Nobivac dhp

Bijsluiter – NL versie
Nobivac DHP
B. BIJSLUITER
-1-
Bijsluiter – NL versie
Nobivac DHP
BIJSLUITER
Nobivac DHP
1.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN
DE HANDEL BRENGEN EN DE FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE, INDIEN VERSCHILLEND
Intervet International B.V., Boxmeer, Nederland vertegenwoordigd door
MSD Animal Health BVBA - Lynx Binnenhof 5 - 1200 Brussel
Verdeler: MSD Animal Health BVBA
2.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
Nobivac DHP
3.
GEHALTE AAN WERKZAME EN OVERIGE BESTANDDELEN
Per dosis (1 ml) gereconstitueerd vaccin :
Vaccin
Actieve substantie :
Tenminste 10
4
TCID
50
levend verzwakt hondendistempervirus (CDV), stam Onderstepoort;
Tenminste 10
4
TCID
50
levend verzwakt hondenadenovirus 2 (CAV
2
), stam Manhattan LPV3
Tenminste 10
7
TCID
50
levend verzwakt hondenparvovirus (CPV), stam 154.
4.
INDICATIES
Actieve immunisatie van honden ter vermindering van klinische verschijnselen ten gevolge
van hondenziekte en parvovirose, en ter vermindering van de duur van virusuitscheiding en
klinische verschijnselen ten gevolge van infectieuze hepatitis en ademhalingsaandoeningen
veroorzaakt door adenovirussen.
Begin immuniteit:
Aanvang van bescherming na volledige primaire vaccinatie: na 3 weken voor CAV1, na 2
weken voor CAV2 en na 1 week voor CDV en CPV.
Duur van immuniteit:
CDV, CAV2 en CPV: 3 jaar.
5.
Geen.
CONTRA-INDICATIES
6.
BIJWERKINGEN
Een diffuse zwelling (< 5 mm) kan opgemerkt worden ter hoogte van de injectieplaats. In
sommige gevallen kan deze zwelling hard en pijnlijk zijn tot 3 dagen na vaccinatie.
Zoals bij alle vreemde eiwitten kan na inspuiten een milde anafylactische reactie voorkomen.
Deze is meestal zelfbeperkend.
-2-
Bijsluiter – NL versie
Nobivac DHP
7.
DIERSOORTEN WAARVOOR HET DIERGENEESMIDDEL BESTEMD IS
Hond.
8.
DOSERING VOOR ELKE DOELDIERSOORT , WIJZE VAN GEBRUIK EN
TOEDIENINGSWEG
Dosis: 1 ml gesuspendeerd vaccin.
Toedieningswijze: subcutaan.
Entschema:
Vaccinatie van pups jonger dan 12 weken:
1° vaccinatie met Nobivac DHP op 9 weken
2° vaccinatie met Nobivac DHP op 12 weken.
Vaccinatie met Nobivac DHP van dieren vanaf 12 weken oud:
Eénmalige vaccinatie met Nobivac DHP.
Indien een vroegere bescherming vereist is, kan een eerste vaccinatie gegeven worden vanaf
de leeftijd van 6 weken, gevolgd door bovenstaand entschema.
Aangezien de mogelijke aanwezigheid van maternale antistoffen kan variëren bij de
verschillende pups en niet vooraf bepaald wordt, moet op 12 weken worden afgeënt.
Herhalingsvaccinatie
Voor distemper, hepatitis en parvovirose werd een immuniteitsduur van 3 jaar aangetoond.
9.
-
10.
AANWIJZINGEN VOOR EEN JUISTE TOEDIENING
WACHTTIJD
Niet van toepassing.
11.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN BIJ BEWAREN
Donker bij +2 °C - +8 °C.
Niet laten bevriezen.
Houdbaarheidstermijn:
In gevriesdroogde vorm: 24 maanden.
Na reconstitutie: 30 minuten.
Zie vervaldatum op de buitenverpakking, voorafgegaan door "EXP.:", met de vermelding van
maand en jaar waarin het geneesmiddel vervalt.
-3-
Bijsluiter – NL versie
Nobivac DHP
12.
SPECIALE WAARSCHUWINGEN
Gebruik tijdens dracht of lactatie: geen nadelige gevolgen gekend.
De beschikbare gegevens over de veiligheid en werkzaamheid tonen aan dat dit vaccin kan
worden gemengd en toegediend met de geïnactiveerde vaccins van de Nobivac serie voor
subcutane toediening tegen hondsdolheid en hondenleptospirose veroorzaakt door alle of
sommige van de volgende serotypen: L. interrogans serogroep canicola serovar canicola, L.
interrogans serogroep icterohaemorrhagiae serovar copenhageni, L. interrogans serogroep
Australis serovar Bratislava, en L. kirschneri serogroep grippotyphosa serovar
Bananal/Liangguang.
De beschikbare gegevens over de veiligheid en de werkzaamheid tonen aan dat dit vaccin kan
worden toegediend op dezelfde dag maar niet gemengd, met het levend vaccin voor
intranasale toediening van de Nobivac serie tegen besmettelijke tracheabronchitis veroorzaakt
door Bordetella bronchiseptica en/of canine para-influenza virus.
Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit vaccin bij
gebruik in combinatie met enig ander diergeneesmiddel, behalve de bovengenoemde
producten.
Een beslissing om dit vaccin vóór of na enig ander diergeneesmiddel dient te worden gemaakt
op een geval per geval.
Overdosering is niet verschillend van een enkele dosering. In sommige honden kan de
zwelling pijnlijker of voor een langere periode aanwezig zijn.
In geval van accidentele zelfinjectie, zoek onmiddellijk medische hulp en toon de bijsluiter of
het etiket.
13.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE DIERGENEESMIDDELEN OF EVENTUELE
RESTANTEN HIERVAN
Ongebruikte diergeneesmiddelen of restanten hiervan dienen in overeenstemming met de lokale
vereisten te worden verwijderd.
14.
DE DATUM WAAROP DE BIJSLUITER VOOR HET LAATST IS HERZIEN
05/2014.
15.
OVERIGE INFORMATIE
Op diergeneeskundig voorschrift.
BE-V151173
-4-
Nobivac DHP
B. BIJSLUITER
Nobivac DHP
BIJSLUITER
Nobivac DHP
1.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN
DE HANDEL BRENGEN EN DE FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE, INDIEN VERSCHILLEND

Intervet International B.V., Boxmeer, Nederland vertegenwoordigd door
MSD Animal Health BVBA - Lynx Binnenhof 5 - 1200 Brussel
Verdeler: MSD Animal Health BVBA
2.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
Nobivac DHP
3.
GEHALTE AAN WERKZAME EN OVERIGE BESTANDDELEN
Per dosis (1 ml) gereconstitueerd vaccin :
Vaccin
Actieve substantie :
Tenminste 104 TCID50 levend verzwakt hondendistempervirus (CDV), stam Onderstepoort;
Tenminste 104 TCID50 levend verzwakt hondenadenovirus 2 (CAV2), stam Manhattan LPV3
Tenminste 107 TCID50 levend verzwakt hondenparvovirus (CPV), stam 154.
4.
INDICATIES
Actieve immunisatie van honden ter vermindering van klinische verschijnselen ten gevolge
van hondenziekte en parvovirose, en ter vermindering van de duur van virusuitscheiding en
klinische verschijnselen ten gevolge van infectieuze hepatitis en ademhalingsaandoeningen
veroorzaakt door adenovirussen.
Begin immuniteit:
Aanvang van bescherming na volledige primaire vaccinatie: na 3 weken voor CAV1, na 2
weken voor CAV2 en na 1 week voor CDV en CPV.
Duur van immuniteit:
CDV, CAV2 en CPV: 3 jaar.
5.
CONTRA-INDICATIES
Geen.
6.
BIJWERKINGEN
Een diffuse zwelling (< 5 mm) kan opgemerkt worden ter hoogte van de injectieplaats. In
sommige gevallen kan deze zwelling hard en pijnlijk zijn tot 3 dagen na vaccinatie.
Zoals bij alle vreemde eiwitten kan na inspuiten een milde anafylactische reactie voorkomen.
Deze is meestal zelfbeperkend.
Nobivac DHP
7.
DIERSOORTEN WAARVOOR HET DIERGENEESMIDDEL BESTEMD IS
Hond.
8.
DOSERING VOOR ELKE DOELDIERSOORT , WIJZE VAN GEBRUIK EN
TOEDIENINGSWEG

Dosis: 1 ml gesuspendeerd vaccin.
Toedieningswijze: subcutaan.
Entschema:
Vaccinatie van pups jonger dan 12 weken:
1° vaccinatie met Nobivac DHP op 9 weken
2° vaccinatie met Nobivac DHP op 12 weken.
Vaccinatie met Nobivac DHP van dieren vanaf 12 weken oud:
Eénmalige vaccinatie met Nobivac DHP.
Indien een vroegere bescherming vereist is, kan een eerste vaccinatie gegeven worden vanaf
de leeftijd van 6 weken, gevolgd door bovenstaand entschema.
Aangezien de mogelijke aanwezigheid van maternale antistoffen kan variëren bij de
verschillende pups en niet vooraf bepaald wordt, moet op 12 weken worden afgeënt.
Herhalingsvaccinatie
Voor distemper, hepatitis en parvovirose werd een immuniteitsduur van 3 jaar aangetoond.
9.
AANWIJZINGEN VOOR EEN JUISTE TOEDIENING
-
10.
WACHTTIJD
Niet van toepassing.
11.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN BIJ BEWAREN
Donker bij +2 °C - +8 °C.
Niet laten bevriezen.
Houdbaarheidstermijn:
In gevriesdroogde vorm: 24 maanden.
Na reconstitutie: 30 minuten.
Zie vervaldatum op de buitenverpakking, voorafgegaan door "EXP.:", met de vermelding van
maand en jaar waarin het geneesmiddel vervalt.
Nobivac DHP
12.
SPECIALE WAARSCHUWINGEN
Gebruik tijdens dracht of lactatie: geen nadelige gevolgen gekend.
De beschikbare gegevens over de veiligheid en werkzaamheid tonen aan dat dit vaccin kan
worden gemengd en toegediend met de geïnactiveerde vaccins van de Nobivac serie voor
subcutane toediening tegen hondsdolheid en hondenleptospirose veroorzaakt door alle of
sommige van de volgende serotypen: L. interrogans serogroep canicola serovar canicola, L.
interrogans serogroep icterohaemorrhagiae serovar copenhageni, L. interrogans serogroep
Australis serovar Bratislava, en L. kirschneri serogroep grippotyphosa serovar
Bananal/Liangguang.
De beschikbare gegevens over de veiligheid en de werkzaamheid tonen aan dat dit vaccin kan
worden toegediend op dezelfde dag maar niet gemengd, met het levend vaccin voor
intranasale toediening van de Nobivac serie tegen besmettelijke tracheabronchitis veroorzaakt
door Bordetella bronchiseptica en/of canine para-influenza virus.
Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit vaccin bij
gebruik in combinatie met enig ander diergeneesmiddel, behalve de bovengenoemde
producten.
Een beslissing om dit vaccin vóór of na enig ander diergeneesmiddel dient te worden gemaakt
op een geval per geval.
Overdosering is niet verschillend van een enkele dosering. In sommige honden kan de
zwelling pijnlijker of voor een langere periode aanwezig zijn.
In geval van accidentele zelfinjectie, zoek onmiddellijk medische hulp en toon de bijsluiter of
het etiket.
13.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE DIERGENEESMIDDELEN OF EVENTUELE
RESTANTEN HIERVAN

Ongebruikte diergeneesmiddelen of restanten hiervan dienen in overeenstemming met de lokale
vereisten te worden verwijderd.
14.
DE DATUM WAAROP DE BIJSLUITER VOOR HET LAATST IS HERZIEN
05/2014.
15.
OVERIGE INFORMATIE
Op diergeneeskundig voorschrift.
BE-V151173

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG