-inferioriteit vielen: de aangepaste gemiddelde verschillen (95%-BI) waren -20 ml
(-35; -6) voor FEV
1
AUC
0-12uur
en 3 ml (-15; 20) voor de dalwaarde van FEV
1
na 24 uur op dag 28.
Zowel BDP/FF/G inhalatiepoeder als BDP/FF/G aerosol verbeterde de FEV
1
AUC
0-12uur
significant ten
opzichte van de combinatie met vaste doses van beclometasondipropionaat en formoterol aerosol met
respectievelijk 85 ml (95%-BI: 70; 99) en 105 ml (95%-BI: 90, 120) (p < 0,001 voor beide).
30
Inspiratoire flow
Een
open-label
onderzoek met placebo is uitgevoerd om na te gaan of de inspiratoire flow die door de
inhalator kon worden gegenereerd, niet werd beïnvloed door de leeftijd van de patiënt, de ziekte en de
ernst van de ziekte, en dat daardoor de activering en afgifte van de werkzame stoffen vanuit het
hulpmiddel bij alle patiënten kon worden bereikt. Het primaire eindpunt was het percentage patiënten
in elke leeftijdsgroep en ziektegroep die de inhalator konden activeren. Negenentachtig patiënten, in
het leeftijdsbereik van 5-84 jaar, waaronder patiënten met matig en ernstig astma (FEV
1
respectievelijk > 60% en
60% voorspeld) en patiënten met matige en ernstige COPD (FEV
1
respectievelijk
50% en < 50% voorspeld) namen aan het onderzoek deel. Alle patiënten, ongeacht de
leeftijd, de ziekte en de ernst van de ziekte, waren in staat voldoende inspiratoire flow te genereren om
de inhalator te activeren. In een aanvullend
open-label
onderzoek met placebo waren patiënten met
lichte tot ernstige COPD, ongeacht hun functionele beperking, in staat de inhalator effectief te
activeren en te gebruiken.
Trydonis aerosol
Het ontwikkelingsprogramma van Trydonis aerosol voor COPD werd uitgevoerd met BDP/FF/G
87/5/9 en bestond uit twee 52 weken durende onderzoeken met werkzame controle. Het
TRILOGY-onderzoek vergeleek BDP/FF/G met een vaste combinatie van 100/6 microgram
beclometasondipropionaat en formoterol twee inhalaties tweemaal daags (1.368 gerandomiseerde
patiënten). Het TRINITY-onderzoek vergeleek BDP/FF/G met 18 microgram tiotropium
inhalatiepoeder, harde capsule, één inhalatie eenmaal daags; bovendien werden effecten vergeleken
met een vrije tripeltherapie die bestond uit een vaste combinatie van 100/6 microgram
beclometasondipropionaat en formoterol (overeenkomend met een afgegeven dosis van
84,6/5,0 microgram) twee inhalaties tweemaal daags plus 18 microgram tiotropium inhalatiepoeder,
harde capsule, één inhalatie eenmaal daags (2.691 gerandomiseerde patiënten). In het
TRIBUTE-onderzoek werd BDP/FF/G vergeleken met een vaste combinatie van
indacaterol/glycopyrronium 85/43 microgram inhalatiepoeder, harde capsule, één inhalatie eenmaal
daags (1.532 gerandomiseerde patiënten).
Daling van exacerbaties van COPD
BDP/FF/G verlaagde de frequentie van matige/ernstige exacerbaties over een periode van 52 weken
met 23% vergeleken met een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol
(frequentie: 0,41
versus
0,53 voorvallen per patiënt/jaar; p = 0,005), met 20% vergeleken met
tiotropium (frequentie: 0,46
versus
0,57 voorvallen per patiënt/jaar; p = 0,003) en met 15% vergeleken
met een vaste combinatie van indacaterol en glycopyrronium (frequentie: 0,50
versus
0,59 voorvallen
per patiënt/jaar; p = 0,043). Er werden geen verschillen waargenomen wanneer BDP/FF/G werd
vergeleken met de vrije tripeltherapie bestaande uit een vaste combinatie beclometasondipropionaat en
formoterol plus tiotropium (frequentie van matige/ernstige exacerbaties: 0,46
versus
0,45 voorvallen
per patiënt/jaar).
Effecten op de longfunctie
Vergeleken met een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol verbeterde
BDP/FF/G de FEV
1
vóór de dosis met 71 ml na 28 dagen, met 81 ml na een behandeling van
26 weken en met 63 ml na een behandeling van 52 weken. Vergeleken met tiotropium verbeterde
BDP/FF/G de FEV
1
vóór de dosis met 51 ml na een behandeling van 26 weken en met 61 ml na een
behandeling van 52 weken. Deze verbeteringen waren statistisch significant (p < 0,001). Vergeleken
met een vaste combinatie van indacaterol en glycopyrronium verbeterde BDP/FF/G de gemiddelde
FEV
1
vóór de dosis over de behandelingsperiode van 52 weken met 22 ml (p = 0,018). Vergelijkbare
verbeteringen werden waargenomen op week 26 en 52, hoewel deze niet statistisch significant waren.
Er werden geen verschillen waargenomen wanneer BDP/FF/G werd vergeleken met de vrije
tripeltherapie bestaande uit een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol plus
tiotropium (verschil van 3 ml in FEV
1
vóór de dosis na een behandeling van 52 weken).
Symptomatische uitkomsten
BDP/FF/G was statistisch significant superieur ten opzichte van een vaste combinatie van
beclometasondipropionaat en formoterol, ten opzichte van tiotropium, en ten opzichte van een vaste
31
combinatie van indacaterol en glycopyrronium met betrekking tot een verbetering in de kwaliteit van
leven (gemeten aan de hand van de
Saint George Respiratory Questionnaire,
SGRQ - totale score).
Pediatrische patiënten
Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten af te zien van de verplichting voor de fabrikant
om de resultaten in te dienen van onderzoek met Trydonis in alle subgroepen van pediatrische
patiënten met COPD (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).
5.2
Farmacokinetische eigenschappen
Trydonis – vaste combinatie
De farmacokinetiek van beclometasondipropionaat (en zijn actieve metaboliet
beclometason-17-monopropionaat), formoterol en glycopyrroniumbromide is onderzocht in een
farmacokinetisch onderzoek dat is uitgevoerd bij gezonde proefpersonen, waarbij Trydonis
inhalatiepoeder werd vergeleken met de formulering van een aerosol, die beide
beclometasondipropionaat, formoterolfumaraat en glycopyrroniumbromide afgaven met een sterkte
van 100/6/12,5 µg/inhalatie (8 inhalaties komen overeen met een totale dosis van 800/48/100 µg). De
relatieve totale systemische blootstelling werd beoordeeld zonder het gebruik van koolblokkade om de
werkzame stof geabsorbeerd uit zowel de longen als uit het maagdarmkanaal te beoordelen, terwijl de
relatieve beschikbaarheid in de longen werd onderzocht door gebruik te maken van een koolblokkade
om absorptie van de werkzame stof uit het maagdarmkanaal uit te sluiten.
Beclometasondipropionaat werd snel geabsorbeerd en toonde 10 minuten na de dosis een piek in
plasmaconcentratie voor zowel Trydonis inhalatiepoeder als Trydonis aerosol. Toediening van het
inhalatiepoeder leidde tot een stijging van de totale systemische blootstelling (1,2-voudig voor C
max
en
2,4-voudig voor AUC
0-t
) en de beschikbaarheid in de longen (1,3-voudig voor C
max
en 2,5-voudig voor
AUC
0-t
) in vergelijking met de aerosol. Beclometason-17-monopropionaat werd snel gevormd en
vertoonde ongeveer 15-30 minuten na toediening van het geneesmiddel een piek in
plasmaconcentratie. Toediening van het inhalatiepoeder leidde tot een enigszins lagere totale
systemische blootstelling in vergelijking met de aerosol (-17% voor C
max
en -16% voor AUC
0-t
),
terwijl de beschikbaarheid in de longen overeenkwam voor AUC
0-t
, maar enigszins lager was voor
C
max
(-13%).
Formoterol werd snel geabsorbeerd en vertoonde 10 minuten na de dosis een piek in
plasmaconcentratie voor zowel het inhalatiepoeder als de aerosol. Toediening van het inhalatiepoeder
leidde tot een stijging van de totale systemische blootstelling (1,6-voudig voor C
max
en 1,2-voudig
voor AUC
0-t
) en de beschikbaarheid in de longen (1,8-voudig voor C
max
en 1,9-voudig voor AUC
0-t
) in
vergelijking met de aerosol.
Het farmacokinetische profiel van glycopyrroniumbromide werd gekenmerkt door een snelle absorptie
met 10 minuten na de dosis een piek in plasmaconcentratie voor zowel het inhalatiepoeder als de
aerosol. De totale systemische blootstelling was vergelijkbaar voor het inhalatiepoeder en de aerosol,
maar was 2,2-voudig hoger bij een beoordeling als maximumconcentratie. De beschikbaarheid in de
longen was hoger voor het inhalatiepoeder, met een 2,9-voudige stijging voor C
max
en een 1,2-voudige
stijging voor AUC
0-t
.
Effect van een nierfunctiestoornis
Systemische blootstelling (AUC
0-t
) aan beclometasondipropionaat, aan zijn metaboliet beclometason-
17-monopropionaat en aan formoterol werd niet beïnvloed door een lichte tot ernstige
nierfunctiestoornis. Voor glycopyrronium was er geen invloed bij proefpersonen met een lichte en
matige nierfunctiestoornis. Een stijging in totale systemische blootstelling tot het 2,5-voudige werd
echter waargenomen bij proefpersonen met een ernstige nierfunctiestoornis (glomerulaire
filtratiesnelheid lager dan 30 ml/min/1,73 m
2
), als gevolg van een significante daling van de
hoeveelheid die wordt uitgescheiden in urine (een daling met ongeveer 90% van de renale klaring van
glycopyrronium). Simulaties die zijn uitgevoerd met een farmacokinetisch model toonden aan dat,
zelfs bij extreme waarden van covariabelen (lichaamsgewicht minder dan 40 kg en gelijktijdige
glomerulaire filtratiesnelheid lager dan 27 ml/min/1,73 m²), blootstelling aan de werkzame stoffen van
32
Trydonis binnen ongeveer het 2,5-voudige bereik blijft vergeleken met de blootstelling in een typische
patiënt met mediane waarden van covariabelen.
Beclometasondipropionaat
Beclometasondipropionaat is een prodrug met zwakke bindingsaffiniteit voor
glucocorticoïdenreceptoren die wordt gehydrolyseerd via esterase-enzymen aan een actieve metaboliet
beclometason-17-monopropionaat, die een krachtigere topische activiteit tegen ontstekingen bezit in
vergelijking met de prodrug beclometasondipropionaat.
Absorptie, distributie en biotransformatie
Beclometasondipropionaat voor inhalatie wordt snel geabsorbeerd via de longen; voorafgaand aan
absorptie is er een uitgebreide conversie tot beclometason-17-monopropionaat via esterase-enzymen
die in de meeste weefsels worden aangetroffen. De systemische beschikbaarheid van de actieve
metaboliet is afkomstig van absorptie van de geïnhaleerde dosis via de longen (36%) en ingeslikte
dosis via het maag-darmkanaal. De biologische beschikbaarheid van het doorgeslikte
beclometasondipropionaat is verwaarloosbaar; presystemische conversie tot beclometason-
17-monopropionaat leidt er echter toe dat 41% van de dosis wordt geabsorbeerd als de actieve
metaboliet. Er is een nagenoeg lineaire toename in systemische blootstelling bij toename van de
geïnhaleerde dosis. De absolute biologische beschikbaarheid na inhalatie is ongeveer 2% en 62% van
de nominale dosis voor respectievelijk ongewijzigd beclometasondipropionaat en beclometason-
17-monopropionaat. Na intraveneuze dosering wordt de dispositie van beclometasondipropionaat en
zijn actieve metaboliet gekenmerkt door hoge plasmaklaring (respectievelijk 150 en 120 l/u), met een
klein distributievolume bij
steady state
voor beclometasondipropionaat (20 l) en een grotere
weefseldistributie voor zijn actieve metaboliet (424 l). Binding aan plasma-eiwit is matig hoog.
Eliminatie
Excretie via feces is de belangrijkste eliminatieroute van beclometasondipropionaat als polaire
metabolieten. De renale uitscheiding van beclometasondipropionaat en zijn metabolieten is
verwaarloosbaar. De terminale eliminatiehalfwaardetijden bedragen 0,5 uur en 2,7 uur voor
respectievelijk beclometasondipropionaat en beclometason-17-monopropionaat.
Patiënten met een leverfunctiestoornis
De farmacokinetiek van beclometasondipropionaat bij patiënten met een leverfunctiestoornis is niet
onderzocht, maar aangezien beclometasondipropionaat een zeer snel metabolisme ondergaat via
esterase-enzymen die aanwezig zijn in vocht in de darmen, serum, longen en lever en zo de meer
polaire producten beclometason-21-monopropionaat, beclometason-17-monopropionaat en
beclometason vormen, wordt niet verwacht dat een leverfunctiestoornis leidt tot een gewijzigde
farmacokinetiek en een gewijzigd veiligheidsprofiel van beclometasondipropionaat.
Formoterol
Absorptie en distributie
Na inhalatie wordt formoterol geabsorbeerd uit zowel de longen als het maag-darmkanaal. De fractie
van een geïnhaleerde dosis die is doorgeslikt na toediening met een inhalator met afgepaste dosis kan
variëren tussen 60% en 90%. Ten minste 65% van de fractie die is doorgeslikt, wordt uit het maag-
darmkanaal geabsorbeerd. Piekplasmaconcentraties van de ongewijzigde werkzame stof vinden binnen
0,5 tot 1 uur na orale toediening plaats. Binding van formoterol aan plasma-eiwit bedraagt 61-64%,
waarbij 34% aan albumine wordt gebonden. Er was geen verzadiging van binding in het
concentratiebereik dat met therapeutische doses wordt bereikt. De eliminatiehalfwaardetijd vastgesteld
na orale toediening bedraagt 2-3 uur. Absorptie van formoterol is lineair na inhalatie van 12 tot
96 microgram formoterol.
Biotransformatie
Formoterol wordt in grote mate gemetaboliseerd en de belangrijkste route houdt directe conjugatie in
bij de fenolhydroxylgroep. Glucuronidezuurconjugaat is niet actief. De tweede belangrijkste route
houdt O-demethylering in, waarna conjugatie plaatsvindt bij de fenol 2'-hydroxylgroep. De
33
cytochroom-P450-iso-enzymen CYP2D6, CYP2C19 en CYP2C9 spelen een rol bij de
O-demethylering van formoterol. De lever lijkt de belangrijkste plaats te zijn voor metabolisatie.
Formoterol heeft geen remmende werking op CYP450-enzymen bij therapeutisch relevante
concentraties.
Eliminatie
De cumulatieve uitscheiding van formoterol in urine na een enkele inhalatie van een droogpoeder
inhalator steeg evenredig in het dosisbereik van 12-96 microgram. Gemiddeld werd 8% en 25% van de
dosis uitgescheiden als respectievelijk ongewijzigd en totaal formoterol. Op basis van
plasmaconcentraties, gemeten na inhalatie van een enkele dosis van 120 microgram door 12 gezonde
proefpersonen, werd vastgesteld dat de gemiddelde terminale eliminatiehalfwaardetijd 10 uur bedroeg.
De (R,R)- en (S,S)-enantiomeren namen ongeveer respectievelijk 40% en 60% van ongewijzigde
werkzame stof, uitgescheiden in de urine, voor hun rekening. De relatieve hoeveelheid van de twee
enantiomeren bleef constant over het onderzochte dosisbereik en er was geen bewijs van relatieve
accumulatie van één enantiomeer ten opzichte van de andere na herhaalde toediening. Na orale
toediening (40 tot 80 microgram) werd bij gezonde proefpersonen 6% tot 10% van de dosis in urine
herwonnen als ongewijzigde werkzame stof; tot 8% van de dosis werd herwonnen als glucuronide. In
totaal wordt 67% van een orale dosis formoterol in de urine uitgescheiden (voornamelijk als
metabolieten) en de rest in de feces. De renale klaring van formoterol bedraagt 150 ml/min.
Patiënten met een leverfunctiestoornis
De farmacokinetiek van formoterol is niet onderzocht bij patiënten met een leverfunctiestoornis;
aangezien formoterol voornamelijk via het metabolisme van de lever wordt uitgescheiden, kan echter
een verhoogde blootstelling worden verwacht bij patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis.
Glycopyrronium
Absorptie en distributie
Glycopyrronium heeft een quaternaire ammoniumstructuur die zijn passage door biologische
membranen beperkt en voor een langzame, variabele en onvolledige absorptie uit het maag-
darmkanaal zorgt. Na inhalatie van glycopyrronium bedroeg de biologische beschikbaarheid in de
longen 10,5% (met inname van actieve kool), terwijl de absolute biologische beschikbaarheid 12,8%
bedroeg (zonder inname van actieve kool), hetgeen de beperkte absorptie uit het maag-darmkanaal
bevestigt en hetgeen erop duidt dat meer dan 80% van de systemische blootstelling aan
glycopyrronium afkomstig was van absorptie in de longen. Na herhaalde inhalatie van
tweemaaldaagse doses die varieerden van 12,5 tot 50 microgram via een aerosol bij COPD-patiënten,
vertoonde glycopyrronium een lineaire farmacokinetiek met weinig systemische accumulatie bij
steady state
(mediane accumulatieverhouding 2,2-2,5).
Het klaarblijkelijke distributievolume (V
z
) van geïnhaleerd glycopyrronium was toegenomen in
vergelijking met intraveneuze infusie (6.420 l
versus
323 l), hetgeen de langzamere eliminatie na
inhalatie weergeeft.
Biotransformatie
Het metabole patroon van glycopyrronium
in vitro
(levermicrosomen en hepatocyten bij mensen,
honden, ratten, muizen en konijnen) was vergelijkbaar bij de verschillende species; de belangrijkste
metabole reactie was de hydroxylering op de fenyl- of ciclopentylringen. CYP2D6 bleek het enige
enzym te zijn dat verantwoordelijk is voor het metabolisme van glycopyrronium.
Eliminatie
De gemiddelde eliminatiehalfwaardetijd van glycopyrronium bij gezonde vrijwilligers bedroeg
ongeveer 6 uur na intraveneuze injectie, terwijl die na inhalatie bij COPD-patiënten varieerde van 5 tot
12 uur bij
steady state.
Na een enkele intraveneuze injectie met glycopyrronium werd 40% van de
dosis binnen 24 uur uitgescheiden in de urine. Bij COPD-patiënten die herhaalde tweemaaldaagse
toedieningen kregen met geïnhaleerd glycopyrronium varieerde de fractie van de dosis die in urine
werd uitgescheiden van 13,0% tot 14,5% bij
steady state.
De gemiddelde renale klaring was
vergelijkbaar over de diverse geteste doses alsook na een enkele en herhaalde inhalatie (bereik
281-396 ml/min).
34
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Veiligheidsfarmacologie
In een inhalatieonderzoek bij met telemetrie gemeten honden, was het cardiovasculaire systeem een
belangrijk doelsysteem voor acute effecten van Trydonis (stijging van de hartslag, daling van de
bloeddruk, veranderingen in ECG bij hogere doses), effecten die waarschijnlijk voornamelijk verband
hielden met de bèta-2-adrenerge activiteit van formoterol en de antimuscarine activiteit van
glycopyrronium. Er was geen bewijs voor overmatig aanvullende effecten van de tripeltherapie in
vergelijking met de afzonderlijke componenten.
Toxiciteit bij herhaalde dosering
In onderzoeken met herhaalde inhalatiedosering met Trydonis bij ratten en honden die maximaal
13 weken duurden, hielden de belangrijkste waargenomen veranderingen verband met effecten op het
immuunsysteem (waarschijnlijk vanwege systemische, corticosteroïde effecten van
beclometasondipropionaat en zijn actieve metaboliet beclometason-17-monopropionaat) en op het
cardiovasculaire systeem (waarschijnlijk in verband met de bèta-2-adrenerge activiteit van formoterol
en de antimuscarine activiteit van glycopyrronium). Het toxicologische profiel van de tripeltherapie
was een weerspiegeling van de afzonderlijke werkzame componenten zonder relevante toename van
toxiciteit en zonder onverwachte bevindingen.
Reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit
Beclometasondipropionaat/beclometason-17-monopropionaat werd verantwoordelijk gehouden voor
effecten van reproductietoxiciteit bij ratten, zoals daling van het bevruchtingspercentage,
vruchtbaarheidsindex, vroege ontwikkelingsparameters van het embryo (verlies van implantatie),
vertraging in ossificatie en toegenomen incidentie van viscerale variaties, terwijl tocolytische en
antimuscarine effecten die werden toegeschreven aan de bèta-2-adrenerge activiteit van formoterol en
de antimuscarine activiteit van glycopyrronium, invloed hadden op drachtige ratten in de late fase van
de dracht en/of de vroege fase van zogen, hetgeen leidde tot verlies van jongen.
Genotoxiciteit
Genotoxiciteit van Trydonis is niet geëvalueerd, hoewel de afzonderlijke werkzame componenten
geen genotoxische activiteit vertoonden in de conventionele testsystemen.
Carcinogeniciteit
Onderzoek op het gebied van carcinogeniciteit is niet uitgevoerd met Trydonis. In een
inhalatieonderzoek van 104 weken naar de carcinogeniciteit bij ratten en een oraal onderzoek van
26 weken naar de carcinogeniciteit bij transgene Tg.rasH2-muizen vertoonde glycopyrroniumbromide
geen carcinogeen potentieel en gepubliceerde gegevens met betrekking tot onderzoeken op lange
termijn die zijn uitgevoerd met beclometasondipropionaat en formoterolfumaraat bij ratten duiden niet
op een klinisch relevant carcinogeen potentieel.
6.
6.1
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
Lijst van hulpstoffen
Lactosemonohydraat (kan melkeiwitten bevatten)
Magnesiumstearaat
35
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3
Houdbaarheid
21 maanden.
Na het openen van het zakje moet het geneesmiddel binnen 6 weken worden gebruikt en op een droge
plaats worden bewaard.
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25 °C.
De inhalator in de oorspronkelijke verpakking bewaren ter bescherming tegen vocht en pas vlak vóór
het eerste gebruik uit de zak nemen.
Voor de bewaarcondities van het geneesmiddel na opening, zie rubriek 6.3.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
De inhalator is een witte inhalator met een grijs beschermkapje voor het mondstuk en een teller voor
de inhalaties. De inhalator bestaat uit een omhulsel met venster waarin het aantal resterende inhalaties
wordt weergegeven en een geïntegreerd beschermkapje. Na opening legt het beschermkapje, dat ook
het mechanisme voor het tellen van de doses aanstuurt, een mondstuk bloot waardoor het
geneesmiddel wordt ingeademd.
Het omhulsel en het mondstuk zijn vervaardigd van acrylonitril-butadieen-styreen en het
beschermkapje is vervaardigd van polypropyleen.
De inhalator is verpakt in een thermisch gelaste zak van polyamide/aluminium/polyethyleen
(PA/Al/PE) of polyethyleen-tereftalaat/aluminium/polyethyleen (PET/Al/PE).
Verpakkingsgrootten:
Verpakking van 1 inhalator die 120 inhalaties bevat.
Meervoudige verpakking die 240 inhalaties (2 inhalatoren met elk 120 inhalaties) bevat.
Meervoudige verpakking die 360 inhalaties (3 inhalatoren met elk 120 inhalaties) bevat.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1274/006
EU/1/18/1274/007
EU/1/18/1274/008
36
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN
DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 26 april 2018
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau
http://www.ema.europa.eu.
37
BIJLAGE II
A.
B.
C.
FABRIKANTEN VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN
VAN LEVERING EN GEBRUIK
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE
HOUDER VAN DE HANDELSVERGUNNING MOETEN
WORDEN NAGEKOMEN
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET
BETREKKING TOT EEN VEILIG EN DOELTREFFEND
GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL
D.
38
A.
FABRIKANTEN VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE
Naam en adres van de fabrikanten verantwoordelijk voor vrijgifte
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via San Leonardo 96
43122 Parma
Italië
Chiesi SAS
2 rue des Docteurs Alberto et Paolo Chiesi
41260 La Chaussée Saint Victor
Frankrijk
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Gonzagagasse 16/16
1010 Wenen
Oostenrijk
In de gedrukte bijsluiter van het geneesmiddel moeten de naam en het adres van de fabrikant die
verantwoordelijk is voor vrijgifte van de desbetreffende batch zijn opgenomen.
B.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN LEVERING EN
GEBRUIK
Aan medisch voorschrift onderworpen geneesmiddel.
C.
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE HOUDER VAN DE
HANDELSVERGUNNING MOETEN WORDEN NAGEKOMEN
Periodieke veiligheidsverslagen
De vereisten voor de indiening van periodieke veiligheidsverslagen worden vermeld in de lijst met
Europese referentiedata (EURD-lijst), waarin voorzien wordt in artikel 107c, onder punt 7 van
Richtlijn 2001/83/EG en eventuele hieropvolgende aanpassingen gepubliceerd op het Europese
webportaal voor geneesmiddelen.
De vergunninghouder zal het eerste periodieke veiligheidsverslag voor dit geneesmiddel binnen
6 maanden na toekenning van de vergunning indienen.
D.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET BETREKKING TOT EEN VEILIG EN
DOELTREFFEND GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL
Risk Management Plan (RMP)
De vergunninghouder voert de verplichte onderzoeken en maatregelen uit ten behoeve van de
geneesmiddelenbewaking, zoals uitgewerkt in het overeengekomen RMP en weergegeven in
module 1.8.2 van de handelsvergunning, en in eventuele daaropvolgende overeengekomen
RMP-aanpassingen.
Een aanpassing van het RMP wordt ingediend:
op verzoek van het Europees Geneesmiddelenbureau;
steeds wanneer het risicomanagementsysteem gewijzigd wordt, met name als gevolg van het
beschikbaar komen van nieuwe informatie die kan leiden tot een belangrijke wijziging van de
39
bestaande verhouding tussen de voordelen en risico’s of nadat een belangrijke mijlpaal (voor
geneesmiddelenbewaking of voor beperking van de risico’s tot een minimum) is bereikt.
40
BIJLAGE III
ETIKETTERING EN BIJSLUITER
41
A. ETIKETTERING
42
GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD
OMDOOS VOOR ENKELE VERPAKKING
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 87/5/9 microgram aërosol, oplossing
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke afgegeven dosis bevat 87 microgram beclometasondipropionaat, 5 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram glycopyrronium.
Elke afgepaste dosis (de dosis vanaf het doseerventiel) bevat 100 microgram
beclometasondipropionaat, 6 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram
glycopyrronium.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: watervrije ethanol, zoutzuur, drijfgas: norfluraan.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Aërosol, oplossing.
1 spuitbus met
60 doses.
1 spuitbus met
120 doses.
1 spuitbus met
180 doses.
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Inhalatie.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
EXP
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
43
Spuitbus met 60 doses:
Na uitlevering:
Bewaren bij 25°C gedurende maximaal 2 maanden.
Spuitbus met 120 en 180 doses:
Na uitlevering:
Bewaren bij 25°C gedurende maximaal 4 maanden.
Datum van uitlevering
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Niet in de vriezer bewaren.
Niet blootstellen aan temperaturen hoger dan 50°C.
De spuitbus niet doorboren.
Vóór uitlevering:
Bewaren in de koelkast.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)
11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1274/001
EU/1/18/1274/002
EU/1/18/1274/003
13.
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
PARTIJNUMMER
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
44
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Trydonis 87/5/9 mcg
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
PC
SN
NN
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
45
GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD
OMDOOS VOOR MEERVOUDIGE VERPAKKING (met Blue Box)
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 87/5/9 microgram aerosol, oplossing
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke afgegeven dosis bevat 87 microgram beclometasondipropionaat, 5 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram glycopyrronium.
Elke afgepaste dosis (de dosis vanaf het doseerventiel) bevat 100 microgram
beclometasondipropionaat, 6 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram
glycopyrronium.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: watervrije ethanol, zoutzuur, drijfgas: norfluraan.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Aerosol, oplossing.
Meervoudige verpakking:
240 doses
(2 spuitbussen met elk 120 doses).
Meervoudige verpakking:
360 doses
(3 spuitbussen met elk 120 doses).
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Inhalatie.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
46
8.
EXP
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
Na uitlevering:
Bewaren beneden 25 °C gedurende maximaal 4 maanden.
Datum van uitlevering
Vermeld ook de datum van uitlevering op elke afzonderlijke verpakking.
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Niet in de vriezer bewaren.
Niet blootstellen aan temperaturen hoger dan 50 °C.
De spuitbus niet doorboren.
Vóór uitlevering:
Bewaren in de koelkast.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)
11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1274/004
EU/1/18/1274/005
13.
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
PARTIJNUMMER
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
47
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Trydonis 87/5/9 mcg
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
PC
SN
NN
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
48
GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD
INTERMEDIAIRE DOOS VAN MEERVOUDIGE VERPAKKING (ZONDER BLUE BOX)
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 87/5/9 microgram aërosol, oplossing
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke afgegeven dosis bevat 87 microgram beclometasondipropionaat, 5 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram glycopyrronium.
Elke afgepaste dosis (de dosis vanaf het doseerventiel) bevat 100 microgram
beclometasondipropionaat, 6 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram
glycopyrronium.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: watervrije ethanol, zoutzuur, drijfgas: norfluraan.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Aërosol, oplossing.
1 spuitbus met
120 doses.
Onderdeel van een meervoudige verpakking; kan niet afzonderlijk worden verkocht.
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Inhalatie.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
EXP
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
49
Na uitlevering:
Bewaren bij 25°C gedurende maximaal 4 maanden.
Datum van uitlevering
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Niet in de vriezer bewaren.
Niet blootstellen aan temperaturen hoger dan 50°C.
De spuitbus niet doorboren.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)
11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1274/004
EU/1/18/1274/005
13.
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
PARTIJNUMMER
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Trydonis 87/5/9 mcg
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
50
18.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
51
GEGEVENS DIE IN IEDER GEVAL OP PRIMAIRE KLEINVERPAKKINGEN MOETEN
WORDEN VERMELD
ALUMINIUM BUS
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
Trydonis 87/5/9 microgram
aërosol
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
Inhalatie
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
3.
EXP
4.
Lot
5.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
PARTIJNUMMER
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
60 doses
120 doses
180 doses
6.
OVERIGE
52
GEGEVENS DIE IN IEDER GEVAL OP PRIMAIRE KLEINVERPAKKINGEN MOETEN
WORDEN VERMELD
PLASTIC AANDRIJFDEEL
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
Trydonis 87/5/9 mcg
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
3.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
4.
PARTIJNUMMER
5.
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
6.
OVERIGE
53
GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD
OMDOOS VOOR ENKELE VERPAKKING
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 88/5/9 microgram inhalatiepoeder
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke afgegeven dosis bevat 88 microgram beclometasondipropionaat, 5 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram glycopyrronium.
Elke afgepaste dosis bevat 100 microgram beclometasondipropionaat, 6 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram glycopyrronium.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: lactosemonohydraat en magnesiumstearaat.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Inhalatiepoeder
1 NEXThaler-inhalator die
120 inhalaties bevat.
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Inhalatie.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
54
8.
EXP
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
Na het openen van het zakje moet het geneesmiddel binnen 6 weken worden gebruikt en op een droge
plaats worden bewaard.
Voor de patiënt: noteer de datum waarop u het zakje voor het eerst opent en plak dit etiket op de
onderkant van de inhalator.
[Ruimte voor het zelfklevend etiket, waarop de volgende tekst staat:]
Trydonis 88/5/9 Datum openen zakje: ../../..
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren beneden 25 °C.
De inhalator in de oorspronkelijke verpakking bewaren ter bescherming tegen vocht en pas vlak vóór
het eerste gebruik uit het zakje halen.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)
11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1274/006 (1 inhalator met 120 inhalaties)
13.
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
PARTIJNUMMER
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Trydonis 88/5/9 mcg inhalatiepoeder
55
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
PC
SN
NN
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
56
GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD
OMDOOS VOOR MEERVOUDIGE VERPAKKING (met Blue Box)
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 88/5/9 microgram inhalatiepoeder
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke afgegeven dosis bevat 88 microgram beclometasondipropionaat, 5 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram glycopyrronium.
Elke afgepaste dosis bevat 100 microgram beclometasondipropionaat, 6 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram glycopyrronium.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: lactosemonohydraat en magnesiumstearaat.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Inhalatiepoeder
Meervoudige verpakking:
240 inhalaties
(2 NEXThaler-inhalatoren met elk 120 inhalaties).
Meervoudige verpakking:
360 inhalaties
(3 NEXThaler-inhalatoren met elk 120 inhalaties).
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Inhalatie.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
EXP
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
Na het openen van het zakje moet het geneesmiddel binnen 6 weken worden gebruikt en op een droge
plaats worden bewaard.
57
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren beneden 25 °C.
De inhalator in de oorspronkelijke verpakking bewaren ter bescherming tegen vocht en pas vlak vóór
het eerste gebruik uit het zakje halen.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)
11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1274/007 (2 inhalatoren met elk 120 inhalaties)
EU/1/18/1274/008 (3 inhalatoren met elk 120 inhalaties)
13.
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
PARTIJNUMMER
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Trydonis 88/5/9 mcg inhalatiepoeder
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
58
18.
PC
SN
NN
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
59
GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD
INTERMEDIAIRE DOOS VAN MEERVOUDIGE VERPAKKING (ZONDER BLUE BOX)
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 88/5/9 microgram inhalatiepoeder
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke afgegeven dosis bevat 88 microgram beclometasondipropionaat, 5 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram glycopyrronium.
Elke afgepaste dosis bevat 100 microgram beclometasondipropionaat, 6 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram glycopyrronium.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: lactosemonohydraat en magnesiumstearaat.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Inhalatiepoeder
1 NEXThaler-inhalator die
120 inhalaties bevat.
Onderdeel van een meervoudige verpakking; kan niet afzonderlijk worden verkocht.
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Inhalatie.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
60
8.
EXP
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
Na het openen van het zakje moet het geneesmiddel binnen 6 weken worden gebruikt en op een droge
plaats worden bewaard.
Voor de patiënt: noteer de datum waarop u het zakje voor het eerst opent en plak dit etiket op de
onderkant van de inhalator.
[Ruimte voor het zelfklevend etiket, waarop de volgende tekst staat:]
Trydonis 88/5/9 Datum openen zakje: ../../..
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren beneden 25 °C.
De inhalator in de oorspronkelijke verpakking bewaren ter bescherming tegen vocht en pas vlak vóór
het eerste gebruik uit het zakje halen.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)
11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1274/007 (2 inhalatoren met elk 120 inhalaties)
EU/1/18/1274/008 (3 inhalatoren met elk 120 inhalaties)
13.
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR AFLEVERING
PARTIJNUMMER
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
61
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Trydonis 88/5/9 mcg inhalatiepoeder
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
18.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
62
GEGEVENS DIE OP DE INTERMEDIAIRE VERPAKKING MOETEN WORDEN
VERMELD
ZAK
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 88/5/9 microgram inhalatiepoeder
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: lactosemonohydraat en magnesiumstearaat.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Inhalatiepoeder
1 NEXThaler-inhalator die
120 inhalaties bevat.
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Inhalatie.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
EXP
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
Na het openen van het zakje moet het geneesmiddel binnen 6 weken worden gebruikt en op een droge
plaats worden bewaard.
63
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren beneden 25 °C.
De inhalator in de oorspronkelijke verpakking bewaren ter bescherming tegen vocht en pas vlak vóór
het eerste gebruik uit het zakje halen.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)
11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
13.
Lot
14.
PARTIJNUMMER
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
18.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
64
GEGEVENS DIE IN IEDER GEVAL OP PRIMAIRE KLEINVERPAKKINGEN MOETEN
WORDEN VERMELD
INHALATOR
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
Trydonis 88/5/9 mcg inhalatiepoeder
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
Inhalatie
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
3.
EXP
4.
Lot
5.
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
PARTIJNUMMER
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
120 inhalaties
6.
OVERIGE
65
B. BIJSLUITER
66
Bijsluiter: informatie voor de gebruiker
Trydonis 87 microgram/5 microgram/9 microgram aërosol, oplossing
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke
informatie in voor u.
-
Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
-
Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
-
Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan
schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.
-
Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die
niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Inhoud van deze bijsluiter
1.
Wat is Trydonis en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
3.
Hoe gebruikt u dit middel?
4.
Mogelijke bijwerkingen
5.
Hoe bewaart u dit middel?
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
1.
Wat is Trydonis en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Trydonis is een geneesmiddel dat helpt bij het ademhalen en dat de volgende drie werkzame stoffen
bevat:
beclometasondipropionaat,
formoterolfumaraatdihydraat en
glycopyrronium.
Beclometasondipropionaat behoort tot een groep van geneesmiddelen die corticosteroïden worden
genoemd en een werking hebben waardoor de zwelling en irritatie in uw longen verminderen.
Formoterol en glycopyrronium zijn geneesmiddelen die langwerkende luchtwegverwijders
(bronchusverwijders) worden genoemd. Ze werken op verschillende manieren waardoor de spieren in
uw luchtwegen ontspannen. Ze helpen de luchtwegen wijder open te maken, waardoor u
gemakkelijker kunt ademen.
Regelmatige behandeling met deze drie werkzame stoffen helpt symptomen (zoals kortademigheid,
een piepende ademhaling en hoest) te verlichten en te voorkomen bij volwassen patiënten met
chronische obstructieve longziekte (COPD). Trydonis kan exacerbaties (verergering) van symptomen
van COPD verminderen. COPD is een ernstige, langdurige ziekte waarbij de luchtwegen geblokkeerd
raken en luchtzakken in de longen beschadigd raken, wat leidt tot een moeilijke ademhaling.
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
67
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Trydonis wordt gebruikt als onderhoudsbehandeling voor uw COPD. Gebruik dit geneesmiddel niet
voor de behandeling van een plotselinge aanval van ademnood of een piepende ademhaling.
Als uw ademhaling verslechtert:
Als uw kortademigheid of piepende ademhaling (ademen met een piepend geluid) verergert, net na
inhalatie van uw geneesmiddel, moet u het gebruik van de inhalator met Trydonis stopzetten en uw
snelwerkende inhalator met noodmedicatie gebruiken. U moet onmiddellijk contact opnemen met uw
arts. Uw arts zal uw symptomen evalueren en kan u zo nodig laten starten met een andere behandeling.
Zie ook rubriek 4 ‘Mogelijke bijwerkingen’.
Als uw COPD verergert:
Als uw symptomen verergeren of moeilijk onder controle zijn te krijgen (bijv. als u een afzonderlijke
inhalator met noodmedicatie vaker gebruikt) of als uw noodmedicatie uw symptomen niet verbetert,
neem dan onmiddellijk contact op met uw arts. Het is mogelijk dat uw COPD verergert en dat uw arts
een andere behandeling moet voorschrijven.
Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit middel gebruikt:
als u hartproblemen heeft, zoals angina pectoris (hartkramp, pijn op de borst), een recente
hartaanval (myocardinfarct), hartfalen, een vernauwing van de slagaders rond uw hart
(coronaire hartziekte), ziekte van uw hartkleppen of een andere afwijking van uw hart, of als u
een aandoening heeft die hypertrofische obstructieve cardiomyopathie (ook wel afgekort tot
HOCM, een aandoening waarbij de hartspier een afwijking vertoont) wordt genoemd.
als u hartritmestoornissen heeft, zoals een onregelmatige hartslag, een snelle pols of
hartkloppingen of als u is verteld dat uw hartfilmpje (ECG) afwijkend is.
als u een vernauwing van de slagaders heeft (ook arteriosclerose genoemd), als u een hoge
bloeddruk heeft of als u een aneurysma (abnormale uitpuiling van de bloedvatwand) heeft.
als u een overactieve schildklier heeft.
als u een laag kaliumgehalte in het bloed heeft (hypokaliëmie). De combinatie van Trydonis met
sommige andere geneesmiddelen voor COPD of geneesmiddelen, zoals diuretica
(geneesmiddelen waardoor het lichaam water verliest, voor de behandeling van een
hartaandoening of hoge bloeddruk) kan een plotselinge daling in het kaliumgehalte in uw bloed
veroorzaken. Daarom is het mogelijk dat uw arts van tijd tot tijd de kaliumgehaltes in uw bloed
zal willen meten.
als u een aandoening van uw lever of nieren heeft.
als u diabetes heeft. Hoge doses formoterol kunnen uw bloedglucose doen stijgen en daarom is
het mogelijk dat u extra bloedtests moet ondergaan om uw bloedsuiker te controleren wanneer u
dit geneesmiddel gaat gebruiken en van tijd tot tijd tijdens de behandeling.
als u een tumor van de bijnieren heeft (ook feochromocytoom genoemd).
als u een verdovend middel (anestheticum) moet krijgen. Afhankelijk van het type anestheticum
kan het nodig zijn om ten minste 12 uur vóór de anesthesie met het gebruik van Trydonis te
stoppen.
68
als u wordt behandeld of ooit bent behandeld voor tuberculose (tbc) of als u een infectie van de
borst heeft.
als u een oogaandoening heeft die nauwekamerhoekglaucoom wordt genoemd.
als u moeilijk kunt plassen.
als u een infectie van de mond of keel heeft.
Als een van de hierboven vermelde situaties op u van toepassing is, vertel het dan uw arts voordat u
Trydonis gebruikt.
Als u medische problemen of allergieën heeft of heeft gehad of als u twijfelt of u Trydonis kunt
gebruiken, neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u de inhalator gebruikt.
Als u al Trydonis gebruikt
Als u Trydonis of hoge doses inhalatiecorticosteroïden gebruikt gedurende lange periodes en u stress
krijgt (bijv. opname in het ziekenhuis na een ongeval, het oplopen van ernstig letsel of voorafgaand
aan een operatie), is het mogelijk dat u meer van dit geneesmiddel nodig heeft. In een dergelijke
situatie is het mogelijk dat uw arts uw dosis corticosteroïden moet verhogen om de stress aan te
kunnen en is het mogelijk dat uw arts ze als tabletten of injecties voorschrijft.
Neem contact op met uw arts als u last heeft van wazig zien of andere visuele stoornissen.
Kinderen en jongeren tot 18 jaar
Geef dit geneesmiddel niet aan kinderen en jongeren onder de 18 jaar.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast Trydonis nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de
mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw
arts of apotheker. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die vergelijkbaar zijn met Trydonis en worden
gebruikt voor uw longaandoening.
Sommige geneesmiddelen kunnen de effecten van Trydonis vergroten en het kan zijn dat uw arts u
nauwlettend wil controleren als u deze geneesmiddelen (waaronder enkele geneesmiddelen voor hiv:
ritonavir, cobicistat) gebruikt.
Gebruik dit geneesmiddel niet met een bètablokker
(wordt gebruikt voor de behandeling van
bepaalde hartproblemen, zoals angina pectoris, of voor het verlagen van de bloeddruk), tenzij uw arts
een bètablokker heeft gekozen die geen invloed heeft op uw ademhaling. Bètablokkers (waaronder
bètablokker in oogdruppels) kunnen de effecten van formoterol verminderen of ertoe leiden dat het
helemaal niet werkzaam is. Anderzijds kan het gebruik van andere bèta-2-agonistgeneesmiddelen
(geneesmiddelen die op dezelfde manier werken als formoterol) de effecten van formoterol juist
versterken.
Trydonis gebruiken in combinatie met:
geneesmiddelen voor de behandeling van
- abnormale hartritmes (kinidine, disopyramide, procaïnamide),
- allergische reacties (antihistaminica),
- symptomen van depressie of psychische stoornissen, zoals monoamineoxidaseremmers
(bijvoorbeeld fenelzine en isocarboxazide), tricyclische antidepressiva (bijvoorbeeld
amitriptyline en imipramine), fenothiazines
kan bepaalde veranderingen van het elektrocardiogram (ECG, hartfilmpje) veroorzaken. Tevens
kunnen ze het risico op hartritmestoornissen (ventriculaire aritmieën) vergroten.
geneesmiddelen voor de behandeling van de ziekte van Parkinson (levodopa), voor de
behandeling van een te weinig actieve schildklier (levothyroxine), geneesmiddelen die
69
oxytocine bevatten (waardoor de baarmoeder gaat samentrekken) en alcohol kan leiden tot een
grotere kans op bijwerkingen van formoterol op het hart.
monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers), waaronder geneesmiddelen met eigenschappen
die te vergelijken zijn met die van furazolidon en procarbazine, die worden gebruikt voor de
behandeling van psychische stoornissen kan een stijging van de bloeddruk veroorzaken.
geneesmiddelen voor de behandeling van een hartaandoening (digoxine) kan een daling van het
kaliumgehalte in uw bloed veroorzaken. Hierdoor stijgt mogelijk de kans op abnormale
hartritmes.
andere geneesmiddelen die worden gebruikt voor de behandeling van COPD (theofylline,
aminofylline of corticosteroïden) en diuretica kan ook een daling van uw kaliumgehalte
veroorzaken.
sommige anesthetica kan leiden tot een verhoogd risico op abnormale hartritmes.
disulfiram, een geneesmiddel dat wordt gebruikt bij de behandeling van personen met
alcoholisme (drankproblemen) of metronidazol, een antibioticum voor de behandeling van een
infectie in uw lichaam kan bijwerkingen veroorzaken (bijv. misselijkheid, braken, maagpijn)
vanwege de kleine hoeveelheid alcohol in Trydonis.
Zwangerschap en borstvoeding
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan
contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.
U mag Trydonis alleen tijdens de zwangerschap gebruiken als uw arts u dat heeft geadviseerd. Het
heeft de voorkeur het gebruik van Trydonis tijdens de bevalling te vermijden vanwege de remmende
effecten van formoterol op de samentrekkingen van de baarmoeder.
U mag Trydonis tijdens de borstvoeding niet gebruiken. U en uw arts moeten besluiten of
borstvoeding moet worden gestaakt of dat behandeling met Trydonis moet worden gestaakt dan wel
niet moet worden ingesteld, waarbij het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van
behandeling voor u in overweging moeten worden genomen.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Het is onwaarschijnlijk dat Trydonis invloed heeft op uw rijvaardigheid of op uw vermogen om
machines te bedienen.
3.
Hoe gebruikt u dit middel?
Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over
het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Volwassenen
De aanbevolen dosering is twee inhalaties in de ochtend en twee inhalaties in de avond.
Als u denkt dat het geneesmiddel niet erg werkzaam is, moet u contact opnemen met uw arts.
Als u eerder een andere inhalator heeft gebruikt die beclometasondipropionaat bevat, vraag dan advies
aan uw arts, want de effectieve dosis beclometasondipropionaat in Trydonis voor de behandeling van
COPD kan lager zijn dan die van sommige andere inhalatoren.
Toedieningsweg
Trydonis is bedoeld voor inhalatie (inademen).
U moet het geneesmiddel inhaleren via uw mond, waardoor het geneesmiddel rechtstreeks naar uw
longen gaat.
70
Dit geneesmiddel zit in een spuitbus die in een plastic aandrijfdeel (inhalator) met mondstuk zit.
Trydonis is verkrijgbaar in drie busgrootten:
een bus die 60 doses geeft
een bus die 120 doses geeft
een bus die 180 doses geeft
Als u een bus met 60 doses of 120 doses voorgeschreven heeft gekregen
Op de achterkant van de inhalator bevindt zich een teller die aangeeft hoeveel doses er nog in de bus
zitten. Telkens als u op de spuitbus drukt, wordt een dosis met geneesmiddel vrijgegeven en telt de
teller met één af. Zorg ervoor dat u de inhalator niet laat vallen, want hierdoor kan de teller aftellen.
Als u een bus met 180 doses voorgeschreven heeft gekregen
Op de achterkant van de inhalator bevindt zich een indicator die aangeeft hoeveel doses er nog in de
bus zitten. Telkens als u op de spuitbus drukt, wordt een dosis met geneesmiddel vrijgegeven en draait
de dosisindicator een beetje. Het aantal dosis dat overblijft, wordt per 20 weergegeven. Zorg ervoor
dat u de inhalator niet laat vallen, want hierdoor kan de dosisindicator aftellen.
Uw inhalator testen
Voordat u de inhalator voor de eerste keer gebruikt, moet u uw inhalator testen om te controleren of de
inhalator goed werkt. Testen doet u als volgt.
1.
Afhankelijk van de voor u voorgeschreven busgrootte, moet u controleren of de dosisteller 61 of
121 weergeeft en of de dosisindicator 180 weergeeft.
2.
Verwijder de beschermdop van het mondstuk.
3.
Houd uw inhalator verticaal met het mondstuk aan de onderkant.
4.
Richt het mondstuk van u af en druk de spuitbus stevig in om één dosis af te geven.
5.
Controleer de dosisteller of de dosisindicator. Als u de inhalator voor de eerste keer heeft getest,
moet de teller het volgende weergeven:
60
- bij gebruik van de bus die
60 doses geeft
DOSIS-
TELLER
120
- bij gebruik van de bus die
120 doses geeft
DOSIS-
TELLER
180
- bij gebruik van de bus die
180 doses geeft
DOSIS-
INDICATOR
Hoe gebruikt u uw inhalator?
Ga staan of rechtop zitten bij het inhaleren.
BELANGRIJK: U mag de stappen 2 tot en met 5 niet te snel uitvoeren.
1.
2.
Verwijder de beschermdop van het mondstuk en controleer of het mondstuk schoon is en vrij
van stof en vuil.
Adem zo langzaam en diep mogelijk uit om uw longen leeg te maken.
71
3.
4.
5.
6.
Houd de inhalator rechtop met het mondstuk onderaan en plaats het mondstuk tussen de tanden
zonder erop te bijten. Plaats vervolgens de lippen rond het mondstuk, met de tong er plat onder.
Adem langzaam en diep door uw mond in tot uw longen zich met lucht hebben gevuld (dit duurt
ongeveer 4-5 seconden). Net nadat u bent begonnen met inademen, drukt u stevig op de
bovenkant van de spuitbus om één dosis af te geven.
Houd uw adem zo lang mogelijk in en haal het mondstuk tot slot uit uw mond en adem
langzaam uit. Niet in de inhalator uitademen.
Controleer of de dosisteller (60/120 dosis) met één heeft afgeteld of dat de dosisindicator
(180 dosis) een beetje is gedraaid.
Voor de tweede dosis houdt u de inhalator gedurende ongeveer een halve minuut rechtop en herhaalt u
vervolgens de stappen 2 tot en met 5.
Als u ziet dat er ‘nevel’ uit de bovenkant van de inhalator of uit uw mondhoeken komt, betekent dit
dat Trydonis niet n uw longen komt zoals de bedoeling is. Neem opnieuw een inhalatie volgens de
hierboven gegeven gebruiksaanwijzing, te beginnen vanaf stap 2.
Na gebruik plaatst u de beschermdop er weer op.
Om een schimmelinfectie in de mond en keel te voorkomen, moet u na ieder gebruik van de inhalator
uw mond spoelen of met water gorgelen zonder het door te slikken, of moet u uw tanden poetsen.
Wanneer een nieuwe inhalator halen?
Haal een nieuwe inhalator wanneer de teller of indicator het getal ‘20’ aangeeft. Gebruik de inhalator
niet meer als de teller of indicator het getal ‘0’ weergeeft, omdat de hoeveelheid van het geneesmiddel
die in de inhalator overblijft, mogelijk niet voldoende is om u een volledige dosis te geven.
Als u weinig grijpkracht heeft, is het misschien gemakkelijker om de inhalator met beide handen vast
te houden: houd het bovenste deel van de inhalator met beide wijsvingers vast en de onderkant met
beide duimen.
Als u moeite heeft om gelijktijdig in te ademen en de inhalator in te drukken, kunt u de AeroChamber
Plus-voorzetkamer gebruiken. Vraag uw arts of apotheker naar deze voorzetkamer.
Het is belangrijk dat u de bijsluiter van de AeroChamber Plus-voorzetkamer goed doorleest en dat u de
instructies over het gebruik en het schoonmaken van de AeroChamber Plus-voorzetkamer nauwkeurig
opvolgt.
Reiniging van de Trydonis-inhalator
U moet uw inhalator 1 keer per week reinigen.
1.
Verwijder de spuitbus niet uit de inhalator en gebruik geen water of andere vloeistoffen om uw
inhalator te reinigen.
2.
Verwijder de beschermdop van het mondstuk door die van uw inhalator te trekken.
3.
Veeg de binnen- en buitenkant van het mondstuk en de inhalator schoon met een schone, droge
doek of tissue.
4.
Plaats de dop weer op het mondstuk.
Heeft u te veel van dit middel gebruikt?
Het is belangrijk dat u uw dosis inneemt, zoals uw arts u adviseert. U mag uw voorgeschreven dosis
niet overschrijden zonder dit eerst met uw arts te hebben besproken.
Als u te veel Trydonis heeft gebruikt, kunnen bijwerkingen, zoals vermeld in rubriek 4, optreden.
Vertel het uw arts als u te veel Trydonis heeft gebruikt en als u een van deze symptomen heeft. Het is
mogelijk dat uw arts een aantal bloedtests wil doen.
Bent u vergeten dit middel te gebruiken?
Gebruik het zodra u eraan denkt. Als het bijna tijd is voor uw volgende dosis, neem dan niet de dosis
die u bent vergeten, maar alleen de volgende dosis op het juiste tijdstip. Verdubbel het aantal doses niet.
72
Als u stopt met het gebruik van dit middel
Het is belangrijk dat u Trydonis elke dag gebruikt. Stop niet met het gebruik van Trydonis en verlaag de
dosis niet, ook niet als u zich beter voelt of als u geen symptomen heeft. Als u dit toch wilt doen, neem
dan contact op met uw arts.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of
apotheker.
4.
Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen
daarmee te maken.
De kans bestaat dat kortademigheid en een piepende ademhaling verergeren net nadat u Trydonis heeft
gebruikt; dit wordt paradoxaal bronchospasme genoemd (komt voor bij minder dan 1 op de
1.000 gebruikers). Als dit zich voordoet, moet u stoppen met het gebruik van Trydonis en moet u
onmiddellijk uw snelwerkende noodmedicatie gebruiken om de kortademigheid en piepende
ademhaling te behandelen. U moet onmiddellijk contact opnemen met uw arts.
Vertel het uw arts onmiddellijk
als u allergische reacties heeft, zoals huidallergieën, netelroos, jeukende huid, huiduitslag (komt
voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers), roodheid van de huid, zwelling van de huid of
slijmvliezen, met name van de ogen, het gezicht, de lippen en de keel (komen voor bij minder
dan 1 op de 1.000 gebruikers).
als u last heeft van oogpijn of ongemak aan de ogen, tijdelijk wazig zicht, halo’s of gekleurde
beelden in het gezichtsveld die gepaard gaan met rode ogen. Dit kunnen tekenen zijn van een
acute aanval van nauwekamerhoekglaucoom (komen voor bij minder dan 1 op de
10.000 gebruikers).
Vertel het aan uw arts als u last krijgt van een van de volgende symptomen tijdens het gebruik van
Trydonis - dit kunnen symptomen van een longinfectie zijn (komen voor bij minder dan 1 op de
10 gebruikers):
koorts of koude rillingen
verhoogde productie van slijm, verandering van de kleur van het slijm
vaker hoesten of meer problemen met de ademhaling.
Mogelijke bijwerkingen worden hieronder vermeld volgens hun frequentie.
Vaak
(komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers):
keelpijn
loopneus of verstopte neus en niezen
schimmelinfecties van de mond. Onmiddellijk na inhalatie de mond spoelen of gorgelen met
water en de tanden poetsen kan helpen om deze bijwerkingen te voorkomen
heesheid
hoofdpijn
urineweginfectie.
73
Soms
(komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers):
griep
irritatie van de keel
ontsteking van de sinussen
bloedneus
jeukende of verstopte neus of loopneus
droge mond
schimmelinfecties van de keel of van de
diarree
slokdarm (oesofagus)
moeilijk kunnen slikken
schimmelinfecties van de vagina
misselijkheid
rusteloosheid
maagklachten
beven
maagklachten na de maaltijd
duizeligheid
branderig gevoel van de lippen
abnormale of verminderde smaak
tandcariës
gevoelloosheid
huiduitslag, netelroos, jeukende huid
ontsteking van het oor
ontsteking van het slijmvlies van de mond
met of zonder zweren
onregelmatige hartslag
wijzigingen in het elektrocardiogram
meer zweten
(hartfilmpje)
spierkrampen en pijn in spieren
ongewoon snelle hartslag en stoornissen
pijn in armen en benen
van het hartritme
pijn in spieren, botten of gewrichten van de
hartkloppingen (gevoel van abnormaal
borst
slaan van het hart)
vermoeidheid
rood worden van het gezicht
stijging van de bloeddruk
toegenomen bloedtoevoer naar bepaalde
daling van het gehalte van sommige
weefsels in het lichaam
bestanddelen van uw bloed: van bepaalde
hoesten en productieve hoest
witte bloedcellen die granulocyten worden
genoemd, van kalium of van cortisol
stijging van het gehalte van sommige
bestanddelen in uw bloed: glucose,
C-reactief proteïne, het aantal bloedplaatjes,
insuline, vrije vetzuren of ketonen.
Zelden
(komen voor bij minder dan 1 op de 1.000 gebruikers):
schimmelinfecties van de borstkas
lekken van bloed uit een bloedvat in de
omliggende weefsels
verminderde eetlust
daling van de bloeddruk
slaapstoornissen (te weinig of te lang
slapen)
zwakte
krampende of drukkende pijn op de borst
pijn achter in de mond en keel
gevoel dat de hartslag overslaat, ongewoon
ontsteking en roodheid van de keel
langzame hartslag
droge keel
pijn bij het plassen en frequent plassen
problemen en pijn bij het plassen
ontsteking van de nieren.
Zeer zelden
(komen voor bij minder dan 1 op de 10.000 gebruikers):
laag aantal van bepaalde bloedcellen die bloedplaatjes worden genoemd
gevoel van ademnood of kortademigheid
zwelling van de handen en voeten
groeivertraging bij kinderen en jongeren tot 18 jaar.
Niet bekend
(de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald):
wazig zien.
Het gebruik van een hoge dosis inhalatiecorticosteroïden gedurende een lange periode kan in
zeer zeldzame gevallen effecten op het lichaam veroorzaken:
problemen met de werking van uw bijnieren (bijniersuppressie)
daling van de botmineraaldichtheid (dunner worden van de botten)
74
troebel worden van de lens van uw ogen (cataract).
Trydonis bevat geen hoge dosis inhalatiecorticosteroïden, maar het is mogelijk dat uw arts van tijd tot
tijd de cortisolgehaltes in uw bloed wil meten.
Ook de volgende bijwerkingen kunnen zich voordoen met een hoge dosis inhalatiecorticosteroïden
wanneer ze gedurende een lange periode worden gebruikt, maar momenteel is de frequentie ervan niet
bekend (de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald):
depressie
gevoel van bezorgdheid, zenuwachtigheid, extreme opwinding of prikkelbaarheid.
De kans op deze voorvallen is groter bij kinderen.
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor
mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden
via het nationale meldsysteem zoals vermeld in
aanhangsel V.
Door bijwerkingen te melden, kunt u
ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
5.
Hoe bewaart u dit middel?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket
en de doos na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste
houdbaarheidsdatum.
Vóór uitlevering:
Bewaren in de koelkast (2°C-8°C).
Niet in de vriezer bewaren.
Niet blootstellen aan temperaturen hoger dan 50°C.
De spuitbus niet doorboren.
Spuitbus met 60 doses:
Spuitbus met 120 en 180 doses:
Na uitlevering mag de inhalator bij een temperatuur van
maximaal 25°C gedurende maximaal 2 maanden worden
bewaard.
Na uitlevering mag de inhalator bij een temperatuur van
maximaal 25°C gedurende maximaal 4 maanden worden
bewaard.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw
apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een
verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stoffen in dit middel zijn: beclometasondipropionaat, formoterolfumaraatdihydraat en
glycopyrronium.
Elke afgegeven dosis (de dosis die uit het mondstuk komt) bevat 87 microgram
beclometasondipropionaat, 5 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram
glycopyrronium (als 11 microgram glycopyrroniumbromide).
75
Elke afgepaste dosis (de dosis die uit het doseerventiel komt) bevat 100 microgram
beclometasondipropionaat, 6 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram
glycopyrronium (als 12,5 microgram glycopyrroniumbromide).
De andere stoffen in dit middel zijn watervrij ethanol, zoutzuur, drijfgas: norfluraan.
Hoe ziet Trydonis eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
Trydonis is een aërosol (vernevelaar), oplossing.
Trydonis wordt geleverd in een spuitbus (met aluminium coating), met een doseerventiel. De spuitbus
wordt in een plastic aandrijfdeel geplaatst. Die is voorzien van een mondstuk met een plastic
beschermdop en ofwel een dosisteller (bussen met 60 en 120 doses) of een dosisindicator (bussen met
180 doses).
Elke verpakking bevat één spuitbus met 60 doses, 120 doses of 180 doses. Er zijn ook meervoudige
verpakkingen met ofwel 2 of 3 spuitbussen met elk 120 doses.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
Fabrikanten:
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via San Leonardo 96
43122 Parma
Italië
Chiesi SAS
2 rue des Docteurs Alberto et Paolo Chiesi
41260 La Chaussée Saint Victor
Frankrijk
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Gonzagagasse 16/16
1010 Wenen
Oostenrijk
Neem voor alle informatie met betrekking tot dit geneesmiddel contact op met de lokale
vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen:
België/Belgique/Belgien
Chiesi sa/nv
Tél/Tel: + 32 (0)2 788 42 00
България
Chiesi Bulgaria EOOD
Teл.:
+ 359 29201205
Česká
republika
Chiesi CZ s.r.o.
Tel: + 420 261221745
Lietuva
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Tel: + 43 1 4073919
Luxembourg/Luxemburg
Chiesi sa/nv
Tél/Tel: + 32 (0)2 788 42 00
Magyarország
Chiesi Hungary Kft.
Tel.: + 36-1-429 1060
76
Danmark
Chiesi Pharma AB
Tlf: + 46 8 753 35 20
Deutschland
Chiesi GmbH
Tel: + 49 40 89724-0
Eesti
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Tel: + 43 1 4073919
Ελλάδα
Chiesi Hellas AEBE
Τηλ:
+ 30 210 6179763
España
Laboratorios BIAL, S.A.
Tel: + 34 91 562 41 96
France
Chiesi S.A.S.
Tél: + 33 1 47688899
Hrvatska
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Tel: + 43 1 4073919
Ireland
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Tel: + 39 0521 2791
Ísland
Chiesi Pharma AB
Sími: +46 8 753 35 20
Italia
Chiesi Italia S.p.A.
Tel: + 39 0521 2791
Κύπρος
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Τηλ:
+ 39 0521 2791
Latvija
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Tel: + 43 1 4073919
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in.
Andere informatiebronnen
Malta
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Tel: + 39 0521 2791
Nederland
Chiesi Pharmaceuticals B.V.
Tel: + 31 88 501 64 00
Norge
Chiesi Pharma AB
Tlf: + 46 8 753 35 20
Österreich
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Tel: + 43 1 4073919
Polska
Chiesi Poland Sp. z.o.o.
Tel.: + 48 22 620 1421
Portugal
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Tel: + 39 0521 2791
România
Chiesi Romania S.R.L.
Tel: + 40 212023642
Slovenija
Chiesi Slovenija d.o.o.
Tel: + 386-1-43 00 901
Slovenská republika
Chiesi Slovakia s.r.o.
Tel: + 421 259300060
Suomi/Finland
Chiesi Pharma AB
Puh/Tel: +46 8 753 35 20
Sverige
Chiesi Pharma AB
Tel: +46 8 753 35 20
United Kingdom (Northern Ireland)
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Tel: + 39 0521 2791
Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau:
http://www.ema.europa.eu.
77
Bijsluiter: informatie voor de gebruiker
Trydonis 88 microgram/5 microgram/9 microgram inhalatiepoeder
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke
informatie in voor u.
-
Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
-
Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
-
Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan
schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.
-
Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die
niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Inhoud van deze bijsluiter
1.
Wat is Trydonis en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
3.
Hoe gebruikt u dit middel?
4.
Mogelijke bijwerkingen
5.
Hoe bewaart u dit middel?
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
1.
Wat is Trydonis en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Trydonis is een geneesmiddel dat helpt bij het ademhalen en dat de volgende drie werkzame stoffen
bevat:
beclometasondipropionaat,
formoterolfumaraatdihydraat en
glycopyrronium.
Beclometasondipropionaat behoort tot een groep van geneesmiddelen die corticosteroïden worden
genoemd en een werking hebben waardoor de zwelling en irritatie in uw longen verminderen.
Formoterol en glycopyrronium zijn geneesmiddelen die langwerkende luchtwegverwijders
(bronchusverwijders) worden genoemd. Ze werken op verschillende manieren waardoor de spieren in
uw luchtwegen ontspannen. Ze helpen de luchtwegen wijder open te maken, waardoor u
gemakkelijker kunt ademen.
Regelmatige behandeling met deze drie werkzame stoffen helpt symptomen (zoals kortademigheid,
een piepende ademhaling en hoest) te verlichten en te voorkomen bij volwassen patiënten met
chronische obstructieve longziekte (COPD). Trydonis kan exacerbaties (verergering) van symptomen
van COPD verminderen. COPD is een ernstige, langdurige ziekte waarbij de luchtwegen geblokkeerd
raken en luchtzakken in de longen beschadigd raken, wat leidt tot een moeilijke ademhaling.
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
78
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Trydonis wordt gebruikt als onderhoudsbehandeling voor uw obstructieve longziekte. Gebruik dit
geneesmiddel niet voor de behandeling van een plotselinge aanval van ademnood of een piepende
ademhaling.
Als uw ademhaling verslechtert
Als uw kortademigheid of piepende ademhaling (ademen met een piepend geluid) verergert, net na
inhalatie van uw geneesmiddel, moet u het gebruik van de inhalator met Trydonis stopzetten en uw
snelwerkende inhalator met noodmedicatie gebruiken. U moet onmiddellijk contact opnemen met uw
arts. Uw arts zal uw symptomen evalueren en kan u zo nodig laten starten met een andere behandeling.
Zie ook rubriek 4 ‘Mogelijke bijwerkingen’.
Als uw longziekte verergert
Als uw symptomen verergeren of moeilijk onder controle zijn te krijgen (bijv. als u een afzonderlijke
inhalator met noodmedicatie vaker gebruikt) of als uw noodmedicatie uw symptomen niet verbetert,
neem dan onmiddellijk contact op met uw arts. Het is mogelijk dat uw longziekte verergert en dat uw
arts een andere behandeling moet voorschrijven.
Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit middel gebruikt:
als u hartproblemen heeft, zoals angina pectoris (hartkramp, pijn op de borst), een recente
hartaanval (myocardinfarct), hartfalen, een vernauwing van de slagaders rond uw hart
(coronaire hartziekte), ziekte van uw hartkleppen of een andere afwijking van uw hart, of als u
een aandoening heeft die hypertrofische obstructieve cardiomyopathie (ook wel afgekort tot
HOCM, een aandoening waarbij de hartspier een afwijking vertoont) wordt genoemd.
als u hartritmestoornissen heeft, zoals een onregelmatige hartslag, een snelle pols of
hartkloppingen of als u is verteld dat uw hartfilmpje (ECG) afwijkend is.
als u een vernauwing van de slagaders heeft (ook arteriosclerose genoemd), als u een hoge
bloeddruk heeft of als u een aneurysma (abnormale uitpuiling van de bloedvatwand) heeft.
als u een overactieve schildklier heeft.
als u een laag kaliumgehalte in het bloed heeft (hypokaliëmie). De combinatie van Trydonis met
sommige andere geneesmiddelen voor de longen of geneesmiddelen, zoals diuretica
(geneesmiddelen waardoor het lichaam water verliest, voor de behandeling van een
hartaandoening of hoge bloeddruk) kan een plotselinge daling in het kaliumgehalte in uw bloed
veroorzaken. Daarom is het mogelijk dat uw arts van tijd tot tijd de kaliumgehaltes in uw bloed
zal willen meten.
als u een aandoening van uw lever of nieren heeft.
als u diabetes heeft. Hoge doses formoterol kunnen uw bloedglucose doen stijgen en daarom is
het mogelijk dat u extra bloedtests moet ondergaan om uw bloedsuiker te controleren wanneer u
dit geneesmiddel gaat gebruiken en van tijd tot tijd tijdens de behandeling.
als u een tumor van de bijnieren heeft (ook feochromocytoom genoemd).
als u een verdovend middel (anestheticum) moet krijgen. Afhankelijk van het type anestheticum
kan het nodig zijn om ten minste 12 uur vóór de anesthesie met het gebruik van Trydonis te
stoppen.
79
als u wordt behandeld of ooit bent behandeld voor tuberculose (tbc) of als u een infectie van de
borst heeft.
als u een oogaandoening heeft die nauwekamerhoekglaucoom wordt genoemd.
als u moeilijk kunt plassen.
als u een infectie van de mond of keel heeft.
Als een van de hierboven vermelde situaties op u van toepassing is, vertel het dan uw arts voordat u
Trydonis gebruikt.
Als u medische problemen of allergieën heeft of heeft gehad of als u twijfelt of u Trydonis kunt
gebruiken, neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u de inhalator gebruikt.
Als u al Trydonis gebruikt
Als u Trydonis of hoge doses inhalatiecorticosteroïden gebruikt gedurende lange periodes en u stress
krijgt (bijv. opname in het ziekenhuis na een ongeval, het oplopen van ernstig letsel of voorafgaand
aan een operatie), is het mogelijk dat u meer van dit geneesmiddel nodig heeft. In een dergelijke
situatie is het mogelijk dat uw arts uw dosis corticosteroïden moet verhogen om de stress aan te
kunnen en is het mogelijk dat uw arts ze als tabletten of injecties voorschrijft.
Neem contact op met uw arts als u last heeft van wazig zien of andere visuele stoornissen.
Kinderen en jongeren tot 18 jaar
Geef dit geneesmiddel niet aan kinderen en jongeren onder de 18 jaar.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast Trydonis nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de
mogelijkheid dat u binnenkort andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of
apotheker. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die vergelijkbaar zijn met Trydonis en worden gebruikt
voor uw longaandoening.
Sommige geneesmiddelen kunnen de effecten van Trydonis vergroten en het kan zijn dat uw arts u
nauwlettend wil controleren als u deze geneesmiddelen (waaronder enkele geneesmiddelen voor hiv:
ritonavir, cobicistat) gebruikt.
Gebruik dit geneesmiddel niet met een bètablokker
(wordt gebruikt voor de behandeling van
bepaalde hartproblemen, zoals angina pectoris, of voor het verlagen van de bloeddruk), tenzij uw arts
een bètablokker heeft gekozen die geen invloed heeft op uw ademhaling. Bètablokkers (waaronder
bètablokker in oogdruppels) kunnen de effecten van formoterol verminderen of ertoe leiden dat het
helemaal niet werkzaam is. Anderzijds kan het gebruik van andere bèta-2-agonistgeneesmiddelen
(geneesmiddelen die op dezelfde manier werken als formoterol) de effecten van formoterol juist
versterken.
Trydonis gebruiken in combinatie met:
geneesmiddelen voor de behandeling van
- abnormale hartritmes (kinidine, disopyramide, procaïnamide),
- allergische reacties (antihistaminica),
- symptomen van depressie of psychische stoornissen, zoals monoamineoxidaseremmers
(bijvoorbeeld fenelzine en isocarboxazide), tricyclische antidepressiva (bijvoorbeeld
amitriptyline en imipramine), fenothiazines
kan bepaalde veranderingen van het elektrocardiogram (ECG, hartfilmpje) veroorzaken. Tevens
kunnen ze het risico op hartritmestoornissen (ventriculaire aritmieën) vergroten.
geneesmiddelen voor de behandeling van de ziekte van Parkinson (levodopa), voor de
behandeling van een te weinig actieve schildklier (levothyroxine), geneesmiddelen die
80
oxytocine bevatten (waardoor de baarmoeder gaat samentrekken) en alcohol kan leiden tot een
grotere kans op bijwerkingen van formoterol op het hart.
monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers), waaronder geneesmiddelen met eigenschappen
die te vergelijken zijn met die van furazolidon en procarbazine, die worden gebruikt voor de
behandeling van psychische stoornissen kan een stijging van de bloeddruk veroorzaken.
geneesmiddelen voor de behandeling van een hartaandoening (digoxine) kan een daling van het
kaliumgehalte in uw bloed veroorzaken. Hierdoor stijgt mogelijk de kans op abnormale
hartritmes.
andere geneesmiddelen die worden gebruikt voor de behandeling van obstructieve longziekte
(theofylline, aminofylline of corticosteroïden) en diuretica kan ook een daling van uw
kaliumgehalte veroorzaken.
sommige anesthetica kan leiden tot een verhoogd risico op abnormale hartritmes.
Zwangerschap en borstvoeding
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan
contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.
U mag Trydonis alleen tijdens de zwangerschap gebruiken als uw arts u dat heeft geadviseerd. Het
heeft de voorkeur het gebruik van Trydonis tijdens de bevalling te vermijden vanwege de remmende
effecten van formoterol op de samentrekkingen van de baarmoeder.
U mag Trydonis tijdens de borstvoeding niet gebruiken. U en uw arts moeten besluiten of
borstvoeding moet worden gestaakt of dat behandeling met Trydonis moet worden gestaakt dan wel
niet moet worden ingesteld, waarbij het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van
behandeling voor u in overweging moeten worden genomen.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Het is onwaarschijnlijk dat Trydonis invloed heeft op uw rijvaardigheid of op uw vermogen om
machines te bedienen.
Trydonis bevat lactose
Lactose bevat kleine hoeveelheden melkeiwitten, wat allergische reacties kan veroorzaken.
3.
Hoe gebruikt u dit middel?
Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over
het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Volwassenen
De aanbevolen dosering is twee inhalaties in de ochtend en twee inhalaties in de avond.
Als u denkt dat het geneesmiddel niet erg werkzaam is, moet u contact opnemen met uw arts.
Als u eerder een andere inhalator heeft gebruikt die beclometasondipropionaat bevat, vraag dan advies
aan uw arts, want de effectieve dosis beclometasondipropionaat in Trydonis voor de behandeling van
uw obstructieve longziekte kan lager zijn dan die van sommige andere inhalatoren.
Toedieningsweg
Trydonis is bedoeld voor inhalatie (inademen).
U moet het geneesmiddel inhaleren via uw mond, waardoor het geneesmiddel rechtstreeks naar uw
longen gaat.
81
Gebruiksaanwijzing
Voor informatie over de inhoud van de verpakking, zie rubriek 6.
Als de inhoud van de verpakking afwijkt van de beschrijving in rubriek 6, breng dan uw
inhalator terug naar degene van wie u hem heeft gekregen en vraag een nieuwe.
A.
Haal de inhalator
niet
uit het zakje als u niet van plan bent de inhalator direct te
gebruiken.
Gebruik de inhalator alleen zoals is aangegeven.
Houd het beschermkapje gesloten totdat u een dosis moet innemen met de inhalator.
Als u uw inhalator niet gebruikt, bewaar hem dan op een schone en droge plek.
Probeer uw inhalator
niet
uit elkaar te halen om wat voor reden dan ook.
Belangrijkste onderdelen van uw inhalator
Venster
van de
dosisteller
Bescherm-
kapje
Mondstuk
Lucht-
inlaat
Om een dosis uit uw inhalator te halen, moet u drie stappen volgen: openen, inhaleren (inademen),
sluiten.
B.
Voordat u een nieuwe inhalator gebruikt
1.
Open het zakje en haal uw inhalator eruit.
o
Gebruik uw inhalator
niet
als het zakje niet is verzegeld of als het beschadigd is;
breng hem terug naar de persoon van wie u hem heeft gekregen en vraag om een
nieuwe.
o
Gebruik het etiket op de verpakking om de datum te noteren waarop u het zakje
opent.
Bekijk uw inhalator goed.
o
Als uw inhalator zichtbaar kapot is of beschadigingen heeft, breng hem dan terug
naar de persoon van wie u hem heeft gekregen en vraag om een nieuwe.
2.
82
3.
Controleer het venster van de dosisteller. Als uw inhalator nieuw is, dan staat er
“120” in het venster van de dosisteller.
o
Gebruik uw inhalator
niet
als het cijfer lager is dan “120”; breng uw inhalator dan
terug naar de persoon van wie u hem heeft gekregen en vraag om een nieuwe.
C.
Hoe u uw inhalator moet gebruiken
C.1. Openen
1.
2.
Houd uw inhalator stevig rechtop vast.
Controleer het aantal resterende doses: elk getal tussen de “1” en “120” geeft aan
dat er nog doses over zijn.
o
Als er een “0” in het venster van de dosisteller verschijnt, zijn er geen doses meer
over; gooi uw inhalator weg en haal een nieuwe.
Open het beschermkapje volledig.
3.
4.
Adem zo diep mogelijk uit als comfortabel is voordat u inhaleert.
o
Adem
niet
uit via uw inhalator.
C.2. Inhaleren (inademen)
Als het mogelijk is, ga staan of zit rechtop als u inhaleert.
1.
Breng uw inhalator op mondhoogte en sluit uw lippen rondom het mondstuk.
o
Bedek de luchtinlaat
niet
terwijl u uw inhalator vasthoudt.
o
Adem
niet
via de luchtinlaat.
83
2.
Haal via uw mond krachtig en diep adem.
o
Het kan zijn dat u iets proeft wanneer u uw dosis inneemt.
o
Het kan zijn dat u een klikje hoort of voelt wanneer u uw dosis inneemt.
o
Adem
niet
in via uw neus.
o
Haal uw inhalator
niet
van uw lippen tijdens het inademen.
3.
4.
5.
Haal uw inhalator uit uw mond.
Houd 5 tot 10 seconden lang, of zolang als comfortabel is, uw adem in.
Adem langzaam uit.
o
Adem
niet
uit via uw inhalator.
Als u niet zeker bent of u op de juiste manier een dosis binnen krijgt, neem dan contact op
met uw apotheker of arts.
C.3. Sluiten
1.
2.
Kantel uw inhalator weer rechtop en sluit het beschermkapje volledig.
Controleer of de dosisteller heeft afgeteld met 1 dosis.
Als u niet zeker weet of de dosisteller heeft afgeteld na een inhalatie van 1 dosis, wacht
dan tot uw volgende geplande dosis en neem deze zoals gebruikelijk in. Neem geen extra
dosis.
Als u nog een dosis moet innemen, herhaal dan de stappen C.1 tot en met C.3.
3.
D.
Reinigen
Het is normaal gesproken niet nodig uw inhalator schoon te maken.
Zo nodig kunt u uw inhalator na gebruik schoonmaken met een droge doek of een tissue.
o
Maak uw inhalator
niet
schoon met water of andere vloeistoffen. Zorg dat uw
inhalator droog blijft.
84
Heeft u te veel van dit middel gebruikt?
Het is belangrijk dat u uw dosis inneemt, zoals uw arts u adviseert. U mag uw voorgeschreven dosis
niet overschrijden zonder dit eerst met uw arts te hebben besproken.
Als u te veel Trydonis heeft gebruikt, kunnen bijwerkingen, zoals vermeld in rubriek 4, optreden.
Vertel het uw arts als u te veel Trydonis heeft gebruikt en als u een van deze symptomen heeft. Het is
mogelijk dat uw arts een aantal bloedtests wil doen.
Bent u vergeten dit middel te gebruiken?
Gebruik het zodra u eraan denkt. Als het bijna tijd is voor uw volgende dosis, neem dan niet de dosis
die u bent vergeten, maar alleen de volgende dosis op het juiste tijdstip. Verdubbel het aantal doses niet.
Als u stopt met het gebruik van dit middel
Het is belangrijk dat u Trydonis elke dag gebruikt. Stop niet met het gebruik van Trydonis en verlaag de
dosis niet, ook niet als u zich beter voelt of als u geen symptomen heeft. Als u dit toch wilt doen, neem
dan contact op met uw arts.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of
apotheker.
4.
Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen
daarmee te maken.
De kans bestaat dat kortademigheid en een piepende ademhaling verergeren net nadat u Trydonis heeft
gebruikt; dit wordt paradoxaal bronchospasme genoemd (komt voor bij minder dan 1 op de
1.000 gebruikers). Als dit zich voordoet, moet u stoppen met het gebruik van Trydonis en moet u
onmiddellijk uw snelwerkende noodmedicatie gebruiken om de kortademigheid en piepende
ademhaling te behandelen. U moet onmiddellijk contact opnemen met uw arts.
Vertel het uw arts onmiddellijk
als u allergische reacties heeft, zoals huidallergieën, netelroos, jeukende huid, huiduitslag (komt
voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers), roodheid van de huid, zwelling van de huid of
slijmvliezen, met name van de ogen, het gezicht, de lippen en de keel (komen voor bij minder
dan 1 op de 1.000 gebruikers).
als u last heeft van oogpijn of ongemak aan de ogen, tijdelijk wazig zicht, halo’s of gekleurde
beelden in het gezichtsveld die gepaard gaan met rode ogen. Dit kunnen tekenen zijn van een
acute aanval van nauwekamerhoekglaucoom (komen voor bij minder dan 1 op de
10.000 gebruikers).
Vertel het aan uw arts als u last krijgt van een van de volgende symptomen tijdens het gebruik van
Trydonis - dit kunnen symptomen van een longinfectie zijn (komen voor bij minder dan 1 op de
10 gebruikers):
koorts of koude rillingen
verhoogde productie van slijm, verandering van de kleur van het slijm
vaker hoesten of meer problemen met de ademhaling.
Mogelijke bijwerkingen
worden hieronder vermeld volgens hun frequentie.
Vaak
(komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers)
keelpijn
loopneus of verstopte neus en niezen
schimmelinfecties van de mond. Onmiddellijk na inhalatie de mond spoelen of gorgelen met
water en de tanden poetsen kan helpen om deze bijwerkingen te voorkomen
heesheid
85
hoofdpijn
urineweginfectie.
Soms
(komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers)
griep
irritatie van de keel
ontsteking van de sinussen
bloedneus
jeukende of verstopte neus of loopneus
roodheid van de keel
schimmelinfecties van de keel of van de
droge mond
slokdarm (oesofagus)
diarree
schimmelinfecties van de vagina
moeilijk kunnen slikken
rusteloosheid
misselijkheid
beven
maagklachten
duizeligheid
maagklachten na de maaltijd
abnormale of verminderde smaak
branderig gevoel van de lippen
gevoelloosheid
tandcariës
ontsteking van het oor
huiduitslag, netelroos, jeukende huid
onregelmatige hartslag
ontsteking van het slijmvlies van de mond
met of zonder zweren
wijzigingen in het elektrocardiogram
(hartfilmpje)
meer zweten
ongewoon snelle hartslag en stoornissen
spierkrampen en pijn in spieren
van het hartritme
pijn in armen en benen
hartkloppingen (gevoel van abnormaal
pijn in spieren, botten of gewrichten van de
slaan van het hart)
borst
rood worden van het gezicht
vermoeidheid
toegenomen bloedtoevoer naar bepaalde
stijging van de bloeddruk
weefsels in het lichaam
daling van het gehalte van sommige
astma-aanval
bestanddelen van uw bloed: van bepaalde
hoesten en productieve hoest
witte bloedcellen die granulocyten worden
genoemd, van kalium of van cortisol
stijging van het gehalte van sommige
bestanddelen in uw bloed: glucose,
C-reactief proteïne, het aantal bloedplaatjes,
insuline, vrije vetzuren of ketonen.
Zelden
(komen voor bij minder dan 1 op de 1.000 gebruikers)
schimmelinfecties van de borstkas
lekken van bloed uit een bloedvat in de
omliggende weefsels
verminderde eetlust
daling van de bloeddruk
slaapstoornissen (te weinig of te lang
slapen)
zwakte
krampende of drukkende pijn op de borst
pijn achter in de mond en keel
gevoel dat de hartslag overslaat of van
ontsteking van de keel
extra hartslagen, ongewoon langzame
droge keel
hartslag
pijn bij het plassen en frequent plassen
verslechtering van de astma
problemen en pijn bij het plassen
ontsteking van de nieren.
Zeer zelden
(komen voor bij minder dan 1 op de 10.000 gebruikers)
laag aantal van bepaalde bloedcellen die bloedplaatjes worden genoemd
gevoel van ademnood of kortademigheid
zwelling van de handen en voeten
groeivertraging bij kinderen en jongeren tot 18 jaar.
Niet bekend
(de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
wazig zien.
86
Het gebruik van een hoge dosis inhalatiecorticosteroïden gedurende een lange periode kan in
zeer zeldzame gevallen effecten op het lichaam veroorzaken:
problemen met de werking van uw bijnieren (bijniersuppressie)
daling van de botmineraaldichtheid (dunner worden van de botten)
troebel worden van de lens van uw ogen (cataract).
Trydonis bevat geen hoge dosis inhalatiecorticosteroïden, maar het is mogelijk dat uw arts van tijd tot
tijd de cortisolgehaltes in uw bloed wil meten.
Ook de volgende bijwerkingen kunnen zich voordoen met een hoge dosis inhalatiecorticosteroïden
wanneer ze gedurende een lange periode worden gebruikt, maar momenteel is de frequentie ervan niet
bekend (de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald):
depressie
gevoel van bezorgdheid, zenuwachtigheid, extreme opwinding of prikkelbaarheid.
De kans op deze voorvallen is groter bij kinderen.
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor
mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden
via het nationale meldsysteem zoals vermeld in
aanhangsel V.
Door bijwerkingen te melden, kunt u
ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
5.
Hoe bewaart u dit middel?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op het etiket en de
doos na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste
houdbaarheidsdatum.
Bewaren beneden 25 °C.
De inhalator in de oorspronkelijke verpakking bewaren ter bescherming tegen vocht en pas vlak vóór
het eerste gebruik uit het zakje nemen.
Na het openen van het zakje moet het geneesmiddel binnen 6 weken worden gebruikt en op een droge
plaats worden bewaard. Gebruik het zelfklevende etiket op de omdoos om de datum waarop u het
zakje opent te noteren en plak dit etiket op de onderkant van de inhalator.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw
apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Als u geneesmiddelen op de
juiste manier afvoert worden ze op een verantwoorde manier vernietigd en komen ze niet in het milieu
terecht.
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stoffen in dit middel zijn: beclometasondipropionaat, formoterolfumaraatdihydraat en
glycopyrronium.
Elke afgegeven dosis (de dosis die uit het mondstuk komt) bevat 88 microgram
beclometasondipropionaat, 5 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram
glycopyrronium (als 11 microgram glycopyrroniumbromide).
87
Elke afgepaste dosis bevat 100 microgram beclometasondipropionaat, 6 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram glycopyrronium (als 12,5 microgram
glycopyrroniumbromide).
De andere stoffen in dit middel zijn lactosemonohydraat (zie rubriek 2) en magnesiumstearaat.
Hoe ziet Trydonis eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
Trydonis is een wit tot bijna wit inhalatiepoeder.
Het wordt geleverd in een witte plastic inhalator, NEXThaler genoemd, met een grijs beschermkapje
voor het mondstuk en een teller voor de inhalaties.
Elke inhalator is verpakt in een verzegelde, beschermende zak.
Trydonis is verkrijgbaar in verpakkingen die één inhalator bevatten en in meervoudige verpakkingen
die twee of drie inhalatoren bevatten die elk 120 inhalaties afgeven (120, 240 of 360 inhalaties).
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
Fabrikant
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via San Leonardo 96
43122 Parma
Italië
Neem voor alle informatie over dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de
houder van de vergunning voor het in de handel brengen:
België/Belgique/Belgien
Chiesi sa/nv
Tél/Tel: + 32 (0)2 788 42 00
България
Chiesi Bulgaria EOOD
Teл.: + 359 29201205
Česká
republika
Chiesi CZ s.r.o.
Tel: + 420 261221745
Danmark
Chiesi Pharma AB
Tlf: + 46 8 753 35 20
Deutschland
Chiesi GmbH
Tel: + 49 40 89724-0
Eesti
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Tel: + 43 1 4073919
Lietuva
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Tel: + 43 1 4073919
Luxembourg/Luxemburg
Chiesi sa/nv
Tél/Tel: + 32 (0)2 788 42 00
Magyarország
Chiesi Hungary Kft.
Tel.: + 36-1-429 1060
Malta
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Tel: + 39 0521 2791
Nederland
Chiesi Pharmaceuticals B.V.
Tel: + 31 88 501 64 00
Norge
Chiesi Pharma AB
Tlf: + 46 8 753 35 20
88
Ελλάδα
Chiesi Hellas AEBE
Τηλ:
+ 30 210 6179763
España
Laboratorios BIAL, S.A.
Tel: + 34 91 562 41 96
France
Chiesi S.A.S.
Tél: + 33 1 47688899
Hrvatska
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Tel: + 43 1 4073919
Ireland
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Tel: + 39 0521 2791
Ísland
Chiesi Pharma AB
Sími: +46 8 753 35 20
Italia
Chiesi Italia S.p.A.
Tel: + 39 0521 2791
Κύπρος
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Τηλ:
+ 39 0521 2791
Latvija
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Tel: + 43 1 4073919
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in .
Andere informatiebronnen
Österreich
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Tel: + 43 1 4073919
Polska
Chiesi Poland Sp. z.o.o.
Tel.: + 48 22 620 1421
Portugal
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Tel: + 39 0521 2791
România
Chiesi Romania S.R.L.
Tel: + 40 212023642
Slovenija
Chiesi Slovenija d.o.o.
Tel: + 386-1-43 00 901
Slovenská republika
Chiesi Slovakia s.r.o.
Tel: + 421 259300060
Suomi/Finland
Chiesi Pharma AB
Puh/Tel: +46 8 753 35 20
Sverige
Chiesi Pharma AB
Tel: +46 8 753 35 20
United Kingdom (Northern Ireland)
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Tel: + 39 0521 2791
Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau:
http://www.ema.europa.eu.
89

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 87 microgram/5 microgram/9 microgram aërosol, oplossing
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke afgegeven dosis (de dosis die uit het mondstuk komt) bevat 87 microgram
beclometasondipropionaat, 5 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram
glycopyrronium (als 11 microgram glycopyrroniumbromide).
Elke afgepaste dosis (de dosis vanaf het doseerventiel) bevat 100 microgram
beclometasondipropionaat, 6 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram
glycopyrronium (als 12,5 microgram glycopyrroniumbromide).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Aërosol, oplossing (aerosol).
Kleurloze tot geelachtige oplossing.
4.
KLINISCHE GEGEVENS
4.1
Therapeutische indicaties
Onderhoudsbehandeling bij volwassen patiënten met matige tot ernstige chronische obstructieve
longziekte (COPD) die niet voldoende kunnen worden behandeld met een combinatie van een
inhalatiecorticosteroïde en een langwerkende bèta-2-agonist of een combinatie van een langwerkende
bèta-2-agonist en een langwerkende muscarineantagonist (voor effecten op het onder controle krijgen
van de symptomen en het voorkomen van exacerbaties, zie rubriek 5.1).
4.2
Dosering en wijze van toediening
Dosering
Volwassenen
De aanbevolen dosering is twee inhalaties van Trydonis tweemaal daags.
De maximum dosering is twee inhalaties van Trydonis tweemaal daags.
Bijzondere populaties
Ouderen
De dosering hoeft niet te worden aangepast bij oudere patiënten (65 jaar en ouder).
Nierfunctiestoornis
Trydonis kan worden gebruikt bij de aanbevolen dosering bij patiënten met een lichte tot matige
nierfunctiestoornis. Gebruik van Trydonis bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis of
nierfalen dat dialyse vereist, met name indien dit gepaard gaat met een significante daling van het
lichaamsgewicht, mag alleen worden overwogen indien het verwachte voordeel opweegt tegen het
mogelijke risico (zie rubriek 4.4 en 5.2).
Pediatrische patiënten
Er is geen relevante toepassing van Trydonis bij pediatrische patiënten (jonger dan 18 jaar) voor de
indicatie van chronische obstructieve longziekte (COPD).
Wijze van toediening
Voor inhalatie.
Om er zeker van te zijn dat het geneesmiddel op de juiste wijze wordt toegediend, dient een arts of
andere beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg de patiënt het correcte gebruik van de inhalator te
tonen en regelmatig te controleren dat de inhalatietechniek van de patiënt adequaat is. De patiënt dient
te worden geadviseerd om de patiëntenbijsluiter zorgvuldig te lezen en zich te houden aan de
gebruiksaanwijzingen zoals die in de bijsluiter staan.
De patiënten moeten na de inhalatie hun mond spoelen of gorgelen met water zonder het in te slikken
of ze moeten hun tanden poetsen (zie rubriek 4.4 en 6.6).
De Trydonis-inhalator wordt geleverd met een dosisteller of een dosisindicator op de achterkant die
aangeeft hoeveel doses er nog over zijn. Voor de spuitbussen met 60 en 120 doses zal telkens na
activeren van de inhalator een dosis van de oplossing worden vrijgegeven en zal de teller 1 aftellen.
Voor de spuitbus met 180 doses zal na activeren van de spuitbus een dosis van de oplossing worden
vrijgegeven en zal de teller enigszins draaien en het aantal resterende doses worden aangegeven in
stappen van 20 doseringen.
Patiënten dienen te worden aangeraden de inhalator niet te laten vallen, omdat hierdoor de teller kan
aftellen.
Voor instructies over het gebruik, zie rubriek 6.6.
4.3
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Niet voor acuut gebruik
Trydonis is niet geïndiceerd voor de behandeling van acute episodes van bronchospasme en evenmin
voor behandeling van een acute exacerbatie van COPD (d.w.z. als noodmedicatie).
Overgevoeligheid
Er zijn acute overgevoeligheidsreacties gemeld na toediening van Trydonis. Indien symptomen doen
vermoeden dat zich allergische reacties voordoen, met name angio-oedeem (waaronder problemen met
ademen of slikken, zwelling van tong, lippen en gezicht), urticaria of huiduitslag, moet Trydonis
onmiddellijk worden gestaakt en moet een alternatieve therapie worden ingesteld.
Paradoxale bronchospasmen
Er kunnen paradoxale bronchospasmen optreden met een onmiddellijke toename van piepen en
kortademigheid na de toediening. Dit dient direct te worden behandeld met een snelwerkende
inhaleerbare bronchusverwijder (noodmedicatie). Er moet onmiddellijk met Trydonis worden gestopt,
de patiënt moet worden beoordeeld en indien nodig moet een alternatieve therapie worden ingesteld.
Aanbevolen wordt om de behandeling met Trydonis niet abrupt te staken. Indien patiënten de
behandeling niet effectief vinden, dienen ze met de behandeling door te gaan maar medisch advies te
vragen. Toenemend gebruik van snelwerkende bronchusverwijders duidt op een achteruitgang van de
onderliggende aandoening en vraagt om een herbeoordeling van de behandeling. Plotselinge en
progressieve verslechtering van de symptomen van COPD kunnen levensbedreigend zijn en de patiënt
dient dan dringend een medische beoordeling te ondergaan.
Cardiovasculaire effecten
Trydonis dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met hartritmestoornissen, met
name een derdegraads atrioventriculair blok en tachyaritmieën (versnelde en/of onregelmatige
hartslag), idiopathische subvalvulaire aortastenose, hypertrofische obstructieve cardiomyopathie,
ernstige hartziekte (met name acuut myocardinfarct, ischemische hartziekte, congestief hartfalen),
occlusieve vaatziekten (met name arteriosclerose), arteriële hypertensie en aneurysma.
Ook dient voorzichtigheid te worden betracht bij de behandeling van patiënten die verlenging van het
QTc-interval hebben of dit vermoedelijk hebben, (QTc > 450 milliseconden voor mannen of
> 470 milliseconden voor vrouwen), hetzij congenitaal hetzij geïnduceerd door geneesmiddelen,
omdat die patiënten werden uitgesloten van klinische onderzoeken met Trydonis.
Indien anesthesie met gehalogeneerde anesthetica wordt gepland, dient te worden gewaarborgd dat
Trydonis niet wordt toegediend gedurende ten minste 12 uur voor aanvang van de anesthesie, vanwege
het risico op cardiale aritmieën.
Voorzichtigheid is tevens vereist wanneer Trydonis wordt gebruikt door patiënten met thyreotoxicose,
diabetes mellitus, feochromocytoom en onbehandelde hypokaliëmie.
Pneumonie bij patiënten met COPD
Een toename van de incidentie van pneumonie, waaronder pneumonie waarvoor een
ziekenhuisopname nodig was, is waargenomen bij patiënten met COPD die geïnhaleerde
corticosteroïden kregen. Er zijn enkele aanwijzingen voor een toegenomen risico op pneumonie met
een toenemende steroïddosis, maar dit is niet overtuigend aangetoond in alle onderzoeken.
Er is geen overtuigend klinisch bewijs voor intra-klasseverschillen tussen geïnhaleerde
corticosteroïdproducten wat betreft de omvang van het risico op pneumonie.
Artsen moeten alert blijven op de mogelijke ontwikkeling van pneumonie bij patiënten met COPD,
omdat de klinische kenmerken van dergelijke infecties een overlap vertonen met de symptomen van
COPD-exacerbaties.
Risicofactoren voor pneumonie bij patiënten met COPD zijn onder andere huidig rookgedrag, hogere
leeftijd, lage body mass index (BMI) en ernstig COPD.
Effecten van systemische corticosteroïden
Systemische effecten kunnen met elke inhalatiecorticosteroïde optreden, met name indien gedurende
lange tijd hoge doses worden voorgeschreven. De dagelijkse dosis Trydonis komt overeen met een
middelmatige dosis inhalatiecorticosteroïde. De kans dat deze effecten optreden, is met
inhalatiecorticosteroïden veel minder groot dan met orale corticosteroïden. Mogelijke systemische
effecten zijn onder meer: het syndroom van Cushing, gezichtskenmerken van het syndroom van
Cushing, bijniersuppressie, groeiretardatie, vermindering van de botmineraaldichtheid, cataract en
glaucoom en, minder vaak, een reeks van psychologische of gedragseffecten, zoals psychomotorische
hyperactiviteit, slaapstoornissen, angst, depressie of agressie (voornamelijk bij kinderen). Daarom is
het belangrijk dat de patiënt regelmatig opnieuw wordt beoordeeld.
Hypokaliëmie
Mogelijk ernstige hypokaliëmie kan voortvloeien uit therapie met een bèta-2-agonist. Dit kan tot
cardiovasculaire bijwerkingen leiden. Voorzichtigheid is met name geboden bij ernstige COPD, omdat
dit effect kan worden versterkt door hypoxie. Hypokaliëmie kan ook toenemen door gelijktijdige
behandeling met andere geneesmiddelen die hypokaliëmie kunnen induceren, zoals xanthinederivaten,
steroïden en diuretica (zie rubriek 4.5).
Bovendien is voorzichtigheid geboden wanneer meerdere snelwerkende bronchusverwijders worden
gebruikt. Aanbevolen wordt dat in zulke situaties de kaliumgehaltes in serum worden gecontroleerd.
Hyperglykemie
De inhalatie van formoterol kan een stijging van de bloedglucosegehaltes veroorzaken. Daarom moet
tijdens behandeling de bloedglucose worden gecontroleerd met inachtneming van vastgelegde
richtlijnen voor patiënten met diabetes.
Anticholinerg effect
Glycopyrronium moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met
nauwekamerhoekglaucoom, prostaathyperplasie of urineretentie. Patiënten moeten worden
geïnformeerd over de klachten en symptomen van acute nauwehoekglaucoom, dat het gebruik van
Trydonis moet worden gestaakt en dat ze onmiddellijk contact moeten opnemen met hun arts als zich
een van deze klachten of symptomen ontwikkelt.
Bovendien wordt, vanwege het anticholinerge effect van glycopyrronium, de langdurige gelijktijdige
toediening van Trydonis met andere geneesmiddelen die anticholinergica bevatten, niet aanbevolen
(zie rubriek 4.5).
Patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis
Bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis, waaronder patiënten met nierfalen dat dialyse
vereist, met name indien dit gepaard gaat met een significante daling van het lichaamsgewicht, mag
Trydonis alleen worden gebruikt indien het verwachte voordeel opweegt tegen het mogelijke risico
(zie rubriek 5.2). Deze patiënten moeten worden gecontroleerd op mogelijke bijwerkingen.
Patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis
Bij patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis mag Trydonis alleen worden gebruikt indien het
verwachte voordeel opweegt tegen het mogelijke risico (zie rubriek 5.2). Deze patiënten moeten
worden gecontroleerd op mogelijke bijwerkingen.
Gebruik met een voorzetkamer
Farmacokinetische gegevens over een eenmalige dosis (zie rubriek 5.2) hebben aangetoond dat in
vergelijking met routinematig gebruik zonder voorzetkamer als hulpmiddel het gebruik van Trydonis
met de AeroChamber Plus-voorzetkamer als hulpmiddel leidde tot een toename van de totale
systemische blootstelling (AUC0-t) aan glycopyrronium. Beschikbare veiligheidsgegevens van
klinische onderzoeken op lange termijn hebben echter geen belangrijke zorgen over de veiligheid
opgeroepen (zie rubriek 5.1).
Om het risico op orofaryngeale candida-infectie tot een minimum te beperken, moeten patiënten
worden geadviseerd om na inhalatie van de voorgeschreven dosis de mond te spoelen of te gorgelen
met water zonder het in te slikken of om de tanden te poetsen.
Visusstoornis
Visusstoornis kan worden gemeld bij systemisch en topisch gebruik van corticosteroïden. Indien een
patiënt symptomen ontwikkelt zoals wazig zien of andere visusstoornissen, dient te worden
overwogen de patiënt door te verwijzen naar een oogarts ter beoordeling van mogelijke oorzaken
waaronder cataract, glaucoom of zeldzame ziekten zoals centrale sereuze chorioretinopathie (CSCR)
die zijn gemeld na gebruik van systemische en topische corticosteroïden.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Farmacokinetische interacties
Aangezien glycopyrronium hoofdzakelijk via de nieren wordt uitgescheiden, kunnen zich
geneesmiddelinteracties voordoen met geneesmiddelen die invloed hebben op de
uitscheidingsmechanismen van de nieren (zie rubriek 5.2). Het remmende effect van organische
kationtransporteiwitten (met gebruikmaking van cimetidine als 'probe'-remmer van de
transporteiwitten OCT2 en MATE1) in de nieren op dispositie van geïnhaleerd glycopyrronium duidde
op een beperkte toename van zijn totale systemische blootstelling (AUC0-t) met 16% en een lichte
afname in renale klaring met 20% vanwege gelijktijdige toediening van cimetidine.
Beclometason is minder afhankelijk van het CYP3A-metabolisme dan sommige andere
corticosteroïden, en in het algemeen zijn interacties onwaarschijnlijk; de mogelijkheid van
systemische effecten bij gelijktijdig gebruik van krachtige CYP3A-remmers (bijv. ritonavir, cobicistat)
kan echter niet worden uitgesloten en derhalve worden voorzichtigheid en passende controle
geadviseerd bij het gebruik van dergelijke geneesmiddelen.
Farmacodynamische interacties
Gerelateerd aan formoterol
Niet-cardioselectieve bètablokkers (waaronder oogdruppels) moeten worden vermeden bij patiënten
die formoterol voor inhalatie gebruiken. Als ze om dwingende redenen worden toegediend, zal het
effect van formoterol afnemen of verdwijnen.
Gelijktijdig gebruik van andere bèta-adrenerge geneesmiddelen kan potentieel aanvullende effecten
hebben; daarom is voorzichtigheid vereist wanneer andere bèta-adrenerge geneesmiddelen gelijktijdig
met formoterol worden voorgeschreven.
Gelijktijdige behandeling met kinidine, disopyramide, procaïnamide, antihistaminica,
monoamineoxidaseremmers, tricyclische antidepressiva en fenothiazines kan leiden tot een verlengd
QT-interval en tot een toename van het risico op ventriculaire aritmieën. Bovendien kunnen L-dopa,
L-thyroxine, oxytocine en alcohol leiden tot verminderde tolerantie van het hart met betrekking tot
bèta-2-sympathicomimetica.
Gelijktijdige behandeling met monoamineoxidaseremmers, waaronder geneesmiddelen met
vergelijkbare eigenschappen, zoals furazolidon en procarbazine, kan een versterkende werking hebben
op hypertensieve reacties.
Er is een verhoogd risico op aritmieën bij patiënten die gelijktijdige anesthesie met gehalogeneerde
koolwaterstoffen krijgen.
Gerelateerd aan glycopyrronium
De langdurige gelijktijdige toediening van Trydonis met andere geneesmiddelen die anticholinergica
bevatten, is niet onderzocht en wordt daarom niet aanbevolen (zie rubriek 4.4).
Hulpstoffen
Trydonis bevat een kleine hoeveelheid ethanol. Er bestaat een theoretische kans op interactie bij
bijzonder gevoelige patiënten die disulfiram of metronidazol gebruiken.
4.6
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Er is geen ervaring met of bewijs van veiligheidskwesties met betrekking tot het gebruik van het
drijfgas norfluraan (HFA134a) tijdens de zwangerschap of borstvoeding bij de mens. Onderzoeken
naar het effect van HFA134a op de voortplantingsfunctie en de embryofoetale ontwikkeling bij dieren
duidden echter niet op klinisch relevante nadelige effecten.
Zwangerschap
Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van Trydonis bij zwangere
vrouwen.
Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken (zie rubriek 5.3). Van glucocorticoïde middelen is
bekend dat ze effecten veroorzaken in de vroege fase van de zwangerschap, terwijl
bèta-2-sympathicomimetica, zoals formoterol tocolytische effecten hebben. Uit voorzorg heeft het
daarom de voorkeur het gebruik van Trydonis te vermijden tijdens de zwangerschap en tijdens de
baring.
Trydonis mag alleen tijdens de zwangerschap worden gebruikt als het voordeel voor de patiënt
opweegt tegen het mogelijke risico voor de foetus. Zuigelingen en pasgeborenen van moeders die
aanzienlijke doses Trydonis krijgen, moeten worden opgevolgd voor bijniersuppressie.
Borstvoeding
Er zijn geen relevante klinische gegevens over het gebruik van Trydonis tijdens de borstvoeding bij de
mens.
Glucocorticoïden worden uitgescheiden in de moedermelk. Het is redelijk te veronderstellen dat
beclometasondipropionaat en zijn metabolieten ook worden uitgescheiden in de moedermelk.
Het is niet bekend of formoterol of glycopyrronium (met inbegrip van hun metabolieten) in de
moedermelk terechtkomen, maar ze zijn gedetecteerd in de melk van zogende dieren.
Anticholinergica, zoals glycopyrronium, kunnen borstvoeding onderdrukken.
Er moet worden besloten of borstvoeding moet worden gestaakt of dat behandeling met Trydonis moet
worden gestaakt dan wel niet moet worden ingesteld, waarbij het voordeel van borstvoeding voor het
kind en het voordeel van behandeling voor de vrouw in overweging moeten worden genomen.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen specifieke onderzoeken uitgevoerd met Trydonis met betrekking tot de veiligheid op de
vruchtbaarheid bij de mens. Uit dieronderzoek is verminderde vruchtbaarheid gebleken (zie
rubriek 5.3).
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Trydonis heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om
machines te bedienen.
4.8
Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De meest frequent gemelde bijwerkingen met Trydonis waren orale candidiasis (dat zich voordeed bij
0,8% van de blootgestelde proefpersonen), dat doorgaans in verband wordt gebracht met
inhalatiecorticosteroïden; spierspasmen (0,4%), die kunnen worden toegeschreven aan de
langwerkende bèta-2-agonist; een droge mond (0,4%), dat een typisch anticholinerg effect is.
Samenvatting van bijwerkingen in tabelvorm
Het klinische ontwikkelingsprogramma van Trydonis werd uitgevoerd bij patiënten met matige,
ernstige of zeer ernstige COPD. In totaal werden 3.346 patiënten behandeld met
87 microgram/5 microgram/9 microgram
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium bij het beoogde
doseringsschema (twee inhalaties tweemaal daags) in onderzoeken met meervoudige doses.
De frequentie van de bijwerkingen wordt volgens afspraak als volgt gedefinieerd: zeer vaak ( 1/10);
vaak ( 1/100, < 1/10); soms ( 1/1.000, < 1/100); zelden ( 1/10.000, < 1/1.000); zeer zelden
(< 1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Systeem/orgaanklasse
Bijwerking
Frequentie
volgens MedDRA
Pneumonie (bij COPD-patiënten), faryngitis,
orale candidiasis, urineweginfectie1,
Vaak
nasofaryngitis1
Griep1, orale schimmelinfectie, orofaryngeale
Infecties en parasitaire
candidiasis, slokdarmcandidiasis1, sinusitis1,
aandoeningen
Soms
rinitis1, gastro-enteritis1, vulvovaginale
candidiasis1
Infectie van onderste luchtwegen (door
Zelden
schimmels)
Bloed- en
Granulocytopenie1
Soms
lymfestelselaandoeningen
Trombocytopenie1
Zeer zelden
Dermatitis allergisch1
Soms
Immuunsysteemaandoeningen
Overgevoeligheidsreacties, waaronder erytheem,
Zelden
oedeem van lippen, gezicht, ogen, en farynx
Endocriene aandoeningen
Bijniersuppressie1
Zeer zelden
Voedings- en
Hypokaliëmie, hyperglykemie
Soms
stofwisselingsstoornissen
Verminderde eetlust
Zelden
Rusteloosheid1
Soms
Psychomotorische hyperactiviteit1,
slaapstoornissen1, angst, depressie1, agressie1,
Frequentie niet
Psychische stoornissen
gedragsveranderingen (voornamelijk bij
bekend
kinderen)1
Insomnia
Zelden
Hoofdpijn
Vaak
Zenuwstelselaandoeningen
Tremor, duizeligheid, dysgeusie1, hypo-esthesie1
Soms
Hypersomnie
Zelden
Frequentie niet
Wazig zien1 (zie ook rubriek 4.4)
Oogaandoeningen
bekend
Glaucoom1, cataract1
Zeer zelden
Bijwerking
Frequentie
volgens MedDRA
Evenwichtsorgaan- en
Salpingitis1 (tuba auditiva)
Soms
ooraandoeningen
Atriumfibrillatie, elektrocardiogram QT
verlengd, tachycardie, tachyaritmie1,
Soms
hartkloppingen
Hartaandoeningen
Angina pectoris (stabiel1 en onstabiel),
ventriculaire extrasystolen1, nodaal ritme,
Zelden
sinusbradycardie
Hyperemie1, overmatig blozen1, hypertensie
Soms
Bloedvataandoeningen
Extravasatie
Zelden
Dysfonie
Vaak
Hoesten, productieve hoest1, keelirritatie,
Soms
Ademhalingsstelsel-, borstkas- bloedneus1
en mediastinumaandoeningen
Paradoxaal bronchospasme1, orofaryngeale pijn,
Zelden
faryngeaal erytheem, faryngitis, droge keel
Dyspneu1
Zeer zelden
Diarree1, droge mond, dysfagie1, nausea,
Maagdarmstelselaandoeningen dyspepsie1, branderig gevoel van de lippen1,
Soms
tandcariës1, stomatitis (aphthosa)
Huid- en
Huiduitslag1, urticaria1, pruritus, hyperhidrose1
Soms
onderhuidaandoeningen
Angio-oedeem1
Zelden
Spierspasmen, myalgie, pijn in extremiteit1,
Skeletspierstelsel- en
Soms
skeletspierstelselborstpijn1
bindweefselaandoeningen
Groeivertraging1
Zeer zelden
Nier- en
Dysurie, urineretentie, nefritis1
Zelden
urinewegaandoeningen
Vermoeidheid1
Soms
Algemene aandoeningen en
Asthenie
Zelden
toedieningsplaatsstoornissen
Oedeem perifeer1
Zeer zelden
C-reactief proteïne verhoogd1,
bloedplaatjestelling verhoogd1, vrije vetzuren
Soms
verhoogd1, bloedinsuline verhoogd1,
Onderzoeken
bloedketonlichaam verhoogd1, cortisol verlaagd1
Bloeddruk verhoogd1, bloeddruk verlaagd1
Zelden
Botdichtheid verlaagd1
Zeer zelden
1 Bijwerkingen gemeld in de SPC van ten minste een van de afzonderlijke componenten, maar niet waargenomen als
bijwerkingen in de klinische ontwikkeling van Trydonis
Van de waargenomen bijwerkingen treden de volgende doorgaans op bij:
Beclometasondipropionaat
pneumonie, orale schimmelinfecties, infectie van de onderste luchtwegen door schimmels, dysfonie,
keelirritatie, hyperglykemie, psychische stoornissen, cortisol verlaagd, wazig zien.
Formoterol
hypokaliëmie, hyperglykemie, tremor, hartkloppingen, spierspasmen, elektrocardiogram QT verlengd,
bloeddruk verhoogd, bloeddruk verlaagd, atriumfibrillatie, tachycardie, tachyaritmie, angina pectoris
(stabiel en instabiel), ventriculaire extrasystolen, nodaal ritme.
Glycopyrronium
glaucoom, atriumfibrillatie, tachycardie, hartkloppingen, een droge mond, tandcariës, dysurie,
urineretentie, urineweginfectie.
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op
deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden
gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht alle vermoedelijke
bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.
4.9
Overdosering
Een overdosering van Trydonis kan klachten en symptomen veroorzaken die het gevolg zijn van de
werking van de afzonderlijke componenten, waaronder degene die worden waargenomen bij
overdosering van andere bèta-2-agonisten of anticholinergica en overeenstemmen met de bekende
effecten van de klasse van inhalatiecorticosteroïden (zie rubriek 4.4). Indien overdosering voorkomt,
moeten de symptomen van de patiënt worden behandeld en zo nodig worden opgevolgd met passende
controle.
5.
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: geneesmiddelen voor obstructieve luchtwegaandoeningen,
adrenergica in combinatie met anticholinergica, waaronder tripeltherapie met corticosteroïden.
ATC-code: R03AL09.
Werkingsmechanisme en farmacodynamische effecten
Trydonis bevat beclometasondipropionaat, formoterol en glycopyrronium in een formulering van een
oplossing die een aërosol met extrafijne deeltjes oplevert met een gemiddelde mass median
aerodynamic diameter
(MMAD) van ongeveer 1,1 micrometer en gelijktijdige afgifte van de drie
componenten. De aërosoldeeltjes van Trydonis zijn gemiddeld veel kleiner dan de deeltjes die worden
afgegeven bij niet-extrafijne formuleringen. Voor beclometasondipropionaat leidt dit tot een sterker
effect dan bij formuleringen met een niet-extrafijne deeltjesgrootteverdeling (100 microgram extrafijn
beclometasondipropionaat in Trydonis komt overeen met 250 microgram beclometasondipropionaat in
een niet-extrafijne formulering).
Beclometasondipropionaat
Beclometasondipropionaat gegeven als inhalatie bij de aanbevolen doses heeft een
ontstekingsremmende glucocorticoïde werking in de longen. Glucocorticoïden worden veelvuldig
gebruikt voor de onderdrukking van een ontsteking bij chronische ontstekingsziekten van de
luchtwegen, zoals COPD. Hun werking wordt gemedieerd door de binding aan glucocorticoïde
receptoren in het cytoplasma, resulterend in de verhoogde transcriptie van genen die coderen voor
anti-inflammatoire proteïnen.
Formoterol
Formoterol is een selectieve bèta-2-adrenerge agonist die de gladde spieren van de bronchiën ontspant
bij patiënten met een omkeerbare obstructie van de luchtwegen. Het bronchodilaterende effect treedt
snel in, binnen 1-3 minuten na inhalatie en duurt 12 uur na een enkelvoudige dosis.
Glycopyrronium
Glycopyrronium is een langwerkende muscarinereceptorantagonist (anticholinergicum) met hoge
affiniteit die wordt gebruikt voor inhalatie als luchtwegverwijdende behandeling voor COPD.
Glycopyrronium oefent een werking uit door de bronchoconstrictieve werking van acetylcholine op de
gladde spiercellen van de luchtwegen te blokkeren, waardoor de luchtwegen verwijden.
Glycopyrroniumbromide is een muscarinereceptorantagonist met hoge affiniteit met een selectiviteit
die meer dan het 4-voud is van de humane M3-receptoren ten opzichte van de humane M2-receptor,
zoals is bewezen.
Het klinische fase III-ontwikkelingsprogramma voor COPD bestond uit twee 52 weken durende
onderzoeken met actieve controle. Het TRILOGY-onderzoek vergeleek Trydonis met een vaste
combinatie van 100/6 microgram beclometasondipropionaat en formoterol twee inhalaties tweemaal
daags (1.368 gerandomiseerde patiënten). Het TRINITY-onderzoek vergeleek Trydonis met
18 microgram tiotropium inhalatiepoeder, harde capsule, één inhalatie eenmaal daags; bovendien
werden effecten vergeleken met een vrije tripeltherapie die bestond uit een vaste combinatie van
100/6 microgram beclometasondipropionaat en formoterol twee inhalaties tweemaal daags plus
18 microgram tiotropium inhalatiepoeder, harde capsule, één inhalatie eenmaal daags
(2.691 gerandomiseerde patiënten). Beide onderzoeken werden uitgevoerd bij patiënten met een
klinische diagnose van COPD met ernstige tot zeer ernstige luchtstroombeperking (FEV1 minder dan
50% voorspeld), waarbij de symptomen werden geëvalueerd als een score van 10 of meer op de
COPD Assessment Test (CAT-score) en met ten minste één exacerbatie van COPD in het
voorafgaande jaar. In beide onderzoeken gebruikte ongeveer 20% van de patiënten de AeroChamber
Plus-voorzetkamer.
Daarnaast werden twee fase IIIb-onderzoeken uitgevoerd ter ondersteuning van de klinische
werkzaamheid en veiligheid van Trydonis. TRISTAR was een 26 weken durend open-label onderzoek
met actieve controle, waarin Trydonis werd vergeleken met een vrije tripeltherapie die bestond uit een
vaste combinatie van fluticason/vilanterol 92/22 microgram inhalatiepoeder, één inhalatie eenmaal
daags plus tiotropium 18 microgram inhalatiepoeder, harde capsule, één inhalatie eenmaal daags
(1.157 gerandomiseerde patiënten). TRIBUTE was een 52 weken durend onderzoek met actieve
controle, waarin Trydonis werd vergeleken met een vaste combinatie van indacaterol/glycopyrronium
85/43 microgram inhalatiepoeder, harde capsule, één inhalatie eenmaal daags (1.532 gerandomiseerde
patiënten). Beide onderzoeken werden uitgevoerd met een vergelijkbare populatie van
COPD-patiënten als bij de onderzoeken TRILOGY en TRINITY.
Daling van exacerbaties van COPD
Vergeleken met een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol verlaagde Trydonis
de frequentie van matige/ernstige exacerbaties over een periode van 52 weken met 23% (frequentie:
0,41 versus 0,53 voorvallen per patiënt/jaar; p = 0,005). Vergeleken met tiotropium verlaagde
Trydonis de frequentie van matige/ernstige exacerbaties over een periode van 52 weken met 20%
(frequentie: 0,46 versus 0,57 voorvallen per patiënt/jaar; p = 0,003). Vergeleken met een vaste
combinatie van indacaterol en glycopyrronium verlaagde Trydonis de frequentie van matige/ernstige
exacerbaties over een periode van 52 weken met 15% (frequentie: 0,50 versus 0,59 voorvallen per
patiënt/jaar; p = 0,043). Vergeleken met tiotropium verlaagde Trydonis ook de frequentie van ernstige
exacerbaties (d.w.z. exclusief matige exacerbaties) met 32% (frequentie: 0,067 versus
0,098 voorvallen per patiënt/jaar; p = 0,017). Er werden geen verschillen waargenomen wanneer
Trydonis werd vergeleken met de vrije tripeltherapie bestaande uit een vaste combinatie
beclometasondipropionaat en formoterol plus tiotropium (frequentie van matige/ernstige exacerbaties:
0,46 versus 0,45 voorvallen per patiënt/jaar).
Vergeleken met zowel een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol als met
tiotropium leidde Trydonis bovendien tot een significant langere tijd tot de eerste exacerbatie (hazard
ratio respectievelijk 0,80 en 0,84; respectievelijk p = 0,020 en 0,015), zonder enig verschil tussen
Trydonis en de vrije tripeltherapie bestaande uit een vaste combinatie beclometasondipropionaat en
formoterol plus tiotropium (hazard ratio 1,06).
Effecten op de longfunctie
FEV1 vóór de dosis
Vergeleken met een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol verbeterde
Trydonis de FEV1 vóór de dosis met 81 ml na een behandeling van 26 weken en met 63 ml na een
behandeling van 52 weken. Vergeleken met tiotropium verbeterde Trydonis de FEV1 vóór de dosis
met 51 ml na een behandeling van 26 weken en met 61 ml na een behandeling van 52 weken. Deze
verbeteringen waren statistisch significant (p < 0,001). Vergeleken met een vaste combinatie van
indacaterol en glycopyrronium verbeterde Trydonis de gemiddelde FEV1 vóór de dosis over de
FEV1 2 uur na de dosis
Vergeleken met een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol verbeterde
Trydonis de FEV1 significant 2 uur na de dosis met 117 ml na een behandeling van 26 weken en met
103 ml na een behandeling van 52 weken (p < 0,001). Dit eindpunt werd alleen gemeten in het
TRILOGY-onderzoek.
Inspiratoire longcapaciteit (IC)
Vergeleken met tiotropium verbeterde Trydonis de IC significant met 39 ml (p = 0,025) en 60 ml
(p = 0,001) na een behandeling van respectievelijk 26 en 52 weken. Vergelijkbare effecten werden
waargenomen wanneer Trydonis werd vergeleken met de vrije tripeltherapie. Dit eindpunt werd alleen
gemeten in het TRINITY-onderzoek.
Symptomatische uitkomsten
Trydonis verbeterde dyspneu significant (gemeten als de Transition Dyspnoea Index, TDI - focale
score) na een behandeling van 26 weken ten opzichte van de uitgangsscore (met 1,71 eenheden;
p < 0,001), maar het aangepaste gemiddelde verschil versus een vaste combinatie van
beclometasondipropionaat en formoterol was niet statistisch significant (0,21 eenheden; p = 0,160).
Uit een responderanalyse bleek dat een significant groter percentage patiënten een klinisch significante
verbetering vertoonde (focale score groter dan of gelijk aan 1) na 26 weken met Trydonis ten opzichte
van een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol (57,4% versus 51,8%;
p = 0,027). TDI werd alleen gemeten in het TRILOGY-onderzoek.
Trydonis was bovendien statistisch significant superieur ten opzichte van een vaste combinatie van
beclometasondipropionaat en formoterol, ten opzichte van tiotropium, en ten opzichte van een vaste
combinatie van indacaterol en glycopyrronium met betrekking tot een verbetering in de kwaliteit van
leven (gemeten aan de hand van de Saint George Respiratory Questionnaire, SGRQ - totale score). Er
werden geen verschillen waargenomen wanneer Trydonis werd vergeleken met de vrije tripeltherapie
bestaande uit een vaste combinatie fluticason en vilanterol plus tiotropium.
Uit een responderanalyse bleek dat een significant groter percentage patiënten een klinisch significante
verbetering vertoonde (daling ten opzichte van de uitgangsscore met meer dan of gelijk aan 4) na
26 en 52 weken met Trydonis ten opzichte van een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en
formoterol en ten opzichte van tiotropium.
Pediatrische patiënten
Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten af te zien van de verplichting voor de fabrikant
om de resultaten in te dienen van onderzoek met Trydonis in alle subgroepen van pediatrische
patiënten met COPD (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).
5.2
Farmacokinetische eigenschappen
Gerelateerd aan Trydonis
De systemische blootstelling aan beclometasondipropionaat, formoterol en glycopyrronium is
onderzocht in een farmacokinetisch onderzoek dat is uitgevoerd bij gezonde proefpersonen. Het
onderzoek vergeleek gegevens verkregen na een behandeling met een enkele dosis Trydonis
(4 inhalaties van 100/6/25 microgram, een niet in de handel verkrijgbare formulering die tweemaal de
goedgekeurde sterkte van glycopyrronium bevatte) of een enkele dosis van de vrije combinatie van
beclometasondipropionaat/formoterol (4 inhalaties van 100/6 microgram) plus glycopyrronium
(4 inhalaties van 25 microgram). De maximale plasmaconcentratie en systemische blootstelling van de
belangrijkste actieve metaboliet van beclometasondipropionaat (beclometason-17-monopropionaat) en
formoterol waren vergelijkbaar na toediening van de vaste of vrije combinatie. Voor glycopyrronium
Een vergelijking tussen de onderzoeken toonde aan dat de farmacokinetiek van beclometason-
17-monopropionaat, formoterol en glycopyrronium vergelijkbaar is tussen COPD-patiënten en
gezonde proefpersonen.
Effect van een voorzetkamer
Het gebruik van Trydonis met de AeroChamber Plus-voorzetkamer bij COPD-patiënten verhoogde de
afgifte van beclometason-17-monopropionaat, formoterol en glycopyrronium in de longen (de
maximale plasmaconcentratie steeg met respectievelijk 15%, 58% en 60%). De totale systemische
blootstelling (zoals gemeten met AUC0-t) was enigszins verlaagd voor beclometason-
17-monopropionaat (met 37%) en formoterol (met 24%), terwijl die verhoogd was voor
glycopyrronium (met 45%). Zie ook rubriek 4.4.
Effect van een nierfunctiestoornis
Systemische blootstelling (AUC0-t) aan beclometasondipropionaat, aan zijn metaboliet beclometason-
17-monopropionaat en aan formoterol werd niet beïnvloed door een lichte tot ernstige
nierfunctiestoornis. Voor glycopyrronium was er geen invloed bij proefpersonen met een lichte en
matige nierfunctiestoornis. Een stijging in totale systemische blootstelling tot het 2,5-voudige werd
echter waargenomen bij proefpersonen met een ernstige nierfunctiestoornis (glomerulaire
filtratiesnelheid lager dan 30 ml/min/1,73 m2), als gevolg van een significante daling van de
hoeveelheid die wordt uitgescheiden in urine (een daling met ongeveer 90% van de renale klaring van
glycopyrronium). Simulaties die zijn uitgevoerd met een farmacokinetisch model toonden aan dat,
zelfs bij extreme waarden van covariabelen (lichaamsgewicht minder dan 40 kg en gelijktijdige
glomerulaire filtratiesnelheid lager dan 27 ml/min/1,73 m²), blootstelling aan de werkzame stoffen van
Trydonis binnen ongeveer het 2,5-voudige bereik blijft vergeleken met de blootstelling in een typische
patiënt met mediane waarden van covariabelen.
Gerelateerd aan beclometasondipropionaat
Beclometasondipropionaat is een prodrug met zwakke bindingsaffiniteit voor
glucocorticoïdenreceptoren die wordt gehydrolyseerd via esterase-enzymen aan een actieve metaboliet
beclometason-17-monopropionaat, die een krachtigere topische activiteit tegen ontstekingen bezit in
vergelijking met de prodrug beclometasondipropionaat.
Absorptie, distributie en biotransformatie
Beclometasondipropionaat voor inhalatie wordt snel geabsorbeerd via de longen; voorafgaand aan
absorptie is er een uitgebreide conversie tot beclometason-17-monopropionaat via esterase-enzymen
die in de meeste weefsels worden aangetroffen. De systemische beschikbaarheid van de actieve
metaboliet is afkomstig van absorptie van de geïnhaleerde dosis via de longen (36%) en ingeslikte
dosis via het maag-darmkanaal. De biologische beschikbaarheid van het doorgeslikte
beclometasondipropionaat is verwaarloosbaar; presystemische conversie tot beclometason-
17-monopropionaat leidt er echter toe dat 41% van de dosis wordt geabsorbeerd als de actieve
metaboliet. Er is een nagenoeg lineaire toename in systemische blootstelling bij toename van de
geïnhaleerde dosis. De absolute biologische beschikbaarheid na inhalatie is ongeveer 2% en 62% van
de nominale dosis voor respectievelijk ongewijzigd beclometasondipropionaat en beclometason-
17-monopropionaat. Na intraveneuze dosering wordt de dispositie van beclometasondipropionaat en
Eliminatie
Excretie via feces is de belangrijkste eliminatieroute van beclometasondipropionaat als polaire
metabolieten. De renale uitscheiding van beclometasondipropionaat en zijn metabolieten is
verwaarloosbaar. De terminale eliminatiehalfwaardetijden bedragen 0,5 uur en 2,7 uur voor
respectievelijk beclometasondipropionaat en beclometason-17-monopropionaat.
Patiënten met een leverfunctiestoornis
De farmacokinetiek van beclometasondipropionaat bij patiënten met een leverfunctiestoornis is niet
onderzocht, maar aangezien beclometasondipropionaat een zeer snel metabolisme ondergaat via
esterase-enzymen die aanwezig zijn in vocht in de darmen, serum, longen en lever en zo de meer
polaire producten beclometason-21-monopropionaat, beclometason-17-monopropionaat en
beclometason vormen, wordt niet verwacht dat een leverfunctiestoornis leidt tot een gewijzigde
farmacokinetiek en een gewijzigd veiligheidsprofiel van beclometasondipropionaat.
Gerelateerd aan formoterol
Absorptie en distributie
Na inhalatie wordt formoterol geabsorbeerd uit zowel de longen als het maag-darmkanaal. De fractie
van een geïnhaleerde dosis die is doorgeslikt na toediening met een inhalator met afgepaste dosis kan
variëren tussen 60% en 90%. Ten minste 65% van de fractie die is doorgeslikt, wordt uit het maag-
darmkanaal geabsorbeerd. Piekplasmaconcentraties van de ongewijzigde werkzame stof vinden binnen
0,5 tot 1 uur na orale toediening plaats. Binding van formoterol aan plasma-eiwit bedraagt 61-64%,
waarbij 34% aan albumine wordt gebonden. Er was geen verzadiging van binding in het
concentratiebereik dat met therapeutische doses wordt bereikt. De eliminatiehalfwaardetijd vastgesteld
na orale toediening bedraagt 2-3 uur. Absorptie van formoterol is lineair na inhalatie van 12 tot
96 microgram formoterol.
Biotransformatie
Formoterol wordt in grote mate gemetaboliseerd en de belangrijkste route houdt directe conjugatie in
bij de fenolhydroxylgroep. Glucuronidezuurconjugaat is niet actief. De tweede belangrijkste route
houdt O-demethylering in, waarna conjugatie plaatsvindt bij de fenol 2'-hydroxylgroep. De
cytochroom-P450-iso-enzymen CYP2D6, CYP2C19 en CYP2C9 spelen een rol bij de
O-demethylering van formoterol. De lever lijkt de belangrijkste plaats te zijn voor metabolisatie.
Formoterol heeft geen remmende werking op CYP450-enzymen bij therapeutisch relevante
concentraties.
Eliminatie
De cumulatieve uitscheiding van formoterol in urine na een enkele inhalatie van een droogpoeder
inhalator steeg evenredig in het dosisbereik van 12-96 microgram. Gemiddeld werd 8% en 25% van de
dosis uitgescheiden als respectievelijk ongewijzigd en totaal formoterol. Op basis van
plasmaconcentraties, gemeten na inhalatie van een enkele dosis van 120 microgram door 12 gezonde
proefpersonen, werd vastgesteld dat de gemiddelde terminale eliminatiehalfwaardetijd 10 uur bedroeg.
De (R,R)- en (S,S)-enantiomeren namen ongeveer respectievelijk 40% en 60% van ongewijzigde
werkzame stof, uitgescheiden in de urine, voor hun rekening. De relatieve hoeveelheid van de twee
enantiomeren bleef constant over het onderzochte dosisbereik en er was geen bewijs van relatieve
accumulatie van één enantiomeer ten opzichte van de andere na herhaalde toediening. Na orale
toediening (40 tot 80 microgram) werd bij gezonde proefpersonen 6% tot 10% van de dosis in urine
herwonnen als ongewijzigde werkzame stof; tot 8% van de dosis werd herwonnen als glucuronide. In
totaal wordt 67% van een orale dosis formoterol in de urine uitgescheiden (voornamelijk als
metabolieten) en de rest in de feces. De renale klaring van formoterol bedraagt 150 ml/min.
Gerelateerd aan glycopyrronium
Absorptie en distributie
Glycopyrronium heeft een quaternaire ammoniumstructuur die zijn passage door biologische
membranen beperkt en voor een langzame, variabele en onvolledige absorptie uit het maag-
darmkanaal zorgt. Na inhalatie van glycopyrronium bedroeg de biologische beschikbaarheid in de
longen 10,5% (met inname van actieve kool), terwijl de absolute biologische beschikbaarheid 12,8%
bedroeg (zonder inname van actieve kool), hetgeen de beperkte absorptie uit het maag-darmkanaal
bevestigt en hetgeen erop duidt dat meer dan 80% van de systemische blootstelling aan
glycopyrronium afkomstig was van absorptie in de longen. Na herhaalde inhalatie van
tweemaaldaagse doses die varieerden van 12,5 tot 50 microgram via een aërosol bij COPD-patiënten,
vertoonde glycopyrronium een lineaire farmacokinetiek met weinig systemische accumulatie bij
steady state (mediane accumulatieverhouding 2,2-2,5).
Het klaarblijkelijke distributievolume (Vz) van geïnhaleerd glycopyrronium was toegenomen in
vergelijking met intraveneuze infusie (6.420 l versus 323 l), hetgeen de langzamere eliminatie na
inhalatie weergeeft.
Biotransformatie
Het metabole patroon van glycopyrronium in vitro (levermicrosomen en hepatocyten bij mensen,
honden, ratten, muizen en konijnen) was vergelijkbaar bij de verschillende species; de belangrijkste
metabole reactie was de hydroxylering op de fenyl- of ciclopentylringen. CYP2D6 bleek het enige
enzym te zijn dat verantwoordelijk is voor het metabolisme van glycopyrronium.
Eliminatie
De gemiddelde eliminatiehalfwaardetijd van glycopyrronium bij gezonde vrijwilligers bedroeg
ongeveer 6 uur na intraveneuze. injectie, terwijl die na inhalatie bij COPD-patiënten varieerde van
5 tot 12 uur bij steady state. Na een enkele intraveneuze injectie met glycopyrronium werd 40% van
de dosis binnen 24 uur uitgescheiden in de urine. Bij COPD-patiënten die herhaalde tweemaaldaagse
toedieningen kregen met geïnhaleerd glycopyrronium varieerde de fractie van de dosis die in urine
werd uitgescheiden van 13,0% tot 14,5% bij steady state. De gemiddelde renale klaring was
vergelijkbaar over de diverse geteste doses alsook na een enkele en herhaalde inhalatie (bereik
281-396 ml/min).
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig
van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde
dosering, en reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit.
Veiligheidsfarmacologie
In een inhalatieonderzoek bij met telemetrie gemeten honden, was het cardiovasculaire systeem een
belangrijk doelsysteem voor acute effecten van Trydonis (stijging van de hartslag, daling van de
bloeddruk, veranderingen in ECG bij hogere doses), effecten die waarschijnlijk voornamelijk verband
hielden met de bèta-2-adrenerge activiteit van formoterol en de antimuscarine activiteit van
glycopyrronium. Er was geen bewijs voor overmatig aanvullende effecten van de tripeltherapie in
vergelijking met de afzonderlijke componenten.
Toxiciteit bij herhaalde dosering
In onderzoeken met herhaalde inhalatiedosering met Trydonis bij ratten en honden die maximaal
13 weken duurden, hielden de belangrijkste waargenomen veranderingen verband met effecten op het
immuunsysteem (waarschijnlijk vanwege systemische, corticosteroïde effecten van
beclometasondipropionaat en zijn actieve metaboliet beclometason-17-monopropionaat) en op het
Reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit
Beclometasondipropionaat/beclometason-17-monopropionaat werd verantwoordelijk gehouden voor
effecten van reproductietoxiciteit bij ratten, zoals daling van het bevruchtingspercentage,
vruchtbaarheidsindex, vroege ontwikkelingsparameters van het embryo (verlies van implantatie),
vertraging in ossificatie en toegenomen incidentie van viscerale variaties, terwijl tocolytische en
antimuscarine effecten die werden toegeschreven aan de bèta-2-adrenerge activiteit van formoterol en
de antimuscarine activiteit van glycopyrronium, invloed hadden op drachtige ratten in de late fase van
de dracht en/of de vroege fase van zogen, hetgeen leidde tot verlies van jongen.
Genotoxiciteit
Genotoxiciteit van Trydonis is niet geëvalueerd, hoewel de afzonderlijke werkzame componenten
geen genotoxische activiteit vertoonden in de conventionele testsystemen.
Carcinogeniciteit
Onderzoek op het gebied van carcinogeniciteit is niet uitgevoerd met Trydonis. In een
inhalatieonderzoek van 104 weken naar de carcinogeniciteit bij ratten en een oraal onderzoek van
26 weken naar de carcinogeniciteit bij transgene Tg.rasH2-muizen vertoonde glycopyrroniumbromide
geen carcinogeen potentieel en gepubliceerde gegevens met betrekking tot onderzoeken op lange
termijn die zijn uitgevoerd met beclometasondipropionaat en formoterolfumaraat bij ratten duiden niet
op een klinisch relevant carcinogeen potentieel.
6.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1
Lijst van hulpstoffen
Watervrije ethanol
Zoutzuur
Norfluraan (drijfgas)
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3
Houdbaarheid
Spuitbus met 60 doses: 21 maanden.
Chemische en fysische stabiliteit bij gebruik is aangetoond gedurende 2 maanden bij 25°C.
Na uitlevering mag het geneesmiddel gedurende maximaal 2 maanden bij een temperatuur van
maximaal 25°C worden bewaard. De gebruiker is verantwoordelijk voor enige andere bewaarduur en
-condities bij gebruik.
Spuitbus met 120 en 180 doses: 22 maanden.
Chemische en fysische stabiliteit bij gebruik is aangetoond gedurende 4 maanden bij 25°C.
Na uitlevering mag het geneesmiddel gedurende maximaal 4 maanden bij een temperatuur van
maximaal 25°C worden bewaard. De gebruiker is verantwoordelijk voor enige andere bewaarduur en
-condities bij gebruik.
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Vóór uitlevering:
Bewaren in de koelkast (2°C-8°C).
Niet in de vriezer bewaren.
Niet blootstellen aan temperaturen hoger dan 50°C.
De spuitbus niet doorboren.
Voor de bewaarcondities bij gebruik, zie rubriek 6.3.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
Spuitbus (met aluminium coating) met een doseerventiel. De spuitbus wordt in een inhalator van
polypropyleen geplaatst die voorzien is van een mondstuk en een dosisteller (60 doses of 120 doses
per spuitbus) of een dosisindicator (180 doses per spuitbus), en wordt geleverd met een dop van
polypropyleen voor het mondstuk.
Verpakkingsgrootten van 1 bus met 60, 120 of 180 doses en meervoudige verpakkingen van 2 of
3 bussen met elk 120 doses.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
Voor apothekers:
Vermeld de datum van uitlevering aan de patiënt op de verpakking.
Gebruiksaanwijzing
Testen van de inhalator
Voordat de inhalator de eerste keer wordt gebruikt, dient de patiënt één dosis in de lucht te spuiten om
te controleren of de inhalator correct werkt (primen). Voordat de spuitbussen met 60, 120 of 180 doses
worden geprimed, moet de teller/indicator respectievelijk 61, 121 of 180 aangeven. Na het primen
moet de teller/indicator 60, 120 of 180 aangeven.
Gebruik van de inhalator
De patiënten dienen rechtop te staan of rechtop te zitten bij het inademen vanuit hun inhalator. De
stappen hieronder moeten worden gevolgd. BELANGRIJK: De stappen 2 tot 5 mogen niet te snel
worden uitgevoerd:
1.
Patiënten dienen de beschermdop van het mondstuk te verwijderen en te controleren of het
mondstuk schoon is en vrij van stof en vuil en andere vreemde voorwerpen.
2.
Patiënten dienen zo langzaam en diep mogelijk als comfortabel voor hen is uit te ademen om
hun longen leeg te maken.
3.
Patiënten dienen de inhalator verticaal te houden met het frame van de inhalator boven en het
mondstuk onder en dienen het mondstuk tussen de tanden te plaatsen zonder erop te bijten.
Vervolgens dienen ze de lippen rond het mondstuk te plaatsen, met de tong er plat onder.
4.
Patiënten dienen tegelijkertijd langzaam en diep door de mond in te ademen totdat de longen
gevuld zijn met lucht (dit duurt ongeveer 4-5 seconden). Onmiddellijk nadat de patiënten zijn
begonnen met inademen, dienen ze stevig op de bovenkant van de inhalator te drukken om één
dosis af te geven.
Patiënten dienen vervolgens de adem zo lang mogelijk in te houden, daarna de inhalator uit de
mond te nemen en langzaam uit te ademen. Patiënten dienen niet in de inhalator uit te ademen.
6.
Patiënten dienen vervolgens de dosisteller of de dosisindicator te controleren om zeker te zijn
dat die heeft afgeteld.
Om het tweede dosis te inhaleren, dienen patiënten de inhalator verticaal te blijven houden gedurende
ongeveer een halve minuut en de stappen 2 tot en met 6 te herhalen.
Indien na de inhalatie nevel verschijnt uit de inhalator of uit de mondhoeken, dient de procedure vanaf
stap 2 te worden herhaald.
Na gebruik dienen patiënten de inhalator weer af te sluiten met de beschermdop voor het mondstuk en
de dosisteller of dosisindicator te controleren.
De patiënten moeten na de inhalatie hun mond spoelen of gorgelen met water zonder het in te slikken
of ze moeten hun tanden poetsen (zie rubriek 4.2 en 4.4).
Wanneer een nieuwe inhalator halen?
Patiënten moeten worden geadviseerd om een nieuwe inhalator te halen als de dosisteller of
dosisindicator het getal `20' weergeeft. Ze dienen de inhalator niet meer te gebruiken wanneer de teller
of indicator het getal `0' weergeeft, aangezien eventueel aanwezige doseringen niet meer voldoende
kunnen zijn om een volledige dosis af te geven.
Aanvullende instructies voor specifieke groepen van patiënten
Voor patiënten die zwakke handen hebben, kan het gemakkelijker zijn om de inhalator met beide
handen vast te houden. Daartoe moeten de wijsvingers op de bovenkant van de spuitbus worden
geplaatst en beide duimen aan de onderkant van de inhalator.
Patiënten die problemen ondervinden om de aërosol gelijktijdig met de inademing te activeren, kunnen
de AeroChamber Plus-voorzetkamer als hulpmiddel gebruiken; die moet correct zijn gereinigd, zoals
beschreven in de betreffende bijsluiter. Ze moeten van hun arts of apotheker advies krijgen over het
juiste gebruik en de juiste zorg van hun inhalator en voorzetkamer, terwijl hun techniek moet worden
gecontroleerd om zeker te zijn dat de geïnhaleerde werkzame stof optimaal wordt afgegeven aan de
longen. De werkzame stof wordt optimaal afgegeven aan de longen als de patiënten de AeroChamber
Plus gebruiken met één continue langzame en diepe inademing via de voorzetkamer, zonder enige
vertraging tussen de afgifte van de dosis en inhalatie. Als alternatief kunnen de patiënten na afgifte
van de dosis gewoon in- en uitademen (via de mond), volgens de instructies in de bijsluiter van de
voorzetkamer, om de werkzame stof toe te dienen. Zie rubriek 4.4 en rubriek 5.2.
Reiniging
Voor de regelmatige reiniging van de inhalator moeten de patiënten de dop wekelijks van het
mondstuk verwijderen en zowel de binnen- als de buitenkant van het mondstuk schoonvegen met een
droge doek. Ze mogen de spuitbus niet uit het aandrijfdeel (actuator) verwijderen en mogen geen
water of andere vloeistoffen gebruiken om het mondstuk te reinigen.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1274/001
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN
DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 26 april 2018
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
{DD maand JJJJ}
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu, en de website van {naam van het nationaal bureau
(link)}.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 88 microgram/5 microgram/9 microgram inhalatiepoeder
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke afgegeven dosis (de dosis die uit het mondstuk komt) bevat 88 microgram
beclometasondipropionaat, 5 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram
glycopyrronium (als 11 microgram glycopyrroniumbromide).
Elke afgepaste dosis bevat 100 microgram beclometasondipropionaat, 6 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram glycopyrronium (als 12,5 microgram
glycopyrroniumbromide).
Hulpstof met bekend effect
Elke inhalatie bevat 9,9 mg lactosemonohydraat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Inhalatiepoeder
Wit of bijna wit poeder in een witte inhalator (NEXThaler).
4.
KLINISCHE GEGEVENS
4.1
Therapeutische indicaties
Onderhoudsbehandeling bij volwassen patiënten met matige tot ernstige chronische obstructieve
longziekte (COPD) die niet voldoende kunnen worden behandeld met een combinatie van een
inhalatiecorticosteroïde en een langwerkende bèta-2-agonist of een combinatie van een langwerkende
bèta-2-agonist en een langwerkende muscarineantagonist (voor effecten op het onder controle krijgen
van de symptomen en het voorkomen van exacerbaties, zie rubriek 5.1).
4.2
Dosering en wijze van toediening
Dosering
De aanbevolen dosering is twee inhalaties tweemaal daags.
De maximumdosering is twee inhalaties tweemaal daags.
Bijzondere populaties
Ouderen
De dosering hoeft niet te worden aangepast bij oudere patiënten (65 jaar en ouder).
Nierfunctiestoornis
Trydonis kan worden gebruikt bij de aanbevolen dosering bij patiënten met een lichte tot matige
nierfunctiestoornis. Gebruik bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis of nierfalen dat dialyse
vereist, met name indien dit gepaard gaat met een significante daling van het lichaamsgewicht, mag
alleen worden overwogen indien het verwachte voordeel opweegt tegen het mogelijke risico (zie
rubriek 4.4 en 5.2).
Leverfunctiestoornis
Er zijn geen relevante gegevens over het gebruik van Trydonis bij patiënten met een ernstige
leverfunctiestoornis; het geneesmiddel moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij deze patiënten
(zie rubriek 4.4 en 5.2).
Pediatrische patiënten
Er is geen relevante toepassing van Trydonis bij kinderen (jonger dan 18 jaar) voor de indicatie van
chronische obstructieve longziekte (COPD).
Wijze van toediening
Voor inhalatie.
De inhalator is een ademgestuurde inhalator. Om er zeker van te zijn dat het geneesmiddel op de juiste
wijze wordt toegediend, dient een arts of andere beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg de patiënt
het correcte gebruik van de inhalator te tonen en regelmatig te controleren dat de inhalatietechniek van
de patiënt adequaat is (zie 'Gebruiksaanwijzing' hieronder).
De patiënt dient te worden geadviseerd om de patiëntenbijsluiter zorgvuldig te lezen en zich te houden
aan de gebruiksaanwijzingen zoals die in de bijsluiter staan.
De patiënten moeten na de inhalatie hun mond spoelen of gorgelen met water zonder het in te slikken
of ze moeten hun tanden poetsen (zie rubriek 4.4).
Gebruiksaanwijzing
Venster
Bescherm-
van de
kap
Mondstuk
Lucht-
dosisteller
inlaat
De patiënt informeren bij gebruik van een nieuwe inhalator

Als de zak niet is verzegeld of als deze beschadigd is, of als de inhalator zichtbaar kapot is of
beschadigingen heeft, moet de patiënt hem terugbrengen naar de persoon van wie de patiënt
hem heeft gekregen en een nieuwe vragen.
De patiënt moet op het etiket op de verpakking de datum noteren waarop de zak geopend is.
Het venster van de dosisteller moet op '120' staan. Als het weergegeven cijfer lager is dan
'120', moet de patiënt de inhalator terugbrengen naar de persoon die hem heeft gegeven en een
nieuwe vragen.
Gebruik van de inhalator
De patiënten dienen te staan of rechtop te zitten bij het inademen vanuit hun inhalator. De stappen
hieronder moeten worden gevolgd.
1.
Patiënten dienen de inhalator rechtop vast te houden, het aantal doses te controleren (elk getal
tussen de '1' en '120' geeft aan dat er nog doses over zijn in de inhalator) en het
beschermkapje volledig te openen.
2.
Patiënten dienen zo langzaam en diep mogelijk als comfortabel voor hen is uit te ademen om
hun longen leeg te maken.
3.
Patiënten dienen de lippen rondom het mondstuk te sluiten, zonder de luchtinlaat te bedekken of
via de luchtinlaat in te ademen.
4.
Patiënten dienen krachtig en diep via de mond in te ademen. Het kan zijn dat ze iets proeven of
dat ze een klikje horen of voelen wanneer ze de dosis innemen.
5.
Patiënten dienen vervolgens de inhalator uit de mond te nemen, de adem zo lang als comfortabel
voor hen is (5-10 seconden lang) in te houden en daarna langzaam uit te ademen. Patiënten
mogen niet via de inhalator uitademen.
6.
Na gebruik dienen patiënten de inhalator weer rechtop te kantelen, het beschermkapje volledig
te sluiten en te controleren of de dosisteller met 1 dosis heeft afgeteld.
7.
Als nog een dosis moet worden ingenomen, moeten de patiënten de stappen 1 tot en met 6
herhalen.
NB: Het aantal inhalaties dat in het venster op het omhulsel wordt weergegeven, telt niet af wanneer
het beschermkapje wordt gesloten als de patiënt niet heeft ingeademd via de inhalator. De patiënt dient
geïnstrueerd te worden dat hij/zij het beschermkapje van de inhalator alleen mag openen wanneer dat
nodig is. In het geval dat de patiënt de inhalator heeft geopend, maar niet heeft ingeademd en het
Reinigen
Het is normaal gesproken niet nodig de inhalator schoon te maken. Patiënten mogen de inhalator na
gebruik schoonmaken met een droge doek of tissue, maar niet met water of andere vloeistoffen.
4.3
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Niet voor acuut gebruik
Dit geneesmiddel is niet geïndiceerd voor de behandeling van acute episodes van bronchospasme en
evenmin voor behandeling van een acute exacerbatie van de ziekte (d.w.z. als noodmedicatie).
Overgevoeligheid
Er zijn acute overgevoeligheidsreacties gemeld na toediening. Indien symptomen doen vermoeden dat
zich allergische reacties voordoen, met name angio-oedeem (waaronder problemen met ademen of
slikken, zwelling van tong, lippen en gezicht), urticaria of huiduitslag, moet de behandeling
onmiddellijk worden gestaakt en moet een alternatieve therapie worden ingesteld.
Paradoxale bronchospasmen
Er kunnen paradoxale bronchospasmen optreden met een onmiddellijke toename van piepen en
kortademigheid na de toediening. Dit dient direct te worden behandeld met een snelwerkende
inhaleerbare bronchusverwijder (noodmedicatie). De behandeling moet onmiddellijk worden gestopt,
de patiënt moet worden beoordeeld en indien nodig moet een alternatieve therapie worden ingesteld.
Verergering van de ziekte
Aanbevolen wordt om de behandeling niet abrupt te staken. Indien patiënten de behandeling niet
effectief vinden, dienen ze met de behandeling door te gaan maar medisch advies te vragen.
Toenemend gebruik van snelwerkende bronchusverwijders duidt op een achteruitgang van de
onderliggende aandoening en vraagt om een herbeoordeling van de behandeling. Plotselinge of
progressieve verslechtering van symptomen kan levensbedreigend zijn en de patiënt dient dan
dringend een medische beoordeling te ondergaan.
Cardiovasculaire effecten
Vanwege de aanwezigheid van een langwerkende bèta-2-agonist en een langwerkende
muscarineantagonist dient Trydonis met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met
hartritmestoornissen, met name een derdegraads atrioventriculair blok en tachyaritmieën (versnelde
en/of onregelmatige hartslag, waaronder atriumfibrillatie), idiopathische subvalvulaire aortastenose,
hypertrofische obstructieve cardiomyopathie, ernstige hartziekte (met name acuut myocardinfarct,
ischemische hartziekte, congestief hartfalen), occlusieve vaatziekten (met name arteriosclerose),
arteriële hypertensie en aneurysma.
Ook dient voorzichtigheid te worden betracht bij de behandeling van patiënten die verlenging van het
QTc-interval hebben of dit vermoedelijk hebben, (QTc > 450 milliseconden voor mannen of
> 470 milliseconden voor vrouwen), hetzij congenitaal hetzij geïnduceerd door geneesmiddelen.
Patiënten die de diagnose van de beschreven cardiovasculaire aandoeningen hadden, werden
uitgesloten van klinische onderzoeken met Trydonis.
Voorzichtigheid is tevens vereist bij de behandeling van patiënten met thyreotoxicose, diabetes
mellitus, feochromocytoom en onbehandelde hypokaliëmie.
Pneumonie bij patiënten met COPD
Een toename van de incidentie van pneumonie, waaronder pneumonie waarvoor een
ziekenhuisopname nodig was, is waargenomen bij patiënten met COPD die inhalatiecorticosteroïden
kregen. Er zijn enkele aanwijzingen voor een toegenomen risico op pneumonie met een toenemende
steroïddosis, maar dit is niet overtuigend aangetoond in alle onderzoeken.
Er is geen overtuigend klinisch bewijs voor intra-klasseverschillen tussen inhalatiecorticosteroïden wat
betreft de omvang van het risico op pneumonie.
Artsen moeten alert blijven op de mogelijke ontwikkeling van pneumonie bij patiënten met COPD,
omdat de klinische kenmerken van dergelijke infecties een overlap vertonen met de symptomen van
COPD-exacerbaties.
Risicofactoren voor pneumonie bij patiënten met COPD zijn onder andere huidig rookgedrag, hogere
leeftijd, lage body mass index (BMI) en ernstig COPD.
Systemische effecten van corticosteroïden
Systemische effecten kunnen met elke inhalatiecorticosteroïde optreden, met name indien gedurende
lange tijd hoge doses worden voorgeschreven. De dagelijkse dosis Trydonis komt overeen met een
middelmatige dosis inhalatiecorticosteroïde. De kans dat deze effecten optreden, is met
inhalatiecorticosteroïden veel minder groot dan met orale corticosteroïden. Mogelijke systemische
effecten zijn onder meer: het syndroom van Cushing, gezichtskenmerken van het syndroom van
Cushing, bijniersuppressie, groeiretardatie, vermindering van de botmineraaldichtheid en, minder
vaak, een reeks van psychologische of gedragseffecten, zoals psychomotorische hyperactiviteit,
slaapstoornissen, angst, depressie of agressie (voornamelijk bij kinderen). Daarom is het belangrijk dat
de patiënt regelmatig opnieuw wordt beoordeeld).
Trydonis dient met voorzichtigheid te worden toegediend aan patiënten met actieve of latente
pulmonaire tuberculose en aan patiënten met schimmel- en virusinfecties van de luchtwegen.
Hypokaliëmie
Mogelijk ernstige hypokaliëmie kan voortvloeien uit therapie met een bèta-2-agonist. Dit kan tot
cardiovasculaire bijwerkingen leiden. Voorzichtigheid is met name geboden bij ernstig zieke
patiënten, omdat dit effect kan worden versterkt door hypoxie. Hypokaliëmie kan ook toenemen door
gelijktijdige behandeling met andere geneesmiddelen die hypokaliëmie kunnen induceren, zoals
xanthinederivaten, steroïden en diuretica (zie rubriek 4.5).
Bovendien is voorzichtigheid geboden wanneer meerdere snelwerkende bronchusverwijders worden
gebruikt. Aanbevolen wordt dat in zulke situaties de kaliumgehaltes in serum worden gecontroleerd.
Hyperglykemie
De inhalatie van formoterol kan een stijging van de bloedglucosegehaltes veroorzaken. Daarom moet
tijdens behandeling de bloedglucose worden gecontroleerd met inachtneming van vastgelegde
richtlijnen voor patiënten met diabetes.
Glycopyrronium moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met
nauwekamerhoekglaucoom, prostaathyperplasie of urineretentie. Patiënten moeten worden
geïnformeerd over de klachten en symptomen van acute nauwehoekglaucoom, dat de behandeling
moet worden gestaakt en dat ze onmiddellijk contact moeten opnemen met hun arts als zich een van
deze klachten of symptomen ontwikkelt.
Bovendien wordt, vanwege het anticholinerge effect van glycopyrronium, de langdurige gelijktijdige
toediening met andere geneesmiddelen die anticholinergica bevatten, niet aanbevolen (zie rubriek 4.5).
Patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis
Bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis, waaronder patiënten met nierfalen dat dialyse
vereist, met name indien dit gepaard gaat met een significante daling van het lichaamsgewicht, mag
Trydonis alleen worden gebruikt indien het verwachte voordeel opweegt tegen het mogelijke risico
(zie rubriek 5.2). Deze patiënten moeten worden gecontroleerd op mogelijke bijwerkingen.
Patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis
Bij patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis mag Trydonis alleen worden gebruikt indien het
verwachte voordeel opweegt tegen het mogelijke risico (zie rubriek 5.2). Deze patiënten moeten
worden gecontroleerd op mogelijke bijwerkingen.
Preventie van orofaryngeale infecties
Om het risico op orofaryngeale candida-infectie tot een minimum te beperken, moeten patiënten
worden geadviseerd om na inhalatie van de voorgeschreven dosis de mond te spoelen of te gorgelen
met water zonder het in te slikken of om de tanden te poetsen.
Visusstoornis
Visusstoornis kan worden gemeld bij systemisch en topisch gebruik van corticosteroïden. Indien een
patiënt symptomen ontwikkelt zoals wazig zien of andere visusstoornissen, dient te worden
overwogen de patiënt door te verwijzen naar een oogarts ter beoordeling van mogelijke oorzaken
waaronder cataract, glaucoom of zeldzame ziekten zoals centrale sereuze chorioretinopathie (CSCR)
die zijn gemeld na gebruik van systemische en topische corticosteroïden.
Lactosegehalte
Dit geneesmiddel bevat lactose.
Lactose bevat kleine hoeveelheden melkeiwitten, wat allergische reacties kan veroorzaken.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Farmacokinetische interacties
Aangezien glycopyrronium hoofdzakelijk via de nieren wordt uitgescheiden, kunnen zich interacties
voordoen met geneesmiddelen die invloed hebben op de uitscheidingsmechanismen van de nieren (zie
rubriek 5.2). Het remmende effect van organische kationtransporteiwitten (met gebruikmaking van
cimetidine als 'probe'-remmer van de transporteiwitten OCT2 en MATE1) in de nieren op dispositie
van geïnhaleerd glycopyrronium duidde op een beperkte toename van zijn totale systemische
blootstelling (AUC0-t) met 16% en een lichte afname in renale klaring met 20% vanwege gelijktijdige
toediening van cimetidine.
Beclometason is minder afhankelijk van het CYP3A-metabolisme dan sommige andere
corticosteroïden, en in het algemeen zijn interacties onwaarschijnlijk; de mogelijkheid van
systemische effecten bij gelijktijdig gebruik van krachtige CYP3A-remmers (bijv. ritonavir, cobicistat)
Farmacodynamische interacties
Gerelateerd aan formoterol
Niet-cardioselectieve bètablokkers (waaronder oogdruppels) moeten worden vermeden bij patiënten
die formoterol voor inhalatie gebruiken. Als ze om dwingende redenen worden toegediend, zal het
effect van formoterol afnemen of verdwijnen.
Gelijktijdig gebruik van andere bèta-adrenerge geneesmiddelen kan potentieel aanvullende effecten
hebben; daarom is voorzichtigheid vereist wanneer andere bèta-adrenerge geneesmiddelen gelijktijdig
met formoterol worden voorgeschreven.
Gelijktijdige behandeling met kinidine, disopyramide, procaïnamide, antihistaminica,
monoamineoxidaseremmers, tricyclische antidepressiva en fenothiazines kan leiden tot een verlengd
QT-interval en tot een toename van het risico op ventriculaire aritmieën. Bovendien kunnen L-dopa,
L-thyroxine, oxytocine en alcohol leiden tot verminderde tolerantie van het hart met betrekking tot
bèta-2-sympathicomimetica.
Gelijktijdige behandeling met monoamineoxidaseremmers, waaronder geneesmiddelen met
vergelijkbare eigenschappen, zoals furazolidon en procarbazine, kan een versterkende werking hebben
op hypertensieve reacties.
Er is een verhoogd risico op aritmieën bij patiënten die gelijktijdige anesthesie met gehalogeneerde
koolwaterstoffen krijgen.
Gelijktijdige behandeling met xanthinederivaten, steroïden of diuretica kan een versterkende werking
hebben op het hypokaliëmische effect van bèta-2-agonisten (zie rubriek 4.4). Hypokaliëmie kan de
dispositie verhogen met betrekking tot aritmieën bij patiënten die worden behandeld met
digitalisglycosiden.
Gerelateerd aan glycopyrronium
De langdurige gelijktijdige toediening van Trydonis met andere geneesmiddelen die anticholinergica
bevatten, is niet onderzocht en wordt daarom niet aanbevolen (zie rubriek 4.4).
4.6
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn geen of een beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van Trydonis bij zwangere
vrouwen.
Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken (zie rubriek 5.3). Van glucocorticoïden is bekend
dat ze effecten veroorzaken in de vroege fase van de zwangerschap, terwijl
bèta-2-sympathicomimetica, zoals formoterol tocolytische effecten hebben. Uit voorzorg heeft het
daarom de voorkeur het gebruik van Trydonis te vermijden tijdens de zwangerschap en tijdens de
baring.
Trydonis mag alleen tijdens de zwangerschap worden gebruikt als het voordeel voor de patiënt
opweegt tegen het mogelijke risico voor de foetus. Zuigelingen en pasgeborenen van moeders die
aanzienlijke doses krijgen, moeten worden opgevolgd voor bijniersuppressie.
Er zijn geen relevante klinische gegevens over het gebruik van Trydonis tijdens de borstvoeding bij de
mens.
Glucocorticoïden worden uitgescheiden in de moedermelk. Het is redelijk te veronderstellen dat
beclometasondipropionaat en zijn metabolieten ook worden uitgescheiden in de moedermelk.
Het is niet bekend of formoterol of glycopyrronium (met inbegrip van hun metabolieten) in de
moedermelk terechtkomen, maar ze zijn gedetecteerd in de melk van zogende dieren.
Anticholinergica, zoals glycopyrronium, kunnen borstvoeding onderdrukken.
Er moet worden besloten of borstvoeding moet worden gestaakt of dat behandeling met Trydonis moet
worden gestaakt dan wel niet moet worden ingesteld, waarbij het voordeel van borstvoeding voor het
kind en het voordeel van behandeling voor de vrouw in overweging moeten worden genomen.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen specifieke onderzoeken uitgevoerd met Trydonis met betrekking tot de veiligheid op de
vruchtbaarheid bij de mens. Uit dieronderzoek is verminderde vruchtbaarheid gebleken (zie
rubriek 5.3).
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Trydonis heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om
machines te bedienen.
4.8
Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
In een 4 weken durend onderzoek was het veiligheidsprofiel van Trydonis inhalatiepoeder
vergelijkbaar met het veiligheidsprofiel dat is waargenomen voor Trydonis aerosol.
De meest frequent gemelde bijwerkingen bij patiënten met COPD of astma met Trydonis aerosol zijn
respectievelijk dysfonie (0,3% en 1,5%) en orale candidiasis (0,8% en 0,3%), die doorgaans in
verband worden gebracht met inhalatiecorticosteroïden; spierspasmen (0,4% en 0,2%), die kunnen
worden toegeschreven aan de langwerkende bèta-2-agonist en een droge mond (0,4% en 0,5%), dat
een typisch anticholinerg effect is. Zo ook werd droge mond gemeld bij 2 patiënten (0,6%) met
Trydonis inhalatiepoeder. Bij astmatische patiënten bestaat de neiging tot clustervorming van de
bijwerkingen tijdens de eerste 3 maanden na het instellen van de behandeling en komen de
bijwerkingen minder vaak voor bij langduriger gebruik (na een behandeling van 6 maanden).
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
Bijwerkingen die in verband worden gebracht met
beclometasondipropionaat/formoterol/glycopyrronium die optraden tijdens klinische onderzoeken en
ervaring na het in de handel brengen, alsmede bijwerkingen die worden vermeld voor de in de handel
verkrijgbare afzonderlijke componenten, worden hieronder vermeld, onderverdeeld naar
systeem/orgaanklasse en frequentie.
De frequenties worden als volgt gedefinieerd: zeer vaak ( 1/10); vaak ( 1/100, < 1/10); soms
( 1/1.000, < 1/100); zelden ( 1/10.000, < 1/1.000); zeer zelden (< 1/10.000) en niet bekend (kan met
de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Bijwerking
Frequentie
volgens MedDRA
Pneumonie (bij COPD-patiënten), faryngitis,
orale candidiasis, urineweginfectie1,
Vaak
nasofaryngitis1
Griep1, orale schimmelinfectie, orofaryngeale
Infecties en parasitaire
candidiasis, slokdarmcandidiasis, (oro)faryngitis
aandoeningen
Soms
door schimmels, sinusitis1, rinitis1,
gastro-enteritis1, vulvovaginale candidiasis1
Infectie van onderste luchtwegen (door
Zelden
schimmels)
Bloed- en
Granulocytopenie1
Soms
lymfestelselaandoeningen
Trombocytopenie1
Zeer zelden
Dermatitis allergisch1
Soms
Immuunsysteemaandoeningen
Overgevoeligheidsreacties, waaronder erytheem,
Zelden
oedeem van lippen, gezicht, ogen en farynx
Endocriene aandoeningen
Bijniersuppressie1
Zeer zelden
Voedings- en
Hypokaliëmie, hyperglykemie
Soms
stofwisselingsstoornissen
Verminderde eetlust
Zelden
Rusteloosheid1
Soms
Psychomotorische hyperactiviteit1,
slaapstoornissen1, angst, depressie1, agressie1,
Frequentie niet
Psychische stoornissen
gedragsveranderingen (voornamelijk bij
bekend
kinderen)1
Insomnia
Zelden
Hoofdpijn
Vaak
Zenuwstelselaandoeningen
Tremor, duizeligheid, dysgeusie1, hypo-esthesie1
Soms
Hypersomnie
Zelden
Frequentie niet
Gezichtsvermogen wazig1 (zie ook rubriek 4.4)
Oogaandoeningen
bekend
Glaucoom1, cataract1
Zeer zelden
Evenwichtsorgaan- en
Otosalpingitis1
Soms
ooraandoeningen
Atriumfibrillatie, elektrocardiogram QT
verlengd, tachycardie, tachyaritmie1,
Soms
hartkloppingen
Hartaandoeningen
Angina pectoris (stabiel1 en onstabiel),
extrasystolen (ventriculair1 en supraventriculair),
Zelden
nodaal ritme, sinusbradycardie
Hyperemie1, overmatig blozen1, hypertensie
Soms
Bloedvataandoeningen
Extravasatie
Zelden
Dysfonie
Vaak
Astmatische crisis1, hoesten, productieve hoest1,
Soms
keelirritatie, bloedneus1, faryngeaal erytheem
Ademhalingsstelsel-, borstkas- Paradoxaal bronchospasme1, exacerbatie van
en mediastinumaandoeningen
astma, orofaryngeale pijn, farynxontsteking,
Zelden
droge keel
Dyspneu1
Zeer zelden
Diarree1, droge mond, dysfagie1, nausea,
Maagdarmstelselaandoeningen dyspepsie1, branderig gevoel van de lippen1,
Soms
tandcariës1, (afteuze) stomatitis
Huid- en
Rash1, urticaria, pruritus, hyperhidrose1
Soms
onderhuidaandoeningen
Angio-oedeem1
Zelden
Spierspasmen, myalgie, pijn in extremiteit1,
Skeletspierstelsel- en
Soms
skeletspierstelsel borstpijn1
bindweefselaandoeningen
Groeivertraging1
Zeer zelden
Bijwerking
Frequentie
volgens MedDRA
Nier- en
Dysurie, urineretentie, nefritis1
Zelden
urinewegaandoeningen
Vermoeidheid1
Soms
Algemene aandoeningen en
Asthenie
Zelden
toedieningsplaatsstoornissen
Oedeem perifeer1
Zeer zelden
C-reactief proteïne verhoogd1,
bloedplaatjestelling verhoogd1, vrije vetzuren
Soms
verhoogd1, bloedinsuline verhoogd1,
Onderzoeken
bloedketonlichaam verhoogd1, cortisol verlaagd1
Bloeddruk verhoogd1, bloeddruk verlaagd1
Zelden
Botdichtheid verlaagd1
Zeer zelden
1 Bijwerkingen gemeld in de SPC van ten minste een van de afzonderlijke componenten, maar niet waargenomen
als bijwerkingen in de klinische ontwikkeling van Trydonis
Van de waargenomen bijwerkingen treden de volgende doorgaans op bij:
Beclometasondipropionaat
Pneumonie, orale schimmelinfecties, infectie van de onderste luchtwegen door schimmels, dysfonie,
keelirritatie, hyperglykemie, psychische stoornissen, cortisol verlaagd, wazig zien.
Formoterol
Hypokaliëmie, hyperglykemie, tremor, hartkloppingen, spierspasmen, elektrocardiogram QT verlengd,
bloeddruk verhoogd, bloeddruk verlaagd, atriumfibrillatie, tachycardie, tachyaritmie, angina pectoris
(stabiel en instabiel), ventriculaire extrasystolen, nodaal ritme.
Glycopyrronium
Glaucoom, atriumfibrillatie, tachycardie, hartkloppingen, een droge mond, tandcariës, dysurie,
urineretentie, urineweginfectie.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op
deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden
gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen
te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.
4.9
Overdosering
Een overdosering van Trydonis kan klachten en symptomen veroorzaken die het gevolg zijn van de
werking van de afzonderlijke componenten, waaronder degene die worden waargenomen bij
overdosering van andere bèta-2-agonisten of anticholinergica en overeenstemmen met de bekende
effecten van de klasse van inhalatiecorticosteroïden (zie rubriek 4.4). Indien overdosering voorkomt,
moeten de symptomen van de patiënt worden behandeld en zo nodig worden opgevolgd met passende
controle.
5.
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: geneesmiddelen voor obstructieve luchtwegaandoeningen,
adrenergica in combinatie met anticholinergica, waaronder tripeltherapie met corticosteroïden.
ATC-code: R03AL09.
Trydonis bevat beclometasondipropionaat, formoterol en glycopyrronium (BDP/FF/G) in een
formulering van een droog poeder dat een extrafijne aerosol met extrafijne deeltjes oplevert en
gelijktijdige afgifte van de drie componenten. De aerosoldeeltjes van Trydonis zijn gemiddeld veel
kleiner dan de deeltjes die worden afgegeven bij niet-extrafijne formuleringen. Voor
beclometasondipropionaat leidt dit tot een sterker effect dan bij formuleringen met een niet-extrafijne
deeltjesgrootteverdeling (100 microgram extrafijn beclometasondipropionaat in Trydonis komt
overeen met 250 microgram beclometasondipropionaat in een niet-extrafijne formulering).
Beclometasondipropionaat
Beclometasondipropionaat gegeven als inhalatie bij de aanbevolen doses heeft een
ontstekingsremmende glucocorticoïde werking in de longen. Glucocorticoïden worden veelvuldig
gebruikt voor de onderdrukking van een ontsteking bij chronische ontstekingsziekten van de
luchtwegen. Hun werking wordt gemedieerd door de binding aan glucocorticoïde receptoren in het
cytoplasma, resulterend in de verhoogde transcriptie van genen die coderen voor anti-inflammatoire
proteïnen.
Formoterol
Formoterol is een selectieve bèta-2-adrenerge agonist die de gladde spieren van de bronchiën ontspant
bij patiënten met een omkeerbare obstructie van de luchtwegen. Het bronchodilaterende effect treedt
snel in, binnen 1-3 minuten na inhalatie en duurt 12 uur na een enkelvoudige dosis.
Glycopyrronium
Glycopyrronium is een langwerkende muscarinereceptorantagonist (anticholinergicum) met hoge
affiniteit die wordt gebruikt voor inhalatie als luchtwegverwijdende behandeling. Glycopyrronium
oefent een werking uit door de bronchoconstrictieve werking van acetylcholine op de gladde
spiercellen van de luchtwegen te blokkeren, waardoor de luchtwegen verwijden.
Glycopyrroniumbromide is een muscarinereceptorantagonist met hoge affiniteit met een selectiviteit
die meer dan het 4-voud is van de humane M3-receptoren ten opzichte van de humane M2-receptor,
zoals is bewezen.
Klinische werkzaamheid en veiligheid
Trydonis inhalatiepoeder
Het ontwikkelingsprogramma van Trydonis inhalatiepoeder werd uitgevoerd met BDP/FF/G 88/5/9 en
bestond uit één 4 weken durend onderzoek naar non-inferioriteit. Onderzoek TRI-D was een
multicenter, gerandomiseerd, dubbelblind, dubbeldummy, 3-wegs cross-overonderzoek met werkzame
controle ter vergelijking van 3 behandelingsperiodes van elk 4 weken met BDP/FF/G inhalatiepoeder,
BDP/FF/G aerosol of een combinatie met vaste doses beclometasondipropionaat en formoterol
100/6 microgram aerosol, die elk werden afgegeven als 2 inhalaties tweemaal daags, gescheiden door
een 2 weken durende wash-outperiode bij patiënten met stabiele, matige-tot-ernstige COPD. De
coprimaire werkzaamheidseindpunten waren de veranderingen ten opzichte van de uitgangssituatie in
FEV1 AUC0-12uur genormaliseerd volgens tijd en in dalwaarde van FEV1 na 24 uur op dag 28.
Effecten op de longfunctie
366 patiënten werden gerandomiseerd. Non-inferioriteit van BDP/FF/G inhalatiepoeder ten opzichte
van BDP/FF/G aerosol werd aangetoond voor beide coprimaire eindpunten, waarbij de ondergrenzen
van het betrouwbaarheidsinterval van de aangepaste gemiddelde verschillen boven de drempel van
-50 ml voor non-inferioriteit vielen: de aangepaste gemiddelde verschillen (95%-BI) waren -20 ml
(-35; -6) voor FEV1 AUC0-12uur en 3 ml (-15; 20) voor de dalwaarde van FEV1 na 24 uur op dag 28.
Zowel BDP/FF/G inhalatiepoeder als BDP/FF/G aerosol verbeterde de FEV1 AUC0-12uur significant ten
opzichte van de combinatie met vaste doses van beclometasondipropionaat en formoterol aerosol met
respectievelijk 85 ml (95%-BI: 70; 99) en 105 ml (95%-BI: 90, 120) (p < 0,001 voor beide).
respectievelijk > 60% en 60% voorspeld) en patiënten met matige en ernstige COPD (FEV1
respectievelijk 50% en < 50% voorspeld) namen aan het onderzoek deel. Alle patiënten, ongeacht de
leeftijd, de ziekte en de ernst van de ziekte, waren in staat voldoende inspiratoire flow te genereren om
de inhalator te activeren. In een aanvullend open-label onderzoek met placebo waren patiënten met
lichte tot ernstige COPD, ongeacht hun functionele beperking, in staat de inhalator effectief te
activeren en te gebruiken.
Trydonis aerosol
Het ontwikkelingsprogramma van Trydonis aerosol voor COPD werd uitgevoerd met BDP/FF/G
87/5/9 en bestond uit twee 52 weken durende onderzoeken met werkzame controle. Het
TRILOGY-onderzoek vergeleek BDP/FF/G met een vaste combinatie van 100/6 microgram
beclometasondipropionaat en formoterol twee inhalaties tweemaal daags (1.368 gerandomiseerde
patiënten). Het TRINITY-onderzoek vergeleek BDP/FF/G met 18 microgram tiotropium
inhalatiepoeder, harde capsule, één inhalatie eenmaal daags; bovendien werden effecten vergeleken
met een vrije tripeltherapie die bestond uit een vaste combinatie van 100/6 microgram
beclometasondipropionaat en formoterol (overeenkomend met een afgegeven dosis van
84,6/5,0 microgram) twee inhalaties tweemaal daags plus 18 microgram tiotropium inhalatiepoeder,
harde capsule, één inhalatie eenmaal daags (2.691 gerandomiseerde patiënten). In het
TRIBUTE-onderzoek werd BDP/FF/G vergeleken met een vaste combinatie van
indacaterol/glycopyrronium 85/43 microgram inhalatiepoeder, harde capsule, één inhalatie eenmaal
daags (1.532 gerandomiseerde patiënten).
Daling van exacerbaties van COPD
BDP/FF/G verlaagde de frequentie van matige/ernstige exacerbaties over een periode van 52 weken
met 23% vergeleken met een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol
(frequentie: 0,41 versus 0,53 voorvallen per patiënt/jaar; p = 0,005), met 20% vergeleken met
tiotropium (frequentie: 0,46 versus 0,57 voorvallen per patiënt/jaar; p = 0,003) en met 15% vergeleken
met een vaste combinatie van indacaterol en glycopyrronium (frequentie: 0,50 versus 0,59 voorvallen
per patiënt/jaar; p = 0,043). Er werden geen verschillen waargenomen wanneer BDP/FF/G werd
vergeleken met de vrije tripeltherapie bestaande uit een vaste combinatie beclometasondipropionaat en
formoterol plus tiotropium (frequentie van matige/ernstige exacerbaties: 0,46 versus 0,45 voorvallen
per patiënt/jaar).
Effecten op de longfunctie
Vergeleken met een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol verbeterde
BDP/FF/G de FEV1 vóór de dosis met 71 ml na 28 dagen, met 81 ml na een behandeling van
26 weken en met 63 ml na een behandeling van 52 weken. Vergeleken met tiotropium verbeterde
BDP/FF/G de FEV1 vóór de dosis met 51 ml na een behandeling van 26 weken en met 61 ml na een
behandeling van 52 weken. Deze verbeteringen waren statistisch significant (p < 0,001). Vergeleken
met een vaste combinatie van indacaterol en glycopyrronium verbeterde BDP/FF/G de gemiddelde
FEV1 vóór de dosis over de behandelingsperiode van 52 weken met 22 ml (p = 0,018). Vergelijkbare
verbeteringen werden waargenomen op week 26 en 52, hoewel deze niet statistisch significant waren.
Er werden geen verschillen waargenomen wanneer BDP/FF/G werd vergeleken met de vrije
tripeltherapie bestaande uit een vaste combinatie van beclometasondipropionaat en formoterol plus
tiotropium (verschil van 3 ml in FEV1 vóór de dosis na een behandeling van 52 weken).
Symptomatische uitkomsten
BDP/FF/G was statistisch significant superieur ten opzichte van een vaste combinatie van
beclometasondipropionaat en formoterol, ten opzichte van tiotropium, en ten opzichte van een vaste
Pediatrische patiënten
Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten af te zien van de verplichting voor de fabrikant
om de resultaten in te dienen van onderzoek met Trydonis in alle subgroepen van pediatrische
patiënten met COPD (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).
5.2
Farmacokinetische eigenschappen
Trydonis ­ vaste combinatie
De farmacokinetiek van beclometasondipropionaat (en zijn actieve metaboliet
beclometason-17-monopropionaat), formoterol en glycopyrroniumbromide is onderzocht in een
farmacokinetisch onderzoek dat is uitgevoerd bij gezonde proefpersonen, waarbij Trydonis
inhalatiepoeder werd vergeleken met de formulering van een aerosol, die beide
beclometasondipropionaat, formoterolfumaraat en glycopyrroniumbromide afgaven met een sterkte
van 100/6/12,5 µg/inhalatie (8 inhalaties komen overeen met een totale dosis van 800/48/100 µg). De
relatieve totale systemische blootstelling werd beoordeeld zonder het gebruik van koolblokkade om de
werkzame stof geabsorbeerd uit zowel de longen als uit het maagdarmkanaal te beoordelen, terwijl de
relatieve beschikbaarheid in de longen werd onderzocht door gebruik te maken van een koolblokkade
om absorptie van de werkzame stof uit het maagdarmkanaal uit te sluiten.
Beclometasondipropionaat werd snel geabsorbeerd en toonde 10 minuten na de dosis een piek in
plasmaconcentratie voor zowel Trydonis inhalatiepoeder als Trydonis aerosol. Toediening van het
inhalatiepoeder leidde tot een stijging van de totale systemische blootstelling (1,2-voudig voor Cmax en
2,4-voudig voor AUC0-t) en de beschikbaarheid in de longen (1,3-voudig voor Cmax en 2,5-voudig voor
AUC0-t) in vergelijking met de aerosol. Beclometason-17-monopropionaat werd snel gevormd en
vertoonde ongeveer 15-30 minuten na toediening van het geneesmiddel een piek in
plasmaconcentratie. Toediening van het inhalatiepoeder leidde tot een enigszins lagere totale
systemische blootstelling in vergelijking met de aerosol (-17% voor Cmax en -16% voor AUC0-t),
terwijl de beschikbaarheid in de longen overeenkwam voor AUC0-t, maar enigszins lager was voor
Cmax (-13%).
Formoterol werd snel geabsorbeerd en vertoonde 10 minuten na de dosis een piek in
plasmaconcentratie voor zowel het inhalatiepoeder als de aerosol. Toediening van het inhalatiepoeder
leidde tot een stijging van de totale systemische blootstelling (1,6-voudig voor Cmax en 1,2-voudig
voor AUC0-t) en de beschikbaarheid in de longen (1,8-voudig voor Cmax en 1,9-voudig voor AUC0-t) in
vergelijking met de aerosol.
Het farmacokinetische profiel van glycopyrroniumbromide werd gekenmerkt door een snelle absorptie
met 10 minuten na de dosis een piek in plasmaconcentratie voor zowel het inhalatiepoeder als de
aerosol. De totale systemische blootstelling was vergelijkbaar voor het inhalatiepoeder en de aerosol,
maar was 2,2-voudig hoger bij een beoordeling als maximumconcentratie. De beschikbaarheid in de
longen was hoger voor het inhalatiepoeder, met een 2,9-voudige stijging voor Cmax en een 1,2-voudige
stijging voor AUC0-t.
Effect van een nierfunctiestoornis
Systemische blootstelling (AUC0-t) aan beclometasondipropionaat, aan zijn metaboliet beclometason-
17-monopropionaat en aan formoterol werd niet beïnvloed door een lichte tot ernstige
nierfunctiestoornis. Voor glycopyrronium was er geen invloed bij proefpersonen met een lichte en
matige nierfunctiestoornis. Een stijging in totale systemische blootstelling tot het 2,5-voudige werd
echter waargenomen bij proefpersonen met een ernstige nierfunctiestoornis (glomerulaire
filtratiesnelheid lager dan 30 ml/min/1,73 m2), als gevolg van een significante daling van de
hoeveelheid die wordt uitgescheiden in urine (een daling met ongeveer 90% van de renale klaring van
glycopyrronium). Simulaties die zijn uitgevoerd met een farmacokinetisch model toonden aan dat,
zelfs bij extreme waarden van covariabelen (lichaamsgewicht minder dan 40 kg en gelijktijdige
glomerulaire filtratiesnelheid lager dan 27 ml/min/1,73 m²), blootstelling aan de werkzame stoffen van
Beclometasondipropionaat
Beclometasondipropionaat is een prodrug met zwakke bindingsaffiniteit voor
glucocorticoïdenreceptoren die wordt gehydrolyseerd via esterase-enzymen aan een actieve metaboliet
beclometason-17-monopropionaat, die een krachtigere topische activiteit tegen ontstekingen bezit in
vergelijking met de prodrug beclometasondipropionaat.
Absorptie, distributie en biotransformatie
Beclometasondipropionaat voor inhalatie wordt snel geabsorbeerd via de longen; voorafgaand aan
absorptie is er een uitgebreide conversie tot beclometason-17-monopropionaat via esterase-enzymen
die in de meeste weefsels worden aangetroffen. De systemische beschikbaarheid van de actieve
metaboliet is afkomstig van absorptie van de geïnhaleerde dosis via de longen (36%) en ingeslikte
dosis via het maag-darmkanaal. De biologische beschikbaarheid van het doorgeslikte
beclometasondipropionaat is verwaarloosbaar; presystemische conversie tot beclometason-
17-monopropionaat leidt er echter toe dat 41% van de dosis wordt geabsorbeerd als de actieve
metaboliet. Er is een nagenoeg lineaire toename in systemische blootstelling bij toename van de
geïnhaleerde dosis. De absolute biologische beschikbaarheid na inhalatie is ongeveer 2% en 62% van
de nominale dosis voor respectievelijk ongewijzigd beclometasondipropionaat en beclometason-
17-monopropionaat. Na intraveneuze dosering wordt de dispositie van beclometasondipropionaat en
zijn actieve metaboliet gekenmerkt door hoge plasmaklaring (respectievelijk 150 en 120 l/u), met een
klein distributievolume bij steady state voor beclometasondipropionaat (20 l) en een grotere
weefseldistributie voor zijn actieve metaboliet (424 l). Binding aan plasma-eiwit is matig hoog.
Eliminatie
Excretie via feces is de belangrijkste eliminatieroute van beclometasondipropionaat als polaire
metabolieten. De renale uitscheiding van beclometasondipropionaat en zijn metabolieten is
verwaarloosbaar. De terminale eliminatiehalfwaardetijden bedragen 0,5 uur en 2,7 uur voor
respectievelijk beclometasondipropionaat en beclometason-17-monopropionaat.
Patiënten met een leverfunctiestoornis
De farmacokinetiek van beclometasondipropionaat bij patiënten met een leverfunctiestoornis is niet
onderzocht, maar aangezien beclometasondipropionaat een zeer snel metabolisme ondergaat via
esterase-enzymen die aanwezig zijn in vocht in de darmen, serum, longen en lever en zo de meer
polaire producten beclometason-21-monopropionaat, beclometason-17-monopropionaat en
beclometason vormen, wordt niet verwacht dat een leverfunctiestoornis leidt tot een gewijzigde
farmacokinetiek en een gewijzigd veiligheidsprofiel van beclometasondipropionaat.
Formoterol
Absorptie en distributie
Na inhalatie wordt formoterol geabsorbeerd uit zowel de longen als het maag-darmkanaal. De fractie
van een geïnhaleerde dosis die is doorgeslikt na toediening met een inhalator met afgepaste dosis kan
variëren tussen 60% en 90%. Ten minste 65% van de fractie die is doorgeslikt, wordt uit het maag-
darmkanaal geabsorbeerd. Piekplasmaconcentraties van de ongewijzigde werkzame stof vinden binnen
0,5 tot 1 uur na orale toediening plaats. Binding van formoterol aan plasma-eiwit bedraagt 61-64%,
waarbij 34% aan albumine wordt gebonden. Er was geen verzadiging van binding in het
concentratiebereik dat met therapeutische doses wordt bereikt. De eliminatiehalfwaardetijd vastgesteld
na orale toediening bedraagt 2-3 uur. Absorptie van formoterol is lineair na inhalatie van 12 tot
96 microgram formoterol.
Biotransformatie
Formoterol wordt in grote mate gemetaboliseerd en de belangrijkste route houdt directe conjugatie in
bij de fenolhydroxylgroep. Glucuronidezuurconjugaat is niet actief. De tweede belangrijkste route
houdt O-demethylering in, waarna conjugatie plaatsvindt bij de fenol 2'-hydroxylgroep. De
Eliminatie
De cumulatieve uitscheiding van formoterol in urine na een enkele inhalatie van een droogpoeder
inhalator steeg evenredig in het dosisbereik van 12-96 microgram. Gemiddeld werd 8% en 25% van de
dosis uitgescheiden als respectievelijk ongewijzigd en totaal formoterol. Op basis van
plasmaconcentraties, gemeten na inhalatie van een enkele dosis van 120 microgram door 12 gezonde
proefpersonen, werd vastgesteld dat de gemiddelde terminale eliminatiehalfwaardetijd 10 uur bedroeg.
De (R,R)- en (S,S)-enantiomeren namen ongeveer respectievelijk 40% en 60% van ongewijzigde
werkzame stof, uitgescheiden in de urine, voor hun rekening. De relatieve hoeveelheid van de twee
enantiomeren bleef constant over het onderzochte dosisbereik en er was geen bewijs van relatieve
accumulatie van één enantiomeer ten opzichte van de andere na herhaalde toediening. Na orale
toediening (40 tot 80 microgram) werd bij gezonde proefpersonen 6% tot 10% van de dosis in urine
herwonnen als ongewijzigde werkzame stof; tot 8% van de dosis werd herwonnen als glucuronide. In
totaal wordt 67% van een orale dosis formoterol in de urine uitgescheiden (voornamelijk als
metabolieten) en de rest in de feces. De renale klaring van formoterol bedraagt 150 ml/min.
Patiënten met een leverfunctiestoornis
De farmacokinetiek van formoterol is niet onderzocht bij patiënten met een leverfunctiestoornis;
aangezien formoterol voornamelijk via het metabolisme van de lever wordt uitgescheiden, kan echter
een verhoogde blootstelling worden verwacht bij patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis.
Glycopyrronium
Absorptie en distributie
Glycopyrronium heeft een quaternaire ammoniumstructuur die zijn passage door biologische
membranen beperkt en voor een langzame, variabele en onvolledige absorptie uit het maag-
darmkanaal zorgt. Na inhalatie van glycopyrronium bedroeg de biologische beschikbaarheid in de
longen 10,5% (met inname van actieve kool), terwijl de absolute biologische beschikbaarheid 12,8%
bedroeg (zonder inname van actieve kool), hetgeen de beperkte absorptie uit het maag-darmkanaal
bevestigt en hetgeen erop duidt dat meer dan 80% van de systemische blootstelling aan
glycopyrronium afkomstig was van absorptie in de longen. Na herhaalde inhalatie van
tweemaaldaagse doses die varieerden van 12,5 tot 50 microgram via een aerosol bij COPD-patiënten,
vertoonde glycopyrronium een lineaire farmacokinetiek met weinig systemische accumulatie bij
steady state (mediane accumulatieverhouding 2,2-2,5).
Het klaarblijkelijke distributievolume (Vz) van geïnhaleerd glycopyrronium was toegenomen in
vergelijking met intraveneuze infusie (6.420 l versus 323 l), hetgeen de langzamere eliminatie na
inhalatie weergeeft.
Biotransformatie
Het metabole patroon van glycopyrronium in vitro (levermicrosomen en hepatocyten bij mensen,
honden, ratten, muizen en konijnen) was vergelijkbaar bij de verschillende species; de belangrijkste
metabole reactie was de hydroxylering op de fenyl- of ciclopentylringen. CYP2D6 bleek het enige
enzym te zijn dat verantwoordelijk is voor het metabolisme van glycopyrronium.
Eliminatie
De gemiddelde eliminatiehalfwaardetijd van glycopyrronium bij gezonde vrijwilligers bedroeg
ongeveer 6 uur na intraveneuze injectie, terwijl die na inhalatie bij COPD-patiënten varieerde van 5 tot
12 uur bij steady state. Na een enkele intraveneuze injectie met glycopyrronium werd 40% van de
dosis binnen 24 uur uitgescheiden in de urine. Bij COPD-patiënten die herhaalde tweemaaldaagse
toedieningen kregen met geïnhaleerd glycopyrronium varieerde de fractie van de dosis die in urine
werd uitgescheiden van 13,0% tot 14,5% bij steady state. De gemiddelde renale klaring was
vergelijkbaar over de diverse geteste doses alsook na een enkele en herhaalde inhalatie (bereik
281-396 ml/min).
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Veiligheidsfarmacologie
In een inhalatieonderzoek bij met telemetrie gemeten honden, was het cardiovasculaire systeem een
belangrijk doelsysteem voor acute effecten van Trydonis (stijging van de hartslag, daling van de
bloeddruk, veranderingen in ECG bij hogere doses), effecten die waarschijnlijk voornamelijk verband
hielden met de bèta-2-adrenerge activiteit van formoterol en de antimuscarine activiteit van
glycopyrronium. Er was geen bewijs voor overmatig aanvullende effecten van de tripeltherapie in
vergelijking met de afzonderlijke componenten.
Toxiciteit bij herhaalde dosering
In onderzoeken met herhaalde inhalatiedosering met Trydonis bij ratten en honden die maximaal
13 weken duurden, hielden de belangrijkste waargenomen veranderingen verband met effecten op het
immuunsysteem (waarschijnlijk vanwege systemische, corticosteroïde effecten van
beclometasondipropionaat en zijn actieve metaboliet beclometason-17-monopropionaat) en op het
cardiovasculaire systeem (waarschijnlijk in verband met de bèta-2-adrenerge activiteit van formoterol
en de antimuscarine activiteit van glycopyrronium). Het toxicologische profiel van de tripeltherapie
was een weerspiegeling van de afzonderlijke werkzame componenten zonder relevante toename van
toxiciteit en zonder onverwachte bevindingen.
Reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit
Beclometasondipropionaat/beclometason-17-monopropionaat werd verantwoordelijk gehouden voor
effecten van reproductietoxiciteit bij ratten, zoals daling van het bevruchtingspercentage,
vruchtbaarheidsindex, vroege ontwikkelingsparameters van het embryo (verlies van implantatie),
vertraging in ossificatie en toegenomen incidentie van viscerale variaties, terwijl tocolytische en
antimuscarine effecten die werden toegeschreven aan de bèta-2-adrenerge activiteit van formoterol en
de antimuscarine activiteit van glycopyrronium, invloed hadden op drachtige ratten in de late fase van
de dracht en/of de vroege fase van zogen, hetgeen leidde tot verlies van jongen.
Genotoxiciteit
Genotoxiciteit van Trydonis is niet geëvalueerd, hoewel de afzonderlijke werkzame componenten
geen genotoxische activiteit vertoonden in de conventionele testsystemen.
Carcinogeniciteit
Onderzoek op het gebied van carcinogeniciteit is niet uitgevoerd met Trydonis. In een
inhalatieonderzoek van 104 weken naar de carcinogeniciteit bij ratten en een oraal onderzoek van
26 weken naar de carcinogeniciteit bij transgene Tg.rasH2-muizen vertoonde glycopyrroniumbromide
geen carcinogeen potentieel en gepubliceerde gegevens met betrekking tot onderzoeken op lange
termijn die zijn uitgevoerd met beclometasondipropionaat en formoterolfumaraat bij ratten duiden niet
op een klinisch relevant carcinogeen potentieel.
6.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1
Lijst van hulpstoffen
Lactosemonohydraat (kan melkeiwitten bevatten)
Magnesiumstearaat
Gevallen van onverenigbaarheid
Niet van toepassing.
6.3
Houdbaarheid
21 maanden.
Na het openen van het zakje moet het geneesmiddel binnen 6 weken worden gebruikt en op een droge
plaats worden bewaard.
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25 °C.
De inhalator in de oorspronkelijke verpakking bewaren ter bescherming tegen vocht en pas vlak vóór
het eerste gebruik uit de zak nemen.
Voor de bewaarcondities van het geneesmiddel na opening, zie rubriek 6.3.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
De inhalator is een witte inhalator met een grijs beschermkapje voor het mondstuk en een teller voor
de inhalaties. De inhalator bestaat uit een omhulsel met venster waarin het aantal resterende inhalaties
wordt weergegeven en een geïntegreerd beschermkapje. Na opening legt het beschermkapje, dat ook
het mechanisme voor het tellen van de doses aanstuurt, een mondstuk bloot waardoor het
geneesmiddel wordt ingeademd.
Het omhulsel en het mondstuk zijn vervaardigd van acrylonitril-butadieen-styreen en het
beschermkapje is vervaardigd van polypropyleen.
De inhalator is verpakt in een thermisch gelaste zak van polyamide/aluminium/polyethyleen
(PA/Al/PE) of polyethyleen-tereftalaat/aluminium/polyethyleen (PET/Al/PE).
Verpakkingsgrootten:
Verpakking van 1 inhalator die 120 inhalaties bevat.
Meervoudige verpakking die 240 inhalaties (2 inhalatoren met elk 120 inhalaties) bevat.
Meervoudige verpakking die 360 inhalaties (3 inhalatoren met elk 120 inhalaties) bevat.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1274/006
EU/1/18/1274/007
EU/1/18/1274/008
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN
DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 26 april 2018
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.
A.
FABRIKANTEN VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE

B.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN
VAN LEVERING EN GEBRUIK

C.
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE
HOUDER VAN DE HANDELSVERGUNNING MOETEN
WORDEN NAGEKOMEN

D.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET
BETREKKING TOT EEN VEILIG EN DOELTREFFEND
GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL

FABRIKANTEN VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE
Naam en adres van de fabrikanten verantwoordelijk voor vrijgifte
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via San Leonardo 96
43122 Parma
Italië
Chiesi SAS
2 rue des Docteurs Alberto et Paolo Chiesi
41260 La Chaussée Saint Victor
Frankrijk
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Gonzagagasse 16/16
1010 Wenen
Oostenrijk
In de gedrukte bijsluiter van het geneesmiddel moeten de naam en het adres van de fabrikant die
verantwoordelijk is voor vrijgifte van de desbetreffende batch zijn opgenomen.
B.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN LEVERING EN
GEBRUIK

Aan medisch voorschrift onderworpen geneesmiddel.
C.
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE HOUDER VAN DE
HANDELSVERGUNNING MOETEN WORDEN NAGEKOMEN


Periodieke veiligheidsverslagen
De vereisten voor de indiening van periodieke veiligheidsverslagen worden vermeld in de lijst met
Europese referentiedata (EURD-lijst), waarin voorzien wordt in artikel 107c, onder punt 7 van
Richtlijn 2001/83/EG en eventuele hieropvolgende aanpassingen gepubliceerd op het Europese
webportaal voor geneesmiddelen.
De vergunninghouder zal het eerste periodieke veiligheidsverslag voor dit geneesmiddel binnen
6 maanden na toekenning van de vergunning indienen.
D.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET BETREKKING TOT EEN VEILIG EN
DOELTREFFEND GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL


Risk Management Plan (RMP)
De vergunninghouder voert de verplichte onderzoeken en maatregelen uit ten behoeve van de
geneesmiddelenbewaking, zoals uitgewerkt in het overeengekomen RMP en weergegeven in
module 1.8.2 van de handelsvergunning, en in eventuele daaropvolgende overeengekomen
RMP-aanpassingen.
Een aanpassing van het RMP wordt ingediend:
op verzoek van het Europees Geneesmiddelenbureau;
steeds wanneer het risicomanagementsysteem gewijzigd wordt, met name als gevolg van het
beschikbaar komen van nieuwe informatie die kan leiden tot een belangrijke wijziging van de
ETIKETTERING EN BIJSLUITER
OMDOOS VOOR ENKELE VERPAKKING
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 87/5/9 microgram aërosol, oplossing
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke afgegeven dosis bevat 87 microgram beclometasondipropionaat, 5 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram glycopyrronium.
Elke afgepaste dosis (de dosis vanaf het doseerventiel) bevat 100 microgram
beclometasondipropionaat, 6 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram
glycopyrronium.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: watervrije ethanol, zoutzuur, drijfgas: norfluraan.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Aërosol, oplossing.
1 spuitbus met
60 doses.
1 spuitbus met
120 doses.
1 spuitbus met
180 doses.
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Inhalatie.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
Spuitbus met 120 en 180 doses:
Na uitlevering:
Bewaren bij 25°C gedurende maximaal 4 maanden.
Datum van uitlevering
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Niet in de vriezer bewaren.
Niet blootstellen aan temperaturen hoger dan 50°C.
De spuitbus niet doorboren.
Vóór uitlevering:
Bewaren in de koelkast.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN

Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1274/001
EU/1/18/1274/002
EU/1/18/1274/003
13.
PARTIJNUMMER
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
INFORMATIE IN BRAILLE
Trydonis 87/5/9 mcg
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
PC
SN
NN
OMDOOS VOOR MEERVOUDIGE VERPAKKING (met Blue Box)
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 87/5/9 microgram aerosol, oplossing
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke afgegeven dosis bevat 87 microgram beclometasondipropionaat, 5 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram glycopyrronium.
Elke afgepaste dosis (de dosis vanaf het doseerventiel) bevat 100 microgram
beclometasondipropionaat, 6 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram
glycopyrronium.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: watervrije ethanol, zoutzuur, drijfgas: norfluraan.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Aerosol, oplossing.
Meervoudige verpakking:
240
doses (2 spuitbussen met elk 120 doses).
Meervoudige verpakking:
360 doses (3 spuitbussen met elk 120 doses).
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Inhalatie.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
Na uitlevering:
Bewaren beneden 25 °C gedurende maximaal 4 maanden.
Datum van uitlevering
Vermeld ook de datum van uitlevering op elke afzonderlijke verpakking.
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Niet in de vriezer bewaren.
Niet blootstellen aan temperaturen hoger dan 50 °C.
De spuitbus niet doorboren.
Vóór uitlevering:
Bewaren in de koelkast.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN

Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1274/004
EU/1/18/1274/005
13.
PARTIJNUMMER
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
INFORMATIE IN BRAILLE
Trydonis 87/5/9 mcg
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
PC
SN
NN
INTERMEDIAIRE DOOS VAN MEERVOUDIGE VERPAKKING (ZONDER BLUE BOX)
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 87/5/9 microgram aërosol, oplossing
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke afgegeven dosis bevat 87 microgram beclometasondipropionaat, 5 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram glycopyrronium.
Elke afgepaste dosis (de dosis vanaf het doseerventiel) bevat 100 microgram
beclometasondipropionaat, 6 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram
glycopyrronium.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: watervrije ethanol, zoutzuur, drijfgas: norfluraan.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Aërosol, oplossing.
1 spuitbus met
120 doses.
Onderdeel van een meervoudige verpakking; kan niet afzonderlijk worden verkocht.
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Inhalatie.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
Datum van uitlevering
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Niet in de vriezer bewaren.
Niet blootstellen aan temperaturen hoger dan 50°C.
De spuitbus niet doorboren.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN

Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1274/004
EU/1/18/1274/005
13.
PARTIJNUMMER
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Trydonis 87/5/9 mcg
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
ALUMINIUM BUS
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
Trydonis 87/5/9 microgram
aërosol
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
Inhalatie
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
3.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
4.
PARTIJNUMMER
Lot
5.
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
60 doses
120 doses
180 doses

6.
OVERIGE
PLASTIC AANDRIJFDEEL
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
Trydonis 87/5/9 mcg
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
3.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
4.
PARTIJNUMMER
5.
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
6.
OVERIGE
OMDOOS VOOR ENKELE VERPAKKING
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 88/5/9 microgram inhalatiepoeder
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke afgegeven dosis bevat 88 microgram beclometasondipropionaat, 5 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram glycopyrronium.
Elke afgepaste dosis bevat 100 microgram beclometasondipropionaat, 6 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram glycopyrronium.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: lactosemonohydraat en magnesiumstearaat.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Inhalatiepoeder
1 NEXThaler-inhalator die
120 inhalaties bevat.
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Inhalatie.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
Na het openen van het zakje moet het geneesmiddel binnen 6 weken worden gebruikt en op een droge
plaats worden bewaard.
Voor de patiënt: noteer de datum waarop u het zakje voor het eerst opent en plak dit etiket op de
onderkant van de inhalator.
[Ruimte voor het zelfklevend etiket, waarop de volgende tekst staat:]
Trydonis 88/5/9 Datum openen zakje: ../../..
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren beneden 25 °C.
De inhalator in de oorspronkelijke verpakking bewaren ter bescherming tegen vocht en pas vlak vóór
het eerste gebruik uit het zakje halen.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN

Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1274/006 (1 inhalator met 120 inhalaties)
13.
PARTIJNUMMER
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Trydonis 88/5/9 mcg inhalatiepoeder
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
PC
SN
NN
OMDOOS VOOR MEERVOUDIGE VERPAKKING (met Blue Box)
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 88/5/9 microgram inhalatiepoeder
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke afgegeven dosis bevat 88 microgram beclometasondipropionaat, 5 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram glycopyrronium.
Elke afgepaste dosis bevat 100 microgram beclometasondipropionaat, 6 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram glycopyrronium.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: lactosemonohydraat en magnesiumstearaat.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Inhalatiepoeder
Meervoudige verpakking:
240 inhalaties (2 NEXThaler-inhalatoren met elk 120 inhalaties).
Meervoudige verpakking:
360 inhalaties (3 NEXThaler-inhalatoren met elk 120 inhalaties).
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Inhalatie.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
Na het openen van het zakje moet het geneesmiddel binnen 6 weken worden gebruikt en op een droge
plaats worden bewaard.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren beneden 25 °C.
De inhalator in de oorspronkelijke verpakking bewaren ter bescherming tegen vocht en pas vlak vóór
het eerste gebruik uit het zakje halen.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN

Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1274/007 (2 inhalatoren met elk 120 inhalaties)
EU/1/18/1274/008 (3 inhalatoren met elk 120 inhalaties)
13.
PARTIJNUMMER
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Trydonis 88/5/9 mcg inhalatiepoeder
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
PC
SN
NN
INTERMEDIAIRE DOOS VAN MEERVOUDIGE VERPAKKING (ZONDER BLUE BOX)
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 88/5/9 microgram inhalatiepoeder
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke afgegeven dosis bevat 88 microgram beclometasondipropionaat, 5 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram glycopyrronium.
Elke afgepaste dosis bevat 100 microgram beclometasondipropionaat, 6 microgram
formoterolfumaraatdihydraat en 10 microgram glycopyrronium.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: lactosemonohydraat en magnesiumstearaat.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Inhalatiepoeder
1 NEXThaler-inhalator die
120 inhalaties bevat.
Onderdeel van een meervoudige verpakking; kan niet afzonderlijk worden verkocht.
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Inhalatie.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
Na het openen van het zakje moet het geneesmiddel binnen 6 weken worden gebruikt en op een droge
plaats worden bewaard.
Voor de patiënt: noteer de datum waarop u het zakje voor het eerst opent en plak dit etiket op de
onderkant van de inhalator.
[Ruimte voor het zelfklevend etiket, waarop de volgende tekst staat:]
Trydonis 88/5/9 Datum openen zakje: ../../..
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren beneden 25 °C.
De inhalator in de oorspronkelijke verpakking bewaren ter bescherming tegen vocht en pas vlak vóór
het eerste gebruik uit het zakje halen.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN

Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/18/1274/007 (2 inhalatoren met elk 120 inhalaties)
EU/1/18/1274/008 (3 inhalatoren met elk 120 inhalaties)
13.
PARTIJNUMMER
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
INFORMATIE IN BRAILLE
Trydonis 88/5/9 mcg inhalatiepoeder
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
18.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
ZAK
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Trydonis 88/5/9 microgram inhalatiepoeder
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: lactosemonohydraat en magnesiumstearaat.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Inhalatiepoeder
1 NEXThaler-inhalator die
120 inhalaties bevat.
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Inhalatie.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
Na het openen van het zakje moet het geneesmiddel binnen 6 weken worden gebruikt en op een droge
plaats worden bewaard.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren beneden 25 °C.
De inhalator in de oorspronkelijke verpakking bewaren ter bescherming tegen vocht en pas vlak vóór
het eerste gebruik uit het zakje halen.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN

Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
13.
PARTIJNUMMER
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
18.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
INHALATOR
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
Trydonis 88/5/9 mcg inhalatiepoeder
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
Inhalatie
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
3.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
4.
PARTIJNUMMER
Lot
5.
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
120 inhalaties
6.
OVERIGE
Trydonis 87 microgram/5 microgram/9 microgram aërosol, oplossing
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke
informatie in voor u.
-
Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
- Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
- Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan
schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.
- Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die
niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Inhoud van deze bijsluiter
1.
Wat is Trydonis en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
3.
Hoe gebruikt u dit middel?
4.
Mogelijke bijwerkingen
5.
Hoe bewaart u dit middel?
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
1.
Wat is Trydonis en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Trydonis is een geneesmiddel dat helpt bij het ademhalen en dat de volgende drie werkzame stoffen
bevat:
beclometasondipropionaat,
formoterolfumaraatdihydraat en
glycopyrronium.
Beclometasondipropionaat behoort tot een groep van geneesmiddelen die corticosteroïden worden
genoemd en een werking hebben waardoor de zwelling en irritatie in uw longen verminderen.
Formoterol en glycopyrronium zijn geneesmiddelen die langwerkende luchtwegverwijders
(bronchusverwijders) worden genoemd. Ze werken op verschillende manieren waardoor de spieren in
uw luchtwegen ontspannen. Ze helpen de luchtwegen wijder open te maken, waardoor u
gemakkelijker kunt ademen.
Regelmatige behandeling met deze drie werkzame stoffen helpt symptomen (zoals kortademigheid,
een piepende ademhaling en hoest) te verlichten en te voorkomen bij volwassen patiënten met
chronische obstructieve longziekte (COPD). Trydonis kan exacerbaties (verergering) van symptomen
van COPD verminderen. COPD is een ernstige, langdurige ziekte waarbij de luchtwegen geblokkeerd
raken en luchtzakken in de longen beschadigd raken, wat leidt tot een moeilijke ademhaling.
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
Trydonis wordt gebruikt als onderhoudsbehandeling voor uw COPD. Gebruik dit geneesmiddel niet
voor de behandeling van een plotselinge aanval van ademnood of een piepende ademhaling.
Als uw ademhaling verslechtert:
Als uw kortademigheid of piepende ademhaling (ademen met een piepend geluid) verergert, net na
inhalatie van uw geneesmiddel, moet u het gebruik van de inhalator met Trydonis stopzetten en uw
snelwerkende inhalator met noodmedicatie gebruiken. U moet onmiddellijk contact opnemen met uw
arts. Uw arts zal uw symptomen evalueren en kan u zo nodig laten starten met een andere behandeling.
Zie ook rubriek 4 `Mogelijke bijwerkingen'.
Als uw COPD verergert:
Als uw symptomen verergeren of moeilijk onder controle zijn te krijgen (bijv. als u een afzonderlijke
inhalator met noodmedicatie vaker gebruikt) of als uw noodmedicatie uw symptomen niet verbetert,
neem dan onmiddellijk contact op met uw arts. Het is mogelijk dat uw COPD verergert en dat uw arts
een andere behandeling moet voorschrijven.
Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit middel gebruikt:
als u hartproblemen heeft, zoals angina pectoris (hartkramp, pijn op de borst), een recente
hartaanval (myocardinfarct), hartfalen, een vernauwing van de slagaders rond uw hart
(coronaire hartziekte), ziekte van uw hartkleppen of een andere afwijking van uw hart, of als u
een aandoening heeft die hypertrofische obstructieve cardiomyopathie (ook wel afgekort tot
HOCM, een aandoening waarbij de hartspier een afwijking vertoont) wordt genoemd.
als u hartritmestoornissen heeft, zoals een onregelmatige hartslag, een snelle pols of
hartkloppingen of als u is verteld dat uw hartfilmpje (ECG) afwijkend is.
als u een vernauwing van de slagaders heeft (ook arteriosclerose genoemd), als u een hoge
bloeddruk heeft of als u een aneurysma (abnormale uitpuiling van de bloedvatwand) heeft.
als u een overactieve schildklier heeft.
als u een laag kaliumgehalte in het bloed heeft (hypokaliëmie). De combinatie van Trydonis met
sommige andere geneesmiddelen voor COPD of geneesmiddelen, zoals diuretica
(geneesmiddelen waardoor het lichaam water verliest, voor de behandeling van een
hartaandoening of hoge bloeddruk) kan een plotselinge daling in het kaliumgehalte in uw bloed
veroorzaken. Daarom is het mogelijk dat uw arts van tijd tot tijd de kaliumgehaltes in uw bloed
zal willen meten.
als u een aandoening van uw lever of nieren heeft.
als u diabetes heeft. Hoge doses formoterol kunnen uw bloedglucose doen stijgen en daarom is
het mogelijk dat u extra bloedtests moet ondergaan om uw bloedsuiker te controleren wanneer u
dit geneesmiddel gaat gebruiken en van tijd tot tijd tijdens de behandeling.
als u een tumor van de bijnieren heeft (ook feochromocytoom genoemd).
als u een verdovend middel (anestheticum) moet krijgen. Afhankelijk van het type anestheticum
kan het nodig zijn om ten minste 12 uur vóór de anesthesie met het gebruik van Trydonis te
stoppen.
als u wordt behandeld of ooit bent behandeld voor tuberculose (tbc) of als u een infectie van de
borst heeft.
als u een oogaandoening heeft die nauwekamerhoekglaucoom wordt genoemd.
als u moeilijk kunt plassen.
als u een infectie van de mond of keel heeft.
Als een van de hierboven vermelde situaties op u van toepassing is, vertel het dan uw arts voordat u
Trydonis gebruikt.
Als u medische problemen of allergieën heeft of heeft gehad of als u twijfelt of u Trydonis kunt
gebruiken, neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u de inhalator gebruikt.
Als u al Trydonis gebruikt
Als u Trydonis of hoge doses inhalatiecorticosteroïden gebruikt gedurende lange periodes en u stress
krijgt (bijv. opname in het ziekenhuis na een ongeval, het oplopen van ernstig letsel of voorafgaand
aan een operatie), is het mogelijk dat u meer van dit geneesmiddel nodig heeft. In een dergelijke
situatie is het mogelijk dat uw arts uw dosis corticosteroïden moet verhogen om de stress aan te
kunnen en is het mogelijk dat uw arts ze als tabletten of injecties voorschrijft.
Neem contact op met uw arts als u last heeft van wazig zien of andere visuele stoornissen.
Kinderen en jongeren tot 18 jaar
Geef dit geneesmiddel niet aan kinderen en jongeren onder de 18 jaar.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast Trydonis nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de
mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw
arts of apotheker. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die vergelijkbaar zijn met Trydonis en worden
gebruikt voor uw longaandoening.
Sommige geneesmiddelen kunnen de effecten van Trydonis vergroten en het kan zijn dat uw arts u
nauwlettend wil controleren als u deze geneesmiddelen (waaronder enkele geneesmiddelen voor hiv:
ritonavir, cobicistat) gebruikt.
Gebruik dit geneesmiddel niet met een bètablokker (wordt gebruikt voor de behandeling van
bepaalde hartproblemen, zoals angina pectoris, of voor het verlagen van de bloeddruk), tenzij uw arts
een bètablokker heeft gekozen die geen invloed heeft op uw ademhaling. Bètablokkers (waaronder
bètablokker in oogdruppels) kunnen de effecten van formoterol verminderen of ertoe leiden dat het
helemaal niet werkzaam is. Anderzijds kan het gebruik van andere bèta-2-agonistgeneesmiddelen
(geneesmiddelen die op dezelfde manier werken als formoterol) de effecten van formoterol juist
versterken.
Trydonis gebruiken in combinatie met:
geneesmiddelen voor de behandeling van
- abnormale hartritmes (kinidine, disopyramide, procaïnamide),
- allergische reacties (antihistaminica),
- symptomen van depressie of psychische stoornissen, zoals monoamineoxidaseremmers
(bijvoorbeeld fenelzine en isocarboxazide), tricyclische antidepressiva (bijvoorbeeld
amitriptyline en imipramine), fenothiazines
kan bepaalde veranderingen van het elektrocardiogram (ECG, hartfilmpje) veroorzaken. Tevens
kunnen ze het risico op hartritmestoornissen (ventriculaire aritmieën) vergroten.
geneesmiddelen voor de behandeling van de ziekte van Parkinson (levodopa), voor de
behandeling van een te weinig actieve schildklier (levothyroxine), geneesmiddelen die
monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers), waaronder geneesmiddelen met eigenschappen
die te vergelijken zijn met die van furazolidon en procarbazine, die worden gebruikt voor de
behandeling van psychische stoornissen kan een stijging van de bloeddruk veroorzaken.
geneesmiddelen voor de behandeling van een hartaandoening (digoxine) kan een daling van het
kaliumgehalte in uw bloed veroorzaken. Hierdoor stijgt mogelijk de kans op abnormale
hartritmes.
andere geneesmiddelen die worden gebruikt voor de behandeling van COPD (theofylline,
aminofylline of corticosteroïden) en diuretica kan ook een daling van uw kaliumgehalte
veroorzaken.
sommige anesthetica kan leiden tot een verhoogd risico op abnormale hartritmes.
disulfiram, een geneesmiddel dat wordt gebruikt bij de behandeling van personen met
alcoholisme (drankproblemen) of metronidazol, een antibioticum voor de behandeling van een
infectie in uw lichaam kan bijwerkingen veroorzaken (bijv. misselijkheid, braken, maagpijn)
vanwege de kleine hoeveelheid alcohol in Trydonis.
Zwangerschap en borstvoeding
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan
contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.
U mag Trydonis alleen tijdens de zwangerschap gebruiken als uw arts u dat heeft geadviseerd. Het
heeft de voorkeur het gebruik van Trydonis tijdens de bevalling te vermijden vanwege de remmende
effecten van formoterol op de samentrekkingen van de baarmoeder.
U mag Trydonis tijdens de borstvoeding niet gebruiken. U en uw arts moeten besluiten of
borstvoeding moet worden gestaakt of dat behandeling met Trydonis moet worden gestaakt dan wel
niet moet worden ingesteld, waarbij het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van
behandeling voor u in overweging moeten worden genomen.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Het is onwaarschijnlijk dat Trydonis invloed heeft op uw rijvaardigheid of op uw vermogen om
machines te bedienen.
3.
Hoe gebruikt u dit middel?
Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over
het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Volwassenen
De aanbevolen dosering is twee inhalaties in de ochtend en twee inhalaties in de avond.
Als u denkt dat het geneesmiddel niet erg werkzaam is, moet u contact opnemen met uw arts.
Als u eerder een andere inhalator heeft gebruikt die beclometasondipropionaat bevat, vraag dan advies
aan uw arts, want de effectieve dosis beclometasondipropionaat in Trydonis voor de behandeling van
COPD kan lager zijn dan die van sommige andere inhalatoren.
Toedieningsweg
Trydonis is bedoeld voor inhalatie (inademen).
U moet het geneesmiddel inhaleren via uw mond, waardoor het geneesmiddel rechtstreeks naar uw
longen gaat.
Trydonis is verkrijgbaar in drie busgrootten:
een bus die 60 doses geeft
een bus die 120 doses geeft
een bus die 180 doses geeft
Als u een bus met 60 doses of 120 doses voorgeschreven heeft gekregen
Op de achterkant van de inhalator bevindt zich een teller die aangeeft hoeveel doses er nog in de bus
zitten. Telkens als u op de spuitbus drukt, wordt een dosis met geneesmiddel vrijgegeven en telt de
teller met één af. Zorg ervoor dat u de inhalator niet laat vallen, want hierdoor kan de teller aftellen.
Als u een bus met 180 doses voorgeschreven heeft gekregen
Op de achterkant van de inhalator bevindt zich een indicator die aangeeft hoeveel doses er nog in de
bus zitten. Telkens als u op de spuitbus drukt, wordt een dosis met geneesmiddel vrijgegeven en draait
de dosisindicator een beetje. Het aantal dosis dat overblijft, wordt per 20 weergegeven. Zorg ervoor
dat u de inhalator niet laat vallen, want hierdoor kan de dosisindicator aftellen.
Uw inhalator testen
Voordat u de inhalator voor de eerste keer gebruikt, moet u uw inhalator testen om te controleren of de
inhalator goed werkt. Testen doet u als volgt.
1.
Afhankelijk van de voor u voorgeschreven busgrootte, moet u controleren of de dosisteller 61 of
121 weergeeft en of de dosisindicator 180 weergeeft.
2.
Verwijder de beschermdop van het mondstuk.
3.
Houd uw inhalator verticaal met het mondstuk aan de onderkant.
4.
Richt het mondstuk van u af en druk de spuitbus stevig in om één dosis af te geven.
5.
Controleer de dosisteller of de dosisindicator. Als u de inhalator voor de eerste keer heeft getest,
moet de teller het volgende weergeven:
60
120
180
- bij gebruik van de bus die
- bij gebruik van de bus die
- bij gebruik van de bus die
60 doses geeft
120 doses geeft
180 doses geeft
DOSIS-
DOSIS-
DOSIS-
TELLER
TELLER
INDICATOR
Hoe gebruikt u uw inhalator?
Ga staan of rechtop zitten bij het inhaleren.
BELANGRIJK: U mag de stappen 2 tot en met 5 niet te snel uitvoeren.
1.
Verwijder de beschermdop van het mondstuk en controleer of het mondstuk schoon is en vrij
van stof en vuil.
2.
Adem zo langzaam en diep mogelijk uit om uw longen leeg te maken.
Houd de inhalator rechtop met het mondstuk onderaan en plaats het mondstuk tussen de tanden
zonder erop te bijten. Plaats vervolgens de lippen rond het mondstuk, met de tong er plat onder.
4.
Adem langzaam en diep door uw mond in tot uw longen zich met lucht hebben gevuld (dit duurt
ongeveer 4-5 seconden). Net nadat u bent begonnen met inademen, drukt u stevig op de
bovenkant van de spuitbus om één dosis af te geven.
5.
Houd uw adem zo lang mogelijk in en haal het mondstuk tot slot uit uw mond en adem
langzaam uit. Niet in de inhalator uitademen.
6.
Controleer of de dosisteller (60/120 dosis) met één heeft afgeteld of dat de dosisindicator
(180 dosis) een beetje is gedraaid.
Voor de tweede dosis houdt u de inhalator gedurende ongeveer een halve minuut rechtop en herhaalt u
vervolgens de stappen 2 tot en met 5.
Als u ziet dat er `nevel' uit de bovenkant van de inhalator of uit uw mondhoeken komt, betekent dit
dat Trydonis niet n uw longen komt zoals de bedoeling is. Neem opnieuw een inhalatie volgens de
hierboven gegeven gebruiksaanwijzing, te beginnen vanaf stap 2.
Na gebruik plaatst u de beschermdop er weer op.
Om een schimmelinfectie in de mond en keel te voorkomen, moet u na ieder gebruik van de inhalator
uw mond spoelen of met water gorgelen zonder het door te slikken, of moet u uw tanden poetsen.
Wanneer een nieuwe inhalator halen?
Haal een nieuwe inhalator wanneer de teller of indicator het getal `20' aangeeft. Gebruik de inhalator
niet meer als de teller of indicator het getal `0' weergeeft, omdat de hoeveelheid van het geneesmiddel
die in de inhalator overblijft, mogelijk niet voldoende is om u een volledige dosis te geven.
Als u weinig grijpkracht heeft, is het misschien gemakkelijker om de inhalator met beide handen vast
te houden: houd het bovenste deel van de inhalator met beide wijsvingers vast en de onderkant met
beide duimen.
Als u moeite heeft om gelijktijdig in te ademen en de inhalator in te drukken, kunt u de AeroChamber
Plus-voorzetkamer gebruiken. Vraag uw arts of apotheker naar deze voorzetkamer.
Het is belangrijk dat u de bijsluiter van de AeroChamber Plus-voorzetkamer goed doorleest en dat u de
instructies over het gebruik en het schoonmaken van de AeroChamber Plus-voorzetkamer nauwkeurig
opvolgt.
Reiniging van de Trydonis-inhalator
U moet uw inhalator 1 keer per week reinigen.
1.
Verwijder de spuitbus niet uit de inhalator en gebruik geen water of andere vloeistoffen om uw
inhalator te reinigen.
2.
Verwijder de beschermdop van het mondstuk door die van uw inhalator te trekken.
3.
Veeg de binnen- en buitenkant van het mondstuk en de inhalator schoon met een schone, droge
doek of tissue.
4.
Plaats de dop weer op het mondstuk.
Heeft u te veel van dit middel gebruikt?
Het is belangrijk dat u uw dosis inneemt, zoals uw arts u adviseert. U mag uw voorgeschreven dosis
niet overschrijden zonder dit eerst met uw arts te hebben besproken.
Als u te veel Trydonis heeft gebruikt, kunnen bijwerkingen, zoals vermeld in rubriek 4, optreden.
Vertel het uw arts als u te veel Trydonis heeft gebruikt en als u een van deze symptomen heeft. Het is
mogelijk dat uw arts een aantal bloedtests wil doen.
Bent u vergeten dit middel te gebruiken?
Gebruik het zodra u eraan denkt. Als het bijna tijd is voor uw volgende dosis, neem dan niet de dosis
die u bent vergeten, maar alleen de volgende dosis op het juiste tijdstip. Verdubbel het aantal doses niet.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of
apotheker.
4.
Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen
daarmee te maken.
De kans bestaat dat kortademigheid en een piepende ademhaling verergeren net nadat u Trydonis heeft
gebruikt; dit wordt paradoxaal bronchospasme genoemd (komt voor bij minder dan 1 op de
1.000 gebruikers). Als dit zich voordoet, moet u stoppen met het gebruik van Trydonis en moet u
onmiddellijk uw snelwerkende noodmedicatie gebruiken om de kortademigheid en piepende
ademhaling te behandelen. U moet onmiddellijk contact opnemen met uw arts.
Vertel het uw arts onmiddellijk
als u allergische reacties heeft, zoals huidallergieën, netelroos, jeukende huid, huiduitslag (komt
voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers), roodheid van de huid, zwelling van de huid of
slijmvliezen, met name van de ogen, het gezicht, de lippen en de keel (komen voor bij minder
dan 1 op de 1.000 gebruikers).
als u last heeft van oogpijn of ongemak aan de ogen, tijdelijk wazig zicht, halo's of gekleurde
beelden in het gezichtsveld die gepaard gaan met rode ogen. Dit kunnen tekenen zijn van een
acute aanval van nauwekamerhoekglaucoom (komen voor bij minder dan 1 op de
10.000 gebruikers).
Vertel het aan uw arts als u last krijgt van een van de volgende symptomen tijdens het gebruik van
Trydonis - dit kunnen symptomen van een longinfectie zijn (komen voor bij minder dan 1 op de
10 gebruikers):
koorts of koude rillingen
verhoogde productie van slijm, verandering van de kleur van het slijm
vaker hoesten of meer problemen met de ademhaling.
Mogelijke bijwerkingen worden hieronder vermeld volgens hun frequentie.
Vaak (komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers):
keelpijn
loopneus of verstopte neus en niezen
schimmelinfecties van de mond. Onmiddellijk na inhalatie de mond spoelen of gorgelen met
water en de tanden poetsen kan helpen om deze bijwerkingen te voorkomen
heesheid
hoofdpijn
urineweginfectie.
griep
irritatie van de keel
ontsteking van de sinussen
bloedneus
jeukende of verstopte neus of loopneus
droge mond
schimmelinfecties van de keel of van de
diarree
slokdarm (oesofagus)
moeilijk kunnen slikken
schimmelinfecties van de vagina
misselijkheid
rusteloosheid
maagklachten
beven
maagklachten na de maaltijd
duizeligheid
branderig gevoel van de lippen
abnormale of verminderde smaak
tandcariës
gevoelloosheid
huiduitslag, netelroos, jeukende huid
ontsteking van het oor
ontsteking van het slijmvlies van de mond
onregelmatige hartslag
met of zonder zweren
wijzigingen in het elektrocardiogram
meer zweten
(hartfilmpje)
spierkrampen en pijn in spieren
ongewoon snelle hartslag en stoornissen
pijn in armen en benen
van het hartritme
pijn in spieren, botten of gewrichten van de
hartkloppingen (gevoel van abnormaal
borst
slaan van het hart)
vermoeidheid
rood worden van het gezicht
stijging van de bloeddruk
toegenomen bloedtoevoer naar bepaalde
daling van het gehalte van sommige
weefsels in het lichaam
bestanddelen van uw bloed: van bepaalde
hoesten en productieve hoest
witte bloedcellen die granulocyten worden
genoemd, van kalium of van cortisol
stijging van het gehalte van sommige
bestanddelen in uw bloed: glucose,
C-reactief proteïne, het aantal bloedplaatjes,
insuline, vrije vetzuren of ketonen.
Zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 1.000 gebruikers):
schimmelinfecties van de borstkas
lekken van bloed uit een bloedvat in de
verminderde eetlust
omliggende weefsels
slaapstoornissen (te weinig of te lang
daling van de bloeddruk
slapen)
zwakte
krampende of drukkende pijn op de borst
pijn achter in de mond en keel
gevoel dat de hartslag overslaat, ongewoon
ontsteking en roodheid van de keel
langzame hartslag
droge keel
pijn bij het plassen en frequent plassen
problemen en pijn bij het plassen
ontsteking van de nieren.
Zeer zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 10.000 gebruikers):
laag aantal van bepaalde bloedcellen die bloedplaatjes worden genoemd
gevoel van ademnood of kortademigheid
zwelling van de handen en voeten
groeivertraging bij kinderen en jongeren tot 18 jaar.
Niet bekend (de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald):
wazig zien.
Het gebruik van een hoge dosis inhalatiecorticosteroïden gedurende een lange periode kan in
zeer zeldzame gevallen effecten op het lichaam veroorzaken:

problemen met de werking van uw bijnieren (bijniersuppressie)
daling van de botmineraaldichtheid (dunner worden van de botten)
troebel worden van de lens van uw ogen (cataract).
Trydonis bevat geen hoge dosis inhalatiecorticosteroïden, maar het is mogelijk dat uw arts van tijd tot
tijd de cortisolgehaltes in uw bloed wil meten.
Ook de volgende bijwerkingen kunnen zich voordoen met een hoge dosis inhalatiecorticosteroïden
wanneer ze gedurende een lange periode worden gebruikt, maar momenteel is de frequentie ervan niet
bekend (de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald):
depressie
gevoel van bezorgdheid, zenuwachtigheid, extreme opwinding of prikkelbaarheid.
De kans op deze voorvallen is groter bij kinderen.
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor
mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden
via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u
ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
5.
Hoe bewaart u dit middel?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket
en de doos na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste
houdbaarheidsdatum.
Vóór uitlevering:
Bewaren in de koelkast (2°C-8°C).
Niet in de vriezer bewaren.
Niet blootstellen aan temperaturen hoger dan 50°C.
De spuitbus niet doorboren.
Spuitbus met 60 doses:
Na uitlevering mag de inhalator bij een temperatuur van
maximaal 25°C gedurende maximaal 2 maanden worden
bewaard.
Spuitbus met 120 en 180 doses:
Na uitlevering mag de inhalator bij een temperatuur van
maximaal 25°C gedurende maximaal 4 maanden worden
bewaard.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw
apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Ze worden dan op een
verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stoffen in dit middel zijn: beclometasondipropionaat, formoterolfumaraatdihydraat en
glycopyrronium.
Elke afgegeven dosis (de dosis die uit het mondstuk komt) bevat 87 microgram
beclometasondipropionaat, 5 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram
glycopyrronium (als 11 microgram glycopyrroniumbromide).
De andere stoffen in dit middel zijn watervrij ethanol, zoutzuur, drijfgas: norfluraan.
Hoe ziet Trydonis eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
Trydonis is een aërosol (vernevelaar), oplossing.
Trydonis wordt geleverd in een spuitbus (met aluminium coating), met een doseerventiel. De spuitbus
wordt in een plastic aandrijfdeel geplaatst. Die is voorzien van een mondstuk met een plastic
beschermdop en ofwel een dosisteller (bussen met 60 en 120 doses) of een dosisindicator (bussen met
180 doses).
Elke verpakking bevat één spuitbus met 60 doses, 120 doses of 180 doses. Er zijn ook meervoudige
verpakkingen met ofwel 2 of 3 spuitbussen met elk 120 doses.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
Fabrikanten:
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via San Leonardo 96
43122 Parma
Italië
Chiesi SAS
2 rue des Docteurs Alberto et Paolo Chiesi
41260 La Chaussée Saint Victor
Frankrijk
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Gonzagagasse 16/16
1010 Wenen
Oostenrijk
Neem voor alle informatie met betrekking tot dit geneesmiddel contact op met de lokale
vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen:
België/Belgique/Belgien
Lietuva
Chiesi sa/nv
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Tél/Tel: + 32 (0)2 788 42 00
Tel: + 43 1 4073919

Luxembourg/Luxemburg
Chiesi Bulgaria EOOD
Chiesi sa/nv
Te.: + 359 29201205
Tél/Tel: + 32 (0)2 788 42 00
Ceská republika
Magyarország
Chiesi CZ s.r.o.
Chiesi Hungary Kft.
Tel: + 420 261221745
Tel.: + 36-1-429 1060
Malta
Chiesi Pharma AB
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Tlf: + 46 8 753 35 20
Tel: + 39 0521 2791
Deutschland
Nederland
Chiesi GmbH
Chiesi Pharmaceuticals B.V.
Tel: + 49 40 89724-0
Tel: + 31 88 501 64 00
Eesti
Norge
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Chiesi Pharma AB
Tel: + 43 1 4073919
Tlf: + 46 8 753 35 20

Österreich
Chiesi Hellas AEBE
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
: + 30 210 6179763
Tel: + 43 1 4073919
España
Polska
Laboratorios BIAL, S.A.
Chiesi Poland Sp. z.o.o.
Tel: + 34 91 562 41 96
Tel.: + 48 22 620 1421
France
Portugal
Chiesi S.A.S.
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Tél: + 33 1 47688899
Tel: + 39 0521 2791
Hrvatska
România
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Chiesi Romania S.R.L.
Tel: + 43 1 4073919
Tel: + 40 212023642
Ireland
Slovenija
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Chiesi Slovenija d.o.o.
Tel: + 39 0521 2791
Tel: + 386-1-43 00 901
Ísland
Slovenská republika
Chiesi Pharma AB
Chiesi Slovakia s.r.o.
Sími: +46 8 753 35 20
Tel: + 421 259300060
Italia
Suomi/Finland
Chiesi Italia S.p.A.
Chiesi Pharma AB
Tel: + 39 0521 2791
Puh/Tel: +46 8 753 35 20

Sverige
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Chiesi Pharma AB
: + 39 0521 2791
Tel: +46 8 753 35 20
Latvija
United Kingdom (Northern Ireland)
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Tel: + 43 1 4073919
Tel: + 39 0521 2791
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in.
Andere informatiebronnen
Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu.
Trydonis 88 microgram/5 microgram/9 microgram inhalatiepoeder
beclometasondipropionaat/formoterolfumaraatdihydraat/glycopyrronium
Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke
informatie in voor u.
-
Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
- Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
- Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan
schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.
- Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die
niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Inhoud van deze bijsluiter
1.
Wat is Trydonis en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
3.
Hoe gebruikt u dit middel?
4.
Mogelijke bijwerkingen
5.
Hoe bewaart u dit middel?
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
1.
Wat is Trydonis en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Trydonis is een geneesmiddel dat helpt bij het ademhalen en dat de volgende drie werkzame stoffen
bevat:
beclometasondipropionaat,
formoterolfumaraatdihydraat en
glycopyrronium.
Beclometasondipropionaat behoort tot een groep van geneesmiddelen die corticosteroïden worden
genoemd en een werking hebben waardoor de zwelling en irritatie in uw longen verminderen.
Formoterol en glycopyrronium zijn geneesmiddelen die langwerkende luchtwegverwijders
(bronchusverwijders) worden genoemd. Ze werken op verschillende manieren waardoor de spieren in
uw luchtwegen ontspannen. Ze helpen de luchtwegen wijder open te maken, waardoor u
gemakkelijker kunt ademen.
Regelmatige behandeling met deze drie werkzame stoffen helpt symptomen (zoals kortademigheid,
een piepende ademhaling en hoest) te verlichten en te voorkomen bij volwassen patiënten met
chronische obstructieve longziekte (COPD). Trydonis kan exacerbaties (verergering) van symptomen
van COPD verminderen. COPD is een ernstige, langdurige ziekte waarbij de luchtwegen geblokkeerd
raken en luchtzakken in de longen beschadigd raken, wat leidt tot een moeilijke ademhaling.
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
Trydonis wordt gebruikt als onderhoudsbehandeling voor uw obstructieve longziekte. Gebruik dit
geneesmiddel niet voor de behandeling van een plotselinge aanval van ademnood of een piepende
ademhaling.
Als uw ademhaling verslechtert
Als uw kortademigheid of piepende ademhaling (ademen met een piepend geluid) verergert, net na
inhalatie van uw geneesmiddel, moet u het gebruik van de inhalator met Trydonis stopzetten en uw
snelwerkende inhalator met noodmedicatie gebruiken. U moet onmiddellijk contact opnemen met uw
arts. Uw arts zal uw symptomen evalueren en kan u zo nodig laten starten met een andere behandeling.
Zie ook rubriek 4 `Mogelijke bijwerkingen'.
Als uw longziekte verergert
Als uw symptomen verergeren of moeilijk onder controle zijn te krijgen (bijv. als u een afzonderlijke
inhalator met noodmedicatie vaker gebruikt) of als uw noodmedicatie uw symptomen niet verbetert,
neem dan onmiddellijk contact op met uw arts. Het is mogelijk dat uw longziekte verergert en dat uw
arts een andere behandeling moet voorschrijven.
Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit middel gebruikt:
als u hartproblemen heeft, zoals angina pectoris (hartkramp, pijn op de borst), een recente
hartaanval (myocardinfarct), hartfalen, een vernauwing van de slagaders rond uw hart
(coronaire hartziekte), ziekte van uw hartkleppen of een andere afwijking van uw hart, of als u
een aandoening heeft die hypertrofische obstructieve cardiomyopathie (ook wel afgekort tot
HOCM, een aandoening waarbij de hartspier een afwijking vertoont) wordt genoemd.
als u hartritmestoornissen heeft, zoals een onregelmatige hartslag, een snelle pols of
hartkloppingen of als u is verteld dat uw hartfilmpje (ECG) afwijkend is.
als u een vernauwing van de slagaders heeft (ook arteriosclerose genoemd), als u een hoge
bloeddruk heeft of als u een aneurysma (abnormale uitpuiling van de bloedvatwand) heeft.
als u een overactieve schildklier heeft.
als u een laag kaliumgehalte in het bloed heeft (hypokaliëmie). De combinatie van Trydonis met
sommige andere geneesmiddelen voor de longen of geneesmiddelen, zoals diuretica
(geneesmiddelen waardoor het lichaam water verliest, voor de behandeling van een
hartaandoening of hoge bloeddruk) kan een plotselinge daling in het kaliumgehalte in uw bloed
veroorzaken. Daarom is het mogelijk dat uw arts van tijd tot tijd de kaliumgehaltes in uw bloed
zal willen meten.
als u een aandoening van uw lever of nieren heeft.
als u diabetes heeft. Hoge doses formoterol kunnen uw bloedglucose doen stijgen en daarom is
het mogelijk dat u extra bloedtests moet ondergaan om uw bloedsuiker te controleren wanneer u
dit geneesmiddel gaat gebruiken en van tijd tot tijd tijdens de behandeling.
als u een tumor van de bijnieren heeft (ook feochromocytoom genoemd).
als u een verdovend middel (anestheticum) moet krijgen. Afhankelijk van het type anestheticum
kan het nodig zijn om ten minste 12 uur vóór de anesthesie met het gebruik van Trydonis te
stoppen.
als u wordt behandeld of ooit bent behandeld voor tuberculose (tbc) of als u een infectie van de
borst heeft.
als u een oogaandoening heeft die nauwekamerhoekglaucoom wordt genoemd.
als u moeilijk kunt plassen.
als u een infectie van de mond of keel heeft.
Als een van de hierboven vermelde situaties op u van toepassing is, vertel het dan uw arts voordat u
Trydonis gebruikt.
Als u medische problemen of allergieën heeft of heeft gehad of als u twijfelt of u Trydonis kunt
gebruiken, neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u de inhalator gebruikt.
Als u al Trydonis gebruikt
Als u Trydonis of hoge doses inhalatiecorticosteroïden gebruikt gedurende lange periodes en u stress
krijgt (bijv. opname in het ziekenhuis na een ongeval, het oplopen van ernstig letsel of voorafgaand
aan een operatie), is het mogelijk dat u meer van dit geneesmiddel nodig heeft. In een dergelijke
situatie is het mogelijk dat uw arts uw dosis corticosteroïden moet verhogen om de stress aan te
kunnen en is het mogelijk dat uw arts ze als tabletten of injecties voorschrijft.
Neem contact op met uw arts als u last heeft van wazig zien of andere visuele stoornissen.
Kinderen en jongeren tot 18 jaar
Geef dit geneesmiddel niet aan kinderen en jongeren onder de 18 jaar.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast Trydonis nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de
mogelijkheid dat u binnenkort andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts of
apotheker. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die vergelijkbaar zijn met Trydonis en worden gebruikt
voor uw longaandoening.
Sommige geneesmiddelen kunnen de effecten van Trydonis vergroten en het kan zijn dat uw arts u
nauwlettend wil controleren als u deze geneesmiddelen (waaronder enkele geneesmiddelen voor hiv:
ritonavir, cobicistat) gebruikt.
Gebruik dit geneesmiddel niet met een bètablokker (wordt gebruikt voor de behandeling van
bepaalde hartproblemen, zoals angina pectoris, of voor het verlagen van de bloeddruk), tenzij uw arts
een bètablokker heeft gekozen die geen invloed heeft op uw ademhaling. Bètablokkers (waaronder
bètablokker in oogdruppels) kunnen de effecten van formoterol verminderen of ertoe leiden dat het
helemaal niet werkzaam is. Anderzijds kan het gebruik van andere bèta-2-agonistgeneesmiddelen
(geneesmiddelen die op dezelfde manier werken als formoterol) de effecten van formoterol juist
versterken.
Trydonis gebruiken in combinatie met:
geneesmiddelen voor de behandeling van
- abnormale hartritmes (kinidine, disopyramide, procaïnamide),
- allergische reacties (antihistaminica),
- symptomen van depressie of psychische stoornissen, zoals monoamineoxidaseremmers
(bijvoorbeeld fenelzine en isocarboxazide), tricyclische antidepressiva (bijvoorbeeld
amitriptyline en imipramine), fenothiazines
kan bepaalde veranderingen van het elektrocardiogram (ECG, hartfilmpje) veroorzaken. Tevens
kunnen ze het risico op hartritmestoornissen (ventriculaire aritmieën) vergroten.
geneesmiddelen voor de behandeling van de ziekte van Parkinson (levodopa), voor de
behandeling van een te weinig actieve schildklier (levothyroxine), geneesmiddelen die
monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers), waaronder geneesmiddelen met eigenschappen
die te vergelijken zijn met die van furazolidon en procarbazine, die worden gebruikt voor de
behandeling van psychische stoornissen kan een stijging van de bloeddruk veroorzaken.
geneesmiddelen voor de behandeling van een hartaandoening (digoxine) kan een daling van het
kaliumgehalte in uw bloed veroorzaken. Hierdoor stijgt mogelijk de kans op abnormale
hartritmes.
andere geneesmiddelen die worden gebruikt voor de behandeling van obstructieve longziekte
(theofylline, aminofylline of corticosteroïden) en diuretica kan ook een daling van uw
kaliumgehalte veroorzaken.
sommige anesthetica kan leiden tot een verhoogd risico op abnormale hartritmes.
Zwangerschap en borstvoeding
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan
contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.
U mag Trydonis alleen tijdens de zwangerschap gebruiken als uw arts u dat heeft geadviseerd. Het
heeft de voorkeur het gebruik van Trydonis tijdens de bevalling te vermijden vanwege de remmende
effecten van formoterol op de samentrekkingen van de baarmoeder.
U mag Trydonis tijdens de borstvoeding niet gebruiken. U en uw arts moeten besluiten of
borstvoeding moet worden gestaakt of dat behandeling met Trydonis moet worden gestaakt dan wel
niet moet worden ingesteld, waarbij het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van
behandeling voor u in overweging moeten worden genomen.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Het is onwaarschijnlijk dat Trydonis invloed heeft op uw rijvaardigheid of op uw vermogen om
machines te bedienen.
Trydonis bevat lactose
Lactose bevat kleine hoeveelheden melkeiwitten, wat allergische reacties kan veroorzaken.
3.
Hoe gebruikt u dit middel?
Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over
het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Volwassenen
De aanbevolen dosering is twee inhalaties in de ochtend en twee inhalaties in de avond.
Als u denkt dat het geneesmiddel niet erg werkzaam is, moet u contact opnemen met uw arts.
Als u eerder een andere inhalator heeft gebruikt die beclometasondipropionaat bevat, vraag dan advies
aan uw arts, want de effectieve dosis beclometasondipropionaat in Trydonis voor de behandeling van
uw obstructieve longziekte kan lager zijn dan die van sommige andere inhalatoren.
Toedieningsweg
Trydonis is bedoeld voor inhalatie (inademen).
U moet het geneesmiddel inhaleren via uw mond, waardoor het geneesmiddel rechtstreeks naar uw
longen gaat.
Gebruiksaanwijzing
Voor informatie over de inhoud van de verpakking, zie rubriek 6.
Als de inhoud van de verpakking afwijkt van de beschrijving in rubriek 6, breng dan uw
inhalator terug naar degene van wie u hem heeft gekregen en vraag een nieuwe.

Haal de inhalator
niet uit het zakje als u niet van plan bent de inhalator direct te
gebruiken.
Gebruik de inhalator alleen zoals is aangegeven.
Houd het beschermkapje gesloten totdat u een dosis moet innemen met de inhalator.
Als u uw inhalator niet gebruikt, bewaar hem dan op een schone en droge plek.
Probeer uw inhalator
niet uit elkaar te halen om wat voor reden dan ook.
A.
Belangrijkste onderdelen van uw inhalator
Venster
Bescherm-
Mondstuk
Lucht-
van de
kapje
inlaat
dosisteller
Om een dosis uit uw inhalator te halen, moet u drie stappen volgen: openen, inhaleren (inademen),
sluiten.
B.
Voordat u een nieuwe inhalator gebruikt
1.
Open het zakje en haal uw inhalator eruit.
o
Gebruik uw inhalator
niet als het zakje niet is verzegeld of als het beschadigd is;
breng hem terug naar de persoon van wie u hem heeft gekregen en vraag om een
nieuwe.
o
Gebruik het etiket op de verpakking om de datum te noteren waarop u het zakje
opent.
2.
Bekijk uw inhalator goed.
o
Als uw inhalator zichtbaar kapot is of beschadigingen heeft, breng hem dan terug
naar de persoon van wie u hem heeft gekregen en vraag om een nieuwe.
Controleer het venster van de dosisteller. Als uw inhalator nieuw is, dan staat er
'120' in het venster van de dosisteller.
o
Gebruik uw inhalator
niet als het cijfer lager is dan '120'; breng uw inhalator dan
terug naar de persoon van wie u hem heeft gekregen en vraag om een nieuwe.
C.
Hoe u uw inhalator moet gebruiken
C.1. Openen
1.
Houd uw inhalator stevig rechtop vast.
2.
Controleer het aantal resterende doses: elk getal tussen de '1' en '120' geeft aan
dat er nog doses over zijn.
o
Als er een '0' in het venster van de dosisteller verschijnt, zijn er geen doses meer
over; gooi uw inhalator weg en haal een nieuwe.
3.
Open het beschermkapje volledig.
4.
Adem zo diep mogelijk uit als comfortabel is voordat u inhaleert.
o
Adem
niet uit via uw inhalator.
C.2. Inhaleren (inademen)
Als het mogelijk is, ga staan of zit rechtop als u inhaleert.
1.
Breng uw inhalator op mondhoogte en sluit uw lippen rondom het mondstuk.
o
Bedek de luchtinlaat
niet terwijl u uw inhalator vasthoudt.
o
Adem
niet via de luchtinlaat.
2.
Haal via uw mond krachtig en diep adem.
o
Het kan zijn dat u iets proeft wanneer u uw dosis inneemt.
o
Het kan zijn dat u een klikje hoort of voelt wanneer u uw dosis inneemt.
o
Adem
niet in via uw neus.
o
Haal uw inhalator
niet van uw lippen tijdens het inademen.
3.
Haal uw inhalator uit uw mond.
4.
Houd 5 tot 10 seconden lang, of zolang als comfortabel is, uw adem in.
5.
Adem langzaam uit.
o
Adem
niet uit via uw inhalator.
Als u niet zeker bent of u op de juiste manier een dosis binnen krijgt, neem dan contact op
met uw apotheker of arts.
C.3. Sluiten
1.
Kantel uw inhalator weer rechtop en sluit het beschermkapje volledig.
2.
Controleer of de dosisteller heeft afgeteld met 1 dosis.
Als u niet zeker weet of de dosisteller heeft afgeteld na een inhalatie van 1 dosis, wacht
dan tot uw volgende geplande dosis en neem deze zoals gebruikelijk in. Neem geen extra
dosis.
3.
Als u nog een dosis moet innemen, herhaal dan de stappen C.1 tot en met C.3.
D.
Reinigen
Het is normaal gesproken niet nodig uw inhalator schoon te maken.
Zo nodig kunt u uw inhalator na gebruik schoonmaken met een droge doek of een tissue.
o
Maak uw inhalator
niet schoon met water of andere vloeistoffen. Zorg dat uw
inhalator droog blijft.
Bent u vergeten dit middel te gebruiken?
Gebruik het zodra u eraan denkt. Als het bijna tijd is voor uw volgende dosis, neem dan niet de dosis
die u bent vergeten, maar alleen de volgende dosis op het juiste tijdstip. Verdubbel het aantal doses niet.
Als u stopt met het gebruik van dit middel
Het is belangrijk dat u Trydonis elke dag gebruikt. Stop niet met het gebruik van Trydonis en verlaag de
dosis niet, ook niet als u zich beter voelt of als u geen symptomen heeft. Als u dit toch wilt doen, neem
dan contact op met uw arts.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts of
apotheker.
4.
Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen
daarmee te maken.
De kans bestaat dat kortademigheid en een piepende ademhaling verergeren net nadat u Trydonis heeft
gebruikt; dit wordt paradoxaal bronchospasme genoemd (komt voor bij minder dan 1 op de
1.000 gebruikers). Als dit zich voordoet, moet u stoppen met het gebruik van Trydonis en moet u
onmiddellijk uw snelwerkende noodmedicatie gebruiken om de kortademigheid en piepende
ademhaling te behandelen. U moet onmiddellijk contact opnemen met uw arts.
Vertel het uw arts onmiddellijk
als u allergische reacties heeft, zoals huidallergieën, netelroos, jeukende huid, huiduitslag (komt
voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers), roodheid van de huid, zwelling van de huid of
slijmvliezen, met name van de ogen, het gezicht, de lippen en de keel (komen voor bij minder
dan 1 op de 1.000 gebruikers).
als u last heeft van oogpijn of ongemak aan de ogen, tijdelijk wazig zicht, halo's of gekleurde
beelden in het gezichtsveld die gepaard gaan met rode ogen. Dit kunnen tekenen zijn van een
acute aanval van nauwekamerhoekglaucoom (komen voor bij minder dan 1 op de
10.000 gebruikers).
Vertel het aan uw arts als u last krijgt van een van de volgende symptomen tijdens het gebruik van
Trydonis - dit kunnen symptomen van een longinfectie zijn (komen voor bij minder dan 1 op de
10 gebruikers):
koorts of koude rillingen
verhoogde productie van slijm, verandering van de kleur van het slijm
vaker hoesten of meer problemen met de ademhaling.
Mogelijke bijwerkingen worden hieronder vermeld volgens hun frequentie.
Vaak (komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers)
keelpijn
loopneus of verstopte neus en niezen
schimmelinfecties van de mond. Onmiddellijk na inhalatie de mond spoelen of gorgelen met
water en de tanden poetsen kan helpen om deze bijwerkingen te voorkomen
heesheid
hoofdpijn
urineweginfectie.
Soms (komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers)
griep
irritatie van de keel
ontsteking van de sinussen
bloedneus
jeukende of verstopte neus of loopneus
roodheid van de keel
schimmelinfecties van de keel of van de
droge mond
slokdarm (oesofagus)
diarree
schimmelinfecties van de vagina
moeilijk kunnen slikken
rusteloosheid
misselijkheid
beven
maagklachten
duizeligheid
maagklachten na de maaltijd
abnormale of verminderde smaak
branderig gevoel van de lippen
gevoelloosheid
tandcariës
ontsteking van het oor
huiduitslag, netelroos, jeukende huid
onregelmatige hartslag
ontsteking van het slijmvlies van de mond
wijzigingen in het elektrocardiogram
met of zonder zweren
(hartfilmpje)
meer zweten
ongewoon snelle hartslag en stoornissen
spierkrampen en pijn in spieren
van het hartritme
pijn in armen en benen
hartkloppingen (gevoel van abnormaal
pijn in spieren, botten of gewrichten van de
slaan van het hart)
borst
rood worden van het gezicht
vermoeidheid
toegenomen bloedtoevoer naar bepaalde
stijging van de bloeddruk
weefsels in het lichaam
daling van het gehalte van sommige
astma-aanval
bestanddelen van uw bloed: van bepaalde
hoesten en productieve hoest
witte bloedcellen die granulocyten worden
genoemd, van kalium of van cortisol
stijging van het gehalte van sommige
bestanddelen in uw bloed: glucose,
C-reactief proteïne, het aantal bloedplaatjes,
insuline, vrije vetzuren of ketonen.
Zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 1.000 gebruikers)
schimmelinfecties van de borstkas
lekken van bloed uit een bloedvat in de
verminderde eetlust
omliggende weefsels
slaapstoornissen (te weinig of te lang
daling van de bloeddruk
slapen)
zwakte
krampende of drukkende pijn op de borst
pijn achter in de mond en keel
gevoel dat de hartslag overslaat of van
ontsteking van de keel
extra hartslagen, ongewoon langzame
droge keel
hartslag
pijn bij het plassen en frequent plassen
verslechtering van de astma
problemen en pijn bij het plassen
ontsteking van de nieren.
Zeer zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 10.000 gebruikers)
laag aantal van bepaalde bloedcellen die bloedplaatjes worden genoemd
gevoel van ademnood of kortademigheid
zwelling van de handen en voeten
groeivertraging bij kinderen en jongeren tot 18 jaar.
Niet bekend (de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
wazig zien.
problemen met de werking van uw bijnieren (bijniersuppressie)
daling van de botmineraaldichtheid (dunner worden van de botten)
troebel worden van de lens van uw ogen (cataract).
Trydonis bevat geen hoge dosis inhalatiecorticosteroïden, maar het is mogelijk dat uw arts van tijd tot
tijd de cortisolgehaltes in uw bloed wil meten.
Ook de volgende bijwerkingen kunnen zich voordoen met een hoge dosis inhalatiecorticosteroïden
wanneer ze gedurende een lange periode worden gebruikt, maar momenteel is de frequentie ervan niet
bekend (de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald):
depressie
gevoel van bezorgdheid, zenuwachtigheid, extreme opwinding of prikkelbaarheid.
De kans op deze voorvallen is groter bij kinderen.
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor
mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden
via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen te melden, kunt u
ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
5.
Hoe bewaart u dit middel?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op het etiket en de
doos na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste
houdbaarheidsdatum.
Bewaren beneden 25 °C.
De inhalator in de oorspronkelijke verpakking bewaren ter bescherming tegen vocht en pas vlak vóór
het eerste gebruik uit het zakje nemen.
Na het openen van het zakje moet het geneesmiddel binnen 6 weken worden gebruikt en op een droge
plaats worden bewaard. Gebruik het zelfklevende etiket op de omdoos om de datum waarop u het
zakje opent te noteren en plak dit etiket op de onderkant van de inhalator.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw
apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Als u geneesmiddelen op de
juiste manier afvoert worden ze op een verantwoorde manier vernietigd en komen ze niet in het milieu
terecht.
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stoffen in dit middel zijn: beclometasondipropionaat, formoterolfumaraatdihydraat en
glycopyrronium.
Elke afgegeven dosis (de dosis die uit het mondstuk komt) bevat 88 microgram
beclometasondipropionaat, 5 microgram formoterolfumaraatdihydraat en 9 microgram
glycopyrronium (als 11 microgram glycopyrroniumbromide).
De andere stoffen in dit middel zijn lactosemonohydraat (zie rubriek 2) en magnesiumstearaat.
Hoe ziet Trydonis eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
Trydonis is een wit tot bijna wit inhalatiepoeder.
Het wordt geleverd in een witte plastic inhalator, NEXThaler genoemd, met een grijs beschermkapje
voor het mondstuk en een teller voor de inhalaties.
Elke inhalator is verpakt in een verzegelde, beschermende zak.
Trydonis is verkrijgbaar in verpakkingen die één inhalator bevatten en in meervoudige verpakkingen
die twee of drie inhalatoren bevatten die elk 120 inhalaties afgeven (120, 240 of 360 inhalaties).
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via Palermo 26/A
43122 Parma
Italië
Fabrikant
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Via San Leonardo 96
43122 Parma
Italië
Neem voor alle informatie over dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de
houder van de vergunning voor het in de handel brengen:
België/Belgique/Belgien
Lietuva
Chiesi sa/nv
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Tél/Tel: + 32 (0)2 788 42 00
Tel: + 43 1 4073919

Luxembourg/Luxemburg
Chiesi Bulgaria EOOD
Chiesi sa/nv
Te.: + 359 29201205
Tél/Tel: + 32 (0)2 788 42 00
Ceská republika
Magyarország
Chiesi CZ s.r.o.
Chiesi Hungary Kft.
Tel: + 420 261221745
Tel.: + 36-1-429 1060
Danmark
Malta
Chiesi Pharma AB
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Tlf: + 46 8 753 35 20
Tel: + 39 0521 2791
Deutschland
Nederland
Chiesi GmbH
Chiesi Pharmaceuticals B.V.
Tel: + 49 40 89724-0
Tel: + 31 88 501 64 00
Eesti
Norge
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Chiesi Pharma AB
Tel: + 43 1 4073919
Tlf: + 46 8 753 35 20
Österreich
Chiesi Hellas AEBE
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
: + 30 210 6179763
Tel: + 43 1 4073919
España
Polska
Laboratorios BIAL, S.A.
Chiesi Poland Sp. z.o.o.
Tel: + 34 91 562 41 96
Tel.: + 48 22 620 1421
France
Portugal
Chiesi S.A.S.
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Tél: + 33 1 47688899
Tel: + 39 0521 2791
Hrvatska
România
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Chiesi Romania S.R.L.
Tel: + 43 1 4073919
Tel: + 40 212023642
Ireland
Slovenija
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Chiesi Slovenija d.o.o.
Tel: + 39 0521 2791
Tel: + 386-1-43 00 901
Ísland
Slovenská republika
Chiesi Pharma AB
Chiesi Slovakia s.r.o.
Sími: +46 8 753 35 20
Tel: + 421 259300060
Italia
Suomi/Finland
Chiesi Italia S.p.A.
Chiesi Pharma AB
Tel: + 39 0521 2791
Puh/Tel: +46 8 753 35 20

Sverige
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Chiesi Pharma AB
: + 39 0521 2791
Tel: +46 8 753 35 20
Latvija
United Kingdom (Northern Ireland)
Chiesi Pharmaceuticals GmbH
Chiesi Farmaceutici S.p.A.
Tel: + 43 1 4073919
Tel: + 39 0521 2791
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in .
Andere informatiebronnen
Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu.

Heb je dit medicijn gebruikt? Trydonis 88 µg/dose - 5 µg/dose - 9 µg/dose te vormen.

Je ervaring helpt anderen een beeld over het gebruik van Trydonis 88 µg/dose - 5 µg/dose - 9 µg/dose te vormen.

Deel als eerste jouw ervaring over Trydonis 88 µg/dose - 5 µg/dose - 9 µg/dose

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG