Invanz 1 g

BIJLAGE I
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
INVANZ 1 g poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke injectieflacon bevat 1,0 g ertapenem.
Hulpstof(fen) met bekend effect
Elke dosis van 1,0 g bevat ongeveer 6,0 mEq natrium (ongeveer 137 mg).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie.
Wit tot gebroken wit poeder.
4.
4.1
KLINISCHE GEGEVENS
Therapeutische indicaties
Behandeling
INVANZ is geïndiceerd bij pediatrische patiënten (3 maanden tot en met 17 jaar) en bij volwassenen
voor de behandeling van de volgende infecties als deze worden veroorzaakt door bacteriën waarvan
het bekend of zeer waarschijnlijk is dat deze gevoelig zijn voor ertapenem en als parenterale therapie
noodzakelijk is (zie rubrieken 4.4 en 5.1):
Intra-abdominale infecties
Buiten het ziekenhuis opgelopen pneumonie
Acute gynaecologische infecties
Infecties van de huid en weke delen van de voet (diabetische voet) (zie rubriek 4.4)
Preventie
INVANZ is geïndiceerd bij volwassenen ter preventie van infectie op de operatieplaats na electieve
colorectale chirurgie (zie rubriek 4.4).
Overwogen dient te worden om door middel van formele begeleiding toe te zien op het juiste gebruik
van antibacteriële middelen.
4.2
Dosering en wijze van toediening
Dosering
Behandeling
Volwassenen en adolescenten (13 tot en met 17 jaar):
De dosis INVANZ is 1 gram (g) eenmaal daags
intraveneus toegediend (zie rubriek 6.6).
Bij zuigelingen en kinderen (3 maanden tot en met 12 jaar):
De dosis INVANZ is 15 mg/kg tweemaal
daags (niet meer dan 1 g/dag) intraveneus toegediend (zie rubriek 6.6).
2
Preventie
Volwassenen:
Om postoperatieve wondinfecties na electieve colorectale chirurgie te voorkomen, is de
aanbevolen dosis 1 g als eenmalige intraveneuze dosis die binnen 1 uur voor de chirurgische incisie
toegediend moet zijn.
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van INVANZ bij kinderen jonger dan 3 maanden zijn nog niet
vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Nierfunctiestoornis
INVANZ kan worden gebruikt voor de behandeling van infecties bij volwassen patiënten met een
lichte tot matige nierfunctiestoornis. Bij patiënten met een creatinineklaring > 30 ml/min/1,73 m
2
hoeft
de dosering niet te worden aangepast. Er zijn onvoldoende gegevens over de veiligheid en
werkzaamheid van ertapenem bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis om een
dosisaanbeveling te ondersteunen. Daarom moet ertapenem bij deze patiënten niet worden toegepast
(zie rubriek 5.2). Er zijn geen gegevens bij kinderen en adolescenten met een nierfunctiestoornis
beschikbaar.
Hemodialyse
Er zijn onvoldoende gegevens over de veiligheid en werkzaamheid van ertapenem bij patiënten op
hemodialyse om een dosisaanbeveling te ondersteunen. Daarom moet ertapenem bij deze patiënten
niet worden toegepast.
Leverfunctiestoornis
Voor patiënten met een gestoorde leverfunctie wordt geen dosisaanpassing aanbevolen (zie
rubriek 5.2).
Ouderen
De aanbevolen dosis INVANZ moet worden toegediend, behalve bij ernstige nierfunctiestoornis (zie
Nierfunctiestoornis).
Wijze van toediening
Intraveneuze toediening:
INVANZ moet gedurende 30 minuten worden geïnfundeerd.
De gebruikelijke behandelingsduur met INVANZ is 3 tot 14 dagen, maar deze kan variëren
afhankelijk van de soort en de ernst van de infectie en het/de oorzakelijke pathoge(e)n(en). Bij
klinische indicatie kan de patiënt na observatie van een klinische verbetering worden overgezet op een
geschikt oraal antibacterieel middel.
Voor instructies voor bereiding van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
4.3
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde
hulpstoffen
Overgevoeligheid voor enig ander antibacterieel middel met carbapenem
Ernstige overgevoeligheid (bijvoorbeeld anafylactische reactie, ernstige huidreactie) voor elk
ander type bètalactam antibacterieel middel (bijvoorbeeld penicillines of cefalosporines).
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Overgevoeligheid
Ernstige en soms fatale overgevoeligheidsreacties (anafylactische reacties) zijn gemeld bij patiënten
die met bètalactams werden behandeld. Deze reacties zullen eerder optreden bij personen met een
voorgeschiedenis van overgevoeligheid voor multipele allergenen. Vóór instelling van de behandeling
met ertapenem moet zorgvuldig worden nagevraagd of er in het verleden sprake is geweest van
3
overgevoeligheidsreacties op penicilline, cefalosporinen, andere bètalactams of andere allergenen (zie
rubriek 4.3). Als er een allergische reactie op ertapenem optreedt (zie rubriek 4.8), moet de therapie
direct worden stopgezet.
Ernstige anafylactische reacties vereisen directe spoedeisende medische
zorg
.
Superinfectie
Langdurig gebruik van ertapenem kan tot een te snelle groei van ongevoelige organismen leiden. Het
is essentieel dat de toestand van de patiënt geregeld wordt beoordeeld. Als tijdens de behandeling een
superinfectie optreedt, moeten passende maatregelen worden genomen.
Antibiotica-geassocieerde colitis
Met antibiotica geassocieerde colitis en pseudomembraneuze colitis zijn bij ertapenem gemeld en
kunnen in ernst variëren van licht tot levensbedreigend. Daarom is het bij patiënten die zich na
toediening van een antibacterieel middel aandienen met diarree, belangrijk deze diagnose in
overweging te nemen. Stopzetting van de behandeling met INVANZ en de toediening van specifieke
behandeling voor
Clostridioides difficile
moet worden overwogen. Geneesmiddelen die de peristaltiek
remmen moeten niet worden toegediend.
Insulten
In klinisch onderzoek zijn insulten gemeld bij volwassen patiënten tijdens de therapie met ertapenem
(1 g eenmaal daags) of gedurende de follow-up van 14 dagen. De insulten traden het meest op bij
oudere patiënten en bij hen met eerder bestaande aandoeningen aan het centraal zenuwstelsel (CZS)
(bijvoorbeeld hersenlaesies of voorgeschiedenis van insulten) en/of verminderde nierfunctie. Sinds de
introductie van het geneesmiddel zijn soortgelijke waarnemingen gedaan.
Encefalopathie
Encefalopathie is gemeld bij gebruik van ertapenem (zie rubriek 4.8). Als ertapenem-geïnduceerde
encefalopathie wordt vermoed (bijvoorbeeld myoclonus, insulten, veranderde geestelijke gesteldheid,
verminderd bewustzijn), moet u stopzetting van behandeling met ertapenem overwegen. Patiënten met
een nierfunctiestoornis lopen een hoger risico op ertapenem-geïnduceerde encefalopathie. Het kan bij
deze patiënten langer duren voor de aandoening verdwenen is.
Gelijktijdig gebruik met valproïnezuur
Gelijktijdig gebruik van ertapenem en valproïnezuur/natriumvalproaat wordt niet aanbevolen (zie
rubriek 4.5).
Suboptimale blootstelling
Op grond van de beschikbare gegevens kan niet worden uitgesloten dat in de enkele gevallen dat een
chirurgische ingreep langer dan 4 uur duurt, patiënten worden blootgesteld aan suboptimale
ertapenemconcentraties, met als mogelijk gevolg falen van de behandeling. Daarom moet in dergelijke
ongebruikelijke gevallen voorzichtigheid worden betracht.
Informatie ter overweging voor gebruik binnen speciale populaties
Ervaring met het gebruik van ertapenem voor de behandeling van ernstige infecties is beperkt. In
klinisch onderzoek naar de behandeling van buiten het ziekenhuis verworven pneumonie bij
volwassenen, was 25 % van de beoordeelbare, met ertapenem behandelde patiënten ernstig ziek
(gedefinieerd als pneumonie-ernstindex > III). In een klinisch onderzoek naar de behandeling van
acute gynaecologische infecties bij volwassenen, was 26 % van de beoordeelbare, met ertapenem
behandelde patiënten ernstig ziek (gedefinieerd als temperatuur
39 °C en/of bacteriëmie);
tien patiënten hadden bacteriëmie. Van de beoordeelbare met ertapenem behandelde patiënten in een
klinisch onderzoek naar de behandeling van intra-abdominale infecties bij volwassenen had 30 %
gegeneraliseerde peritonitis en 39 % infecties op andere plaatsen dan de appendix, waaronder maag,
duodenum, dunne en dikke darm, en galblaas; het aantal beoordeelbare patiënten die waren
geïncludeerd met een APACHE-II-score
vastgesteld.
15 was beperkt; bij deze patiënten is de werkzaamheid niet
4
De werkzaamheid van INVANZ bij de behandeling van buiten het ziekenhuis opgelopen pneumonie
veroorzaakt door penicillineresistente
Streptococcus pneumoniae
is niet vastgesteld.
De werkzaamheid van ertapenem bij de behandeling van infecties bij diabetische voet met gelijktijdige
osteomyelitis is niet vastgesteld.
Er is relatief weinig ervaring met ertapenem bij kinderen jonger dan twee jaar. In deze leeftijdsgroep
moet zeer zorgvuldig de gevoeligheid van het/de infecterende organisme(n) voor ertapenem worden
vastgesteld. Er zijn geen gegevens bij kinderen jonger dan 3 maanden.
Natrium
Dit middel bevat ongeveer 137 mg natrium per 1,0 g dosis. Dit komt overeen met 6,85 % van de door
de WHO aanbevolen maximale dagelijkse inname van 2 g natrium voor een volwassene.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Het is onwaarschijnlijk dat er interacties optreden door remming van de door P-glycoproteïne
gemedieerde klaring of door CYP-gemedieerde klaring van geneesmiddelen (zie rubriek 5.2).
Bij gelijktijdig gebruik van valproïnezuur en carbapenems zijn verlagingen van het valproïnezuur tot
onder het therapeutische bereik gemeld. Bij verlaagde valproïnezuurspiegels kan de controle van
insulten onvoldoende zijn; daarom wordt gelijktijdig gebruik van ertapenem en
valproïnezuur/natriumvalproaat niet aanbevolen en moeten alternatieve antibacteriële of anti-
convulsieve therapieën worden overwogen.
4.6
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn geen adequate en goed gecontroleerde onderzoeken bij zwangere vrouwen verricht.
De resultaten van dieronderzoek duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten wat betreft
zwangerschap, embryo-foetale ontwikkeling, partus of postnatale ontwikkeling. Tijdens de
zwangerschap moet ertapenem echter niet worden gebruikt tenzij het mogelijke voordeel opweegt
tegen het mogelijke risico voor de foetus.
Borstvoeding
Ertapenem wordt bij mensen in de moedermelk uitgescheiden. Gezien de kans op ongunstige effecten
op de pasgeborene, moeten moeders tijdens behandeling met ertapenem geen borstvoeding geven.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen adequate en goed gecontroleerde onderzoeken gedaan naar het effect van
ertapenemgebruik op de vruchtbaarheid van mannen en vrouwen. Preklinische onderzoeken laten geen
directe of indirecte schadelijke effecten zien op de vruchtbaarheid (zie rubriek 5.3).
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen
om machines te bedienen.
INVANZ kan invloed hebben op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen.
Patiënten moeten worden geïnformeerd dat duizeligheid en slaperigheid gemeld zijn bij het gebruik
van INVANZ (zie rubriek 4.8).
5
4.8
Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Volwassenen
Het totaal aantal patiënten dat in klinisch onderzoek met ertapenem werd behandeld was meer dan
2200, waarvan er meer dan 2150 een dosis ertapenem van 1 g kregen. Bijwerkingen (d.w.z. door de
onderzoeker als mogelijk, waarschijnlijk of zeker geneesmiddelgerelateerd beschouwd) werden bij
ongeveer 20 % van de met ertapenem behandelde patiënten gemeld. Bij 1,3 % van de patiënten werd
de behandeling wegens bijwerkingen stopgezet. In een klinisch onderzoek naar de preventie van
infectie op de operatieplaats na colorectale chirurgie kregen nog eens 476 patiënten vóór chirurgie
ertapenem als eenmalige dosis 1 g.
Bij patiënten die alleen INVANZ kregen, waren de meest voorkomende bijwerkingen die werden
gemeld tijdens therapie plus een follow-up van 14 dagen nadat de behandeling was gestopt: diarree
(4,8 %), complicatie aan het infusievat (4,5 %) en misselijkheid (2,8 %).
Voor patiënten die alleen INVANZ kregen, waren de meest gemelde laboratoriumafwijkingen en hun
respectieve incidentie tijdens therapie plus follow-up gedurende 14 dagen na stopzetting van de
behandeling: verhoging ALAT (4,6 %), ASAT (4,6 %), alkalische fosfatase (3,8 %) en
trombocytentelling (3,0 %).
Pediatrische patiënten (3 maanden tot en met 17 jaar oud)
Het totaal aantal in klinische onderzoeken met ertapenem behandelde patiënten was 384. Het algehele
veiligheidsprofiel is vergelijkbaar met dat bij volwassenen. Bijwerkingen (d.w.z. bijwerkingen die
door de onderzoeker werden geacht mogelijk, waarschijnlijk of beslist met het geneesmiddel samen te
hangen) werden bij ongeveer 20,8 % met ertapenem behandelde patiënten gemeld. Bij 0,5 % van de
patiënten werd de behandeling wegens bijwerkingen stopgezet.
Voor patiënten die alleen INVANZ kregen, waren de meest gemelde bijwerkingen tijdens therapie
plus follow-up gedurende 14 dagen na stopzetting van de behandeling: diarree (5,2 %) en pijn op de
infusieplaats (6,1 %).
Voor patiënten die alleen INVANZ kregen, waren de meest gemelde laboratoriumafwijkingen en hun
respectieve incidentie tijdens therapie plus follow-up gedurende 14 dagen na stopzetting van de
behandeling: verlaagde neutrofielentelling (3,0 %) en verhoging van ALAT (2,9 %) en ASAT (2,8 %).
Tabel met bijwerkingen
Bij patiënten die alleen INVANZ kregen, werden de volgende gerelateerde bijwerkingen gemeld
tijdens de therapie plus een follow-up van 14 dagen nadat de behandeling was gestopt:
Vaak (
1/100 tot <
1/10); Soms (≥
1/1000 tot <
1/100); Zelden (≥
1/10.000 tot < 1/1000); Zeer zelden
(< 1/10.000), Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
6
Volwassenen 18 jaar en
ouder
Kinderen en adolescenten
(3 maanden tot en met
17 jaar oud)
Infecties en parasitaire aandoeningen
Soms:
Orale candidiasis,
candidiasis,
schimmelinfectie,
pseudomembraneuze
enterocolitis, vaginitis
Zelden:
Pneumonie,
dermatomycose,
postoperatieve
wondinfectie,
urineweginfectie
Zelden: Neutropenie,
trombocytopenie
Zelden: Allergie
Niet bekend: Anafylaxie
waaronder anafylactoïde
reacties
Soms: Anorexia
Zelden: Hypoglykemie
Soms:
Slapeloosheid,
verwarring
Zelden:
Agitatie, angst,
depressie
Niet bekend:
Veranderde
geestelijke gesteldheid
(waaronder agressie,
delirium, desoriëntatie,
veranderingen in geestelijke
gesteldheid)
Vaak:
Hoofdpijn
Soms:
Duizeligheid,
slaperigheid, dysgeusie,
insulten (zie rubriek 4.4)
Zelden:
Tremoren, syncope
Niet bekend:
Hallucinaties,
verminderd bewustzijn,
dyskinesie, myoclonus,
loopstoornis, encefalopathie
(zie rubriek 4.4)
Zelden:
Aandoening aan de
sclera
Soms:
sinusbradycardie
Zelden:
Aritmieën,
tachycardie
Vaak:
Complicatie aan het
infusievat,
flebitis/tromboflebitis
Soms:
Hypotensie
Zelden:
Bloeding,
verhoogde bloeddruk
Soms:
Opvlieger,
hypertensie
Niet bekend:
Veranderde
geestelijke gesteldheid
(waaronder agressie)
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Immuunsysteemaandoeningen
Voedings- en
stofwisselingsstoornissen
Psychische aandoeningen
Zenuwstelselaandoeningen
Soms:
Hoofdpijn
Niet bekend:
Hallucinaties
Oogaandoeningen
Hartaandoeningen
Bloedvataandoeningen
7
Volwassenen 18 jaar en
ouder
Kinderen en adolescenten
(3 maanden tot en met
17 jaar oud)
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en
mediastinumaandoeningen
Soms:
Dyspneu, pijn in de
farynx
Zelden:
Neusverstopping,
hoest, epistaxis,
reutels/rhonchi, piepende
ademhaling
Vaak:
Diarree,
misselijkheid, braken
Soms:
Constipatie, zure
reflux, droge mond,
dyspepsie, buikpijn
Zelden:
Dysfagie,
incontinentie van de feces,
bekkenperitonitus
Niet bekend:
Verkleuring
van de tanden
Zelden:
Cholecystitis,
geelzucht, leveraandoening
Vaak:
Uitslag, pruritus
Soms:
Erytheem, urticaria
Zelden:
Dermatitis,
schilfering,
overgevoeligheidsvasculitis
Niet bekend:
Acute
gegeneraliseerde
exanthemateuze pustulose
(AGEP), exantheem met
eosinofilie en systemische
verschijnselen (DRESS
syndroom)
Zelden:
Spierkramp,
schouderpijn
Niet bekend:
Spierzwakte
Zelden:
Nierinsufficiëntie,
acute nierinsufficiëntie
Zelden:
Abortus
Zelden:
Genitale bloeding
Vaak:
Luierdermatitis
Soms:
Erytheem, uitslag,
petechiën
Vaak:
Diarree
Soms:
verkleuring van de
feces, melaena
Maagdarmstelselaandoeningen
Lever- en galaandoeningen
Huid- en onderhuidaandoeningen
Skeletspierstelsel- en
bindweefselaandoeningen
Nier- en urinewegaandoeningen
Zwangerschap, puerperium en
perinatale aandoeningen
Voortplantingsstelsel- en
borstaandoeningen
Algemene aandoeningen en
toedieningsplaatsstoornissen
Soms:
Extravasatie,
asthenie/vermoeidheid,
koorts, oedeem/zwelling,
pijn op de borst
Zelden:
Verharding op de
injectieplaats, malaise
Vaak:
Pijn op de
infusieplaats
Soms:
Brandend gevoel op
de infusieplaats, pruritus op
de infusieplaats, erytheem
op de infusieplaats,
erytheem op de
injectieplaats, warmte op de
infusieplaats
8
Volwassenen 18 jaar en
ouder
Kinderen en adolescenten
(3 maanden tot en met
17 jaar oud)
Vaak:
Verhogingen van het
ALAT en ASAT
Onderzoeken
Bloedbeeld
Vaak:
Verhogingen van het
ALAT, ASAT, alkalische
fosfatase
Soms:
Verhoging van het
totale serumbilirubine,
direct serumbilirubine,
indirect serum bilirubine,
serumcreatinine,
serumureum, serumglucose
Zelden:
Verlaging van het
serumbicarbonaat,
serumcreatinine en
serumkalium; verhoging van
het serum LDH,
serumfosfor, serumkalium
Vaak:
Verhoging van het
aantal bloedplaatjes
Soms:
Vermindering van het
aantal witte bloedcellen,
bloedplaatjes,
gesegmenteerde
neutrofielen, hemoglobine
en hematocriet; verhoging
van de eosinofielen,
geactiveerde partiële
tromboplastinetijd,
protrombinetijd,
gesegmenteerde neutrofielen
en witte bloedcellen
Zelden:
Verminderd aantal
lymfocyten; verhoogd aantal
bandneutrofielen,
lymfocyten,
metamyelocyten,
monocyten, myelocyten;
atypische lymfocyten
Soms:
Verhoogde
concentraties in de urine van
bacteriën, witte bloedcellen,
epitheelcellen en rode
bloedcellen; gist aanwezig
in de urine
Zelden:
Verhoogd
urobilinogeen
Soms: Positief voor toxine
Clostridioides difficile
Hematologie
Vaak:
Vermindering van het
aantal neutrofielen
Soms:
Verhoogd aantal
bloedplaatjes, geactiveerde
partiële tromboplastinetijd,
protrombinetijd, verlaging
van het hemoglobine
Urine-onderzoek
Diversen
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op
deze wijze kan d
e verhouding tussen voordelen en risico’s van het genees
middel voortdurend worden
gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen
te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in
aanhangsel V.
9
4.9
Overdosering
Er zijn geen specifieke gegevens beschikbaar over de behandeling van een overdosis met ertapenem.
Overdosering van ertapenem is onwaarschijnlijk. Intraveneuze toediening van ertapenem in een
dagelijkse dosering van 3 g gedurende 8 dagen bij gezonde volwassen vrijwilligers leidde niet tot
significante toxiciteit. In klinische onderzoeken bij volwassenen leidde onbedoelde toediening tot 3 g
per dag niet tot klinisch relevante bijwerkingen. In klinische onderzoeken bij kinderen leidde een
eenmalige intraveneuze (IV) dosis van 40 mg/kg tot maximaal 2 g niet tot toxiciteit.
Echter, in geval van een overdosering moet de behandeling met INVANZ worden stopgezet en moet
algemene ondersteunende behandeling worden ingesteld totdat ertapenem via de nieren geëlimineerd
wordt.
Ertapenem kan in enige mate door hemodialyse worden verwijderd (zie rubriek 5.2); er zijn echter
geen gegevens beschikbaar over de toepassing van hemodialyse voor de behandeling van een
overdosis.
5.
5.1
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
Farmacodynamische eigenschappen
Algemene eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Antibacteriële middelen voor systemisch gebruik, carbapenems,
ATC-code: J01DH03
Werkingsmechanisme
Ertapenem remt de celwandsynthese van de bacteriën na aanhechting aan
penicillinebindende
eiwitten
’ (PBP’
s). Bij
Escherichia coli
is de affinit
eit het sterkst tot de PBP’s 2 en 3.
Farmacokinetisch/Farmacodynamisch (FK/FD) verband
In preklinisch FK/FD-onderzoek blijkt, net als bij andere bètalactamantibiotica, de tijd dat de
plasmaconcentratie van ertapenem de MIC van het infecterende organisme te boven gaat, het beste te
correleren is met werkzaamheid.
Mechanisme van resistentie
Bij PMS-onderzoeken in Europa kwam resistentie bij species die voor ertapenem gevoelig werden
geacht, weinig voor. Bij resistente isolaten werd resistentie voor andere antibacteriële middelen van de
carbapenemklasse bij sommige maar niet alle isolaten gezien. Ertapenem is afdoende bestand tegen
hydrolyse door de meeste klassen bètalactamases, waaronder penicillinases, cefalosporinases en
extended spectrum
bètalactamases, maar niet metallo-bètalactamases.
Meticilline resistente stafylokokken en enterokokken zijn resistent tegen ertapenem, omdat zij
ongevoelig zijn voor stoffen die PBP's als aangrijpingspunt hebben;
P. aeruginosa
en andere niet-
fermenterende bacteriën zijn over het algemeen resistent, waarschijnlijk als gevolg van beperkte
penetratie en actieve efflux.
Resistentie komt weinig voor bij Enterobacteriaceae en ertapenem is over het algemeen actief tegen
die met extended-spectrum-bètalactamases (ESBL
s). Resistentie kan echter wel worden gezien als
ESBL
s of andere krachtige bètalactamases (bijvoorbeeld AmpC-types) aanwezig zijn in samenhang
met een verminderde permeabiliteit als gevolg van het verlies van één of meer buitenmembraanporins,
of met opwaarts gereguleerde efflux. Resistentie kan ook optreden als het vermogen verworven wordt
om bètalactamases met aanzienlijke carbapenemhydrolyserende activiteit (bijvoorbeeld IMP- en VIM-
metallobètalactamases of KPC-types) te vormen, hoewel dat zeldzaam is.
10
Het werkingsmechanisme van ertapenem verschilt van dat van andere klassen antibiotica zoals
chinolonen, aminoglycosiden, macroliden en tetracyclinen. Er is geen
‘target
-
based’
kruisresistentie
tussen ertapenem en deze stoffen. Maar micro-organismen kunnen resistentie tegen meer dan één
klasse antibacteriële middelen vertonen als het mechanisme impermeabiliteit voor bepaalde
verbindingen en/of een effluxpomp is of omvat.
Breekpunten
De EUCAST MIC-breekpunten zijn als volgt:
0,5 mg/l en R > 0,5 mg/l
Sreptococcus pneumoniae: S
0,5 mg/l en R > 0,5 mg/l
Haemophilus influenzae: S
0,5 mg/l en R > 0,5 mg/l
M. catarrhalis: S
0,5 mg/l en R > 0,5 mg/l
Gramnegatieve anaeroben: S
0,5 mg/l en R > 0,5 mg/l
Grampositieve anaeroben: S
0,5 mg/l en R > 0,5 mg/l
Groep viridans streptokokken: S
0,5 mg/l en R > 0,5 mg/l
Niet speciesgerelateerde breekpunten: S
0,5 mg/l en R > 0,5 mg/l
Enterobacterales: S
(NB: de gevoeligheid van stafylokokken voor ertapenem is afgeleid van meticillinegevoeligheid en
gevoeligheid van groep A, B, C & G streptokokken is afgeleid van benzylpenicillinegevoeligheid).
De voorschrijvers worden geacht de lokale MIC-breekpunten, indien beschikbaar, te raadplegen.
Microbiologische gevoeligheid
De prevalentie van verworven resistentie kan per gebied wisselen en ook met de tijd voor
geselecteerde species en lokale gegevens over resistentie zijn gewenst, vooral bij de behandeling van
ernstige infecties. In de Europese Unie zijn plaatselijke clusters gemeld van infecties met voor
carbapenem resistente organismen. De onderstaande informatie geeft slechts een globale richtlijn voor
de waarschijnlijkheid of het micro-organisme al of niet gevoelig zal zijn voor ertapenem.
11
Vaak gevoelige species:
Grampositieve aeroben:
Meticilline-gevoelige stafylokokken (waaronder
Staphylococcus aureus)
*
*
Streptococcus agalactiae
*
Streptococcus pneumoniae
*
Streptococcus pyogenes
Gramnegatieve aeroben:
Citrobacter freundii
Enterobacter aerogenes
Enterobacter cloacae
*
Escherichia coli
Haemophilus influenzae
*
Haemophilus parainfluenzae
Klebsiella oxytoca
*
Klebsiella pneumoniae
*
Moraxella catarrhalis
Morganella morganii
*
Proteus mirabilis
Proteus vulgaris
Serratia marcescens
Anaeroben:
Clostridium
species (uitgesloten
C. difficile)
*
Eubacterium
species
*
Fusobacterium
species
*
Peptostreptococcus
species
*
*
Porphyromonas asaccharolytica
Prevotella
species
*
Species waarbij verworven resistentie een probleem kan zijn:
Grampositieve aeroben:
Meticilline resistente stafylokokken
+#
Anaeroben:
Bacteroides fragilis
en species in de
B. fragilis-groep
*
Inherent resistente organismen
:
Grampositieve aeroben:
Corynebacterium jeikeium
Enterokokken waaronder
Enterococcus faecalis
en
Enterococcus faecium
Gramnegatieve aeroben:
Aeromonas
species
Acinetobacter
species
Burkholderia cepacia
Pseudomonas aeruginosa
Stenotrophomonas maltophilia
Anaeroben:
Lactobacillus
species
Overige:
Chlamydia
species
Mycoplasma
species
Rickettsia
species
Legionella
species
*
Werkzaamheid in klinisch onderzoek afdoende aangetoond.
De werkzaamheid van INVANZ bij de behandeling van buiten het ziekenhuis opgelopen pneumonie
veroorzaakt door tegen penicillineresistente
Streptococcus pneumoniae
is niet vastgesteld.
+
frequentie van verworven resistentie in sommige lidstaten > 50 %.
#
meticillineresistente stafylokokken (waaronder MRSA) zijn altijd resistent tegen bètalactams.
12
Gegevens uit klinische onderzoeken
Werkzaamheid in pediatrische onderzoeken
Ertapenem is primair op veiligheid bij kinderen en secundair op werkzaamheid onderzocht in
gerandomiseerde, vergelijkende multicenterstudies bij patiënten van 3 maanden tot en met 17 jaar oud.
Het deel van de patiënten met een gunstige beoordeling van de klinische respons bij het bezoek na de
behandeling in de klinische MITT-populatie staat hieronder:
Ertapenem
Ziekte-
stratum
Buiten het
ziekenhuis
verworven
pneumonie
(CAP)
Leeftijdstratum
3 tot en met
23 maanden
n/m
31/35
%
88,6
n/m
13/13
Ceftriaxon
%
100,0
2 tot en met 12 jaar
13 tot en met 17 jaar
Ziekte-
stratum
Intra-
abdominale
infecties
(IAI)
Acute
bekken-
infecties
(API)
55/57
3/3
96,5
100,0
Ertapenem
16/17
3/3
94.1
100,0
Ticarcilline/clavulanaat
%
82,4
n/m
7/9
%
77,8
Leeftijdstratum
2 tot en met 12 jaar
n/m
28/34
13 tot en met 17 jaar
13 tot en met 17 jaar
15/16
25/25
93,8
100,0
4/6
8/8
66,7
100,0
Inclusief 9 patiënten in de ertapenemgroep (7 CAP en 2 IAI), 2 patiënten in de ceftriaxongroep
(2 CAP) en 1 patiënt met IAI in de ticarcilline/clavulanaatgroep met secundaire bacteriëmie bij
inclusie in het onderzoek.
5.2
Farmacokinetische eigenschappen
Plasmaconcentraties
De gemiddelde plasmaconcentraties van ertapenem na een eenmalige intraveneuze infusie gedurende
30 minuten van een dosis van 1 g bij gezonde jonge volwassenen (25 tot en met 45 jaar) waren 0,5 uur
na toediening (einde infusie) 155 microgram/ml (C
max
), 12 uur na toediening 9 microgram/ml en
24 uur na toediening 1 microgram/ml.
De oppervlakte onder de plasmaconcentratiecurve (AUC) van ertapenem bij volwassenen neemt over
het doseringsbereik van 0,5 tot 2 g bijna proportioneel met de dosis toe.
Na herhaalde intraveneuze doses van 0,5 tot 2 g/dag bij volwassenen treedt geen accumulatie van
ertapenem op.
De gemiddelde plasmaconcentraties ertapenem na een eenmalige intraveneuze infusie gedurende
30 minuten van 15 mg/kg (tot maximale dosis van 1 g) bij patiënten van 3 tot en met 23 maanden
waren 103,8 microgram/ml (C
max
) 0,5 uur na de dosis (einde infusie), 13,5 microgram/ml 6 uur na
toediening, en 2,5 microgram/ml 12 uur na toediening.
De gemiddelde plasmaconcentraties ertapenem na een eenmalige intraveneuze infusie gedurende
30 minuten van 15 mg/kg (tot maximale dosis van 1 g) bij patiënten van 2 tot en met 12 jaar waren
13
113,2 microgram/ml (C
max
) 0,5 uur na de dosis (einde infusie), 12,8 microgram/ml 6 uur na toediening,
en 3,0 microgram/ml 12 uur na toediening.
De gemiddelde plasmaconcentraties ertapenem na een eenmalige intraveneuze infusie gedurende
30 minuten van 20 mg/kg (tot maximale dosis van 1 g) bij patiënten van 13 tot en met 17 jaar waren
170,4 microgram/ml (C
max
) 0,5 uur na de dosis (einde infusie), 7,0 microgram/ml 12 uur na toediening,
en 1,1 microgram/ml 24 uur na toediening.
De gemiddelde plasmaconcentraties ertapenem na een eenmalige intraveneuze infusie gedurende
30 minuten van 1 g bij 3 patiënten van 13 tot en met 17 jaar waren 155,9 microgram/ml (C
max
) 0,5 uur
na de dosis (einde infusie) en 6,2 microgram/ml 12 uur na toediening.
Distributie
Ertapenem wordt in hoge mate gebonden aan menselijke plasma-eiwitten. Bij gezonde jonge
volwassenen (25 tot en met 45 jaar) neemt de eiwitbinding van ertapenem af naar mate de
plasmaconcentratie toeneemt, van ongeveer 95 % gebonden bij een plasmaconcentratie van ongeveer
< 50 microgram/ml naar ongeveer 92 % gebonden bij een plasmaconcentratie van ongeveer
155 microgram/ml (gemiddelde concentratie verkregen aan het einde van de infusie na
1 g intraveneus).
Het verdelingsvolume (V
dss
)van ertapenem bij volwassenen is ongeveer 8 liter (0,11 liter/kg) en
ongeveer 0,2 liter/kg bij kinderen van 3 maanden tot en met 12 jaar en ongeveer 0,16 liter/kg bij
kinderen van 13 tot en met 17 jaar.
Concentraties van ertapenem in huidblaarvocht bij volwassenen op de verschillende tijdpunten op de
derde dag van de eenmaaldaagse intraveneuze doses van 1 g vertoonden een ratio AUC in
huidblaarvocht : AUC in plasma van 0,61.
Uit onderzoek
in-vitro
blijkt dat het effect van ertapenem op de plasma-eiwitbinding van in hoge mate
aan eiwitten gebonden geneesmiddelen (warfarine, ethinylestradiol en norethindron) gering was. De
verandering in binding was bij de piekplasmaconcentratie van ertapenem na een dosis 1 g < 12 %.
In-vivo
verminderde probenecide (500 mg om de 6 uur) de fractie van gebonden ertapenem in het
plasma aan het einde van de infusie bij personen die een eenmalige intraveneuze dosis 1 g kregen van
ongeveer 91 % naar ongeveer 87 %. De effecten van deze verandering zijn naar verwachting van
voorbijgaande aard. Een klinisch belangrijke interactie als gevolg van verdringing van een ander
geneesmiddel door ertapenem of van ertapenem door een ander geneesmiddel is onwaarschijnlijk.
Uit
in-vitro-onderzoek
blijkt dat ertapenem geen remming geeft van het door P-glycoproteïne
gemedieerd transport van digoxine of vinblastine en dat ertapenem geen substraat is voor het door
P-glycoproteïne gemedieerd transport.
Biotransformatie
Bij gezonde jonge volwassenen (23 tot en met 49 jaar) bestaat na intraveneuze infusie van radioactief
gelabeld 1 gram ertapenem, de radioactiviteit in het plasma voornamelijk (94 %) uit ertapenem. De
belangrijkste metaboliet van ertapenem is het openringderivaat dat wordt gevormd door
dehydropeptidase-I-gemedieerde hydrolyse van de bètalactamring.
Uit
in-vitro-onderzoek
met menselijke levermicrosomen blijkt dat ertapenem geen remming geeft van
het metabolisme dat wordt gemedieerd door een van de 6 belangrijke isovormen van CYP: 1A2, 2C9,
2C19, 2D6, 2E1 en 3A4.
Eliminatie
Na toediening van een radioactief gelabelde intraveneuze dosis ertapenem 1 g aan gezonde jonge
volwassenen (23 tot en met 49 jaar) wordt ongeveer 80 % in de urine en 10 % in de feces
teruggevonden. Van de 80 % teruggevonden in de urine wordt ongeveer 38 % uitgescheiden als
onveranderd ertapenem en ongeveer 37 % als de openringmetaboliet.
14
Bij gezonde jonge volwassenen (18 tot en met 49 jaar) en patiënten van 13 tot en met 17 jaar die een
intraveneuze dosis 1 g kregen was de gemiddelde halfwaardetijd in het plasma ongeveer 4 uur. De
gemiddelde plasmahalfwaardetijd bij kinderen van 3 maanden tot en met 12 jaar is ongeveer 2,5 uur.
De gemiddelde concentratie ertapenem in de urine gedurende de periode 0 tot 2 uur na toediening was
meer dan 984 microgram/ml en gedurende de periode 12 tot 24 uur na toediening meer dan
52 microgram/ml.
Speciale populaties
Geslacht
De plasmaconcentratie van ertapenem is bij mannen en vrouwen vergelijkbaar.
Ouderen
Plasmaconcentraties na een 1 g en 2 g intraveneuze dosis van ertapenem zijn iets hoger
(respectievelijk ongeveer 39 % en 22 %) bij ge
zonde ouderen (≥
65 jaar) dan bij jonge volwassenen
(< 65 jaar). Als er geen ernstige nierfunctiestoornis bestaat, hoeft de dosering voor oudere patiënten
niet te worden aangepast.
Pediatrische patiënten
De plasmaconcentraties ertapenem bij kinderen van 13 tot en met 17 jaar zijn na een eenmaaldaagse
intraveneuze dosis 1 gram vergelijkbaar met die bij volwassenen.
Na de dosis 20 mg/kg (tot maximale dosis van 1 gram) waren de waarden van de farmacokinetische
parameters bij patiënten van 13 tot en met 17 jaar over het algemeen vergelijkbaar met die bij gezonde
jonge volwassenen. Om een schatting te kunnen maken van de farmacokinetische data als alle
patiënten in deze leeftijdsgroep een dosis 1 gram zouden krijgen, werden de farmacokinetische
gegevens berekend met aanpassing voor een dosis 1 gram, uitgaande van lineariteit. Uit vergelijking
van de resultaten blijkt dat een eenmaaldaagse dosis ertapenem 1 gram bij patiënten van 13 tot en met
17 jaar een farmacokinetisch profiel heeft dat vergelijkbaar is met da
t bij volwassenen. De ratio’s (13
tot en met 17 jaar/volwassenen) voor AUC, concentratie aan einde infusie en concentratie halverwege
het doseringsinterval waren respectievelijk 0,99, 1,20 en 0,84.
De plasmaconcentraties halverwege het doseringsinterval na een eenmalige intraveneuze dosis
ertapenem 15 mg/kg bij patiënten van 3 maanden tot en met 12 jaar zijn vergelijkbaar met de
plasmaconcentraties halverwege het doseringsinterval na een eenmaaldaagse intraveneuze dosis
1 gram bij volwassen (zie Plasmaconcentraties). De plasmaklaring (ml/min/kg) van ertapenem bij
patiënten van 3 maanden tot en met 12 jaar is ongeveer tweemaal hoger in vergelijking met die bij
volwassenen. Bij de dosis 15 mg/kg waren de AUC-waarde en plasmaconcentraties bij het midden van
het doseringsinterval bij patiënten van 3 maanden tot en met 12 jaar vergelijkbaar met die bij jonge
gezonde volwassenen die een intraveneuze dosis ertapenem 1 g kregen.
Leverfunctiestoornis
De farmacokinetiek van ertapenem bij patiënten met leverfunctiestoornis is niet vastgesteld. Gezien de
beperkte mate van metabolisme van ertapenem door de lever zal de farmacokinetiek naar verwachting
niet door een leverfunctiestoornis worden beïnvloed. Daarom wordt bij patiënten met een
leverfunctiestoornis geen dosisaanpassing aanbevolen.
Nierfunctiestoornis
Na een eenmalige intraveneuze dosis ertapenem 1 g bij volwassenen komen de AUC
s van het totale
ertapenem (gebonden en ongebonden) en van ongebonden ertapenem bij patiënten met een lichte
nierfunctiestoornis (CL
cr
60 tot 90 ml/min/1,73 m
2
) overeen met die bij gezonde proefpersonen
(leeftijd 25 tot en met 82 jaar). Bij patiënten met een matige nierfunctiestoornis (Cl
cr
31 tot 59 ml/min/1,73 m²) zijn de AUCs van het totale ertapenem en van ongebonden ertapenem
respectievelijk ongeveer 1,5 en 1,8 maal hoger dan bij gezonde proefpersonen. Bij patiënten met een
ernstige nierfunctiestoornis (Cl
cr
5 tot 30 ml/min/1,73 m²) zijn de AUCs van het totale ertapenem en
van ongebonden ertapenem respectievelijk ongeveer 2,6 en 3,4 maal hoger dan bij gezonde
proefpersonen. Bij patiënten die hemodialyse behoeven zijn de AUCs van het totale ertapenem en van
15
ongebonden ertapenem respectievelijk ongeveer 2,9 en 6,0 maal hoger, tussen de dialyse sessies, dan
bij gezonde proefpersonen. Na een eenmalige intraveneuze dosis 1 g direct voor hemodialyse wordt
ongeveer 30 % van de dosis in het dialysaat teruggevonden. Er zijn geen gegevens bij kinderen met
een nierfunctiestoornis.
Er zijn onvoldoende gegevens over de veiligheid en werkzaamheid van ertapenem bij patiënten met
een gevorderde nierfunctiestoornis en patiënten die hemodialyse nodig hebben om een
dosisaanbeveling te ondersteunen. Daarom moet ertapenem bij deze patiënten niet worden toegepast.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig
van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde
dosering, genotoxiciteit en reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit. Wel werd bij ratten die hoge doses
ertapenem kregen, een verlaagde neutrofielentelling waargenomen, wat niet als een belangrijke
veiligheidskwestie werd beschouwd.
Er zijn geen langdurige onderzoeken bij dieren verricht om het carcinogeen potentieel van ertapenem
te beoordelen.
6.
6.1
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
Lijst van hulpstoffen
Natriumbicarbonaat (E500)
Natriumhydroxide (E524) om de pH naar 7,5 bij te stellen
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Gebruik geen oplosmiddelen of infusievloeistoffen met dextrose voor reconstitutie of toediening van
ertapenem.
Omdat de verenigbaarheid niet verder onderzocht is, mag dit geneesmiddel niet gemengd worden met
andere geneesmiddelen dan die vermeld zijn in rubriek 6.6.
6.3
2 jaar.
Houdbaarheid
Na reconstitutie: Verdunde oplossingen moeten direct worden gebruikt. Als deze niet direct worden
gebruikt, is de bewaartijd de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Verdunde oplossingen (ongeveer
20 mg/ml ertapenem) zijn bij kamertemperatuur (25 ºC) 6 uur fysisch en chemisch stabiel, of 24 uur
bij 2 tot 8 ºC (in de koelkast). Oplossingen moeten binnen 4 uur na verwijdering uit de koelkast
worden gebruikt. Oplossingen INVANZ niet invriezen.
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25 °C.
Voor de bewaarcondities van het geneesmiddel na reconstitutie, zie rubriek 6.3.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
Glazen injectieflacons 15 ml Type I met een grijze butyl stop en met een witte plastic dop op een
gekleurde aluminium verzegeling.
16
Geleverd in verpakkingen met 1 of 10 injectieflacons.
Niet alle verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Gebruiksaanwijzingen:
Uitsluitend voor eenmalig gebruik.
Gereconstitueerde oplossingen moeten direct na bereiding worden verdund in natriumchloride
9 mg/ml (0,9 %) oplossing.
Bereiding voor intraveneuze toediening:
INVANZ moet voor toediening worden gereconstitueerd en dan verdund.
Volwassenen en adolescenten (13 tot en met 17 jaar)
Reconstitutie
Reconstitueer de inhoud van een injectieflacon INVANZ 1 g met 10 ml water voor injectie of een
oplossing van natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %) om een gereconstitueerde oplossing van ongeveer
100 mg/ml te verkrijgen. Los het poeder op door goed te schudden. (Zie rubriek 6.4.)
Verdunning
Voor een zak met 50 ml oplosmiddel:
Om een dosis 1 g te verkrijgen wordt de inhoud van de gereconstitueerde injectieflacon direct
overgebracht in een 50 ml zak van een oplossing van natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %); of
Voor een flacon met 50 ml oplosmiddel:
Voor een dosis van 1 g, 10 ml optrekken uit een 50 ml-flacon natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %) en
weggooien. Breng de inhoud van de gereconstitueerde flacon 1 g INVANZ over in de 50 ml-flacon
natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %).
Infusie
Gedurende 30 minuten infunderen.
Kinderen (3 maanden tot en met 12 jaar)
Reconstitutie
Reconstitueer de inhoud van een injectieflacon INVANZ 1 g met 10 ml water voor injectie of een
oplossing van natriumchloride 0,9 mg/ml (0,9 %) om een gereconstitueerde oplossing van ongeveer
100 mg/ml te verkrijgen. Los het poeder op door goed te schudden. (Zie rubriek 6.4.)
Verdunning
Voor een zak met oplosmiddel: Breng een hoeveelheid equivalent aan 15 mg/kg lichaamsgewicht (niet
meer dan 1 g/dag) over in een zak met een oplossing van natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %) voor een
uiteindelijke concentratie van 20 mg/ml of minder; of
Voor een flacon met oplosmiddel: Breng een hoeveelheid equivalent aan 15 mg/kg (niet meer dan
1 g/dag) over in een flacon met een oplossing van natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %) voor een
uiteindelijke concentratie van 20 mg/ml of minder
Infusie
Gedurende 30 minuten infunderen.
INVANZ blijkt verenigbaar te zijn met intraveneuze oplossingen met natriumheparine en
kaliumchloride.
De gereconstitueerde oplossingen moeten voor toediening visueel op deeltjes en verkleuring worden
gecontroleerd als de verpakking dat toelaat. Oplossingen INVANZ variëren in kleur van kleurloos tot
vaal geel. Kleurvariaties binnen dit bereik hebben geen invloed op de sterkte.
17
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/02/216/001
EU/1/02/216/002
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN
DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 18 april 2002
Datum van laatste verlenging: 22 december 2011
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau
http://www.ema.europa.eu.
18
BIJLAGE II
A.
FABRIKANT(EN) VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN
VAN LEVERING EN GEBRUIK
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE
HOUDER VAN DE HANDELSVERGUNNING MOETEN
WORDEN NAGEKOMEN
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET
BETREKKING TOT EEN VEILIG EN DOELTREFFEND
GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL
B.
C.
D.
19
A.
FABRIKANT(EN) VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE
Naam en adres van de fabrikant(en) verantwoordelijk voor vrijgifte
FAREVA Mirabel, Route de Marsat, Riom
63963 Clermont-Ferrand Cedex 9, Frankrijk
B.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN LEVERING EN
GEBRUIK
Aan medisch voorschrift onderworpen geneesmiddel.
C.
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE HOUDER VAN DE
HANDELSVERGUNNING MOETEN WORDEN NAGEKOMEN
Periodieke veiligheidsverslagen
De vereisten voor de indiening van periodieke veiligheidsverslagen worden vermeld in de lijst met
Europese referentie data (EURD-lijst), waarin voorzien wordt in artikel 107c, onder punt 7 van
Richtlijn 2001/83/EG en eventuele hierop volgende aanpassingen gepubliceerd op het Europese
webportaal voor geneesmiddelen.
D.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET BETREKKING TOT EEN VEILIG EN
DOELTREFFEND GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL
Risk Management Plan (RMP)
Niet van toepassing.
20
BIJLAGE III
ETIKETTERING EN BIJSLUITER
21
A. ETIKETTERING
22
GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD:
BUITENVERPAKKING
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
INVANZ 1 g poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie
ertapenem
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke injectieflacon bevat: 1,0 gram ertapenem (als natrium).
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Natriumbicarbonaat (E500); natriumhydroxide (E524) om de pH naar 7,5 bij te stellen.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie
1 injectieflacon
10 injectieflacons
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Intraveneus gebruik na reconstitutie en verdunning.
Uitsluitend voor eenmalig gebruik.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
EXP
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren beneden 25 °C.
23
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)
11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Merck Sharp & Dohme BV
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/02/216/001 1 injectieflacon
EU/1/02/216/002 10 injectieflacons
13.
Lot
PARTIJNUMMER
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Rechtvaardiging voor uitzondering van braille is aanvaardbaar.
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
PC
SN
NN
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
24
GEGEVENS DIE IN IEDER GEVAL OP PRIMAIRE KLEINVERPAKKINGEN MOETEN
WORDEN VERMELD
ETIKET VOOR INJECTIEFLACON
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGWEG(EN)
INVANZ 1 g poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie
ertapenem
Intraveneus gebruik
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Uitsluitend voor eenmalig gebruik.
3.
EXP
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
4.
Lot
PARTIJNUMMER
5.
1g
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
6.
OVERIGE
25
B. BIJSLUITER
26
Bijsluiter: informatie voor de gebruiker
INVANZ 1 g poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie
ertapenem
Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke
informatie in voor u.
-
Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
-
Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
-
Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan
schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.
-
Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die
niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
Inhoud van deze bijsluiter
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Wat is INVANZ en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Hoe gebruikt u dit middel?
Mogelijke bijwerkingen
Hoe bewaart u dit middel?
Inhoud van de verpakking en overige informatie
1.
Wat is INVANZ en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
INVANZ bevat ertapenem, een antibioticum van de bètalactamgroep. Het kan een breed scala van
bacteriën (ziektekiemen) doden, die in verschillende delen van het lichaam infecties veroorzaken.
INVANZ kan worden gegeven aan personen van 3 maanden en ouder.
Behandeling:
Uw arts heeft INVANZ voorgeschreven omdat u of uw kind een (of meerdere) van de volgende
soorten infecties heeft:
Infectie in de buik
Longontsteking (pneumonie)
Infecties van de vrouwelijke geslachtsorganen (gynaecologische infecties)
Huidinfecties van de voet bij diabetici.
Preventie:
Voorkoming van infecties op de operatieplaats na een operatie aan de dikke darm of het rectum
(de endeldarm) bij volwassenen.
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in
rubriek 6.
U bent allergisch voor antibiotica zoals penicillines, cefalosporines of carbapenems (die
gebruikt worden om diverse infecties te behandelen).
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt.
27
Als u tijdens de behandeling een allergische reactie krijgt (zoals zwelling van het gezicht, de tong of
keel, moeilijk ademen of slikken, huiduitslag), vertel dat dan direct aan uw arts omdat u mogelijk
spoedeisende medische zorg nodig heeft.
Terwijl antibiotica zoals INVANZ bepaalde bacteriën doden, kunnen andere bacteriën en schimmels
meer gaan groeien dan normaal. Dat wordt overgroei genoemd. Uw arts zal u op overgroei controleren
en waar nodig behandelen.
Als u voor, tijdens of na uw behandeling met INVANZ diarree krijgt, is het belangrijk dat u dat uw
arts vertelt. De reden is dat u mogelijk een aandoening heeft die colitis wordt genoemd (ontsteking van
de darm). Gebruik geen geneesmiddel tegen diarree zonder eerst met uw arts te overleggen.
Als u geneesmiddelen gebruikt die valproïnezuur of natriumvalproaat worden genoemd, moet u dat uw
arts vertellen (zie
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
hieronder).
Informeer uw arts over alle ziektes die u heeft of heeft gehad, waaronder:
Nierziekte. Het is vooral belangrijk dat uw arts weet of u een nierziekte heeft en of u dialyse
ondergaat.
Allergieën voor geneesmiddelen waaronder antibiotica.
Aandoeningen aan het centrale zenuwstelsel, waaronder plaatselijke zenuwtrekkingen of
insulten.
Gebruik bij kinderen en jongeren (3 maanden tot 18 jaar)
De ervaring met INVANZ bij kinderen jonger dan twee jaar is beperkt. In deze leeftijdsgroep zal uw
arts het mogelijke gunstige effect van het gebruik ervan bepalen. Er is geen ervaring bij kinderen
jonger dan 3 maanden.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast INVANZ nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de
mogelijkheid dat u binnenkort andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts.
Als u de geneesmiddelen valproïnezuur of natriumvalproaat (gebruikt voor de behandeling van
epilepsie, manische depressiviteit, migraine of schizofrenie) gebruikt, moet u dat uw arts,
verpleegkundige of apotheker vertellen. Dat is omdat INVANZ invloed kan hebben op de werking van
bepaalde andere geneesmiddelen. Uw arts zal aangeven of u INVANZ in combinatie met deze andere
geneesmiddelen moet gebruiken.
Zwangerschap en borstvoeding
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan
contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.
INVANZ is niet onderzocht bij zwangere vrouwen. INVANZ mag niet tijdens de zwangerschap
worden gebruikt tenzij uw arts besluit dat het mogelijke voordeel opweegt tegen het mogelijke risico
voor het ongeboren kind.
Vrouwen die INVANZ krijgen, mogen geen borstvoeding geven omdat dit geneesmiddel in de
moedermelk is teruggevonden, wat gevolgen kan hebben voor bab
y’s die borstvoeding krijgen.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Rijd niet of gebruik geen machines totdat u weet hoe u op het geneesmiddel reageert.
Bepaalde bij gebruik van INVANZ gemelde bijwerkingen, zoals duizeligheid en slaperigheid, kunnen
van invloed zijn op uw vermogen om auto te rijden of machines te gebruiken.
INVANZ bevat natrium
Dit middel bevat ongeveer 137 mg natrium (een belangrijk bestanddeel van keukenzout/tafelzout) per
dosis van 1,0 g. Dit komt overeen met 6,85 % van de aanbevolen maximale dagelijkse hoeveelheid
natrium in de voeding voor een volwassene.
28
3.
Hoe gebruikt u dit middel?
INVANZ wordt altijd door een arts of andere zorgverlener bereid en intraveneus (in een ader)
toegediend.
De aanbevolen dosis INVANZ voor volwassenen en jongeren van 13 jaar en ouder is 1 gram (g)
eenmaal per dag. De aanbevolen dosis voor kinderen van 3 maanden tot en met 12 jaar is 15 mg/kg
tweemaal per dag (niet meer dan 1 g/dag). Uw arts zal bepalen hoeveel dagen behandeling u nodig
heeft.
Ter voorkoming van infecties op de operatieplaats na een operatie aan de dikke darm of endeldarm is
de aanbevolen dosis INVANZ 1 g, eenmalig intraveneus (in een ader) toegediend, 1 uur voor de
operatie.
Het is erg belangrijk dat u INVANZ toegediend krijgt zolang uw arts dat voorschrijft.
Heeft u te veel van dit middel toegediend gekregen?
Als u bang bent dat u te veel INVANZ heeft gekregen, neem dan direct contact op met uw arts of een
andere zorgverlener.
Heeft u een dosis van dit middel niet toegediend gekregen?
Als u bang bent dat u een dosis INVANZ te weinig heeft gekregen, neem dan direct contact op met uw
arts of een andere zorgverlener.
4.
Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen
daarmee te maken.
Volwassenen van 18 jaar en ouder:
Sinds het geneesmiddel op de markt is, zijn er ernstige allergische reacties (anafylaxie),
overgevoeligheidssyndromen (allergische reacties waaronder uitslag, koorts, afwijkende uitslagen van
bloedonderzoeken) gemeld. De eerste verschijnselen van een ernstige allergische reactie kunnen
zwelling van het gezicht en/of de keel zijn. Als deze verschijnselen optreden, vertel dat dan direct aan
uw arts omdat u mogelijk spoedeisende medische zorg nodig heeft.
Vaak voorkomende bijwerkingen (bij minder dan 1 op de 10 gebruikers) zijn:
Hoofdpijn
Diarree, misselijkheid, braken
Uitslag, jeuk
Problemen met de ader waarin het geneesmiddel wordt toegediend (waaronder ontsteking,
vorming van een knobbel, zwelling op de injectieplaats of lekken van vocht in het weefsel en de
huid rond de injectieplaats)
Toename aantal bloedplaatjes
Veranderingen in uitslagen van leverfunctieonderzoeken.
Soms voorkomende bijwerkingen (bij minder dan 1 op de 100 gebruikers) zijn:
Duizeligheid, slaperigheid, slapeloosheid, verwarring, toevallen
Lage bloeddruk, langzame hartslag
Kortademigheid, keelpijn
29
Verstopping, gistinfectie in de mond, met antibiotica samenhangende diarree, zure oprispingen,
droge mond, spijsverteringsstoornissen, verlies van eetlust
Roodheid van de huid
Vaginale afscheiding en irritatie
Buikpijn, vermoeidheid, schimmelinfectie, koorts, oedeem/zwelling, pijn op de borst,
veranderde smaak
Veranderingen in uitslagen van bepaalde laboratoriumonderzoeken van bloed en urine.
Zelden voorkomende bijwerkingen (bij minder dan 1 op de 1000 gebruikers) zijn:
Afname aantal witte bloedcellen, afname aantal bloedplaatjes
Laag bloedsuiker
Onrust, angst, depressie, beven
Onregelmatige hartslag, verhoogde bloeddruk, bloeding, snelle hartslag
Verstopte neus, hoest, bloedneus, longontsteking, afwijkende ademhalingsgeluiden, piepen
Ontsteking van de galblaas, moeilijk slikken, de ontlasting niet op kunnen houden, geelzucht,
leveraandoening
Ontsteking van de huid, schimmelinfectie van de huid, schilfering van de huid, infectie van de
wond na een operatie
Spierkramp, pijn in de schouder
Urineweginfectie, minder goed werkende nieren
Miskraam, bloeding aan de geslachtsdelen
Allergie, zich niet goed voelen, buikvliesontsteking bij het bekken, veranderingen aan het
oogwit, flauwvallen.
De huid kan hard worden op de injectieplaats
Zwelling van de bloedvaten in de huid
Gemelde bijwerkingen met onbekende frequentie (frequentie kan met de beschikbare gegevens niet
worden bepaald) sinds het geneesmiddel op de markt is:
Waarnemingen (zien, horen, ruiken, voelen) van dingen die er niet zijn (hallucinaties)
Verminderd bewustzijn
Psychische veranderingen (waaronder agressie, waanbeelden, zich niet kunnen oriënteren,
veranderde geestelijke gesteldheid)
Abnormale bewegingen
Spierzwakte
Wankelend lopen
Verkleuring van de tanden.
Veranderingen in uitslagen van bepaalde laboratoriumonderzoeken zijn ook gemeld.
Als u verhoogde of met vocht gevulde huidvlekken over een groot deel van uw lichaam heeft, vertel
dit dan onmiddellijk aan uw arts of verpleegkundige.
Kinderen en jongeren (3 maanden tot en met 17 jaar):
Vaak voorkomende bijwerkingen (bij minder dan 1 op de 10 gebruikers) zijn:
Diarree
Luieruitslag
Pijn op de infusieplaats
Veranderingen in aantal witte bloedcellen
Veranderingen in uitslagen van leverfunctieonderzoeken.
Soms voorkomende bijwerkingen (bij minder dan 1 op de 100 gebruikers) zijn:
Hoofdpijn
Opvliegers, hoge bloeddruk, rode of paarse, platte puntjes onder de huid
Verkleurde ontlasting, zwarte, teerachtige ontlasting
30
Rode huid, huiduitslag
Branden, jeuken, roodheid en warmte op de infusieplaats, roodheid op de injectieplaats
Toename aantal bloedplaatjes
Veranderingen in uitslagen van bepaalde laboratoriumonderzoeken.
Gemelde bijwerkingen met onbekende frequentie (frequentie kan met de beschikbare gegevens niet
worden bepaald) sinds het geneesmiddel op de markt is:
Waarnemingen (zien, horen, ruiken, voelen) van dingen die er niet zijn (hallucinaties)
Veranderde geestelijke gesteldheid (waaronder agressie).
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit
geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook
rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in
aanhangsel V.
Door bijwerkingen
te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
5.
Hoe bewaart u dit middel?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op de verpakking
na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste
houdbaarheidsdatum.
Bewaren beneden 25 °C.
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stof in dit middel is ertapenem 1 g.
De andere stoffen in dit middel zijn: natriumbicarbonaat (E500) en natriumhydroxide (E524).
Hoe ziet INVANZ eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
INVANZ is een wit tot gebroken wit gevriesdroogd poeder voor concentraat voor oplossing voor
infusie.
Oplossingen INVANZ variëren in kleur van kleurloos tot vaal geel. Kleurvariaties binnen dit bereik
hebben geen invloed op de werkzaamheid.
INVANZ wordt in verpakkingen met 1 of 10 injectieflacons geleverd.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
Fabrikant
FAREVA Mirabel
Route de Marsat, Riom
63963 Clermont-Ferrand Cedex 9
Frankrijk
Neem voor alle informatie met betrekking tot dit geneesmiddel contact op met de lokale
vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen:
31
Belgique/België/Belgien
MSD Belgium
Tél/Tel:+32(0)27766211
dpoc_belux@merck.com
Lietuva
UAB Merck Sharp & Dohme
Tel. + 370 5 278 02 47
msd_lietuva@merck.com
Luxembourg/Luxemburg
MSD Belgium
Tél/Tel: +32(0)27766211
dpoc_belux@merck.com
Magyarország
MSD Pharma Hungary Kft.
Tel.: +361 888 53 00
hungary_msd@merck.com
Malta
Merck Sharp & Dohme Cyprus Limited
Tel: 8007 4433 (+356 99917558)
malta_info@merck.com
Nederland
Merck Sharp & Dohme B.V.
Tel.: 0800 9999000 (+31 (0)23 5153153)
medicalinfo.nl@merck.com
България
Мерк Шарп и Доум България ЕООД
Тел.: +359 2 819 3737
info-msdbg@merck.com
Česká republika
Merck Sharp & Dohme s.r.o.
Tel.: +420 233 010 111
dpoc_czechslovak@merck.com
Danmark
MSD Danmark ApS
Tlf: +45 44 82 40 00
dkmail@merck.com
Deutschland
INFECTOPHARM
Arzneimittel und Consilium GmbH
Tel. +49 (0)6252 / 95-7000
kontakt@infectopharm.com
Eesti
Merck Sharp & Dohme OÜ
Tel.: +372 6144 200
msdeesti@merck.com
Norge
MSD (Norge) AS
Tlf: +47 32 20 73 00
msdnorge@msd.no
Österreich
Merck Sharp & Dohme Ges.m.b.H.
Tel: +43 (0) 1 26 044
msd-medizin@merck.com
Polska
MSD Polska Sp.z o.o.
Tel.: +48 22 549 51 00
msdpolska@merck.com
Portugal
Merck Sharp & Dohme, Lda
Tel: +351 21 4465700
inform_pt@merck.com
România
Merck Sharp & Dohme Romania S.R.L.
Tel: + 4021 529 29 00
msdromania@merck.com
Slovenija
Merck Sharp & Dohme, inovativna zdravila
d.o.o.
Tel: + 386 1 5204201
msd_slovenia@merck.com
Eλλάδα
MSD Α.Φ.Β.Ε.Ε.
Τηλ: + 30 210 98 97 300
dpoc_greece@merck.com
España
Merck Sharp & Dohme de España, S.A.
Tel: +34 91 321 06 00
msd_info@merck.com
France
MSD France
Tél: + 33 (0) 1 80 46 40 40
Hrvatska
Merck Sharp & Dohme d.o.o.
Tel: + 385 1 6611 333
croatia_info@merck.com
Ireland
Merck Sharp & Dohme Ireland (Human Health)
Limited
Tel: +353 (0)1 2998700
medinfo_ireland@merck.com
32
Ísland
Vistor hf.
Sími: +354 535 7000
Slovenská republika
Merck Sharp & Dohme, s. r. o.
Tel.: +421 2 58282010
dpoc_czechslovak@merck.com
Suomi/Finland
MSD Finland Oy
Puh/Tel: +358 (0) 9 804650
info@msd.fi
Sverige
Merck Sharp & Dohme (Sweden) AB
Tel: +46 (0)77 5700488
medicinskinfo@merck.com
United Kingdom (Northern Ireland)
Merck Sharp & Dohme Ireland (Human
Health) Limited
Tel: +353 (0)1 2998700
medinfoNI@msd.com
Ι
talia
MSD Italia S.r.l.
Tel: +39 06 361911
medicalinformation.it@merck.com
Κύπρος
Merck Sharp & Dohme Cyprus Limited
Τηλ.:
80000 673 (+357 22866700)
cyprus
_
info@merck.com
Latvija
SIA Merck Sharp & Dohme Latvija
Tel: +371 67364 224
msd_lv@merck.com
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in
Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau:
http://www.ema.europa.eu.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:
Instructies voor reconstitutie en verdunning van INVANZ:
Uitsluitend voor eenmalig gebruik.
Bereiding voor intraveneuze toediening:
INVANZ moet voor toediening worden gereconstitueerd en dan verdund.
Volwassenen en adolescenten (13 tot en met 17 jaar)
Reconstitutie
Reconstitueer de inhoud van een injectieflacon INVANZ 1 g met 10 ml water voor injectie of een
oplossing van natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %) om een gereconstitueerde oplossing van ongeveer
100 mg/ml te verkrijgen. Los het poeder op door goed te schudden.
Verdunning
Voor een zak met 50 ml oplosmiddel: Om een dosis 1 g te verkrijgen wordt de inhoud van de
gereconstitueerde injectieflacon direct overgebracht in een 50 ml zak van een oplossing
natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %); of
Voor een flacon met 50 ml oplosmiddel: Voor een dosis van 1 g, 10 ml optrekken uit een 50 ml-flacon
natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %) en gooi dit weg. Breng de inhoud van de gereconstitueerde flacon
1 g INVANZ over in de 50 ml-flacon natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %).
Infusie
Gedurende 30 minuten infunderen.
Kinderen (3 maanden tot en met 12 jaar)
Reconstitutie
Reconstitueer de inhoud van een injectieflacon INVANZ 1 g met 10 ml water voor injectie of een
oplossing van natriumchloride 0,9 mg/ml (0,9 %) om een gereconstitueerde oplossing van ongeveer
100 mg/ml te verkrijgen. Los het poeder op door goed te schudden.
33
Verdunning
Voor een zak met oplosmiddel: Breng een hoeveelheid equivalent aan 15 mg/kg lichaamsgewicht (niet
meer dan 1 g/dag) over in een zak met een oplossing van natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %) voor een
uiteindelijke concentratie van 20 mg/ml of minder; of
Voor een flacon met oplosmiddel: Breng een hoeveelheid equivalent aan 15 mg/kg lichaamsgewicht
(niet meer dan 1 g/dag) over in een flacon met een oplossing van natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %)
voor een uiteindelijke concentratie van 20 mg/ml of minder.
Infusie
Gedurende 30 minuten infunderen.
De gereconstitueerde oplossing moet direct na bereiding worden verdund in natriumchloride 9 mg/ml
(0,9 %). Verdunde oplossingen moeten direct worden gebruikt. Als deze niet direct worden gebruikt,
is de bewaartijd de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Verdunde oplossingen (ongeveer 20 mg/ml
ertapenem) zijn bij kamertemperatuur (25 ºC) 6 uur fysisch en chemisch stabiel, of 24 uur bij 2 tot
8 ºC (in de koelkast). Oplossingen moeten binnen 4 uur na verwijdering uit de koelkast worden
gebruikt. Gereconstitueerde oplossingen INVANZ niet in de vriezer bewaren.
De gereconstitueerde oplossingen moeten voor toediening visueel op deeltjes en verkleuring worden
gecontroleerd als de verpakking dat toelaat. Oplossingen INVANZ variëren in kleur van kleurloos tot
vaal geel. Kleurvariaties binnen dit bereik hebben geen invloed op werkzaamheid.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
34

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
INVANZ 1 g poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke injectieflacon bevat 1,0 g ertapenem.
Hulpstof(fen) met bekend effect
Elke dosis van 1,0 g bevat ongeveer 6,0 mEq natrium (ongeveer 137 mg).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie.
Wit tot gebroken wit poeder.
4.
KLINISCHE GEGEVENS
4.1 Therapeutische indicaties
Behandeling
INVANZ is geïndiceerd bij pediatrische patiënten (3 maanden tot en met 17 jaar) en bij volwassenen
voor de behandeling van de volgende infecties als deze worden veroorzaakt door bacteriën waarvan
het bekend of zeer waarschijnlijk is dat deze gevoelig zijn voor ertapenem en als parenterale therapie
noodzakelijk is (zie rubrieken 4.4 en 5.1):
Intra-abdominale infecties
Buiten het ziekenhuis opgelopen pneumonie
Acute gynaecologische infecties
Infecties van de huid en weke delen van de voet (diabetische voet) (zie rubriek 4.4)
Preventie
INVANZ is geïndiceerd bij volwassenen ter preventie van infectie op de operatieplaats na electieve
colorectale chirurgie (zie rubriek 4.4).
Overwogen dient te worden om door middel van formele begeleiding toe te zien op het juiste gebruik
van antibacteriële middelen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering
Behandeling
Volwassenen en adolescenten (13 tot en met 17 jaar)
: De dosis INVANZ is 1 gram (g) eenmaal daags
intraveneus toegediend (zie rubriek 6.6).
Bij zuigelingen en kinderen (3 maanden tot en met 12 jaar): De dosis INVANZ is 15 mg/kg tweemaal
daags (niet meer dan 1 g/dag) intraveneus toegediend (zie rubriek 6.6).
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van INVANZ bij kinderen jonger dan 3 maanden zijn nog niet
vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Nierfunctiestoornis
INVANZ kan worden gebruikt voor de behandeling van infecties bij volwassen patiënten met een
lichte tot matige nierfunctiestoornis. Bij patiënten met een creatinineklaring > 30 ml/min/1,73 m2 hoeft
de dosering niet te worden aangepast. Er zijn onvoldoende gegevens over de veiligheid en
werkzaamheid van ertapenem bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis om een
dosisaanbeveling te ondersteunen. Daarom moet ertapenem bij deze patiënten niet worden toegepast
(zie rubriek 5.2). Er zijn geen gegevens bij kinderen en adolescenten met een nierfunctiestoornis
beschikbaar.
Hemodialyse
Er zijn onvoldoende gegevens over de veiligheid en werkzaamheid van ertapenem bij patiënten op
hemodialyse om een dosisaanbeveling te ondersteunen. Daarom moet ertapenem bij deze patiënten
niet worden toegepast.
Leverfunctiestoornis
Voor patiënten met een gestoorde leverfunctie wordt geen dosisaanpassing aanbevolen (zie
rubriek 5.2).
Ouderen
De aanbevolen dosis INVANZ moet worden toegediend, behalve bij ernstige nierfunctiestoornis (zie
Nierfunctiestoornis).
Wijze van toediening
Intraveneuze toediening: INVANZ moet gedurende 30 minuten worden geïnfundeerd.
De gebruikelijke behandelingsduur met INVANZ is 3 tot 14 dagen, maar deze kan variëren
afhankelijk van de soort en de ernst van de infectie en het/de oorzakelijke pathoge(e)n(en). Bij
klinische indicatie kan de patiënt na observatie van een klinische verbetering worden overgezet op een
geschikt oraal antibacterieel middel.
Voor instructies voor bereiding van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
4.3 Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde
hulpstoffen
Overgevoeligheid voor enig ander antibacterieel middel met carbapenem
Ernstige overgevoeligheid (bijvoorbeeld anafylactische reactie, ernstige huidreactie) voor elk
ander type bètalactam antibacterieel middel (bijvoorbeeld penicillines of cefalosporines).
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Overgevoeligheid
Ernstige en soms fatale overgevoeligheidsreacties (anafylactische reacties) zijn gemeld bij patiënten
die met bètalactams werden behandeld. Deze reacties zullen eerder optreden bij personen met een
voorgeschiedenis van overgevoeligheid voor multipele allergenen. Vóór instelling van de behandeling
met ertapenem moet zorgvuldig worden nagevraagd of er in het verleden sprake is geweest van
Superinfectie
Langdurig gebruik van ertapenem kan tot een te snelle groei van ongevoelige organismen leiden. Het
is essentieel dat de toestand van de patiënt geregeld wordt beoordeeld. Als tijdens de behandeling een
superinfectie optreedt, moeten passende maatregelen worden genomen.
Antibiotica-geassocieerde colitis
Met antibiotica geassocieerde colitis en pseudomembraneuze colitis zijn bij ertapenem gemeld en
kunnen in ernst variëren van licht tot levensbedreigend. Daarom is het bij patiënten die zich na
toediening van een antibacterieel middel aandienen met diarree, belangrijk deze diagnose in
overweging te nemen. Stopzetting van de behandeling met INVANZ en de toediening van specifieke
behandeling voor Clostridioides difficile moet worden overwogen. Geneesmiddelen die de peristaltiek
remmen moeten niet worden toegediend.
Insulten
In klinisch onderzoek zijn insulten gemeld bij volwassen patiënten tijdens de therapie met ertapenem
(1 g eenmaal daags) of gedurende de follow-up van 14 dagen. De insulten traden het meest op bij
oudere patiënten en bij hen met eerder bestaande aandoeningen aan het centraal zenuwstelsel (CZS)
(bijvoorbeeld hersenlaesies of voorgeschiedenis van insulten) en/of verminderde nierfunctie. Sinds de
introductie van het geneesmiddel zijn soortgelijke waarnemingen gedaan.
Encefalopathie
Encefalopathie is gemeld bij gebruik van ertapenem (zie rubriek 4.8). Als ertapenem-geïnduceerde
encefalopathie wordt vermoed (bijvoorbeeld myoclonus, insulten, veranderde geestelijke gesteldheid,
verminderd bewustzijn), moet u stopzetting van behandeling met ertapenem overwegen. Patiënten met
een nierfunctiestoornis lopen een hoger risico op ertapenem-geïnduceerde encefalopathie. Het kan bij
deze patiënten langer duren voor de aandoening verdwenen is.
Gelijktijdig gebruik met valproïnezuur
Gelijktijdig gebruik van ertapenem en valproïnezuur/natriumvalproaat wordt niet aanbevolen (zie
rubriek 4.5).
Suboptimale blootstelling
Op grond van de beschikbare gegevens kan niet worden uitgesloten dat in de enkele gevallen dat een
chirurgische ingreep langer dan 4 uur duurt, patiënten worden blootgesteld aan suboptimale
ertapenemconcentraties, met als mogelijk gevolg falen van de behandeling. Daarom moet in dergelijke
ongebruikelijke gevallen voorzichtigheid worden betracht.
Informatie ter overweging voor gebruik binnen speciale populaties
Ervaring met het gebruik van ertapenem voor de behandeling van ernstige infecties is beperkt. In
klinisch onderzoek naar de behandeling van buiten het ziekenhuis verworven pneumonie bij
volwassenen, was 25 % van de beoordeelbare, met ertapenem behandelde patiënten ernstig ziek
(gedefinieerd als pneumonie-ernstindex > III). In een klinisch onderzoek naar de behandeling van
acute gynaecologische infecties bij volwassenen, was 26 % van de beoordeelbare, met ertapenem
behandelde patiënten ernstig ziek (gedefinieerd als temperatuur 39 °C en/of bacteriëmie);
tien patiënten hadden bacteriëmie. Van de beoordeelbare met ertapenem behandelde patiënten in een
klinisch onderzoek naar de behandeling van intra-abdominale infecties bij volwassenen had 30 %
gegeneraliseerde peritonitis en 39 % infecties op andere plaatsen dan de appendix, waaronder maag,
duodenum, dunne en dikke darm, en galblaas; het aantal beoordeelbare patiënten die waren
geïncludeerd met een APACHE-II-score 15 was beperkt; bij deze patiënten is de werkzaamheid niet
vastgesteld.
De werkzaamheid van ertapenem bij de behandeling van infecties bij diabetische voet met gelijktijdige
osteomyelitis is niet vastgesteld.
Er is relatief weinig ervaring met ertapenem bij kinderen jonger dan twee jaar. In deze leeftijdsgroep
moet zeer zorgvuldig de gevoeligheid van het/de infecterende organisme(n) voor ertapenem worden
vastgesteld. Er zijn geen gegevens bij kinderen jonger dan 3 maanden.
Natrium
Dit middel bevat ongeveer 137 mg natrium per 1,0 g dosis. Dit komt overeen met 6,85 % van de door
de WHO aanbevolen maximale dagelijkse inname van 2 g natrium voor een volwassene.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Het is onwaarschijnlijk dat er interacties optreden door remming van de door P-glycoproteïne
gemedieerde klaring of door CYP-gemedieerde klaring van geneesmiddelen (zie rubriek 5.2).
Bij gelijktijdig gebruik van valproïnezuur en carbapenems zijn verlagingen van het valproïnezuur tot
onder het therapeutische bereik gemeld. Bij verlaagde valproïnezuurspiegels kan de controle van
insulten onvoldoende zijn; daarom wordt gelijktijdig gebruik van ertapenem en
valproïnezuur/natriumvalproaat niet aanbevolen en moeten alternatieve antibacteriële of anti-
convulsieve therapieën worden overwogen.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn geen adequate en goed gecontroleerde onderzoeken bij zwangere vrouwen verricht.
De resultaten van dieronderzoek duiden niet op directe of indirecte schadelijke effecten wat betreft
zwangerschap, embryo-foetale ontwikkeling, partus of postnatale ontwikkeling. Tijdens de
zwangerschap moet ertapenem echter niet worden gebruikt tenzij het mogelijke voordeel opweegt
tegen het mogelijke risico voor de foetus.
Borstvoeding
Ertapenem wordt bij mensen in de moedermelk uitgescheiden. Gezien de kans op ongunstige effecten
op de pasgeborene, moeten moeders tijdens behandeling met ertapenem geen borstvoeding geven.
Vruchtbaarheid
Er zijn geen adequate en goed gecontroleerde onderzoeken gedaan naar het effect van
ertapenemgebruik op de vruchtbaarheid van mannen en vrouwen. Preklinische onderzoeken laten geen
directe of indirecte schadelijke effecten zien op de vruchtbaarheid (zie rubriek 5.3).
4.7 Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen
om machines te bedienen.
INVANZ kan invloed hebben op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen.
Patiënten moeten worden geïnformeerd dat duizeligheid en slaperigheid gemeld zijn bij het gebruik
van INVANZ (zie rubriek 4.8).
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Volwassenen
Het totaal aantal patiënten dat in klinisch onderzoek met ertapenem werd behandeld was meer dan
2200, waarvan er meer dan 2150 een dosis ertapenem van 1 g kregen. Bijwerkingen (d.w.z. door de
onderzoeker als mogelijk, waarschijnlijk of zeker geneesmiddelgerelateerd beschouwd) werden bij
ongeveer 20 % van de met ertapenem behandelde patiënten gemeld. Bij 1,3 % van de patiënten werd
de behandeling wegens bijwerkingen stopgezet. In een klinisch onderzoek naar de preventie van
infectie op de operatieplaats na colorectale chirurgie kregen nog eens 476 patiënten vóór chirurgie
ertapenem als eenmalige dosis 1 g.
Bij patiënten die alleen INVANZ kregen, waren de meest voorkomende bijwerkingen die werden
gemeld tijdens therapie plus een follow-up van 14 dagen nadat de behandeling was gestopt: diarree
(4,8 %), complicatie aan het infusievat (4,5 %) en misselijkheid (2,8 %).
Voor patiënten die alleen INVANZ kregen, waren de meest gemelde laboratoriumafwijkingen en hun
respectieve incidentie tijdens therapie plus follow-up gedurende 14 dagen na stopzetting van de
behandeling: verhoging ALAT (4,6 %), ASAT (4,6 %), alkalische fosfatase (3,8 %) en
trombocytentelling (3,0 %).
Pediatrische patiënten (3 maanden tot en met 17 jaar oud)
Het totaal aantal in klinische onderzoeken met ertapenem behandelde patiënten was 384. Het algehele
veiligheidsprofiel is vergelijkbaar met dat bij volwassenen. Bijwerkingen (d.w.z. bijwerkingen die
door de onderzoeker werden geacht mogelijk, waarschijnlijk of beslist met het geneesmiddel samen te
hangen) werden bij ongeveer 20,8 % met ertapenem behandelde patiënten gemeld. Bij 0,5 % van de
patiënten werd de behandeling wegens bijwerkingen stopgezet.
Voor patiënten die alleen INVANZ kregen, waren de meest gemelde bijwerkingen tijdens therapie
plus follow-up gedurende 14 dagen na stopzetting van de behandeling: diarree (5,2 %) en pijn op de
infusieplaats (6,1 %).
Voor patiënten die alleen INVANZ kregen, waren de meest gemelde laboratoriumafwijkingen en hun
respectieve incidentie tijdens therapie plus follow-up gedurende 14 dagen na stopzetting van de
behandeling: verlaagde neutrofielentelling (3,0 %) en verhoging van ALAT (2,9 %) en ASAT (2,8 %).
Tabel met bijwerkingen
Bij patiënten die alleen INVANZ kregen, werden de volgende gerelateerde bijwerkingen gemeld
tijdens de therapie plus een follow-up van 14 dagen nadat de behandeling was gestopt:
Vaak ( 1/100 tot < 1/10); Soms ( 1/1000 tot < 1/100); Zelden ( 1/10.000 tot < 1/1000); Zeer zelden
(< 1/10.000), Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).

Volwassenen 18 jaar en


Kinderen en adolescenten


ouder


(3 maanden tot en met
17 jaar oud)

Infecties en parasitaire aandoeningen Soms: Orale candidiasis,
candidiasis,
schimmelinfectie,
pseudomembraneuze
enterocolitis, vaginitis
Zelden: Pneumonie,
dermatomycose,
postoperatieve
wondinfectie,
urineweginfectie
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Zelden: Neutropenie,
trombocytopenie
Immuunsysteemaandoeningen
Zelden: Allergie
Niet bekend: Anafylaxie
waaronder anafylactoïde
reacties
Voedings- en
Soms: Anorexia
stofwisselingsstoornissen
Zelden: Hypoglykemie
Psychische aandoeningen
Soms: Slapeloosheid,
Niet bekend: Veranderde
verwarring
geestelijke gesteldheid
Zelden: Agitatie, angst,
(waaronder agressie)
depressie
Niet bekend
: Veranderde
geestelijke gesteldheid
(waaronder agressie,
delirium, desoriëntatie,
veranderingen in geestelijke
gesteldheid)
Zenuwstelselaandoeningen
Vaak: Hoofdpijn
Soms: Hoofdpijn
Soms: Duizeligheid,
Niet bekend: Hallucinaties
slaperigheid, dysgeusie,
insulten (zie rubriek 4.4)
Zelden: Tremoren, syncope
Niet bekend: Hallucinaties,
verminderd bewustzijn,
dyskinesie, myoclonus,
loopstoornis, encefalopathie
(zie rubriek 4.4)
Oogaandoeningen
Zelden: Aandoening aan de
sclera
Hartaandoeningen
Soms: sinusbradycardie
Zelden: Aritmieën,
tachycardie
Bloedvataandoeningen
Vaak: Complicatie aan het
Soms: Opvlieger,
infusievat,
hypertensie
flebitis/tromboflebitis
Soms: Hypotensie
Zelden: Bloeding,
verhoogde bloeddruk

Kinderen en adolescenten


ouder


(3 maanden tot en met
17 jaar oud)

Ademhalingsstelsel-, borstkas- en
Soms: Dyspneu, pijn in de
mediastinumaandoeningen
farynx
Zelden: Neusverstopping,
hoest, epistaxis,
reutels/rhonchi, piepende
ademhaling
Maagdarmstelselaandoeningen
Vaak: Diarree,
Vaak: Diarree
misselijkheid, braken
Soms: verkleuring van de
Soms: Constipatie, zure
feces, melaena
reflux, droge mond,
dyspepsie, buikpijn
Zelden: Dysfagie,
incontinentie van de feces,
bekkenperitonitus
Niet bekend: Verkleuring
van de tanden
Lever- en galaandoeningen
Zelden: Cholecystitis,
geelzucht, leveraandoening
Huid- en onderhuidaandoeningen
Vaak: Uitslag, pruritus
Vaak: Luierdermatitis
Soms: Erytheem, urticaria
Soms: Erytheem, uitslag,
Zelden: Dermatitis,
petechiën
schilfering,
overgevoeligheidsvasculitis
Niet bekend: Acute
gegeneraliseerde
exanthemateuze pustulose
(AGEP), exantheem met
eosinofilie en systemische
verschijnselen (DRESS
syndroom)
Skeletspierstelsel- en
Zelden: Spierkramp,
bindweefselaandoeningen
schouderpijn
Niet bekend: Spierzwakte
Nier- en urinewegaandoeningen
Zelden: Nierinsufficiëntie,
acute nierinsufficiëntie
Zwangerschap, puerperium en
Zelden: Abortus
perinatale aandoeningen
Voortplantingsstelsel- en

Zelden: Genitale bloeding
borstaandoeningen
Algemene aandoeningen en
Soms: Extravasatie,
Vaak: Pijn op de
toedieningsplaatsstoornissen
asthenie/vermoeidheid,
infusieplaats
koorts, oedeem/zwelling,
Soms: Brandend gevoel op
pijn op de borst
de infusieplaats, pruritus op
Zelden: Verharding op de
de infusieplaats, erytheem
injectieplaats, malaise
op de infusieplaats,
erytheem op de
injectieplaats, warmte op de
infusieplaats

Kinderen en adolescenten


ouder


(3 maanden tot en met
17 jaar oud)

Onderzoeken
Bloedbeeld

Vaak: Verhogingen van het
Vaak: Verhogingen van het
ALAT, ASAT, alkalische
ALAT en ASAT
fosfatase
Soms: Verhoging van het
totale serumbilirubine,
direct serumbilirubine,
indirect serum bilirubine,
serumcreatinine,
serumureum, serumglucose
Zelden: Verlaging van het
serumbicarbonaat,
serumcreatinine en
serumkalium; verhoging van
het serum LDH,
serumfosfor, serumkalium
Hematologie
Vaak: Verhoging van het
Vaak: Vermindering van het
aantal bloedplaatjes
aantal neutrofielen
Soms: Vermindering van het
Soms: Verhoogd aantal
aantal witte bloedcellen,
bloedplaatjes, geactiveerde
bloedplaatjes,
partiële tromboplastinetijd,
gesegmenteerde
protrombinetijd, verlaging
neutrofielen, hemoglobine
van het hemoglobine
en hematocriet; verhoging
van de eosinofielen,
geactiveerde partiële
tromboplastinetijd,
protrombinetijd,
gesegmenteerde neutrofielen
en witte bloedcellen
Zelden: Verminderd aantal
lymfocyten; verhoogd aantal
bandneutrofielen,
lymfocyten,
metamyelocyten,
monocyten, myelocyten;
atypische lymfocyten
Urine-onderzoek
Soms: Verhoogde
concentraties in de urine van
bacteriën, witte bloedcellen,
epitheelcellen en rode
bloedcellen; gist aanwezig
in de urine
Zelden: Verhoogd
urobilinogeen
Diversen
Soms: Positief voor toxine
Clostridioides difficile
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op
deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden
gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen
te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.
Er zijn geen specifieke gegevens beschikbaar over de behandeling van een overdosis met ertapenem.
Overdosering van ertapenem is onwaarschijnlijk. Intraveneuze toediening van ertapenem in een
dagelijkse dosering van 3 g gedurende 8 dagen bij gezonde volwassen vrijwilligers leidde niet tot
significante toxiciteit. In klinische onderzoeken bij volwassenen leidde onbedoelde toediening tot 3 g
per dag niet tot klinisch relevante bijwerkingen. In klinische onderzoeken bij kinderen leidde een
eenmalige intraveneuze (IV) dosis van 40 mg/kg tot maximaal 2 g niet tot toxiciteit.
Echter, in geval van een overdosering moet de behandeling met INVANZ worden stopgezet en moet
algemene ondersteunende behandeling worden ingesteld totdat ertapenem via de nieren geëlimineerd
wordt.
Ertapenem kan in enige mate door hemodialyse worden verwijderd (zie rubriek 5.2); er zijn echter
geen gegevens beschikbaar over de toepassing van hemodialyse voor de behandeling van een
overdosis.
5.
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1 Farmacodynamische eigenschappen

Algemene eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: Antibacteriële middelen voor systemisch gebruik, carbapenems,
ATC-code: J01DH03
Werkingsmechanisme
Ertapenem remt de celwandsynthese van de bacteriën na aanhechting aan `penicillinebindende
eiwitten' (PBP's). Bij Escherichia coli is de affiniteit het sterkst tot de PBP's 2 en 3.
Farmacokinetisch/Farmacodynamisch (FK/FD) verband
In preklinisch FK/FD-onderzoek blijkt, net als bij andere bètalactamantibiotica, de tijd dat de
plasmaconcentratie van ertapenem de MIC van het infecterende organisme te boven gaat, het beste te
correleren is met werkzaamheid.
Mechanisme van resistentie
Bij PMS-onderzoeken in Europa kwam resistentie bij species die voor ertapenem gevoelig werden
geacht, weinig voor. Bij resistente isolaten werd resistentie voor andere antibacteriële middelen van de
carbapenemklasse bij sommige maar niet alle isolaten gezien. Ertapenem is afdoende bestand tegen
hydrolyse door de meeste klassen bètalactamases, waaronder penicillinases, cefalosporinases en
`extended spectrum' bètalactamases, maar niet metallo-bètalactamases.
Meticilline resistente stafylokokken en enterokokken zijn resistent tegen ertapenem, omdat zij
ongevoelig zijn voor stoffen die PBP's als aangrijpingspunt hebben; P. aeruginosa en andere niet-
fermenterende bacteriën zijn over het algemeen resistent, waarschijnlijk als gevolg van beperkte
penetratie en actieve efflux.
Resistentie komt weinig voor bij Enterobacteriaceae en ertapenem is over het algemeen actief tegen
die met extended-spectrum-bètalactamases (ESBL's). Resistentie kan echter wel worden gezien als
ESBL's of andere krachtige bètalactamases (bijvoorbeeld AmpC-types) aanwezig zijn in samenhang
met een verminderde permeabiliteit als gevolg van het verlies van één of meer buitenmembraanporins,
of met opwaarts gereguleerde efflux. Resistentie kan ook optreden als het vermogen verworven wordt
om bètalactamases met aanzienlijke carbapenemhydrolyserende activiteit (bijvoorbeeld IMP- en VIM-
metallobètalactamases of KPC-types) te vormen, hoewel dat zeldzaam is.

Breekpunten

De EUCAST MIC-breekpunten zijn als volgt:
Enterobacterales: S 0,5 mg/l en R > 0,5 mg/l
Sreptococcus pneumoniae: S 0,5 mg/l en R > 0,5 mg/l
Haemophilus influenzae: S 0,5 mg/l en R > 0,5 mg/l
M. catarrhalis: S 0,5 mg/l en R > 0,5 mg/l
Gramnegatieve anaeroben: S 0,5 mg/l en R > 0,5 mg/l
Grampositieve anaeroben: S 0,5 mg/l en R > 0,5 mg/l
Groep viridans streptokokken: S 0,5 mg/l en R > 0,5 mg/l
Niet speciesgerelateerde breekpunten: S 0,5 mg/l en R > 0,5 mg/l
(NB: de gevoeligheid van stafylokokken voor ertapenem is afgeleid van meticillinegevoeligheid en
gevoeligheid van groep A, B, C & G streptokokken is afgeleid van benzylpenicillinegevoeligheid).

De voorschrijvers worden geacht de lokale MIC-breekpunten, indien beschikbaar, te raadplegen.
Microbiologische gevoeligheid
De prevalentie van verworven resistentie kan per gebied wisselen en ook met de tijd voor
geselecteerde species en lokale gegevens over resistentie zijn gewenst, vooral bij de behandeling van
ernstige infecties. In de Europese Unie zijn plaatselijke clusters gemeld van infecties met voor
carbapenem resistente organismen. De onderstaande informatie geeft slechts een globale richtlijn voor
de waarschijnlijkheid of het micro-organisme al of niet gevoelig zal zijn voor ertapenem.
veroorzaakt door tegen penicillineresistente Streptococcus pneumoniae is niet vastgesteld.
+ frequentie van verworven resistentie in sommige lidstaten > 50 %.
# meticillineresistente stafylokokken (waaronder MRSA) zijn altijd resistent tegen bètalactams.
Werkzaamheid in pediatrische onderzoeken
Ertapenem is primair op veiligheid bij kinderen en secundair op werkzaamheid onderzocht in
gerandomiseerde, vergelijkende multicenterstudies bij patiënten van 3 maanden tot en met 17 jaar oud.
Het deel van de patiënten met een gunstige beoordeling van de klinische respons bij het bezoek na de
behandeling in de klinische MITT-populatie staat hieronder:
Ertapenem
Ceftriaxon
Ziekte-
stratum
Leeftijdstratum
n/m
%
n/m
%
Buiten het
3 tot en met
31/35
88,6
13/13
100,0
ziekenhuis
23 maanden
verworven
pneumonie
(CAP)
2 tot en met 12 jaar
55/57
96,5
16/17
94.1
13 tot en met 17 jaar
3/3
100,0
3/3
100,0
Ziekte-
Ertapenem
Ticarcilline/clavulanaat
stratum
Leeftijdstratum
n/m
%
n/m
%
Intra-
2 tot en met 12 jaar
28/34
82,4
7/9
77,8
abdominale
infecties
(IAI)
13 tot en met 17 jaar
15/16
93,8
4/6
66,7
Acute
13 tot en met 17 jaar
25/25
100,0
8/8
100,0
bekken-
infecties
(API)
Inclusief 9 patiënten in de ertapenemgroep (7 CAP en 2 IAI), 2 patiënten in de ceftriaxongroep
(2 CAP) en 1 patiënt met IAI in de ticarcilline/clavulanaatgroep met secundaire bacteriëmie bij
inclusie in het onderzoek.
5.2 Farmacokinetische eigenschappen
Plasmaconcentraties
De gemiddelde plasmaconcentraties van ertapenem na een eenmalige intraveneuze infusie gedurende
30 minuten van een dosis van 1 g bij gezonde jonge volwassenen (25 tot en met 45 jaar) waren 0,5 uur
na toediening (einde infusie) 155 microgram/ml (Cmax), 12 uur na toediening 9 microgram/ml en
24 uur na toediening 1 microgram/ml.
De oppervlakte onder de plasmaconcentratiecurve (AUC) van ertapenem bij volwassenen neemt over
het doseringsbereik van 0,5 tot 2 g bijna proportioneel met de dosis toe.
Na herhaalde intraveneuze doses van 0,5 tot 2 g/dag bij volwassenen treedt geen accumulatie van
ertapenem op.
De gemiddelde plasmaconcentraties ertapenem na een eenmalige intraveneuze infusie gedurende
30 minuten van 15 mg/kg (tot maximale dosis van 1 g) bij patiënten van 3 tot en met 23 maanden
waren 103,8 microgram/ml (Cmax) 0,5 uur na de dosis (einde infusie), 13,5 microgram/ml 6 uur na
toediening, en 2,5 microgram/ml 12 uur na toediening.
De gemiddelde plasmaconcentraties ertapenem na een eenmalige intraveneuze infusie gedurende
30 minuten van 15 mg/kg (tot maximale dosis van 1 g) bij patiënten van 2 tot en met 12 jaar waren
De gemiddelde plasmaconcentraties ertapenem na een eenmalige intraveneuze infusie gedurende
30 minuten van 20 mg/kg (tot maximale dosis van 1 g) bij patiënten van 13 tot en met 17 jaar waren
170,4 microgram/ml (Cmax) 0,5 uur na de dosis (einde infusie), 7,0 microgram/ml 12 uur na toediening,
en 1,1 microgram/ml 24 uur na toediening.
De gemiddelde plasmaconcentraties ertapenem na een eenmalige intraveneuze infusie gedurende
30 minuten van 1 g bij 3 patiënten van 13 tot en met 17 jaar waren 155,9 microgram/ml (Cmax) 0,5 uur
na de dosis (einde infusie) en 6,2 microgram/ml 12 uur na toediening.
Distributie
Ertapenem wordt in hoge mate gebonden aan menselijke plasma-eiwitten. Bij gezonde jonge
volwassenen (25 tot en met 45 jaar) neemt de eiwitbinding van ertapenem af naar mate de
plasmaconcentratie toeneemt, van ongeveer 95 % gebonden bij een plasmaconcentratie van ongeveer
< 50 microgram/ml naar ongeveer 92 % gebonden bij een plasmaconcentratie van ongeveer
155 microgram/ml (gemiddelde concentratie verkregen aan het einde van de infusie na
1 g intraveneus).
Het verdelingsvolume (Vdss)van ertapenem bij volwassenen is ongeveer 8 liter (0,11 liter/kg) en
ongeveer 0,2 liter/kg bij kinderen van 3 maanden tot en met 12 jaar en ongeveer 0,16 liter/kg bij
kinderen van 13 tot en met 17 jaar.
Concentraties van ertapenem in huidblaarvocht bij volwassenen op de verschillende tijdpunten op de
derde dag van de eenmaaldaagse intraveneuze doses van 1 g vertoonden een ratio AUC in
huidblaarvocht : AUC in plasma van 0,61.
Uit onderzoek in-vitro blijkt dat het effect van ertapenem op de plasma-eiwitbinding van in hoge mate
aan eiwitten gebonden geneesmiddelen (warfarine, ethinylestradiol en norethindron) gering was. De
verandering in binding was bij de piekplasmaconcentratie van ertapenem na een dosis 1 g < 12 %.
In-vivo verminderde probenecide (500 mg om de 6 uur) de fractie van gebonden ertapenem in het
plasma aan het einde van de infusie bij personen die een eenmalige intraveneuze dosis 1 g kregen van
ongeveer 91 % naar ongeveer 87 %. De effecten van deze verandering zijn naar verwachting van
voorbijgaande aard. Een klinisch belangrijke interactie als gevolg van verdringing van een ander
geneesmiddel door ertapenem of van ertapenem door een ander geneesmiddel is onwaarschijnlijk.
Uit in-vitro-onderzoek blijkt dat ertapenem geen remming geeft van het door P-glycoproteïne
gemedieerd transport van digoxine of vinblastine en dat ertapenem geen substraat is voor het door
P-glycoproteïne gemedieerd transport.
Biotransformatie
Bij gezonde jonge volwassenen (23 tot en met 49 jaar) bestaat na intraveneuze infusie van radioactief
gelabeld 1 gram ertapenem, de radioactiviteit in het plasma voornamelijk (94 %) uit ertapenem. De
belangrijkste metaboliet van ertapenem is het openringderivaat dat wordt gevormd door
dehydropeptidase-I-gemedieerde hydrolyse van de bètalactamring.
Uit in-vitro-onderzoek met menselijke levermicrosomen blijkt dat ertapenem geen remming geeft van
het metabolisme dat wordt gemedieerd door een van de 6 belangrijke isovormen van CYP: 1A2, 2C9,
2C19, 2D6, 2E1 en 3A4.
Eliminatie
Na toediening van een radioactief gelabelde intraveneuze dosis ertapenem 1 g aan gezonde jonge
volwassenen (23 tot en met 49 jaar) wordt ongeveer 80 % in de urine en 10 % in de feces
teruggevonden. Van de 80 % teruggevonden in de urine wordt ongeveer 38 % uitgescheiden als
onveranderd ertapenem en ongeveer 37 % als de openringmetaboliet.
Speciale populaties
Geslacht
De plasmaconcentratie van ertapenem is bij mannen en vrouwen vergelijkbaar.
Ouderen
Plasmaconcentraties na een 1 g en 2 g intraveneuze dosis van ertapenem zijn iets hoger
(respectievelijk ongeveer 39 % en 22 %) bij gezonde ouderen ( 65 jaar) dan bij jonge volwassenen
(< 65 jaar). Als er geen ernstige nierfunctiestoornis bestaat, hoeft de dosering voor oudere patiënten
niet te worden aangepast.
Pediatrische patiënten
De plasmaconcentraties ertapenem bij kinderen van 13 tot en met 17 jaar zijn na een eenmaaldaagse
intraveneuze dosis 1 gram vergelijkbaar met die bij volwassenen.
Na de dosis 20 mg/kg (tot maximale dosis van 1 gram) waren de waarden van de farmacokinetische
parameters bij patiënten van 13 tot en met 17 jaar over het algemeen vergelijkbaar met die bij gezonde
jonge volwassenen. Om een schatting te kunnen maken van de farmacokinetische data als alle
patiënten in deze leeftijdsgroep een dosis 1 gram zouden krijgen, werden de farmacokinetische
gegevens berekend met aanpassing voor een dosis 1 gram, uitgaande van lineariteit. Uit vergelijking
van de resultaten blijkt dat een eenmaaldaagse dosis ertapenem 1 gram bij patiënten van 13 tot en met
17 jaar een farmacokinetisch profiel heeft dat vergelijkbaar is met dat bij volwassenen. De ratio's (13
tot en met 17 jaar/volwassenen) voor AUC, concentratie aan einde infusie en concentratie halverwege
het doseringsinterval waren respectievelijk 0,99, 1,20 en 0,84.
De plasmaconcentraties halverwege het doseringsinterval na een eenmalige intraveneuze dosis
ertapenem 15 mg/kg bij patiënten van 3 maanden tot en met 12 jaar zijn vergelijkbaar met de
plasmaconcentraties halverwege het doseringsinterval na een eenmaaldaagse intraveneuze dosis
1 gram bij volwassen (zie Plasmaconcentraties). De plasmaklaring (ml/min/kg) van ertapenem bij
patiënten van 3 maanden tot en met 12 jaar is ongeveer tweemaal hoger in vergelijking met die bij
volwassenen. Bij de dosis 15 mg/kg waren de AUC-waarde en plasmaconcentraties bij het midden van
het doseringsinterval bij patiënten van 3 maanden tot en met 12 jaar vergelijkbaar met die bij jonge
gezonde volwassenen die een intraveneuze dosis ertapenem 1 g kregen.
Leverfunctiestoornis
De farmacokinetiek van ertapenem bij patiënten met leverfunctiestoornis is niet vastgesteld. Gezien de
beperkte mate van metabolisme van ertapenem door de lever zal de farmacokinetiek naar verwachting
niet door een leverfunctiestoornis worden beïnvloed. Daarom wordt bij patiënten met een
leverfunctiestoornis geen dosisaanpassing aanbevolen.
Nierfunctiestoornis
Na een eenmalige intraveneuze dosis ertapenem 1 g bij volwassenen komen de AUC's van het totale
ertapenem (gebonden en ongebonden) en van ongebonden ertapenem bij patiënten met een lichte
nierfunctiestoornis (CLcr 60 tot 90 ml/min/1,73 m2) overeen met die bij gezonde proefpersonen
(leeftijd 25 tot en met 82 jaar). Bij patiënten met een matige nierfunctiestoornis (Clcr
31 tot 59 ml/min/1,73 m²) zijn de AUCs van het totale ertapenem en van ongebonden ertapenem
respectievelijk ongeveer 1,5 en 1,8 maal hoger dan bij gezonde proefpersonen. Bij patiënten met een
ernstige nierfunctiestoornis (Clcr 5 tot 30 ml/min/1,73 m²) zijn de AUCs van het totale ertapenem en
van ongebonden ertapenem respectievelijk ongeveer 2,6 en 3,4 maal hoger dan bij gezonde
proefpersonen. Bij patiënten die hemodialyse behoeven zijn de AUCs van het totale ertapenem en van
Er zijn onvoldoende gegevens over de veiligheid en werkzaamheid van ertapenem bij patiënten met
een gevorderde nierfunctiestoornis en patiënten die hemodialyse nodig hebben om een
dosisaanbeveling te ondersteunen. Daarom moet ertapenem bij deze patiënten niet worden toegepast.
5.3 Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Niet-klinische gegevens duiden niet op een speciaal risico voor mensen. Deze gegevens zijn afkomstig
van conventioneel onderzoek op het gebied van veiligheidsfarmacologie, toxiciteit bij herhaalde
dosering, genotoxiciteit en reproductie- en ontwikkelingstoxiciteit. Wel werd bij ratten die hoge doses
ertapenem kregen, een verlaagde neutrofielentelling waargenomen, wat niet als een belangrijke
veiligheidskwestie werd beschouwd.
Er zijn geen langdurige onderzoeken bij dieren verricht om het carcinogeen potentieel van ertapenem
te beoordelen.
6.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1 Lijst van hulpstoffen
Natriumbicarbonaat (E500)
Natriumhydroxide (E524) om de pH naar 7,5 bij te stellen
6.2 Gevallen van onverenigbaarheid
Gebruik geen oplosmiddelen of infusievloeistoffen met dextrose voor reconstitutie of toediening van
ertapenem.
Omdat de verenigbaarheid niet verder onderzocht is, mag dit geneesmiddel niet gemengd worden met
andere geneesmiddelen dan die vermeld zijn in rubriek 6.6.
6.3 Houdbaarheid
2 jaar.
Na reconstitutie: Verdunde oplossingen moeten direct worden gebruikt. Als deze niet direct worden
gebruikt, is de bewaartijd de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Verdunde oplossingen (ongeveer
20 mg/ml ertapenem) zijn bij kamertemperatuur (25 ºC) 6 uur fysisch en chemisch stabiel, of 24 uur
bij 2 tot 8 ºC (in de koelkast). Oplossingen moeten binnen 4 uur na verwijdering uit de koelkast
worden gebruikt. Oplossingen INVANZ niet invriezen.
6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25 °C.
Voor de bewaarcondities van het geneesmiddel na reconstitutie, zie rubriek 6.3.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
Glazen injectieflacons 15 ml Type I met een grijze butyl stop en met een witte plastic dop op een
gekleurde aluminium verzegeling.
Niet alle verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Gebruiksaanwijzingen:
Uitsluitend voor eenmalig gebruik.
Gereconstitueerde oplossingen moeten direct na bereiding worden verdund in natriumchloride
9 mg/ml (0,9 %) oplossing.
Bereiding voor intraveneuze toediening:
INVANZ moet voor toediening worden gereconstitueerd en dan verdund.
Volwassenen en adolescenten (13 tot en met 17 jaar)
Reconstitutie
Reconstitueer de inhoud van een injectieflacon INVANZ 1 g met 10 ml water voor injectie of een
oplossing van natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %) om een gereconstitueerde oplossing van ongeveer
100 mg/ml te verkrijgen. Los het poeder op door goed te schudden. (Zie rubriek 6.4.)
Verdunning
Voor een zak met 50 ml oplosmiddel:
Om een dosis 1 g te verkrijgen wordt de inhoud van de gereconstitueerde injectieflacon direct
overgebracht in een 50 ml zak van een oplossing van natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %); of
Voor een flacon met 50 ml oplosmiddel:
Voor een dosis van 1 g, 10 ml optrekken uit een 50 ml-flacon natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %) en
weggooien. Breng de inhoud van de gereconstitueerde flacon 1 g INVANZ over in de 50 ml-flacon
natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %).
Infusie
Gedurende 30 minuten infunderen.
Kinderen (3 maanden tot en met 12 jaar)
Reconstitutie
Reconstitueer de inhoud van een injectieflacon INVANZ 1 g met 10 ml water voor injectie of een
oplossing van natriumchloride 0,9 mg/ml (0,9 %) om een gereconstitueerde oplossing van ongeveer
100 mg/ml te verkrijgen. Los het poeder op door goed te schudden. (Zie rubriek 6.4.)
Verdunning
Voor een zak met oplosmiddel: Breng een hoeveelheid equivalent aan 15 mg/kg lichaamsgewicht (niet
meer dan 1 g/dag) over in een zak met een oplossing van natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %) voor een
uiteindelijke concentratie van 20 mg/ml of minder; of
Voor een flacon met oplosmiddel: Breng een hoeveelheid equivalent aan 15 mg/kg (niet meer dan
1 g/dag) over in een flacon met een oplossing van natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %) voor een
uiteindelijke concentratie van 20 mg/ml of minder
Infusie
Gedurende 30 minuten infunderen.
INVANZ blijkt verenigbaar te zijn met intraveneuze oplossingen met natriumheparine en
kaliumchloride.
De gereconstitueerde oplossingen moeten voor toediening visueel op deeltjes en verkleuring worden
gecontroleerd als de verpakking dat toelaat. Oplossingen INVANZ variëren in kleur van kleurloos tot
vaal geel. Kleurvariaties binnen dit bereik hebben geen invloed op de sterkte.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/02/216/001
EU/1/02/216/002
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN
DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 18 april 2002
Datum van laatste verlenging: 22 december 2011
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.
A.
FABRIKANT(EN) VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE

B.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN
VAN LEVERING EN GEBRUIK

C.
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE
HOUDER VAN DE HANDELSVERGUNNING MOETEN
WORDEN NAGEKOMEN

D.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET
BETREKKING TOT EEN VEILIG EN DOELTREFFEND
GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL

FABRIKANT(EN) VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE
Naam en adres van de fabrikant(en) verantwoordelijk voor vrijgifte
FAREVA Mirabel, Route de Marsat, Riom
63963 Clermont-Ferrand Cedex 9, Frankrijk
B.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN LEVERING EN
GEBRUIK

Aan medisch voorschrift onderworpen geneesmiddel.
C.
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE HOUDER VAN DE
HANDELSVERGUNNING MOETEN WORDEN NAGEKOMEN

Periodieke veiligheidsverslagen
De vereisten voor de indiening van periodieke veiligheidsverslagen worden vermeld in de lijst met
Europese referentie data (EURD-lijst), waarin voorzien wordt in artikel 107c, onder punt 7 van
Richtlijn 2001/83/EG en eventuele hierop volgende aanpassingen gepubliceerd op het Europese
webportaal voor geneesmiddelen.
D.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET BETREKKING TOT EEN VEILIG EN
DOELTREFFEND GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL


Risk Management Plan (RMP)
Niet van toepassing.
ETIKETTERING EN BIJSLUITER
BUITENVERPAKKING
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
INVANZ 1 g poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie
ertapenem
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
Elke injectieflacon bevat: 1,0 gram ertapenem (als natrium).
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Natriumbicarbonaat (E500); natriumhydroxide (E524) om de pH naar 7,5 bij te stellen.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie
1 injectieflacon
10 injectieflacons
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Intraveneus gebruik na reconstitutie en verdunning.
Uitsluitend voor eenmalig gebruik.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren beneden 25 °C.
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

11. NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Merck Sharp & Dohme BV
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
12. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/02/216/001 1 injectieflacon
EU/1/02/216/002 10 injectieflacons
13. PARTIJNUMMER
Lot
14. ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15. INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16. INFORMATIE IN BRAILLE
Rechtvaardiging voor uitzondering van braille is aanvaardbaar.
17. UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18. UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
PC
SN
NN
ETIKET VOOR INJECTIEFLACON
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGWEG(EN)
INVANZ 1 g poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie
ertapenem
Intraveneus gebruik
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Uitsluitend voor eenmalig gebruik.
3.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
4.
PARTIJNUMMER
Lot
5.
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
1 g
6.
OVERIGE
INVANZ 1 g poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie
ertapenem
Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke
informatie in voor u.

-
Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
-
Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
-
Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan u voorgeschreven. Het kan
schadelijk zijn voor anderen, ook al hebben zij dezelfde klachten als u.
-
Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die
niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
Inhoud van deze bijsluiter
1.
Wat is INVANZ en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
3.
Hoe gebruikt u dit middel?
4.
Mogelijke bijwerkingen
5.
Hoe bewaart u dit middel?
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
1.
Wat is INVANZ en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
INVANZ bevat ertapenem, een antibioticum van de bètalactamgroep. Het kan een breed scala van
bacteriën (ziektekiemen) doden, die in verschillende delen van het lichaam infecties veroorzaken.
INVANZ kan worden gegeven aan personen van 3 maanden en ouder.
Behandeling:
Uw arts heeft INVANZ voorgeschreven omdat u of uw kind een (of meerdere) van de volgende
soorten infecties heeft:
Infectie in de buik
Longontsteking (pneumonie)
Infecties van de vrouwelijke geslachtsorganen (gynaecologische infecties)
Huidinfecties van de voet bij diabetici.
Preventie:
Voorkoming van infecties op de operatieplaats na een operatie aan de dikke darm of het rectum
(de endeldarm) bij volwassenen.
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in
rubriek 6.
U bent allergisch voor antibiotica zoals penicillines, cefalosporines of carbapenems (die
gebruikt worden om diverse infecties te behandelen).
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige voordat u dit middel gebruikt.
Terwijl antibiotica zoals INVANZ bepaalde bacteriën doden, kunnen andere bacteriën en schimmels
meer gaan groeien dan normaal. Dat wordt overgroei genoemd. Uw arts zal u op overgroei controleren
en waar nodig behandelen.
Als u voor, tijdens of na uw behandeling met INVANZ diarree krijgt, is het belangrijk dat u dat uw
arts vertelt. De reden is dat u mogelijk een aandoening heeft die colitis wordt genoemd (ontsteking van
de darm). Gebruik geen geneesmiddel tegen diarree zonder eerst met uw arts te overleggen.
Als u geneesmiddelen gebruikt die valproïnezuur of natriumvalproaat worden genoemd, moet u dat uw
arts vertellen (zie
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen? hieronder).
Informeer uw arts over alle ziektes die u heeft of heeft gehad, waaronder:
Nierziekte. Het is vooral belangrijk dat uw arts weet of u een nierziekte heeft en of u dialyse
ondergaat.
Allergieën voor geneesmiddelen waaronder antibiotica.
Aandoeningen aan het centrale zenuwstelsel, waaronder plaatselijke zenuwtrekkingen of
insulten.
Gebruik bij kinderen en jongeren (3 maanden tot 18 jaar)
De ervaring met INVANZ bij kinderen jonger dan twee jaar is beperkt. In deze leeftijdsgroep zal uw
arts het mogelijke gunstige effect van het gebruik ervan bepalen. Er is geen ervaring bij kinderen
jonger dan 3 maanden.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast INVANZ nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de
mogelijkheid dat u binnenkort andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw arts.
Als u de geneesmiddelen valproïnezuur of natriumvalproaat (gebruikt voor de behandeling van
epilepsie, manische depressiviteit, migraine of schizofrenie) gebruikt, moet u dat uw arts,
verpleegkundige of apotheker vertellen. Dat is omdat INVANZ invloed kan hebben op de werking van
bepaalde andere geneesmiddelen. Uw arts zal aangeven of u INVANZ in combinatie met deze andere
geneesmiddelen moet gebruiken.
Zwangerschap en borstvoeding
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan
contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.
INVANZ is niet onderzocht bij zwangere vrouwen. INVANZ mag niet tijdens de zwangerschap
worden gebruikt tenzij uw arts besluit dat het mogelijke voordeel opweegt tegen het mogelijke risico
voor het ongeboren kind.
Vrouwen die INVANZ krijgen, mogen geen borstvoeding geven omdat dit geneesmiddel in de
moedermelk is teruggevonden, wat gevolgen kan hebben voor baby's die borstvoeding krijgen.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Rijd niet of gebruik geen machines totdat u weet hoe u op het geneesmiddel reageert.
Bepaalde bij gebruik van INVANZ gemelde bijwerkingen, zoals duizeligheid en slaperigheid, kunnen
van invloed zijn op uw vermogen om auto te rijden of machines te gebruiken.
INVANZ bevat natrium
Dit middel bevat ongeveer 137 mg natrium (een belangrijk bestanddeel van keukenzout/tafelzout) per
dosis van 1,0 g. Dit komt overeen met 6,85 % van de aanbevolen maximale dagelijkse hoeveelheid
natrium in de voeding voor een volwassene.
Hoe gebruikt u dit middel?
INVANZ wordt altijd door een arts of andere zorgverlener bereid en intraveneus (in een ader)
toegediend.
De aanbevolen dosis INVANZ voor volwassenen en jongeren van 13 jaar en ouder is 1 gram (g)
eenmaal per dag. De aanbevolen dosis voor kinderen van 3 maanden tot en met 12 jaar is 15 mg/kg
tweemaal per dag (niet meer dan 1 g/dag). Uw arts zal bepalen hoeveel dagen behandeling u nodig
heeft.
Ter voorkoming van infecties op de operatieplaats na een operatie aan de dikke darm of endeldarm is
de aanbevolen dosis INVANZ 1 g, eenmalig intraveneus (in een ader) toegediend, 1 uur voor de
operatie.
Het is erg belangrijk dat u INVANZ toegediend krijgt zolang uw arts dat voorschrijft.
Heeft u te veel van dit middel toegediend gekregen?
Als u bang bent dat u te veel INVANZ heeft gekregen, neem dan direct contact op met uw arts of een
andere zorgverlener.
Heeft u een dosis van dit middel niet toegediend gekregen?
Als u bang bent dat u een dosis INVANZ te weinig heeft gekregen, neem dan direct contact op met uw
arts of een andere zorgverlener.
4.
Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen
daarmee te maken.

Volwassenen van 18 jaar en ouder:

Sinds het geneesmiddel op de markt is, zijn er ernstige allergische reacties (anafylaxie),
overgevoeligheidssyndromen (allergische reacties waaronder uitslag, koorts, afwijkende uitslagen van
bloedonderzoeken) gemeld. De eerste verschijnselen van een ernstige allergische reactie kunnen
zwelling van het gezicht en/of de keel zijn. Als deze verschijnselen optreden, vertel dat dan direct aan
uw arts omdat u mogelijk spoedeisende medische zorg nodig heeft.
Vaak voorkomende bijwerkingen (bij minder dan 1 op de 10 gebruikers) zijn:
Hoofdpijn
Diarree, misselijkheid, braken
Uitslag, jeuk
Problemen met de ader waarin het geneesmiddel wordt toegediend (waaronder ontsteking,
vorming van een knobbel, zwelling op de injectieplaats of lekken van vocht in het weefsel en de
huid rond de injectieplaats)
Toename aantal bloedplaatjes
Veranderingen in uitslagen van leverfunctieonderzoeken.
Soms voorkomende bijwerkingen (bij minder dan 1 op de 100 gebruikers) zijn:
Duizeligheid, slaperigheid, slapeloosheid, verwarring, toevallen
Lage bloeddruk, langzame hartslag
Kortademigheid, keelpijn
Verstopping, gistinfectie in de mond, met antibiotica samenhangende diarree, zure oprispingen,
droge mond, spijsverteringsstoornissen, verlies van eetlust
Roodheid van de huid
Vaginale afscheiding en irritatie
Buikpijn, vermoeidheid, schimmelinfectie, koorts, oedeem/zwelling, pijn op de borst,
veranderde smaak
Veranderingen in uitslagen van bepaalde laboratoriumonderzoeken van bloed en urine.
Zelden voorkomende bijwerkingen (bij minder dan 1 op de 1000 gebruikers) zijn:
Afname aantal witte bloedcellen, afname aantal bloedplaatjes
Laag bloedsuiker
Onrust, angst, depressie, beven
Onregelmatige hartslag, verhoogde bloeddruk, bloeding, snelle hartslag
Verstopte neus, hoest, bloedneus, longontsteking, afwijkende ademhalingsgeluiden, piepen
Ontsteking van de galblaas, moeilijk slikken, de ontlasting niet op kunnen houden, geelzucht,
leveraandoening
Ontsteking van de huid, schimmelinfectie van de huid, schilfering van de huid, infectie van de
wond na een operatie
Spierkramp, pijn in de schouder
Urineweginfectie, minder goed werkende nieren
Miskraam, bloeding aan de geslachtsdelen
Allergie, zich niet goed voelen, buikvliesontsteking bij het bekken, veranderingen aan het
oogwit, flauwvallen.
De huid kan hard worden op de injectieplaats
Zwelling van de bloedvaten in de huid
Gemelde bijwerkingen met onbekende frequentie (frequentie kan met de beschikbare gegevens niet
worden bepaald) sinds het geneesmiddel op de markt is:
Waarnemingen (zien, horen, ruiken, voelen) van dingen die er niet zijn (hallucinaties)
Verminderd bewustzijn
Psychische veranderingen (waaronder agressie, waanbeelden, zich niet kunnen oriënteren,
veranderde geestelijke gesteldheid)
Abnormale bewegingen
Spierzwakte
Wankelend lopen
Verkleuring van de tanden.
Veranderingen in uitslagen van bepaalde laboratoriumonderzoeken zijn ook gemeld.
Als u verhoogde of met vocht gevulde huidvlekken over een groot deel van uw lichaam heeft, vertel
dit dan onmiddellijk aan uw arts of verpleegkundige.

Kinderen en jongeren (3 maanden tot en met 17 jaar):

Vaak voorkomende bijwerkingen (bij minder dan 1 op de 10 gebruikers) zijn:
Diarree
Luieruitslag
Pijn op de infusieplaats
Veranderingen in aantal witte bloedcellen
Veranderingen in uitslagen van leverfunctieonderzoeken.
Soms voorkomende bijwerkingen (bij minder dan 1 op de 100 gebruikers) zijn:
Hoofdpijn
Opvliegers, hoge bloeddruk, rode of paarse, platte puntjes onder de huid
Verkleurde ontlasting, zwarte, teerachtige ontlasting
Rode huid, huiduitslag
Branden, jeuken, roodheid en warmte op de infusieplaats, roodheid op de injectieplaats
Toename aantal bloedplaatjes
Veranderingen in uitslagen van bepaalde laboratoriumonderzoeken.
Gemelde bijwerkingen met onbekende frequentie (frequentie kan met de beschikbare gegevens niet
worden bepaald) sinds het geneesmiddel op de markt is:
Waarnemingen (zien, horen, ruiken, voelen) van dingen die er niet zijn (hallucinaties)
Veranderde geestelijke gesteldheid (waaronder agressie).
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit
geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook
rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen
te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
5.
Hoe bewaart u dit middel?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op de verpakking
na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste
houdbaarheidsdatum.
Bewaren beneden 25 °C.
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stof in dit middel is ertapenem 1 g.
De andere stoffen in dit middel zijn: natriumbicarbonaat (E500) en natriumhydroxide (E524).
Hoe ziet INVANZ eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
INVANZ is een wit tot gebroken wit gevriesdroogd poeder voor concentraat voor oplossing voor
infusie.
Oplossingen INVANZ variëren in kleur van kleurloos tot vaal geel. Kleurvariaties binnen dit bereik
hebben geen invloed op de werkzaamheid.
INVANZ wordt in verpakkingen met 1 of 10 injectieflacons geleverd.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
Fabrikant
FAREVA Mirabel
Route de Marsat, Riom
63963 Clermont-Ferrand Cedex 9
Frankrijk
Neem voor alle informatie met betrekking tot dit geneesmiddel contact op met de lokale
vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen:
Lietuva
MSD Belgium
UAB Merck Sharp & Dohme
Tél/Tel:+32(0)27766211
Tel. + 370 5 278 02 47
dpoc_belux@merck.com
msd_lietuva@merck.com

Luxembourg/Luxemburg
MSD Belgium
.: +359 2 819 3737
Tél/Tel: +32(0)27766211
info-msdbg@merck.com
dpoc_belux@merck.com
Ceská republika
Magyarország
Merck Sharp & Dohme s.r.o.
MSD Pharma Hungary Kft.
Tel.: +420 233 010 111
Tel.: +361 888 53 00
dpoc_czechslovak@merck.com
hungary_msd@merck.com
Danmark
Malta
MSD Danmark ApS
Merck Sharp & Dohme Cyprus Limited
Tlf: +45 44 82 40 00
Tel: 8007 4433 (+356 99917558)
dkmail@merck.com
malta_info@merck.com
Deutschland
Nederland
INFECTOPHARM
Merck Sharp & Dohme B.V.
Arzneimittel und Consilium GmbH
Tel.: 0800 9999000 (+31 (0)23 5153153)
Tel. +49 (0)6252 / 95-7000
medicalinfo.nl@merck.com
kontakt@infectopharm.com
Eesti
Norge
Merck Sharp & Dohme OÜ
MSD (Norge) AS
Tel.: +372 6144 200
Tlf: +47 32 20 73 00
msdeesti@merck.com
msdnorge@msd.no
E
Österreich
MSD .....
Merck Sharp & Dohme Ges.m.b.H.
: + 30 210 98 97 300
Tel: +43 (0) 1 26 044
dpoc_greece@merck.com
msd-medizin@merck.com
España
Polska
Merck Sharp & Dohme de España, S.A.
MSD Polska Sp.z o.o.
Tel: +34 91 321 06 00
Tel.: +48 22 549 51 00
msd_info@merck.com
msdpolska@merck.com
France
Portugal
MSD France
Merck Sharp & Dohme, Lda
Tél: + 33 (0) 1 80 46 40 40
Tel: +351 21 4465700
inform_pt@merck.com
Hrvatska
România
Merck Sharp & Dohme d.o.o.
Merck Sharp & Dohme Romania S.R.L.
Tel: + 385 1 6611 333
Tel: + 4021 529 29 00
croatia_info@merck.com
msdromania@merck.com
Ireland
Slovenija
Merck Sharp & Dohme Ireland (Human Health)
Merck Sharp & Dohme, inovativna zdravila
Limited
d.o.o.
Tel: +353 (0)1 2998700
Tel: + 386 1 5204201
medinfo_ireland@merck.com
msd_slovenia@merck.com
Slovenská republika
Vistor hf.
Merck Sharp & Dohme, s. r. o.
Sími: +354 535 7000
Tel.: +421 2 58282010
dpoc_czechslovak@merck.com
talia
Suomi/Finland
MSD Italia S.r.l.
MSD Finland Oy
Tel: +39 06 361911
Puh/Tel: +358 (0) 9 804650
medicalinformation.it@merck.com
info@msd.fi

Sverige
Merck Sharp & Dohme Cyprus Limited
Merck Sharp & Dohme (Sweden) AB
.: 80000 673 (+357 22866700)
Tel: +46 (0)77 5700488
cyprus
_info@merck.com
medicinskinfo@merck.com
Latvija
United Kingdom (Northern Ireland)
SIA Merck Sharp & Dohme Latvija
Merck Sharp & Dohme Ireland (Human
Tel: +371 67364 224
Health) Limited
msd_lv@merck.com
Tel: +353 (0)1 2998700
medinfoNI@msd.com
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in
Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:
Instructies voor reconstitutie en verdunning van INVANZ:
Uitsluitend voor eenmalig gebruik.
Bereiding voor intraveneuze toediening:

INVANZ moet voor toediening worden gereconstitueerd en dan verdund.
Volwassenen en adolescenten (13 tot en met 17 jaar)
Reconstitutie
Reconstitueer de inhoud van een injectieflacon INVANZ 1 g met 10 ml water voor injectie of een
oplossing van natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %) om een gereconstitueerde oplossing van ongeveer
100 mg/ml te verkrijgen. Los het poeder op door goed te schudden.
Verdunning
Voor een zak met 50 ml oplosmiddel: Om een dosis 1 g te verkrijgen wordt de inhoud van de
gereconstitueerde injectieflacon direct overgebracht in een 50 ml zak van een oplossing
natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %); of
Voor een flacon met 50 ml oplosmiddel: Voor een dosis van 1 g, 10 ml optrekken uit een 50 ml-flacon
natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %) en gooi dit weg. Breng de inhoud van de gereconstitueerde flacon
1 g INVANZ over in de 50 ml-flacon natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %).
Infusie
Gedurende 30 minuten infunderen.
Kinderen (3 maanden tot en met 12 jaar)
Reconstitutie
Reconstitueer de inhoud van een injectieflacon INVANZ 1 g met 10 ml water voor injectie of een
oplossing van natriumchloride 0,9 mg/ml (0,9 %) om een gereconstitueerde oplossing van ongeveer
100 mg/ml te verkrijgen. Los het poeder op door goed te schudden.
Voor een flacon met oplosmiddel: Breng een hoeveelheid equivalent aan 15 mg/kg lichaamsgewicht
(niet meer dan 1 g/dag) over in een flacon met een oplossing van natriumchloride 9 mg/ml (0,9 %)
voor een uiteindelijke concentratie van 20 mg/ml of minder.
Infusie
Gedurende 30 minuten infunderen.
De gereconstitueerde oplossing moet direct na bereiding worden verdund in natriumchloride 9 mg/ml
(0,9 %). Verdunde oplossingen moeten direct worden gebruikt. Als deze niet direct worden gebruikt,
is de bewaartijd de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Verdunde oplossingen (ongeveer 20 mg/ml
ertapenem) zijn bij kamertemperatuur (25 ºC) 6 uur fysisch en chemisch stabiel, of 24 uur bij 2 tot
8 ºC (in de koelkast). Oplossingen moeten binnen 4 uur na verwijdering uit de koelkast worden
gebruikt. Gereconstitueerde oplossingen INVANZ niet in de vriezer bewaren.
De gereconstitueerde oplossingen moeten voor toediening visueel op deeltjes en verkleuring worden
gecontroleerd als de verpakking dat toelaat. Oplossingen INVANZ variëren in kleur van kleurloos tot
vaal geel. Kleurvariaties binnen dit bereik hebben geen invloed op werkzaamheid.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.

Heb je dit medicijn gebruikt? Invanz 1 g te vormen.

Je ervaring helpt anderen een beeld over het gebruik van Invanz 1 g te vormen.

Deel als eerste jouw ervaring over Invanz 1 g

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG