Trevicta 175 mg

BIJLAGE I
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
TREVICTA 175 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
TREVICTA 263 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
TREVICTA 350 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
TREVICTA 525 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
175 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
Elke voorgevulde spuit bevat 273 mg paliperidonpalmitaat, equivalent aan 175 mg paliperidon.
263 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
Elke voorgevulde spuit bevat 410 mg paliperidonpalmitaat, equivalent aan 263 mg paliperidon.
350 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
Elke voorgevulde spuit bevat 546 mg paliperidonpalmitaat, equivalent aan 350 mg paliperidon.
525 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
Elke voorgevulde spuit bevat 819 mg paliperidonpalmitaat, equivalent aan 525 mg paliperidon.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Suspensie voor injectie met verlengde afgifte.
De suspensie is wit tot gebroken wit. De suspensie is pH-neutraal (ongeveer 7,0).
4.
4.1
KLINISCHE GEGEVENS
Therapeutische indicaties
TREVICTA, een driemaandelijkse injectie, is geïndiceerd voor de onderhoudsbehandeling van
schizofrenie bij volwassen patiënten die klinisch stabiel zijn op de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie (zie rubriek 5.1).
4.2
Dosering en wijze van toediening
Dosering
Patiënten die adequaat worden behandeld met de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie (bij
voorkeur gedurende vier maanden of langer) en die geen dosisaanpassing nodig hebben, kunnen
overgeschakeld worden op de driemaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie.
TREVICTA dient te worden gestart op het moment van de volgende geplande dosis van de
éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie (± 7 dagen). De dosis van TREVICTA dient te worden
gebaseerd op de voorgaande dosis van de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie,
vermenigvuldigd met een factor 3,5, zoals is weergegeven in de volgende tabel.
Doses van TREVICTA voor patiënten die adequaat worden behandeld met de
éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie
Bij een laatste dosis van de éénmaandelijkse
Start TREVICTA in de volgende dosis
injectie met paliperidonpalmitaat van
50 mg
175 mg
75 mg
263 mg
2
100 mg
150 mg
350 mg
525 mg
Er is geen equivalente dosis van TREVICTA voor de dosis van 25 mg van de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie, aangezien deze niet is onderzocht.
Na de initiële dosis van TREVICTA, dient TREVICTA te worden toegediend via een intramusculaire
injectie eenmaal per 3 maanden (± 2 weken, zie ook de paragraaf Gemiste dosis).
Indien nodig kan de dosis van TREVICTA elke 3 maanden worden aangepast met verhogingen binnen
het bereik van 175 mg tot 525 mg, afhankelijk van de individuele verdraagbaarheid en/of
werkzaamheid bij de patiënt. Door de langdurige werking van TREVICTA kan de reactie van de
patiënt op een dosisaanpassing gedurende enkele maanden onduidelijk zijn (zie rubriek 5.2). Indien de
patiënt symptomen blijft vertonen, dienen deze te worden behandeld volgens de gangbare klinische
praktijk.
Overschakelen van andere antipsychotica
Patiënten dienen niet direct overgeschakeld te worden vanaf andere antipsychotica, omdat de
driemaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie alleen dient te worden opgestart nadat de patiënt is
gestabiliseerd op de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie.
Overschakelen van TREVICTA naar andere antipsychotica
Als met TREVICTA wordt gestopt, moet rekening worden gehouden met de verlengde afgifte.
Overschakelen van TREVICTA naar de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie
Om over te schakelen van TREVICTA naar de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie dient de
éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie te worden toegediend op het moment dat de volgende
dosis TREVICTA toegediend had moeten worden, in een dosis die een factor 3,5 lager is, zoals te zien
is in de volgende tabel. De startdosering zoals beschreven in de voorschriftinformatie van de
éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie is niet vereist. Vervolgens dient men door te gaan met de
toediening van de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie met intervallen van een maand, zoals
is beschreven in de voorschriftinformatie hiervan.
Doses van de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie voor patiënten die overschakelen
van TREVICTA
Bij een laatste dosis van TREVICTA van
Start de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie 3 maanden later
met de volgende dosis
175 mg
50 mg
263 mg
75 mg
350 mg
100 mg
525 mg
150 mg
Overschakelen van TREVICTA naar dagelijks oraal paliperidon in tabletten met verlengde afgifte
Om over te schakelen van TREVICTA naar paliperidon tabletten met verlengde afgifte dient de
dagelijkse toediening van de paliperidon tabletten met verlengde afgifte te worden begonnen
3 maanden na de laatste toediening van TREVICTA en dient de behandeling te worden voortgezet met
paliperidon tabletten met verlengde afgifte zoals beschreven in de tabel hieronder. De volgende tabel
verschaft aanbevolen dosisconversieschema’s om te zorgen dat patiënten die eerder stabiel waren op
verschillende doses van TREVICTA een vergelijkbare blootstelling aan paliperidon zullen krijgen met
de paliperidon tabletten met verlengde afgifte.
3
Doses van paliperidon tabletten met verlengde afgifte voor patiënten die overschakelen van
TREVICTA*
Laatste dosis
Weeknummer na de laatste dosis TREVICTA
TREVICTA (week 0)
Week 12 tot en met
Week 19 tot en met
Week 25 en verder
week 18
week 24
Dagelijkse dosis paliperidon tabletten met verlengde afgifte
175 mg
3 mg
3 mg
3 mg
263 mg
3 mg
3 mg
6 mg
350 mg
3 mg
6 mg
9 mg
525 mg
6 mg
9 mg
12 mg
*
Alle doses van eenmaaldaagse paliperidon tabletten met verlengde afgifte dienen te worden afgestemd op de
individuele patiënt, rekening houdend met variabelen zoals de redenen voor het overschakelen, de reactie op eerdere
behandeling met paliperidon, de ernst van psychotische symptomen, en/of de aanleg voor bijwerkingen.
Gemiste dosis
Toedieningsperiode
TREVICTA dient eenmaal per 3 maanden te worden geïnjecteerd. Om te vermijden dat een toediening
van TREVICTA wordt gemist, kan de injectie maximaal 2 weken vóór of na het tijdstip van
3 maanden aan de patiënt worden toegediend.
Gemiste doses
Als een geplande toediening is gemist en de
Actie
tijd sinds de laatste injectie is
> 3½ maand tot maximaal 4 maanden
Dien de injectie zo spoedig mogelijk toe en
begin vervolgens opnieuw met een
injectieschema van eens per 3 maanden.
4 maanden tot 9 maanden
Gebruik het aanbevolen hervattingsschema in de
tabel hieronder.
> 9 maanden
Hervat de behandeling met de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie zoals beschreven in
de voorschriftinformatie van dat product.
TREVICTA kan dan worden hervat nadat de
patiënt adequaat is behandeld met de
éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie,
bij voorkeur gedurende vier maanden of langer.
Aanbevolen hervattingsschema na onderbreking van TREVICTA gedurende 4 maanden tot
9 maanden
Dien de éénmaandelijkse
Dien vervolgens
paliperidonpalmitaatinjectie toe, twee
TREVICTA toe (in
Bij een laatste dosis
toedieningen met één week ertussen (in de
de delta
a
- of de
van TREVICTA van
deltaspier)
bilspier)
Dag 1
Dag 8
1 maand na dag 8
175 mg
50 mg
50 mg
175 mg
263 mg
75 mg
75 mg
263 mg
350 mg
100 mg
100 mg
350 mg
525 mg
100 mg
100 mg
525 mg
a
Zie voor de keuze van de naald voor injectie in de deltaspier op basis van het lichaamsgewicht ook
Informatie bedoeld
voor medische beroepsbeoefenaren of hulpverleners in de gezondheidszorg.
Speciale populaties
Ouderen
De werkzaamheid en veiligheid bij ouderen > 65 jaar zijn niet vastgesteld.
4
In het algemeen is de aanbevolen dosering TREVICTA voor oudere patiënten met een normale
nierfunctie dezelfde als voor jongere volwassen patiënten met een normale nierfunctie. Omdat oudere
patiënten echter een verminderde nierfunctie kunnen hebben, dient men
Nierinsufficiëntie
hieronder te
raadplegen voor de dosisaanbevelingen voor patiënten met nierinsufficiëntie.
Nierinsufficiëntie
TREVICTA is niet onderzocht bij patiënten met nierinsufficiëntie (zie rubriek 5.2). Voor patiënten
met milde nierinsufficiëntie (creatinineklaring ≥ 50 tot < 80 ml/min), dient de dosis te worden
aangepast en de patiënt te worden gestabiliseerd met de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie,
en daarna te worden overgezet op TREVICTA.
TREVICTA wordt niet aanbevolen bij patiënten met matige of ernstige nierinsufficiëntie
(creatinineklaring < 50 ml/min).
Leverinsufficiëntie
TREVICTA is niet onderzocht bij patiënten met leverinsufficiëntie. Op basis van de ervaringen met
oraal paliperidon is geen dosisaanpassing nodig bij patiënten met milde of matige leverinsufficiëntie.
Aangezien paliperidon niet is onderzocht bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie, is
voorzichtigheid geboden voor deze patiënten (zie rubriek 5.2).
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van TREVICTA bij kinderen en adolescenten < 18 jaar zijn niet
vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
TREVICTA is uitsluitend bestemd voor intramusculair gebruik. Het mag niet via een andere route
worden toegediend. Elke injectie mag alleen door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg
worden toegediend, waarbij de volledige dosis in één enkele injectie moet worden toegediend. De
dosis moet langzaam, diep in de delta- of de bilspier worden geïnjecteerd. Overschakelen van de
bilspier naar de deltaspier (en
vice versa)
dient te worden overwogen voor de volgende injectie als er
ongemak optreedt op de plaats van de injectie (zie rubriek 4.8).
TREVICTA mag alleen worden toegediend met gebruik van de dunwandige naalden die in de
TREVICTA-verpakking worden meegeleverd. Naalden uit de verpakking van de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie of andere commercieel verkrijgbare naalden mogen bij de toediening van
TREVICTA niet worden gebruikt (zie
Informatie bedoeld voor medische beroepsbeoefenaren of
hulpverleners in de gezondheidszorg).
De inhoud van de voorgevulde spuit dient voor de toediening visueel te worden geïnspecteerd op
vreemde deeltjes en verkleuring.
Het is belangrijk de spuit minstens 15 seconden krachtig te
schudden, met de punt naar boven en met een losse pols, om een homogene suspensie te
garanderen. TREVICTA dient binnen 5 minuten na het schudden te worden toegediend.
Als er
tot de injectie meer dan 5 minuten zijn verstreken, schud dan nogmaals krachtig gedurende minstens
15 seconden om het geneesmiddel opnieuw in suspensie te brengen. (Zie
Informatie bedoeld voor
medische beroepsbeoefenaren of hulpverleners in de gezondheidszorg).
Toediening in de deltaspier
De geschikte naald voor toediening van TREVICTA in de deltaspier wordt bepaald door het gewicht
van de patiënt.
Voor patiënten
90 kg dient de dunwandige 1½ inch, 22 gauge naald (0,72 mm x 38,1 mm) te
worden gebruikt.
Voor patiënten < 90 kg dient de dunwandige 1 inch, 22 gauge naald (0,72 mm x 25,4 mm) te
worden gebruikt.
De injectie dient te worden gegeven in het midden van de deltaspier. De injecties in de deltaspier
moeten afwisselend in de linker- en rechterdeltaspier worden toegediend.
5
Toediening in de bilspier
De naald die moet worden gebruikt voor toediening van TREVICTA in de bilspier is de dunwandige
1½ inch, 22 gauge naald (0,72 mm x 38,1 mm), ongeacht het lichaamsgewicht. Toediening dient te
gebeuren in het bovenste buitenste kwadrant van de bilspier. De injecties in de bilspier moeten
afwisselend in de linker- en rechterbilspier worden toegediend.
Onvolledige toediening
Om onvolledige toediening van TREVICTA te voorkomen, moet de voorgevulde spuit gedurende
minstens 15 seconden krachtig worden geschud binnen 5 minuten voor de toediening om zeker te zijn
van een homogene suspensie (zie
Informatie bedoeld voor medische beroepsbeoefenaren of
hulpverleners in de gezondheidszorg).
In het geval van een onvolledig geïnjecteerde dosis mag de resterende dosis in de spuit echter niet
alsnog geïnjecteerd worden en mag er ook geen andere dosis worden gegeven, aangezien het moeilijk
is om de hoeveelheid van de feitelijk toegediende dosis in te schatten. De patiënt dient nauwlettend te
worden gemonitord en behandeld als klinisch aangewezen tot de volgende geplande driemaandelijkse
injectie van TREVICTA.
4.3
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof, voor risperidon of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde
hulpstoffen.
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Gebruik bij patiënten die in een acute geagiteerde of ernstig psychotische staat verkeren
TREVICTA mag niet worden gebruikt om een acuut geagiteerde of ernstig psychotische staat te
reguleren als onmiddellijke symptoombeheersing noodzakelijk is.
QT-interval
Voorzichtigheid is geboden wanneer paliperidon wordt voorgeschreven aan patiënten met een bekende
cardiovasculaire ziekte of een familiale voorgeschiedenis van QT-verlenging en bij gelijktijdig
gebruik met andere geneesmiddelen waarvan wordt verondersteld dat ze het QT-interval verlengen.
Maligne neurolepticasyndroom
Optreden van het maligne neurolepticasyndroom (MNS), dat wordt gekenmerkt door hyperthermie,
spierstijfheid, instabiliteit van het autonome zenuwstelsel, veranderd bewustzijn en verhoogde
serumcreatinefosfokinasespiegels, is gemeld bij gebruik van paliperidon. Andere klinische tekenen
kunnen myoglobinurie (rabdomyolyse) en acuut nierfalen omvatten. Als een patiënt tekenen of
symptomen ontwikkelt die wijzen op MNS moet het gebruik van paliperidon worden stopgezet. Men
dient rekening te houden met de langdurige werking van TREVICTA.
Tardieve dyskinesie/extrapiramidale symptomen
Geneesmiddelen met dopaminereceptor-antagonistische eigenschappen worden geassocieerd met de
inductie van tardieve dyskinesie, dat wordt gekenmerkt door regelmatige, onwillekeurige bewegingen,
voornamelijk van de tong en/of het gezicht. Als zich tekenen of symptomen van tardieve dyskinesie
voordoen, dient men te overwegen het gebruik van alle antipsychotica, inclusief paliperidon, te staken.
Men dient rekening te houden met de langdurige werking van TREVICTA.
Men dient voorzichtig te zijn bij patiënten die tegelijkertijd psychostimulantia (bijv. methylfenidaat)
en paliperidon krijgen, aangezien er extrapiramidale symptomen zouden kunnen optreden als de
6
dosering van één of van beide geneesmiddelen wordt aangepast. Geleidelijke stopzetting van de
behandeling met stimulantia wordt aanbevolen (zie rubriek 4.5).
Leukopenie, neutropenie en agranulocytose
Met paliperidon zijn gevallen van leukopenie, neutropenie en agranulocytose gemeld. Patiënten met
een voorgeschiedenis van een klinisch significant laag aantal witte bloedcellen (WBC’s) of een
geneesmiddelgeïnduceerde leukopenie/neutropenie dienen tijdens de eerste paar maanden van de
behandeling regelmatig gecontroleerd te worden en het stoppen van TREVICTA dient te worden
overwogen bij het eerste teken van een klinisch significante afname in WBC’s in afwezigheid van
andere oorzakelijke factoren. Patiënten met klinisch significante neutropenie dienen zorgvuldig te
worden gecontroleerd op koorts of andere symptomen of tekenen van infectie en dienen onmiddellijk
te worden behandeld als dergelijke symptomen of tekenen zich voordoen. Patiënten met ernstige
neutropenie (absoluut aantal neutrofielen < 1 x 10
9
/l) moeten stoppen met TREVICTA en hun aantal
WBC’s laten controleren tot herstel ervan. Men dient rekening te houden met de langdurige werking
van TREVICTA.
Overgevoeligheidsreacties
Overgevoeligheidsreacties kunnen optreden, zelfs bij patiënten die eerder oraal risperidon of oraal
paliperidon verdroegen (zie rubriek 4.8).
Hyperglykemie en diabetes mellitus
Hyperglykemie, diabetes mellitus en verergering van reeds bestaande diabetes, met onder andere
diabetisch coma en ketoacidose, zijn tijdens behandeling met paliperidon gemeld. Conform de
gebruikte richtlijnen voor antipsychotica, wordt gepaste klinische opvolging aanbevolen. Patiënten
behandeld met TREVICTA dienen te worden gecontroleerd op symptomen van hyperglykemie (zoals
polydipsie, polyurie, polyfagie en zwakte) en patiënten met diabetes mellitus moeten regelmatig
gecontroleerd worden op verslechtering van de glucoseregulering.
Gewichtstoename
Bij het gebruik van TREVICTA is aanzienlijke gewichtstoename gemeld. Het gewicht moet
regelmatig worden gecontroleerd.
Gebruik bij patiënten met prolactine-afhankelijke tumoren
Onderzoek met weefselkweek suggereert dat celgroei in humane borsttumoren kan worden
gestimuleerd door prolactine. Hoewel klinische en epidemiologische studies tot op heden geen
duidelijk verband hebben aangetoond met de toediening van antipsychotica, is voorzichtigheid
geboden bij patiënten met een relevante medische voorgeschiedenis. Paliperidon moet met
voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met een reeds bestaande tumor die mogelijk
prolactineafhankelijk is.
Orthostatische hypotensie
Door de alfa-adrenerge blokkerende eigenschappen kan paliperidon orthostatische hypotensie
induceren bij sommige patiënten. In de klinische studies met TREVICTA meldde 0,3% van de
deelnemers een bijwerking gerelateerd aan orthostatische hypotensie. TREVICTA dient met
voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met een bekende cardiovasculaire ziekte
(bijvoorbeeld hartfalen, myocardinfarct of -ischemie, geleidingsstoornissen), cerebrovasculaire ziekte
of predisponerende factoren voor hypotensie (bijv. dehydratie en hypovolemie).
7
Epileptische aanvallen
TREVICTA dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met een voorgeschiedenis van
epileptische aanvallen of die andere aandoeningen hebben die de drempel voor epileptische aanvallen
kunnen verlagen.
Nierinsufficiëntie
De plasmaconcentraties van paliperidon zijn verhoogd bij patiënten met nierinsufficiëntie. Voor
patiënten met milde nierinsufficiëntie (creatinineklaring ≥ 50 ml/min tot < 80 ml/min), dient de dosis
te worden aangepast en de patiënt te worden gestabiliseerd met de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie en vervolgens overgezet te worden op TREVICTA. TREVICTA wordt
niet aanbevolen bij patiënten met matige of ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 50 ml/min).
(Zie de rubrieken 4.2 en 5.2).
Leverinsufficiëntie
Er zijn geen gegevens beschikbaar over patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pugh
klasse C). Indien paliperidon bij deze patiënten wordt gebruikt, is voorzichtigheid geboden.
Ouderen met dementie
TREVICTA is niet onderzocht bij oudere patiënten met dementie. TREVICTA wordt niet aanbevolen
voor het behandelen van oudere patiënten met dementie vanwege een verhoogd risico van algehele
mortaliteit en cerebrovasculaire bijwerkingen.
Er wordt verondersteld dat de ervaring met risperidon die hieronder wordt besproken eveneens van
toepassing is voor paliperidon.
Algehele mortaliteit
In een meta-analyse van 17 gecontroleerde klinische studies hadden oudere patiënten met dementie die
met andere atypische antipsychotica werden behandeld, waaronder risperidon, aripiprazol, olanzapine
en quetiapine, een verhoogd risico op overlijden in vergelijking met degenen die met placebo werden
behandeld. Bij de patiënten die met risperidon werden behandeld was de mortaliteit 4%, ten opzichte
van 3,1% bij placebo.
Cerebrovasculaire bijwerkingen
In gerandomiseerde placebogecontroleerde klinische studies met sommige atypische antipsychotica,
waaronder risperidon, aripiprazol en olanzapine, bij patiënten met dementie werd een ongeveer
drievoudig verhoogd risico op cerebrovasculaire bijwerkingen gezien. Het mechanisme dat leidt tot dit
verhoogde risico is niet bekend.
Ziekte van Parkinson en Lewy-body-dementie
Artsen dienen de risico’s tegen de voordelen af te wegen als ze TREVICTA voorschrijven aan
patiënten met de ziekte van Parkinson of met Lewy-body-dementie (LBD), aangezien er bij beide
groepen patiënten een verhoogd risico voor het maligne neurolepticasyndroom en een verhoogde
gevoeligheid voor antipsychotica kan bestaan. Deze verhoogde gevoeligheid kan zich, naast de
extrapiramidale symptomen, ook uiten als verwarring, verminderd bewustzijn of verlaagde
waakzaamheid, of een instabiele houding waarbij de patiënt veel valt.
Priapisme
Van antipsychotica met alfa-adrenerge blokkerende effecten (waaronder paliperidon) is gemeld dat ze
priapisme kunnen induceren. Patiënten dienen geïnformeerd te worden dat ze met spoed medische
hulp moeten inroepen als priapisme niet binnen 4 uur over is.
8
Regulering van de lichaamstemperatuur
Bij antipsychotica wordt een verstoring gezien in het vermogen van het lichaam om de
lichaamstemperatuur te verlagen. De nodige voorzorg wordt aanbevolen als TREVICTA wordt
voorgeschreven aan patiënten bij wie de lichaamstemperatuur onder bepaalde omstandigheden
verhoogd kan zijn, zoals bij zware fysieke inspanning, blootstelling aan extreem hoge temperaturen,
gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen met anticholinerge activiteit of dehydratie.
Veneuze trombo-embolie
Met het gebruik van antipsychotica zijn gevallen van veneuze trombo-embolie (VTE) gemeld.
Aangezien patiënten die met antipsychotica worden behandeld vaak verworven risicofactoren voor
VTE hebben, moeten alle mogelijke risicofactoren voor VTE voor en tijdens behandeling met
TREVICTA worden geïdentificeerd en dienen preventieve maatregelen te worden genomen.
Anti-emetisch effect
In preklinische studies met paliperidon werd een anti-emetisch effect waargenomen. Wanneer dit
effect bij mensen optreedt, kan het de symptomen en signalen van overdosering met bepaalde
geneesmiddelen, of aandoeningen zoals darmobstructie, het syndroom van Reye en een hersentumor,
maskeren.
Toediening
Voorzichtigheid is geboden om een onbedoelde injectie van TREVICTA in een bloedvat te vermijden.
Intraoperatief
Floppy Iris-Syndroom
Tijdens cataractoperaties bij patiënten die werden behandeld met geneesmiddelen met een
anti-alfa-1a-adrenerg effect, zoals TREVICTA, is het intraoperatief
floppy iris-syndroom
(IFIS)
waargenomen (zie rubriek 4.8).
IFIS kan het risico op oogcomplicaties tijdens en na deze operatie verhogen. Huidig of eerder gebruik
van geneesmiddelen met een anti-alfa-1a-adrenerg effect dient voorafgaand aan de operatie aan de
oogchirurg bekend te worden gemaakt. Het mogelijke voordeel van het stoppen met
alfa-1-blokkerende therapie voorafgaand aan de cataractoperatie is niet vastgesteld en moet worden
afgewogen tegen het risico van het stoppen met de antipsychotische therapie.
Hulpstoffen
Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in
wezen ‘natriumvrij’ is.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Men dient voorzichtig te zijn bij het voorschrijven van TREVICTA in combinatie met geneesmiddelen
waarvan bekend is dat ze het QT-interval kunnen verlengen, zoals klasse-IA-antiaritmica (bijv.
kinidine, disopyramide) en klasse-III-antiaritmica (bijv. amiodaron, sotalol), bepaalde antihistaminica,
bepaalde antibiotica (bijv. fluorochinolonen), enkele andere antipsychotica en bepaalde middelen
tegen malaria (bijv. mefloquine). Deze lijst is indicatief en niet volledig.
Mogelijke effecten van TREVICTA op andere geneesmiddelen
Paliperidon veroorzaakt hoogstwaarschijnlijk geen klinisch belangrijke farmacokinetische interacties
met geneesmiddelen die gemetaboliseerd worden door cytochroom-P-450 iso-enzymen.
9
Aangezien paliperidon primair een effect heeft op het centrale zenuwstelsel (zie rubriek 4.8), dient
men voorzichtig te zijn om TREVICTA te gebruiken in combinatie met andere centraal werkende
geneesmiddelen bijv. anxiolytica, de meeste antipsychotica, hypnotica, opioïden, enz. of alcohol.
Paliperidon kan het effect van levodopa en andere dopamine-agonisten tegenwerken. Als deze
combinatie noodzakelijk blijkt, in het bijzonder bij patiënten in een terminaal stadium van de ziekte
van Parkinson, dient van beide behandelingen de laagste effectieve dosis te worden voorgeschreven.
Aangezien paliperidon orthostatische hypotensie kan induceren (zie rubriek 4.4), kan een versterkt
effect optreden als TREVICTA wordt toegediend in combinatie met andere geneesmiddelen met een
vergelijkbaar effect bijv. andere antipsychotica, tricyclische antidepressiva.
Voorzichtigheid is geboden wanneer paliperidon in combinatie gebruikt wordt met andere
geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze de drempel voor epileptische aanvallen kunnen verlagen
(zoals fenothiazines of butyrofenonen, tricyclische antidepressiva of SSRI’s, tramadol, mefloquine,
enz.)
Gelijktijdige toediening van orale paliperidontabletten met verlengde afgifte bij steady-state (12 mg
eenmaal daags) met valproaat seminatrium-tabletten met verlengde afgifte (500 mg tot 2 000 mg
eenmaal daags) had geen effect op de
steady-state
farmacokinetische eigenschappen van valproaat.
Er is geen onderzoek uitgevoerd naar de interactie tussen TREVICTA en lithium, maar een
farmacokinetische interactie is onwaarschijnlijk.
Mogelijke effecten van andere geneesmiddelen op TREVICTA
Uit
in vitro-studies
blijkt dat CYP2D6 en CYP3A4 mogelijk minimaal betrokken kunnen zijn bij het
metabolisme van paliperidon, maar er zijn geen aanwijzingen (noch
in vitro,
noch
in vivo)
dat deze
iso-enzymen een belangrijke rol spelen bij de afbraak van paliperidon. Bij gelijktijdige toediening van
oraal paliperidon met paroxetine, een krachtige CYP2D6-remmer, werd geen klinisch significant
effect gezien op de farmacokinetiek van paliperidon.
De gelijktijdige toediening van oraal paliperidon met verlengde werking eenmaal daags met 200 mg
carbamazepine tweemaal daags veroorzaakte een daling van ongeveer 37% in de gemiddelde
steady-state
maximale plasmaconcentratie (C
max
) en AUC van paliperidon. Deze daling wordt in
belangrijke mate veroorzaakt door een toename van de renale klaring van paliperidon met 35% die
waarschijnlijk het gevolg is van inductie van het renale P-gp door carbamazepine. Een kleine afname
van de hoeveelheid onveranderd actief bestanddeel die via de urine wordt uitgescheiden, wijst erop dat
er een beperkt effect op het CYP-metabolisme of de biologische beschikbaarheid van paliperidon
optreedt bij gelijktijdige inname van carbamazepine. Grotere dalingen in de plasmaconcentraties van
paliperidon zouden zich kunnen voordoen bij hogere doseringen carbamazepine. Bij het opstarten van
carbamazepine dient de dosis van TREVICTA opnieuw te worden geëvalueerd en zonodig te worden
verhoogd. Anderzijds dient bij het stopzetten van een behandeling met carbamazepine de dosis van
TREVICTA eveneens opnieuw te worden geëvalueerd en zonodig te worden verlaagd. Men dient
rekening te houden met de langdurige werking van TREVICTA.
Gelijktijdige toediening van een eenmalige dosis met een orale paliperidontablet van 12 mg met
verlengde afgifte met valproaat seminatrium-tabletten met verlengde afgifte (twee tabletten van
500 mg eenmaal daags) resulteerde in een toename van ongeveer 50% in C
max
en AUC van
paliperidon, waarschijnlijk als gevolg van een verhoogde orale absorptie. Aangezien er geen effect op
de systemische klaring werd gezien, wordt geen klinisch significante interactie verwacht tussen
valproaat seminatrium-tabletten met verlengde afgifte en TREVICTA intramusculaire injectie. Deze
interactie is niet met TREVICTA onderzocht.
10
Gelijktijdig gebruik van TREVICTA met risperidon of met oraal paliperidon
Aangezien paliperidon de belangrijkste actieve metaboliet is van risperidon, is voorzichtigheid
geboden wanneer TREVICTA samen met risperidon of met oraal paliperidon wordt toegediend
gedurende langere tijd. De veiligheidsgegevens met betrekking tot het gelijktijdig gebruik van
TREVICTA met andere antipsychotica zijn beperkt.
Gelijktijdig gebruik van TREVICTA met psychostimulantia
Gebruik van psychostimulantia (bijv. methylfenidaat) in combinatie met paliperidon kan leiden tot
extrapiramidale symptomen na een verandering in één of beide behandelingen (zie rubriek 4.4).
4.6
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik van paliperidon tijdens de zwangerschap.
Intramusculair geïnjecteerd paliperidonpalmitaat en oraal toegediend paliperidon bleken niet
teratogeen in studies bij dieren, maar er werden andere vormen van reproductietoxiciteit waargenomen
(zie rubriek 5.3). Neonaten die tijdens het derde trimester van de zwangerschap zijn blootgesteld aan
paliperidon, lopen risico op bijwerkingen na de bevalling waaronder extrapiramidale symptomen en/of
onttrekkingsverschijnselen die kunnen variëren in ernst en in duur. Er zijn meldingen van agitatie,
hypertonie, hypotonie, tremor, slaperigheid, ademnood of voedingsstoornis. Pasgeborenen moeten
daarom nauwlettend worden gecontroleerd. TREVICTA dient niet te worden gebruikt tijdens de
zwangerschap, tenzij dit duidelijk nodig is.
Aangezien paliperidon in plasma is gedetecteerd tot 18 maanden na een eenmalige dosis TREVICTA,
dient men rekening te houden met de langdurige werking van TREVICTA. Blootstelling van de
moeder aan TREVICTA toegediend voor en tijdens de zwangerschap kan leiden tot bijwerkingen bij
de pasgeboren baby.
Borstvoeding
Wanneer een therapeutische dosis wordt toegediend aan een vrouw die borstvoeding geeft, wordt
paliperidon in die mate in de moedermelk uitgescheiden dat effecten op het kind waarschijnlijk zijn.
Aangezien paliperidon in plasma is gedetecteerd tot 18 maanden na toediening van een eenmalige
dosis TREVICTA, dient men rekening te houden met de langdurige werking van TREVICTA.
Kinderen die borstvoeding krijgen kunnen risico lopen, zelfs door toediening van TREVICTA lang
voor het borstvoeden. TREVICTA dient niet te worden gebruikt door vrouwen die borstvoeding
geven.
Vruchtbaarheid
In niet-klinische studies zijn geen relevante effecten waargenomen.
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Paliperidon kan geringe of matige invloed hebben op de rijvaardigheid en het vermogen om machines
te bedienen als gevolg van mogelijke effecten op het zenuwstelsel en het gezichtsvermogen, zoals
sedatie, somnolentie, syncope, wazig zien (zie rubriek 4.8). Daarom dienen patiënten het advies te
krijgen niet te rijden of geen machines te bedienen totdat bekend is hoe zij reageren op TREVICTA.
11
4.8
Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De meest frequent waargenomen bijwerkingen, gemeld bij ≥ 5% van de patiënten, in twee
dubbelblinde gecontroleerde klinische studies met TREVICTA waren gewicht verhoogd, bovenste
luchtweginfectie, angst, hoofdpijn, insomnia en injectieplaatsreactie.
Tabel met bijwerkingen
De volgende bijwerkingen werden alle gerapporteerd tijdens gebruik van paliperidon, waarbij de
frequentiecategorie wordt geschat op basis van klinisch onderzoek met paliperidonpalmitaat. De
volgende termen en frequenties worden gebruikt:
zeer vaak
(1/10);
vaak
(1/100 tot <1/10);
soms
(1/1 000 tot <1/100);
zelden
(1/10 000 tot <1/1 000);
zeer zelden
(<1/10 000); en
niet bekend
(kan
met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Systeem/
orgaanklasse
Zeer
vaak
Infecties en
parasitaire
aandoeningen
Vaak
bovensteluchtwegin
fectie,
urineweginfectie,
influenza
Bijwerking
Frequentie
Soms
pneumonie, bronchitis,
luchtweginfectie,
sinusitis, cystitis,
oorinfectie, tonsillitis,
onychomycose,
cellulitis
witte bloedcellen
verlaagd,
trombocytopenie,
anemie
overgevoeligheid
Zelden
ooginfectie,
acarodermatitis,
subcutaan abces
Niet bekend
a
Bloed- en
lymfestelsel-
aandoeningen
Immuunsysteem-
aandoeningen
Endocriene
aandoeningen
Voedings- en
stofwisselings-
stoornissen
neutropenie,
eosinofielentelling
verhoogd
agranulocytose
anafylactische
reactie
antidiuretisch
hormoonsecretie-
deficiëntie, glucose
in urine
diabetische
waterintoxicatie
ketoacidose,
hypoglykemie,
polydipsie
hyperprolactinemie
b
hyperglykemie,
gewicht verhoogd,
gewicht verlaagd,
verminderde eetlust
Psychische
stoornissen
Insomni
a
e
agitatie, depressie,
angst
diabetes mellitus
d
,
hyperinsulinemie,
gestimuleerde eetlust,
anorexie, bloed
triglyceriden verhoogd,
bloed cholesterol
verhoogd
slaapstoornis, manie,
verminderd libido,
zenuwachtigheid,
nachtmerrie
tardieve dyskinesie,
syncope,
psychomotorische
hyperactiviteit,
duizeligheid
houdingsafhankelijk,
aandachtsstoornis,
dysartrie, dysgeusie,
hypo-esthesie,
paresthesie
Zenuwstelselaan-
doeningen
parkinsonisme
c
,
acathisie
c
, sedatie/
somnolentie,
dystonie
c
,
duizeligheid,
dyskinesie
c
, tremor,
hoofdpijn
katatonie, verwarde
toestand,
somnambulisme,
afgestompt affect,
anorgasmie
maligne
neuroleptica-
syndroom,
cerebrale ischemie,
niet reagerend op
prikkels,
bewustzijnsverlies,
verminderd
bewustzijn,
convulsie
e
,
evenwichts-
stoornis,
coördinatie
afwijkend
slaapgerelateerde
eetstoornis
diabetisch coma,
titubatie van het
hoofd
12
Oogaandoeningen
gezichtsvermogen
wazig, conjunctivitis,
droog oog
glaucoom,
oogbewegings-
afwijking,
oogrollen,
fotofobie,
traanproductie
verhoogd, oculaire
hyperemie
floppy iris-
syndroom
(intraoperatief)
Evenwichtsorgaan-
en ooraandoeningen
Hartaandoeningen
vertigo, tinnitus, oorpijn
tachycardie
atrioventriculair blok,
geleidingsstoornis,
elektrocardiogram QT
verlengd, posturele
orthostatische
tachycardie-syndroom,
bradycardie,
elektrocardiogram
abnormaal,
hartkloppingen
hypotensie,
orthostatische
hypotensie
atriale fibrillatie,
sinusaritmie
Bloedvataandoening
en
Ademhalingsstelsel-,
borstkas- en
mediastinumaan-
doeningen
Maagdarmstelsel-
aandoeningen
hypertensie
veneuze trombose,
overmatig blozen
slaapapneu-
syndroom,
longstuwing,
rhonchi
pancreatitis,
gezwollen tong,
fecale
incontinentie,
fecaloom, cheilitis
longembolie,
ischemie
hyperventilatie,
aspiratie-
pneumonie,
dysfonie
intestinale
obstructie, ileus
hoest,
neuscongestie
dyspneu,
luchtwegcongestie,
piepen
faryngolaryngeale pijn,
bloedneus
abdominale pijn,
abdominaal ongemak,
braken, nausea,
gastro-enteritis,
constipatie, diarree, dysfagie, droge mond,
dyspepsie, tandpijn flatulentie
transaminasen
verhoogd
Lever- en
galaandoeningen
Huid- en
onderhuidaandoe-
ningen
Skeletspierstelsel- en
bindweefselaan-
doeningen
musculoskeletale
pijn, rugpijn,
artralgie
Nier- en
urinewegaan-
doeningen
Zwangerschap,
perinatale periode
en puerperium
gamma-
geelzucht
glutamyltransferase
verhoogd, leverenzym
verhoogd
urticaria, pruritus, rash, geneesmiddeleneru Stevens-Johnson-
alopecia, eczeem, droge ptie, hyperkeratose, syndroom/toxisch
huid, erytheem, acne
hoofdroos
e epidermale
necrolyse, angio-
oedeem,
huidverkleuring,
seborroïsche
dermatitis
bloed
rabdomyolyse,
houding
creatinefosfokinase
gewrichtszwelling afwijkend
verhoogd,
spierspasmen,
gewrichtsstijfheid,
spierzwakte, nekpijn
urine-incontinentie,
urineretentie
pollakisurie, dysurie
geneesmiddelont
wenningsverschij
nselensyndroom,
neonataal (zie
rubriek 4.6)
13
Voortplantingsstel-
sel- en
borstaandoeningen
amenorroe,
galactorroe
Algemene
aandoeningen en
toedieningsplaats-
stoornissen
erectiele disfunctie,
ejaculatiestoornis,
menstruatiestoornis
e
,
gynaecomastie,
seksuele disfunctie,
borstpijn
pyrexie, asthenie,
gezichtsoedeem,
vermoeidheid,
oedeem
e
, lichaams-
injectieplaatsreactie temperatuur verhoogd,
gangafwijking,
borstkaspijn, ongemak
op de borst, malaise,
induratie
gevoelige borsten,
bloedaandrang in
de borsten,
borstvergroting,
vaginale
afscheiding
hypothermie,
koude rillingen,
dorst,
geneesmiddel-
ontwenningsversch
ijnselensyndroom,
injectieplaatsabces,
injectieplaats-
cellulitis,
injectieplaatscyste,
injectieplaats-
hematoom
priapisme
lichaamstemperat
uur verlaagd,
injectieplaatsnecr
ose,
injectieplaatsulcu
s
Letsels, intoxicaties
en
verrichtingscomplic
aties
a
vallen
b
c
d
e
De frequentie van bijwerkingen is gekwalificeerd als ‘niet bekend’, omdat ze niet werden waargenomen in klinische
studies met paliperidonpalmitaat. Ze zijn afgeleid van ofwel spontane postmarketingmeldingen waarbij de frequentie
niet kan worden vastgesteld, ofwel van gegevens van klinische studies met en/of postmarketingmeldingen van
risperidon (alle formuleringen) of oraal paliperidon.
Zie ‘Hyperprolactinemie’ hieronder.
Zie ‘Extrapiramidale symptomen’ hieronder.
In placebogecontroleerde studies werd diabetes mellitus gemeld bij 0,32% van de personen die behandeld werden met
éénmaandelijkse injecties met paliperidonpalmitaat, tegenover 0,39% in de placebogroep. De totale incidentie uit alle
klinische studies was 0,65% bij alle personen behandeld met éénmaandelijkse injecties met paliperidonpalmitaat.
Insomnia omvat:
initiële insomnia, doorslaapstoornis;
Convulsie omvat:
grand mal convulsie;
Oedeem omvat:
gegeneraliseerd oedeem, perifeer oedeem, putjesoedeem;
Menstruatiestoornis omvat:
verlate menstruatie,
onregelmatige menstruatie, oligomenorroe.
Bijwerkingen gezien bij formuleringen op basis van risperidon
Aangezien paliperidon de actieve metaboliet is van risperidon zijn de bijwerkingenprofielen van deze
stoffen (waaronder zowel de orale als de injecteerbare formuleringen) relevant voor elkaar.
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Anafylactische reactie
Bij patiënten die eerder oraal risperidon of oraal paliperidon konden verdragen, zijn er tijdens
postmarketingervaring zeldzame gevallen van anafylactische reactie gemeld na injectie met de
éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie (zie rubriek 4.4).
Reacties op de injectieplaats
In klinische studies met TREVICTA meldde 5,3% van de deelnemers een toedieningsplaatsreactie.
Geen van deze voorvallen was ernstig of leidde tot stoppen. Op basis van de beoordeling door de
onderzoekers waren induratie, roodheid en zwelling bij ≥ 95% van de beoordelingen afwezig of mild.
De pijn op de injectieplaats beoordeeld door de patiënt, met behulp van een visuele analoge schaal,
was gering en nam in de loop van de tijd in intensiteit af.
Extrapiramidale symptomen (EPS)
In de klinische studies met TREVICTA werden acathisie, dyskinesie, dystonie, parkinsonisme en
tremor gemeld bij respectievelijk 3,9%, 0,8%, 0,9%, 3,6% en 1,4% van de deelnemers.
Extrapiramidale symptomen (EPS) omvatten een gepoolde analyse van de volgende termen:
parkinsonisme (omvat extrapiramidale stoornis, extrapiramidale symptomen, aan-uit-fenomeen, ziekte
van Parkinson, parkinsoncrisis, speekselhypersecretie, skeletspierstijfheid, parkinsonisme, kwijlen,
tandradfenomeen, bradykinesie, hypokinesie, maskergelaat, gespannen spieren, akinesie, nekstijfheid,
14
spierrigiditeit, parkinsonachtige gang, abnormale glabellareflex en parkinsonachtige rusttremor),
acathisie (omvat acathisie, rusteloosheid, hyperkinesie en restless legs-syndroom), dyskinesie
(dyskinesie, chorea, bewegingsstoornis, spiertrekkingen, choreoathetose, athetose en myoclonus),
dystonie (omvat dystonie, cervicaal spasme, emprosthotonus, oculogyrische crisis, oromandibulaire
dystonie, risus sardonicus, tetanie, hypertonie, torticollis, onwillekeurige spiersamentrekkingen,
spiercontracturen, blefarospasme, oculogyratie, tongverlamming, gezichtsspasme, laryngospasme,
myotonie, opisthotonus, orofaryngeaal spasme, pleurothotonus, tongspasme en trismus) en tremor.
Gewichtstoename
In de langlopende gerandomiseerde discontinueringsstudie werd voor 10% van de personen in de
TREVICTA-groep en 1% van de personen in de placebogroep een ongewone toename in
lichaamsgewicht van ≥ 7% van de dubbelblinde
baseline
tot het dubbelblinde eindpunt gemeld.
Daarentegen werd een ongewone afname in lichaamsgewicht (≥ 7%) van de dubbelblinde
baseline
tot
het dubbelblinde eindpunt gemeld voor 1% van de personen in de TREVICTA-groep en 8% van de
personen in de placebogroep. De gemiddelde veranderingen in lichaamsgewicht van de dubbelblinde
baseline
tot het dubbelblinde eindpunt waren respectievelijk +0,94 kg voor de TREVICTA-groep en
-1,28 kg voor de placebogroep.
Hyperprolactinemie
Tijdens de dubbelblinde fase van de langlopende gerandomiseerde discontinueringsstudie werden bij
een hoger percentage mannen en vrouwen in de TREVICTA-groep dan in de placebogroep
verhogingen van prolactine tot boven het referentiebereik (> 13,13 ng/ml bij mannen en > 26,72 ng/ml
bij vrouwen) opgemerkt (respectievelijk 9% vs. 3% en 5% vs. 1%). In de TREVICTA-groep was de
gemiddelde verandering van de dubbelblinde
baseline
tot het dubbelblinde eindpunt +2,90 ng/ml bij
mannen (vs. -10,26 ng/ml in de placebogroep) en +7,48 ng/ml bij vrouwen (vs. -32,93 ng/ml in de
placebogroep). Eén vrouw (2,4%) in de TREVICTA-groep had de bijwerking amenorroe, terwijl er
geen mogelijk prolactinegerelateerde bijwerkingen werden opgemerkt bij vrouwen in de
placebogroep. In geen van beide groepen waren er mogelijk prolactinegerelateerde bijwerkingen bij
mannen.
Klasse-effecten
QT-verlenging, ventriculaire aritmieën (ventrikelfibrillatie, ventriculaire tachycardie), plotseling
onverklaarbaar overlijden, hartstilstand en torsade de pointes kunnen optreden met antipsychotica.
Gevallen van veneuze trombo-embolie, waaronder gevallen van longembolie en gevallen van
diep-veneuze trombose, zijn gemeld met antipsychotica (frequentie niet bekend).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op
deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden
gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen
te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.
4.9
Overdosering
Symptomen
In het algemeen zijn de verwachte tekenen en symptomen een overdreven uiting van de bekende
effecten van paliperidon, d.w.z. sufheid en sedatie, tachycardie en hypotensie, QT-verlenging en
extrapiramidale symptomen. Torsade de pointes en ventrikelfibrillatie zijn gemeld bij een patiënt na
een overdosering met oraal paliperidon. Bij acute overdosering moet rekening worden gehouden met
de mogelijkheid dat er meerdere geneesmiddelen bij betrokken zijn.
15
Behandeling
Bij de keuze van de vereiste behandeling en het herstel dient men rekening te houden met de
langdurige werking van het geneesmiddel en de lange eliminatiehalfwaardetijd van paliperidon. Er
bestaat geen specifiek antidotum tegen paliperidon. Er dienen algemene ondersteunende maatregelen
te worden genomen. Zorg ervoor dat de luchtwegen vrij zijn en vrij blijven, en dat de betrokkene
voldoende zuurstof en beademing krijgt.
Er dient onmiddellijk cardiovasculair onderzoek plaats te vinden, bestaande uit een continue
opvolging van mogelijke aritmieën door middel van ECG. Voor de behandeling van hypotensie en
circulatoire collaps dienen geschikte maatregelen te worden genomen zoals intraveneuze toediening
van vocht en/of sympathicomimetica. Bij ernstige extrapiramidale symptomen dienen anticholinergica
te worden toegediend. De patiënt dient onder strikt medisch toezicht en opvolging te blijven tot hij
hersteld is.
5.
5.1
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Psycholeptica, overige antipsychotica, ATC-code: N05AX13
TREVICTA bevat een racemisch mengsel van (+)- en (-)-paliperidon.
Werkingsmechanisme
Paliperidon is een selectieve antagonist van monoamine effecten, met farmacologische eigenschappen
die verschillen van de klassieke neuroleptica. Paliperidon bindt sterk aan de serotonerge 5-HT2- en
dopaminerge D2-receptoren. Paliperidon blokkeert ook de alfa-1-adrenerge receptoren en in iets
mindere mate de H1-histaminerge en alfa2-adrenerge receptoren. De farmacologische activiteit van de
(+)- en (-)-paliperidon-enantiomeren is kwalitatief en kwantitatief vergelijkbaar.
Paliperidon bindt niet aan cholinerge receptoren. Hoewel paliperidon een sterke D2-antagonist is, wat
voor zover bekend de symptomen van schizofrenie verlicht, veroorzaakt het in mindere mate
katalepsie en vermindering van de motorische functies dan de klassieke neuroleptica. Het dominante
serotonine-antagonisme van paliperidon kan de neiging tot het veroorzaken van extrapiramidale
bijwerkingen verminderen.
Klinische werkzaamheid
De werkzaamheid van TREVICTA bij de onderhoudsbehandeling van schizofrenie bij personen die
ten minste vier maanden adequaat waren behandeld met de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie - met de laatste twee doses van dezelfde sterkte - werd beoordeeld in één
langlopende gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde discontinueringsstudie en één
langetermijn dubbelblinde non-inferioriteitsstudie met een werkzame controle. Voor beide studies was
de primaire uitkomstmaat gebaseerd op recidivering.
In de langlopende gerandomiseerde discontinueringsstudie werden 506 volwassen personen die
voldeden aan de DSM-IV-criteria voor schizofrenie, opgenomen in de
open-label
transitiefase en
behandeld met flexibele doses van de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie, toegediend in de
deltaspier of de bilspier (50-150 mg) gedurende 17 weken (dosisaanpassingen vonden plaats in week 5
en week 9). Vervolgens ontvingen in totaal 379 personen tijdens de
open-label
stabilisatiefase een
eenmalige dosis TREVICTA in ofwel de deltaspier ofwel de bilspier (de dosis bedroeg 3,5 maal de
laatste dosis van de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie). Personen die aan het eind van de
12 weken durende stabilisatiefase als klinisch stabiel werden beschouwd, werden vervolgens 1:1
gerandomiseerd naar TREVICTA of placebo in een dubbelblinde fase met variabele duur (de dosis
TREVICTA was dezelfde als de laatste dosis ontvangen tijdens de stabilisatiefase; deze dosis bleef
16
tijdens de hele dubbelblinde fase gehandhaafd). In deze periode werden 305 symptomatisch stabiele
personen gerandomiseerd voor voortzetting van de behandeling met TREVICTA (n = 160) of placebo
(n = 145) tot recidivering, vroegtijdige beëindiging of het einde van de studie. De primaire variabele
voor werkzaamheid was de tijd tot eerste recidief. De studie werd beëindigd op basis van een vooraf
geplande interimanalyse die werd uitgevoerd zodra 283 personen werden gerandomiseerd en
42 gevallen van recidivering werden waargenomen.
Op basis van de eindanalyse (n = 305) ervaarden 42 personen (29,0%) in de placebogroep en
14 personen (8,8%) in de TREVICTA-groep een recidief gedurende de dubbelblinde fase. De
hazard
ratio
was 3,81 (95%-BI: 2,08; 6,99) hetgeen een afname van 74% in het risico op een recidief met
TREVICTA aangeeft ten opzichte van placebo. Een Kaplan-Meier-plot van de tijd tot recidief per
behandelgroep is weergegeven in Figuur 1. Tussen de twee behandelgroepen was er een significant
verschil (p < 0,0001) in de tijd tot recidief ten gunste van TREVICTA. De tijd tot recidief voor de
placebogroep (mediaan 395 dagen) was significant korter dan bij de TREVICTA-groep (de mediaan
kon niet worden vastgesteld als gevolg van het lage percentage personen met een recidief [8,8%]).
Figuur 1: Kaplan-Meier-plot van de tijd tot recidief – eindanalyse
In de non-inferioriteitsstudie werden 1.429 acuut zieke personen (gemiddelde totale PANSS-score bij
baseline:
85,7) die voldeden aan de DSM-IV criteria voor schizofrenie, geïncludeerd in de
open-label
fase en gedurende 17 weken behandeld met de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie. De dosis
kon worden aangepast (d.w.z. 50 mg, 75 mg, 100 mg, of 150 mg) bij de injecties van week 5 en
week 9 en de injectieplaats kon de deltaspier of de bilspier zijn. Van de personen die voldeden aan de
randomisatiecriteria in week 14 en week 17 werden er 1.016 gerandomiseerd in een verhouding 1:1
om door te gaan gedurende 48 weken op maandelijkse injecties van de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie of te switchen naar TREVICTA in een dosis 3,5 maal de dosis van de
éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie van week 9 en week 13. Deelnemers kregen eenmaal per
3 maanden TREVICTA en kregen de overige maanden placebo-injecties om de blindering in stand te
houden. Het primaire eindpunt voor werkzaamheid van de studie was het percentage personen dat aan
het eind van de 48 weken durende dubbelblinde fase geen recidief had, op basis van de Kaplan-Meier
schatting na 48 weken (TREVICTA: 91,2%, éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie: 90,0%).
De mediane tijd tot recidief kon in geen van beide groepen worden geschat als gevolg van het lage
percentage personen met een recidief. Het verschil (95%-BI) tussen de behandelgroepen was 1,2%
(-2,7%, 5,1%), zodat aan het non-inferioriteitscriterium op basis van een marge van -10% was
voldaan. De TREVICTA-behandelgroep was dus non-inferieur aan de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie. Verbeteringen in het functioneren, zoals gemeten met de
Personal and
17
Social Performance scale
(PSP), die werden waargenomen tijdens de
open-label
stabilisatiefase,
bleven tijdens de dubbelblinde fase voor beide behandelgroepen behouden.
Figuur 2: Kaplan-Meier-plot van de tijd tot recidief, waarbij TREVICTA en de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie worden vergeleken
De werkzaamheidsresultaten waren in beide studies consistent over de populatiesubgroepen (geslacht,
leeftijd en ras).
Pediatrische patiënten
Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten af te zien van de verplichting voor de fabrikant
om de resultaten in te dienen van onderzoek met TREVICTA in alle subgroepen van pediatrische
patiënten met schizofrenie (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).
5.2
Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie en distributie
Vanwege zijn extreem lage oplosbaarheid in water lost de driemaandelijkse formulering van
paliperidonpalmitaat langzaam op na intramusculaire injectie voordat het wordt gehydrolyseerd tot
paliperidon en wordt geabsorbeerd in de systemische circulatie. De afgifte van de werkzame stof
begint al op dag 1 en duurt tot wel 18 maanden.
De data die in deze paragraaf gepresenteerd worden, zijn gebaseerd op een populatiefarmacokinetische
analyse. Na een eenmalige intramusculaire dosis TREVICTA stijgt de plasmaconcentratie van
paliperidon geleidelijk tot een maximale plasmaconcentratie met een mediane T
max
van 30-33 dagen.
Na intramusculaire injectie van TREVICTA in doses van 175-525 mg in de deltaspier werd gemiddeld
een 11-12% hogere C
max
waargenomen in vergelijking met injectie in de bilspier. Het afgifteprofiel en
doseringsschema van TREVICTA resulteert in langdurige therapeutische concentraties. De totale
blootstelling van paliperidon na toediening van TREVICTA was evenredig met de dosis over een
dosisbereik van 175-525 mg, en bijna dosisevenredig voor de C
max
. De gemiddelde
steady-state
piek-dalratio voor een TREVICTA-dosis bedroeg 1,6 na toediening in de bilspier en 1,7 na toediening
in de deltaspier.
De plasma-eiwitbinding van racemisch paliperidon is 74%.
18
Na toediening van TREVICTA gaan de (+) en (-) enantiomeren van paliperidon in elkaar over, waarbij
een AUC (+) tot (-) ratio van circa 1,7-1,8 wordt bereikt.
Biotransformatie en eliminatie
In een studie met oraal
14
C-paliperidon met onmiddellijke afgifte, werd één week na orale inname van
één enkele dosis van 1 mg
14
C-paliperidon met onmiddellijke afgifte 59% van de dosis onveranderd in
de urine uitgescheiden. Dit toont aan dat paliperidon geen uitgebreide metabolisatie in de lever
ondergaat. Van de toegediende radioactiviteit werd ongeveer 80% in de urine teruggevonden en 11%
in de feces.
In vivo
zijn vier afbraakroutes gevonden: dealkylering, hydroxylering, dehydrogenering,
en benzisoxazol-splitsing. Geen van deze routes is verantwoordelijk voor afbraak van meer dan 10%
van de dosis. Hoewel
in vitro-studies
doen vermoeden dat CYP2D6 en CYP3A4 een rol spelen bij de
afbraak van paliperidon, is er geen bewijs
in vivo
dat deze iso-enzymen een belangrijke rol spelen bij
de afbraak van paliperidon. Populatiefarmacokinetische analyses toonden na toediening van oraal
paliperidon geen detecteerbare verschillen aan in de schijnbare klaring van paliperidon tussen snelle
en trage metaboliseerders van CYP2D6-substraten.
In vitro-studies
met microsomen uit de lever van
de mens toonden aan dat paliperidon de afbraak van geneesmiddelen die via de iso-enzymen van
cytochroom-P450 (waaronder CYP1A2, CYP2A6, CYP2C8/9/10, CYP2D6, CYP2E1, CYP3A4 en
CYP3A5) worden gemetaboliseerd, niet in aanzienlijke mate remt.
In vitro-studies
hebben aangetoond dat paliperidon een substraat is van P-gp en een zwakke remmer
van P-gp in hoge concentraties. Er zijn geen
in vivo-gegevens
beschikbaar en de klinische relevantie is
niet bekend.
Op basis van de populatiefarmacokinetische analyse varieerde de mediane schijnbare halfwaardetijd
van paliperidon na toediening van TREVICTA in een dosis tussen 175 mg en 525 mg van 84 tot
95 dagen na injecties in de deltaspier en van 118 tot 139 dagen na injecties in de bilspier.
Langwerkende driemaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie versus andere formuleringen van
paliperidon
TREVICTA is ontwikkeld voor het afgeven van paliperidon over een periode van 3 maanden, terwijl
de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie eenmaal per maand wordt toegediend. Als
TREVICTA wordt toegediend in doseringen die 3,5 maal zo hoog zijn als de overeenkomstige dosis
van de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie (zie rubriek 4.2), resulteert dat in blootstellingen
aan paliperidon die vergelijkbaar zijn met blootstellingen die worden verkregen met de
overeenkomstige maandelijkse doses van de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie en de
overeenkomstige eenmaaldaagse doses van paliperidontabletten met verlengde afgifte. Het
blootstellingsbereik voor TREVICTA ligt binnen het blootstellingsbereik voor de goedgekeurde
dosissterktes van paliperidontabletten met verlengde afgifte.
Leverinsufficiëntie
Paliperidon wordt niet in uitgebreide mate gemetaboliseerd in de lever. Hoewel TREVICTA niet werd
onderzocht bij patiënten met leverinsufficiëntie, is een dosisaanpassing bij patiënten met milde of
matige leverinsufficiëntie niet nodig. In een studie met oraal paliperidon bij personen met matige
leverinsufficiëntie (Child-Pugh klasse B) waren de plasmaconcentraties van het vrije paliperidon
vergelijkbaar met die bij gezonde personen. Paliperidon is niet onderzocht bij patiënten met ernstige
leverinsufficiëntie.
Nierinsufficiëntie
TREVICTA is niet systematisch onderzocht bij patiënten met nierinsufficiëntie. Het gebruik van een
eenmalige orale tablet paliperidon 3 mg met verlengde afgifte werd onderzocht bij personen met
verschillende gradaties van nierfunctie. Eliminatie van paliperidon verminderde bij afnemende
geschatte creatinineklaring. De totale klaring van paliperidon bij personen met een verminderde
nierfunctie bleek gemiddeld met 32% afgenomen bij milde (CrCl = 50 tot < 80 ml/min), met 64% bij
19
matige (CrCl = 30 tot < 50 ml/min) en met 71% bij ernstige (CrCl = 10 tot < 30 ml/min)
nierinsufficiëntie, hetgeen gemiddeld overeenkomt met respectievelijk een 1,5-, 2,6- en 4,8-voudig
toegenomen blootstelling (AUC
inf
) ten opzichte van gezonde personen.
Ouderen
Een populatiefarmacokinetische analyse toonde geen bewijs van leeftijdgerelateerde
farmacokinetische verschillen.
Body mass index (BMI)/lichaamsgewicht
Bij personen met overgewicht of obesitas werd een lagere C
max
waargenomen. Bij de schijnbare
steady-state
met TREVICTA waren de dalconcentraties vergelijkbaar tussen personen met een
normaal gewicht, met overgewicht en met obesitas.
Ras
Populatiefarmacokinetische analyse toonde geen bewijs voor verschillen in de farmacokinetiek met
betrekking tot het ras.
Geslacht
Populatiefarmacokinetische analyse toonde geen bewijs voor verschillen in de farmacokinetiek met
betrekking tot het geslacht.
Rookgedrag
Op basis van
in vitro-studies
met enzymen uit de menselijke lever blijkt paliperidon geen substraat
voor CYP1A2; roken zou daarom geen effect hebben op de farmacokinetiek van paliperidon. Het
effect van roken op de farmacokinetiek van paliperidon werd met TREVICTA niet bestudeerd. Een
populatiefarmacokinetische analyse op basis van gegevens met orale paliperidontabletten met
verlengde afgifte toonde bij rokers een iets lagere blootstelling aan paliperidon dan bij niet-rokers. Het
is echter niet waarschijnlijk dat dit verschil klinisch relevant is.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Toxiciteitsstudies met herhaalde toediening van intramusculair geïnjecteerd paliperidonpalmitaat (de
éénmaandelijkse formulering) en oraal toegediende paliperidon bij ratten en honden hebben
voornamelijk farmacologische effecten aangetoond, zoals sedatie en prolactinegemedieerde effecten
op de borstklieren en de genitaliën. Bij dieren die werden behandeld met paliperidonpalmitaat werd
een ontstekingsreactie gezien op de plaats van de intramusculaire injectie. Nu en dan trad
abcesvorming op.
In reproductiestudies bij de rat met oraal risperidon, dat bij de rat en de mens in sterke mate wordt
omgezet in paliperidon, werden bijwerkingen gezien op het geboortegewicht en de overleving van de
nakomelingen. Er werd geen embryotoxiciteit of misvorming gezien na intramusculaire toediening van
paliperidonpalmitaat aan zwangere ratten tot de hoogste dosis (160 mg/kg/dag), wat overeenkomt met
2,2 keer het blootstellingsniveau bij de mens met de maximaal aanbevolen dosis van 525 mg. Andere
dopamine-antagonisten hebben bij toediening aan zwangere dieren negatieve effecten veroorzaakt op
het leervermogen en de motorische ontwikkeling van de nakomelingen.
Paliperidonpalmitaat en paliperidon waren niet genotoxisch. Bij carcinogeniteitsonderzoek met oraal
risperidon bij ratten en muizen werd een toename gezien van hypofyse-adenomen (bij muizen),
endocriene pancreasadenomen (bij ratten) en adenomen van de borstklieren (bij beide soorten). De
carcinogene potentie van intramusculair geïnjecteerd paliperidonpalmitaat werd beoordeeld bij ratten.
Er was een statistisch significante toename in borstklieradenomen bij vrouwelijke ratten met 10, 30 en
60 mg/kg/maand. Mannelijke ratten lieten een statistisch significante stijging zien in
20
borstklieradenomen en -carcinomen met 30 en 60 mg/kg/maand, wat 0,6 en 1,2 maal het
blootstellingsniveau is bij de maximaal aanbevolen dosis bij de mens van 525 mg. Deze tumoren
kunnen te maken hebben met een langdurig dopamine D2-antagonisme en hyperprolactinemie. De
relevantie van deze gegevens bij knaagdieren voor het risico bij de mens is niet bekend.
6.
6.1
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
Lijst van hulpstoffen
Polysorbaat 20
Polyethyleenglycol 4000
Citroenzuurmonohydraat
Natriumdiwaterstoffosfaatmonohydraat
Natriumhydroxide (voor pH-regulering)
Water voor injecties
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Dit geneesmiddel mag niet gemengd worden met andere geneesmiddelen.
6.3
2 jaar
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Houdbaarheid
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
Voorgevulde spuit (cyclisch-olefine-copolymeer) met een zuigerstop, eindstop en dop
(broombutylrubber) met een dunwandige 22G 1½-inch veiligheidsnaald (0,72 mm x 38,1 mm) en een
dunwandige 22G 1-inch veiligheidsnaald (0,72 mm x 25,4 mm).
Verpakkingsgroottes:
1 verpakking bevat 1 voorgevulde spuit en 2 naalden.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
Volledige instructies voor het gebruik en het hanteren van TREVICTA worden gegeven in de
bijsluiter (zie
Informatie bedoeld voor medische beroepsbeoefenaren of hulpverleners in de
gezondheidszorg).
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Janssen-Cilag International NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
21
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/14/971/007
EU/1/14/971/008
EU/1/14/971/009
EU/1/14/971/010
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN
DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 05 december 2014
Datum van laatste verlenging:
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.
22
BIJLAGE II
A.
B.
C.
FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN
LEVERING EN GEBRUIK
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE
HOUDER VAN DE HANDELSVERGUNNING MOETEN
WORDEN NAGEKOMEN
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET BETREKKING
TOT EEN VEILIG EN DOELTREFFEND GEBRUIK VAN HET
GENEESMIDDEL
D.
23
A.
FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE
Naam en adres van de fabrikant verantwoordelijk voor vrijgifte
Janssen Pharmaceutica NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
B.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN LEVERING EN
GEBRUIK
Aan medisch voorschrift onderworpen geneesmiddel.
C.
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE HOUDER VAN DE
HANDELSVERGUNNING MOETEN WORDEN NAGEKOMEN
Periodieke veiligheidsverslagen
De vereisten voor de indiening van periodieke veiligheidsverslagen worden vermeld in de lijst met
Europese referentie data (EURD-lijst), waarin voorzien wordt in artikel 107c, onder punt 7 van
Richtlijn 2001/83/EG en eventuele hierop volgende aanpassingen gepubliceerd op het Europese
webportaal voor geneesmiddelen.
D.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET BETREKKING TOT EEN VEILIG EN
DOELTREFFEND GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL
Risk Management plan (RMP)
De vergunninghouder voert de verplichte onderzoeken en maatregelen uit ten behoeve van de
geneesmiddelenbewaking, zoals uitgewerkt in het overeengekomen RMP en weergegeven in module
1.8.2 van de handelsvergunning, en in eventuele daaropvolgende overeengekomen
RMP-aanpassingen.
Een aanpassing van het RMP wordt ingediend:
op verzoek van het Europees Geneesmiddelenbureau;
steeds wanneer het risicomanagementsysteem gewijzigd wordt, met name als gevolg van het
beschikbaar komen van nieuwe informatie die kan leiden tot een belangrijke wijziging van de
bestaande verhouding tussen de voordelen en risico’s of nadat een belangrijke mijlpaal (voor
geneesmiddelenbewaking of voor beperking van de risico’s tot een minimum) is bereikt.
24
BIJLAGE III
ETIKETTERING EN BIJSLUITER
25
A. ETIKETTERING
26
GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD
KARTONNEN DOOS
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
TREVICTA 175 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
paliperidon
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke voorgevulde spuit bevat paliperidonpalmitaat, equivalent aan 175 mg paliperidon.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: polysorbaat 20, polyethyleenglycol 4000, citroenzuurmonohydraat,
natriumdiwaterstoffosfaatmonohydraat, natriumhydroxide, water voor injecties.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Suspensie voor injectie met verlengde afgifte
1 voorgevulde spuit
2 naalden
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Intramusculair gebruik.
Elke 3 maanden toedienen
De spuit minstens 15 seconden krachtig schudden
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
27
8.
EXP
9.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)
11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Janssen-Cilag International NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/14/971/007
13.
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
PARTIJNUMMER
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
trevicta 175 mg
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
28
18.
PC
SN
NN
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
29
GEGEVENS DIE IN IEDER GEVAL OP PRIMAIRE KLEINVERPAKKINGEN MOETEN
WORDEN VERMELD
VOORGEVULDE SPUIT
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
TREVICTA 175 mg injectievloeistof
paliperidon
IM
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
Krachtig schudden
3.
EXP
4.
Lot
5.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
PARTIJNUMMER
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
175 mg
6.
OVERIGE
30
GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD
KARTONNEN DOOS
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
TREVICTA 263 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
paliperidon
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke voorgevulde spuit bevat paliperidonpalmitaat, equivalent aan 263 mg paliperidon.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: polysorbaat 20, polyethyleenglycol 4000, citroenzuurmonohydraat,
natriumdiwaterstoffosfaatmonohydraat, natriumhydroxide, water voor injecties.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Suspensie voor injectie met verlengde afgifte
1 voorgevulde spuit
2 naalden
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Intramusculair gebruik.
Elke 3 maanden toedienen
De spuit minstens 15 seconden krachtig schudden
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
31
8.
EXP
9.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)
11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Janssen-Cilag International NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/14/971/008
13.
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
PARTIJNUMMER
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
trevicta 263 mg17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
PC
SN
NN
32
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
GEGEVENS DIE IN IEDER GEVAL OP PRIMAIRE KLEINVERPAKKINGEN MOETEN
WORDEN VERMELD
VOORGEVULDE SPUIT
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
TREVICTA 263 mg injectievloeistof
paliperidon
IM
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
Krachtig schudden
3.
EXP
4.
Lot
5.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
PARTIJNUMMER
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
263 mg
6.
OVERIGE
33
GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD
KARTONNEN DOOS
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
TREVICTA 350 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
paliperidon
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke voorgevulde spuit bevat paliperidonpalmitaat, equivalent aan 350 mg paliperidon.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: polysorbaat 20, polyethyleenglycol 4000, citroenzuurmonohydraat,
natriumdiwaterstoffosfaatmonohydraat, natriumhydroxide, water voor injecties.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Suspensie voor injectie met verlengde afgifte
1 voorgevulde spuit
2 naalden
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Intramusculair gebruik.
Elke 3 maanden toedienen
De spuit minstens 15 seconden krachtig schudden
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
34
8.
EXP
9.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)
11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Janssen-Cilag International NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/14/971/009
13.
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
PARTIJNUMMER
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
trevicta 350 mg17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
PC
SN
NN
35
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
GEGEVENS DIE IN IEDER GEVAL OP PRIMAIRE KLEINVERPAKKINGEN MOETEN
WORDEN VERMELD
VOORGEVULDE SPUIT
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
TREVICTA 350 mg injectievloeistof
paliperidon
IM
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
Krachtig schudden
3.
EXP
4.
Lot
5.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
PARTIJNUMMER
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
350 mg
6.
OVERIGE
36
GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD
KARTONNEN DOOS
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
TREVICTA 525 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
paliperidon
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke voorgevulde spuit bevat paliperidonpalmitaat, equivalent aan 525 mg paliperidon.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: polysorbaat 20, polyethyleenglycol 4000, citroenzuurmonohydraat,
natriumdiwaterstoffosfaatmonohydraat, natriumhydroxide, water voor injecties.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Suspensie voor injectie met verlengde afgifte
1 voorgevulde spuit
2 naalden
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Intramusculair gebruik.
Elke 3 maanden toedienen
De spuit minstens 15 seconden krachtig schudden
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
37
8.
EXP
9.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)
11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Janssen-Cilag International NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/14/971/010
13.
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
PARTIJNUMMER
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
trevicta 525 mg
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
38
18.
PC
SN
NN
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
39
GEGEVENS DIE IN IEDER GEVAL OP PRIMAIRE KLEINVERPAKKINGEN MOETEN
WORDEN VERMELD
VOORGEVULDE SPUIT
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
TREVICTA 525 mg injectievloeistof
paliperidon
IM
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
Krachtig schudden
3.
EXP
4.
Lot
5.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
PARTIJNUMMER
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
525 mg
6.
OVERIGE
40
B. BIJSLUITER
41
Bijsluiter: informatie voor de gebruiker
TREVICTA 175 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
TREVICTA 263 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
TREVICTA 350 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
TREVICTA 525 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
paliperidon
Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke
informatie in voor u.
-
Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
-
Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
-
Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die
niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
Inhoud van deze bijsluiter
1.
Wat is TREVICTA en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
3.
Hoe gebruikt u dit middel?
4.
Mogelijke bijwerkingen
5.
Hoe bewaart u dit middel?
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
1.
Wat is TREVICTA en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
TREVICTA bevat de werkzame stof paliperidon, die behoort tot de klasse van antipsychotica en wordt
gebruikt als onderhoudsbehandeling voor de symptomen van schizofrenie bij volwassen patiënten.
Als is gebleken dat u goed reageerde op behandeling met éénmaandelijkse injecties met
paliperidonpalmitaat, kan uw arts een behandeling met TREVICTA starten.
Schizofrenie is een aandoening met ‘positieve’ en ‘negatieve’ symptomen. Positief betekent een
overmaat aan symptomen die normaal niet aanwezig zijn. Een persoon met schizofrenie kan
bijvoorbeeld stemmen horen of dingen ervaren die er niet zijn (hallucinaties genoemd), dingen
geloven die niet waar zijn (waanideeën genoemd) of ongewoon achterdochtig zijn naar anderen.
Negatief betekent het ontbreken van gedragingen of gevoelens die normaal wel aanwezig zijn. Iemand
met schizofrenie kan bijvoorbeeld teruggetrokken zijn en emotioneel niet reageren of kan moeite
hebben met duidelijk en logisch spreken. Mensen met deze aandoening kunnen zich ook depressief,
angstig, schuldig of gespannen voelen.
TREVICTA kan de symptomen van uw aandoening helpen verlichten en de kans verminderen dat uw
symptomen terugkeren (terugval).
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
-
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in
rubriek 6.
-
U bent allergisch voor een ander antipsychotisch geneesmiddel dat de stof risperidon bevat.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt.
Dit geneesmiddel is niet onderzocht bij oudere patiënten met dementie. Oudere patiënten met
dementie die met andere vergelijkbare geneesmiddelen worden behandeld, kunnen echter een
verhoogd risico hebben op een beroerte of op overlijden (zie rubriek 4).
42
Alle geneesmiddelen hebben bijwerkingen en enkele van de bijwerkingen van dit geneesmiddel
kunnen de symptomen van andere medische aandoeningen verergeren. Daarom is het belangrijk met
uw arts te praten over de onderstaande aandoeningen die mogelijk kunnen verergeren tijdens de
behandeling met dit geneesmiddel:
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
als u de ziekte van Parkinson heeft;
als bij u ooit eerder een aandoening is vastgesteld met symptomen als een verhoogde
temperatuur en stijve spieren (ook bekend als maligne neurolepticasyndroom);
als u ooit eerder last had van trekkende of schokkende bewegingen in uw gezicht, uw tong of
andere lichaamsdelen, die u niet onder controle heeft (tardieve dyskinesie)
als u weet dat u in het verleden weinig witte bloedcellen heeft gehad (wat al of niet veroorzaakt
kan zijn geweest door andere geneesmiddelen);
als u suikerziekte heeft (diabetes mellitus) of een verhoogd risico daarop;
als u borstkanker heeft gehad of een tumor in de hypofyse in de hersenen;
als u een hartziekte heeft of een behandeling daarvoor krijgt, waardoor bij u de kans groter is op
een lage bloeddruk;
als u een lage bloeddruk heeft wanneer u plotseling gaat staan of rechtop gaat zitten;
als u in het verleden epileptische aanvallen heeft gehad;
als u nierproblemen heeft;
als u leverproblemen heeft;
als u een aanhoudende en/of pijnlijke erectie heeft;
als u problemen heeft om de normale lichaamstemperatuur onder controle te houden of last
heeft van te hoge lichaamstemperatuur;
als u een abnormaal hoog gehalte van het hormoon prolactine in uw bloed heeft of als u een
tumor heeft die mogelijk afhankelijk is van prolactine;
als u of iemand anders in uw familie wel eens trombose (bloedpropjes) heeft gehad, omdat het
gebruik van antipsychotica in verband wordt gebracht met het ontstaan van trombose.
Als u een van deze aandoeningen heeft, overleg dan met uw arts. Het kan zijn dat deze uw dosis wil
aanpassen of u enige tijd wil opvolgen.
Aangezien bij patiënten die dit geneesmiddel gebruikten in zeer zeldzame gevallen gevaarlijk lage
aantallen zijn gezien van een bepaald type witte bloedcellen, die nodig zijn om infecties in uw bloed te
bestrijden, kan het zijn dat uw arts bij u het aantal witte bloedcellen zal controleren.
Zelfs als u eerder wel oraal paliperidon of risperidon goed verdragen heeft, kan er in zeldzame
gevallen een allergische reactie optreden nadat u injecties met TREVICTA heeft gekregen. Zoek direct
medische hulp als u last krijgt van huiduitslag, zwelling van uw keel, jeuk of problemen met ademen,
want dit kunnen tekenen zijn van een ernstige allergische reactie.
Dit geneesmiddel kan ervoor zorgen dat uw lichaamsgewicht toeneemt. Aanzienlijke gewichtstoename
kan schadelijk zijn voor uw gezondheid. Uw arts dient u regelmatig te wegen.
Aangezien bij patiënten die dit geneesmiddel gebruikten diabetes mellitus of verergering van reeds
bestaande diabetes mellitus is gezien, moet uw arts u controleren op tekenen van te veel suiker in uw
bloed. Bij patiënten met reeds bestaande diabetes mellitus moet de bloedsuikerspiegel regelmatig
gecontroleerd worden.
Aangezien dit geneesmiddel de drang tot braken kan verminderen, bestaat er een kans dat de normale
reactie van het lichaam op inslikken van giftige stoffen of andere medische aandoeningen wordt
gemaskeerd.
Tijdens een operatie aan het oog vanwege vertroebeling van de lens (staar of cataract), kan het zijn dat
de pupil (het zwart gekleurde cirkeltje in het midden van uw oog) niet groot genoeg wordt. Ook kan de
iris (het gekleurde deel van het oog) tijdens de operatie slap worden en dat kan tot schade aan het oog
43
leiden. Als er bij u een oogoperatie gepland wordt, zorg dan dat u aan uw oogchirurg vertelt dat u dit
geneesmiddel gebruikt.
Kinderen en jongeren tot 18 jaar
Gebruik dit geneesmiddel niet bij kinderen en jongeren tot 18 jaar. Het is niet bekend of het bij deze
patiënten veilig is en of het wel werkt.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast TREVICTA nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat
de mogelijkheid dat u binnenkort andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts.
Bij het gebruik van dit geneesmiddel met carbamazepine (een geneesmiddel tegen epilepsie en om de
gemoedstoestand te stabiliseren) kan het zijn dat uw dosis van dit geneesmiddel aangepast moet
worden.
Aangezien dit geneesmiddel voornamelijk in de hersenen werkzaam is, kan het gebruik van andere
geneesmiddelen die in de hersenen werken, zoals andere psychiatrische geneesmiddelen, opioïden
(morfine-achtige pijnstillers), antihistaminica en slaapmiddelen, de bijwerkingen zoals slaperigheid of
andere effecten op de hersenen verergeren.
Aangezien dit geneesmiddel de bloeddruk kan verlagen, moet men voorzichtig zijn als dit
geneesmiddel wordt gebruikt in combinatie met andere geneesmiddelen die de bloeddruk verlagen.
Dit geneesmiddel kan het effect van geneesmiddelen tegen de ziekte van Parkinson en tegen ‘rusteloze
benen’ verminderen (bijv. levodopa).
Dit geneesmiddel kan afwijkingen op het elektrocardiogram (ECG) veroorzaken die zich manifesteren
als een lange tijdsduur waarmee een elektrische impuls door een bepaald deel van het hart gaat
('QT-verlenging'). Andere geneesmiddelen met dit effect zijn middelen voor de behandeling van
hartritmestoornissen, voor de behandeling van infecties en andere antipsychotica.
Als u in het verleden epileptische aanvallen heeft gehad, kan dit geneesmiddel de kans dat u deze
opnieuw krijgt, vergroten. Andere geneesmiddelen met dit effect zijn bepaalde middelen voor de
behandeling van depressie, voor de behandeling van infecties en andere antipsychotica.
TREVICTA dient voorzichtig te worden gebruikt met geneesmiddelen die de activiteit van het
centrale zenuwstelsel versterken (psychostimulantia, zoals methylfenidaat).
TREVICTA en alcohol
Het gebruik van alcohol moet worden vermeden.
Zwangerschap en borstvoeding
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan
contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt. Gebruik dit geneesmiddel
niet als u zwanger bent, tenzij u dit met uw arts heeft afgesproken. De volgende symptomen kunnen
optreden bij pasgeboren baby's van moeders die paliperidon in het laatste trimester (laatste drie
maanden van hun zwangerschap) hebben gebruikt: trillen, stijve en/of zwakke spieren, slaperigheid,
opwinding, ademhalingsproblemen en problemen met voeden. Als uw baby last krijgt van een van
deze symptomen, ga dan met uw baby naar een arts.
Dit geneesmiddel kan via de moedermelk aan de baby overgedragen worden en kan schadelijk zijn
voor de baby. Daarom mag u geen borstvoeding geven tijdens het gebruik van dit geneesmiddel.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Tijdens behandeling met dit geneesmiddel kunnen duizeligheid, extreme vermoeidheid en problemen
met het zien optreden (zie rubriek 4). Houd hier rekening mee in situaties waarin volledige
waakzaamheid nodig is, bijvoorbeeld bij het autorijden of het bedienen van machines.
44
TREVICTA bevat natrium
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen
'natriumvrij' is.
3.
Hoe gebruikt u dit middel?
Dit geneesmiddel wordt door uw arts of andere zorgverlener toegediend. Uw arts vertelt u wanneer u
uw volgende injectie moet krijgen. Het is belangrijk dat u uw geplande injectie niet overslaat. Als u de
afspraak met uw arts niet kunt nakomen, moet u hem of haar direct bellen zodat zo snel mogelijk een
andere afspraak kan worden gemaakt.
U krijgt eenmaal per 3 maanden een injectie met TREVICTA in de bovenarm of in de bil.
Afhankelijk van uw symptomen kan uw arts de hoeveelheid van het geneesmiddel dat u krijgt
verhogen of verlagen bij uw volgende geplande injectie.
Patiënten met nierproblemen
Als u lichte nierproblemen heeft, zal uw arts de juiste dosis van TREVICTA vaststellen op basis van
de dosis van de eerdere injecties met paliperidonpalmitaat die u eenmaal per maand kreeg. Als u
matige tot ernstige nierproblemen heeft, mag u dit geneesmiddel niet gebruiken.
Ouderen
Uw arts zal uw dosis van dit geneesmiddel vaststellen als uw nieren minder goed werken.
Heeft u te veel van dit middel gekregen?
Dit geneesmiddel wordt onder medisch toezicht toegediend; het is daarom onwaarschijnlijk dat u te
veel zou krijgen.
Bij patiënten die te veel paliperidon toegediend hebben gekregen, kunnen de volgende symptomen
voorkomen:
slaperigheid of verminderd bewustzijn (sedatie), snelle hartslag, lage bloeddruk, een afwijkend
elektrocardiogram (registratie van de elektrische geleiding van het hart) of langzame of abnormale
bewegingen van het gezicht, het lichaam, de armen of de benen.
Als u stopt met het gebruik van dit middel
Als u geen injecties meer krijgt, kunnen uw symptomen van schizofrenie na een tijd opnieuw erger
worden. Stop nooit met dit geneesmiddel, tenzij uw arts u dit heeft aangeraden.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts
of apotheker.
4.
Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen
daarmee te maken.
Vertel het uw arts onmiddellijk als u het volgende opmerkt:
vorming van bloedstolsels (bloedklonters) in de aderen, vooral in de benen (symptomen zijn
onder andere zwelling, pijn en roodheid van het been), die via de bloedvaten in de longen
terecht kunnen komen, wat pijn op de borst en ademhalingsmoeilijkheden veroorzaakt.
Raadpleeg onmiddellijk een arts als u een of meer van deze symptomen opmerkt.
u heeft dementie en merkt dat uw geestelijke toestand plotseling verandert of dat u plotseling
last krijgt van zwakte of een verdoofd gevoel van uw gezicht, armen of benen, in het bijzonder
45
aan één kant, of als u onduidelijk gaat praten, zelfs al is het heel kort. Dit kunnen tekenen van
een beroerte zijn.
u krijgt last van koorts, stijve spieren, zweten of een verminderd bewustzijn (een stoornis die
‘maligne neurolepticasyndroom’ wordt genoemd). Het kan zijn dat u onmiddellijk moet worden
behandeld door een arts.
u bent een man en heeft een langdurige of pijnlijke erectie. Dit heet priapisme. Het kan zijn dat
u onmiddellijk moet worden behandeld door een arts.
u krijgt last van onwillekeurige ritmische bewegingen van de tong, de mond of het gezicht. Het
kan zijn dat u moet stoppen met paliperidon.
u krijgt last van een ernstige allergische reactie, die u herkent aan koorts, zwelling van de mond,
het gezicht, de lip(pen) of de tong, benauwdheid, jeuk, huiduitslag en soms daling van de
bloeddruk (die tot een anafylactische reactie kan leiden). Ook als u voorheen oraal risperidon of
oraal paliperidon goed heeft verdragen, kunnen er na injecties met paliperidon toch in zeldzame
gevallen allergische reacties optreden.
als er bij u een oogoperatie wordt gepland, zorg er dan voor dat u de oogchirurg vertelt dat u dit
geneesmiddel gebruikt. Tijdens een oogoperatie voor vertroebeling van de lens (staar of
cataract), kan het zijn dat de iris (het gekleurde deel van het oog) tijdens de operatie slap wordt
(bekend als ‘floppy
iris-syndroom’)
en dat kan tot schade aan het oog leiden.
u weet dat u een gevaarlijke vermindering van het type witte bloedcellen heeft die helpen u te
beschermen tegen infectie in uw bloed.
De volgende bijwerkingen kunnen optreden:
Zeer vaak voorkomende bijwerkingen: kunnen meer dan 1 op de 10 personen treffen
moeilijk in slaap vallen of doorslapen.
Vaak voorkomende bijwerkingen: kunnen maximaal 1 op de 10 personen treffen
symptomen van gewone verkoudheid, urineweginfectie, grieperig gevoel
TREVICTA kan de hoeveelheid van een hormoon met de naam prolactine verhogen, wat kan
worden aangetoond met een bloedonderzoek (dit kan wel of niet symptomen veroorzaken). Als
er symptomen van een hoog prolactinegehalte optreden, kan dit bij mannen gaan om: zwelling
van de borsten, moeilijk een erectie kunnen krijgen of houden of andere seksuele stoornissen.
Bij vrouwen kan het gaan om: vervelend gevoel in de borsten, lekken van melk uit de borsten,
overgeslagen menstruaties of andere problemen met uw cyclus
hoge hoeveelheid suiker in het bloed, gewichtstoename, gewichtsverlies, verminderde eetlust
prikkelbaarheid, depressie, angst
een rusteloos gevoel
parkinsonisme. Deze aandoening kan omvatten: langzame of verslechterde beweging, gevoel
van stijve of gespannen spieren (waardoor uw bewegingen schokkerig worden) en soms zelfs
een gevoel dat een beweging even ‘bevriest’ en dan opnieuw begint. Andere tekenen van
parkinsonisme zijn: langzaam, schuifelend lopen, trillen als u verder niet beweegt, versterkte
speekselvloed en/of kwijlen en verlies van gelaatsuitdrukking.
rusteloosheid, gevoel van slaperigheid of verminderde waakzaamheid
dystonie: dit is een aandoening waarbij de spieren langzaam of aanhoudend onwillekeurig
samentrekken. Hoewel het in elk lichaamsdeel kan optreden (en kan leiden tot een abnormale
houding), treft dystonie vaak de spieren van het gezicht, met abnormale bewegingen van de
ogen, de mond, de tong of de kaak
duizeligheid
dyskinesie: dit is een aandoening met onwillekeurige spierbewegingen en deze kan herhaalde,
spastische, kronkelende of trekkende bewegingen inhouden
trillen (schudden)
hoofdpijn
snelle hartslag
hoge bloeddruk
hoest, verstopte neus
46
pijn in de buik, braken, misselijkheid, verstopping, diarree, stoornis in de spijsvertering,
tandpijn
verhoogde levertransaminasen in uw bloed
botpijn of spierpijn, rugpijn, gewrichtspijn
uitblijven van menstruatie, lekken van melk uit de borsten
koorts, zwakte, vermoeidheid
een reactie op de injectieplaats waaronder jeuk, pijn of zwelling.
Soms voorkomende bijwerkingen: kunnen maximaal 1 op de 100 personen treffen
longontsteking, infectie van de borst (bronchitis), luchtweginfectie, infectie van de
neusbijholtes, blaasinfectie, oorinfectie, ontstoken amandelen, schimmelinfectie van de nagels,
huidinfectie
verlaagd aantal witte bloedcellen, vermindering van het type witte bloedcellen die helpen u te
beschermen tegen infectie, verlaagd aantal bloedplaatjes (bloedcellen die helpen bij het stoppen
van een bloeding), bloedarmoede
allergische reactie
diabetes of het verergeren van diabetes, toename van insuline in uw bloed (een hormoon dat de
hoeveelheid suiker in uw bloed reguleert)
verhoogde eetlust
verlies van eetlust leidend tot ondervoeding en laag lichaamsgewicht
hoge hoeveelheid triglyceriden (een soort vet) in het bloed, verhoogd cholesterol in uw bloed
slaapstoornis, opgetogen stemming (manie), verminderde seksuele drift, zenuwachtigheid,
nachtmerries
tardieve dyskinesie (trekkerige of schokkerige, niet te beheersen bewegingen in uw gezicht,
tong of andere lichaamsdelen). Zeg het onmiddellijk tegen uw arts als u onwillekeurige
ritmische bewegingen van uw tong, mond en gezicht ervaart. Het kan dan nodig zijn te stoppen
met dit geneesmiddel.
flauwvallen, een rusteloze drang om lichaamsdelen te bewegen, duizeligheid bij het rechtop
gaan staan, aandachtsstoornis, spraakproblemen, smaakverlies of abnormale smaak, verminderd
gevoel van de huid voor pijn en aanraking, een tintelend, prikkelend of verdoofd gevoel van de
huid
wazig zien, ooginfectie of -bindvliesontsteking, droog oog
draaierig gevoel (vertigo), oorsuizen, oorpijn
een onderbreking van de elektrische geleiding tussen het bovenste en onderste deel van het hart,
abnormale elektrische geleiding van het hart, verlenging van het QT-interval van uw hart, snelle
hartslag bij het rechtop gaan staan, vertraagde hartslag, abnormale elektrische registratie van het
hart (elektrocardiogram of ECG), een fladderend of bonzend gevoel in uw borst
(hartkloppingen)
lage bloeddruk, lage bloeddruk bij het rechtop gaan staan (daardoor kunnen sommige mensen
die dit geneesmiddel gebruiken zich licht in het hoofd of duizelig voelen, of kunnen ze
flauwvallen als ze plotseling rechtop gaan staan of zitten)
kortademigheid, verstopping van de luchtwegen, piepen, keelpijn, neusbloedingen
ongemak in de buik, maag- of darminfectie, moeite met slikken, droge mond, overmatige
darmgassen of winderigheid
verhoogd GGT (een leverenzym met de naam gamma-glutamyltransferase) in uw bloed,
verhoogde leverenzymen in uw bloed
galbulten (of netelroos), jeuk, huiduitslag, haarverlies, eczeem, droge huid, rode huid, puistjes
verhoging van CPK (creatinefosfokinase) in uw bloed (dat is een enzym dat soms wordt
afgegeven als spieren worden afgebroken), spierkrampen, stijve gewrichten, spierzwakte,
nekpijn
incontinentie (niet kunnen ophouden) van urine, vaak moeten plassen, pijn bij het plassen
erectiestoornis, stoornis met de zaadlozing, uitblijven van menstruatie of andere problemen met
uw cyclus (bij vrouwen), ontwikkeling van borsten bij mannen, seksuele stoornis, pijn in de
borsten
gezwollen gezicht, mond, ogen of lippen, gezwollen lichaam, armen of benen
47
verhoogde lichaamstemperatuur
een verandering in uw manier van lopen
pijn op de borst, vervelend gevoel op de borst, zich niet lekker voelen
verharding van de huid
vallen.
Zelden voorkomende bijwerkingen: kunnen maximaal 1 op de 1 000 personen treffen
ooginfectie
ontsteking van de huid door mijten, abces onder de huid
toename van eosinofielen (een type witte bloedcel) in uw bloed
ontoereikende uitscheiding van een hormoon dat de hoeveelheid urine reguleert
suiker in de urine
levensbedreigende complicaties (gevolgen) van niet onder controle gebrachte diabetes
lage hoeveelheid suiker in het bloed
overmatig water drinken
verwardheid
niet bewegen of reageren terwijl u wakker bent (katatonie)
slaapwandelen
gebrek aan emotie
geen orgasme kunnen krijgen
maligne neurolepticasyndroom (verwardheid, verminderd of verlies van bewustzijn, hoge koorts
en ernstige spierstijfheid), problemen met de bloedvaten in de hersenen, waaronder plotseling
verlies van bloedtoevoer naar de hersenen (beroerte of miniberoerte), niet reageren op prikkels,
bewustzijnsverlies, laag bewustzijnsniveau, stuipen (epileptische aanvallen), evenwichtsstoornis
abnormale coördinatie
glaucoom (verhoogde druk in de oogbol)
problemen met het bewegen van uw ogen, oogrollen, overgevoeligheid van de ogen voor licht,
verhoogde traanvorming, rode ogen
boezemfibrillatie (een abnormaal hartritme), onregelmatige hartslag
bloedklonters (propjes) in de aderen, vooral in de benen (symptomen zijn onder andere
zwelling, pijn en roodheid van het been). Raadpleeg onmiddellijk een arts als u een of meer van
deze symptomen opmerkt
overmatig blozen
moeilijk ademen tijdens de slaap (slaapapneu)
stuwing in de longen
krakend geluid in de longen
ontsteking van de alvleesklier, gezwollen tong, ontlasting niet kunnen ophouden, zeer harde
ontlasting
gesprongen lippen
huiduitslag die te maken heeft met het geneesmiddel, verdikking van de huid, hoofdroos
gezwollen gewrichten
niet kunnen plassen
vervelend gevoel in de borsten, vergroting van uw borstklieren, vergrote borsten
afscheiding uit de vagina
zeer lage lichaamstemperatuur, koude rillingen, zich dorstig voelen
symptomen door het stoppen met het geneesmiddel
opeenhoping van etter veroorzaakt door een infectie op de plaats van de injectie, diepe infectie
in de huid, een cyste op de plaats van de injectie, blauwe plek op de plaats van de injectie.
Niet bekend: de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald
gevaarlijke vermindering van het type witte bloedcellen die helpen u te beschermen tegen
infecties in uw bloed
ernstige allergische reactie die wordt gekenmerkt door koorts, gezwollen mond, gezicht, lip of
tong, kortademigheid, jeuk, huiduitslag en soms een snelle daling van de bloeddruk
gevaarlijk overmatig water drinken
48
slaapgerelateerde eetstoornis
coma door niet onder controle gebrachte diabetes
schudden van het hoofd
bloedklonters (propjes) in de longen, wat pijn op de borst en ademhalingsmoeilijkheden
veroorzaakt. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u een of meer van deze symptomen opmerkt.
snelle, oppervlakkige ademhaling, longontsteking veroorzaakt door het inademen van voedsel,
stemstoornis
minder zuurstof in delen van uw lichaam (door verminderde bloedstroom)
een verstopping in de darmen, te weinig beweging van de darmspieren wat verstopping
veroorzaakt
geel worden van de huid en de ogen (geelzucht)
ernstige of levensbedreigende huiduitslag met blaren en afschilferende huid. De uitslag kan
beginnen in en rond de mond, neus, ogen en geslachtsorganen. Daarna kan de uitslag
verspreiden naar andere plaatsen op het lichaam (Stevens-Johnson-syndroom of toxische
epidermale necrolyse)
ernstige allergische reactie met zwelling waarbij ook de keel betrokken kan zijn wat kan leiden
tot moeite met ademen
huidverkleuring, schilferachtige jeukende (hoofd)huid
abnormale houding
pasgeboren baby's van moeders die TREVICTA tijdens de zwangerschap hebben gebruikt
kunnen last krijgen van bijwerkingen van het geneesmiddel en/of van
ontwenningsverschijnselen, zoals prikkelbaarheid, langzame of aanhoudende samentrekkingen
van de spieren, schudden, slaperigheid, ademhalingsproblemen en problemen met voeden
priapisme (een langdurige erectie van de penis waarvoor een operatie nodig kan zijn)
een afname in lichaamstemperatuur
dode huidcellen op de plaats van de injectie, een zweer op de plaats van de injectie.
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit
geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook
rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen
te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
5.
Hoe bewaart u dit middel?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op de doos. Daar
staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw
apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Als u geneesmiddelen op de
juiste manier afvoert worden ze dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen ze niet in het
milieu terecht.
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stof in dit middel is paliperidon.
Elke TREVICTA 175 mg voorgevulde spuit bevat 273 mg paliperidonpalmitaat.
Elke TREVICTA 263 mg voorgevulde spuit bevat 410 mg paliperidonpalmitaat.
Elke TREVICTA 350 mg voorgevulde spuit bevat 546 mg paliperidonpalmitaat.
49
Elke TREVICTA 525 mg voorgevulde spuit bevat 819 mg paliperidonpalmitaat.
De andere stoffen in dit middel zijn:
Polysorbaat 20
Polyethyleenglycol 4000
Citroenzuurmonohydraat
Natriumdiwaterstoffosfaatmonohydraat
Natriumhydroxide (voor pH-aanpassing)
Water voor injecties
Hoe ziet TREVICTA eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
TREVICTA is een witte tot gebroken witte suspensie voor injectie met verlengde afgifte in een
voorgevulde spuit die uw arts of verpleegkundige krachtig zal schudden om de suspensie opnieuw
goed te suspenderen voordat het als injectie wordt toegediend.
Elke verpakking bevat 1 voorgevulde spuit en 2 naalden.
Het kan zijn dat niet al deze verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
Janssen-Cilag International NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
Fabrikant
Janssen Pharmaceutica NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
Neem voor alle informatie over dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de
houder van de vergunning voor het in de handel brengen:
België/Belgique/Belgien
Janssen-Cilag NV
Tel/Tél: +32 14 64 94 11
България
”Джо½съ½ & Джо½съ½ България” ЕООД
Тел.:+359 2 489 94 00
Česká republika
Janssen-Cilag s.r.o.
Tel:+420 227 012 227
Danmark
Janssen-Cilag A/S
Tlf: +45 45 94 82 82
Deutschland
Janssen-Cilag GmbH
Tel: +49 2137-955-955
Lietuva
UAB “JOHNSON & JOHNSON”
Tel: +370 5 278 68 88
Luxembourg/Luxemburg
Janssen-Cilag NV
Tél/Tel: +32 14 64 94 11
Magyarország
Janssen-Cilag Kft.
Tel.:+36 1 884 2858
Malta
AM MANGION LTD.
Tel: +356 2397 6000
Nederland
Janssen-Cilag B.V.
Tel: +31 76 711 1111
50
Eesti
UAB “JOHNSON & JOHNSON” Eesti filiaal
Tel.: +372 617 7410
Ελλάδα
Janssen-Cilag Φαρμακευτική Α.Ε.Β.Ε
Tηλ: +30 210 80 90 000
España
Janssen-Cilag, S.A.
Tel: +34 91 722 81 00
France
Janssen-Cilag
Tel: 0 800 25 50 75 / +33 1 55 00 40 03
Hrvatska
Johnson & Johnson S.E. d.o.o.
Tel: +385 1 6610 700
Ireland
Janssen Sciences Ireland UC
Tel: +353 1 800 709 122
Ísland
Janssen-Cilag AB
C/o Vistor hf
Sími: +354 535 7000
Italia
Janssen-Cilag SpA
Tel: 800.688.777 / +39 02 2510 1
Κύπρος
Βαρ½άβας Χατζηπα½αγής Λτδ
Tηλ: +357 22 207 700
Latvija
UAB “JOHNSON & JOHNSON” filiāle Latvijā
Tel: +371 6789 3561
Norge
Janssen-Cilag AS
Tlf: +47 24 12 65 00
Österreich
Janssen-Cilag Pharma GmbH
Tel: +43 1 610 300
Polska
Janssen-Cilag Polska Sp. z o.o.
Tel.: +48 22 237 60 00
Portugal
Janssen-Cilag Farmacêutica, Lda.
Tel: +351 214 368 600
România
Johnson & Johnson România SRL
Tel: +40 21 207 1800
Slovenija
Johnson & Johnson d.o.o.
Tel: +386 1 401 18 00
Slovenská republika
Johnson & Johnson s.r.o.
Tel: +421 232 408 400
Suomi/Finland
Janssen-Cilag Oy
Puh/Tel: +358 207 531 300
Sverige
Janssen-Cilag AB
Tfn: +46 8 626 50 00
United Kingdom (Northern Ireland)
Janssen Sciences Ireland UC
Tel: +44 1 494 567 444
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in <{MM/JJJJ}> <{maand JJJJ}>.
Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu.
51
Informatie bedoeld voor medische beroepsbeoefenaren of hulpverleners in de gezondheidszorg
De volgende informatie is alleen bestemd voor medische beroepsbeoefenaren of hulpverleners in
de gezondheidszorg en moet worden gelezen door de arts of beroepsbeoefenaar in de
gezondheidszorg samen met de volledige voorschrijfinformatie (samenvatting van de
productkenmerken).
Elke 3 maanden toedienen
De spuit minstens 15 seconden krachtig schudden
Alleen voor intramusculaire injectie. Niet
via een andere route toedienen.
Belangrijk
Lees voor gebruik de volledige instructies. Voor succesvolle toediening van TREVICTA is het nodig
om u strikt te houden aan deze stapsgewijze gebruiksaanwijzingen.
TREVICTA dient door een zorgverlener te worden toegediend als één enkele injectie.
NIET
de dosis
over meerdere injecties verdelen.
TREVICTA is alleen bedoeld voor intramusculair gebruik. Injecteer langzaam, diep in de spier, en
zorg ervoor dat injectie in een bloedvat vermeden wordt.
Toediening
TREVICTA dient
eenmaal per 3 maanden
te worden toegediend.
Voorbereiding
Trek het afneembaar etiket van de spuit en plak het in het patiëntendossier.
TREVICTA moet
langer en krachtiger worden geschud
dan de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie. Schud de spuit krachtig, met de punt van de spuit naar boven, gedurende
minstens 15 seconden, binnen 5 minuten voor de toediening
(zie stap 2).
Keuze van de dunwandige veiligheidsnaald
Voor gebruik met TREVICTA zijn dunwandige veiligheidsnaalden ontworpen. Het is belangrijk om
alleen de naalden te gebruiken die in de TREVICTA verpakking worden geleverd.
52
Inhoud van de verpakking
1
Kies de naald
De keuze van de naald hangt af van de injectieplaats en het gewicht van de patiënt.
Bij toediening in de
deltaspier
Bij toediening in de
bilspier
Bij een gewicht van:
minder dan 90 kg
roze hub
Ongeacht het gewicht van de patiënt:
gele hub
90 kg of meer
gele hub
53
Gooi de niet-gebruikte naald onmiddellijk weg in een goedgekeurde
container voor scherpe voorwerpen. Bewaar deze niet voor later
gebruik.
54
2
Bereid de injectie voor
SCHUD KRACHTIG gedurende
minstens 15 seconden
SCHUD KRACHTIG gedurende
minstens 15 seconden, met een
losse
pols, met de punt van de spuit
omhoog,
om zeker te zijn van een
homogene suspensie.
LET OP:
Dit geneesmiddel moet
langer en krachtiger worden geschud
dan de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie.
Ga onmiddellijk na het schudden
over tot de volgende stap.
Als het
meer dan 5 minuten duurt voor de
injectie wordt gegeven, schud dan
nogmaals krachtig met de punt
van de spuit omhoog,
gedurende
minstens 15 seconden om het
geneesmiddel te resuspenderen.
55
Controleer de suspensie
Nadat de spuit minstens 15 seconden is geschud, controleert u in het kijkglas hoe de suspensie eruit
ziet.
De suspensie moet er homogeen uitzien, met een melkwitte kleur.
Kleine luchtbelletjes zijn normaal.
Open het naaldzakje en verwijder de dop
Maak eerst het naaldzakje open door de omslag tot halverwege terug te trekken. Leg het op een schoon
oppervlak.
Houd de spuit rechtop en draai en trek dan aan de rubberen dop om de dop te verwijderen.
Pak het naaldzakje
Vouw het naaldzakje terug. Pak de naaldbeschermhuls dan door het zakje heen stevig vast, zoals
afgebeeld.
56
Bevestig de naald
Houd met uw andere hand de spuit vast bij de luer-verbinding en bevestig deze aan de
veiligheidsnaald met een zachte draaiende beweging in de richting van de wijzers van de klok.
Verwijder
het zakje
niet
voordat de spuit en de naald stevig op elkaar zitten.
Verwijder de naaldbeschermhuls
Trek de naaldbeschermhuls met een rechte beweging van de naald.
Draai de naaldbeschermhuls niet,
aangezien de naald hierdoor los kan komen van de spuit.
Verwijder luchtbelletjes
Houd de spuit rechtop en tik zachtjes om luchtbelletjes naar boven te laten gaan.
Duw de zuiger langzaam en zorgvuldig naar boven om lucht te verwijderen.
57
3
Geef de injectie
Injecteer de dosis
Injecteer de volledige inhoud van de spuit langzaam
intramusculair, diep in de gekozen delta- of
bilspier.
Gebruik geen andere toedieningsweg.
4
Na de injectie
Naald opsluiten in het beschermkapje
Als u klaar bent met de injectie, gebruik dan uw duim of een vlak oppervlak om de naald in het
veiligheidsmechanisme op te sluiten. De naald is beveiligd als u een klik heeft gehoord.
58
Verwijder op de juiste wijze
Gooi de spuit en de ongebruikte naald in een goedgekeurde container voor scherpe voorwerpen.
Dunwandige veiligheidsnaalden zijn specifiek ontworpen voor
gebruik met TREVICTA. Een ongebruikte naald moet worden
weggegooid en mag niet worden bewaard voor toekomstig gebruik.
59

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
TREVICTA 175 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
TREVICTA 263 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
TREVICTA 350 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
TREVICTA 525 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
175 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
Elke voorgevulde spuit bevat 273 mg paliperidonpalmitaat, equivalent aan 175 mg paliperidon.
263 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
Elke voorgevulde spuit bevat 410 mg paliperidonpalmitaat, equivalent aan 263 mg paliperidon.
350 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
Elke voorgevulde spuit bevat 546 mg paliperidonpalmitaat, equivalent aan 350 mg paliperidon.
525 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
Elke voorgevulde spuit bevat 819 mg paliperidonpalmitaat, equivalent aan 525 mg paliperidon.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Suspensie voor injectie met verlengde afgifte.
De suspensie is wit tot gebroken wit. De suspensie is pH-neutraal (ongeveer 7,0).
4.
KLINISCHE GEGEVENS
4.1
Therapeutische indicaties
TREVICTA, een driemaandelijkse injectie, is geïndiceerd voor de onderhoudsbehandeling van
schizofrenie bij volwassen patiënten die klinisch stabiel zijn op de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie (zie rubriek 5.1).
4.2
Dosering en wijze van toediening
Dosering
Patiënten die adequaat worden behandeld met de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie (bij
voorkeur gedurende vier maanden of langer) en die geen dosisaanpassing nodig hebben, kunnen
overgeschakeld worden op de driemaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie.
TREVICTA dient te worden gestart op het moment van de volgende geplande dosis van de
éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie (± 7 dagen). De dosis van TREVICTA dient te worden
gebaseerd op de voorgaande dosis van de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie,
vermenigvuldigd met een factor 3,5, zoals is weergegeven in de volgende tabel.
Doses van TREVICTA voor patiënten die adequaat worden behandeld met de
éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie
Bij een laatste dosis van de éénmaandelijkse
Start TREVICTA in de volgende dosis
injectie met paliperidonpalmitaat van
50 mg
175 mg
75 mg
263 mg
350 mg
150 mg
525 mg
Er is geen equivalente dosis van TREVICTA voor de dosis van 25 mg van de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie, aangezien deze niet is onderzocht.
Na de initiële dosis van TREVICTA, dient TREVICTA te worden toegediend via een intramusculaire
injectie eenmaal per 3 maanden (± 2 weken, zie ook de paragraaf Gemiste dosis).
Indien nodig kan de dosis van TREVICTA elke 3 maanden worden aangepast met verhogingen binnen
het bereik van 175 mg tot 525 mg, afhankelijk van de individuele verdraagbaarheid en/of
werkzaamheid bij de patiënt. Door de langdurige werking van TREVICTA kan de reactie van de
patiënt op een dosisaanpassing gedurende enkele maanden onduidelijk zijn (zie rubriek 5.2). Indien de
patiënt symptomen blijft vertonen, dienen deze te worden behandeld volgens de gangbare klinische
praktijk.
Overschakelen van andere antipsychotica
Patiënten dienen niet direct overgeschakeld te worden vanaf andere antipsychotica, omdat de
driemaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie alleen dient te worden opgestart nadat de patiënt is
gestabiliseerd op de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie.
Overschakelen van TREVICTA naar andere antipsychotica
Als met TREVICTA wordt gestopt, moet rekening worden gehouden met de verlengde afgifte.
Overschakelen van TREVICTA naar de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie
Om over te schakelen van TREVICTA naar de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie dient de
éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie te worden toegediend op het moment dat de volgende
dosis TREVICTA toegediend had moeten worden, in een dosis die een factor 3,5 lager is, zoals te zien
is in de volgende tabel. De startdosering zoals beschreven in de voorschriftinformatie van de
éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie is niet vereist. Vervolgens dient men door te gaan met de
toediening van de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie met intervallen van een maand, zoals
is beschreven in de voorschriftinformatie hiervan.
Doses van de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie voor patiënten die overschakelen
van TREVICTA
Bij een laatste dosis van TREVICTA van
Start de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie 3 maanden later
met de volgende dosis
175 mg
50 mg
263 mg
75 mg
350 mg
100 mg
525 mg
150 mg
Overschakelen van TREVICTA naar dagelijks oraal paliperidon in tabletten met verlengde afgifte
Om over te schakelen van TREVICTA naar paliperidon tabletten met verlengde afgifte dient de
dagelijkse toediening van de paliperidon tabletten met verlengde afgifte te worden begonnen
3 maanden na de laatste toediening van TREVICTA en dient de behandeling te worden voortgezet met
paliperidon tabletten met verlengde afgifte zoals beschreven in de tabel hieronder. De volgende tabel
verschaft aanbevolen dosisconversieschema's om te zorgen dat patiënten die eerder stabiel waren op
verschillende doses van TREVICTA een vergelijkbare blootstelling aan paliperidon zullen krijgen met
de paliperidon tabletten met verlengde afgifte.
TREVICTA*
Laatste dosis
Weeknummer na de laatste dosis TREVICTA
TREVICTA (week 0)
Week 12 tot en met
Week 19 tot en met
Week 25 en verder
week 18
week 24
Dagelijkse dosis paliperidon tabletten met verlengde afgifte
175 mg
3 mg
3 mg
3 mg
263 mg
3 mg
3 mg
6 mg
350 mg
3 mg
6 mg
9 mg
525 mg
6 mg
9 mg
12 mg
* Alle doses van eenmaaldaagse paliperidon tabletten met verlengde afgifte dienen te worden afgestemd op de
individuele patiënt, rekening houdend met variabelen zoals de redenen voor het overschakelen, de reactie op eerdere
behandeling met paliperidon, de ernst van psychotische symptomen, en/of de aanleg voor bijwerkingen.
Gemiste dosis
Toedieningsperiode
TREVICTA dient eenmaal per 3 maanden te worden geïnjecteerd. Om te vermijden dat een toediening
van TREVICTA wordt gemist, kan de injectie maximaal 2 weken vóór of na het tijdstip van
3 maanden aan de patiënt worden toegediend.
Gemiste doses
Als een geplande toediening is gemist en de
Actie
tijd sinds de laatste injectie is
> 3½ maand tot maximaal 4 maanden
Dien de injectie zo spoedig mogelijk toe en
begin vervolgens opnieuw met een
injectieschema van eens per 3 maanden.
4 maanden tot 9 maanden
Gebruik het aanbevolen hervattingsschema in de
tabel hieronder.
> 9 maanden
Hervat de behandeling met de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie zoals beschreven in
de voorschriftinformatie van dat product.
TREVICTA kan dan worden hervat nadat de
patiënt adequaat is behandeld met de
éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie,
bij voorkeur gedurende vier maanden of langer.
Aanbevolen hervattingsschema na onderbreking van TREVICTA gedurende 4 maanden tot
9 maanden
Dien de éénmaandelijkse
Dien vervolgens
paliperidonpalmitaatinjectie toe, twee
TREVICTA toe (in
Bij een laatste dosis
toedieningen met één week ertussen (in de
de deltaa- of de
van TREVICTA van
deltaspier)
bilspier)
Dag 1
Dag 8
1 maand na dag 8
175 mg
50 mg
50 mg
175 mg
263 mg
75 mg
75 mg
263 mg
350 mg
100 mg
100 mg
350 mg
525 mg
100 mg
100 mg
525 mg
a
Zie voor de keuze van de naald voor injectie in de deltaspier op basis van het lichaamsgewicht ook Informatie bedoeld
voor medische beroepsbeoefenaren of hulpverleners in de gezondheidszorg
.
Speciale populaties
Ouderen
De werkzaamheid en veiligheid bij ouderen > 65 jaar zijn niet vastgesteld.
Nierinsufficiëntie
TREVICTA is niet onderzocht bij patiënten met nierinsufficiëntie (zie rubriek 5.2). Voor patiënten
met milde nierinsufficiëntie (creatinineklaring 50 tot < 80 ml/min), dient de dosis te worden
aangepast en de patiënt te worden gestabiliseerd met de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie,
en daarna te worden overgezet op TREVICTA.
TREVICTA wordt niet aanbevolen bij patiënten met matige of ernstige nierinsufficiëntie
(creatinineklaring < 50 ml/min).
Leverinsufficiëntie
TREVICTA is niet onderzocht bij patiënten met leverinsufficiëntie. Op basis van de ervaringen met
oraal paliperidon is geen dosisaanpassing nodig bij patiënten met milde of matige leverinsufficiëntie.
Aangezien paliperidon niet is onderzocht bij patiënten met ernstige leverinsufficiëntie, is
voorzichtigheid geboden voor deze patiënten (zie rubriek 5.2).
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van TREVICTA bij kinderen en adolescenten < 18 jaar zijn niet
vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
TREVICTA is uitsluitend bestemd voor intramusculair gebruik. Het mag niet via een andere route
worden toegediend. Elke injectie mag alleen door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg
worden toegediend, waarbij de volledige dosis in één enkele injectie moet worden toegediend. De
dosis moet langzaam, diep in de delta- of de bilspier worden geïnjecteerd. Overschakelen van de
bilspier naar de deltaspier (en vice versa) dient te worden overwogen voor de volgende injectie als er
ongemak optreedt op de plaats van de injectie (zie rubriek 4.8).
TREVICTA mag alleen worden toegediend met gebruik van de dunwandige naalden die in de
TREVICTA-verpakking worden meegeleverd. Naalden uit de verpakking van de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie of andere commercieel verkrijgbare naalden mogen bij de toediening van
TREVICTA niet worden gebruikt (zie Informatie bedoeld voor medische beroepsbeoefenaren of
hulpverleners in de gezondheidszorg)
.
De inhoud van de voorgevulde spuit dient voor de toediening visueel te worden geïnspecteerd op
vreemde deeltjes en verkleuring.
Het is belangrijk de spuit minstens 15 seconden krachtig te
schudden, met de punt naar boven en met een losse pols, om een homogene suspensie te
garanderen. TREVICTA dient binnen 5 minuten na het schudden te worden toegediend.
Als er
tot de injectie meer dan 5 minuten zijn verstreken, schud dan nogmaals krachtig gedurende minstens
15 seconden om het geneesmiddel opnieuw in suspensie te brengen. (Zie Informatie bedoeld voor
medische beroepsbeoefenaren of hulpverleners in de gezondheidszorg
).
Toediening in de deltaspier
De geschikte naald voor toediening van TREVICTA in de deltaspier wordt bepaald door het gewicht
van de patiënt.
Voor patiënten 90 kg dient de dunwandige 1½ inch, 22 gauge naald (0,72 mm x 38,1 mm) te
worden gebruikt.
Voor patiënten < 90 kg dient de dunwandige 1 inch, 22 gauge naald (0,72 mm x 25,4 mm) te
worden gebruikt.
De injectie dient te worden gegeven in het midden van de deltaspier. De injecties in de deltaspier
moeten afwisselend in de linker- en rechterdeltaspier worden toegediend.
Onvolledige toediening
Om onvolledige toediening van TREVICTA te voorkomen, moet de voorgevulde spuit gedurende
minstens 15 seconden krachtig worden geschud binnen 5 minuten voor de toediening om zeker te zijn
van een homogene suspensie (zie Informatie bedoeld voor medische beroepsbeoefenaren of
hulpverleners in de gezondheidszorg
).
In het geval van een onvolledig geïnjecteerde dosis mag de resterende dosis in de spuit echter niet
alsnog geïnjecteerd worden en mag er ook geen andere dosis worden gegeven, aangezien het moeilijk
is om de hoeveelheid van de feitelijk toegediende dosis in te schatten. De patiënt dient nauwlettend te
worden gemonitord en behandeld als klinisch aangewezen tot de volgende geplande driemaandelijkse
injectie van TREVICTA.
4.3
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof, voor risperidon of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde
hulpstoffen.
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Gebruik bij patiënten die in een acute geagiteerde of ernstig psychotische staat verkeren
TREVICTA mag niet worden gebruikt om een acuut geagiteerde of ernstig psychotische staat te
reguleren als onmiddellijke symptoombeheersing noodzakelijk is.
QT-interval
Voorzichtigheid is geboden wanneer paliperidon wordt voorgeschreven aan patiënten met een bekende
cardiovasculaire ziekte of een familiale voorgeschiedenis van QT-verlenging en bij gelijktijdig
gebruik met andere geneesmiddelen waarvan wordt verondersteld dat ze het QT-interval verlengen.
Maligne neurolepticasyndroom
Optreden van het maligne neurolepticasyndroom (MNS), dat wordt gekenmerkt door hyperthermie,
spierstijfheid, instabiliteit van het autonome zenuwstelsel, veranderd bewustzijn en verhoogde
serumcreatinefosfokinasespiegels, is gemeld bij gebruik van paliperidon. Andere klinische tekenen
kunnen myoglobinurie (rabdomyolyse) en acuut nierfalen omvatten. Als een patiënt tekenen of
symptomen ontwikkelt die wijzen op MNS moet het gebruik van paliperidon worden stopgezet. Men
dient rekening te houden met de langdurige werking van TREVICTA.
Tardieve dyskinesie/extrapiramidale symptomen
Geneesmiddelen met dopaminereceptor-antagonistische eigenschappen worden geassocieerd met de
inductie van tardieve dyskinesie, dat wordt gekenmerkt door regelmatige, onwillekeurige bewegingen,
voornamelijk van de tong en/of het gezicht. Als zich tekenen of symptomen van tardieve dyskinesie
voordoen, dient men te overwegen het gebruik van alle antipsychotica, inclusief paliperidon, te staken.
Men dient rekening te houden met de langdurige werking van TREVICTA.
Men dient voorzichtig te zijn bij patiënten die tegelijkertijd psychostimulantia (bijv. methylfenidaat)
en paliperidon krijgen, aangezien er extrapiramidale symptomen zouden kunnen optreden als de
Leukopenie, neutropenie en agranulocytose
Met paliperidon zijn gevallen van leukopenie, neutropenie en agranulocytose gemeld. Patiënten met
een voorgeschiedenis van een klinisch significant laag aantal witte bloedcellen (WBC's) of een
geneesmiddelgeïnduceerde leukopenie/neutropenie dienen tijdens de eerste paar maanden van de
behandeling regelmatig gecontroleerd te worden en het stoppen van TREVICTA dient te worden
overwogen bij het eerste teken van een klinisch significante afname in WBC's in afwezigheid van
andere oorzakelijke factoren. Patiënten met klinisch significante neutropenie dienen zorgvuldig te
worden gecontroleerd op koorts of andere symptomen of tekenen van infectie en dienen onmiddellijk
te worden behandeld als dergelijke symptomen of tekenen zich voordoen. Patiënten met ernstige
neutropenie (absoluut aantal neutrofielen < 1 x 109/l) moeten stoppen met TREVICTA en hun aantal
WBC's laten controleren tot herstel ervan. Men dient rekening te houden met de langdurige werking
van TREVICTA.
Overgevoeligheidsreacties
Overgevoeligheidsreacties kunnen optreden, zelfs bij patiënten die eerder oraal risperidon of oraal
paliperidon verdroegen (zie rubriek 4.8).
Hyperglykemie en diabetes mellitus
Hyperglykemie, diabetes mellitus en verergering van reeds bestaande diabetes, met onder andere
diabetisch coma en ketoacidose, zijn tijdens behandeling met paliperidon gemeld. Conform de
gebruikte richtlijnen voor antipsychotica, wordt gepaste klinische opvolging aanbevolen. Patiënten
behandeld met TREVICTA dienen te worden gecontroleerd op symptomen van hyperglykemie (zoals
polydipsie, polyurie, polyfagie en zwakte) en patiënten met diabetes mellitus moeten regelmatig
gecontroleerd worden op verslechtering van de glucoseregulering.
Gewichtstoename
Bij het gebruik van TREVICTA is aanzienlijke gewichtstoename gemeld. Het gewicht moet
regelmatig worden gecontroleerd.
Gebruik bij patiënten met prolactine-afhankelijke tumoren
Onderzoek met weefselkweek suggereert dat celgroei in humane borsttumoren kan worden
gestimuleerd door prolactine. Hoewel klinische en epidemiologische studies tot op heden geen
duidelijk verband hebben aangetoond met de toediening van antipsychotica, is voorzichtigheid
geboden bij patiënten met een relevante medische voorgeschiedenis. Paliperidon moet met
voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met een reeds bestaande tumor die mogelijk
prolactineafhankelijk is.
Orthostatische hypotensie
Door de alfa-adrenerge blokkerende eigenschappen kan paliperidon orthostatische hypotensie
induceren bij sommige patiënten. In de klinische studies met TREVICTA meldde 0,3% van de
deelnemers een bijwerking gerelateerd aan orthostatische hypotensie. TREVICTA dient met
voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met een bekende cardiovasculaire ziekte
(bijvoorbeeld hartfalen, myocardinfarct of -ischemie, geleidingsstoornissen), cerebrovasculaire ziekte
of predisponerende factoren voor hypotensie (bijv. dehydratie en hypovolemie).
TREVICTA dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met een voorgeschiedenis van
epileptische aanvallen of die andere aandoeningen hebben die de drempel voor epileptische aanvallen
kunnen verlagen.
Nierinsufficiëntie
De plasmaconcentraties van paliperidon zijn verhoogd bij patiënten met nierinsufficiëntie. Voor
patiënten met milde nierinsufficiëntie (creatinineklaring 50 ml/min tot < 80 ml/min), dient de dosis
te worden aangepast en de patiënt te worden gestabiliseerd met de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie en vervolgens overgezet te worden op TREVICTA. TREVICTA wordt
niet aanbevolen bij patiënten met matige of ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 50 ml/min).
(Zie de rubrieken 4.2 en 5.2).
Leverinsufficiëntie
Er zijn geen gegevens beschikbaar over patiënten met ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pugh
klasse C). Indien paliperidon bij deze patiënten wordt gebruikt, is voorzichtigheid geboden.
Ouderen met dementie
TREVICTA is niet onderzocht bij oudere patiënten met dementie. TREVICTA wordt niet aanbevolen
voor het behandelen van oudere patiënten met dementie vanwege een verhoogd risico van algehele
mortaliteit en cerebrovasculaire bijwerkingen.
Er wordt verondersteld dat de ervaring met risperidon die hieronder wordt besproken eveneens van
toepassing is voor paliperidon.
Algehele mortaliteit
In een meta-analyse van 17 gecontroleerde klinische studies hadden oudere patiënten met dementie die
met andere atypische antipsychotica werden behandeld, waaronder risperidon, aripiprazol, olanzapine
en quetiapine, een verhoogd risico op overlijden in vergelijking met degenen die met placebo werden
behandeld. Bij de patiënten die met risperidon werden behandeld was de mortaliteit 4%, ten opzichte
van 3,1% bij placebo.
Cerebrovasculaire bijwerkingen
In gerandomiseerde placebogecontroleerde klinische studies met sommige atypische antipsychotica,
waaronder risperidon, aripiprazol en olanzapine, bij patiënten met dementie werd een ongeveer
drievoudig verhoogd risico op cerebrovasculaire bijwerkingen gezien. Het mechanisme dat leidt tot dit
verhoogde risico is niet bekend.
Ziekte van Parkinson en Lewy-body-dementie
Artsen dienen de risico's tegen de voordelen af te wegen als ze TREVICTA voorschrijven aan
patiënten met de ziekte van Parkinson of met Lewy-body-dementie (LBD), aangezien er bij beide
groepen patiënten een verhoogd risico voor het maligne neurolepticasyndroom en een verhoogde
gevoeligheid voor antipsychotica kan bestaan. Deze verhoogde gevoeligheid kan zich, naast de
extrapiramidale symptomen, ook uiten als verwarring, verminderd bewustzijn of verlaagde
waakzaamheid, of een instabiele houding waarbij de patiënt veel valt.
Priapisme
Van antipsychotica met alfa-adrenerge blokkerende effecten (waaronder paliperidon) is gemeld dat ze
priapisme kunnen induceren. Patiënten dienen geïnformeerd te worden dat ze met spoed medische
hulp moeten inroepen als priapisme niet binnen 4 uur over is.
Bij antipsychotica wordt een verstoring gezien in het vermogen van het lichaam om de
lichaamstemperatuur te verlagen. De nodige voorzorg wordt aanbevolen als TREVICTA wordt
voorgeschreven aan patiënten bij wie de lichaamstemperatuur onder bepaalde omstandigheden
verhoogd kan zijn, zoals bij zware fysieke inspanning, blootstelling aan extreem hoge temperaturen,
gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen met anticholinerge activiteit of dehydratie.
Veneuze trombo-embolie
Met het gebruik van antipsychotica zijn gevallen van veneuze trombo-embolie (VTE) gemeld.
Aangezien patiënten die met antipsychotica worden behandeld vaak verworven risicofactoren voor
VTE hebben, moeten alle mogelijke risicofactoren voor VTE voor en tijdens behandeling met
TREVICTA worden geïdentificeerd en dienen preventieve maatregelen te worden genomen.
Anti-emetisch effect
In preklinische studies met paliperidon werd een anti-emetisch effect waargenomen. Wanneer dit
effect bij mensen optreedt, kan het de symptomen en signalen van overdosering met bepaalde
geneesmiddelen, of aandoeningen zoals darmobstructie, het syndroom van Reye en een hersentumor,
maskeren.
Toediening
Voorzichtigheid is geboden om een onbedoelde injectie van TREVICTA in een bloedvat te vermijden.
Intraoperatief Floppy Iris-Syndroom
Tijdens cataractoperaties bij patiënten die werden behandeld met geneesmiddelen met een
anti-alfa-1a-adrenerg effect, zoals TREVICTA, is het intraoperatief floppy iris-syndroom (IFIS)
waargenomen (zie rubriek 4.8).
IFIS kan het risico op oogcomplicaties tijdens en na deze operatie verhogen. Huidig of eerder gebruik
van geneesmiddelen met een anti-alfa-1a-adrenerg effect dient voorafgaand aan de operatie aan de
oogchirurg bekend te worden gemaakt. Het mogelijke voordeel van het stoppen met
alfa-1-blokkerende therapie voorafgaand aan de cataractoperatie is niet vastgesteld en moet worden
afgewogen tegen het risico van het stoppen met de antipsychotische therapie.
Hulpstoffen
Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in
wezen `natriumvrij' is.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Men dient voorzichtig te zijn bij het voorschrijven van TREVICTA in combinatie met geneesmiddelen
waarvan bekend is dat ze het QT-interval kunnen verlengen, zoals klasse-IA-antiaritmica (bijv.
kinidine, disopyramide) en klasse-III-antiaritmica (bijv. amiodaron, sotalol), bepaalde antihistaminica,
bepaalde antibiotica (bijv. fluorochinolonen), enkele andere antipsychotica en bepaalde middelen
tegen malaria (bijv. mefloquine). Deze lijst is indicatief en niet volledig.
Mogelijke effecten van TREVICTA op andere geneesmiddelen
Paliperidon veroorzaakt hoogstwaarschijnlijk geen klinisch belangrijke farmacokinetische interacties
met geneesmiddelen die gemetaboliseerd worden door cytochroom-P-450 iso-enzymen.
Paliperidon kan het effect van levodopa en andere dopamine-agonisten tegenwerken. Als deze
combinatie noodzakelijk blijkt, in het bijzonder bij patiënten in een terminaal stadium van de ziekte
van Parkinson, dient van beide behandelingen de laagste effectieve dosis te worden voorgeschreven.
Aangezien paliperidon orthostatische hypotensie kan induceren (zie rubriek 4.4), kan een versterkt
effect optreden als TREVICTA wordt toegediend in combinatie met andere geneesmiddelen met een
vergelijkbaar effect bijv. andere antipsychotica, tricyclische antidepressiva.
Voorzichtigheid is geboden wanneer paliperidon in combinatie gebruikt wordt met andere
geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze de drempel voor epileptische aanvallen kunnen verlagen
(zoals fenothiazines of butyrofenonen, tricyclische antidepressiva of SSRI's, tramadol, mefloquine,
enz.)
Gelijktijdige toediening van orale paliperidontabletten met verlengde afgifte bij steady-state (12 mg
eenmaal daags) met valproaat seminatrium-tabletten met verlengde afgifte (500 mg tot 2 000 mg
eenmaal daags) had geen effect op de steady-state farmacokinetische eigenschappen van valproaat.
Er is geen onderzoek uitgevoerd naar de interactie tussen TREVICTA en lithium, maar een
farmacokinetische interactie is onwaarschijnlijk.
Mogelijke effecten van andere geneesmiddelen op TREVICTA
Uit in vitro-studies blijkt dat CYP2D6 en CYP3A4 mogelijk minimaal betrokken kunnen zijn bij het
metabolisme van paliperidon, maar er zijn geen aanwijzingen (noch in vitro, noch in vivo) dat deze
iso-enzymen een belangrijke rol spelen bij de afbraak van paliperidon. Bij gelijktijdige toediening van
oraal paliperidon met paroxetine, een krachtige CYP2D6-remmer, werd geen klinisch significant
effect gezien op de farmacokinetiek van paliperidon.
De gelijktijdige toediening van oraal paliperidon met verlengde werking eenmaal daags met 200 mg
carbamazepine tweemaal daags veroorzaakte een daling van ongeveer 37% in de gemiddelde
steady-state maximale plasmaconcentratie (Cmax) en AUC van paliperidon. Deze daling wordt in
belangrijke mate veroorzaakt door een toename van de renale klaring van paliperidon met 35% die
waarschijnlijk het gevolg is van inductie van het renale P-gp door carbamazepine. Een kleine afname
van de hoeveelheid onveranderd actief bestanddeel die via de urine wordt uitgescheiden, wijst erop dat
er een beperkt effect op het CYP-metabolisme of de biologische beschikbaarheid van paliperidon
optreedt bij gelijktijdige inname van carbamazepine. Grotere dalingen in de plasmaconcentraties van
paliperidon zouden zich kunnen voordoen bij hogere doseringen carbamazepine. Bij het opstarten van
carbamazepine dient de dosis van TREVICTA opnieuw te worden geëvalueerd en zonodig te worden
verhoogd. Anderzijds dient bij het stopzetten van een behandeling met carbamazepine de dosis van
TREVICTA eveneens opnieuw te worden geëvalueerd en zonodig te worden verlaagd. Men dient
rekening te houden met de langdurige werking van TREVICTA.
Gelijktijdige toediening van een eenmalige dosis met een orale paliperidontablet van 12 mg met
verlengde afgifte met valproaat seminatrium-tabletten met verlengde afgifte (twee tabletten van
500 mg eenmaal daags) resulteerde in een toename van ongeveer 50% in Cmax en AUC van
paliperidon, waarschijnlijk als gevolg van een verhoogde orale absorptie. Aangezien er geen effect op
de systemische klaring werd gezien, wordt geen klinisch significante interactie verwacht tussen
valproaat seminatrium-tabletten met verlengde afgifte en TREVICTA intramusculaire injectie. Deze
interactie is niet met TREVICTA onderzocht.
Aangezien paliperidon de belangrijkste actieve metaboliet is van risperidon, is voorzichtigheid
geboden wanneer TREVICTA samen met risperidon of met oraal paliperidon wordt toegediend
gedurende langere tijd. De veiligheidsgegevens met betrekking tot het gelijktijdig gebruik van
TREVICTA met andere antipsychotica zijn beperkt.
Gelijktijdig gebruik van TREVICTA met psychostimulantia
Gebruik van psychostimulantia (bijv. methylfenidaat) in combinatie met paliperidon kan leiden tot
extrapiramidale symptomen na een verandering in één of beide behandelingen (zie rubriek 4.4).
4.6
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik van paliperidon tijdens de zwangerschap.
Intramusculair geïnjecteerd paliperidonpalmitaat en oraal toegediend paliperidon bleken niet
teratogeen in studies bij dieren, maar er werden andere vormen van reproductietoxiciteit waargenomen
(zie rubriek 5.3). Neonaten die tijdens het derde trimester van de zwangerschap zijn blootgesteld aan
paliperidon, lopen risico op bijwerkingen na de bevalling waaronder extrapiramidale symptomen en/of
onttrekkingsverschijnselen die kunnen variëren in ernst en in duur. Er zijn meldingen van agitatie,
hypertonie, hypotonie, tremor, slaperigheid, ademnood of voedingsstoornis. Pasgeborenen moeten
daarom nauwlettend worden gecontroleerd. TREVICTA dient niet te worden gebruikt tijdens de
zwangerschap, tenzij dit duidelijk nodig is.
Aangezien paliperidon in plasma is gedetecteerd tot 18 maanden na een eenmalige dosis TREVICTA,
dient men rekening te houden met de langdurige werking van TREVICTA. Blootstelling van de
moeder aan TREVICTA toegediend voor en tijdens de zwangerschap kan leiden tot bijwerkingen bij
de pasgeboren baby.
Borstvoeding
Wanneer een therapeutische dosis wordt toegediend aan een vrouw die borstvoeding geeft, wordt
paliperidon in die mate in de moedermelk uitgescheiden dat effecten op het kind waarschijnlijk zijn.
Aangezien paliperidon in plasma is gedetecteerd tot 18 maanden na toediening van een eenmalige
dosis TREVICTA, dient men rekening te houden met de langdurige werking van TREVICTA.
Kinderen die borstvoeding krijgen kunnen risico lopen, zelfs door toediening van TREVICTA lang
voor het borstvoeden. TREVICTA dient niet te worden gebruikt door vrouwen die borstvoeding
geven.
Vruchtbaarheid
In niet-klinische studies zijn geen relevante effecten waargenomen.
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Paliperidon kan geringe of matige invloed hebben op de rijvaardigheid en het vermogen om machines
te bedienen als gevolg van mogelijke effecten op het zenuwstelsel en het gezichtsvermogen, zoals
sedatie, somnolentie, syncope, wazig zien (zie rubriek 4.8). Daarom dienen patiënten het advies te
krijgen niet te rijden of geen machines te bedienen totdat bekend is hoe zij reageren op TREVICTA.
Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De meest frequent waargenomen bijwerkingen, gemeld bij 5% van de patiënten, in twee
dubbelblinde gecontroleerde klinische studies met TREVICTA waren gewicht verhoogd, bovenste
luchtweginfectie, angst, hoofdpijn, insomnia en injectieplaatsreactie.
Tabel met bijwerkingen
De volgende bijwerkingen werden alle gerapporteerd tijdens gebruik van paliperidon, waarbij de
frequentiecategorie wordt geschat op basis van klinisch onderzoek met paliperidonpalmitaat. De
volgende termen en frequenties worden gebruikt: zeer vaak (1/10); vaak (1/100 tot <1/10); soms
(1/1 000 tot <1/100); zelden (1/10 000 tot <1/1 000); zeer zelden (<1/10 000); en niet bekend (kan
met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Systeem/
Bijwerking
orgaanklasse
Frequentie
Zeer
Vaak
Soms
Zelden
Niet bekenda
vaak
Infecties en
bovensteluchtwegin pneumonie, bronchitis, ooginfectie,
parasitaire
fectie,
luchtweginfectie,
acarodermatitis,
aandoeningen
urineweginfectie,
sinusitis, cystitis,
subcutaan abces
influenza
oorinfectie, tonsillitis,
onychomycose,
cellulitis
Bloed- en
witte bloedcellen
neutropenie,
agranulocytose
lymfestelsel-
verlaagd,
eosinofielentelling
aandoeningen
trombocytopenie,
verhoogd
anemie
Immuunsysteem-
overgevoeligheid
anafylactische
aandoeningen
reactie
Endocriene
hyperprolactinemie
antidiuretisch
aandoeningen
b
hormoonsecretie-
deficiëntie, glucose
in urine
Voedings- en
hyperglykemie,
diabetes mellitusd,
diabetische
waterintoxicatie
stofwisselings-
gewicht verhoogd, hyperinsulinemie,
ketoacidose,
stoornissen
gewicht verlaagd,
gestimuleerde eetlust,
hypoglykemie,
verminderde eetlust anorexie, bloed
polydipsie
triglyceriden verhoogd,
bloed cholesterol
verhoogd
Psychische
Insomni agitatie, depressie, slaapstoornis, manie,
katatonie, verwarde slaapgerelateerde
stoornissen
ae
angst
verminderd libido,
toestand,
eetstoornis
zenuwachtigheid,
somnambulisme,
nachtmerrie
afgestompt affect,
anorgasmie
Zenuwstelselaan-
parkinsonismec,
tardieve dyskinesie,
maligne
diabetisch coma,
doeningen
acathisiec, sedatie/ syncope,
neuroleptica-
titubatie van het
somnolentie,
psychomotorische
syndroom,
hoofd
dystoniec,
hyperactiviteit,
cerebrale ischemie,
duizeligheid,
duizeligheid
niet reagerend op
dyskinesiec, tremor, houdingsafhankelijk,
prikkels,
hoofdpijn
aandachtsstoornis,
bewustzijnsverlies,
dysartrie, dysgeusie,
verminderd
hypo-esthesie,
bewustzijn,
paresthesie
convulsiee,
evenwichts-
stoornis,
coördinatie
afwijkend
gezichtsvermogen
glaucoom,
floppy iris-
wazig, conjunctivitis,
oogbewegings-
syndroom
droog oog
afwijking,
(intraoperatief)
oogrollen,
fotofobie,
traanproductie
verhoogd, oculaire
hyperemie
Evenwichtsorgaan-
vertigo, tinnitus, oorpijn
en ooraandoeningen
Hartaandoeningen

tachycardie
atrioventriculair blok,
atriale fibrillatie,
geleidingsstoornis,
sinusaritmie
elektrocardiogram QT
verlengd, posturele
orthostatische
tachycardie-syndroom,
bradycardie,
elektrocardiogram
abnormaal,
hartkloppingen
Bloedvataandoening
hypertensie
hypotensie,
veneuze trombose, longembolie,
en
orthostatische
overmatig blozen
ischemie
hypotensie
Ademhalingsstelsel-,
hoest,
dyspneu,
slaapapneu-
hyperventilatie,
borstkas- en
neuscongestie
luchtwegcongestie,
syndroom,
aspiratie-
mediastinumaan-
piepen
longstuwing,
pneumonie,
doeningen
faryngolaryngeale pijn, rhonchi
dysfonie
bloedneus
Maagdarmstelsel-
abdominale pijn,
abdominaal ongemak,
pancreatitis,
intestinale
aandoeningen
braken, nausea,
gastro-enteritis,
gezwollen tong,
obstructie, ileus
constipatie, diarree, dysfagie, droge mond,
fecale
dyspepsie, tandpijn flatulentie
incontinentie,
fecaloom, cheilitis
Lever- en
transaminasen
gamma-
geelzucht
galaandoeningen
verhoogd
glutamyltransferase
verhoogd, leverenzym
verhoogd
Huid- en
urticaria, pruritus, rash, geneesmiddeleneru Stevens-Johnson-
onderhuidaandoe-
alopecia, eczeem, droge ptie, hyperkeratose, syndroom/toxisch
ningen
huid, erytheem, acne
hoofdroos
e epidermale
necrolyse, angio-
oedeem,
huidverkleuring,
seborroïsche
dermatitis
Skeletspierstelsel- en
musculoskeletale
bloed
rabdomyolyse,
houding
bindweefselaan-
pijn, rugpijn,
creatinefosfokinase
gewrichtszwelling
afwijkend
doeningen
artralgie
verhoogd,
spierspasmen,
gewrichtsstijfheid,
spierzwakte, nekpijn
Nier- en
urine-incontinentie,
urineretentie
urinewegaan-
pollakisurie, dysurie
doeningen
Zwangerschap,

geneesmiddelont
perinatale periode
wenningsverschij
en puerperium
nselensyndroom,
neonataal (zie
rubriek 4.6)
amenorroe,
erectiele disfunctie,
gevoelige borsten, priapisme
sel- en
galactorroe
ejaculatiestoornis,
bloedaandrang in
borstaandoeningen
menstruatiestoornise,
de borsten,
gynaecomastie,
borstvergroting,
seksuele disfunctie,
vaginale
borstpijn
afscheiding
Algemene
pyrexie, asthenie,
gezichtsoedeem,
hypothermie,
lichaamstemperat
aandoeningen en
vermoeidheid,
oedeeme, lichaams-
koude rillingen,
uur verlaagd,
toedieningsplaats-
injectieplaatsreactie temperatuur verhoogd, dorst,
injectieplaatsnecr
stoornissen
gangafwijking,
geneesmiddel-
ose,
borstkaspijn, ongemak ontwenningsversch injectieplaatsulcu
op de borst, malaise,
ijnselensyndroom, s
induratie
injectieplaatsabces,
injectieplaats-
cellulitis,
injectieplaatscyste,
injectieplaats-
hematoom
Letsels, intoxicaties
vallen
en
verrichtingscomplic
aties
a
De frequentie van bijwerkingen is gekwalificeerd als `niet bekend', omdat ze niet werden waargenomen in klinische
studies met paliperidonpalmitaat. Ze zijn afgeleid van ofwel spontane postmarketingmeldingen waarbij de frequentie
niet kan worden vastgesteld, ofwel van gegevens van klinische studies met en/of postmarketingmeldingen van
risperidon (alle formuleringen) of oraal paliperidon.
b
Zie `Hyperprolactinemie' hieronder.
c
Zie `Extrapiramidale symptomen' hieronder.
d
In placebogecontroleerde studies werd diabetes mellitus gemeld bij 0,32% van de personen die behandeld werden met
éénmaandelijkse injecties met paliperidonpalmitaat, tegenover 0,39% in de placebogroep. De totale incidentie uit alle
klinische studies was 0,65% bij alle personen behandeld met éénmaandelijkse injecties met paliperidonpalmitaat.
e
Insomnia omvat: initiële insomnia, doorslaapstoornis;
Convulsie omvat: grand mal convulsie;
Oedeem omvat:
gegeneraliseerd oedeem, perifeer oedeem, putjesoedeem;
Menstruatiestoornis omvat: verlate menstruatie,
onregelmatige menstruatie, oligomenorroe.
Bijwerkingen gezien bij formuleringen op basis van risperidon
Aangezien paliperidon de actieve metaboliet is van risperidon zijn de bijwerkingenprofielen van deze
stoffen (waaronder zowel de orale als de injecteerbare formuleringen) relevant voor elkaar.
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Anafylactische reactie
Bij patiënten die eerder oraal risperidon of oraal paliperidon konden verdragen, zijn er tijdens
postmarketingervaring zeldzame gevallen van anafylactische reactie gemeld na injectie met de
éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie (zie rubriek 4.4).
Reacties op de injectieplaats
In klinische studies met TREVICTA meldde 5,3% van de deelnemers een toedieningsplaatsreactie.
Geen van deze voorvallen was ernstig of leidde tot stoppen. Op basis van de beoordeling door de
onderzoekers waren induratie, roodheid en zwelling bij 95% van de beoordelingen afwezig of mild.
De pijn op de injectieplaats beoordeeld door de patiënt, met behulp van een visuele analoge schaal,
was gering en nam in de loop van de tijd in intensiteit af.
Extrapiramidale symptomen (EPS)
In de klinische studies met TREVICTA werden acathisie, dyskinesie, dystonie, parkinsonisme en
tremor gemeld bij respectievelijk 3,9%, 0,8%, 0,9%, 3,6% en 1,4% van de deelnemers.
Extrapiramidale symptomen (EPS) omvatten een gepoolde analyse van de volgende termen:
parkinsonisme (omvat extrapiramidale stoornis, extrapiramidale symptomen, aan-uit-fenomeen, ziekte
van Parkinson, parkinsoncrisis, speekselhypersecretie, skeletspierstijfheid, parkinsonisme, kwijlen,
tandradfenomeen, bradykinesie, hypokinesie, maskergelaat, gespannen spieren, akinesie, nekstijfheid,
Gewichtstoename
In de langlopende gerandomiseerde discontinueringsstudie werd voor 10% van de personen in de
TREVICTA-groep en 1% van de personen in de placebogroep een ongewone toename in
lichaamsgewicht van 7% van de dubbelblinde baseline tot het dubbelblinde eindpunt gemeld.
Daarentegen werd een ongewone afname in lichaamsgewicht ( 7%) van de dubbelblinde baseline tot
het dubbelblinde eindpunt gemeld voor 1% van de personen in de TREVICTA-groep en 8% van de
personen in de placebogroep. De gemiddelde veranderingen in lichaamsgewicht van de dubbelblinde
baseline tot het dubbelblinde eindpunt waren respectievelijk +0,94 kg voor de TREVICTA-groep en
-1,28 kg voor de placebogroep.
Hyperprolactinemie
Tijdens de dubbelblinde fase van de langlopende gerandomiseerde discontinueringsstudie werden bij
een hoger percentage mannen en vrouwen in de TREVICTA-groep dan in de placebogroep
verhogingen van prolactine tot boven het referentiebereik (> 13,13 ng/ml bij mannen en > 26,72 ng/ml
bij vrouwen) opgemerkt (respectievelijk 9% vs. 3% en 5% vs. 1%). In de TREVICTA-groep was de
gemiddelde verandering van de dubbelblinde baseline tot het dubbelblinde eindpunt +2,90 ng/ml bij
mannen (vs. -10,26 ng/ml in de placebogroep) en +7,48 ng/ml bij vrouwen (vs. -32,93 ng/ml in de
placebogroep). Eén vrouw (2,4%) in de TREVICTA-groep had de bijwerking amenorroe, terwijl er
geen mogelijk prolactinegerelateerde bijwerkingen werden opgemerkt bij vrouwen in de
placebogroep. In geen van beide groepen waren er mogelijk prolactinegerelateerde bijwerkingen bij
mannen.
Klasse-effecten
QT-verlenging, ventriculaire aritmieën (ventrikelfibrillatie, ventriculaire tachycardie), plotseling
onverklaarbaar overlijden, hartstilstand en torsade de pointes kunnen optreden met antipsychotica.
Gevallen van veneuze trombo-embolie, waaronder gevallen van longembolie en gevallen van
diep-veneuze trombose, zijn gemeld met antipsychotica (frequentie niet bekend).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op
deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden
gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen
te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.
4.9
Overdosering
Symptomen
In het algemeen zijn de verwachte tekenen en symptomen een overdreven uiting van de bekende
effecten van paliperidon, d.w.z. sufheid en sedatie, tachycardie en hypotensie, QT-verlenging en
extrapiramidale symptomen. Torsade de pointes en ventrikelfibrillatie zijn gemeld bij een patiënt na
een overdosering met oraal paliperidon. Bij acute overdosering moet rekening worden gehouden met
de mogelijkheid dat er meerdere geneesmiddelen bij betrokken zijn.
Bij de keuze van de vereiste behandeling en het herstel dient men rekening te houden met de
langdurige werking van het geneesmiddel en de lange eliminatiehalfwaardetijd van paliperidon. Er
bestaat geen specifiek antidotum tegen paliperidon. Er dienen algemene ondersteunende maatregelen
te worden genomen. Zorg ervoor dat de luchtwegen vrij zijn en vrij blijven, en dat de betrokkene
voldoende zuurstof en beademing krijgt.
Er dient onmiddellijk cardiovasculair onderzoek plaats te vinden, bestaande uit een continue
opvolging van mogelijke aritmieën door middel van ECG. Voor de behandeling van hypotensie en
circulatoire collaps dienen geschikte maatregelen te worden genomen zoals intraveneuze toediening
van vocht en/of sympathicomimetica. Bij ernstige extrapiramidale symptomen dienen anticholinergica
te worden toegediend. De patiënt dient onder strikt medisch toezicht en opvolging te blijven tot hij
hersteld is.
5.
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Psycholeptica, overige antipsychotica, ATC-code: N05AX13
TREVICTA bevat een racemisch mengsel van (+)- en (-)-paliperidon.
Werkingsmechanisme
Paliperidon is een selectieve antagonist van monoamine effecten, met farmacologische eigenschappen
die verschillen van de klassieke neuroleptica. Paliperidon bindt sterk aan de serotonerge 5-HT2- en
dopaminerge D2-receptoren. Paliperidon blokkeert ook de alfa-1-adrenerge receptoren en in iets
mindere mate de H1-histaminerge en alfa2-adrenerge receptoren. De farmacologische activiteit van de
(+)- en (-)-paliperidon-enantiomeren is kwalitatief en kwantitatief vergelijkbaar.
Paliperidon bindt niet aan cholinerge receptoren. Hoewel paliperidon een sterke D2-antagonist is, wat
voor zover bekend de symptomen van schizofrenie verlicht, veroorzaakt het in mindere mate
katalepsie en vermindering van de motorische functies dan de klassieke neuroleptica. Het dominante
serotonine-antagonisme van paliperidon kan de neiging tot het veroorzaken van extrapiramidale
bijwerkingen verminderen.
Klinische werkzaamheid
De werkzaamheid van TREVICTA bij de onderhoudsbehandeling van schizofrenie bij personen die
ten minste vier maanden adequaat waren behandeld met de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie - met de laatste twee doses van dezelfde sterkte - werd beoordeeld in één
langlopende gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde discontinueringsstudie en één
langetermijn dubbelblinde non-inferioriteitsstudie met een werkzame controle. Voor beide studies was
de primaire uitkomstmaat gebaseerd op recidivering.
In de langlopende gerandomiseerde discontinueringsstudie werden 506 volwassen personen die
voldeden aan de DSM-IV-criteria voor schizofrenie, opgenomen in de open-label transitiefase en
behandeld met flexibele doses van de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie, toegediend in de
deltaspier of de bilspier (50-150 mg) gedurende 17 weken (dosisaanpassingen vonden plaats in week 5
en week 9). Vervolgens ontvingen in totaal 379 personen tijdens de open-label stabilisatiefase een
eenmalige dosis TREVICTA in ofwel de deltaspier ofwel de bilspier (de dosis bedroeg 3,5 maal de
laatste dosis van de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie). Personen die aan het eind van de
12 weken durende stabilisatiefase als klinisch stabiel werden beschouwd, werden vervolgens 1:1
gerandomiseerd naar TREVICTA of placebo in een dubbelblinde fase met variabele duur (de dosis
TREVICTA was dezelfde als de laatste dosis ontvangen tijdens de stabilisatiefase; deze dosis bleef
Op basis van de eindanalyse (n = 305) ervaarden 42 personen (29,0%) in de placebogroep en
14 personen (8,8%) in de TREVICTA-groep een recidief gedurende de dubbelblinde fase. De hazard
ratio
was 3,81 (95%-BI: 2,08; 6,99) hetgeen een afname van 74% in het risico op een recidief met
TREVICTA aangeeft ten opzichte van placebo. Een Kaplan-Meier-plot van de tijd tot recidief per
behandelgroep is weergegeven in Figuur 1. Tussen de twee behandelgroepen was er een significant
verschil (p < 0,0001) in de tijd tot recidief ten gunste van TREVICTA. De tijd tot recidief voor de
placebogroep (mediaan 395 dagen) was significant korter dan bij de TREVICTA-groep (de mediaan
kon niet worden vastgesteld als gevolg van het lage percentage personen met een recidief [8,8%]).
Figuur 1: Kaplan-Meier-plot van de tijd tot recidief ­ eindanalyse
In de non-inferioriteitsstudie werden 1.429 acuut zieke personen (gemiddelde totale PANSS-score bij
baseline: 85,7) die voldeden aan de DSM-IV criteria voor schizofrenie, geïncludeerd in de open-label
fase en gedurende 17 weken behandeld met de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie. De dosis
kon worden aangepast (d.w.z. 50 mg, 75 mg, 100 mg, of 150 mg) bij de injecties van week 5 en
week 9 en de injectieplaats kon de deltaspier of de bilspier zijn. Van de personen die voldeden aan de
randomisatiecriteria in week 14 en week 17 werden er 1.016 gerandomiseerd in een verhouding 1:1
om door te gaan gedurende 48 weken op maandelijkse injecties van de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie of te switchen naar TREVICTA in een dosis 3,5 maal de dosis van de
éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie van week 9 en week 13. Deelnemers kregen eenmaal per
3 maanden TREVICTA en kregen de overige maanden placebo-injecties om de blindering in stand te
houden. Het primaire eindpunt voor werkzaamheid van de studie was het percentage personen dat aan
het eind van de 48 weken durende dubbelblinde fase geen recidief had, op basis van de Kaplan-Meier
schatting na 48 weken (TREVICTA: 91,2%, éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie: 90,0%).
De mediane tijd tot recidief kon in geen van beide groepen worden geschat als gevolg van het lage
percentage personen met een recidief. Het verschil (95%-BI) tussen de behandelgroepen was 1,2%
(-2,7%, 5,1%), zodat aan het non-inferioriteitscriterium op basis van een marge van -10% was
voldaan. De TREVICTA-behandelgroep was dus non-inferieur aan de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie. Verbeteringen in het functioneren, zoals gemeten met de Personal and
Figuur 2: Kaplan-Meier-plot van de tijd tot recidief, waarbij TREVICTA en de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie worden vergeleken
De werkzaamheidsresultaten waren in beide studies consistent over de populatiesubgroepen (geslacht,
leeftijd en ras).
Pediatrische patiënten
Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten af te zien van de verplichting voor de fabrikant
om de resultaten in te dienen van onderzoek met TREVICTA in alle subgroepen van pediatrische
patiënten met schizofrenie (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).
5.2
Farmacokinetische eigenschappen
Absorptie en distributie
Vanwege zijn extreem lage oplosbaarheid in water lost de driemaandelijkse formulering van
paliperidonpalmitaat langzaam op na intramusculaire injectie voordat het wordt gehydrolyseerd tot
paliperidon en wordt geabsorbeerd in de systemische circulatie. De afgifte van de werkzame stof
begint al op dag 1 en duurt tot wel 18 maanden.
De data die in deze paragraaf gepresenteerd worden, zijn gebaseerd op een populatiefarmacokinetische
analyse. Na een eenmalige intramusculaire dosis TREVICTA stijgt de plasmaconcentratie van
paliperidon geleidelijk tot een maximale plasmaconcentratie met een mediane Tmax van 30-33 dagen.
Na intramusculaire injectie van TREVICTA in doses van 175-525 mg in de deltaspier werd gemiddeld
een 11-12% hogere Cmax waargenomen in vergelijking met injectie in de bilspier. Het afgifteprofiel en
doseringsschema van TREVICTA resulteert in langdurige therapeutische concentraties. De totale
blootstelling van paliperidon na toediening van TREVICTA was evenredig met de dosis over een
dosisbereik van 175-525 mg, en bijna dosisevenredig voor de Cmax. De gemiddelde steady-state
piek-dalratio voor een TREVICTA-dosis bedroeg 1,6 na toediening in de bilspier en 1,7 na toediening
in de deltaspier.
De plasma-eiwitbinding van racemisch paliperidon is 74%.
Biotransformatie en eliminatie
In een studie met oraal 14C-paliperidon met onmiddellijke afgifte, werd één week na orale inname van
één enkele dosis van 1 mg 14C-paliperidon met onmiddellijke afgifte 59% van de dosis onveranderd in
de urine uitgescheiden. Dit toont aan dat paliperidon geen uitgebreide metabolisatie in de lever
ondergaat. Van de toegediende radioactiviteit werd ongeveer 80% in de urine teruggevonden en 11%
in de feces. In vivo zijn vier afbraakroutes gevonden: dealkylering, hydroxylering, dehydrogenering,
en benzisoxazol-splitsing. Geen van deze routes is verantwoordelijk voor afbraak van meer dan 10%
van de dosis. Hoewel in vitro-studies doen vermoeden dat CYP2D6 en CYP3A4 een rol spelen bij de
afbraak van paliperidon, is er geen bewijs in vivo dat deze iso-enzymen een belangrijke rol spelen bij
de afbraak van paliperidon. Populatiefarmacokinetische analyses toonden na toediening van oraal
paliperidon geen detecteerbare verschillen aan in de schijnbare klaring van paliperidon tussen snelle
en trage metaboliseerders van CYP2D6-substraten. In vitro-studies met microsomen uit de lever van
de mens toonden aan dat paliperidon de afbraak van geneesmiddelen die via de iso-enzymen van
cytochroom-P450 (waaronder CYP1A2, CYP2A6, CYP2C8/9/10, CYP2D6, CYP2E1, CYP3A4 en
CYP3A5) worden gemetaboliseerd, niet in aanzienlijke mate remt.
In vitro-studies hebben aangetoond dat paliperidon een substraat is van P-gp en een zwakke remmer
van P-gp in hoge concentraties. Er zijn geen in vivo-gegevens beschikbaar en de klinische relevantie is
niet bekend.
Op basis van de populatiefarmacokinetische analyse varieerde de mediane schijnbare halfwaardetijd
van paliperidon na toediening van TREVICTA in een dosis tussen 175 mg en 525 mg van 84 tot
95 dagen na injecties in de deltaspier en van 118 tot 139 dagen na injecties in de bilspier.
Langwerkende driemaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie versus andere formuleringen van
paliperidon
TREVICTA is ontwikkeld voor het afgeven van paliperidon over een periode van 3 maanden, terwijl
de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie eenmaal per maand wordt toegediend. Als
TREVICTA wordt toegediend in doseringen die 3,5 maal zo hoog zijn als de overeenkomstige dosis
van de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie (zie rubriek 4.2), resulteert dat in blootstellingen
aan paliperidon die vergelijkbaar zijn met blootstellingen die worden verkregen met de
overeenkomstige maandelijkse doses van de éénmaandelijkse paliperidonpalmitaatinjectie en de
overeenkomstige eenmaaldaagse doses van paliperidontabletten met verlengde afgifte. Het
blootstellingsbereik voor TREVICTA ligt binnen het blootstellingsbereik voor de goedgekeurde
dosissterktes van paliperidontabletten met verlengde afgifte.
Leverinsufficiëntie
Paliperidon wordt niet in uitgebreide mate gemetaboliseerd in de lever. Hoewel TREVICTA niet werd
onderzocht bij patiënten met leverinsufficiëntie, is een dosisaanpassing bij patiënten met milde of
matige leverinsufficiëntie niet nodig. In een studie met oraal paliperidon bij personen met matige
leverinsufficiëntie (Child-Pugh klasse B) waren de plasmaconcentraties van het vrije paliperidon
vergelijkbaar met die bij gezonde personen. Paliperidon is niet onderzocht bij patiënten met ernstige
leverinsufficiëntie.
Nierinsufficiëntie
TREVICTA is niet systematisch onderzocht bij patiënten met nierinsufficiëntie. Het gebruik van een
eenmalige orale tablet paliperidon 3 mg met verlengde afgifte werd onderzocht bij personen met
verschillende gradaties van nierfunctie. Eliminatie van paliperidon verminderde bij afnemende
geschatte creatinineklaring. De totale klaring van paliperidon bij personen met een verminderde
nierfunctie bleek gemiddeld met 32% afgenomen bij milde (CrCl = 50 tot < 80 ml/min), met 64% bij
Ouderen
Een populatiefarmacokinetische analyse toonde geen bewijs van leeftijdgerelateerde
farmacokinetische verschillen.
Body mass index (BMI)/lichaamsgewicht
Bij personen met overgewicht of obesitas werd een lagere Cmax waargenomen. Bij de schijnbare
steady-state met TREVICTA waren de dalconcentraties vergelijkbaar tussen personen met een
normaal gewicht, met overgewicht en met obesitas.
Ras
Populatiefarmacokinetische analyse toonde geen bewijs voor verschillen in de farmacokinetiek met
betrekking tot het ras.
Geslacht
Populatiefarmacokinetische analyse toonde geen bewijs voor verschillen in de farmacokinetiek met
betrekking tot het geslacht.
Rookgedrag
Op basis van in vitro-studies met enzymen uit de menselijke lever blijkt paliperidon geen substraat
voor CYP1A2; roken zou daarom geen effect hebben op de farmacokinetiek van paliperidon. Het
effect van roken op de farmacokinetiek van paliperidon werd met TREVICTA niet bestudeerd. Een
populatiefarmacokinetische analyse op basis van gegevens met orale paliperidontabletten met
verlengde afgifte toonde bij rokers een iets lagere blootstelling aan paliperidon dan bij niet-rokers. Het
is echter niet waarschijnlijk dat dit verschil klinisch relevant is.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Toxiciteitsstudies met herhaalde toediening van intramusculair geïnjecteerd paliperidonpalmitaat (de
éénmaandelijkse formulering) en oraal toegediende paliperidon bij ratten en honden hebben
voornamelijk farmacologische effecten aangetoond, zoals sedatie en prolactinegemedieerde effecten
op de borstklieren en de genitaliën. Bij dieren die werden behandeld met paliperidonpalmitaat werd
een ontstekingsreactie gezien op de plaats van de intramusculaire injectie. Nu en dan trad
abcesvorming op.
In reproductiestudies bij de rat met oraal risperidon, dat bij de rat en de mens in sterke mate wordt
omgezet in paliperidon, werden bijwerkingen gezien op het geboortegewicht en de overleving van de
nakomelingen. Er werd geen embryotoxiciteit of misvorming gezien na intramusculaire toediening van
paliperidonpalmitaat aan zwangere ratten tot de hoogste dosis (160 mg/kg/dag), wat overeenkomt met
2,2 keer het blootstellingsniveau bij de mens met de maximaal aanbevolen dosis van 525 mg. Andere
dopamine-antagonisten hebben bij toediening aan zwangere dieren negatieve effecten veroorzaakt op
het leervermogen en de motorische ontwikkeling van de nakomelingen.
Paliperidonpalmitaat en paliperidon waren niet genotoxisch. Bij carcinogeniteitsonderzoek met oraal
risperidon bij ratten en muizen werd een toename gezien van hypofyse-adenomen (bij muizen),
endocriene pancreasadenomen (bij ratten) en adenomen van de borstklieren (bij beide soorten). De
carcinogene potentie van intramusculair geïnjecteerd paliperidonpalmitaat werd beoordeeld bij ratten.
Er was een statistisch significante toename in borstklieradenomen bij vrouwelijke ratten met 10, 30 en
60 mg/kg/maand. Mannelijke ratten lieten een statistisch significante stijging zien in
6.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1
Lijst van hulpstoffen
Polysorbaat 20
Polyethyleenglycol 4000
Citroenzuurmonohydraat
Natriumdiwaterstoffosfaatmonohydraat
Natriumhydroxide (voor pH-regulering)
Water voor injecties
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Dit geneesmiddel mag niet gemengd worden met andere geneesmiddelen.
6.3
Houdbaarheid
2 jaar
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
Voorgevulde spuit (cyclisch-olefine-copolymeer) met een zuigerstop, eindstop en dop
(broombutylrubber) met een dunwandige 22G 1½-inch veiligheidsnaald (0,72 mm x 38,1 mm) en een
dunwandige 22G 1-inch veiligheidsnaald (0,72 mm x 25,4 mm).
Verpakkingsgroottes:
1 verpakking bevat 1 voorgevulde spuit en 2 naalden.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
Volledige instructies voor het gebruik en het hanteren van TREVICTA worden gegeven in de
bijsluiter (zie Informatie bedoeld voor medische beroepsbeoefenaren of hulpverleners in de
gezondheidszorg
).
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Janssen-Cilag International NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/14/971/007
EU/1/14/971/008
EU/1/14/971/009
EU/1/14/971/010
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN
DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 05 december 2014
Datum van laatste verlenging:
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.
A.
FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE
B.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN
LEVERING EN GEBRUIK

C.
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE
HOUDER VAN DE HANDELSVERGUNNING MOETEN
WORDEN NAGEKOMEN

D.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET BETREKKING
TOT EEN VEILIG EN DOELTREFFEND GEBRUIK VAN HET
GENEESMIDDEL

FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE
Naam en adres van de fabrikant verantwoordelijk voor vrijgifte
Janssen Pharmaceutica NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
B.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN LEVERING EN
GEBRUIK

Aan medisch voorschrift onderworpen geneesmiddel.
C.
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE HOUDER VAN DE
HANDELSVERGUNNING MOETEN WORDEN NAGEKOMEN

Periodieke veiligheidsverslagen
De vereisten voor de indiening van periodieke veiligheidsverslagen worden vermeld in de lijst met
Europese referentie data (EURD-lijst), waarin voorzien wordt in artikel 107c, onder punt 7 van
Richtlijn 2001/83/EG en eventuele hierop volgende aanpassingen gepubliceerd op het Europese
webportaal voor geneesmiddelen.
D.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET BETREKKING TOT EEN VEILIG EN
DOELTREFFEND GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL


Risk Management plan (RMP)
De vergunninghouder voert de verplichte onderzoeken en maatregelen uit ten behoeve van de
geneesmiddelenbewaking, zoals uitgewerkt in het overeengekomen RMP en weergegeven in module
1.8.2 van de handelsvergunning, en in eventuele daaropvolgende overeengekomen
RMP-aanpassingen.
Een aanpassing van het RMP wordt ingediend:
op verzoek van het Europees Geneesmiddelenbureau;
steeds wanneer het risicomanagementsysteem gewijzigd wordt, met name als gevolg van het
beschikbaar komen van nieuwe informatie die kan leiden tot een belangrijke wijziging van de
bestaande verhouding tussen de voordelen en risico's of nadat een belangrijke mijlpaal (voor
geneesmiddelenbewaking of voor beperking van de risico's tot een minimum) is bereikt.
ETIKETTERING EN BIJSLUITER
KARTONNEN DOOS
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
TREVICTA 175 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
paliperidon
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke voorgevulde spuit bevat paliperidonpalmitaat, equivalent aan 175 mg paliperidon.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: polysorbaat 20, polyethyleenglycol 4000, citroenzuurmonohydraat,
natriumdiwaterstoffosfaatmonohydraat, natriumhydroxide, water voor injecties.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Suspensie voor injectie met verlengde afgifte
1 voorgevulde spuit
2 naalden
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Intramusculair gebruik.
Elke 3 maanden toedienen
De spuit minstens 15 seconden krachtig schudden
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN

Janssen-Cilag International NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/14/971/007
13.
PARTIJNUMMER
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
trevicta 175 mg
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
PC
SN
NN
VOORGEVULDE SPUIT
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
TREVICTA 175 mg injectievloeistof
paliperidon
IM
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
Krachtig schudden
3.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
4.
PARTIJNUMMER
Lot
5.
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
175 mg
6.
OVERIGE
KARTONNEN DOOS
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
TREVICTA 263 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
paliperidon
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke voorgevulde spuit bevat paliperidonpalmitaat, equivalent aan 263 mg paliperidon.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: polysorbaat 20, polyethyleenglycol 4000, citroenzuurmonohydraat,
natriumdiwaterstoffosfaatmonohydraat, natriumhydroxide, water voor injecties.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Suspensie voor injectie met verlengde afgifte
1 voorgevulde spuit
2 naalden
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Intramusculair gebruik.
Elke 3 maanden toedienen
De spuit minstens 15 seconden krachtig schudden
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN

Janssen-Cilag International NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/14/971/008
13.
PARTIJNUMMER
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
trevicta 263 mg
17. UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
PC
SN
NN
VOORGEVULDE SPUIT
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
TREVICTA 263 mg injectievloeistof
paliperidon
IM
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
Krachtig schudden
3.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
4.
PARTIJNUMMER
Lot
5.
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
263 mg
6.
OVERIGE
KARTONNEN DOOS
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
TREVICTA 350 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
paliperidon
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke voorgevulde spuit bevat paliperidonpalmitaat, equivalent aan 350 mg paliperidon.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: polysorbaat 20, polyethyleenglycol 4000, citroenzuurmonohydraat,
natriumdiwaterstoffosfaatmonohydraat, natriumhydroxide, water voor injecties.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Suspensie voor injectie met verlengde afgifte
1 voorgevulde spuit
2 naalden
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Intramusculair gebruik.
Elke 3 maanden toedienen
De spuit minstens 15 seconden krachtig schudden
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
10. BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN

Janssen-Cilag International NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/14/971/009
13.
PARTIJNUMMER
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
trevicta 350 mg
17. UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
PC
SN
NN
VOORGEVULDE SPUIT
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
TREVICTA 350 mg injectievloeistof
paliperidon
IM
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
Krachtig schudden
3.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
4.
PARTIJNUMMER
Lot
5.
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
350 mg
6.
OVERIGE
KARTONNEN DOOS
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
TREVICTA 525 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
paliperidon
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke voorgevulde spuit bevat paliperidonpalmitaat, equivalent aan 525 mg paliperidon.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: polysorbaat 20, polyethyleenglycol 4000, citroenzuurmonohydraat,
natriumdiwaterstoffosfaatmonohydraat, natriumhydroxide, water voor injecties.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Suspensie voor injectie met verlengde afgifte
1 voorgevulde spuit
2 naalden
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Intramusculair gebruik.
Elke 3 maanden toedienen
De spuit minstens 15 seconden krachtig schudden
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN

Janssen-Cilag International NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/14/971/010
13.
PARTIJNUMMER
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
trevicta 525 mg
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
PC
SN
NN
VOORGEVULDE SPUIT
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
TREVICTA 525 mg injectievloeistof
paliperidon
IM
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
Krachtig schudden
3.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
4.
PARTIJNUMMER
Lot
5.
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
525 mg
6.
OVERIGE
TREVICTA 175 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
TREVICTA 263 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
TREVICTA 350 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte
TREVICTA 525 mg suspensie voor injectie met verlengde afgifte

paliperidon
Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke
informatie in voor u.
-
Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
- Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
- Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die
niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
Inhoud van deze bijsluiter
1.
Wat is TREVICTA en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
3.
Hoe gebruikt u dit middel?
4.
Mogelijke bijwerkingen
5.
Hoe bewaart u dit middel?
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
1.
Wat is TREVICTA en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
TREVICTA bevat de werkzame stof paliperidon, die behoort tot de klasse van antipsychotica en wordt
gebruikt als onderhoudsbehandeling voor de symptomen van schizofrenie bij volwassen patiënten.
Als is gebleken dat u goed reageerde op behandeling met éénmaandelijkse injecties met
paliperidonpalmitaat, kan uw arts een behandeling met TREVICTA starten.
Schizofrenie is een aandoening met `positieve' en `negatieve' symptomen. Positief betekent een
overmaat aan symptomen die normaal niet aanwezig zijn. Een persoon met schizofrenie kan
bijvoorbeeld stemmen horen of dingen ervaren die er niet zijn (hallucinaties genoemd), dingen
geloven die niet waar zijn (waanideeën genoemd) of ongewoon achterdochtig zijn naar anderen.
Negatief betekent het ontbreken van gedragingen of gevoelens die normaal wel aanwezig zijn. Iemand
met schizofrenie kan bijvoorbeeld teruggetrokken zijn en emotioneel niet reageren of kan moeite
hebben met duidelijk en logisch spreken. Mensen met deze aandoening kunnen zich ook depressief,
angstig, schuldig of gespannen voelen.
TREVICTA kan de symptomen van uw aandoening helpen verlichten en de kans verminderen dat uw
symptomen terugkeren (terugval).
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
-
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in
rubriek 6.
- U bent allergisch voor een ander antipsychotisch geneesmiddel dat de stof risperidon bevat.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt.
Dit geneesmiddel is niet onderzocht bij oudere patiënten met dementie. Oudere patiënten met
dementie die met andere vergelijkbare geneesmiddelen worden behandeld, kunnen echter een
verhoogd risico hebben op een beroerte of op overlijden (zie rubriek 4).
- als u de ziekte van Parkinson heeft;
- als bij u ooit eerder een aandoening is vastgesteld met symptomen als een verhoogde
temperatuur en stijve spieren (ook bekend als maligne neurolepticasyndroom);
- als u ooit eerder last had van trekkende of schokkende bewegingen in uw gezicht, uw tong of
andere lichaamsdelen, die u niet onder controle heeft (tardieve dyskinesie)
- als u weet dat u in het verleden weinig witte bloedcellen heeft gehad (wat al of niet veroorzaakt
kan zijn geweest door andere geneesmiddelen);
- als u suikerziekte heeft (diabetes mellitus) of een verhoogd risico daarop;
- als u borstkanker heeft gehad of een tumor in de hypofyse in de hersenen;
- als u een hartziekte heeft of een behandeling daarvoor krijgt, waardoor bij u de kans groter is op
een lage bloeddruk;
- als u een lage bloeddruk heeft wanneer u plotseling gaat staan of rechtop gaat zitten;
- als u in het verleden epileptische aanvallen heeft gehad;
- als u nierproblemen heeft;
- als u leverproblemen heeft;
- als u een aanhoudende en/of pijnlijke erectie heeft;
- als u problemen heeft om de normale lichaamstemperatuur onder controle te houden of last
heeft van te hoge lichaamstemperatuur;
- als u een abnormaal hoog gehalte van het hormoon prolactine in uw bloed heeft of als u een
tumor heeft die mogelijk afhankelijk is van prolactine;
- als u of iemand anders in uw familie wel eens trombose (bloedpropjes) heeft gehad, omdat het
gebruik van antipsychotica in verband wordt gebracht met het ontstaan van trombose.
Als u een van deze aandoeningen heeft, overleg dan met uw arts. Het kan zijn dat deze uw dosis wil
aanpassen of u enige tijd wil opvolgen.
Aangezien bij patiënten die dit geneesmiddel gebruikten in zeer zeldzame gevallen gevaarlijk lage
aantallen zijn gezien van een bepaald type witte bloedcellen, die nodig zijn om infecties in uw bloed te
bestrijden, kan het zijn dat uw arts bij u het aantal witte bloedcellen zal controleren.
Zelfs als u eerder wel oraal paliperidon of risperidon goed verdragen heeft, kan er in zeldzame
gevallen een allergische reactie optreden nadat u injecties met TREVICTA heeft gekregen. Zoek direct
medische hulp als u last krijgt van huiduitslag, zwelling van uw keel, jeuk of problemen met ademen,
want dit kunnen tekenen zijn van een ernstige allergische reactie.
Dit geneesmiddel kan ervoor zorgen dat uw lichaamsgewicht toeneemt. Aanzienlijke gewichtstoename
kan schadelijk zijn voor uw gezondheid. Uw arts dient u regelmatig te wegen.
Aangezien bij patiënten die dit geneesmiddel gebruikten diabetes mellitus of verergering van reeds
bestaande diabetes mellitus is gezien, moet uw arts u controleren op tekenen van te veel suiker in uw
bloed. Bij patiënten met reeds bestaande diabetes mellitus moet de bloedsuikerspiegel regelmatig
gecontroleerd worden.
Aangezien dit geneesmiddel de drang tot braken kan verminderen, bestaat er een kans dat de normale
reactie van het lichaam op inslikken van giftige stoffen of andere medische aandoeningen wordt
gemaskeerd.
Tijdens een operatie aan het oog vanwege vertroebeling van de lens (staar of cataract), kan het zijn dat
de pupil (het zwart gekleurde cirkeltje in het midden van uw oog) niet groot genoeg wordt. Ook kan de
iris (het gekleurde deel van het oog) tijdens de operatie slap worden en dat kan tot schade aan het oog
Kinderen en jongeren tot 18 jaar
Gebruik dit geneesmiddel niet bij kinderen en jongeren tot 18 jaar. Het is niet bekend of het bij deze
patiënten veilig is en of het wel werkt.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast TREVICTA nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat
de mogelijkheid dat u binnenkort andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts.
Bij het gebruik van dit geneesmiddel met carbamazepine (een geneesmiddel tegen epilepsie en om de
gemoedstoestand te stabiliseren) kan het zijn dat uw dosis van dit geneesmiddel aangepast moet
worden.
Aangezien dit geneesmiddel voornamelijk in de hersenen werkzaam is, kan het gebruik van andere
geneesmiddelen die in de hersenen werken, zoals andere psychiatrische geneesmiddelen, opioïden
(morfine-achtige pijnstillers), antihistaminica en slaapmiddelen, de bijwerkingen zoals slaperigheid of
andere effecten op de hersenen verergeren.
Aangezien dit geneesmiddel de bloeddruk kan verlagen, moet men voorzichtig zijn als dit
geneesmiddel wordt gebruikt in combinatie met andere geneesmiddelen die de bloeddruk verlagen.
Dit geneesmiddel kan het effect van geneesmiddelen tegen de ziekte van Parkinson en tegen `rusteloze
benen' verminderen (bijv. levodopa).
Dit geneesmiddel kan afwijkingen op het elektrocardiogram (ECG) veroorzaken die zich manifesteren
als een lange tijdsduur waarmee een elektrische impuls door een bepaald deel van het hart gaat
('QT-verlenging'). Andere geneesmiddelen met dit effect zijn middelen voor de behandeling van
hartritmestoornissen, voor de behandeling van infecties en andere antipsychotica.
Als u in het verleden epileptische aanvallen heeft gehad, kan dit geneesmiddel de kans dat u deze
opnieuw krijgt, vergroten. Andere geneesmiddelen met dit effect zijn bepaalde middelen voor de
behandeling van depressie, voor de behandeling van infecties en andere antipsychotica.
TREVICTA dient voorzichtig te worden gebruikt met geneesmiddelen die de activiteit van het
centrale zenuwstelsel versterken (psychostimulantia, zoals methylfenidaat).
TREVICTA en alcohol
Het gebruik van alcohol moet worden vermeden.
Zwangerschap en borstvoeding
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan
contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt. Gebruik dit geneesmiddel
niet als u zwanger bent, tenzij u dit met uw arts heeft afgesproken. De volgende symptomen kunnen
optreden bij pasgeboren baby's van moeders die paliperidon in het laatste trimester (laatste drie
maanden van hun zwangerschap) hebben gebruikt: trillen, stijve en/of zwakke spieren, slaperigheid,
opwinding, ademhalingsproblemen en problemen met voeden. Als uw baby last krijgt van een van
deze symptomen, ga dan met uw baby naar een arts.
Dit geneesmiddel kan via de moedermelk aan de baby overgedragen worden en kan schadelijk zijn
voor de baby. Daarom mag u geen borstvoeding geven tijdens het gebruik van dit geneesmiddel.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Tijdens behandeling met dit geneesmiddel kunnen duizeligheid, extreme vermoeidheid en problemen
met het zien optreden (zie rubriek 4). Houd hier rekening mee in situaties waarin volledige
waakzaamheid nodig is, bijvoorbeeld bij het autorijden of het bedienen van machines.
3.
Hoe gebruikt u dit middel?
Dit geneesmiddel wordt door uw arts of andere zorgverlener toegediend. Uw arts vertelt u wanneer u
uw volgende injectie moet krijgen. Het is belangrijk dat u uw geplande injectie niet overslaat. Als u de
afspraak met uw arts niet kunt nakomen, moet u hem of haar direct bellen zodat zo snel mogelijk een
andere afspraak kan worden gemaakt.
U krijgt eenmaal per 3 maanden een injectie met TREVICTA in de bovenarm of in de bil.
Afhankelijk van uw symptomen kan uw arts de hoeveelheid van het geneesmiddel dat u krijgt
verhogen of verlagen bij uw volgende geplande injectie.
Patiënten met nierproblemen
Als u lichte nierproblemen heeft, zal uw arts de juiste dosis van TREVICTA vaststellen op basis van
de dosis van de eerdere injecties met paliperidonpalmitaat die u eenmaal per maand kreeg. Als u
matige tot ernstige nierproblemen heeft, mag u dit geneesmiddel niet gebruiken.
Ouderen
Uw arts zal uw dosis van dit geneesmiddel vaststellen als uw nieren minder goed werken.
Heeft u te veel van dit middel gekregen?
Dit geneesmiddel wordt onder medisch toezicht toegediend; het is daarom onwaarschijnlijk dat u te
veel zou krijgen.
Bij patiënten die te veel paliperidon toegediend hebben gekregen, kunnen de volgende symptomen
voorkomen:
slaperigheid of verminderd bewustzijn (sedatie), snelle hartslag, lage bloeddruk, een afwijkend
elektrocardiogram (registratie van de elektrische geleiding van het hart) of langzame of abnormale
bewegingen van het gezicht, het lichaam, de armen of de benen.
Als u stopt met het gebruik van dit middel
Als u geen injecties meer krijgt, kunnen uw symptomen van schizofrenie na een tijd opnieuw erger
worden. Stop nooit met dit geneesmiddel, tenzij uw arts u dit heeft aangeraden.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts
of apotheker.
4.
Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen
daarmee te maken.
Vertel het uw arts onmiddellijk als u het volgende opmerkt:

vorming van bloedstolsels (bloedklonters) in de aderen, vooral in de benen (symptomen zijn
onder andere zwelling, pijn en roodheid van het been), die via de bloedvaten in de longen
terecht kunnen komen, wat pijn op de borst en ademhalingsmoeilijkheden veroorzaakt.
Raadpleeg onmiddellijk een arts als u een of meer van deze symptomen opmerkt.
u heeft dementie en merkt dat uw geestelijke toestand plotseling verandert of dat u plotseling
last krijgt van zwakte of een verdoofd gevoel van uw gezicht, armen of benen, in het bijzonder
u krijgt last van koorts, stijve spieren, zweten of een verminderd bewustzijn (een stoornis die
`maligne neurolepticasyndroom' wordt genoemd). Het kan zijn dat u onmiddellijk moet worden
behandeld door een arts.
u bent een man en heeft een langdurige of pijnlijke erectie. Dit heet priapisme. Het kan zijn dat
u onmiddellijk moet worden behandeld door een arts.
u krijgt last van onwillekeurige ritmische bewegingen van de tong, de mond of het gezicht. Het
kan zijn dat u moet stoppen met paliperidon.
u krijgt last van een ernstige allergische reactie, die u herkent aan koorts, zwelling van de mond,
het gezicht, de lip(pen) of de tong, benauwdheid, jeuk, huiduitslag en soms daling van de
bloeddruk (die tot een anafylactische reactie kan leiden). Ook als u voorheen oraal risperidon of
oraal paliperidon goed heeft verdragen, kunnen er na injecties met paliperidon toch in zeldzame
gevallen allergische reacties optreden.
als er bij u een oogoperatie wordt gepland, zorg er dan voor dat u de oogchirurg vertelt dat u dit
geneesmiddel gebruikt. Tijdens een oogoperatie voor vertroebeling van de lens (staar of
cataract), kan het zijn dat de iris (het gekleurde deel van het oog) tijdens de operatie slap wordt
(bekend als `floppy iris-syndroom') en dat kan tot schade aan het oog leiden.
u weet dat u een gevaarlijke vermindering van het type witte bloedcellen heeft die helpen u te
beschermen tegen infectie in uw bloed.
De volgende bijwerkingen kunnen optreden:
Zeer vaak voorkomende bijwerkingen: kunnen meer dan 1 op de 10 personen treffen

moeilijk in slaap vallen of doorslapen.
Vaak voorkomende bijwerkingen: kunnen maximaal 1 op de 10 personen treffen

symptomen van gewone verkoudheid, urineweginfectie, grieperig gevoel
TREVICTA kan de hoeveelheid van een hormoon met de naam prolactine verhogen, wat kan
worden aangetoond met een bloedonderzoek (dit kan wel of niet symptomen veroorzaken). Als
er symptomen van een hoog prolactinegehalte optreden, kan dit bij mannen gaan om: zwelling
van de borsten, moeilijk een erectie kunnen krijgen of houden of andere seksuele stoornissen.
Bij vrouwen kan het gaan om: vervelend gevoel in de borsten, lekken van melk uit de borsten,
overgeslagen menstruaties of andere problemen met uw cyclus
hoge hoeveelheid suiker in het bloed, gewichtstoename, gewichtsverlies, verminderde eetlust
prikkelbaarheid, depressie, angst
een rusteloos gevoel
parkinsonisme. Deze aandoening kan omvatten: langzame of verslechterde beweging, gevoel
van stijve of gespannen spieren (waardoor uw bewegingen schokkerig worden) en soms zelfs
een gevoel dat een beweging even `bevriest' en dan opnieuw begint. Andere tekenen van
parkinsonisme zijn: langzaam, schuifelend lopen, trillen als u verder niet beweegt, versterkte
speekselvloed en/of kwijlen en verlies van gelaatsuitdrukking.
rusteloosheid, gevoel van slaperigheid of verminderde waakzaamheid
dystonie: dit is een aandoening waarbij de spieren langzaam of aanhoudend onwillekeurig
samentrekken. Hoewel het in elk lichaamsdeel kan optreden (en kan leiden tot een abnormale
houding), treft dystonie vaak de spieren van het gezicht, met abnormale bewegingen van de
ogen, de mond, de tong of de kaak
duizeligheid
dyskinesie: dit is een aandoening met onwillekeurige spierbewegingen en deze kan herhaalde,
spastische, kronkelende of trekkende bewegingen inhouden
trillen (schudden)
hoofdpijn
snelle hartslag
hoge bloeddruk
hoest, verstopte neus
pijn in de buik, braken, misselijkheid, verstopping, diarree, stoornis in de spijsvertering,
tandpijn
verhoogde levertransaminasen in uw bloed
botpijn of spierpijn, rugpijn, gewrichtspijn
uitblijven van menstruatie, lekken van melk uit de borsten
koorts, zwakte, vermoeidheid
een reactie op de injectieplaats waaronder jeuk, pijn of zwelling.
Soms voorkomende bijwerkingen: kunnen maximaal 1 op de 100 personen treffen

longontsteking, infectie van de borst (bronchitis), luchtweginfectie, infectie van de
neusbijholtes, blaasinfectie, oorinfectie, ontstoken amandelen, schimmelinfectie van de nagels,
huidinfectie
verlaagd aantal witte bloedcellen, vermindering van het type witte bloedcellen die helpen u te
beschermen tegen infectie, verlaagd aantal bloedplaatjes (bloedcellen die helpen bij het stoppen
van een bloeding), bloedarmoede
allergische reactie
diabetes of het verergeren van diabetes, toename van insuline in uw bloed (een hormoon dat de
hoeveelheid suiker in uw bloed reguleert)
verhoogde eetlust
verlies van eetlust leidend tot ondervoeding en laag lichaamsgewicht
hoge hoeveelheid triglyceriden (een soort vet) in het bloed, verhoogd cholesterol in uw bloed
slaapstoornis, opgetogen stemming (manie), verminderde seksuele drift, zenuwachtigheid,
nachtmerries
tardieve dyskinesie (trekkerige of schokkerige, niet te beheersen bewegingen in uw gezicht,
tong of andere lichaamsdelen). Zeg het onmiddellijk tegen uw arts als u onwillekeurige
ritmische bewegingen van uw tong, mond en gezicht ervaart. Het kan dan nodig zijn te stoppen
met dit geneesmiddel.
flauwvallen, een rusteloze drang om lichaamsdelen te bewegen, duizeligheid bij het rechtop
gaan staan, aandachtsstoornis, spraakproblemen, smaakverlies of abnormale smaak, verminderd
gevoel van de huid voor pijn en aanraking, een tintelend, prikkelend of verdoofd gevoel van de
huid
wazig zien, ooginfectie of -bindvliesontsteking, droog oog
draaierig gevoel (vertigo), oorsuizen, oorpijn
een onderbreking van de elektrische geleiding tussen het bovenste en onderste deel van het hart,
abnormale elektrische geleiding van het hart, verlenging van het QT-interval van uw hart, snelle
hartslag bij het rechtop gaan staan, vertraagde hartslag, abnormale elektrische registratie van het
hart (elektrocardiogram of ECG), een fladderend of bonzend gevoel in uw borst
(hartkloppingen)
lage bloeddruk, lage bloeddruk bij het rechtop gaan staan (daardoor kunnen sommige mensen
die dit geneesmiddel gebruiken zich licht in het hoofd of duizelig voelen, of kunnen ze
flauwvallen als ze plotseling rechtop gaan staan of zitten)
kortademigheid, verstopping van de luchtwegen, piepen, keelpijn, neusbloedingen
ongemak in de buik, maag- of darminfectie, moeite met slikken, droge mond, overmatige
darmgassen of winderigheid
verhoogd GGT (een leverenzym met de naam gamma-glutamyltransferase) in uw bloed,
verhoogde leverenzymen in uw bloed
galbulten (of netelroos), jeuk, huiduitslag, haarverlies, eczeem, droge huid, rode huid, puistjes
verhoging van CPK (creatinefosfokinase) in uw bloed (dat is een enzym dat soms wordt
afgegeven als spieren worden afgebroken), spierkrampen, stijve gewrichten, spierzwakte,
nekpijn
incontinentie (niet kunnen ophouden) van urine, vaak moeten plassen, pijn bij het plassen
erectiestoornis, stoornis met de zaadlozing, uitblijven van menstruatie of andere problemen met
uw cyclus (bij vrouwen), ontwikkeling van borsten bij mannen, seksuele stoornis, pijn in de
borsten
gezwollen gezicht, mond, ogen of lippen, gezwollen lichaam, armen of benen
verhoogde lichaamstemperatuur
een verandering in uw manier van lopen
pijn op de borst, vervelend gevoel op de borst, zich niet lekker voelen
verharding van de huid
vallen.
Zelden voorkomende bijwerkingen: kunnen maximaal 1 op de 1 000 personen treffen
ooginfectie
ontsteking van de huid door mijten, abces onder de huid
toename van eosinofielen (een type witte bloedcel) in uw bloed
ontoereikende uitscheiding van een hormoon dat de hoeveelheid urine reguleert
suiker in de urine
levensbedreigende complicaties (gevolgen) van niet onder controle gebrachte diabetes
lage hoeveelheid suiker in het bloed
overmatig water drinken
verwardheid
niet bewegen of reageren terwijl u wakker bent (katatonie)
slaapwandelen
gebrek aan emotie
geen orgasme kunnen krijgen
maligne neurolepticasyndroom (verwardheid, verminderd of verlies van bewustzijn, hoge koorts
en ernstige spierstijfheid), problemen met de bloedvaten in de hersenen, waaronder plotseling
verlies van bloedtoevoer naar de hersenen (beroerte of miniberoerte), niet reageren op prikkels,
bewustzijnsverlies, laag bewustzijnsniveau, stuipen (epileptische aanvallen), evenwichtsstoornis
abnormale coördinatie
glaucoom (verhoogde druk in de oogbol)
problemen met het bewegen van uw ogen, oogrollen, overgevoeligheid van de ogen voor licht,
verhoogde traanvorming, rode ogen
boezemfibrillatie (een abnormaal hartritme), onregelmatige hartslag
bloedklonters (propjes) in de aderen, vooral in de benen (symptomen zijn onder andere
zwelling, pijn en roodheid van het been). Raadpleeg onmiddellijk een arts als u een of meer van
deze symptomen opmerkt
overmatig blozen
moeilijk ademen tijdens de slaap (slaapapneu)
stuwing in de longen
krakend geluid in de longen
ontsteking van de alvleesklier, gezwollen tong, ontlasting niet kunnen ophouden, zeer harde
ontlasting
gesprongen lippen
huiduitslag die te maken heeft met het geneesmiddel, verdikking van de huid, hoofdroos
gezwollen gewrichten
niet kunnen plassen
vervelend gevoel in de borsten, vergroting van uw borstklieren, vergrote borsten
afscheiding uit de vagina
zeer lage lichaamstemperatuur, koude rillingen, zich dorstig voelen
symptomen door het stoppen met het geneesmiddel
opeenhoping van etter veroorzaakt door een infectie op de plaats van de injectie, diepe infectie
in de huid, een cyste op de plaats van de injectie, blauwe plek op de plaats van de injectie.
Niet bekend: de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald
gevaarlijke vermindering van het type witte bloedcellen die helpen u te beschermen tegen
infecties in uw bloed
ernstige allergische reactie die wordt gekenmerkt door koorts, gezwollen mond, gezicht, lip of
tong, kortademigheid, jeuk, huiduitslag en soms een snelle daling van de bloeddruk
gevaarlijk overmatig water drinken
slaapgerelateerde eetstoornis
coma door niet onder controle gebrachte diabetes
schudden van het hoofd
bloedklonters (propjes) in de longen, wat pijn op de borst en ademhalingsmoeilijkheden
veroorzaakt. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u een of meer van deze symptomen opmerkt.
snelle, oppervlakkige ademhaling, longontsteking veroorzaakt door het inademen van voedsel,
stemstoornis
minder zuurstof in delen van uw lichaam (door verminderde bloedstroom)
een verstopping in de darmen, te weinig beweging van de darmspieren wat verstopping
veroorzaakt
geel worden van de huid en de ogen (geelzucht)
ernstige of levensbedreigende huiduitslag met blaren en afschilferende huid. De uitslag kan
beginnen in en rond de mond, neus, ogen en geslachtsorganen. Daarna kan de uitslag
verspreiden naar andere plaatsen op het lichaam (Stevens-Johnson-syndroom of toxische
epidermale necrolyse)
ernstige allergische reactie met zwelling waarbij ook de keel betrokken kan zijn wat kan leiden
tot moeite met ademen
huidverkleuring, schilferachtige jeukende (hoofd)huid
abnormale houding
pasgeboren baby's van moeders die TREVICTA tijdens de zwangerschap hebben gebruikt
kunnen last krijgen van bijwerkingen van het geneesmiddel en/of van
ontwenningsverschijnselen, zoals prikkelbaarheid, langzame of aanhoudende samentrekkingen
van de spieren, schudden, slaperigheid, ademhalingsproblemen en problemen met voeden
priapisme (een langdurige erectie van de penis waarvoor een operatie nodig kan zijn)
een afname in lichaamstemperatuur
dode huidcellen op de plaats van de injectie, een zweer op de plaats van de injectie.
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit
geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook
rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen
te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
5.
Hoe bewaart u dit middel?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op de doos. Daar
staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw
apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Als u geneesmiddelen op de
juiste manier afvoert worden ze dan op een verantwoorde manier vernietigd en komen ze niet in het
milieu terecht.
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stof in dit middel is paliperidon.
Elke TREVICTA 175 mg voorgevulde spuit bevat 273 mg paliperidonpalmitaat.
Elke TREVICTA 263 mg voorgevulde spuit bevat 410 mg paliperidonpalmitaat.
Elke TREVICTA 350 mg voorgevulde spuit bevat 546 mg paliperidonpalmitaat.
De andere stoffen in dit middel zijn:
Polysorbaat 20
Polyethyleenglycol 4000
Citroenzuurmonohydraat
Natriumdiwaterstoffosfaatmonohydraat
Natriumhydroxide (voor pH-aanpassing)
Water voor injecties
Hoe ziet TREVICTA eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
TREVICTA is een witte tot gebroken witte suspensie voor injectie met verlengde afgifte in een
voorgevulde spuit die uw arts of verpleegkundige krachtig zal schudden om de suspensie opnieuw
goed te suspenderen voordat het als injectie wordt toegediend.
Elke verpakking bevat 1 voorgevulde spuit en 2 naalden.
Het kan zijn dat niet al deze verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
Janssen-Cilag International NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
Fabrikant
Janssen Pharmaceutica NV
Turnhoutseweg 30
B-2340 Beerse
België
Neem voor alle informatie over dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de
houder van de vergunning voor het in de handel brengen:
België/Belgique/Belgien
Lietuva
Janssen-Cilag NV
UAB 'JOHNSON & JOHNSON'
Tel/Tél: +32 14 64 94 11
Tel: +370 5 278 68 88

Luxembourg/Luxemburg
' & '
Janssen-Cilag NV
.:+359 2 489 94 00
Tél/Tel: +32 14 64 94 11
Ceská republika
Magyarország
Janssen-Cilag s.r.o.
Janssen-Cilag Kft.
Tel:+420 227 012 227
Tel.:+36 1 884 2858
Danmark
Malta
Janssen-Cilag A/S
AM MANGION LTD.
Tlf: +45 45 94 82 82
Tel: +356 2397 6000
Deutschland
Nederland
Janssen-Cilag GmbH
Janssen-Cilag B.V.
Tel: +49 2137-955-955
Tel: +31 76 711 1111
Norge
UAB 'JOHNSON & JOHNSON' Eesti filiaal
Janssen-Cilag AS
Tel.: +372 617 7410
Tlf: +47 24 12 65 00

Österreich
Janssen-Cilag ...
Janssen-Cilag Pharma GmbH
T: +30 210 80 90 000
Tel: +43 1 610 300
España
Polska
Janssen-Cilag, S.A.
Janssen-Cilag Polska Sp. z o.o.
Tel: +34 91 722 81 00
Tel.: +48 22 237 60 00
France
Portugal
Janssen-Cilag
Janssen-Cilag Farmacêutica, Lda.
Tel: 0 800 25 50 75 / +33 1 55 00 40 03
Tel: +351 214 368 600
Hrvatska
România
Johnson & Johnson S.E. d.o.o.
Johnson & Johnson România SRL
Tel: +385 1 6610 700
Tel: +40 21 207 1800
Ireland
Slovenija
Janssen Sciences Ireland UC
Johnson & Johnson d.o.o.
Tel: +353 1 800 709 122
Tel: +386 1 401 18 00
Ísland
Slovenská republika
Janssen-Cilag AB
Johnson & Johnson s.r.o.
C/o Vistor hf
Tel: +421 232 408 400
Sími: +354 535 7000
Italia
Suomi/Finland
Janssen-Cilag SpA
Janssen-Cilag Oy
Tel: 800.688.777 / +39 02 2510 1
Puh/Tel: +358 207 531 300

Sverige
Janssen-Cilag AB
T: +357 22 207 700
Tfn: +46 8 626 50 00
Latvija
United Kingdom (Northern Ireland)
UAB 'JOHNSON & JOHNSON' filile Latvij
Janssen Sciences Ireland UC
Tel: +371 6789 3561
Tel: +44 1 494 567 444
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in <{MM/JJJJ}> <{maand JJJJ}>.
Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu.
De volgende informatie is alleen bestemd voor medische beroepsbeoefenaren of hulpverleners in
de gezondheidszorg en moet worden gelezen door de arts of beroepsbeoefenaar in de
gezondheidszorg samen met de volledige voorschrijfinformatie (samenvatting van de
productkenmerken).

Elke 3 maanden toedienen
De spuit minstens 15 seconden krachtig schudden
Alleen voor intramusculaire injectie. Niet via een andere route toedienen.
Belangrijk
Lees voor gebruik de volledige instructies. Voor succesvolle toediening van TREVICTA is het nodig
om u strikt te houden aan deze stapsgewijze gebruiksaanwijzingen.
TREVICTA dient door een zorgverlener te worden toegediend als één enkele injectie.
NIET de dosis
over meerdere injecties verdelen.
TREVICTA is alleen bedoeld voor intramusculair gebruik. Injecteer langzaam, diep in de spier, en
zorg ervoor dat injectie in een bloedvat vermeden wordt.
Toediening
TREVICTA dient
eenmaal per 3 maanden te worden toegediend.
Voorbereiding
Trek het afneembaar etiket van de spuit en plak het in het patiëntendossier.
TREVICTA moet
langer en krachtiger worden geschud dan de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie. Schud de spuit krachtig, met de punt van de spuit naar boven, gedurende
minstens 15 seconden, binnen 5 minuten voor de toediening (zie stap 2).
Keuze van de dunwandige veiligheidsnaald
Voor gebruik met TREVICTA zijn dunwandige veiligheidsnaalden ontworpen. Het is belangrijk om
alleen de naalden te gebruiken die in de TREVICTA verpakking worden geleverd.




Inhoud van de verpakking
1
Kies de naald
De keuze van de naald hangt af van de injectieplaats en het gewicht van de patiënt.
Bij toediening in de
deltaspier
Bij toediening in de
bilspier
Bij een gewicht van:
Ongeacht het gewicht van de patiënt:
minder dan 90 kg
gele hub
roze hub
90 kg of meer
gele hub
2
Bereid de injectie voor
SCHUD KRACHTIG gedurende
minstens 15 seconden
SCHUD KRACHTIG gedurende
minstens 15 seconden, met een
losse
pols
,
met de punt van de spuit
omhoog,
om zeker te zijn van een
homogene suspensie.
LET OP: Dit geneesmiddel moet
langer en krachtiger worden geschud
dan de éénmaandelijkse
paliperidonpalmitaatinjectie.
Ga onmiddellijk na het schudden
over tot de volgende stap.
Als het
meer dan 5 minuten duurt voor de
injectie wordt gegeven, schud dan
nogmaals krachtig met de punt
van de spuit omhoog,
gedurende
minstens 15 seconden om het
geneesmiddel te resuspenderen.
Controleer de suspensie
Nadat de spuit minstens 15 seconden is geschud, controleert u in het kijkglas hoe de suspensie eruit
ziet.
De suspensie moet er homogeen uitzien, met een melkwitte kleur.
Kleine luchtbelletjes zijn normaal.
Open het naaldzakje en verwijder de dop
Maak eerst het naaldzakje open door de omslag tot halverwege terug te trekken. Leg het op een schoon
oppervlak.
Houd de spuit rechtop en draai en trek dan aan de rubberen dop om de dop te verwijderen.
Pak het naaldzakje
Vouw het naaldzakje terug. Pak de naaldbeschermhuls dan door het zakje heen stevig vast, zoals
afgebeeld.


Bevestig de naald
Houd met uw andere hand de spuit vast bij de luer-verbinding en bevestig deze aan de
veiligheidsnaald met een zachte draaiende beweging in de richting van de wijzers van de klok.
Verwijder het zakje
niet voordat de spuit en de naald stevig op elkaar zitten.
Verwijder de naaldbeschermhuls
Trek de naaldbeschermhuls met een rechte beweging van de naald.
Draai de naaldbeschermhuls niet, aangezien de naald hierdoor los kan komen van de spuit.
Verwijder luchtbelletjes
Houd de spuit rechtop en tik zachtjes om luchtbelletjes naar boven te laten gaan.
Duw de zuiger langzaam en zorgvuldig naar boven om lucht te verwijderen.
Geef de injectie
Injecteer de dosis
Injecteer de volledige inhoud van de spuit langzaam intramusculair, diep in de gekozen delta- of
bilspier.
Gebruik geen andere toedieningsweg.
4
Na de injectie
Naald opsluiten in het beschermkapje
Als u klaar bent met de injectie, gebruik dan uw duim of een vlak oppervlak om de naald in het
veiligheidsmechanisme op te sluiten. De naald is beveiligd als u een klik heeft gehoord.
Verwijder op de juiste wijze
Gooi de spuit en de ongebruikte naald in een goedgekeurde container voor scherpe voorwerpen.
Dunwandige veiligheidsnaalden zijn specifiek ontworpen voor
gebruik met TREVICTA. Een ongebruikte naald moet worden
weggegooid en mag niet worden bewaard voor toekomstig gebruik.

Heb je dit medicijn gebruikt? Trevicta 175 mg te vormen.

Je ervaring helpt anderen een beeld over het gebruik van Trevicta 175 mg te vormen.

Deel als eerste jouw ervaring over Trevicta 175 mg

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG