Trifexis 425 mg - 7,1 mg

BIJSLUITER
Trifexis 270 mg/4,5 mg kauwtabletten voor honden
Trifexis 425 mg/7,1 mg kauwtabletten voor honden
Trifexis 665 mg/11,1 mg kauwtabletten voor honden
Trifexis 1040 mg/17,4 mg kauwtabletten voor honden
Trifexis 1620 mg/27 mg kauwtabletten voor honden
1.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN EN DE FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE, INDIEN VERSCHILLEND
Registratiehouder:
Eli Lilly and Company Ltd
Elanco Animal Health
Priestley Road
Basingstoke
Hampshire
RG24 9NL
VERENIGD KONINKRIJK
Fabrikant verantwoordelijk voor vrijgifte:
Eli Lilly and Company Ltd
Speke Operations
Fleming Road
Liverpool
L24 9LN
VERENIGD KONINKRIJK
2.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
Trifexis 270 mg/4,5 mg kauwtabletten voor honden
Trifexis 425 mg/7,1 mg kauwtabletten voor honden
Trifexis 665 mg/11,1 mg kauwtabletten voor honden
Trifexis 1040 mg/17,4 mg kauwtabletten voor honden
Trifexis 1620 mg/27 mg kauwtabletten voor honden
spinosad/milbemycine oxime
3.
GEHALTE AAN WERKZA(A)M(E) EN OVERIGE BESTANDD(E)L(EN)
Werkzame bestanddelen:
Elke tablet bevat:
Trifexis 270 mg/4,5 mg
Trifexis 425 mg/7,1 mg
Trifexis 665 mg/11,1 mg
Trifexis 1040 mg/17,4 mg
Trifexis 1620 mg/27 mg
spinosad 270 mg/milbemycine oxime 4,5 mg
spinosad 425 mg/milbemycine oxime 7,1 mg
spinosad 665 mg/milbemycine oxime 11,1 mg
spinosad 1040 mg/milbemycine oxime 17,4 mg
spinosad 1620 mg/milbemycine oxime 27,0 mg
De tabletten zijn gespikkeld geelbruin tot bruin van kleur en zijn rond en kauwbaar. Onderstaande lijst
toont de code en het aantal kuiltjes dat op elke verschillende tabletsterkte is gemarkeerd:
Trifexis 270 mg/4,5 mg tabletten:
Trifexis 425 mg/7,1 mg tabletten:
Trifexis 665 mg/11,1 mg tabletten:
20
4333 en 2 kuiltjes
4346 en 3 kuiltjes
4347 en geen kuiltjes
Trifexis 1040 mg/17,4 mg tabletten:
Trifexis 1620 mg/27 mg tabletten:
4349 en 4 kuiltjes
4336 en 5 kuiltjes
4.
INDICATIE(S)
Voor de behandeling en preventie van vlooienbesmetting (Ctenocephalides
felis)
bij honden wanneer
gelijktijdige preventie van hartworminfecties (L3, L4
Dirofilaria immitis)
en/of behandeling van
infecties van het maagdarmkanaal met nematoden veroorzaakt door de mijnworm (L4, onvolgroeide
volwassen (L5) en volwassen
Ancylostoma caninum),
rondwormen (onvolgroeide volwassen L5, en
volwassen
Toxocara canis
en volwassen
Toxascaris leonina)
en zweepworm (volwassen
Trichuris
vulpis)
is geïndiceerd.
De preventieve werking tegen herinfectie met vlooien is het resultaat van de adulticide werking en het
terugdringen van de eierproductie en blijft tot maximaal 4 weken actief na één enkele toediening van
dit product.
Het diergeneesmiddel kan gebruikt worden als onderdeel van een behandelingsstrategie tegen
Vlooienallergie Dermatitis (VAD).
5.
CONTRA-INDICATIES
Niet gebruiken bij honden jonger dan 14 weken.
Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of één van de hulpstoffen.
6.
BIJWERKINGEN
Een vaak waargenomen bijwerking is braken, dit treedt meestal op in de eerste 48 uur na toediening.
In de meeste gevallen was het braken van voorbijgaande aard, mild en vereiste geen symptomatische
behandeling.
Bij doses van 30 tot 60 mg spinosad en 0,5 tot 1 mg milbemycine oxime per kg lichaamsgewicht,
werden lethargie, anorexie/verminderde eetlust, diarree, pruritus, dermatitis en roodheid van de huid
en oorschelp vaak waargenomen. Overvloedig speekselen, spiertrillingen, ataxie en epileptische
aanvallen kwamen soms voor. Postmarketing rapporten voor spinosad geven aan dat zeer zelden
blindheid, verminderd gezichtsvermogen en andere oogaandoeningen werden waargenomen.
Alle bijwerkingen dienen te zijn gerangschikt op “frequentie” aan de hand van de volgende indeling:
- zeer vaak (meer dan 1 op de 10 dieren vertonen bijwerking(en) gedurende de duur van één
behandeling)
- vaak (1 tot 10 van de 100 dieren)
- soms (1 tot 10 van de 1.000 dieren)
- zelden (1 tot 10 van de 10.000 dieren)
- zeer zelden (minder dan 1 van de 10.000 dieren, inclusief geïsoleerde rapporten).
Indien u ernstige bijwerkingen of andersoortige reacties vaststelt die niet in deze bijsluiter worden
vermeld, wordt u verzocht uw dierenarts hiervan in kennis te stellen.
7.
DIERSOORT(EN) WAARVOOR HET DIERGENEESMIDDEL BESTEMD IS
Honden.
21
8.
DOSERING VOOR ELKE DOELDIERSOORT, WIJZE VAN GEBRUIK EN
TOEDIENINGSWEG(EN)
Voor oraal gebruik.
Dosering:
Het diergeneesmiddel moet worden toegediend in overeenstemming met onderstaande tabel om zeker
te zijn van een dosis van 45 tot 70 mg spinosad en 0,75 tot 1,18 mg milbemycine oxime/kg
lichaamsgewicht.
Lichaamsgewicht
van de hond (kg)
Sterkte en aantal toe te dienen tabletten:
Trifexis
Trifexis
Trifexis
Trifexis
270 mg/4,5 mg 425 mg/7,1 mg 665 mg/11,1 mg 1040 mg/17,4 mg
1
1
1
1
1
Trifexis
1620 mg/27 mg
3,9–6,0
6,1–9,4
9,5–14,7
14,8–23,1
23,2–36,0
36,1–50,7
50,8–72,0
1
1
2
Wijze van toediening:
Trifexis-tabletten moeten aan de hond worden toegediend met voedsel of onmiddellijk na het
voederen.
Op basis van de lokale epidemiologische situatie en de beslissing van de voorschrijvende dierenarts,
kan het diergeneesmiddel gedurende het seizoen maandelijks worden toegediend aan de aanbevolen
dosis zoals hieronder beschreven. Dit combinatieproduct (Trifexis) dient echter niet langer dan 6
opeenvolgende maanden per jaar te worden gegeven.
Als de hond de tablet(ten) niet rechtstreeks in de bek aanvaardt, dan kan (kunnen) de tablet(ten) met
het voedsel van de hond worden vermengd. De werkingsduur kan korter zijn wanneer de dosis op een
lege maag wordt toegediend.
Honden in gebieden waar de hartworm niet voorkomt:
Trifexis kan worden gebruikt als onderdeel van de seizoenspreventie van vlooienbesmetting (ter
vervanging van behandeling met een monovalent vlooienmiddel) bij honden met de diagnose van
gelijktijdige infectie van het maagdarmkanaal met nematoden. Een enkele behandeling is werkzaam
voor het behandelen van infectie van het maagdarmkanaal met nematoden. Na behandeling van de
nematodeninfectie dient de vlooienpreventie te worden voortgezet met een monovalent middel.
Honden in gebieden waar de hartworm voorkomt:
Voorafgaand aan de behandeling met Trifexis moet het advies van rubriek 12 in overweging worden
genomen.
Voor de preventie van hartworminfecties en de gelijktijdige behandeling en preventie van
vlooienbesmetting, moet het diergeneesmiddel maandelijks worden toegediend gedurende de periode
dat er muggen en vlooien zijn. Het diergeneesmiddel moet 1 maand vóór de verwachte verschijning
van de muggen worden toegediend. Het wordt aanbevolen om de preventieve behandeling tegen
hartworm maandelijks te herhalen tot ten minste 1 maand na de laatste blootstelling aan muggen,
Trifexis moet echter niet langer dan 6 opeenvolgende maanden per jaar worden gegeven.
Wanneer Trifexis ter vervanging van een ander preventief middel voor hartwormen wordt gegeven,
moet de eerste dosis Trifexis binnen de maand na de laatste dosis van het vorige middel worden
toegediend.
22
Honden die naar een gebied met hartworm reizen, dienen de medicatie binnen een maand na aankomst
te starten. De preventieve behandeling tegen hartworm moet maandelijks worden herhaald en de
laatste dosis wordt één maand nadat de hond het gebied heeft verlaten gegeven,Trifexis moet echter
niet langer dan 6 opeenvolgende maanden per jaar worden gegeven.
Raadpleeg een dierenarts voor informatie over het optimale tijdstip om de behandeling met dit
diergeneesmiddel te starten.
9.
AANWIJZINGEN VOOR EEN JUISTE TOEDIENING
Het diergeneesmiddel dient met voedsel of onmiddellijk na het voederen te worden toegediend. Als de
hond de tablet(ten) niet rechtstreeks in de bek aanvaardt, dan kan (kunnen) de tablet(ten) met voedsel
worden vermengd. De werkingsduur kan korter zijn wanneer de dosis op een lege maag wordt
toegediend.
De hond nauwkeurig observeren na toediening van de tablet. Als binnen een uur na toediening braken
optreedt en de tablet zichtbaar is, opnieuw een volledige dosis geven.
Als een dosis vergeten is, het product met de volgende portie voedsel toedienen. Begin dan vanaf die
dag een nieuw maandelijks doseringsschema.
10.
WACHTTERMIJN
Niet van toepassing.
11.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN BIJ BEWAREN
Buiten het bereik en zicht van kinderen bewaren.
Niet te gebruiken na de vervaldatum vermeld op de blisterverpakking na EXP.
Voor dit diergeneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
12.
SPECIALE WAARSCHUWING(EN)
Speciale waarschuwingen voor elke diersoort waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is:
Trifexis-tabletten dienen enkel gebruikt te worden wanneer de dierenarts de diagnose heeft bevestigd
van gemengde infectie (of risico op infectie, waar preventie aangewezen is) op hetzelfde moment (zie
rubriek 4).
Alle honden in het huishouden moeten behandeld worden. Katten in het huishouden moeten behandeld
worden met een product dat geschikt is voor deze diersoort.
Vlooien van huisdieren besmetten vaak de mand van het dier, beddengoed en door het dier gebruikte
rustplaatsen zoals tapijten en zachte bekleding. In geval van massale vlooienbesmetting en aan het
begin van de behandeling moeten deze plaatsen met een passend insecticide behandeld worden en
hierna regelmatig gestofzuigd worden.
Vlooien kunnen na toediening van het product nog gedurende enige tijd aanwezig zijn doordat er
volwassen vlooien uit de al aanwezige poppen ontstaan. Door geregelde maandelijkse behandelingen
met het actieve bestanddeel van het insecticide, spinosad, wordt de levenscyclus van de vlooien
onderbroken en kunnen deze gebruikt worden om de vlooienpopulatie in besmette woningen te
bestrijden.
23
Na frequent en herhaald gebruik van een anthelminthicum uit een bepaalde klasse, kan er resistentie
optreden van de parasiet tegen het betreffende anthelminthicum. Het gebruik van dit product moet
daarom gebaseerd zijn op een beoordeling van iedere individuele situatie en op de lokale
epidemiologische informatie over de huidige gevoeligheid van de diersoort waarvoor het product
bestemd is, om de mogelijkheid van een toekomstige selectie op resistentie te beperken.
Het behouden van de werkzaamheid van macrocyclische lactonen is cruciaal voor de bestrijding van
Dirofilaria immitis.
Om het risico op selectie voor resistentie tot een minimum te beperken, is het
daarom aan te bevelen bij het begin van ieder seizoen van preventieve behandeling de honden te
controleren op circulerende antigenen en op microfilariae in het bloed.
Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik:
Voorzichtig gebruiken bij honden met reeds bestaande epilepsie.
Er zijn geen studies gedaan bij zieke of zich herstellende honden. Het product dient daarom alleen te
worden gebruikt na een risico/batenanalyse door de verantwoordelijke dierenarts.
De veiligheid van dit product is onvoldoende aangetoond bij honden die gevoelig zijn voor
avermectine / honden met een MDR-1 mutatie. Deze honden lopen mogelijk een hoger risico op
bijwerkingen wanneer ze ermee worden behandeld en extra voorzichtigheid bij de behandeling is
daarom aangewezen.
Bij honden die minder wegen dan 3,9 kg is nauwkeurige dosering niet mogelijk. Het gebruik van het
product bij deze honden wordt daarom niet aanbevolen.
Het aanbevolen doseringsschema moet gevolgd worden, maar mag niet overschreden worden.
Vóór het eerste gebruik van dit product, moeten honden in voor hartworm endemische gebieden of
honden die dergelijke gebieden hebben bezocht, worden onderzocht op een bestaande infectie met
hartwormen. Naar het oordeel van de dierenarts moeten geïnfecteerde honden behandeld worden met
een adulticide om volwassen hartwormen te verwijderen.
Het wordt aanbevolen de behandelde hond tot 24 uur na toediening van het product te observeren voor
mogelijke bijwerkingen (zie rubriek 6). Raadpleeg in geval van bijwerkingen uw dierenarts.
Speciale voorzorgsmaatregelen, te nemen door degene die het diergeneesmiddel aan de dieren
toedient:
Handen wassen na gebruik.
Accidentele inname kan bijwerkingen veroorzaken.
In geval van accidentele inname, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en hem de
bijsluiter of het etiket te worden getoond.
Kinderen dienen niet met het diergeneesmiddel in contact te komen. Accidentele inname kan
bijwerkingen veroorzaken.
Dracht en lactatie:
Uit laboratoriumonderzoek (bij ratten en konijnen) naar het effect van spinosad en milbemycine oxime
zijn geen gegevens naar voren gekomen die wijzen op teratogene, foetotoxische of maternotoxische
effecten noch op enig effect op het reproductieve vermogen van mannelijke en vrouwelijke dieren.
De veiligheid van dit diergeneesmiddel is onvoldoende vastgesteld tijdens dracht en lactatie bij honden
(teven). Spinosad wordt uitgescheiden in het colostrum en de melk van zogende teven. De uitscheiding
van milbemycine oxime in zogende honden (teven) werd niet onderzocht en de veiligheid voor pups
die gezoogd worden, is niet bewezen. Daarom mag dit product alleen tijdens de dracht en lactatie
gebruikt worden na een baten/risicoanalyse door de verantwoordelijke dierenarts.
24
Vruchtbaarheid:
Daar de veiligheid van dit diergeneesmiddel niet bewezen is bij fokreuen, mag het alleen gebruikt
worden na een risico/batenanalyse door de verantwoordelijke dierenarts.
Interactie(s) met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie:
Van spinosad en milbemycine oxime is aangetoond dat het substraten zijn van P-glycoproteïne (P-gp)
en dus een interactie kunnen vertonen met andere substraten van P-gp (bijv. digoxine, doxorubicine)
of andere macrocyclische lactonen. Daarom kan gelijktijdige behandeling met andere substraten van
P-gp leiden tot een hogere toxiciteit.
Postmarketing rapporten: na gelijktijdig gebruik van spinosad met ivermectine, werd gemeld dat
honden last kunnen hebben van trillen/zenuwachtig bewegen, kwijlen/speekselafscheiding,
epileptische aanvallen, ataxie, pupilverwijding, blindheid en desoriëntatie.
Overdosering (symptomen, procedures in noodgevallen, antidota):
De orale toediening van tabletten met een combinatie van spinosad en milbemycine oxime in een
gemiddelde maandelijkse cumulatieve dosis tot 255 mg spinosad en 4,2 mg milbemycine oxime per kg
lichaamsgewicht (tot 3,6 maal de aanbevolen behandelingsdosis) gedurende 6 opeenvolgende doses
werd goed verdragen door jonge honden. Bij de behandelde honden en de honden in een controlegroep
was de frequentie van braken gelijk. Bijwerkingen die in deze studie werden waargenomen waren
braken, diarree, huidlaesies, speekselen, tremor, verminderde activiteit, hoest en vocalisatie.
Bij acute overdoses van 1,5 keer de maximaal aanbevolen dosis, trad braken op bij 17% van de honden
en overvloedig speekselen bij 8% van de honden. Bij acute overdoses van 3 keer de maximaal
aanbevolen dosis trad braken op bij de helft van de dieren, soms meermaals. Bij 3 keer de maximaal
aanbevolen dosis werden bijwerkingen van mogelijk neurologische oorsprong (zijnde verminderde
activiteit (8%), overvloedig speekselen (17%) of struikelen (8%)) waargenomen. Verminderde
activiteit werd met dezelfde frequentie waargenomen bij de controlegroep als bij honden die werden
behandeld met 3 keer de maximaal aanbevolen dosis. Alle bijwerkingen waren van voorbijgaande aard
en vereisten geen behandeling.
Na toediening van spinosad werd vastgesteld dat de incidentie van braken op de dag van toediening of
de dag na toediening steeg in functie van de dosis. Het braken wordt waarschijnlijk veroorzaakt door
een plaatselijk effect op de dunne darm. Bij doses hoger dan de aanbevolen dosis, komt braken heel
vaak voor.
Neurotoxiciteit, gekenmerkt door voorbijgaande lichte depressie, ataxie, beven, pupilverwijding en
overmatige speekselen werd waargenomen bij honden die hogere doses kregen van enkel milbemycine
oxime (5 tot 10 mg/kg).
Er is geen antidotum beschikbaar. In het geval van ongewenste klinische verschijnselen,
symptomatisch behandelen.
13.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN NIET-
GEBRUIKTE DIERGENEESMIDDELEN OF EVENTUELE RESTANTEN HIERVAN
Geneesmiddelen mogen niet worden verwijderd via afvalwater of huishoudelijk afval.
Vraag aan uw dierenarts hoe u overtollige geneesmiddelen verwijdert. Deze maatregelen dienen ter
bescherming van het milieu.
14.
DE DATUM WAAROP DE BIJSLUITER VOOR HET LAATST IS HERZIEN
Zie voor nadere bijzonderheden over dit diergeneesmiddel de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu/
25
15.
OVERIGE INFORMATIE
Nadere informatie voor de voorschrijvende dierenarts:
Spinosad bestaat uit spinosyne A en spinosyne D. De insectendodende werking van spinosad wordt
gekenmerkt door prikkeling van de zenuwen die leidt tot spiercontracties en tremoren, uitputting,
verlamming en snelle dood van de vlo. Deze effecten worden voornamelijk veroorzaakt door de
activering van nicotine acetylcholine receptoren (nAChR’s). Het heeft geen wisselwerking met
bekende bindingsplaatsen van andere nicotine- of GABA-erge-insecticiden zoals neonicotinoïden
(imidacloprid of nitenpyram), fiprolen (fipronil), milbemycines, avermectines (bv. selamectine) of
cyclodienen, maar door middel van een nieuw insectendodend mechanisme. Spinosad heeft dus een
andere werkingsmechanisme dan andere producten voor vlooien- of insectenbestrijding. Spinosad
begint de vlooien 30 minuten na toediening te doden; binnen 4 uur na behandeling zijn 100% van de
vlooien dood of stervend.
Milbemycine oxime is een antiparasitaire endectocide behorend tot de macrocyclische lactonen.
Milbemycine oxime is geïsoleerd uit de fermentatie van
Streptomyces hygroscopicus
var.
aureolacrimosus. Het is werkzaam tegen mijten, volwassen en larvaire stadia van nematoden, en
larven van
Dirofilaria immitis.
De werking van milbemycine oxime houdt verband met de actie ervan
op de neurotransmissie bij invertebraten. Milbemycine oxime, zoals avermectines en andere
milbemycines, verhoogt bij nematoden en insecten de membraanpermeabiliteit voor chloride-ionen via
chloride-ionenkanalen die door glutamaat worden geopend (verwant aan GABA en glycinereceptoren
bij gewervelden). Dit leidt tot hyperpolarisatie van het neuromusculair membraan en verlamming en
de dood van de parasiet.
Ongeveer 90% van spinosad bestaat uit spinosynen A en D. Van deze 90% is de verhouding spinosyn
A tot A+D 0,85, berekend als spinosyn A/spinosyn A +D. De consistentie van deze waarden in
farmacokinetische en andere onderzoeken wijst op vergelijkbaarheid wat betreft opname, stofwisseling
en uitscheiding van de twee voornaamste spinosynen.
Na orale toediening van 45 mg spinosad en 0,75 mg milbemycine oxime per kg lichaamsgewicht aan
gevoederde honden, worden de spinosynen A en D snel opgenomen en uitgebreid gedistribueerd. De
plasmaproteïnebinding is hoog (> 98%). Er werd een hoge biologische beschikbaarheid aangetoond.
De gemiddelde T
max
voor spinosynen A en D was 4 uur en de gemiddelde eliminatiehalfwaardetijden
lagen tussen 131 en 135 uur. De AUC-waarden stegen ongeveer lineair terwijl de C
max
-waarden iets
minder dan lineair stegen bij toenemende doseringen hoger dan het bedoelde therapeutische
dosisbereik. Daarnaast waren in onderzoeken waarbij enkel spinosad werd gebruikt, de AUC- en C
max
-
waarden hoger bij gevoederde honden dan bij nuchtere honden en daarom wordt aanbevolen om
honden de behandeling met voeding toe te dienen, omdat dit de kans dat vlooien dodelijke
hoeveelheden spinosad opnemen, optimaliseert.
In onderzoeken met enkel spinosad, werden de primaire metabolieten in de gal, feces en urine bij
zowel ratten als honden geïdentificeerd als gedemethyleerde spinosynen, gluthation-conjugaten van de
uitgangsverbindingen en N-gedemethyleerde spinosynen A en D. De uitscheiding gebeurt
voornamelijk via de gal en de feces, en in mindere mate via de urine. De overgrote meerderheid van
metabolieten in honden werd met de feces uitgescheiden.
Milbemycine oxime is een systemisch macrocyclisch lacton met twee hoofdfactoren, A
3
en A
4
(verhouding van A
3
:A
4
is 20:80). In tegenstelling tot spinosad blijft de consistente verhouding van de
afzonderlijke factoren niet behouden in farmacokinetisch onderzoek. Milbemycine A
4
5-oxime heeft
de neiging trager te elimineren wat resulteert in een ongeveer 10 keer hogere blootstelling dan
milbemycine A
3
5-oxime. De plasmaconcentraties en een aantal farmacokinetische parameters van
milbemycine oxime zijn hoger in de aanwezigheid van spinosad. Milbemycine A
3
en A
4
5-oximes
worden snel geabsorbeerd en uitgebreid gedistribueerd na orale toediening bij honden. De
plasmaproteïnebinding is hoog (> 96%). Er werd een hoge biologische beschikbaarheid aangetoond.
De gemiddelde T
max
voor milbemycineA
3
en A
4
5-oximes was doorgaans 4 uur en de gemiddelde
26
eliminatiehalfwaardetijden waren 33,9 en 77,2 uur. De AUC-waarden stegen ongeveer lineair terwijl
de C
max
-waarden iets minder dan lineair stegen bij toenemende dosiswaarden hoger dan het bedoelde
therapeutische dosisbereik.
De primaire fecale en urinaire metabolieten bij honden werden geïdentificeerd als
glucuronideconjugaten van milbemycine A
3
of A
4
5-oximes, gedealkyleerd milbemycine A
3
of A
4
5-
oximes, en gehydroxyleerde milbemycine A
4
5-oxime. Bij ratten die milbemycine A
4
5-oxime kregen
toegediend, waren de belangrijkste metabolieten die werden geïdentificeerd in de urine en feces
mono-, di-, en trihydroxy milbemycine A
4
5-oximes. Bij honden werd hydroxymilbemycine A
4
5-
oxime enkel gedetecteerd in plasma en niet in de urine of feces, wat voornamelijk excretie van de
geconjugeerde metabolieten suggereert bij honden. De excretie gebeurt in de eerste plaats via de feces,
en ook in mindere mate via de urine. De overgrote meerderheid van metabolieten in honden werd met
de feces uitgescheiden.
Maandelijks herhaalde orale toediening van spinosad en milbemycine oxime gedurende zes maanden
toonde accumulatie van spinosad en milbemycine oxime aan bij jonge honden. Accumulatie kan niet
worden uitgesloten bij volwassen honden.
Bij jonge honden resulteerde herhaalde orale toediening van spinosad en milbemycine oxime
gedurende zes maanden in toenemende dalplasmaconcentraties van spinosad en milbemycine oxime
tijdens de studie. De dalconcentraties van spinosad verdubbelden maandelijks tot aan de vijfde maand.
De toename in plasmaconcentraties hing nauw samen met een toename van de terminale
eliminatiehalfwaardetijd.
Bij volwassen honden werd na herhaalde orale toediening van spinosad en milbemycine oxime
gedurende zes opeenvolgende maanden een toename van de eliminatiehalfwaardetijden waargenomen
tot aan maand 3. In een afzonderlijke studie met drie opeenvolgende maandelijkse toedieningen, werd
geen toename van de C
max,
AUC, of eliminatiehalfwaardetijden geconstateerd bij vergelijking van de
waarden van de derde en de eerste maand. Er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar over de C
max
of
de AUC na herhaalde orale toediening voor behandelingen langer dan drie maanden.
Kartonnen doosje met een blisterverpakking met 1, 3 of 6 kauwtabletten. Het kan voorkomen dat niet
alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
Gelieve voor alle informatie over dit diergeneesmiddel contact op te nemen met de lokale
vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen.
27

Trifexis 270 mg/4,5 mg kauwtabletten voor honden
Trifexis 425 mg/7,1 mg kauwtabletten voor honden

Trifexis 665 mg/11,1 mg kauwtabletten voor honden
Trifexis 1040 mg/17,4 mg kauwtabletten voor honden
Trifexis 1620 mg/27 mg kauwtabletten voor honden

1.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN EN DE FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE, INDIEN VERSCHILLEND

Registratiehouder:
Eli Lilly and Company Ltd
Elanco Animal Health
Priestley Road
Basingstoke
Hampshire
RG24 9NL
VERENIGD KONINKRIJK
Fabrikant verantwoordelijk voor vrijgifte:
Eli Lilly and Company Ltd
Speke Operations
Fleming Road
Liverpool
L24 9LN
VERENIGD KONINKRIJK

2.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
Trifexis 270 mg/4,5 mg kauwtabletten voor honden
Trifexis 425 mg/7,1 mg kauwtabletten voor honden
Trifexis 665 mg/11,1 mg kauwtabletten voor honden
Trifexis 1040 mg/17,4 mg kauwtabletten voor honden
Trifexis 1620 mg/27 mg kauwtabletten voor honden
spinosad/milbemycine oxime

3.
GEHALTE AAN WERKZA(A)M(E) EN OVERIGE BESTANDD(E)L(EN)

Werkzame bestanddelen:
Elke tablet bevat:
Trifexis 270 mg/4,5 mg
spinosad 270 mg/milbemycine oxime 4,5 mg
Trifexis 425 mg/7,1 mg
spinosad 425 mg/milbemycine oxime 7,1 mg
Trifexis 665 mg/11,1 mg
spinosad 665 mg/milbemycine oxime 11,1 mg
Trifexis 1040 mg/17,4 mg
spinosad 1040 mg/milbemycine oxime 17,4 mg
Trifexis 1620 mg/27 mg
spinosad 1620 mg/milbemycine oxime 27,0 mg
De tabletten zijn gespikkeld geelbruin tot bruin van kleur en zijn rond en kauwbaar. Onderstaande lijst
toont de code en het aantal kuiltjes dat op elke verschillende tabletsterkte is gemarkeerd:
Trifexis 270 mg/4,5 mg tabletten:
4333 en 2 kuiltjes
Trifexis 425 mg/7,1 mg tabletten:
4346 en 3 kuiltjes
Trifexis 665 mg/11,1 mg tabletten:
4347 en geen kuiltjes
4349 en 4 kuiltjes
Trifexis 1620 mg/27 mg tabletten:
4336 en 5 kuiltjes
4. INDICATIE(S)

Voor de behandeling en preventie van vlooienbesmetting (Ctenocephalides felis) bij honden wanneer
gelijktijdige preventie van hartworminfecties (L3, L4 Dirofilaria immitis) en/of behandeling van
infecties van het maagdarmkanaal met nematoden veroorzaakt door de mijnworm (L4, onvolgroeide
volwassen (L5) en volwassen Ancylostoma caninum), rondwormen (onvolgroeide volwassen L5, en
volwassen Toxocara canis en volwassen Toxascaris leonina) en zweepworm (volwassen Trichuris
vulpis
) is geïndiceerd.
De preventieve werking tegen herinfectie met vlooien is het resultaat van de adulticide werking en het
terugdringen van de eierproductie en blijft tot maximaal 4 weken actief na één enkele toediening van
dit product.
Het diergeneesmiddel kan gebruikt worden als onderdeel van een behandelingsstrategie tegen
Vlooienallergie Dermatitis (VAD).

5. CONTRA-INDICATIES

Niet gebruiken bij honden jonger dan 14 weken.
Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of één van de hulpstoffen.

6. BIJWERKINGEN

Een vaak waargenomen bijwerking is braken, dit treedt meestal op in de eerste 48 uur na toediening.
In de meeste gevallen was het braken van voorbijgaande aard, mild en vereiste geen symptomatische
behandeling.
Bij doses van 30 tot 60 mg spinosad en 0,5 tot 1 mg milbemycine oxime per kg lichaamsgewicht,
werden lethargie, anorexie/verminderde eetlust, diarree, pruritus, dermatitis en roodheid van de huid
en oorschelp vaak waargenomen. Overvloedig speekselen, spiertrillingen, ataxie en epileptische
aanvallen kwamen soms voor. Postmarketing rapporten voor spinosad geven aan dat zeer zelden
blindheid, verminderd gezichtsvermogen en andere oogaandoeningen werden waargenomen.
Alle bijwerkingen dienen te zijn gerangschikt op 'frequentie' aan de hand van de volgende indeling:
- zeer vaak (meer dan 1 op de 10 dieren vertonen bijwerking(en) gedurende de duur van één
behandeling)
- vaak (1 tot 10 van de 100 dieren)
- soms (1 tot 10 van de 1.000 dieren)
- zelden (1 tot 10 van de 10.000 dieren)
- zeer zelden (minder dan 1 van de 10.000 dieren, inclusief geïsoleerde rapporten).
Indien u ernstige bijwerkingen of andersoortige reacties vaststelt die niet in deze bijsluiter worden
vermeld, wordt u verzocht uw dierenarts hiervan in kennis te stellen.

7. DIERSOORT(EN)
WAARVOOR
HET
DIERGENEESMIDDEL BESTEMD IS
Honden.

DOSERING VOOR ELKE DOELDIERSOORT, WIJZE VAN GEBRUIK EN
TOEDIENINGSWEG(EN)

Voor oraal gebruik.
Dosering:
Het diergeneesmiddel moet worden toegediend in overeenstemming met onderstaande tabel om zeker
te zijn van een dosis van 45 tot 70 mg spinosad en 0,75 tot 1,18 mg milbemycine oxime/kg
lichaamsgewicht.
Lichaamsgewicht
Sterkte en aantal toe te dienen tabletten:
van de hond (kg)
Trifexis
Trifexis
Trifexis
Trifexis
Trifexis
270 mg/4,5 mg 425 mg/7,1 mg 665 mg/11,1 mg 1040 mg/17,4 mg 1620 mg/27 mg
3,9­6,0 1


6,1­9,4
1

9,5­14,7
1

14,8­23,1

1
23,2­36,0

1
36,1­50,7

1
1
50,8­72,0

2

Wijze van toediening:
Trifexis-tabletten moeten aan de hond worden toegediend met voedsel of onmiddellijk na het
voederen.
Op basis van de lokale epidemiologische situatie en de beslissing van de voorschrijvende dierenarts,
kan het diergeneesmiddel gedurende het seizoen maandelijks worden toegediend aan de aanbevolen
dosis zoals hieronder beschreven. Dit combinatieproduct (Trifexis) dient echter niet langer dan 6
opeenvolgende maanden per jaar te worden gegeven.
Als de hond de tablet(ten) niet rechtstreeks in de bek aanvaardt, dan kan (kunnen) de tablet(ten) met
het voedsel van de hond worden vermengd. De werkingsduur kan korter zijn wanneer de dosis op een
lege maag wordt toegediend.
Honden in gebieden waar de hartworm niet voorkomt:
Trifexis kan worden gebruikt als onderdeel van de seizoenspreventie van vlooienbesmetting (ter
vervanging van behandeling met een monovalent vlooienmiddel) bij honden met de diagnose van
gelijktijdige infectie van het maagdarmkanaal met nematoden. Een enkele behandeling is werkzaam
voor het behandelen van infectie van het maagdarmkanaal met nematoden. Na behandeling van de
nematodeninfectie dient de vlooienpreventie te worden voortgezet met een monovalent middel.
Honden in gebieden waar de hartworm voorkomt:
Voorafgaand aan de behandeling met Trifexis moet het advies van rubriek 12 in overweging worden
genomen.
Voor de preventie van hartworminfecties en de gelijktijdige behandeling en preventie van
vlooienbesmetting, moet het diergeneesmiddel maandelijks worden toegediend gedurende de periode
dat er muggen en vlooien zijn. Het diergeneesmiddel moet 1 maand vóór de verwachte verschijning
van de muggen worden toegediend. Het wordt aanbevolen om de preventieve behandeling tegen
hartworm maandelijks te herhalen tot ten minste 1 maand na de laatste blootstelling aan muggen,
Trifexis moet echter niet langer dan 6 opeenvolgende maanden per jaar worden gegeven.
Wanneer Trifexis ter vervanging van een ander preventief middel voor hartwormen wordt gegeven,
moet de eerste dosis Trifexis binnen de maand na de laatste dosis van het vorige middel worden
toegediend.
AANWIJZINGEN VOOR EEN JUISTE TOEDIENING
Het diergeneesmiddel dient met voedsel of onmiddellijk na het voederen te worden toegediend. Als de
hond de tablet(ten) niet rechtstreeks in de bek aanvaardt, dan kan (kunnen) de tablet(ten) met voedsel
worden vermengd. De werkingsduur kan korter zijn wanneer de dosis op een lege maag wordt
toegediend.
De hond nauwkeurig observeren na toediening van de tablet. Als binnen een uur na toediening braken
optreedt en de tablet zichtbaar is, opnieuw een volledige dosis geven.
Als een dosis vergeten is, het product met de volgende portie voedsel toedienen. Begin dan vanaf die
dag een nieuw maandelijks doseringsschema.

10. WACHTTERMIJN

Niet van toepassing.

11. SPECIALE
VOORZORGSMAATREGELEN BIJ BEWAREN
Buiten het bereik en zicht van kinderen bewaren.
Niet te gebruiken na de vervaldatum vermeld op de blisterverpakking na EXP.
Voor dit diergeneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.

12. SPECIALE
WAARSCHUWING(EN)
Speciale waarschuwingen voor elke diersoort waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is:
Trifexis-tabletten dienen enkel gebruikt te worden wanneer de dierenarts de diagnose heeft bevestigd
van gemengde infectie (of risico op infectie, waar preventie aangewezen is) op hetzelfde moment (zie
rubriek 4).
Alle honden in het huishouden moeten behandeld worden. Katten in het huishouden moeten behandeld
worden met een product dat geschikt is voor deze diersoort.
Vlooien van huisdieren besmetten vaak de mand van het dier, beddengoed en door het dier gebruikte
rustplaatsen zoals tapijten en zachte bekleding. In geval van massale vlooienbesmetting en aan het
begin van de behandeling moeten deze plaatsen met een passend insecticide behandeld worden en
hierna regelmatig gestofzuigd worden.
Vlooien kunnen na toediening van het product nog gedurende enige tijd aanwezig zijn doordat er
volwassen vlooien uit de al aanwezige poppen ontstaan. Door geregelde maandelijkse behandelingen
met het actieve bestanddeel van het insecticide, spinosad, wordt de levenscyclus van de vlooien
onderbroken en kunnen deze gebruikt worden om de vlooienpopulatie in besmette woningen te
bestrijden.
GEBRUIKTE DIERGENEESMIDDELEN OF EVENTUELE RESTANTEN HIERVAN
Geneesmiddelen mogen niet worden verwijderd via afvalwater of huishoudelijk afval.
Vraag aan uw dierenarts hoe u overtollige geneesmiddelen verwijdert. Deze maatregelen dienen ter
bescherming van het milieu.

14. DE DATUM WAAROP DE BIJSLUITER VOOR HET LAATST IS HERZIEN

Zie voor nadere bijzonderheden over dit diergeneesmiddel de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu/
INFORMATIE
Nadere informatie voor de voorschrijvende dierenarts:
Spinosad bestaat uit spinosyne A en spinosyne D. De insectendodende werking van spinosad wordt
gekenmerkt door prikkeling van de zenuwen die leidt tot spiercontracties en tremoren, uitputting,
verlamming en snelle dood van de vlo. Deze effecten worden voornamelijk veroorzaakt door de
activering van nicotine acetylcholine receptoren (nAChR's). Het heeft geen wisselwerking met
bekende bindingsplaatsen van andere nicotine- of GABA-erge-insecticiden zoals neonicotinoïden
(imidacloprid of nitenpyram), fiprolen (fipronil), milbemycines, avermectines (bv. selamectine) of
cyclodienen, maar door middel van een nieuw insectendodend mechanisme. Spinosad heeft dus een
andere werkingsmechanisme dan andere producten voor vlooien- of insectenbestrijding. Spinosad
begint de vlooien 30 minuten na toediening te doden; binnen 4 uur na behandeling zijn 100% van de
vlooien dood of stervend.
Milbemycine oxime is een antiparasitaire endectocide behorend tot de macrocyclische lactonen.
Milbemycine oxime is geïsoleerd uit de fermentatie van Streptomyces hygroscopicus var.
aureolacrimosus. Het is werkzaam tegen mijten, volwassen en larvaire stadia van nematoden, en
larven van Dirofilaria immitis. De werking van milbemycine oxime houdt verband met de actie ervan
op de neurotransmissie bij invertebraten. Milbemycine oxime, zoals avermectines en andere
milbemycines, verhoogt bij nematoden en insecten de membraanpermeabiliteit voor chloride-ionen via
chloride-ionenkanalen die door glutamaat worden geopend (verwant aan GABA en glycinereceptoren
bij gewervelden). Dit leidt tot hyperpolarisatie van het neuromusculair membraan en verlamming en
de dood van de parasiet.
Ongeveer 90% van spinosad bestaat uit spinosynen A en D. Van deze 90% is de verhouding spinosyn
A tot A+D 0,85, berekend als spinosyn A/spinosyn A +D. De consistentie van deze waarden in
farmacokinetische en andere onderzoeken wijst op vergelijkbaarheid wat betreft opname, stofwisseling
en uitscheiding van de twee voornaamste spinosynen.
Na orale toediening van 45 mg spinosad en 0,75 mg milbemycine oxime per kg lichaamsgewicht aan
gevoederde honden, worden de spinosynen A en D snel opgenomen en uitgebreid gedistribueerd. De
plasmaproteïnebinding is hoog (> 98%). Er werd een hoge biologische beschikbaarheid aangetoond.
De gemiddelde Tmax voor spinosynen A en D was 4 uur en de gemiddelde eliminatiehalfwaardetijden
lagen tussen 131 en 135 uur. De AUC-waarden stegen ongeveer lineair terwijl de Cmax-waarden iets
minder dan lineair stegen bij toenemende doseringen hoger dan het bedoelde therapeutische
dosisbereik. Daarnaast waren in onderzoeken waarbij enkel spinosad werd gebruikt, de AUC- en Cmax-
waarden hoger bij gevoederde honden dan bij nuchtere honden en daarom wordt aanbevolen om
honden de behandeling met voeding toe te dienen, omdat dit de kans dat vlooien dodelijke
hoeveelheden spinosad opnemen, optimaliseert.
In onderzoeken met enkel spinosad, werden de primaire metabolieten in de gal, feces en urine bij
zowel ratten als honden geïdentificeerd als gedemethyleerde spinosynen, gluthation-conjugaten van de
uitgangsverbindingen en N-gedemethyleerde spinosynen A en D. De uitscheiding gebeurt
voornamelijk via de gal en de feces, en in mindere mate via de urine. De overgrote meerderheid van
metabolieten in honden werd met de feces uitgescheiden.
Milbemycine oxime is een systemisch macrocyclisch lacton met twee hoofdfactoren, A3 en A4
(verhouding van A3:A4 is 20:80). In tegenstelling tot spinosad blijft de consistente verhouding van de
afzonderlijke factoren niet behouden in farmacokinetisch onderzoek. Milbemycine A4 5-oxime heeft
de neiging trager te elimineren wat resulteert in een ongeveer 10 keer hogere blootstelling dan
milbemycine A3 5-oxime. De plasmaconcentraties en een aantal farmacokinetische parameters van
milbemycine oxime zijn hoger in de aanwezigheid van spinosad. Milbemycine A3 en A4 5-oximes
worden snel geabsorbeerd en uitgebreid gedistribueerd na orale toediening bij honden. De
plasmaproteïnebinding is hoog (> 96%). Er werd een hoge biologische beschikbaarheid aangetoond.
De gemiddelde Tmax voor milbemycineA3 en A4 5-oximes was doorgaans 4 uur en de gemiddelde
therapeutische dosisbereik.
De primaire fecale en urinaire metabolieten bij honden werden geïdentificeerd als
glucuronideconjugaten van milbemycine A3 of A4 5-oximes, gedealkyleerd milbemycine A3 of A4 5-
oximes, en gehydroxyleerde milbemycine A4 5-oxime. Bij ratten die milbemycine A4 5-oxime kregen
toegediend, waren de belangrijkste metabolieten die werden geïdentificeerd in de urine en feces
mono-, di-, en trihydroxy milbemycine A4 5-oximes. Bij honden werd hydroxymilbemycine A4 5-
oxime enkel gedetecteerd in plasma en niet in de urine of feces, wat voornamelijk excretie van de
geconjugeerde metabolieten suggereert bij honden. De excretie gebeurt in de eerste plaats via de feces,
en ook in mindere mate via de urine. De overgrote meerderheid van metabolieten in honden werd met
de feces uitgescheiden.
Maandelijks herhaalde orale toediening van spinosad en milbemycine oxime gedurende zes maanden
toonde accumulatie van spinosad en milbemycine oxime aan bij jonge honden. Accumulatie kan niet
worden uitgesloten bij volwassen honden.
Bij jonge honden resulteerde herhaalde orale toediening van spinosad en milbemycine oxime
gedurende zes maanden in toenemende dalplasmaconcentraties van spinosad en milbemycine oxime
tijdens de studie. De dalconcentraties van spinosad verdubbelden maandelijks tot aan de vijfde maand.
De toename in plasmaconcentraties hing nauw samen met een toename van de terminale
eliminatiehalfwaardetijd.

Bij volwassen honden werd na herhaalde orale toediening van spinosad en milbemycine oxime
gedurende zes opeenvolgende maanden een toename van de eliminatiehalfwaardetijden waargenomen
tot aan maand 3. In een afzonderlijke studie met drie opeenvolgende maandelijkse toedieningen, werd
geen toename van de C max, AUC, of eliminatiehalfwaardetijden geconstateerd bij vergelijking van de
waarden van de derde en de eerste maand. Er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar over de Cmax of
de AUC na herhaalde orale toediening voor behandelingen langer dan drie maanden.
Kartonnen doosje met een blisterverpakking met 1, 3 of 6 kauwtabletten. Het kan voorkomen dat niet
alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
Gelieve voor alle informatie over dit diergeneesmiddel contact op te nemen met de lokale
vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen.

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG