Tracrium 25 mg/2,5 ml

Versie 19.0
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN = BIJSLUITER
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Tracrium 25 mg/2,5 ml oplossing voor injectie
Tracrium 50 mg/5 ml oplossing voor injectie
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Tracrium 25 mg/2,5 ml:
1 ampul bevat 25 mg atracuriumbesilaat.
Tracrium 50 mg/5 ml:
1 ampul bevat 50 mg atracuriumbesilaat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie.
4.
4.1
KLINISCHE GEGEVENS
Therapeutische indicaties
Tracrium wordt in de anesthesie gebruikt bij verschillende chirurgische interventies om de
skeletspieren te ontspannen en om een gecontroleerde beademing mogelijk te maken.
Tracrium is zeer geschikt voor endotracheale intubatie, vooral als later spierrelaxatie vereist
is.
Tracrium is ook geschikt voor spierontspanning tijdens een keizersnede.
Aangezien Tracrium geen enkele invloed heeft op de oogdruk, is het product ook geïndiceerd
bij oogchirurgie.
4.2
Dosering en wijze van toediening
Dosering
I.V. injectie
Volwassenen
De aanbevolen dosering bij volwassenen is 0,3 tot 0,6 mg/kg afhankelijk van de vereiste
duur van volledige blokkade. Die dosis veroorzaakt een relaxatie van 15 tot 35 minuten. In
voorkomend geval kan een volledige blokkade worden verlengd met supplementaire doses
van 0,1 tot 0,2 mg/kg. Opeenvolgende supplementaire doses leiden niet tot een accumulatie
van de neuromusculaire blokkade.
De blokkade die wordt veroorzaakt door Tracrium, kan snel en definitief worden opgeheven
door injectie van een standaarddosis van neostigmine, voorafgegaan door
toediening
van
atropine.
Het opheffen van een volledige blokkade zonder gebruik van neostigmine duurt ongeveer 35
minuten op basis van de bepaling van het herstel van de tetanische respons tot 95% van de
normale neuromusculaire functie.
Pediatrische patiënten
Kinderen
Versie 19.0
De aanbevolen dosering bij kinderen ouder dan één maand is dezelfde als de dosering die bij
volwassenen wordt aangeraden in mg/kg lichaamsgewicht.
Pasgeborenen
Het gebruik van Tracrium wordt niet aanbevolen bij pasgeborenen omdat er onvoldoende
gegevens beschikbaar zijn (zie rubriek 5.1).
Ouderen en hoogrisicopatiënten
Tracrium mag in normale doses worden gebruikt bij ouderen en patiënten met hart-, nier- en
respiratoire stoornissen.
I.V. infusie
Na een initiële intraveneuze injectie van 0,3 tot 0,6 mg/kg kan de neuromusculaire blokkade
tijdens een lange heelkundige ingreep worden verlengd door een continu infuus van 0,3 tot
0,6 mg/kg/uur.
Tracrium kan worden toegediend in de vorm van een infuus tijdens cardiopulmonale
overbruggingschirurgie. Tijdens een geïnduceerde hypothermie tot een lichaamstemperatuur
van 25 °C - 26 °C wordt atracurium trager afgebroken. Het wordt dan mogelijk om het
volledige neuromusculaire blok gedurende die periode te handhaven met doses die gelijk zijn
aan de helft van de standaarddoses.
Wijze van
toediening
Trage intraveneuze injectie.
4.3
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor atracurium, cisatracurium of één van de in rubriek 6.1 vermelde
hulpstoffen.
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Z
OALS
ALLE NEUROMUSCULAIRE BLOKKERS VERLAMT ATRACURIUM ZOWEL DE
ADEMHALINGSSPIEREN ALS DE SKELETSPIEREN
,
MAAR HEEFT HET GEEN INVLOED OP HET
BEWUSTZIJN
.
ATRACURIUM MAG ALLEEN WORDEN TOEGEDIEND MET EEN GESCHIKTE ALGEMENE
ANESTHESIE DOOR OF ONDER STRIKT TOEZICHT VAN EEN ERVAREN ANESTHESIST IN
AANWEZIGHEID VAN ALLE TOEREIKENDE MEDISCHE HULPMIDDELEN VOOR EEN
ENDOTRACHEALE INTUBATIE EN KUNSTMATIGE BEADEMING
.
Tijdens
toediening
van atracurium kan histamine worden afgegeven bij gevoelige patiënten.
Daarom is voorzichtigheid geboden bij
toediening
van atracurium aan patiënten bij wie een
hogere gevoeligheid voor de effecten van histamine wordt vermoed, vooral bij patiënten met
antecedenten van allergie of astma, bij wie een bronchospasme kan optreden.
Ook is voorzichtigheid geboden bij
toediening
van atracurium aan patiënten die overgevoelig
zijn voor een andere neuromusculaire blokker, omdat een hoog percentage
kruisovergevoeligheid (meer dan 50%) is gerapporteerd met neuromusculaire blokkers (zie
rubriek 4.3).
In de aanbevolen doses heeft atracurium geen vagolytische of ganglioplegische
eigenschappen. In de aanbevolen doses zal atracurium dan ook geen klinisch significante
effecten hebben op de hartfrequentie en neutraliseert het de bradycardie niet die wordt
Versie 19.0
veroorzaakt door meerdere anesthetica of door vagale stimulatie tijdens de heelkundige
ingreep.
Net zoals met andere niet-depolariserende neuromusculaire blokkers is een toename van de
gevoeligheid voor atracurium te verwachten bij patiënten met myasthenia gravis, andere
vormen van neuromusculaire aandoeningen of ernstige elektrolytenstoornissen.
Atracurium moet in 60 seconden worden toegediend aan patiënten die gevoeliger kunnen
zijn voor een daling van de bloeddruk dan normaal, bijvoorbeeld hypovolemische patiënten.
Atracurium wordt geïnactiveerd bij een hoge pH en mag dus niet in dezelfde spuit worden
vermengd met thiopenton of een ander alkalisch middel.
Als atracurium in een kleine ader wordt geïnjecteerd, wordt aangeraden om de ader daarna te
spoelen met fysiologische zoutoplossing. Als eenzelfde naald of eenzelfde katheter wordt
gebruikt om andere anesthetica dan atracurium in te spuiten, is het belangrijk die na injectie
van elk product te spoelen met fysiologische zoutoplossing.
Tracrium is een hypotone oplossing en mag dus niet worden toegediend in de infuuslijn van
een bloedtransfusie.
In studies uitgevoerd bij dieren die vatbaar zijn voor maligne hyperthermie (varkens), en in
klinische studies bij patiënten die vatbaar zijn voor maligne hyperthermie, werd aangetoond
dat atracurium dat syndroom niet veroorzaakt.
Aangezien de absolute dosis atracurium die nodig is voor een optimale spierrelaxatie sterk
varieert, wordt aangeraden om de neuromusculaire transmissie continu te volgen met een
periferezenuwstimulator om de snelheid van het infuus te controleren die nodig is om het
neuromusculaire blok binnen de gewenste klinische grenzen te houden.
Zoals met andere niet-depolariserende neuromusculaire blokkers kan resistentie optreden bij
patiënten met brandwonden. Die patiënten kunnen hogere doses nodig hebben afhankelijk
van de tijd die is verlopen sinds het oplopen van de brandwonden, en de uitgebreidheid van
de brandwonden.
Patiënten op een intensivecareafdeling:
toediening
van laudanosine, een metaboliet van
atracurium, in hoge doses aan proefdieren veroorzaakte een voorbijgaande hypotensie en bij
sommige diersoorten excitatie van de hersenen. Hoewel epilepsieaanvallen waargenomen
zijn bij patiënten die atracurium kregen op de intensive care, is een oorzakelijk verband met
laudanosine niet aangetoond (zie rubriek 4.8).
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Het neuromusculaire blok dat wordt veroorzaakt door atracurium, kan worden versterkt door
gelijktijdig gebruik van anesthetische gassen zoals halotaan, isofluraan en enfluraan.
Zoals met andere niet-depolariserende neuromusculaire blokkers kunnen de diepte en/of de
duur van het neuromusculaire blok versterkt worden door interacties met:
-
-
-
-
antibiotica:
aminoglycosiden, polypeptideantibiotica, spectinomycine, tetracyclines,
clindamycine en lincomycine,
antiaritmica:
propranolol, calciumantagonisten, lignocaïne, procaïnamide en kinidine,
diuretica:
furosemide en waarschijnlijk mannitol, thiazidediuretica en acetazolamide,
magnesiumsulfaat,
Versie 19.0
-
-
-
ketamine,
lithiumzouten,
ganglioplegica:
trimetafaan en hexametonium.
In zeldzame gevallen kunnen sommige substanties een vooraf bestaande myasthenia gravis
verergeren of een latente vorm aan het licht brengen of een myasthenia-achtig syndroom
veroorzaken. Dat zou zich kunnen uiten in een hogere gevoeligheid voor Tracrium. Die
substanties zijn met name bepaalde antibiotica, bètablokkers (propranolol, oxprenolol),
antiaritmica, (procaïnamide, kinidine), antireumatica (chloroquine, D-penicillamine),
trimetafaan, chloorpromazine, steroïden, fenytoïne en lithium.
Het neuromusculaire blok dat wordt veroorzaakt door Tracrium, kan later optreden dan
voorzien en kan korter duren bij patiënten die chronisch worden behandeld met anti-
epileptica.
Gelijktijdige
toediening
van andere niet-depolariserende neuromusculaire blokkers in
combinatie met atracurium kan een sterker neuromusculair blok veroorzaken dan verwacht
met een equipotente totale dosis atracurium. De synergetische effecten kunnen verschillen
naargelang de verschillende combinaties van geneesmiddelen.
Een depolariserende spierontspanner zoals suxametoniumchloride mag niet worden
toegediend om het neuromusculaire blok te verlengen dat wordt verkregen met niet-
depolariserende middelen, omdat dat een complex en langdurig blok zou kunnen
veroorzaken, dat moeilijk kan worden opgeheven met cholinesteraseremmers.
Een behandeling met cholinesteraseremmers, die vaak worden gebruikt bij de
ziekte van
Alzheimer
(bijv. donepezil), kan de duur en de diepte verminderen van het neuromusculaire
blok dat wordt verkregen met atracurium.
4.6
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Vruchtbaarheid
Er werd geen onderzoek naar het effect op de vruchtbaarheid uitgevoerd.
Zwangerschap
In dierexperimenteel onderzoek werd aangetoond dat atracurium geen significant effect had
op de foetale ontwikkeling.
Zoals andere neuromusculaire blokkers mag atracurium tijdens de zwangerschap alleen
worden gebruikt als de gunstige therapeutische effecten opwegen tegen de eventuele risico’s.
Atracurium mag worden gebruikt voor spierrelaxatie tijdens een keizersnede. In de
aanbevolen doses gaat het in klinisch weinig belangrijke hoeveelheden door de placenta.
Borstvoeding
Het is niet bekend of atracurium bij de mens in de moedermelk wordt uitgescheiden.
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Deze voorzorg is niet van toepassing op Tracrium. Tracrium wordt altijd gebruikt in
combinatie met een algemene anesthesie en bijgevolg zijn de gebruikelijke voorzorgen bij
het uitvoeren van taken na algemene anesthesie van toepassing.
4.8
Bijwerkingen
Versie 19.0
De frequentste bijwerkingen tijdens de behandeling zijn hypotensie (matige, voorbijgaande)
en roodheid van de huid. Deze effecten worden toegeschreven aan de afgifte van histamine.
Zeer zelden werden anafylactische of anafylactoïde reacties gerapporteerd bij patiënten die
atracurium kregen tegelijk met één of meer anesthetica.
De bijwerkingen worden hieronder opgesomd per systeem/orgaan en volgens de frequentie.
De frequenties worden als volgt gedefinieerd: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100 , < 1/10),
soms (≥ 1/1.000, < 1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000) en zeer zelden (< 1/10.000). De
frequenties ‘zeer vaak, vaak en soms’ zijn gebaseerd op klinische studies. De frequenties
‘zelden en zeer zelden’ zij doorgaans afgeleid van spontane meldingen. De frequentie ‘niet
bekend’ is van toepassing voor bijwerkingen waarvan de frequentie met de beschikbare
gegevens niet kon worden bepaald.
De bijwerkingen die te wijten zijn aan afgifte van histamine, worden aangeduid met het
teken (#).
Gegevens van klinische studies
Bloedvataandoeningen
Vaak:
gezicht (#)
Hypotensie (matige, voorbijgaande) (#), roodheid van het
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Niet bekend:
Bronchospasme (#), dyspneu (#)
Gegevens van de postmarketingbewaking
Immuunsysteemaandoeningen
Zeer zelden:
Anafylactische reactie, anafylactoïde reactie waaronder shock, circulatoire
insufficiëntie en hartstilstand.
Zeer zelden zijn ernstige anafylactische en anafylactoïde reacties gerapporteerd bij patiënten
die atracurium kregen in combinatie met één of meer anesthetica.
Zenuwstelselaandoeningen
Niet bekend:
Epilepsieaanvallen
Er zijn gevallen van epilepsieaanvallen gerapporteerd bij patiënten op de intensive care die
atracurium kregen in combinatie met andere middelen. Deze patiënten waren doorgaans
gepredisponeerd tot aanvallen (bijv. craniaal trauma, hersenoedeem, virale encefalitis,
hypoxische encefalopathie, uremie). Een oorzakelijk verband met laudanosine is niet
aangetoond. In klinische studies blijkt er geen correlatie te bestaan tussen de
plasmaconcentratie van laudanosine en het optreden van aanvallen.
Huid- en onderhuidaandoeningen
Zelden:
Urticaria
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen
Niet bekend:
Myopathie, spierzwakte
Er zijn gevallen van spierzwakte en/of myopathie gerapporteerd na langdurige inname van
spierontspanners bij zwaar zieke patiënten op de intensive care. De meeste patiënten kregen
tevens corticosteroïden. Deze bijwerkingen zijn soms waargenomen in samenhang met
atracurium, maar er werd geen oorzakelijk verband aangetoond.
Versie 19.0
4.9
Overdosering
Symptomen en tekenen
De belangrijkste tekenen van overdosering zijn een langdurige verlamming van de spieren en
de gevolgen daarvan.
Behandeling
Het is essentieel om de luchtwegen doorgankelijk te houden en een positievedrukbeademing
toe te passen tot de patiënt weer spontaan kan ademen.
Een totale sedatie is noodzakelijk omdat de waakzaamheid niet verandert met atracurium.
In geval van overdosering moet men 1,2 mg atropine en 2,5 mg neostigmine toedienen. Het
herstel kan worden versneld door
toediening
van cholinesteraseremmers in combinatie met
atropine of glycopyrrolaat zodra de eerste tekenen van spontaan herstel verschijnen.
Gelieve de bijsluiter van die twee producten te raadplegen voor meer details over hun
dosering en wijze van
toediening.
5.
5.1
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: neuromusculaire verlammers, ATC-code: M03AC04.
Tracrium is een zeer selectieve, competitieve, (niet-depolariserende) neuromusculaire
blokker.
Het antagoneert de werking van de neurotransmitter acetylcholine door zich op competitieve
wijze te binden aan de cholinerge receptoren van de motorische eindplaten van de
skeletspieren.
De neuromusculaire blokkade die wordt veroorzaakt door atracurium, kan worden
opgeheven door cholinesteraseremmers zoals neostigmine en pyridostigmine.
Een dosis van 0,4 tot 0,5 mg/kg veroorzaakt doorgaans een volledige neuromusculaire
blokkade in 3 tot 5 minuten.
Pediatrische patiënten
Beperkte literatuurgegevens bij pasgeborenen wijzen erop dat de snelheid en de duur van
werking van atracurium in die populatie variabel zijn in vergelijking met die bij kinderen (zie
rubriek 4.2).
5.2
Farmacokinetische eigenschappen
Tracrium wordt in het lichaam spontaan afgebroken door een niet-enzymatisch proces
(Hofmann-eliminatie), dat plaatsvindt bij lichaamstemperatuur en fysiologische pH.
Bloedonderzoeken bij patiënten met een pseudocholinesterasedeficiëntie hebben uitgewezen
dat de inactivering van atracurium niet wordt beïnvloed door deze deficiëntie. Het zou
evenwel kunnen dat er een zekere afbraak plaatsvindt door aspecieke esterasen in het
plasma.
De gevormde metabolieten hebben geen neuromusculaire of cardiovasculaire activiteit.
De duur van de neuromusculaire blokkade door atracurium hangt niet af van het lever- of
niermetabolisme noch van de excretie. Daarom wordt de werkingsduur niet beïnvloed door
renale, hepatische of circulatoire afwijkingen.
Versie 19.0
Veranderingen van de pH van het bloed en de lichaamstemperatuur binnen de fysiologische
grenzen zullen geen significant effect hebben op de werkingsduur.
De eliminatiehalfwaardetijd van atracurium is ongeveer 20 min en het distributievolume 0,16
l/kg. Atracurium bindt zich voor 82% aan de plasmaproteïnen.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Geen gegevens.
6.
6.1
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
Lijst van hulpstoffen
Benzeensulfonzuur - water voor injecteerbare bereidingen.
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Tracrium mag niet worden toegediend in dezelfde spuit als thiopental of alkalische
producten, aangezien een hoge pH het product inactiveert.
Na opening moet de ampul onmiddellijk worden gebruikt.
6.3
2 jaar.
Zie uiterste houdbaarheidsdatum op de verpakking (Exp: maand-jaar). De laatste dag van die
maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Houdbaarheid
Bewaren in de koelkast (tussen 2°C en 8°C) en beschermd tegen licht. Niet in de vriezer
bewaren.
Na opening moet de ampul onmiddellijk worden gebruikt.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
Tracrium 25 mg/2,5 ml: doos met 10 ampullen van 2,5 ml.
Tracrium 50 mg/5 ml: doos met 5 ampullen van 5 ml.
Ampullen van kleurloos glas.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Tracrium mag worden gebruikt met de onderstaande infuusoplossingen. Die oplossingen
blijven stabiel gedurende de vermelde periode.
Natriumchloride 0,9 % w/v
Glucose 5 % w/v
Ringeroplossing USP
Natriumchloride 0,18 % w/v + glucose 4 % w/v
Samengesteld natriumlactaat (BP) (Hartmannoplossing)
24 uur
8 uur
8 uur
8 uur
4 uur
Versie 19.0
Concentraties van 0,5 mg/ml of meer blijven stabiel bij daglicht en bij een temperatuur tot 30
°C gedurende de bovenvermelde periode.
Gebruiksaanwijzing voor het openen van de ampullen
De ampullen, die zijn voorzien van een OPC-openingssysteem (One Point Cut), moeten
worden geopend volgens de volgende richtlijnen:
houd met één hand het onderste gedeelte van de ampul vast zoals weergegeven in figuur 1.
neem het bovenste gedeelte van de ampul vast met de andere hand met de duim op het
gekleurde punt en oefen druk uit zoals aangeduid in figuur 2.
Figuur 1
Figuur 2
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
GlaxoSmithKline Pharmaceuticals s.a./n.v.
Site Apollo
Avenue Pascal, 2- 4- 6
B - 1300 Waver
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL
BRENGEN
BE132413
BE132404
Tracrium 25 mg/2,5 ml oplossing voor injectie
Tracrium 50 mg/5 ml oplossing voor injectie
Afleveringswijze
Op medisch voorschrift.
9.
DATUM
VAN
EERSTE
VERLENING
VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
VAN
DE
A. Datum van eerste verlening van de vergunning
Tracrium 25 mg/2,5 ml oplossing voor injectie
Tracrium 50 mg/5 ml oplossing voor injectie
27/08/1985
27/08/1985
Versie 19.0
B. Datum van laatste hernieuwing:
16/02/2007
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
A.
Datum van herziening van de samenvatting van de kenmerken van het product: 04/2013.
B.
Datum van goedkeuring van de samenvatting van de kenmerken van het
product:. 05/2013

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN = BIJSLUITER
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Tracrium 25 mg/2,5 ml oplossing voor injectie
Tracrium 50 mg/5 ml oplossing voor injectie

2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Tracrium 25 mg/2,5 ml: 1 ampul bevat 25 mg atracuriumbesilaat.
Tracrium 50 mg/5 ml: 1 ampul bevat 50 mg atracuriumbesilaat.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie.
4.
KLINISCHE GEGEVENS
4.1
Therapeutische indicaties
Tracrium wordt in de anesthesie gebruikt bij verschillende chirurgische interventies om de
skeletspieren te ontspannen en om een gecontroleerde beademing mogelijk te maken.
Tracrium is zeer geschikt voor endotracheale intubatie, vooral als later spierrelaxatie vereist
is.
Tracrium is ook geschikt voor spierontspanning tijdens een keizersnede.
Aangezien Tracrium geen enkele invloed heeft op de oogdruk, is het product ook geïndiceerd
bij oogchirurgie.
4.2
Dosering en wijze van toediening
Dosering
I.V. injectie
Volwassenen
De aanbevolen dosering bij volwassenen is 0,3 tot 0,6 mg/kg afhankelijk van de vereiste
duur van volledige blokkade. Die dosis veroorzaakt een relaxatie van 15 tot 35 minuten. In
voorkomend geval kan een volledige blokkade worden verlengd met supplementaire doses
van 0,1 tot 0,2 mg/kg. Opeenvolgende supplementaire doses leiden niet tot een accumulatie
van de neuromusculaire blokkade.
De blokkade die wordt veroorzaakt door Tracrium, kan snel en definitief worden opgeheven
door injectie van een standaarddosis van neostigmine, voorafgegaan door toediening van
atropine.
Het opheffen van een volledige blokkade zonder gebruik van neostigmine duurt ongeveer 35
minuten op basis van de bepaling van het herstel van de tetanische respons tot 95% van de
normale neuromusculaire functie.
De aanbevolen dosering bij kinderen ouder dan één maand is dezelfde als de dosering die bij
volwassenen wordt aangeraden in mg/kg lichaamsgewicht.
Pasgeborenen
Het gebruik van Tracrium wordt niet aanbevolen bij pasgeborenen omdat er onvoldoende
gegevens beschikbaar zijn (zie rubriek 5.1).
Ouderen en hoogrisicopatiënten
Tracrium mag in normale doses worden gebruikt bij ouderen en patiënten met hart-, nier- en
respiratoire stoornissen.
I.V. infusie
Na een initiële intraveneuze injectie van 0,3 tot 0,6 mg/kg kan de neuromusculaire blokkade
tijdens een lange heelkundige ingreep worden verlengd door een continu infuus van 0,3 tot
0,6 mg/kg/uur.
Tracrium kan worden toegediend in de vorm van een infuus tijdens cardiopulmonale
overbruggingschirurgie. Tijdens een geïnduceerde hypothermie tot een lichaamstemperatuur
van 25 °C - 26 °C wordt atracurium trager afgebroken. Het wordt dan mogelijk om het
volledige neuromusculaire blok gedurende die periode te handhaven met doses die gelijk zijn
aan de helft van de standaarddoses.
W
ijze van t
oediening
Trage intraveneuze injectie.
4.3
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor atracurium, cisatracurium of één van de in rubriek 6.1 vermelde
hulpstoffen.
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
ZOALS
ALLE NEUROMUSCULAIRE BLOKKERS VERLAMT ATRACURIUM ZOWEL DE
ADEMHALINGSSPIEREN ALS DE SKELETSPIEREN, MAAR HEEFT HET GEEN INVLOED OP HET
BEWUSTZIJN.
ATRACURIUM MAG ALLEEN WORDEN TOEGEDIEND MET EEN GESCHIKTE ALGEMENE
ANESTHESIE DOOR OF ONDER STRIKT TOEZICHT VAN EEN ERVAREN ANESTHESIST IN
AANWEZIGHEID VAN ALLE TOEREIKENDE MEDISCHE HULPMIDDELEN VOOR EEN
ENDOTRACHEALE INTUBATIE EN KUNSTMATIGE BEADEMING.
Tijdens toediening van atracurium kan histamine worden afgegeven bij gevoelige patiënten.
Daarom is voorzichtigheid geboden bij toediening van atracurium aan patiënten bij wie een
hogere gevoeligheid voor de effecten van histamine wordt vermoed, vooral bij patiënten met
antecedenten van allergie of astma, bij wie een bronchospasme kan optreden.
Ook is voorzichtigheid geboden bij toediening van atracurium aan patiënten die overgevoelig
zijn voor een andere neuromusculaire blokker, omdat een hoog percentage
kruisovergevoeligheid (meer dan 50%) is gerapporteerd met neuromusculaire blokkers (zie
rubriek 4.3).
veroorzaakt door meerdere anesthetica of door vagale stimulatie tijdens de heelkundige
ingreep.
Net zoals met andere niet-depolariserende neuromusculaire blokkers is een toename van de
gevoeligheid voor atracurium te verwachten bij patiënten met myasthenia gravis, andere
vormen van neuromusculaire aandoeningen of ernstige elektrolytenstoornissen.
Atracurium moet in 60 seconden worden toegediend aan patiënten die gevoeliger kunnen
zijn voor een daling van de bloeddruk dan normaal, bijvoorbeeld hypovolemische patiënten.
Atracurium wordt geïnactiveerd bij een hoge pH en mag dus niet in dezelfde spuit worden
vermengd met thiopenton of een ander alkalisch middel.
Als atracurium in een kleine ader wordt geïnjecteerd, wordt aangeraden om de ader daarna te
spoelen met fysiologische zoutoplossing. Als eenzelfde naald of eenzelfde katheter wordt
gebruikt om andere anesthetica dan atracurium in te spuiten, is het belangrijk die na injectie
van elk product te spoelen met fysiologische zoutoplossing.
Tracrium is een hypotone oplossing en mag dus niet worden toegediend in de infuuslijn van
een bloedtransfusie.
In studies uitgevoerd bij dieren die vatbaar zijn voor maligne hyperthermie (varkens), en in
klinische studies bij patiënten die vatbaar zijn voor maligne hyperthermie, werd aangetoond
dat atracurium dat syndroom niet veroorzaakt.
Aangezien de absolute dosis atracurium die nodig is voor een optimale spierrelaxatie sterk
varieert, wordt aangeraden om de neuromusculaire transmissie continu te volgen met een
periferezenuwstimulator om de snelheid van het infuus te controleren die nodig is om het
neuromusculaire blok binnen de gewenste klinische grenzen te houden.
Zoals met andere niet-depolariserende neuromusculaire blokkers kan resistentie optreden bij
patiënten met brandwonden. Die patiënten kunnen hogere doses nodig hebben afhankelijk
van de tijd die is verlopen sinds het oplopen van de brandwonden, en de uitgebreidheid van
de brandwonden.
Patiënten op een intensivecareafdeling: toediening van laudanosine, een metaboliet van
atracurium, in hoge doses aan proefdieren veroorzaakte een voorbijgaande hypotensie en bij
sommige diersoorten excitatie van de hersenen. Hoewel epilepsieaanvallen waargenomen
zijn bij patiënten die atracurium kregen op de intensive care, is een oorzakelijk verband met
laudanosine niet aangetoond (zie rubriek 4.8).
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Het neuromusculaire blok dat wordt veroorzaakt door atracurium, kan worden versterkt door
gelijktijdig gebruik van anesthetische gassen zoals halotaan, isofluraan en enfluraan.
Zoals met andere niet-depolariserende neuromusculaire blokkers kunnen de diepte en/of de
duur van het neuromusculaire blok versterkt worden door interacties met:
- antibiotica: aminoglycosiden, polypeptideantibiotica, spectinomycine, tetracyclines,
clindamycine en lincomycine,
- antiaritmica: propranolol, calciumantagonisten, lignocaïne, procaïnamide en kinidine,
- diuretica: furosemide en waarschijnlijk mannitol, thiazidediuretica en acetazolamide,
- - ketamine,
- lithiumzouten,
- ganglioplegica: trimetafaan en hexametonium.
In zeldzame gevallen kunnen sommige substanties een vooraf bestaande myasthenia gravis
verergeren of een latente vorm aan het licht brengen of een myasthenia-achtig syndroom
veroorzaken. Dat zou zich kunnen uiten in een hogere gevoeligheid voor Tracrium. Die
substanties zijn met name bepaalde antibiotica, bètablokkers (propranolol, oxprenolol),
antiaritmica, (procaïnamide, kinidine), antireumatica (chloroquine, D-penicillamine),
trimetafaan, chloorpromazine, steroïden, fenytoïne en lithium.
Het neuromusculaire blok dat wordt veroorzaakt door Tracrium, kan later optreden dan
voorzien en kan korter duren bij patiënten die chronisch worden behandeld met anti-
epileptica.
Gelijktijdige toediening van andere niet-depolariserende neuromusculaire blokkers in
combinatie met atracurium kan een sterker neuromusculair blok veroorzaken dan verwacht
met een equipotente totale dosis atracurium. De synergetische effecten kunnen verschillen
naargelang de verschillende combinaties van geneesmiddelen.
Een depolariserende spierontspanner zoals suxametoniumchloride mag niet worden
toegediend om het neuromusculaire blok te verlengen dat wordt verkregen met niet-
depolariserende middelen, omdat dat een complex en langdurig blok zou kunnen
veroorzaken, dat moeilijk kan worden opgeheven met cholinesteraseremmers.
Een behandeling met cholinesteraseremmers, die vaak worden gebruikt bij de ziekte van
Alzheimer (bijv. donepezil), kan de duur en de diepte verminderen van het neuromusculaire
blok dat wordt verkregen met atracurium.
4.6
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Vruchtbaarheid
Er werd geen onderzoek naar het effect op de vruchtbaarheid uitgevoerd.
Zwangerschap
In dierexperimenteel onderzoek werd aangetoond dat atracurium geen significant effect had
op de foetale ontwikkeling.
Zoals andere neuromusculaire blokkers mag atracurium tijdens de zwangerschap alleen
worden gebruikt als de gunstige therapeutische effecten opwegen tegen de eventuele risico's.
Atracurium mag worden gebruikt voor spierrelaxatie tijdens een keizersnede. In de
aanbevolen doses gaat het in klinisch weinig belangrijke hoeveelheden door de placenta.
Borstvoeding
Het is niet bekend of atracurium bij de mens in de moedermelk wordt uitgescheiden.
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Deze voorzorg is niet van toepassing op Tracrium. Tracrium wordt altijd gebruikt in
combinatie met een algemene anesthesie en bijgevolg zijn de gebruikelijke voorzorgen bij
het uitvoeren van taken na algemene anesthesie van toepassing.
4.8
De frequentste bijwerkingen tijdens de behandeling zijn hypotensie (matige, voorbijgaande)
en roodheid van de huid. Deze effecten worden toegeschreven aan de afgifte van histamine.
Zeer zelden werden anafylactische of anafylactoïde reacties gerapporteerd bij patiënten die
atracurium kregen tegelijk met één of meer anesthetica.
De bijwerkingen worden hieronder opgesomd per systeem/orgaan en volgens de frequentie.
De frequenties worden als volgt gedefinieerd: zeer vaak ( 1/10), vaak ( 1/100 , < 1/10),
soms ( 1/1.000, < 1/100), zelden ( 1/10.000, < 1/1.000) en zeer zelden (< 1/10.000). De
frequenties `zeer vaak, vaak en soms' zijn gebaseerd op klinische studies. De frequenties
`zelden en zeer zelden' zij doorgaans afgeleid van spontane meldingen. De frequentie `niet
bekend' is van toepassing voor bijwerkingen waarvan de frequentie met de beschikbare
gegevens niet kon worden bepaald.
De bijwerkingen die te wijten zijn aan afgifte van histamine, worden aangeduid met het
teken (#).
Gegevens van klinische studies
Bloedvataandoeningen
Vaak:
Hypotensie (matige, voorbijgaande) (#), roodheid van het
gezicht (#)
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen
Niet bekend:
Bronchospasme (#), dyspneu (#)
Gegevens van de postmarketingbewaking
Immuunsysteemaandoeningen
Zeer zelden:
Anafylactische reactie, anafylactoïde reactie waaronder shock, circulatoire
insufficiëntie en hartstilstand.
Zeer zelden zijn ernstige anafylactische en anafylactoïde reacties gerapporteerd bij patiënten
die atracurium kregen in combinatie met één of meer anesthetica.
Zenuwstelselaandoeningen
Niet bekend:
Epilepsieaanvallen
Er zijn gevallen van epilepsieaanvallen gerapporteerd bij patiënten op de intensive care die
atracurium kregen in combinatie met andere middelen. Deze patiënten waren doorgaans
gepredisponeerd tot aanvallen (bijv. craniaal trauma, hersenoedeem, virale encefalitis,
hypoxische encefalopathie, uremie). Een oorzakelijk verband met laudanosine is niet
aangetoond. In klinische studies blijkt er geen correlatie te bestaan tussen de
plasmaconcentratie van laudanosine en het optreden van aanvallen.
Huid- en onderhuidaandoeningen
Zelden:
Urticaria
Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen
Niet bekend:
Myopathie, spierzwakte
4.9
Overdosering
Symptomen en tekenen
De belangrijkste tekenen van overdosering zijn een langdurige verlamming van de spieren en
de gevolgen daarvan.
Behandeling
Het is essentieel om de luchtwegen doorgankelijk te houden en een positievedrukbeademing
toe te passen tot de patiënt weer spontaan kan ademen.
Een totale sedatie is noodzakelijk omdat de waakzaamheid niet verandert met atracurium.
In geval van overdosering moet men 1,2 mg atropine en 2,5 mg neostigmine toedienen. Het
herstel kan worden versneld door toediening van cholinesteraseremmers in combinatie met
atropine of glycopyrrolaat zodra de eerste tekenen van spontaan herstel verschijnen.
Gelieve de bijsluiter van die twee producten te raadplegen voor meer details over hun
dosering en wijze van toediening.
5.
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: neuromusculaire verlammers, ATC-code: M03AC04.
Tracrium is een zeer selectieve, competitieve, (niet-depolariserende) neuromusculaire
blokker.
Het antagoneert de werking van de neurotransmitter acetylcholine door zich op competitieve
wijze te binden aan de cholinerge receptoren van de motorische eindplaten van de
skeletspieren.
De neuromusculaire blokkade die wordt veroorzaakt door atracurium, kan worden
opgeheven door cholinesteraseremmers zoals neostigmine en pyridostigmine.
Een dosis van 0,4 tot 0,5 mg/kg veroorzaakt doorgaans een volledige neuromusculaire
blokkade in 3 tot 5 minuten.
Pediatrische patiënten
Beperkte literatuurgegevens bij pasgeborenen wijzen erop dat de snelheid en de duur van
werking van atracurium in die populatie variabel zijn in vergelijking met die bij kinderen (zie
rubriek 4.2).
5.2
Farmacokinetische eigenschappen
Tracrium wordt in het lichaam spontaan afgebroken door een niet-enzymatisch proces
(Hofmann-eliminatie), dat plaatsvindt bij lichaamstemperatuur en fysiologische pH.
Bloedonderzoeken bij patiënten met een pseudocholinesterasedeficiëntie hebben uitgewezen
dat de inactivering van atracurium niet wordt beïnvloed door deze deficiëntie. Het zou
evenwel kunnen dat er een zekere afbraak plaatsvindt door aspecieke esterasen in het
plasma.
De gevormde metabolieten hebben geen neuromusculaire of cardiovasculaire activiteit.
Veranderingen van de pH van het bloed en de lichaamstemperatuur binnen de fysiologische
grenzen zullen geen significant effect hebben op de werkingsduur.
De eliminatiehalfwaardetijd van atracurium is ongeveer 20 min en het distributievolume 0,16
l/kg. Atracurium bindt zich voor 82% aan de plasmaproteïnen.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Geen gegevens.
6.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1
Lijst van hulpstoffen
Benzeensulfonzuur - water voor injecteerbare bereidingen.
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Tracrium mag niet worden toegediend in dezelfde spuit als thiopental of alkalische
producten, aangezien een hoge pH het product inactiveert.
Na opening moet de ampul onmiddellijk worden gebruikt.
6.3
Houdbaarheid
2 jaar.
Zie uiterste houdbaarheidsdatum op de verpakking (Exp: maand-jaar). De laatste dag van die
maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren in de koelkast (tussen 2°C en 8°C) en beschermd tegen licht. Niet in de vriezer
bewaren.
Na opening moet de ampul onmiddellijk worden gebruikt.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
Tracrium 25 mg/2,5 ml: doos met 10 ampullen van 2,5 ml.
Tracrium 50 mg/5 ml: doos met 5 ampullen van 5 ml.
Ampullen van kleurloos glas.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Tracrium mag worden gebruikt met de onderstaande infuusoplossingen. Die oplossingen
blijven stabiel gedurende de vermelde periode.
Natriumchloride 0,9 % w/v
24 uur
Glucose 5 % w/v
8 uur
Ringeroplossing USP
8 uur
Natriumchloride 0,18 % w/v + glucose 4 % w/v
8 uur
Samengesteld natriumlactaat (BP) (Hartmannoplossing)
Concentraties van 0,5 mg/ml of meer blijven stabiel bij daglicht en bij een temperatuur tot 30
°C gedurende de bovenvermelde periode.
Gebruiksaanwijzing voor het openen van de ampullen
De ampullen, die zijn voorzien van een OPC-openingssysteem (One Point Cut), moeten
worden geopend volgens de volgende richtlijnen:
houd met één hand het onderste gedeelte van de ampul vast zoals weergegeven in figuur 1.
neem het bovenste gedeelte van de ampul vast met de andere hand met de duim op het
gekleurde punt en oefen druk uit zoals aangeduid in figuur 2.
Figuur 1
Figuur 2
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
GlaxoSmithKline Pharmaceuticals s.a./n.v.
Site Apollo
Avenue Pascal, 2- 4- 6
B - 1300 Waver
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL
BRENGEN

Tracrium 25 mg/2,5 ml oplossing voor injectie
BE132413
Tracrium 50 mg/5 ml oplossing voor injectie
BE132404
Afleveringswijze
Op medisch voorschrift.
9.
DATUM

VAN

EERSTE

VERLENING

VAN

DE
VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE VERGUNNING
A. Datum van eerste verlening van de vergunning
Tracrium 25 mg/2,5 ml oplossing voor injectie
27/08/1985
Tracrium 50 mg/5 ml oplossing voor injectie
B. Datum van laatste hernieuwing: 16/02/2007
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
A. Datum van herziening van de samenvatting van de kenmerken van het product: 04/2013.
B. Datum van goedkeuring van de samenvatting van de kenmerken van het

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG