Gardasil 9

BIJLAGE I
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Gardasil 9 suspensie voor injectie.
Gardasil 9 suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit.
9-valent humaan papillomavirusvaccin (recombinant, geadsorbeerd).
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
1 dosis (0,5 ml) bevat circa:
Humaan
Humaan
Humaan
Humaan
Humaan
Humaan
Humaan
Humaan
Humaan
1
papillomavirus
1
papillomavirus
1
papillomavirus
1
papillomavirus
1
papillomavirus
1
papillomavirus
1
papillomavirus
1
papillomavirus
1
papillomavirus
1
type
type
type
type
type
type
type
type
type
6-L1-eiwit
2,3
11-L1-eiwit
2,3
16-L1-eiwit
2,3
18-L1-eiwit
2,3
31-L1-eiwit
2,3
33-L1-eiwit
2,3
45-L1-eiwit
2,3
52-L1-eiwit
2,3
58-L1-eiwit
2,3
30
40
60
40
20
20
20
20
20
microgram
microgram
microgram
microgram
microgram
microgram
microgram
microgram
microgram
Humaan papillomavirus = HPV.
L1-eiwit in de vorm van virusachtige deeltjes, geproduceerd in gistcellen (Saccharomyces
cerevisiae
CANADE 3C-5 (stam 1895)) door recombinant-DNA-technologie.
3
Geadsorbeerd op amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaatadjuvans (0,5 milligram Al).
2
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Suspensie voor injectie.
Heldere vloeistof met een witte neerslag.
4.
4.1
KLINISCHE GEGEVENS
Therapeutische indicaties
Gardasil 9 is geïndiceerd voor actieve immunisatie van personen vanaf een leeftijd van 9 jaar tegen de
volgende door HPV veroorzaakte aandoeningen:
premaligne laesies en carcinomen van de cervix, vulva, vagina en anus veroorzaakt door HPV-
typen waartegen dit vaccin werkzaam is.
genitale wratten (condylomata
acuminata)
veroorzaakt door specifieke HPV-typen.
Zie rubriek 4.4 en 5.1 voor belangrijke informatie over de gegevens die deze indicaties ondersteunen.
Het gebruik van Gardasil 9 dient in overeenstemming te zijn met de officiële aanbevelingen.
4.2
Dosering en wijze van toediening
Dosering
Personen van 9 tot en met 14 jaar op het moment van de eerste injectie
Gardasil 9 kan worden toegediend volgens een schema van 2 doses (0, 6 - 12 maanden) (zie
rubriek 5.1). De tweede dosis moet tussen 5 en 13 maanden na de eerste dosis worden toegediend. Als
2
de tweede vaccindosis eerder dan 5 maanden na de eerste dosis wordt toegediend, moet altijd een
derde dosis worden toegediend.
Gardasil 9 kan ook worden toegediend volgens een schema van 3 doses (0, 2 en 6 maanden). De
tweede dosis dient ten minste één maand na de eerste dosis te worden toegediend en de derde dosis
dient ten minste 3 maanden na de tweede dosis te worden toegediend. De drie doses dienen allemaal
binnen een periode van 1 jaar te worden gegeven.
Personen van 15 jaar en ouder op het moment van de eerste injectie
Gardasil 9 dient te worden toegediend volgens een schema van 3 doses (0, 2 en 6 maanden).
De tweede dosis dient ten minste één maand na de eerste dosis te worden toegediend en de derde dosis
dient ten minste 3 maanden na de tweede dosis te worden toegediend. De drie doses dienen allemaal
binnen een periode van 1 jaar te worden gegeven.
Het gebruik van Gardasil 9 moet in overeenstemming zijn met de officiële aanbevelingen.
Het wordt aanbevolen om bij personen die een eerste dosis Gardasil 9 krijgen, de vaccinatiereeks ook
af te maken met Gardasil 9 (zie rubriek 4.4).
De behoefte aan een boosterdosis is niet vastgesteld.
Er zijn voor Gardasil 9 geen onderzoeken met een vaccinatiereeks met verschillende HPV-vaccins
(uitwisselbaarheidsonderzoeken) verricht.
Personen die in het verleden gevaccineerd zijn met een reeks bestaande uit 3 doses van een
quadrivalent vaccin tegen de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 (Gardasil), verder aangeduid als
qHPV-
vaccin
, kunnen gevaccineerd worden met 3 doses Gardasil 9 (zie rubriek 5.1). Het qHPV-vaccin was
in sommige landen ook bekend als Silgard.
Pediatrische patiënten (kinderen < 9 jaar)
De veiligheid en werkzaamheid van Gardasil 9 bij kinderen jonger dan 9 jaar zijn niet vastgesteld. Er
zijn geen gegevens beschikbaar (zie rubriek 5.1).
Wijze van toediening
Het vaccin dient door middel van een intramusculaire injectie te worden toegediend. Bij voorkeur
wordt het toegediend ter hoogte van de musculus deltoideus in de bovenarm of in het hogere
anterolaterale gebied van de dij.
Gardasil 9 mag niet intravasculair, subcutaan of intradermaal worden geïnjecteerd. Het vaccin mag
niet in dezelfde spuit met een ander vaccin of oplossing worden gemengd.
Voor instructies over het hanteren van het vaccin voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
4.3
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Personen die in het verleden na toediening van Gardasil 9 of Gardasil/Silgard last hebben gekregen
van overgevoeligheid, mogen Gardasil 9 niet krijgen.
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Terugvinden herkomst
Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het
batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden.
3
Bij de beslissing om een persoon te vaccineren, dient rekening gehouden te worden met het risico van
eerdere blootstelling aan HPV en het potentiële voordeel van de vaccinatie.
Zoals bij alle injecteerbare vaccins, dient adequate medische behandeling en adequaat medisch
toezicht direct beschikbaar te zijn voor het geval dat een zeldzame anafylactische reactie optreedt na
toediening van het vaccin.
Syncope (flauwvallen), soms in combinatie met vallen, kan optreden na of zelfs voor een willekeurige
vaccinatie, vooral bij adolescenten als psychogene reactie op de injectie met de naald. Dit kan gepaard
gaan met verscheidene neurologische verschijnselen, zoals voorbijgaande verstoring van het
gezichtsvermogen, paresthesie en tonisch-klonische bewegingen van de ledematen tijdens het
bijkomen. Daarom zouden gevaccineerde personen tot ongeveer 15 minuten na vaccinatie
geobserveerd moeten worden. Het is belangrijk dat er maatregelen kunnen worden genomen om letsel
door flauwvallen te vermijden.
Bij personen die aan een acute ernstige ziekte lijden die gepaard gaat met koorts, dient de vaccinatie te
worden uitgesteld. De aanwezigheid van een lichte infectie, zoals een lichte infectie van de bovenste
luchtwegen of lichte koorts, vormt echter geen contra-indicatie voor immunisatie.
Zoals met alle vaccins is het mogelijk dat een vaccinatie met Gardasil 9 niet bij alle gevaccineerden in
bescherming resulteert.
Het vaccin beschermt alleen tegen aandoeningen die veroorzaakt worden door de HPV-typen waar dit
vaccin zich tegen richt (zie rubriek 5.1). Daarom dient men geschikte voorzorgsmaatregelen tegen
seksueel overdraagbare aandoeningen te blijven gebruiken.
Dit vaccin is uitsluitend voor profylactisch gebruik en heeft geen effect op actieve HPV-infecties of al
aanwezige klinische ziekte veroorzaakt door HPV. Van dit vaccin is niet aangetoond dat het een
therapeutisch effect heeft. Daarom is het vaccin niet bedoeld voor de behandeling van cervix-, vulva-,
vagina- en anuscarcinoom, hooggradige cervicale, vulvaire, vaginale en anale dysplastische laesies of
genitale wratten. Het is ook niet bedoeld ter preventie van de progressie van andere vastgestelde, aan
HPV gerelateerde laesies.
Gardasil 9 voorkomt geen laesies ten gevolge van een vaccin-HPV-type bij personen die op het
moment van vaccinatie met dit HPV-type zijn geïnfecteerd.
Vaccinatie is geen substituut voor de routinematige cervicale screening. Aangezien geen enkel vaccin
100 % effectief is en Gardasil 9 geen bescherming biedt tegen alle HPV-typen of tegen HPV-infecties
die ten tijde van de vaccinatie al aanwezig zijn, blijft routinematige cervicale screening uitermate
belangrijk en dienen de lokale aanbevelingen op dat gebied opgevolgd te worden.
Er zijn geen gegevens over het gebruik van Gardasil 9 bij personen met een verzwakte
immuunrespons. De veiligheid en immunogeniciteit van een qHPV-vaccin zijn beoordeeld bij
personen van 7 tot en met 12 jaar met een bekende infectie met het humaan immunodeficiëntievirus
(hiv) (zie rubriek 5.1).
Het is mogelijk dat personen met een verzwakte immuunrespons
als gevolg van krachtige
immunosuppressieve therapie, een genetische stoornis, een infectie met het humaan
immunodeficiëntievirus (hiv) of een andere oorzaak
niet zullen reageren op het vaccin.
Dit vaccin dient met voorzichtigheid te worden toegediend bij personen met trombocytopenie of een
bloedstollingsstoornis, omdat bij deze personen een bloeding kan optreden na een intramusculaire
toediening.
Er lopen momenteel langdurige follow-uponderzoeken om de duur van de bescherming te bepalen (zie
rubriek 5.1).
4
Er zijn geen gegevens over veiligheid, immunogeniciteit of werkzaamheid beschikbaar om de
uitwisselbaarheid van Gardasil 9 met bivalente of quadrivalente HPV-vaccins te ondersteunen.
Natrium
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen
‘natriumvrij’ is.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Er heeft geen klinisch onderzoek plaatsgevonden waarbij de veiligheid en immunogeniciteit werden
beoordeeld bij personen die in de 3 maanden voorafgaand aan de vaccinatie immunoglobuline of
bloedproducten gekregen hadden.
Gebruik in combinatie met andere vaccins
Gardasil 9 kan gelijktijdig met een gecombineerd boostervaccin tegen difterie (d), tetanus (T), en
kinkhoest [acellulair, component] (ap) en/of poliomyelitis [geïnactiveerd] (IPV) (dTap-, dT-IPV- of
dTap-IPV-vaccin) worden toegediend zonder dat significante interferentie met de antilichaamrespons
tegen een van de componenten van het ene of het andere vaccin optreedt. Dit is gebaseerd op de
resultaten van een klinisch onderzoek waarbij een gecombineerd dTap-IPV-vaccin tegelijkertijd met
de eerste dosis Gardasil 9 werd toegediend (zie rubriek 4.8).
Gebruik in combinatie met hormonale anticonceptiva
In klinische onderzoeken gebruikte 60,2 % van de vrouwen van 16 tot en met 26 jaar die Gardasil 9
kregen, een hormonaal anticonceptivum tijdens de vaccinatieperiode van het klinische onderzoek. Het
gebruik van hormonale anticonceptiva bleek geen invloed te hebben op de voor virustype specifieke
immuunrespons op Gardasil 9.
4.6
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Een grote hoeveelheid gegevens over zwangere vrouwen (meer dan 1000 zwangerschapsuitkomsten)
duidt er niet op dat Gardasil 9 misvormend of foetaal/neonataal toxisch is (zie rubriek 5.1).
De resultaten van dieronderzoek duiden niet op reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3).
Deze gegevens worden echter ontoereikend geacht om het gebruik van Gardasil 9 tijdens de
zwangerschap aan te bevelen. Vaccinatie dient te worden uitgesteld tot na de zwangerschap (zie
rubriek 5.1).
Borstvoeding
Gardasil 9 kan tijdens de borstvoeding worden gebruikt.
Er waren in totaal 92 vrouwen die borstvoeding gaven tijdens de vaccinatieperiode van de klinische
onderzoeken met Gardasil 9 bij vrouwen van 16 tot en met 26 jaar. In de onderzoeken bleek de
immunogeniciteit van het vaccin vergelijkbaar te zijn voor vrouwen die wel en vrouwen die geen
borstvoeding gaven. Bovendien bleek het profiel van ongewenste ervaringen onder vrouwen die
borstvoeding gaven, vergelijkbaar te zijn met het profiel daarvan onder vrouwen uit de algehele
veiligheidspopulatie. Bij zuigelingen die tijdens de vaccinatieperiode borstvoeding hadden gekregen,
werden geen vaccingerelateerde ernstige ongewenste ervaringen gemeld.
5
Vruchtbaarheid
Er zijn geen gegevens uit onderzoek met mensen over het effect van Gardasil 9 op de vruchtbaarheid.
De resultaten van dieronderzoek duiden niet op schadelijke effecten wat betreft de vruchtbaarheid (zie
rubriek 5.3).
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Gardasil 9 heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om
machines te bedienen. Wel zouden enkele van de effecten die vermeld worden in rubriek 4.8
Bijwerkingen
tijdelijk de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen kunnen
beïnvloeden.
4.8
Bijwerkingen
A. Samenvatting van het veiligheidsprofiel
In 7 klinische onderzoeken kregen personen Gardasil 9 toegediend op de dag van opname in het
onderzoek en circa 2 en 6 maanden daarna. Gedurende 14 dagen na elke injectie met Gardasil 9 werd
met behulp van een vaccinatierapportagekaart (VRK) de veiligheid geëvalueerd. In totaal kregen
15.776 personen Gardasil 9 (10.495 personen van 16 tot en met 26 jaar en 5281 adolescenten van 9 tot
en met 15 jaar op het moment van de opname in het onderzoek). Er waren weinig personen (0,1 %) die
hun deelname aan het onderzoek vanwege ongewenste ervaringen stopzetten.
In een van deze klinische onderzoeken met 1053 gezonde adolescenten van 11 tot en met 15 jaar bleek
dat bij gelijktijdige toediening van de eerste dosis Gardasil 9 en een gecombineerd boostervaccin tegen
difterie, tetanus, kinkhoest [acellulair, component] en poliomyelitis [geïnactiveerd] vaker melding
werd gemaakt van reacties op de injectieplaats (zwelling, erytheem), hoofdpijn en pyrexie. De
waargenomen verschillen waren < 10 %, en bij de meeste personen werden de bijwerkingen aangeduid
als licht tot matig van intensiteit (zie rubriek 4.5).
In een klinisch onderzoek waaraan 640 personen van 27 tot en met 45 jaar en 570 personen van 16 tot
en met 26 jaar deelnamen die Gardasil 9 kregen, was het veiligheidsprofiel van Gardasil 9
vergelijkbaar bij de twee leeftijdsgroepen.
De bijwerkingen die bij gebruik van Gardasil 9 het vaakst werden waargenomen, waren bijwerkingen
op de injectieplaats (bij 84,8 % van de gevaccineerde personen binnen 5 dagen na een
vaccinatiebezoek) en hoofdpijn (bij 13,2 % van de gevaccineerde personen binnen 15 dagen na een
vaccinatiebezoek). Deze bijwerkingen waren doorgaans licht of matig van intensiteit.
B. Samenvatting van de bijwerkingen in tabelvorm
Voor de frequentieaanduiding van de bijwerkingen is de volgende conventie gebruikt:
-
-
-
-
-
Zeer vaak (≥
1/10)
Vaak (≥
1/100, < 1/10)
Soms
(≥
1/1000, < 1/100)
Zelden
(≥
1/10.000, < 1/1000)
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
Klinische onderzoeken
Tabel 1 laat bijwerkingen zien die minstens mogelijk verband hielden met de vaccinatie en die bij
personen die Gardasil 9 kregen werden waargenomen met een frequentie van minstens 1,0 % in
7 klinische onderzoeken (PN 001, 002, 003, 005, 006, 007 en 009, N = 15.776 personen) (zie
rubriek 5.1 voor een beschrijving van de klinische onderzoeken).
6
Postmarketingervaring
Tabel 1 bevat ook bijwerkingen die spontaan zijn gemeld tijdens het postmarketinggebruik van
Gardasil 9 wereldwijd. De frequenties van deze bijwerkingen zijn geschat op basis van relevante
klinische onderzoeken.
Tabel 1: Bijwerkingen na toediening van Gardasil 9 in klinische onderzoeken en bijwerkingen uit
postmarketinggegevens
Systeem/orgaanklasse
Bloed- en
lymfestelselaandoeningen
Immuunsysteemaandoeningen
Frequentie
Soms
Zelden
Niet bekend
Zeer vaak
Vaak
Soms
Vaak
Soms
Soms
Soms
Zeer vaak
Bijwerkingen
Lymfadenopathie*
Overgevoeligheid*
Anafylactische reacties*
Hoofdpijn
Duizeligheid
Syncope die soms gepaard gaat met tonisch-
klonische bewegingen*
Misselijkheid
Braken*
Urticaria*
Artralgie*, myalgie*
Op de injectieplaats: pijn, zwelling, erytheem
Pyrexie, vermoeidheid,
op de injectieplaats: pruritus, bloeduitstorting
Asthenie*, rillingen*, malaise*
Zenuwstelselaandoeningen
Maag-darmstelselaandoeningen
Huid- en onderhuidaandoeningen
Skeletspierstelsel- en
bindweefselaandoeningen
Algemene aandoeningen en
toedieningsplaatsstoornissen
Vaak
Soms
*Bijwerkingen gemeld tijdens postmarketinggebruik van Gardasil 9. De frequentie is geschat op basis van relevante klinische onderzoeken.
Voor bijwerkingen die niet zijn waargenomen in klinische onderzoeken is de frequentie
aangegeven als ‘Niet bekend’.
qHPV-vaccin
Tabel 2 bevat bijwerkingen die na de goedkeuring van het qHPV-vaccin spontaan werden gemeld na
het gebruik van dat vaccin, en ook gezien kunnen worden bij postmarketinggebruik van Gardasil 9. De
postmarketingveiligheidsbevindingen met het qHPV-vaccin zijn relevant voor Gardasil 9, aangezien
de vaccins L1-HPV-eiwitten van 4 HPV-typen gemeenschappelijk hebben.
Omdat deze bijwerkingen vrijwillig gerapporteerd werden en betrekking hebben op een populatie van
onduidelijke grootte, is het niet mogelijk om een betrouwbare schatting van de frequentie van deze
bijwerkingen te maken of om voor alle bijwerkingen een causaal verband met blootstelling aan het
vaccin vast te stellen.
Tabel 2: Bijwerkingen gemeld tijdens postmarketingervaring met het qHPV-vaccin
Systeem/orgaanklasse
Infecties en parasitaire
aandoeningen
Bloed- en
lymfestelselaandoeningen
Immuunsysteemaandoeningen
Zenuwstelselaandoeningen
Frequentie
Niet bekend
Niet bekend
Niet bekend
Niet bekend
Bijwerkingen
Cellulitis op de injectieplaats
Idiopathische trombocytopenische purpura
Anafylactoïde reacties, bronchospasme
Acute gedissemineerde encefalomyelitis,
syndroom van Guillain-Barré
7
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op
deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden
gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen
te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in
aanhangsel V.
4.9
Overdosering
Er zijn geen gevallen van overdosering gemeld.
5.
5.1
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: vaccins, papillomavirusvaccins, ATC-code: J07BM03
Werkingsmechanisme
Gardasil 9 is een niet-infectieus recombinant 9-valent vaccin met adjuvans. Het is bereid uit de sterk
gezuiverde virusachtige deeltjes (virus-like particles, VLP
s) van het voornaamste capside-L1-eiwit
van dezelfde vier HPV-typen waar het qHPV-vaccin ook tegen gericht is (6, 11, 16, 18) plus vijf
andere HPV-typen (31, 33, 45, 52, 58). Gardasil 9 maakt gebruik van hetzelfde amorfe
aluminiumhydroxyfosfaatsulfaatadjuvans als het qHPV-vaccin.
De VLP’s kunnen geen cellen
infecteren, zich niet reproduceren en geen ziekte veroorzaken. Verondersteld wordt dat de
werkzaamheid van L1-VLP-vaccins gemedieerd wordt door de ontwikkeling van een humorale
immuunrespons. De genotypen van het vaccin bestaande uit HPV-typen 6, 11, 16, 18, 31, 33, 45, 52,
58 worden aangeduid met vaccin-HPV-typen.
Op grond van epidemiologische onderzoeken wordt verwacht dat Gardasil 9 bescherming biedt tegen
de HPV-typen die verantwoordelijk zijn voor circa 90 % van de gevallen van cervixcarcinoom, meer
dan 95 % van de gevallen van adenocarcinoom in situ (AIS), 75-85 % van de gevallen van
hooggradige cervicale intra-epitheliale neoplasie (CIN 2/3), 85-90 % van de gevallen van aan HPV
gerelateerd vulvacarcinoom, 90-95 % van de gevallen van aan HPV gerelateerde hooggradige vulvaire
intra-epitheliale neoplasie (VIN 2/3), 80-85 % van de gevallen van aan HPV gerelateerd
vaginacarcinoom, 75-85 % van de gevallen van aan HPV gerelateerde hooggradige vaginale intra-
epitheliale neoplasie (VaIN 2/3), 90-95 % van de gevallen van aan HPV gerelateerd anuscarcinoom,
85-90 % van de gevallen van aan HPV gerelateerde hooggradige anale intra-epitheliale neoplasie
(AIN 2/3) en 90 % van de gevallen van genitale wratten.
De indicatie voor gebruik van Gardasil 9 is gebaseerd op:
aangetoonde werkzaamheid van het qHPV-vaccin om persisterende infectie en aandoeningen
gerelateerd aan de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 te voorkomen bij vrouwen van 16 tot en met
45 jaar en mannen van 16 tot en met 26 jaar;
aangetoonde non-inferioriteit van de immunogeniciteit van Gardasil 9 ten opzichte van die van
het qHPV-vaccin voor de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 bij meisjes van 9 tot en met 15 jaar,
vrouwen en mannen van 16 tot en met 26 jaar. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd
worden dat de werkzaamheid van Gardasil 9 tegen persisterende infectie en aandoeningen
gerelateerd aan de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 vergelijkbaar is met die van het qHPV-vaccin;
aangetoonde werkzaamheid tegen persisterende infectie en aandoeningen gerelateerd aan de
HPV-typen 31, 33, 45, 52 en 58 bij meisjes en vrouwen van 16 tot en met 26 jaar;
aangetoonde non-inferioriteit van de immunogeniciteit bij jongens en meisjes van 9 tot en met
15 jaar, mannen van 16 tot en met 26 jaar en vrouwen van 27 tot en met 45 jaar ten opzichte van
de immunogeniciteit bij meisjes en vrouwen van 16 tot en met 26 jaar voor wat betreft de HPV-
typen waartegen Gardasil 9 werkzaam is.
8
Klinische onderzoeken met Gardasil 9
In tien klinische onderzoeken vond beoordeling plaats van de werkzaamheid en/of immunogeniciteit
van Gardasil 9. Klinische onderzoeken waarbij de werkzaamheid van Gardasil 9 vergeleken werd met
het effect van placebo werden onaanvaardbaar geacht, aangezien HPV-vaccinatie in veel landen wordt
aanbevolen en toegepast ter bescherming tegen HPV-infectie en daaraan gerelateerde aandoeningen.
Daarom werd in het centrale klinische onderzoek (Protocol 001) het qHPV-vaccin als
vergelijkingsmiddel gebruikt voor het beoordelen van de werkzaamheid van Gardasil 9.
De werkzaamheid tegen de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 werd in de eerste plaats beoordeeld aan de hand
van een overbruggingsstrategie, waarbij werd aangetoond dat de immunogeniciteit (gemeten op basis
van de geometrisch gemiddelde titer [GMT]) van Gardasil 9 vergelijkbaar is met die van het qHPV-
vaccin (Protocol 001, GDS01C/Protocol 009 en GDS07C/Protocol 020).
In het centrale onderzoek (Protocol 001) werd de werkzaamheid van Gardasil 9 tegen de HPV-
typen 31, 33, 45, 52 en 58 vergeleken met die van het qHPV-vaccin bij vrouwen van 16 tot en met
26 jaar (N = 14.204: 7099 die Gardasil 9 kregen en 7105 die het qHPV-vaccin kregen).
In Protocol 002 werd de immunogeniciteit van Gardasil 9 beoordeeld bij jongens en meisjes van 9 tot
en met 15 jaar en vrouwen van 16 tot en met 26 jaar (N = 3066: 1932 meisjes, 666 jongens en
468 vrouwen die Gardasil 9 kregen).
In Protocol 003 werd de immunogeniciteit van Gardasil 9 beoordeeld bij mannen van 16 tot en met
26 jaar en vrouwen van 16 tot en met 26 jaar (N = 2515: 1103 heteroseksuele mannen [HM],
313 mannen die seks hebben met mannen [MSM] en 1099 vrouwen kregen Gardasil 9).
In Protocol 004 werd de immunogeniciteit van Gardasil 9 beoordeeld bij vrouwen van 16 tot en met
45 jaar (N = 1210: 640 vrouwen van 27 tot en met 45 jaar en 570 vrouwen van 16 tot en met 26 jaar).
In Protocol 005 en 007 vond beoordeling plaats van Gardasil 9 bij gelijktijdige toediening van vaccins
die standaard worden aanbevolen bij jongens en meisjes van 11 tot en met 15 jaar (N = 2295).
In Protocol 006 vond beoordeling plaats van de toediening van Gardasil 9 bij meisjes en vrouwen van
12 tot en met 26 jaar die in het verleden gevaccineerd waren met het qHPV-vaccin (N = 921; 615 die
Gardasil 9 kregen en 306 die een placebo kregen).
In GDS01C/Protocol 009 werd de immunogeniciteit van Gardasil 9 beoordeeld bij meisjes van 9 tot en
met 15 jaar (N = 600; 300 die Gardasil 9 kregen en 300 die het qHPV-vaccin kregen).
In GDS07C/Protocol 020 werd de immunogeniciteit van Gardasil 9 beoordeeld bij mannen van 16 tot
en met 26 jaar (N = 500; 249 die Gardasil 9 kregen en 251 die het qHPV-vaccin kregen).
In Protocol 010 werd de immunogeniciteit van 2 doses Gardasil 9 beoordeeld bij jongens en meisjes
van 9 tot en met 14 jaar en van 3 doses Gardasil 9 bij meisjes van 9 tot en met 14 jaar en vrouwen van
16 tot en met 26 jaar (N = 1518; 753 meisjes; 451 jongens en 314 vrouwen).
Onderzoeken die de werkzaamheid van Gardasil 9 tegen de HPV-typen 6, 11, 16 en 18
onderbouwen
Werkzaamheid van het qHPV-vaccin tegen HPV-typen 6, 11, 16, 18
De werkzaamheid en effectiviteit op lange termijn van het qHPV-vaccin tegen aan HPV 6, 11, 16 en
18 gerelateerde ziekte-eindpunten zijn aangetoond in klinische onderzoeken bij de PPE (Per Protocol
Efficacy)-populatie. De PPE-populatie bestond uit personen die binnen 1 jaar na opname in het
basisonderzoek alle 3 de vaccinaties met het qHPV-vaccin kregen zonder grote afwijkingen van het
onderzoeksprotocol, die voorafgaand aan dosis 1 seronegatief waren voor het/de betreffende HPV-
9
type(n) (type 6, 11, 16 en 18) en die, als ze 16 jaar of ouder waren op het moment van opname in het
basisonderzoek, voorafgaand aan dosis 1 en tot en met 1 maand na dosis 3 (maand 7) PCR-negatief
waren voor het/de betreffende HPV-type(n).
Bij vrouwen van 16 tot en met 26 jaar (N = 20.541) was de werkzaamheid tegen aan HPV 16 en 18
gerelateerde CIN 2/3, AIS of cervixcarcinoom 98,2 % (95 %-BI: 93,5; 99,8) gebaseerd op follow-up
tot 4 jaar (mediane follow-up van 3,6 jaar); de werkzaamheid tegen aan HPV 6, 11, 16 of 18
gerelateerde ziekten was 96,0 % (95 %-BI: 92,3; 98,2) voor CIN of AIS, 100 % (95 %-BI: 67,2; 100)
voor VIN 2/3, 100 % (95 %-BI: 55,4; 100) voor VaIN 2/3 en 99,0 % (95 %-BI: 96,2; 99,9) voor
genitale wratten.
Bij vrouwen van 24 tot en met 45 jaar (N = 3817) was de werkzaamheid tegen aan HPV 6, 11, 16 of
18 gerelateerde persisterende infectie, genitale wratten, vulvaire en vaginale laesies, CIN van welke
graad dan ook, AIS en cervixcarcinoom 88,7 % (95 %-BI: 78,1; 94,8).
Bij mannen van 16 tot en met 26 jaar (N = 4055) was de werkzaamheid tegen aan HPV 6, 11, 16 of 18
gerelateerde ziekten 74,9 % (95 %-BI: 8,8; 95,4) voor AIN 2/3 (mediane follow-up van 2,15 jaar),
100,0 % (95 %-BI: -52,1; 100) voor peniele/perineale/peri-anale intra-epitheliale neoplasie (PIN) 1/2/3
en 89,3 % (95 %-BI: 65,3; 97,9) voor genitale wratten (mediane follow-up van 4 jaar).
In het langetermijnverlengingsregistratieonderzoek bij vrouwen van 16-23 jaar (n = 2121) werden
geen gevallen van hooggradige CIN waargenomen tot ongeveer 14 jaar. In dit onderzoek werd een
blijvende bescherming tot ongeveer 12 jaar statistisch significant aangetoond.
In klinische langetermijnverlengingsonderzoeken werden geen gevallen van hooggradige intra-
epitheliale neoplasie en geen gevallen van genitale wratten waargenomen:
-
gedurende 10,7 jaar bij meisjes (n = 369) en 10,6 jaar bij jongens (n = 326) die ten tijde van de
vaccinatie 9-15 jaar waren (mediane follow-up van respectievelijk 10,0 jaar en 9,9 jaar)
-
gedurende 11,5 jaar bij mannen (n = 917) die ten tijde van de vaccinatie 16-26 jaar waren
(mediane follow-up van 9,5 jaar); en gedurende 10,1 jaar bij vrouwen (n = 685) die ten tijde
van de vaccinatie 24-45 jaar waren (mediane follow-up van 8,7 jaar).
Immunogeniciteitsoverbrugging van qHPV-vaccin naar Gardasil 9 voor HPV-typen 6, 11, 16, 18
Gardasil 9 en het qHPV-vaccin Gardasil zijn voor wat betreft de werkzaamheid tegen de HPV-typen 6,
11, 16 en 18 met elkaar vergeleken in een populatie bestaande uit vrouwen van 16 tot en met 26 jaar in
Protocol 001, meisjes van 9 tot en met 15 jaar in GDS01C/Protocol 009 en mannen van 16 tot en met
26 jaar in GDS07C/Protocol 020.
In maand 7 vond statistische analyse plaats om na te gaan of er sprake was van non-inferioriteit.
Hierbij werden de personen die Gardasil 9 hadden gekregen en de personen die Gardasil hadden
gekregen vergeleken op basis van de GMT's van antistoffen tegen HPV 6, HPV 11, HPV 16 en
HPV 18, die bepaald waren met behulp van de testmethode cLIA. De immuunrespons, gemeten op
basis van de GMT, bleek bij gebruik van Gardasil 9 niet onder te doen voor die bij gebruik van
Gardasil (tabel 3). In klinische onderzoeken werd voor alle geteste groepen bij 98,2 % tot 100 % van
de personen die Gardasil 9 hadden gekregen, in maand 7 seropositiviteit vastgesteld voor antistoffen
tegen alle 9 HPV-typen waartegen het vaccin gericht is. In Protocol
001 waren de GMT’s voor HPV
6,
11, 16 en 18 vergelijkbaar voor personen die het qHPV-vaccin of Gardasil 9 hadden gekregen
gedurende ten minste 3,5 jaar.
10
Tabel 3: Vergelijking van Gardasil 9 en het qHPV-vaccin voor wat betreft de immuunrespons (op
basis van cLIA-bepalingen) tegen de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 in de PPI (Per Protocol
Immunogenicity)*-populatie meisjes van 9 tot en met 15 jaar en vrouwen en mannen van 16 tot en met
26 jaar
Gardasil 9
POPULATIE
N
(n)
GMT
(95 %-BI)
mMU
§/
ml
1679,4
(1518,9; 1856,9)
893,1
(871,7; 915,1)
758,3
(665,9; 863,4)
1315,6
(1183,8; 1462,0)
666,3
(649,6; 683,4)
681,7
(608,9; 763,4)
6739,5
(6134,5; 7404,1)
3131,1
(3057,1; 3206,9)
3924,1
(3513,8; 4382,3)
1956,6
(1737,3; 2203,7)
804,6
(782,7; 827,1)
884,3
(766,4; 1020,4)
qHPV-vaccin
N
(n)
300
(261)
6795
(3975)
251
(226)
300
(261)
6795
(3982)
251
(226)
300
(270)
6795
(4062)
251
(237)
300
(269)
6795
(4541)
251
(236)
Gardasil 9/
qHPV-vaccin
GMT
Ratio
(95 %-BI)
#
GMT
(95 %-BI)
mMU
§/
ml
1565,9
(1412,2; 1736,3)
875,2
(854,2; 896,8)
618,4
(554,0; 690,3)
1417,3
(1274,2; 1576,5)
830,0
(809,2; 851,4)
769,1
(683,5; 865,3)
6887,4
(6220,8; 7625,5)
3156,6
(3082,3; 3232,7)
3787,9
(3378,4; 4247,0)
1795,6
(1567,2; 2057,3)
678,7
(660,2; 697,7)
790,9
(683,0; 915,7)
Antistoffen tegen HPV 6
Meisjes van 9 tot
300
en met 15 jaar
(273)
6792
Vrouwen van 16
tot en met 26 jaar (3993)
Mannen van 16
249
tot en met 26 jaar
(228)
Antistoffen tegen HPV 11
Meisjes van 9 tot
300
en met 15 jaar
(273)
Vrouwen van 16
6792
tot en met 26 jaar (3995)
Mannen van 16
249
tot en met 26 jaar
(228)
Antistoffen tegen HPV 16
Meisjes van 9 tot
300
en met 15 jaar
(276)
Vrouwen van 16
6792
tot en met 26 jaar (4032)
249
Mannen van 16
tot en met 26 jaar
(234)
Antistoffen tegen HPV 18
Meisjes van 9 tot
300
en met 15 jaar
(276)
Vrouwen van 16
6792
tot en met 26 jaar (4539)
Mannen van 16
249
tot en met 26 jaar
(234)
1,07
1,02
1,23
(0,93;
1,23)
(0,99;
1,06)
(1,04;
1,45)
(0,80;
1,08)
(0,77;
0,83)
(0,76;
1,04)
(0,85;
1,11)
(0,96;
1,03)
(0,89;
1,21)
(0,91;
1,29)
(1,14;
1,23)
(0,91;
1,37)
0,93
0,80
0,89
0,97
0,99
1,04
1,08
1,19
1,12
*De PPI-populatie bestond uit personen die alle 3 de vaccinaties binnen vooraf bepaalde periodes van een
specifiek aantal dagen kregen, bij wie zich geen grote afwijkingen van het onderzoeksprotocol voordeden, die
voldeden aan de vooraf bepaalde criteria voor het interval tussen het bezoek in maand 6 en het bezoek in
maand 7, en die voorafgaand aan dosis 1 seronegatief waren voor het/de betreffende HPV-type(n) (type 6, 11, 16
en 18) en, in het geval van vrouwen van 16 tot en met 26 jaar, voorafgaand aan dosis 1 tot en met 1 maand na
dosis 3 (maand 7) PCR-negatief waren voor het/de betreffende HPV-type(n).
§
mMU = milli-Merck-eenheden.
p-waarde < 0,001.
#
Om de non-inferioriteit aan te tonen, moest de ondergrens van het 95 %-BI van de GMT-ratio hoger zijn dan
0,67.
BI = betrouwbaarheidsinterval.
GMT = geometrisch gemiddelde titer.
cLIA =
competitive Luminex immunoassay
.
N = aantal via randomisatie bij de betreffende vaccinatiegroep ingedeelde personen dat ten minste één injectie
kreeg.
n = aantal personen dat werd meegenomen in de analyse.
Onderzoeken die de werkzaamheid van Gardasil 9 tegen de HPV-typen 31, 33, 45, 52 en 58
onderbouwen
De werkzaamheid van Gardasil 9 bij vrouwen van 16 tot en met 26 jaar werd beoordeeld in een met
11
een werkzaam vergelijkingsmiddel gecontroleerd, dubbelblind, gerandomiseerd klinisch onderzoek
(Protocol 001) waaraan in totaal 14.204 vrouwen deelnamen (Gardasil 9 = 7099; qHPV-vaccin =
7105). De deelnemers werden gevolgd gedurende maximaal 67 maanden vanaf de toediening van
dosis 3, met een mediane duur van 43 maanden na dosis 3.
Gardasil 9 was werkzaam tegen aan HPV 31, 33, 45, 52 en 58 gerelateerde persisterende infectie en
aandoeningen (tabel 4). Ook verlaagde Gardasil 9 de incidentie van aan HPV 31, 33, 45, 52 en 58
gerelateerde afwijkende bevindingen bij uitstrijkjes, en de frequentie van cervicale ingrepen en
ingrepen aan de uitwendige geslachtsorganen (biopsieën) en definitieve cervicale therapieprocedures
(tabel 4).
Tabel 4: Analyse van de werkzaamheid van Gardasil 9 tegen de HPV-typen 31, 33, 45, 52 en 58 in de
PPE
-populatie vrouwen van 16 tot en met 26 jaar
Ziekte-eindpunt
Gardasil 9
N = 7099
n
Aantal
gevallen*
qHPV-vaccin
N = 7105
n
Aantal
gevallen*
Werkzaamheids-
percentage**
(95 %-BI)
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
gerelateerd(e) CIN 2/3, AIS,
cervixcarcinoom, VIN 2/3,
VaIN 2/3, vulvacarcinoom en
vaginacarcinoom
α
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
gerelateerde CIN 2/3 of AIS
α
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
gerelateerde CIN 2
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
gerelateerde CIN 3
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
gerelateerde VIN 2/3, VaIN 2/3
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
gerelateerde persisterende
6016
1
6017
38
97,4
(85,0; 99,9)
97,1
(83,5; 99,9)
96,9
(81,5; 99,8)
100
(39,4; 100)
100,0
(-71,5; 100,0)
96,0
(94,6; 97,1)
5949
5949
5949
6009
1
1
0
0
5943
5943
5943
6012
35
32
7
3
infectie gedurende ≥
5941
41
5955
946
6 maanden
§
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
gerelateerde persisterende
infectie gedurende ≥
5941
23
5955
657
96,7
(95,1; 97,9)
12 maanden
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
gerelateerde
ASC-US
hrHPV-positieve Pap
#
-uitslag
of ernstiger afwijkende
bevindingen
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
gerelateerde definitieve
cervicale therapieprocedures
5883
37
5882
506
92,9
(90,2; 95,1)
6013
4
6014
41
90,2
(75,0; 96,8)
De PPE-populatie bestond uit personen die binnen 1 jaar na opname in het onderzoek alle 3 de vaccinaties
kregen, bij wie zich geen grote afwijkingen van het onderzoeksprotocol voordeden, en die voorafgaand aan
dosis 1 naïef (PCR-negatief en seronegatief) waren voor het/de betreffende HPV-type(n) (type 31, 33, 45, 52 en
58) en tot en met 1 maand na dosis 3 (maand 7) PCR-negatief bleven voor het/de betreffende HPV-type(n).
N = aantal via randomisatie bij de betreffende vaccinatiegroep ingedeelde personen dat ten minste één injectie
kreeg.
n = aantal personen dat werd meegenomen in de analyse.
§
Persisterende infectie aangetoond in monsters die waren afgenomen bij twee of meer opeenvolgende bezoeken
met een tussentijd van 6 maanden (bezoekvenster van ±1 maand).
12
Persisterende infectie aangetoond in monsters die waren afgenomen bij drie of meer opeenvolgende bezoeken
met een tussentijd van 6 maanden (bezoekvenster van ±1 maand).
#
Papanicolaou-test oftewel uitstrijkje.
BI = betrouwbaarheidsinterval.
ASC-US = atypische plaveiselcellen van onbekende betekenis.
Hr = hoog risico.
* Aantal personen met minstens één follow-up bezoek na maand 7.
** De deelnemers werden gevolgd gedurende maximaal 67 maanden vanaf de toediening van dosis 3 (mediaan
43 maanden na dosis 3).
α
In de PPE-populatie werden geen gevallen van cervixcarcinoom, VIN 2/3, vulvacarcinoom en vaginacarcinoom
vastgesteld.
Elektrochirurgische lisexcisieprocedure (
loop electrosurgical excision procedure
; LEEP) of conisatie.
Aanvullende beoordelingen van de werkzaamheid van Gardasil 9 tegen de vaccin-HPV-typen
Omdat de werkzaamheid van Gardasil 9 niet vergeleken kon worden met het effect van een placebo,
werden de volgende verkennende analyses verricht.
Beoordeling van de werkzaamheid van Gardasil 9 tegen hooggradige cervixaandoeningen
veroorzaakt door de vaccin-HPV-typen in de PPE-populatie
De werkzaamheid van Gardasil 9 tegen aan vaccin-HPV-typen gerelateerde CIN 2 en erger, bedroeg
in vergelijking met het qHPV-vaccin 94,4 % (95 %-BI 78,8; 99,0), met 2/5952 tegenover 36/5947
gevallen. De werkzaamheid van Gardasil 9 tegen aan vaccin-HPV-typen gerelateerde CIN 3, bedroeg
in vergelijking met het qHPV-vaccin 100 % (95 %-BI 46,3; 100,0), met 0/5952 tegenover 8/5947
gevallen.
Het effect van Gardasil 9 op cervixbiopsieën en definitieve cervicale therapieprocedures
gerelateerd aan vaccin-HPV-typen in de PPE-populatie
De werkzaamheid van Gardasil 9 ter voorkoming van cervixbiopsieën gerelateerd aan vaccin-HPV-
typen bedroeg in vergelijking met het qHPV-vaccin 95,9 % (95 %-BI 92,7; 97,9), met 11/6016
tegenover 262/6018 gevallen. De werkzaamheid van Gardasil 9 ter voorkoming van definitieve
cervicale therapieprocedures gerelateerd aan vaccin-HPV-typen (waaronder elektrochirurgische
lisexcisieprocedure [LEEP] of conisatie), bedroeg in vergelijking met het qHPV-vaccin 90,7 % (95 %-
BI 76,3; 97,0), met 4/6016 tegenover 43/6018 gevallen.
Onderzoeken naar de effectiviteit op de lange termijn
Een subgroep deelnemers wordt gevolgd tot 10-14 jaar na Gardasil 9-vaccinatie, waarbij beoordeling
plaatsvindt van de veiligheid, immunogeniciteit en effectiviteit tegen klinische aandoeningen
gerelateerd aan de HPV-typen in het vaccin.
In de klinische langetermijnverlengingsonderzoeken Protocol 001 en 002 werd effectiviteit vastgesteld
bij de PPE-populatie. De PPE-populatie bestond uit personen:
-
die binnen 1 jaar na opname in het onderzoek alle 3 de vaccinaties kregen, zonder grote
afwijkingen van het onderzoeksprotocol,
-
die voorafgaand aan dosis 1 seronegatief waren voor het/de relevante vaccin-HPV-type(n) en
vrouwen van 16 tot en met 26 jaar die voorafgaand aan dosis 1 tot en met 1 maand na dosis 3
(maand 7) PCR-negatief waren voor het/de relevante vaccin-HPV-type(n).
In registratieonderzoek Protocol 001 werden geen gevallen van aan vaccin-HPV-typen gerelateerde
hooggradige CIN waargenomen gedurende 9,5 jaar na dosis 3 (mediane follow-up 6,3 jaar) bij
vrouwen (n = 1448) die 16 tot en met 26 jaar waren ten tijde van de vaccinatie met Gardasil 9.
In verlengingsonderzoek Protocol 002 werden geen gevallen van hooggradige intra-epitheliale
neoplasie of genitale wratten waargenomen gedurende 11,0 jaar na dosis 3 (mediane follow-up
10,0 jaar) bij meisjes (n =872) en gedurende 10,6 jaar na dosis 3 (mediane follow-up 9,9 jaar) bij
jongens (n = 262) die 9 tot en met 15 jaar waren ten tijde van de vaccinatie met Gardasil 9. De
incidenties van aan vaccin-HPV-typen gerelateerde 6 maanden persisterende infecties bij meisjes en
jongens die werden waargenomen tijdens de studie, zijn respectievelijk 52,4 en 54,6 per 10.000
13
persoonsjaren. Deze liggen binnen het verwachte incidentiebereik in gevaccineerde cohorten van
vergelijkbare leeftijd (gebaseerd op resultaten van eerdere werkzaamheidsonderzoeken van Gardasil 9
en het qHPV-vaccin).
Immunogeniciteit
Er is niet bepaald wat het minimum antilichaamniveau tegen HPV is waarbij er sprake is van een
beschermende werkzaamheid.
Aan de hand van typespecifieke immunoassays met typespecifieke standaarden werd voor elk van de
vaccin-HPV-typen de immunogeniciteit beoordeeld. Met deze testen werd voor elk HPV-type de
hoeveelheid antistoffen tegen neutraliserende epitopen bepaald. De schalen die bij deze testen worden
gebruikt, verschillen per HPV-type. Daarom is het niet juist om verschillende typen onderling en met
andere testen te vergelijken.
De immuunrespons op Gardasil 9 in maand 7
De immunogeniciteit werd gemeten op basis van (1) het aandeel personen dat seropositief was voor
antistoffen tegen het betreffende vaccin-HPV-type, en (2) de geometrisch gemiddelde titer (GMT).
Bij metingen in maand 7 bleek Gardasil 9 een sterke immuunrespons te hebben opgewekt tegen
HPV 6, HPV 11, HPV 16, HPV 18, HPV 31, HPV 33, HPV 45, HPV 52 en HPV 58, in de
Protocollen 001, 002, 004, 005, 007 en GDS01C/Protocol 009. In klinische onderzoeken werd voor
alle geteste groepen bij 99,2 % tot 100 % van de personen die Gardasil 9 hadden gekregen, in maand 7
seropositiviteit vastgesteld voor antistoffen tegen alle 9 HPV-typen waartegen het vaccin gericht is. De
GMT was bij jongens en meisjes hoger dan bij vrouwen van 16 tot en met 26 jaar, en bij jongens
hoger dan bij meisjes en vrouwen. Zoals verwacht waren de waargenomen GMT
’s
bij vrouwen van 27
tot en met 45 jaar (Protocol 004) lager dan bij vrouwen van 16 tot en met 26 jaar.
De immuunrespons tegen HPV die in maand 7 werd aangetoond bij jongens/meisjes van 9 tot en met
15 jaar, was vergelijkbaar met de immuunrespons tegen HPV bij vrouwen van 16 tot en met 26 jaar uit
de gecombineerde database van immunogeniciteitsonderzoeken met Gardasil 9.
Uit deze immunogeniciteitsoverbrugging wordt geconcludeerd dat Gardasil 9 werkzaam is bij jongens
en meisjes van 9 tot en met 15 jaar.
In Protocol 003 waren d
e GMT’s voor antistoffen tegen HPV die in maand
7 werden gemeten bij
jongens en mannen (HM) van 16 tot en met 26 jaar, vergelijkbaar met de bij meisjes en vrouwen van
16 tot en met 26
jaar gemeten GMT’s voor antistoffen tegen HPV
voor de vaccin-HPV-typen. Ook bij
MSM van 16 tot en met 26 jaar werd een hoge mate van immunogeniciteit vastgesteld, al was deze
lager dan bij HM. De immunogeniciteit bij MSM was vergelijkbaar met die van het qHPV-vaccin. In
Protocol 020/GDS07C
waren de GMT’s voor antistoffen tegen HPV die in maand
7 werden gemeten
bij jongens en mannen (HM) van 16 tot en met 26
jaar vergelijkbaar met de GMT’s voor antistoffen
tegen HPV die werden gemeten bij jongens en mannen (HM) van 16 tot en met 26 jaar die een qHPV-
vaccin voor de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 toegediend hadden gekregen. Deze bevindingen
onderbouwen de werkzaamheid van Gardasil 9 in de mannelijke populatie.
In Protocol
004 waren de GMT’s voor antistoffen tegen HPV die in maand
7 werden gemeten bij
vrouwen van 27 tot en met 45 jaar non-inferieur aan
GMT’s voor
antistoffen tegen HPV bij meisjes en
vrouwen van 16 tot en met 26 jaar voor HPV-typen 16, 18, 31, 33, 45, 52 en 58 met GMT-
ratio’s
tussen 0,66 en 0,73. In een post-hoc analyse voor HPV-typen 6 en 11 waren de GMT-
ratio’s
respectievelijk 0,81 en 0,76. Deze resultaten onderbouwen de werkzaamheid van Gardasil 9 bij
vrouwen van 27 tot en met 45 jaar.
De duur van de immuunrespons op Gardasil 9
In de verlengde klinische langetermijnfollow-up van de klinische onderzoeken Protocol 001 en 002
14
werd aanhoudende antistofrespons waargenomen:
gedurende ten minste 5 jaar bij vrouwen die ten tijde van de vaccinatie met Gardasil 9 16 tot en
met 26 jaar waren, was afhankelijk van HPV-type 78 tot 100 % van de deelnemers seropositief.
Bij alle deelnemers hield de werkzaamheid echter aan tot het einde van het onderzoek (tot
67 maanden na dosis 3, mediane follow-up van 43 maanden na dosis 3) ongeacht hun
seropositiviteitsstatus voor de verschillende vaccin-HPV-typen.
gedurende ten minste10 jaar bij meisjes en jongens die ten tijde van de vaccinatie met
Gardasil 9 9 tot en met 15 jaar waren, was afhankelijk van HPV-type 81 tot 98 % seropositief.
Bewijs voor een anamnestische reactie (immuungeheugen)
Bewijs van een anamnestische reactie werd waargenomen bij gevaccineerde vrouwen die voorafgaand
aan de vaccinatie seropositief waren voor relevante HPV-type(n). Bovendien vertoonden vrouwen (n =
150) die 3 doses van Gardasil 9 kregen in Protocol 001 en een provocatiedosis 5 jaar later een snelle
en sterke anamnestische respons die de anti-
HPV GMT’s,
waargenomen 1 maand na dosis 3,
overschreed.
Toediening van Gardasil 9 aan personen die in het verleden gevaccineerd zijn met het qHPV-
vaccin
In Protocol 006 werd de immunogeniciteit van Gardasil 9 beoordeeld bij 921 bij meisjes en vrouwen
(van 12 tot en met 26 jaar) die in het verleden gevaccineerd waren met het qHPV-vaccin. Bij de
personen die Gardasil 9 kregen na toediening van 3 doses van het qHPV-vaccin, werd een interval van
ten minste 12 maanden gehanteerd tussen de laatste vaccinatie met het qHPV-vaccin en de start van de
uit drie doses bestaande vaccinatiereeks met Gardasil 9 (dit interval varieerde van ongeveer 12 tot
36 maanden).
Bij personen uit de per-protocolpopulatie die Gardasil 9 hadden gekregen, varieerde de seropositiviteit
met betrekking tot de vaccin-HPV-typen in maand 7 van 98,3 - 100
%. De GMT’s met betrekking tot
de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 waren hoger dan in de populatie deelnemers die niet in het verleden in
andere onderzoeken een qHPV-vaccin hadden gekregen, terwijl voor wat betreft de HPV-typen 31, 33,
45, 52 en 58 juist lagere GMT’s werden gevonden. De klinische relevantie van deze bevinding is niet
bekend.
Immunogeniciteit bij personen met een hiv-infectie
Er is geen klinisch onderzoek uitgevoerd met Gardasil 9 bij personen met een hiv-infectie.
De veiligheid en immunogeniciteit van het qHPV-vaccin zijn vastgelegd in een onderzoek waaraan
126 hiv-geïnfecteerde personen van 7 tot en met 12 jaar deelnamen die bij aanvang een CD4-
percentage hadden van ≥
15, en van wie degenen met een CD4-percentage van < 25 ten minste
3 maanden behandelingen hadden ondergaan met hoogactieve antiretrovirale therapie (HAART). Van
de deelnemers kregen er 96 het qHPV-vaccin. Seroconversie van alle vier de antigenen trad op bij
meer dan 96 % van d
e deelnemers. De GMT’s waren enigszins lager dan de GMT’s die in andere
onderzoeken gerapporteerd waren voor personen van dezelfde leeftijd zonder hiv-infectie. De
klinische relevantie van de lagere respons is onbekend. Het veiligheidsprofiel was vergelijkbaar met
dat van personen zonder hiv-infectie in andere onderzoeken. Het CD4-percentage en de hiv-RNA-
plasmaspiegel werden niet beïnvloed door vaccinatie.
Immuunrespons op Gardasil 9 met een schema van 2 doses bij personen van 9 tot en met 14 jaar
In Protocol 010 werd de HPV-antistofrespons op de 9 HPV-typen na vaccinatie met Gardasil 9
gemeten in de volgende cohorten: meisjes en jongens van 9 tot en met 14 jaar die 2 doses kregen met
een interval van 6 maanden of 12 maanden (+/- 1 maand); meisjes van 9 tot en met 14 jaar die 3 doses
kregen (op 0, 2, 6 maanden); en vrouwen van 16 tot en met 26 jaar die 3 doses kregen (op 0, 2,
6 maanden).
15
Een maand na de laatste dosis van de toegewezen vaccinatiereeks, was tussen 97,9 % en 100 % van de
deelnemers in alle groepen seropositief geworden voor antistoffen tegen de 9 vaccin-HPV-typen. De
GMT’s waren hoger bij meisjes en jongens die 2
doses Gardasil 9 hadden gekregen (op ofwel 0 en
6 maanden, ofwel 0 en 12 maanden) dan bij de vrouwen en meisjes van 16 tot en met 26 jaar die
3 doses Gardasil 9 hadden gekregen (op 0, 2 en 6 maanden) voor elk van de 9 vaccin-HPV-typen. Uit
deze immunogeniciteitsoverbrugging wordt geconcludeerd dat een schema van 2 doses Gardasil 9
werkzaam is bij meisjes en jongens van 9 tot en met 14 jaar.
In hetzelfde onderzoek waren bij meisjes en jongens van 9 tot en met 14 jaar
de GMT’s
één maand na
de laatste dosis voor sommige vaccintypen na een schema met 2 doses numeriek lager dan na een
schema met 3 doses (d.w.z. HPV-typen 18, 31, 45 en 52 na 0, 6 maanden en HPV-type 45 na 0,
12 maanden). De klinische relevantie van deze bevindingen is niet bekend.
Bij jongens en meisjes die 2 doses met een interval van 6 of 12 maanden (+/- 1 maand) kregen werd
een aanhoudende antilichaamrespons aangetoond tot en met maand 36; afhankelijk van HPV-type,
81 % tot 99 % van de jongens en meisjes die 2 doses kregen met een interval van 6 maanden en 88 %
tot 100 % van de jongens en meisjes die 2 doses kregen met een interval van 12 maanden was
seropositief. Op maand 36 bleven
de GMT’s in jongens
en meisjes van 9 tot en met 14 jaar die 2 doses
kregen met een interval van 6 maanden (+/- 1 maand) non-inferieur aan
GMT’s bij vrouwen v
an 16 tot
en met 26 jaar die 3 doses kregen van Gardasil 9.
In een klinisch onderzoek werd aanhoudende antilichaamrespons aangetoond voor ten minste 10 jaar
bij meisjes van 9 tot en met 13 jaar die 2 doses qHPV-vaccin kregen.
De beschermingsduur van een schema van 2 doses Gardasil 9 is niet vastgesteld.
Zwangerschap
Er zijn geen specifieke onderzoeken met Gardasil 9 bij zwangere vrouwen uitgevoerd. Tijdens het
klinische ontwikkelingsprogramma voor Gardasil 9 werd het qHPV-vaccin gebruikt als werkzaam
vergelijkingsmiddel.
Tijdens de klinische ontwikkeling van Gardasil 9 werd door 2586 vrouwen (1347 in de Gardasil 9-
groep en 1239 in de qHPV-vaccingroep) ten minste één zwangerschap gemeld. Het type anomalieën
en het aandeel zwangerschappen met een ongunstige uitkomst was voor Gardasil 9-gebruikers en
qHPV-vaccingebruikers vergelijkbaar, en in lijn met die in de algemene populatie.
5.2
Farmacokinetische eigenschappen
Niet van toepassing.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
In een toxiciteitsonderzoek naar herhaalde toediening bij ratten, waarbij ook gekeken werd naar
toxiciteit bij eenmalige toediening en lokale tolerantie, kwamen geen bijzondere risico's voor de mens
aan het licht.
Toediening van Gardasil 9 aan vrouwelijke ratten had geen effect op het voortplantingsvermogen, de
vruchtbaarheid of de embryonale/foetale ontwikkeling.
Toediening van Gardasil 9 aan vrouwelijke ratten had geen effect op de ontwikkeling, het gedrag, het
reproductiviteit of de vruchtbaarheid van de nakomelingen. Tijdens de dracht en het zogen werden
antistoffen tegen alle 9 HPV-typen op de nakomelingen overgedragen.
16
6.
6.1
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
Lijst van hulpstoffen
Natriumchloride
Histidine
Polysorbaat 80
Borax
Water voor injecties
Voor adjuvans, zie rubriek 2.
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Bij gebrek aan onderzoek naar onverenigbaarheden, mag dit geneesmiddel niet met andere
geneesmiddelen gemengd worden.
6.3
3 jaar.
Houdbaarheid
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Gardasil 9 suspensie voor injectie:
Bewaren in de koelkast (2 °C - 8 °C).
Niet in de vriezer bewaren. De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen
licht.
Gardasil 9 dient zo snel mogelijk na het uit de koelkast halen te worden toegediend.
Gegevens over de stabiliteit duiden erop dat de componenten van het vaccin 96 uur stabiel blijven bij
een bewaartemperatuur van 8 °C tot 40 °C of 72 uur bij een bewaartemperatuur van 0 °C tot 2 °C. Aan
het eind van deze periode dient Gardasil 9 te worden gebruikt of te worden weggegooid. Deze
gegevens zijn uitsluitend bedoeld als leidraad voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg in geval
van tijdelijke bewaring boven of onder de vermelde bewaartemperatuur.
Gardasil 9 suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit:
Bewaren in de koelkast (2 °C - 8 °C).
Niet in de vriezer bewaren. De voorgevulde spuit in de buitenverpakking bewaren ter bescherming
tegen licht.
Gardasil 9 dient zo snel mogelijk na het uit de koelkast halen te worden toegediend.
Gegevens over de stabiliteit duiden erop dat de componenten van het vaccin 96 uur stabiel blijven bij
een bewaartemperatuur van 8 °C tot 40 °C of 72 uur bij een bewaartemperatuur van 0 °C tot 2 °C. Aan
het eind van deze periode dient Gardasil 9 te worden gebruikt of te worden weggegooid. Deze
gegevens zijn uitsluitend bedoeld als leidraad voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg in geval
van tijdelijke bewaring boven of onder de vermelde bewaartemperatuur.
17
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
Gardasil 9 suspensie voor injectie:
0,5 ml suspensie in een injectieflacon (glas) met stop (gehalogeneerd butylrubber) en plastic flip-off
dop (met aluminium klembandje) in een verpakkingsgrootte van 1.
Gardasil 9 suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit:
0,5 ml suspensie in een voorgevulde spuit (glas) met zuigerstop (met gesiliconeerd FluroTec bekleed
broombutylelastomeer) en een kapje (synthetisch mengsel van isopreen en broombutyl) voor de tip in
verpakkingsgrootten van 1 of 10 met naalden of in een verpakkingsgrootte van 10 zonder naalden.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Gardasil 9 suspensie voor injectie:
Gardasil 9 kan er voorafgaand aan het schudden uitzien als een heldere vloeistof met een witte
neerslag.
Voorafgaand aan gebruik goed schudden teneinde een suspensie te verkrijgen. Na goed
schudden is Gardasil 9 een witte, troebele vloeistof.
Controleer de suspensie voorafgaand aan toediening visueel op aanwezigheid van deeltjes en
verkleuring. Gooi het vaccin weg als er deeltjes in aanwezig zijn en/of als het verkleurd blijkt te
zijn.
Trek met behulp van een steriele naald en spuit de vaccindosis van 0,5 ml op uit de
injectieflacon met de enkelvoudige dosis
Injecteer het vaccin onmiddellijk intramusculair (IM), bij voorkeur ter hoogte van de musculus
deltoideus in de bovenarm of in het hogere anterolaterale gebied van de dij.
Het vaccin dient te worden gebruikt zoals het wordt geleverd. De volledige aanbevolen dosis
van het vaccin dient te worden gebruikt.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
Gardasil 9 suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit:
Gardasil 9 kan er voorafgaand aan het schudden uitzien als een heldere vloeistof met een witte
neerslag.
Voorafgaand aan gebruik de voorgevulde spuit goed schudden teneinde een suspensie te
verkrijgen. Na goed schudden is Gardasil 9 een witte, troebele vloeistof.
Controleer de suspensie voorafgaand aan toediening visueel op aanwezigheid van deeltjes en
verkleuring. Gooi het vaccin weg als er deeltjes in aanwezig zijn en/of als het verkleurd blijkt te
zijn.
Kies op basis van de lengte en het gewicht van uw patiënt de juiste naald voor een geslaagde
intramusculaire (IM) toediening.
18
De verpakking met naalden bevat twee naalden van verschillende lengte per spuit.
Bevestig de naald door rechtsom te draaien tot de naald stevig op de spuit vastzit. Dien de
volledige dosis toe volgens het standaardprotocol.
Injecteer het vaccin onmiddellijk intramusculair (IM), bij voorkeur ter hoogte van de musculus
deltoideus in de bovenarm of in het hogere anterolaterale gebied van de dij.
Het vaccin dient te worden gebruikt zoals het wordt geleverd. De volledige aanbevolen dosis
van het vaccin dient te worden gebruikt.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/15/1007/001
EU/1/15/1007/002
EU/1/15/1007/003
EU/1/15/1007/004
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN
DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 10 juni 2015
Datum van laatste verlenging: 16 januari 2020
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
{MM/JJJJ}
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau:
http://www.ema.europa.eu.
19
BIJLAGE II
A.
FABRIKANT(EN) VAN DE BIOLOGISCH WERKZAME
STOF(FEN) EN FABRIKANT(EN) VERANTWOORDELIJK
VOOR VRIJGIFTE
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN
VAN LEVERING EN GEBRUIK
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE
HOUDER VAN DE HANDELSVERGUNNING MOETEN
WORDEN NAGEKOMEN
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET
BETREKKING TOT EEN VEILIG EN DOELTREFFEND
GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL
B.
C.
D.
20
A.
FABRIKANT(EN) VAN DE BIOLOGISCH WERKZAME STOF(FEN) EN
FABRIKANT(EN) VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE
Naam en adres van de fabrikant(en) van de biologisch werkzame stof(fen)
Merck Sharp & Dohme LLC
2778 South East Side Highway
Elkton, Virginia 22827
Verenigde Staten
Merck Sharp & Dohme LLC
770 Sumneytown Pike
West Point, Pennsylvania 19486
Verenigde Staten
Naam en adres van de fabrikant(en) verantwoordelijk voor vrijgifte
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
B.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN LEVERING EN
GEBRUIK
Aan medisch voorschrift onderworpen geneesmiddel.
Officiële vrijgifte van de batch
In overeenstemming met artikel 114 van Richtlijn 2001/83/EG, zal de officiële vrijgifte van de batch
worden uitgevoerd door een rijkslaboratorium of een specifiek daartoe aangewezen laboratorium.
C.
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE HOUDER VAN DE
HANDELSVERGUNNING MOETEN WORDEN NAGEKOMEN
Periodieke veiligheidsverslagen
De vereisten voor de indiening van periodieke veiligheidsverslagen worden vermeld in de lijst met
Europese referentiedata (EURD-lijst), waarin voorzien wordt in artikel 107c, onder punt 7 van
Richtlijn 2001/83/EG en eventuele hierop volgende aanpassingen gepubliceerd op het Europese
webportaal voor geneesmiddelen.
D.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET BETREKKING TOT EEN VEILIG EN
DOELTREFFEND GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL
Risk Management Plan (RMP)
De vergunninghouder voert de verplichte onderzoeken en maatregelen uit ten behoeve van de
geneesmiddelenbewaking, zoals uitgewerkt in het overeengekomen RMP en weergegeven in module
1.8.2 van de handelsvergunning, en in eventuele daaropvolgende overeengekomen RMP-
aanpassingen.
Een aanpassing van het RMP wordt ingediend:
21
op verzoek van het Europees Geneesmiddelenbureau;
steeds wanneer het risicomanagementsysteem gewijzigd wordt, met name als gevolg van het
beschikbaar komen van nieuwe informatie die kan leiden tot een belangrijke wijziging van de
bestaande verhouding tussen de voordelen en risico’s of nadat een belangrijke mijlpaal (voor
geneesmiddelenbewaking of voor beperking van de risico’s tot een minimum) is bereikt.
22
BIJLAGE III
ETIKETTERING EN BIJSLUITER
23
A. ETIKETTERING
24
GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD
TEKST BUITENVERPAKKING
INJECTIEFLACON MET ENKELVOUDIGE DOSIS, VERPAKKING VAN 1
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Gardasil 9 suspensie voor injectie
9-valent humaan papillomavirusvaccin (recombinant, geadsorbeerd)
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
1 dosis (0,5 ml):
HPV type 6-L1-eiwit
HPV type 11- en 18-L1-eiwit
HPV type 16-L1-eiwit
HPV type 31-, 33-, 45-, 52- en 58-L1-eiwit
30
40
60
20
µg
µg
µg
µg
geadsorbeerd op amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaat (0,5 mg Al).
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: natriumchloride, histidine, polysorbaat 80, borax, water voor injecties.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Suspensie voor injectie
1 injectieflacon (0,5 ml)
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Intramusculair gebruik.
Goed schudden voor gebruik.
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
EXP
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
25
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren in de koelkast. Niet in de vriezer bewaren.
De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)
11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/15/1007/001
13.
Lot
PARTIJNUMMER
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Rechtvaardiging voor uitzondering van braille is aanvaardbaar.
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
PC
SN
NN
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
26
GEGEVENS DIE IN IEDER GEVAL OP PRIMAIRE KLEINVERPAKKINGEN MOETEN
WORDEN VERMELD
ETIKETTEKST INJECTIEFLACON
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
Gardasil 9 injectie
IM
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
3.
EXP
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
4.
Lot
PARTIJNUMMER
5.
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
1 dosis (0,5 ml)
6.
MSD
OVERIGE
27
GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD
TEKST BUITENVERPAKKING
VOORGEVULDE SPUIT MET 2 NAALDEN, VERPAKKING VAN 1, 10
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Gardasil 9 suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit
9-valent humaan papillomavirusvaccin (recombinant, geadsorbeerd)
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
1 dosis (0,5 ml):
HPV type 6-L1-eiwit
HPV type 11- en 18-L1-eiwit
HPV type 16-L1-eiwit
HPV type 31-, 33-, 45-, 52- en 58-L1-eiwit
30
40
60
20
µg
µg
µg
µg
geadsorbeerd op amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaat (0,5 mg Al).
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: natriumchloride, histidine, polysorbaat 80, borax, water voor injecties.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Suspensie voor injectie
1 voorgevulde spuit (0,5 ml) met 2 naalden
10 voorgevulde spuiten (0,5 ml) met elk 2 naalden
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Intramusculair gebruik.
Goed schudden voor gebruik.
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
EXP
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
28
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren in de koelkast. Niet in de vriezer bewaren.
De spuit in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)
11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/15/1007/002
EU/1/15/1007/003
13.
Lot
PARTIJNUMMER
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Rechtvaardiging voor uitzondering van braille is aanvaardbaar.
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
PC
SN
NN
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
29
GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD
TEKST BUITENVERPAKKING
VOORGEVULDE SPUIT, VERPAKKING VAN 10
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Gardasil 9 suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit
9-valent humaan papillomavirusvaccin (recombinant, geadsorbeerd)
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
1 dosis (0,5 ml):
HPV type 6-L1-eiwit
HPV type 11- en 18-L1-eiwit
HPV type 16-L1-eiwit
HPV type 31-, 33-, 45-, 52- en 58-L1-eiwit
30
40
60
20
µg
µg
µg
µg
geadsorbeerd aan amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaat (0,5 mg Al).
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: natriumchloride, histidine, polysorbaat 80, borax, water voor injecties.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Suspensie voor injectie
10 voorgevulde spuiten (0,5 ml)
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Intramusculair gebruik.
Goed schudden voor gebruik.
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
EXP
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
30
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren in de koelkast. Niet in de vriezer bewaren.
De spuit in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)
11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/15/1007/004
13.
Lot
PARTIJNUMMER
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Rechtvaardiging voor uitzondering van braille is aanvaardbaar.
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
PC
SN
NN
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
31
GEGEVENS DIE IN IEDER GEVAL OP PRIMAIRE KLEINVERPAKKINGEN MOETEN
WORDEN VERMELD
ETIKETTEKST VOORGEVULDE SPUIT
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
Gardasil 9 injectie
IM
9-valent humaan papillomavirusvaccin
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
3.
EXP
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
4.
Lot
PARTIJNUMMER
5.
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
1 dosis (0,5 ml)
6.
MSD
OVERIGE
32
B. BIJSLUITER
33
Bijsluiter: informatie voor de gebruiker
Gardasil 9, suspensie voor injectie
9-valent humaan papillomavirusvaccin (recombinant, geadsorbeerd)
Lees goed de hele bijsluiter voordat u of uw kind wordt gevaccineerd want er staat belangrijke
informatie in voor u of uw kind.
-
Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
-
Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
-
Krijgt u of uw kind last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u of uw
kind een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts,
apotheker of verpleegkundige.
Inhoud van deze bijsluiter
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Wat is Gardasil 9 en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Wanneer mag u of uw kind dit middel niet toegediend krijgen of moet u of uw kind er extra
voorzichtig mee zijn?
Hoe krijgt u dit middel toegediend?
Mogelijke bijwerkingen
Hoe bewaart u dit middel?
Inhoud van de verpakking en overige informatie
1.
Wat is Gardasil 9 en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Gardasil 9 is een vaccin voor kinderen en jongeren vanaf 9 jaar en volwassenen. Dit middel wordt
toegediend om bescherming te bieden tegen aandoeningen die veroorzaakt worden door bepaalde
typen van het humaan papillomavirus (HPV), namelijk type 6, 11, 16, 18, 31, 33, 45, 52 en 58.
Tot deze aandoeningen behoren kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen (de baarmoederhals, het
uitwendige deel van het geslachtsorgaan (vulva) en de vagina) en voorstadia daarvan, anuskanker en
voorstadia daarvan en genitale wratten bij mannen en vrouwen.
Gardasil 9 is onderzocht bij mannen van 9 tot en met 26 jaar en vrouwen van 9 tot en met 45 jaar.
Gardasil 9 beschermt tegen de HPV-typen die de meeste gevallen van de hierboven beschreven
aandoeningen veroorzaken.
Gardasil 9 is bedoeld om deze aandoeningen te voorkomen. Het vaccin wordt niet gebruikt voor de
behandeling van aan HPV gerelateerde aandoeningen. Gardasil 9 heeft geen enkel effect bij personen
die al een blijvende infectie of aandoening hebben die te maken heeft met een van de HPV-typen
waartegen dit vaccin werkt. Bij personen die al een infectie met een of meer van de vaccin-HPV-typen
hebben, kan Gardasil 9 nog wel bescherming bieden tegen aandoeningen die te maken hebben met de
andere HPV-typen waartegen het vaccin werkt.
Gardasil 9 kan geen aan HPV gerelateerde aandoeningen veroorzaken.
Wanneer iemand met Gardasil 9 gevaccineerd wordt, gaat het immuunsysteem (het natuurlijke
afweersysteem van het lichaam) de aanmaak van antistoffen tegen de negen HPV-typen in het vaccin
stimuleren om te helpen bij de bescherming tegen aandoeningen die deze virussen kunnen
veroorzaken.
Als u of uw kind een eerste dosis van Gardasil 9 krijgt, moet ook voor de rest van de vaccinatiereeks
Gardasil 9 worden gebruikt.
Heeft u of uw kind al een HPV-vaccin gekregen? Vraag dan aan uw arts of Gardasil 9 wel geschikt is
34
voor u of uw kind.
Gardasil 9 dient gebruikt te worden in overeenstemming met officiële richtlijnen.
2.
Wanneer mag u of uw kind dit middel niet toegediend krijgen of moet u of uw kind er
extra voorzichtig mee zijn?
Wanneer mag u of uw kind dit middel niet toegediend krijgen?
U bent of uw kind is allergisch voor een van de stoffen in dit vaccin. Deze stoffen kunt u vinden
in rubriek 6.
U of uw kind heeft een keer een allergische reactie gekregen na toediening van een dosis
Gardasil oftewel Silgard (een vaccin tegen de HPV-typen 6, 11, 16 en 18) of een dosis
Gardasil 9.
Wanneer moet u of uw kind extra voorzichtig zijn met dit middel?
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige als u of uw kind last heeft van:
een stollingsstoornis (een aandoening waardoor u of uw kind meer bloedt dan normaal),
bijvoorbeeld hemofilie
een verzwakt immuunsysteem, bijvoorbeeld door een genetische afwijking, een hiv-infectie of
het gebruik van geneesmiddelen die het immuunsysteem aantasten
een aandoening die gepaard gaat met hoge koorts. Lichte koorts of een lichte infectie van de
bovenste luchtwegen (bijvoorbeeld een verkoudheid) is op zich echter geen reden om de
vaccinatie uit te stellen.
Flauwvallen, soms in combinatie met vallen, kan optreden (vooral bij jongeren tot 18 jaar) na een
injectie met een naald. Bent u of is uw kind in het verleden wel eens flauwgevallen bij een injectie?
Vertel dat dan uw arts of verpleegkundige.
Zoals bij elk vaccin kan het zijn dat Gardasil 9 niet bij iedereen die ermee gevaccineerd wordt
volledige bescherming biedt.
Gardasil 9 beschermt niet tegen elk type van het humaan papillomavirus. Daarom dient men geschikte
voorzorgen tegen seksueel overdraagbare aandoeningen te blijven nemen.
Vaccinatie is geen vervanging voor de routinematige screening op baarmoederhalskanker. Als u een
vrouw bent,
dient u nog steeds het advies van uw arts over het maken van uitstrijkjes en het
gebruik van preventieve en beschermende maatregelen op te volgen.
Andere belangrijke informatie over dit middel waarvan u of uw kind op de hoogte moet zijn
De beschermingsduur is nog niet bekend. Er zijn nog vervolgonderzoeken gaande naar de
bescherming op langere termijn om te achterhalen of het gebruik van een herhalingsdosis nodig is.
Gebruikt u of uw kind nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u of uw kind naast Gardasil 9 nog andere geneesmiddelen, heeft u of uw kind dat kort
geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u of uw kind binnenkort andere geneesmiddelen gaat
gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder
recept kunt krijgen.
Bij vaccinatie met Gardasil 9 kan tijdens hetzelfde bezoek ook een gecombineerd herhalingsvaccin
tegen difterie (d), tetanus (T), en kinkhoest [acellulair, component] (ap) en/of poliomyelitis
[geïnactiveerd] (IPV) (dTap-, dT-IPV- of dTap-IPV-vaccin) worden toegediend als daarvoor een
andere injectieplaats wordt gebruikt (een ander lichaamsdeel, bijvoorbeeld de andere arm of het andere
been).
Gardasil 9 werkt mogelijk niet optimaal als het samen wordt gebruikt met geneesmiddelen die het
immuunsysteem onderdrukken.
35
Gebruik van hormonale anticonceptiemiddelen (zoals de pil) bleek de door Gardasil 9 geboden
bescherming niet te verminderen.
Zwangerschap en borstvoeding
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan
contact op met uw arts of apotheker voordat dit vaccin bij u wordt toegediend.
Gardasil 9 mag worden toegediend aan vrouwen die borstvoeding geven of borstvoeding willen gaan
geven.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Gardasil 9 kan de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen enigszins en kortdurend
beïnvloeden (zie rubriek 4,
Mogelijke bijwerkingen
).
Gardasil 9 bevat natriumchloride
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen
natriumvrij
is.
3.
Hoe krijgt u dit middel toegediend?
Uw arts dient Gardasil 9 met een injectie toe. Gardasil 9 is bedoeld voor kinderen en jongeren vanaf
9 jaar en volwassenen.
Als u tussen de 9 en 14 jaar oud bent op het moment van de eerste injectie
Gardasil 9 kan volgens een schema bestaande uit 2 doses worden toegediend:
Eerste injectie: op de gekozen datum
-
-
Tweede injectie: tussen 5 en 13 maanden na de eerste injectie
Als de tweede vaccindosis eerder dan 5 maanden na de eerste dosis wordt gegeven, moet altijd een
derde dosis worden gegeven.
Gardasil 9 kan ook volgens een schema bestaande uit 3 doses worden toegediend:
-
Eerste injectie: op de gekozen datum
Tweede injectie: 2 maanden na de eerste injectie (minstens één maand na de eerste dosis)
-
-
Derde injectie: 6 maanden na de eerste injectie (minstens 3 maanden na de tweede dosis)
De drie doses moeten allemaal binnen een periode van 1 jaar worden toegediend. Raadpleeg uw arts
voor meer informatie.
Als u 15 jaar of ouder bent op het moment van de eerste injectie
Gardasil 9 moet volgens een schema bestaande uit 3 doses worden toegediend:
-
Eerste injectie: op de gekozen datum
Tweede injectie: 2 maanden na de eerste injectie (minstens één maand na de eerste dosis)
-
Derde injectie: 6 maanden na de eerste injectie (minstens 3 maanden na de tweede dosis)
-
De drie doses moeten allemaal binnen een periode van 1 jaar worden toegediend. Raadpleeg uw arts
voor meer informatie.
Als Gardasil 9 is toegediend bij de eerste dosis, dan wordt aanbevolen dat Gardasil 9 ook wordt
gebruikt om het vaccinatieschema af te ronden.
Gardasil 9 wordt via een injectie door de huid in de spier toegediend (bij voorkeur de spier van de
bovenarm of dij).
Bent u vergeten dit middel te gebruiken?
Als u een geplande injectie mist, zal uw arts beslissen wanneer de overgeslagen dosis alsnog wordt
toegediend.
Het is belangrijk dat u de aanwijzingen opvolgt die uw arts of verpleegkundige geeft over de volgende
36
bezoeken voor de vervolgdoses. Bent u vergeten of niet in staat om op het afgesproken tijdstip weer
naar uw arts te gaan? Vraag dan uw arts om advies. Als u Gardasil 9 als eerste dosis krijgt, moet voor
de afronding van de vaccinatiereeks ook Gardasil 9 worden gebruikt, en dus geen ander HPV-vaccin.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts
of apotheker.
4.
Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen
daarmee te maken.
De onderstaande bijwerkingen kunnen optreden na het gebruik van Gardasil 9.
Zeer vaak
(komen voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers): bijwerkingen op de plaats van de injectie
(pijn, zwelling en roodheid) en hoofdpijn.
Vaak
(komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers): bijwerkingen op de plaats van de injectie
(blauwe plek en jeuk), koorts, vermoeidheid, duizeligheid en misselijkheid.
Soms
(komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers): gezwollen klieren (in de hals, oksel of
lies), uitslag op de huid met roze bulten en erge jeuk (netelroos of galbulten), flauwvallen, soms samen
met trillen of stijf worden, overgeven, gewrichtspijn, spierpijn, ongewone vermoeidheid of zwakte,
rillingen, zich in het algemeen niet lekker voelen.
Zelden
(komen voor bij minder dan 1 op de 1000 gebruikers): allergische reacties.
Niet bekend
(frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald): ernstige allergische
reacties (anafylactische reacties).
Wanneer tijdens een bezoek waarbij Gardasil 9 werd toegediend, ook een gecombineerd
herhalingsvaccin tegen difterie, tetanus, kinkhoest [acellulair, component] en poliomyelitis
[geïnactiveerd] werd toegediend, kwam meer zwelling op de plaats van de injectie voor.
Flauwvallen is gemeld, soms samen met trillen of stijf worden. Ook al komt flauwvallen niet vaak
voor, patiënten moeten tot 15 minuten na toediening van het HPV-vaccin onder observatie blijven.
De onderstaande bijwerkingen zijn gemeld bij gebruik van GARDASIL oftewel SILGARD en
kunnen mogelijk ook optreden na toediening van GARDASIL 9:
Er zijn allergische reacties gemeld. Sommige van deze reacties waren ernstig. Enkele mogelijke
symptomen ervan zijn moeite met ademhalen en piepende ademhaling.
Net als bij andere vaccins zijn tijdens algemeen gebruik onder meer de volgende bijwerkingen gemeld:
spierzwakte, abnormale sensaties, tintelingen in de armen, benen en het bovenlichaam of verwardheid
(syndroom van Guillain-Barré, acute gedissemineerde encefalomyelitis), gemakkelijker optreden van
bloedingen of blauwe plekken en huidinfectie op de plaats van de injectie.
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit
geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook
rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in
aanhangsel V.
Door bijwerkingen
te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
37
5.
Hoe bewaart u dit middel?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit vaccin niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op de doos en op het
etiket op de injectieflacon na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is
de uiterste houdbaarheidsdatum.
Bewaren in de koelkast (2 °C - 8 °C). Niet in de vriezer bewaren. De injectieflacon in de
buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de wc en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw
apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Als u geneesmiddelen op de
juiste manier afvoert worden ze op een verantwoorde manier vernietigd en komen ze niet in het milieu
terecht.
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stoffen in dit middel zijn: zeer gezuiverd niet-infectieus eiwit van elk van de volgende
typen van het humaan papillomavirus: 6, 11, 16, 18, 31, 33, 45, 52 en 58.
1 dosis (0,5 ml) bevat circa:
Humaan papillomavirus
1
Humaan papillomavirus
1
Humaan papillomavirus
1
Humaan papillomavirus
1
Humaan papillomavirus
1
Humaan papillomavirus
1
Humaan papillomavirus
1
Humaan papillomavirus
1
Humaan papillomavirus
1
1
type
type
type
type
type
type
type
type
type
6-L1-eiwit
2,3
11-L1-eiwit
2,3
16-L1-eiwit
2,3
18-L1-eiwit
2,3
31-L1-eiwit
2,3
33-L1-eiwit
2,3
45-L1-eiwit
2,3
52-L1-eiwit
2,3
58-L1-eiwit
2,3
30
40
60
40
20
20
20
20
20
microgram
microgram
microgram
microgram
microgram
microgram
microgram
microgram
microgram
Humaan papillomavirus = HPV
L1-eiwit in de vorm van virusachtige deeltjes, geproduceerd in gistcellen (Saccharomyces
cerevisiae
CANADE 3C-5 (stam 1895)) door recombinant-DNA-technologie.
3
Geadsorbeerd op amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaatadjuvans (0,5 milligram Al).
2
Het vaccin bevat amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaat dat dient als adjuvans.
Een adjuvans wordt in vaccins gebruikt om de immuunrespons op het vaccin te verbeteren.
De andere stoffen in dit middel zijn: natriumchloride, histidine, polysorbaat 80, borax en water voor
injecties.
Hoe ziet Gardasil 9 eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
1 dosis Gardasil 9 suspensie voor injectie bevat 0,5 ml.
Gardasil 9 kan er voorafgaand aan het schudden uitzien als een heldere vloeistof met een witte
neerslag. Na goed schudden is Gardasil 9 een witte, troebele vloeistof.
Gardasil 9 wordt geleverd in een verpakking met 1 injectieflacon.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant
Merck Sharp & Dohme B.V., Waarderweg 39, 2031 BN Haarlem, Nederland
38
Neem voor alle informatie over dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de
houder van de vergunning voor het in de handel brengen:
België/Belgique/Belgien
MSD Belgium
Tél/Tel: +32 (0) 27766211
dpoc_belux@merck.com
Lietuva
UAB Merck Sharp & Dohme
Tel.: +370.5.2780.247
msd_lietuva@merck.com
Luxembourg/Luxemburg
MSD Belgium
Tél: +32 (0) 27766211
dpoc_belux@merck.com
Magyarország
MSD Pharma Hungary Kft.
Tel.: + 36.1.888.5300
hungary_msd@merck.com
Malta
Merck Sharp & Dohme Cyprus Limited.
Tel: 8007 4433 (+356 99917558)
malta_info@merck.com
Nederland
Merck Sharp & Dohme B.V.
Tel.: 0800 9999000
(+31 23 5153153)
medicalinfo.nl@merck.com
Norge
MSD (Norge) AS
Tlf: +47 32 20 73 00
msdnorge@msd.no
Österreich
Merck Sharp & Dohme Ges.m.b.H.
Tel: +43 (0) 1 26 044
dpoc_austria@merck.com
Polska
MSD Polska Sp. z o.o.
Tel.: +48.22.549.51.00
msdpolska@merck.com
Portugal
Merck Sharp & Dohme, Lda
Tel: +351 21 4465700
inform_pt@merck.com
România
Merck Sharp & Dohme Romania S.R.L
Tel: + 4021 529 29 00
msdromania@merck.com
България
Мерк Шарп и Доум България ЕООД,
тел.: + 359 2 819 3737
info-msdbg@merck.com
Česká
republika
Merck Sharp & Dohme s.r.o.
Tel.: +420 233 010 111
dpoc_czechslovak@merck.com
Danmark
MSD Danmark ApS
Tlf: + 45 4482 4000
dkmail@merck.com
Deutschland
MSD Sharp & Dohme GmbH
Tel: 0800 673 673 673 (+49 (0) 89 4561 0)
e-mail@msd.de
Eesti
Merck Sharp & Dohme OÜ
Tel.: +372 6144 200
msdeesti@merck.com
Ελλάδα
MSD
Α.Φ.Β.Ε.Ε.
Τηλ: +30 210 98 97 300
dpoc_greece@merck.com
España
Merck Sharp & Dohme de España, S.A.
Tel: +34 91 321 06 00
msd_info@merck.com
France
MSD France
Tél: +33 (0) 1 80 46 40 40
Hrvatska
Merck Sharp & Dohme d.o.o.
Tel: +385 1 66 11 333
croatia_info@merck.com
39
Ireland
Merck Sharp & Dohme Ireland (Human Health)
Limited
Tel: +353 (0)1 2998700
medinfo_ireland@merck.com
Ísland
Vistor hf.
Sími: + 354 535 7000
Slovenija
Merck Sharp & Dohme, inovativna zdravila d.o.o.
Tel: +386.1.520.4201
msd.slovenia@merck.com
Slovenská republika
Merck Sharp & Dohme, s. r. o
Tel: +421 2 58282010
dpoc_czechslovak@merck.com
Suomi/Finland
MSD Finland Oy
Puh/Tel: +358 (0)9 804 650
info@msd.fi
Sverige
Merck Sharp & Dohme (Sweden) AB
Tel: +46 77 5700488
medicinskinfo@merck.com
United Kingdom (Northern Ireland)
Merck Sharp & Dohme Ireland (Human Health)
Limited
Tel: +353 (0)1 2998700
medinfoNI@msd.com
Italia
MSD Italia S.r.l.
Tel: 800 23 99 89 (+39 06 361911)
medicalinformation.it@msd.com
Κύπρος
Merck Sharp & Dohme Cyprus Limited
Τηλ: 800 00 673 (+357 22866700)
cyprus_info@merck.com
Latvija
SIA Merck Sharp & Dohme Latvija
Tel: +371.67364.224
msd_lv@merck.com
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in .
Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau:
http://www.ema.europa.eu.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ --
De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:
Gardasil 9 suspensie voor injectie:
Gardasil 9 kan er voorafgaand aan het schudden uitzien als een heldere vloeistof met een witte
neerslag.
Voorafgaand aan gebruik goed schudden teneinde een suspensie te verkrijgen. Na goed
schudden is Gardasil 9 een witte, troebele vloeistof.
Controleer de suspensie voorafgaand aan toediening visueel op aanwezigheid van deeltjes en
verkleuring. Gooi het vaccin weg als er deeltjes in aanwezig zijn en/of als het verkleurd blijkt te
zijn.
Trek met behulp van een steriele naald en spuit de vaccindosis van 0,5 ml op uit de
injectieflacon.
Injecteer het vaccin onmiddellijk intramusculair (IM), bij voorkeur ter hoogte van de musculus
deltoideus in de bovenarm of in het hogere anterolaterale gebied van de dij.
Het vaccin dient te worden gebruikt zoals het wordt geleverd. De volledige aanbevolen dosis
van het vaccin dient te worden gebruikt.
40
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
41
Bijsluiter: informatie voor de gebruiker
Gardasil 9, suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit
9-valent humaan papillomavirusvaccin (recombinant, geadsorbeerd)
Lees goed de hele bijsluiter voordat u of uw kind wordt gevaccineerd want er staat belangrijke
informatie in voor u of uw kind.
-
Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
-
Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
-
Krijgt u of uw kind last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u of uw
kind een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts,
apotheker of verpleegkundige.
Inhoud van deze bijsluiter
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Wat is Gardasil 9 en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Wanneer mag u of uw kind dit middel niet toegediend krijgen of moet u of uw kind er extra
voorzichtig mee zijn?
Hoe krijgt u dit middel toegediend?
Mogelijke bijwerkingen
Hoe bewaart u dit middel?
Inhoud van de verpakking en overige informatie
1.
Wat is Gardasil 9 en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Gardasil 9 is een vaccin voor kinderen en jongeren vanaf 9 jaar en volwassenen. Dit middel wordt
toegediend om bescherming te bieden tegen aandoeningen die veroorzaakt worden door bepaalde
typen van het humaan papillomavirus (HPV), namelijk type 6, 11, 16, 18, 31, 33, 45, 52 en 58.
Tot deze aandoeningen behoren kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen (de baarmoederhals, het
uitwendige deel van het geslachtsorgaan (vulva) en de vagina) en voorstadia daarvan, anuskanker en
voorstadia daarvan en genitale wratten bij mannen en vrouwen.
Gardasil 9 is onderzocht bij mannen van 9 tot en met 26 jaar en vrouwen van 9 tot en met 45 jaar.
Gardasil 9 beschermt tegen de HPV-typen die de meeste gevallen van de hierboven beschreven
aandoeningen veroorzaken.
Gardasil 9 is bedoeld om deze aandoeningen te voorkomen. Het vaccin wordt niet gebruikt voor de
behandeling van aan HPV gerelateerde aandoeningen. Gardasil 9 heeft geen enkel effect bij personen
die al een blijvende infectie of aandoening hebben die te maken heeft met een van de HPV-typen
waartegen dit vaccin werkt. Bij personen die al een infectie met een of meer van de vaccin-HPV-typen
hebben, kan Gardasil 9 nog wel bescherming bieden tegen aandoeningen die te maken hebben met de
andere HPV-typen waartegen het vaccin werkt.
Gardasil 9 kan geen aan HPV gerelateerde aandoeningen veroorzaken.
Wanneer iemand met Gardasil 9 gevaccineerd wordt, gaat het immuunsysteem (het natuurlijke
afweersysteem van het lichaam) de aanmaak van antistoffen tegen de negen HPV-typen in het vaccin
stimuleren om te helpen bij de bescherming tegen aandoeningen die deze virussen kunnen
veroorzaken.
Als u of uw kind een eerste dosis van Gardasil 9 krijgt, moet ook voor de rest van de vaccinatiereeks
Gardasil 9 worden gebruikt.
Heeft u of uw kind al een HPV-vaccin gekregen? Vraag dan aan uw arts of Gardasil 9 wel geschikt is
42
voor u of uw kind.
Gardasil 9 dient gebruikt te worden in overeenstemming met officiële richtlijnen.
2.
Wanneer mag u of uw kind dit middel niet toegediend krijgen of moet u of uw kind er
extra voorzichtig mee zijn?
Wanneer mag u of uw kind dit middel niet toegediend krijgen?
U bent of uw kind is allergisch voor een van de stoffen in dit vaccin. Deze stoffen kunt u vinden
in rubriek 6.
U of uw kind heeft een keer een allergische reactie gekregen na toediening van een dosis
Gardasil oftewel Silgard (een vaccin tegen de HPV-typen 6, 11, 16 en 18) of een dosis
Gardasil 9.
Wanneer moet u of uw kind extra voorzichtig zijn met dit middel?
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige als u of uw kind last heeft van:
een stollingsstoornis (een aandoening waardoor u of uw kind meer bloedt dan normaal),
bijvoorbeeld hemofilie
een verzwakt immuunsysteem, bijvoorbeeld door een genetische afwijking, een hiv-infectie of
het gebruik van geneesmiddelen die het immuunsysteem aantasten
een aandoening die gepaard gaat met hoge koorts. Lichte koorts of een lichte infectie van de
bovenste luchtwegen (bijvoorbeeld een verkoudheid) is op zich echter geen reden om de
vaccinatie uit te stellen.
Flauwvallen, soms in combinatie met vallen, kan optreden (vooral bij jongeren tot 18 jaar) na een
injectie met een naald. Bent u of is uw kind in het verleden wel eens flauwgevallen bij een injectie?
Vertel dat dan uw arts of verpleegkundige.
Zoals bij elk vaccin kan het zijn dat Gardasil 9 niet bij iedereen die ermee gevaccineerd wordt
volledige bescherming biedt.
Gardasil 9 beschermt niet tegen elk type van het humaan papillomavirus. Daarom dient men geschikte
voorzorgen tegen seksueel overdraagbare aandoeningen te blijven nemen.
Vaccinatie is geen vervanging voor de routinematige screening op baarmoederhalskanker. Als u een
vrouw bent,
dient u nog steeds het advies van uw arts over het maken van uitstrijkjes en het
gebruik van preventieve en beschermende maatregelen op te volgen.
Andere belangrijke informatie over dit middel waarvan u of uw kind op de hoogte moet zijn
De beschermingsduur is nog niet bekend. Er zijn nog vervolgonderzoeken gaande naar de
bescherming op langere termijn om te achterhalen of het gebruik van een herhalingsdosis nodig is.
Gebruikt u of uw kind nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u of uw kind naast Gardasil 9 nog andere geneesmiddelen, heeft u of uw kind dat kort
geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u of uw kind binnenkort andere geneesmiddelen gaat
gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder
recept kunt krijgen.
Bij vaccinatie met Gardasil 9 kan tijdens hetzelfde bezoek ook een gecombineerd herhalingsvaccin
tegen difterie (d), tetanus (T), en kinkhoest [acellulair, component] (ap) en/of poliomyelitis
[geïnactiveerd] (IPV) (dTap-, dT-IPV- of dTap-IPV-vaccin) worden toegediend als daarvoor een
andere injectieplaats wordt gebruikt (een ander lichaamsdeel, bijvoorbeeld de andere arm of het andere
been).
Gardasil 9 werkt mogelijk niet optimaal als het samen wordt gebruikt met geneesmiddelen die het
immuunsysteem onderdrukken.
43
Gebruik van hormonale anticonceptiemiddelen (zoals de pil) bleek de door Gardasil 9 geboden
bescherming niet te verminderen.
Zwangerschap en borstvoeding
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan
contact op met uw arts of apotheker voordat dit vaccin bij u wordt toegediend.
Gardasil 9 mag worden toegediend aan vrouwen die borstvoeding geven of borstvoeding willen gaan
geven.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Gardasil 9 kan de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen enigszins en kortdurend
beïnvloeden (zie rubriek 4,
Mogelijke bijwerkingen
).
Gardasil 9 bevat natriumchloride
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen
natriumvrij
is.
3.
Hoe krijgt u dit middel toegediend?
Uw arts dient Gardasil 9 met een injectie toe. Gardasil 9 is bedoeld voor kinderen vanaf 9 jaar en
volwassenen.
Als u tussen de 9 en 14 jaar oud bent op het moment van de eerste injectie
Gardasil 9 kan volgens een schema bestaande uit 2 doses worden toegediend:
-
Eerste injectie: op de gekozen datum
-
Tweede injectie: tussen 5 en 13 maanden na de eerste injectie
Als de tweede vaccindosis eerder dan 5 maanden na de eerste dosis wordt gegeven, moet altijd een
derde dosis worden gegeven.
Gardasil 9 kan ook volgens een schema bestaande uit 3 doses worden toegediend:
-
Eerste injectie: op de gekozen datum
-
Tweede injectie: 2 maanden na de eerste injectie (minstens één maand na de eerste dosis)
-
Derde injectie: 6 maanden na de eerste injectie (minstens 3 maanden na de tweede dosis)
De drie doses moeten allemaal binnen een periode van 1 jaar worden toegediend. Raadpleeg uw arts
voor meer informatie.
Als u 15 jaar of ouder bent op het moment van de eerste injectie
Gardasil 9 moet volgens een schema bestaande uit 3 doses worden toegediend:
-
Eerste injectie: op de gekozen datum
-
Tweede injectie: 2 maanden na de eerste injectie (minstens één maand na de eerste dosis)
-
Derde injectie: 6 maanden na de eerste injectie (minstens 3 maanden na de tweede dosis)
De drie doses moeten allemaal binnen een periode van 1 jaar worden toegediend. Raadpleeg uw arts
voor meer informatie.
Als Gardasil 9 is toegediend bij de eerste dosis, dan wordt aanbevolen dat Gardasil 9 ook wordt
gebruikt om het vaccinatieschema af te ronden.
Gardasil 9 wordt via een injectie door de huid in de spier toegediend (bij voorkeur de spier van de
bovenarm of dij).
Bent u vergeten dit middel te gebruiken?
Als u een geplande injectie mist, zal uw arts beslissen wanneer de overgeslagen dosis alsnog wordt
toegediend.
Het is belangrijk dat u de aanwijzingen opvolgt die uw arts of verpleegkundige geeft over de volgende
44
bezoeken voor de vervolgdoses. Bent u vergeten of niet in staat om op het afgesproken tijdstip weer
naar uw arts te gaan? Vraag dan uw arts om advies. Als u Gardasil 9 als eerste dosis krijgt, moet voor
de afronding van de vaccinatiereeks ook Gardasil 9 worden gebruikt, en dus geen ander HPV-vaccin.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts
of apotheker.
4.
Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen
daarmee te maken.
De onderstaande bijwerkingen kunnen optreden na het gebruik van Gardasil 9.
Zeer vaak
(komen voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers): bijwerkingen op de plaats van de injectie
(pijn, zwelling en roodheid) en hoofdpijn.
Vaak
(komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers): bijwerkingen op de plaats van de injectie
(blauwe plek en jeuk), koorts, vermoeidheid, duizeligheid en misselijkheid.
Soms
(komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers): gezwollen klieren (in de hals, oksel of
lies), uitslag op de huid met roze bulten en erge jeuk (netelroos of galbulten), flauwvallen, soms samen
met trillen of stijf worden, overgeven, gewrichtspijn, spierpijn, ongewone vermoeidheid of zwakte,
rillingen, zich in het algemeen niet lekker voelen.
Zelden
(komen voor bij minder dan 1 op de 1000 gebruikers): allergische reacties.
Niet bekend
(frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald): ernstige allergische
reacties (anafylactische reacties).
Wanneer tijdens een bezoek waarbij Gardasil 9 werd toegediend, ook een gecombineerd
herhalingsvaccin tegen difterie, tetanus, kinkhoest [acellulair, component] en poliomyelitis
[geïnactiveerd] werd toegediend, kwam meer zwelling op de plaats van de injectie voor.
Flauwvallen is gemeld, soms samen met trillen of stijf worden. Ook al komt flauwvallen niet vaak
voor, patiënten moeten tot 15 minuten na toediening van het HPV-vaccin onder observatie blijven.
De onderstaande bijwerkingen zijn gemeld bij gebruik van GARDASIL oftewel SILGARD en
kunnen mogelijk ook optreden na toediening van GARDASIL 9:
Er zijn allergische reacties gemeld. Sommige van deze reacties waren ernstig. Enkele mogelijke
symptomen ervan zijn moeite met ademhalen en piepende ademhaling.
Net als bij andere vaccins zijn tijdens algemeen gebruik onder meer de volgende bijwerkingen gemeld:
spierzwakte, abnormale sensaties, tintelingen in de armen, benen en het bovenlichaam of verwardheid
(syndroom van Guillain-Barré, acute gedissemineerde encefalomyelitis), gemakkelijker optreden van
bloedingen of blauwe plekken en huidinfectie op de plaats van de injectie.
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit
geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook
rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in
aanhangsel V.
Door bijwerkingen
te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
45
5.
Hoe bewaart u dit middel?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit vaccin niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op de doos en op het
etiket op de spuit na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de
uiterste houdbaarheidsdatum.
Bewaren in de koelkast (2 °C - 8 °C). Niet in de vriezer bewaren. De spuit in de buitenverpakking
bewaren ter bescherming tegen licht.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de wc en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw
apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Als u geneesmiddelen op de
juiste manier afvoert worden ze op een verantwoorde manier vernietigd en komen ze niet in het milieu
terecht.
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stoffen in dit middel zijn: zeer gezuiverd niet-infectieus eiwit van elk van de volgende
typen van het humaan papillomavirus: 6, 11, 16, 18, 31, 33, 45, 52 en 58.
1 dosis (0,5 ml) bevat circa:
Humaan
Humaan
Humaan
Humaan
Humaan
Humaan
Humaan
Humaan
Humaan
1
papillomavirus
1
papillomavirus
1
papillomavirus
1
papillomavirus
1
papillomavirus
1
papillomavirus
1
papillomavirus
1
papillomavirus
1
papillomavirus
1
type
type
type
type
type
type
type
type
type
6-L1-eiwit
2,3
11-L1-eiwit
2,3
16-L1-eiwit
2,3
18-L1-eiwit
2,3
31-L1-eiwit
2,3
33-L1-eiwit
2,3
45-L1-eiwit
2,3
52-L1-eiwit
2,3
58-L1-eiwit
2,3
30
40
60
40
20
20
20
20
20
microgram
microgram
microgram
microgram
microgram
microgram
microgram
microgram
microgram
Humaan papillomavirus = HPV
L1-eiwit in de vorm van virusachtige deeltjes, geproduceerd in gistcellen (Saccharomyces
cerevisiae
CANADE 3C-5 (stam 1895)) door recombinant-DNA-technologie.
3
Geadsorbeerd op amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaatadjuvans (0,5 milligram Al).
2
Het vaccin bevat amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaat dat dient als adjuvans.
Een adjuvans wordt in vaccins gebruikt om de immuunrespons op het vaccin te verbeteren.
De andere stoffen in dit middel zijn: natriumchloride, histidine, polysorbaat 80, borax en water voor
injecties.
Hoe ziet Gardasil 9 eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
1 dosis Gardasil 9 suspensie voor injectie bevat 0,5 ml.
Gardasil 9 kan er voorafgaand aan het schudden uitzien als een heldere vloeistof met een witte
neerslag. Na goed schudden is Gardasil 9 een witte, troebele vloeistof.
Gardasil 9 wordt geleverd in verpakkingen met 1 of 10 voorgevulde spuit(en).
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
46
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant
Merck Sharp & Dohme B.V., Waarderweg 39, 2031 BN Haarlem, Nederland
Neem voor alle informatie over dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de
houder van de vergunning voor het in de handel brengen:
België/Belgique/Belgien
MSD Belgium
Tél/Tel: +32 (0) 27766211
dpoc_belux@merck.com
Lietuva
UAB Merck Sharp & Dohme
Tel.: +370.5.2780.247
msd_lietuva@merck.com
Luxembourg/Luxemburg
MSD Belgium
Tél: +32 (0) 27766211
dpoc_belux@merck.com
Magyarország
MSD Pharma Hungary Kft.
Tel.: + 36.1.888.5300
hungary_msd@merck.com
Malta
Merck Sharp & Dohme Cyprus Limited.
Tel: 8007 4433 (+356 99917558)
malta_info@merck.com
Nederland
Merck Sharp & Dohme B.V.
Tel.: 0800 9999000
(+31 23 5153153)
medicalinfo.nl@merck.com
Norge
MSD (Norge) AS
Tlf: +47 32 20 73 00
msdnorge@msd.no
Österreich
Merck Sharp & Dohme Ges.m.b.H.
Tel: +43 (0) 1 26 044
dpoc_austria@merck.com
Polska
MSD Polska Sp. z o.o.
Tel.: +48.22.549.51.00
msdpolska@merck.com
Portugal
Merck Sharp & Dohme, Lda
Tel: +351 21 4465700
inform_pt@merck.com
România
Merck Sharp & Dohme Romania S.R.L
Tel: + 4021 529 29 00
msdromania@merck.com
България
Мерк Шарп и Доум България ЕООД,
тел.: + 359 2 819 3737
info-msdbg@merck.com
Česká republika
Merck Sharp & Dohme s.r.o.
Tel.: +420 233 010 111
dpoc_czechslovak@merck.com
Danmark
MSD Danmark ApS
Tlf: + 45 4482 4000
dkmail@merck.com
Deutschland
MSD Sharp & Dohme GmbH
Tel: 0800 673 673 673 (+49 (0) 89 4561 0)
e-mail@msd.de
Eesti
Merck Sharp & Dohme OÜ
Tel.: +372 6144 200
msdeesti@merck.com
Ελλάδα
MSD
Α.Φ.Β.Ε.Ε.
Τηλ: +30 210 98 97 300
dpoc_greece@merck.com
España
Merck Sharp & Dohme de España, S.A.
Tel: +34 91 321 06 00
msd_info@merck.com
France
MSD France
Tél: +33 (0) 1 80 46 40 40
Hrvatska
Merck Sharp & Dohme d.o.o.
Tel: +385 1 66 11 333
croatia_info@merck.com
47
Ireland
Merck Sharp & Dohme Ireland (Human Health)
Limited
Tel: +353 (0)1 2998700
medinfo_ireland@merck.com
Ísland
Vistor hf.
Sími: + 354 535 7000
Slovenija
Merck Sharp & Dohme, inovativna zdravila d.o.o.
Tel: +386.1.520.4201
msd.slovenia@merck.com
Slovenská republika
Merck Sharp & Dohme, s. r. o
Tel: +421 2 58282010
dpoc_czechslovak@merck.com
Suomi/Finland
MSD Finland Oy
Puh/Tel: +358 (0)9 804 650
info@msd.fi
Sverige
Merck Sharp & Dohme (Sweden) AB
Tel: +46 77 5700488
medicinskinfo@merck.com
United Kingdom (Northern Ireland)
Merck Sharp & Dohme Ireland (Human Health)
Limited
Tel: +353 (0)1 2998700
medinfoNI@msd.com
Italia
MSD Italia S.r.l.
Tel: 800 23 99 89 (+39 06 361911)
medicalinformation.it@msd.com
Κύπρος
Merck Sharp & Dohme Cyprus Limited
Τηλ: 800 00 673
(+357 22866700)
cyprus_info@merck.com
Latvija
SIA Merck Sharp & Dohme Latvija
Tel: +371.67364.224
msd_lv@merck.com
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in .
Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau:
http://www.ema.europa.eu.
48
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:
Gardasil 9 suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit:
Gardasil 9 kan er voorafgaand aan het schudden uitzien als een heldere vloeistof met een witte
neerslag.
Voorafgaand aan gebruik de voorgevulde spuit goed schudden teneinde een suspensie te
verkrijgen. Na goed schudden is Gardasil 9 een witte, troebele vloeistof.
Controleer de suspensie voorafgaand aan toediening visueel op aanwezigheid van deeltjes en
verkleuring. Gooi het vaccin weg als er deeltjes in aanwezig zijn en/of als het verkleurd blijkt te
zijn.
Kies op basis van de lengte en het gewicht van uw patiënt de juiste naald voor een geslaagde
intramusculaire (IM) toediening.
De verpakking met naalden bevat twee naalden van verschillende lengte per spuit.
Bevestig de naald door rechtsom te draaien tot de naald stevig op de spuit vastzit. Dien de
volledige dosis toe volgens het standaardprotocol.
Injecteer het vaccin onmiddellijk intramusculair (IM), bij voorkeur ter hoogte van de musculus
deltoideus in de bovenarm of in het hogere anterolaterale gebied van de dij.
Het vaccin dient te worden gebruikt zoals het wordt geleverd. De volledige aanbevolen dosis
van het vaccin dient te worden gebruikt.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
49

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Gardasil 9 suspensie voor injectie.
Gardasil 9 suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit.
9-valent humaan papillomavirusvaccin (recombinant, geadsorbeerd).
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
1 dosis (0,5 ml) bevat circa:
Humaan papillomavirus1 type 6-L1-eiwit2,3 30 microgram
Humaan papillomavirus1 type 11-L1-eiwit2,3 40 microgram
Humaan papillomavirus1 type 16-L1-eiwit2,3 60 microgram
Humaan papillomavirus1 type 18-L1-eiwit2,3 40 microgram
Humaan papillomavirus1 type 31-L1-eiwit2,3 20 microgram
Humaan papillomavirus1 type 33-L1-eiwit2,3 20 microgram
Humaan papillomavirus1 type 45-L1-eiwit2,3 20 microgram
Humaan papillomavirus1 type 52-L1-eiwit2,3 20 microgram
Humaan papillomavirus1 type 58-L1-eiwit2,3 20 microgram
1 Humaan papillomavirus = HPV.
2 L1-eiwit in de vorm van virusachtige deeltjes, geproduceerd in gistcellen (Saccharomyces cerevisiae
CANADE 3C-5 (stam 1895)) door recombinant-DNA-technologie.
3 Geadsorbeerd op amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaatadjuvans (0,5 milligram Al).
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Suspensie voor injectie.
Heldere vloeistof met een witte neerslag.
4.
KLINISCHE GEGEVENS
4.1
Therapeutische indicaties
Gardasil 9 is geïndiceerd voor actieve immunisatie van personen vanaf een leeftijd van 9 jaar tegen de
volgende door HPV veroorzaakte aandoeningen:
premaligne laesies en carcinomen van de cervix, vulva, vagina en anus veroorzaakt door HPV-
typen waartegen dit vaccin werkzaam is.
genitale wratten (condylomata acuminata) veroorzaakt door specifieke HPV-typen.
Zie rubriek 4.4 en 5.1 voor belangrijke informatie over de gegevens die deze indicaties ondersteunen.
Het gebruik van Gardasil 9 dient in overeenstemming te zijn met de officiële aanbevelingen.
4.2
Dosering en wijze van toediening
Dosering
Personen van 9 tot en met 14 jaar op het moment van de eerste injectie
Gardasil 9 kan worden toegediend volgens een schema van 2 doses (0, 6 - 12 maanden) (zie
rubriek 5.1). De tweede dosis moet tussen 5 en 13 maanden na de eerste dosis worden toegediend. Als
Gardasil 9 kan ook worden toegediend volgens een schema van 3 doses (0, 2 en 6 maanden). De
tweede dosis dient ten minste één maand na de eerste dosis te worden toegediend en de derde dosis
dient ten minste 3 maanden na de tweede dosis te worden toegediend. De drie doses dienen allemaal
binnen een periode van 1 jaar te worden gegeven.
Personen van 15 jaar en ouder op het moment van de eerste injectie
Gardasil 9 dient te worden toegediend volgens een schema van 3 doses (0, 2 en 6 maanden).
De tweede dosis dient ten minste één maand na de eerste dosis te worden toegediend en de derde dosis
dient ten minste 3 maanden na de tweede dosis te worden toegediend. De drie doses dienen allemaal
binnen een periode van 1 jaar te worden gegeven.
Het gebruik van Gardasil 9 moet in overeenstemming zijn met de officiële aanbevelingen.
Het wordt aanbevolen om bij personen die een eerste dosis Gardasil 9 krijgen, de vaccinatiereeks ook
af te maken met Gardasil 9 (zie rubriek 4.4).
De behoefte aan een boosterdosis is niet vastgesteld.
Er zijn voor Gardasil 9 geen onderzoeken met een vaccinatiereeks met verschillende HPV-vaccins
(uitwisselbaarheidsonderzoeken) verricht.
Personen die in het verleden gevaccineerd zijn met een reeks bestaande uit 3 doses van een
quadrivalent vaccin tegen de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 (Gardasil), verder aangeduid als `qHPV-
vaccin', kunnen gevaccineerd worden met 3 doses Gardasil 9 (zie rubriek 5.1). Het qHPV-vaccin was
in sommige landen ook bekend als Silgard.
Pediatrische patiënten (kinderen < 9 jaar)
De veiligheid en werkzaamheid van Gardasil 9 bij kinderen jonger dan 9 jaar zijn niet vastgesteld. Er
zijn geen gegevens beschikbaar (zie rubriek 5.1).
Wijze van toediening
Het vaccin dient door middel van een intramusculaire injectie te worden toegediend. Bij voorkeur
wordt het toegediend ter hoogte van de musculus deltoideus in de bovenarm of in het hogere
anterolaterale gebied van de dij.
Gardasil 9 mag niet intravasculair, subcutaan of intradermaal worden geïnjecteerd. Het vaccin mag
niet in dezelfde spuit met een ander vaccin of oplossing worden gemengd.
Voor instructies over het hanteren van het vaccin voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
4.3
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Personen die in het verleden na toediening van Gardasil 9 of Gardasil/Silgard last hebben gekregen
van overgevoeligheid, mogen Gardasil 9 niet krijgen.
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Terugvinden herkomst
Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het
batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden.
Zoals bij alle injecteerbare vaccins, dient adequate medische behandeling en adequaat medisch
toezicht direct beschikbaar te zijn voor het geval dat een zeldzame anafylactische reactie optreedt na
toediening van het vaccin.
Syncope (flauwvallen), soms in combinatie met vallen, kan optreden na of zelfs voor een willekeurige
vaccinatie, vooral bij adolescenten als psychogene reactie op de injectie met de naald. Dit kan gepaard
gaan met verscheidene neurologische verschijnselen, zoals voorbijgaande verstoring van het
gezichtsvermogen, paresthesie en tonisch-klonische bewegingen van de ledematen tijdens het
bijkomen. Daarom zouden gevaccineerde personen tot ongeveer 15 minuten na vaccinatie
geobserveerd moeten worden. Het is belangrijk dat er maatregelen kunnen worden genomen om letsel
door flauwvallen te vermijden.
Bij personen die aan een acute ernstige ziekte lijden die gepaard gaat met koorts, dient de vaccinatie te
worden uitgesteld. De aanwezigheid van een lichte infectie, zoals een lichte infectie van de bovenste
luchtwegen of lichte koorts, vormt echter geen contra-indicatie voor immunisatie.
Zoals met alle vaccins is het mogelijk dat een vaccinatie met Gardasil 9 niet bij alle gevaccineerden in
bescherming resulteert.
Het vaccin beschermt alleen tegen aandoeningen die veroorzaakt worden door de HPV-typen waar dit
vaccin zich tegen richt (zie rubriek 5.1). Daarom dient men geschikte voorzorgsmaatregelen tegen
seksueel overdraagbare aandoeningen te blijven gebruiken.
Dit vaccin is uitsluitend voor profylactisch gebruik en heeft geen effect op actieve HPV-infecties of al
aanwezige klinische ziekte veroorzaakt door HPV. Van dit vaccin is niet aangetoond dat het een
therapeutisch effect heeft. Daarom is het vaccin niet bedoeld voor de behandeling van cervix-, vulva-,
vagina- en anuscarcinoom, hooggradige cervicale, vulvaire, vaginale en anale dysplastische laesies of
genitale wratten. Het is ook niet bedoeld ter preventie van de progressie van andere vastgestelde, aan
HPV gerelateerde laesies.
Gardasil 9 voorkomt geen laesies ten gevolge van een vaccin-HPV-type bij personen die op het
moment van vaccinatie met dit HPV-type zijn geïnfecteerd.
Vaccinatie is geen substituut voor de routinematige cervicale screening. Aangezien geen enkel vaccin
100 % effectief is en Gardasil 9 geen bescherming biedt tegen alle HPV-typen of tegen HPV-infecties
die ten tijde van de vaccinatie al aanwezig zijn, blijft routinematige cervicale screening uitermate
belangrijk en dienen de lokale aanbevelingen op dat gebied opgevolgd te worden.
Er zijn geen gegevens over het gebruik van Gardasil 9 bij personen met een verzwakte
immuunrespons. De veiligheid en immunogeniciteit van een qHPV-vaccin zijn beoordeeld bij
personen van 7 tot en met 12 jaar met een bekende infectie met het humaan immunodeficiëntievirus
(hiv) (zie rubriek 5.1).
Het is mogelijk dat personen met een verzwakte immuunrespons ­ als gevolg van krachtige
immunosuppressieve therapie, een genetische stoornis, een infectie met het humaan
immunodeficiëntievirus (hiv) of een andere oorzaak ­ niet zullen reageren op het vaccin.
Dit vaccin dient met voorzichtigheid te worden toegediend bij personen met trombocytopenie of een
bloedstollingsstoornis, omdat bij deze personen een bloeding kan optreden na een intramusculaire
toediening.
Er lopen momenteel langdurige follow-uponderzoeken om de duur van de bescherming te bepalen (zie
rubriek 5.1).
Natrium
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen
`natriumvrij' is.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Er heeft geen klinisch onderzoek plaatsgevonden waarbij de veiligheid en immunogeniciteit werden
beoordeeld bij personen die in de 3 maanden voorafgaand aan de vaccinatie immunoglobuline of
bloedproducten gekregen hadden.
Gebruik in combinatie met andere vaccins
Gardasil 9 kan gelijktijdig met een gecombineerd boostervaccin tegen difterie (d), tetanus (T), en
kinkhoest [acellulair, component] (ap) en/of poliomyelitis [geïnactiveerd] (IPV) (dTap-, dT-IPV- of
dTap-IPV-vaccin) worden toegediend zonder dat significante interferentie met de antilichaamrespons
tegen een van de componenten van het ene of het andere vaccin optreedt. Dit is gebaseerd op de
resultaten van een klinisch onderzoek waarbij een gecombineerd dTap-IPV-vaccin tegelijkertijd met
de eerste dosis Gardasil 9 werd toegediend (zie rubriek 4.8).
Gebruik in combinatie met hormonale anticonceptiva
In klinische onderzoeken gebruikte 60,2 % van de vrouwen van 16 tot en met 26 jaar die Gardasil 9
kregen, een hormonaal anticonceptivum tijdens de vaccinatieperiode van het klinische onderzoek. Het
gebruik van hormonale anticonceptiva bleek geen invloed te hebben op de voor virustype specifieke
immuunrespons op Gardasil 9.
4.6
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Een grote hoeveelheid gegevens over zwangere vrouwen (meer dan 1000 zwangerschapsuitkomsten)
duidt er niet op dat Gardasil 9 misvormend of foetaal/neonataal toxisch is (zie rubriek 5.1).
De resultaten van dieronderzoek duiden niet op reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3).
Deze gegevens worden echter ontoereikend geacht om het gebruik van Gardasil 9 tijdens de
zwangerschap aan te bevelen. Vaccinatie dient te worden uitgesteld tot na de zwangerschap (zie
rubriek 5.1).
Borstvoeding
Gardasil 9 kan tijdens de borstvoeding worden gebruikt.
Er waren in totaal 92 vrouwen die borstvoeding gaven tijdens de vaccinatieperiode van de klinische
onderzoeken met Gardasil 9 bij vrouwen van 16 tot en met 26 jaar. In de onderzoeken bleek de
immunogeniciteit van het vaccin vergelijkbaar te zijn voor vrouwen die wel en vrouwen die geen
borstvoeding gaven. Bovendien bleek het profiel van ongewenste ervaringen onder vrouwen die
borstvoeding gaven, vergelijkbaar te zijn met het profiel daarvan onder vrouwen uit de algehele
veiligheidspopulatie. Bij zuigelingen die tijdens de vaccinatieperiode borstvoeding hadden gekregen,
werden geen vaccingerelateerde ernstige ongewenste ervaringen gemeld.
Er zijn geen gegevens uit onderzoek met mensen over het effect van Gardasil 9 op de vruchtbaarheid.
De resultaten van dieronderzoek duiden niet op schadelijke effecten wat betreft de vruchtbaarheid (zie
rubriek 5.3).
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Gardasil 9 heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om
machines te bedienen. Wel zouden enkele van de effecten die vermeld worden in rubriek 4.8
`Bijwerkingen' tijdelijk de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen kunnen
beïnvloeden.
4.8
Bijwerkingen
A. Samenvatting van het veiligheidsprofiel
In 7 klinische onderzoeken kregen personen Gardasil 9 toegediend op de dag van opname in het
onderzoek en circa 2 en 6 maanden daarna. Gedurende 14 dagen na elke injectie met Gardasil 9 werd
met behulp van een vaccinatierapportagekaart (VRK) de veiligheid geëvalueerd. In totaal kregen
15.776 personen Gardasil 9 (10.495 personen van 16 tot en met 26 jaar en 5281 adolescenten van 9 tot
en met 15 jaar op het moment van de opname in het onderzoek). Er waren weinig personen (0,1 %) die
hun deelname aan het onderzoek vanwege ongewenste ervaringen stopzetten.
In een van deze klinische onderzoeken met 1053 gezonde adolescenten van 11 tot en met 15 jaar bleek
dat bij gelijktijdige toediening van de eerste dosis Gardasil 9 en een gecombineerd boostervaccin tegen
difterie, tetanus, kinkhoest [acellulair, component] en poliomyelitis [geïnactiveerd] vaker melding
werd gemaakt van reacties op de injectieplaats (zwelling, erytheem), hoofdpijn en pyrexie. De
waargenomen verschillen waren < 10 %, en bij de meeste personen werden de bijwerkingen aangeduid
als licht tot matig van intensiteit (zie rubriek 4.5).
In een klinisch onderzoek waaraan 640 personen van 27 tot en met 45 jaar en 570 personen van 16 tot
en met 26 jaar deelnamen die Gardasil 9 kregen, was het veiligheidsprofiel van Gardasil 9
vergelijkbaar bij de twee leeftijdsgroepen.
De bijwerkingen die bij gebruik van Gardasil 9 het vaakst werden waargenomen, waren bijwerkingen
op de injectieplaats (bij 84,8 % van de gevaccineerde personen binnen 5 dagen na een
vaccinatiebezoek) en hoofdpijn (bij 13,2 % van de gevaccineerde personen binnen 15 dagen na een
vaccinatiebezoek). Deze bijwerkingen waren doorgaans licht of matig van intensiteit.
B. Samenvatting van de bijwerkingen in tabelvorm
Voor de frequentieaanduiding van de bijwerkingen is de volgende conventie gebruikt:
- Zeer vaak ( 1/10)
- Vaak ( 1/100, < 1/10)
Soms
- ( 1/1000, < 1/100)
Zelden
- ( 1/10.000, < 1/1000)
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
- Klinische onderzoeken
Tabel 1 laat bijwerkingen zien die minstens mogelijk verband hielden met de vaccinatie en die bij
personen die Gardasil 9 kregen werden waargenomen met een frequentie van minstens 1,0 % in
7 klinische onderzoeken (PN 001, 002, 003, 005, 006, 007 en 009, N = 15.776 personen) (zie
rubriek 5.1 voor een beschrijving van de klinische onderzoeken).
Tabel 1: Bijwerkingen na toediening van Gardasil 9 in klinische onderzoeken en bijwerkingen uit
postmarketinggegevens
Systeem/orgaanklasse
Frequentie
Bijwerkingen
Bloed- en
Soms
Lymfadenopathie*
lymfestelselaandoeningen
Zelden
Overgevoeligheid*
Immuunsysteemaandoeningen
Niet bekend
Anafylactische reacties*
Zeer vaak
Hoofdpijn
Vaak
Duizeligheid
Zenuwstelselaandoeningen
Soms
Syncope die soms gepaard gaat met tonisch-
klonische bewegingen*
Vaak
Misselijkheid
Maag-darmstelselaandoeningen
Soms
Braken*
Soms
Urticaria*
Huid- en onderhuidaandoeningen
Skeletspierstelsel- en
Soms
Artralgie*, myalgie*
bindweefselaandoeningen
Zeer vaak
Op de injectieplaats: pijn, zwelling, erytheem
Algemene aandoeningen en
toedieningsplaatsstoornissen
Vaak
Pyrexie, vermoeidheid,
op de injectieplaats: pruritus, bloeduitstorting
Soms
Asthenie*, rillingen*, malaise*
*Bijwerkingen gemeld tijdens postmarketinggebruik van Gardasil 9. De frequentie is geschat op basis van relevante klinische onderzoeken.
Voor bijwerkingen die niet zijn waargenomen in klinische onderzoeken is de frequentie aangegeven als `Niet bekend'.
qHPV-vaccin
Tabel 2 bevat bijwerkingen die na de goedkeuring van het qHPV-vaccin spontaan werden gemeld na
het gebruik van dat vaccin, en ook gezien kunnen worden bij postmarketinggebruik van Gardasil 9. De
postmarketingveiligheidsbevindingen met het qHPV-vaccin zijn relevant voor Gardasil 9, aangezien
de vaccins L1-HPV-eiwitten van 4 HPV-typen gemeenschappelijk hebben.
Omdat deze bijwerkingen vrijwillig gerapporteerd werden en betrekking hebben op een populatie van
onduidelijke grootte, is het niet mogelijk om een betrouwbare schatting van de frequentie van deze
bijwerkingen te maken of om voor alle bijwerkingen een causaal verband met blootstelling aan het
vaccin vast te stellen.
Tabel 2: Bijwerkingen gemeld tijdens postmarketingervaring met het qHPV-vaccin
Systeem/orgaanklasse
Frequentie
Bijwerkingen
Infecties en parasitaire
Niet bekend
Cellulitis op de injectieplaats
aandoeningen
Bloed- en
Niet bekend
Idiopathische trombocytopenische purpura
lymfestelselaandoeningen
Immuunsysteemaandoeningen
Niet bekend
Anafylactoïde reacties, bronchospasme
Zenuwstelselaandoeningen
Niet bekend
Acute gedissemineerde encefalomyelitis,
syndroom van Guillain-Barré
4.9
Overdosering
Er zijn geen gevallen van overdosering gemeld.
5.
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: vaccins, papillomavirusvaccins, ATC-code:
J07BM03
Werkingsmechanisme
Gardasil 9 is een niet-infectieus recombinant 9-valent vaccin met adjuvans. Het is bereid uit de sterk
gezuiverde virusachtige deeltjes (virus-like particles, VLP's) van het voornaamste capside-L1-eiwit
van dezelfde vier HPV-typen waar het qHPV-vaccin ook tegen gericht is (6, 11, 16, 18) plus vijf
andere HPV-typen (31, 33, 45, 52, 58). Gardasil 9 maakt gebruik van hetzelfde amorfe
aluminiumhydroxyfosfaatsulfaatadjuvans als het qHPV-vaccin. De VLP's kunnen geen cellen
infecteren, zich niet reproduceren en geen ziekte veroorzaken. Verondersteld wordt dat de
werkzaamheid van L1-VLP-vaccins gemedieerd wordt door de ontwikkeling van een humorale
immuunrespons. De genotypen van het vaccin bestaande uit HPV-typen 6, 11, 16, 18, 31, 33, 45, 52,
58 worden aangeduid met vaccin-HPV-typen.
Op grond van epidemiologische onderzoeken wordt verwacht dat Gardasil 9 bescherming biedt tegen
de HPV-typen die verantwoordelijk zijn voor circa 90 % van de gevallen van cervixcarcinoom, meer
dan 95 % van de gevallen van adenocarcinoom in situ (AIS), 75-85 % van de gevallen van
hooggradige cervicale intra-epitheliale neoplasie (CIN 2/3), 85-90 % van de gevallen van aan HPV
gerelateerd vulvacarcinoom, 90-95 % van de gevallen van aan HPV gerelateerde hooggradige vulvaire
intra-epitheliale neoplasie (VIN 2/3), 80-85 % van de gevallen van aan HPV gerelateerd
vaginacarcinoom, 75-85 % van de gevallen van aan HPV gerelateerde hooggradige vaginale intra-
epitheliale neoplasie (VaIN 2/3), 90-95 % van de gevallen van aan HPV gerelateerd anuscarcinoom,
85-90 % van de gevallen van aan HPV gerelateerde hooggradige anale intra-epitheliale neoplasie
(AIN 2/3) en 90 % van de gevallen van genitale wratten.
De indicatie voor gebruik van Gardasil 9 is gebaseerd op:
aangetoonde werkzaamheid van het qHPV-vaccin om persisterende infectie en aandoeningen
gerelateerd aan de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 te voorkomen bij vrouwen van 16 tot en met
45 jaar en mannen van 16 tot en met 26 jaar;
aangetoonde non-inferioriteit van de immunogeniciteit van Gardasil 9 ten opzichte van die van
het qHPV-vaccin voor de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 bij meisjes van 9 tot en met 15 jaar,
vrouwen en mannen van 16 tot en met 26 jaar. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd
worden dat de werkzaamheid van Gardasil 9 tegen persisterende infectie en aandoeningen
gerelateerd aan de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 vergelijkbaar is met die van het qHPV-vaccin;
aangetoonde werkzaamheid tegen persisterende infectie en aandoeningen gerelateerd aan de
HPV-typen 31, 33, 45, 52 en 58 bij meisjes en vrouwen van 16 tot en met 26 jaar;
aangetoonde non-inferioriteit van de immunogeniciteit bij jongens en meisjes van 9 tot en met
15 jaar, mannen van 16 tot en met 26 jaar en vrouwen van 27 tot en met 45 jaar ten opzichte van
de immunogeniciteit bij meisjes en vrouwen van 16 tot en met 26 jaar voor wat betreft de HPV-
typen waartegen Gardasil 9 werkzaam is.
In tien klinische onderzoeken vond beoordeling plaats van de werkzaamheid en/of immunogeniciteit
van Gardasil 9. Klinische onderzoeken waarbij de werkzaamheid van Gardasil 9 vergeleken werd met
het effect van placebo werden onaanvaardbaar geacht, aangezien HPV-vaccinatie in veel landen wordt
aanbevolen en toegepast ter bescherming tegen HPV-infectie en daaraan gerelateerde aandoeningen.
Daarom werd in het centrale klinische onderzoek (Protocol 001) het qHPV-vaccin als
vergelijkingsmiddel gebruikt voor het beoordelen van de werkzaamheid van Gardasil 9.
De werkzaamheid tegen de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 werd in de eerste plaats beoordeeld aan de hand
van een overbruggingsstrategie, waarbij werd aangetoond dat de immunogeniciteit (gemeten op basis
van de geometrisch gemiddelde titer [GMT]) van Gardasil 9 vergelijkbaar is met die van het qHPV-
vaccin (Protocol 001, GDS01C/Protocol 009 en GDS07C/Protocol 020).
In het centrale onderzoek (Protocol 001) werd de werkzaamheid van Gardasil 9 tegen de HPV-
typen 31, 33, 45, 52 en 58 vergeleken met die van het qHPV-vaccin bij vrouwen van 16 tot en met
26 jaar (N = 14.204: 7099 die Gardasil 9 kregen en 7105 die het qHPV-vaccin kregen).
In Protocol 002 werd de immunogeniciteit van Gardasil 9 beoordeeld bij jongens en meisjes van 9 tot
en met 15 jaar en vrouwen van 16 tot en met 26 jaar (N = 3066: 1932 meisjes, 666 jongens en
468 vrouwen die Gardasil 9 kregen).
In Protocol 003 werd de immunogeniciteit van Gardasil 9 beoordeeld bij mannen van 16 tot en met
26 jaar en vrouwen van 16 tot en met 26 jaar (N = 2515: 1103 heteroseksuele mannen [HM],
313 mannen die seks hebben met mannen [MSM] en 1099 vrouwen kregen Gardasil 9).
In Protocol 004 werd de immunogeniciteit van Gardasil 9 beoordeeld bij vrouwen van 16 tot en met
45 jaar (N = 1210: 640 vrouwen van 27 tot en met 45 jaar en 570 vrouwen van 16 tot en met 26 jaar).
In Protocol 005 en 007 vond beoordeling plaats van Gardasil 9 bij gelijktijdige toediening van vaccins
die standaard worden aanbevolen bij jongens en meisjes van 11 tot en met 15 jaar (N = 2295).
In Protocol 006 vond beoordeling plaats van de toediening van Gardasil 9 bij meisjes en vrouwen van
12 tot en met 26 jaar die in het verleden gevaccineerd waren met het qHPV-vaccin (N = 921; 615 die
Gardasil 9 kregen en 306 die een placebo kregen).
In GDS01C/Protocol 009 werd de immunogeniciteit van Gardasil 9 beoordeeld bij meisjes van 9 tot en
met 15 jaar (N = 600; 300 die Gardasil 9 kregen en 300 die het qHPV-vaccin kregen).
In GDS07C/Protocol 020 werd de immunogeniciteit van Gardasil 9 beoordeeld bij mannen van 16 tot
en met 26 jaar (N = 500; 249 die Gardasil 9 kregen en 251 die het qHPV-vaccin kregen).
In Protocol 010 werd de immunogeniciteit van 2 doses Gardasil 9 beoordeeld bij jongens en meisjes
van 9 tot en met 14 jaar en van 3 doses Gardasil 9 bij meisjes van 9 tot en met 14 jaar en vrouwen van
16 tot en met 26 jaar (N = 1518; 753 meisjes; 451 jongens en 314 vrouwen).
Onderzoeken die de werkzaamheid van Gardasil 9 tegen de HPV-typen 6, 11, 16 en 18
onderbouwen

Werkzaamheid van het qHPV-vaccin tegen HPV-typen 6, 11, 16, 18
De werkzaamheid en effectiviteit op lange termijn van het qHPV-vaccin tegen aan HPV 6, 11, 16 en
18 gerelateerde ziekte-eindpunten zijn aangetoond in klinische onderzoeken bij de PPE (Per Protocol
Efficacy)-populatie. De PPE-populatie bestond uit personen die binnen 1 jaar na opname in het
basisonderzoek alle 3 de vaccinaties met het qHPV-vaccin kregen zonder grote afwijkingen van het
onderzoeksprotocol, die voorafgaand aan dosis 1 seronegatief waren voor het/de betreffende HPV-
Bij vrouwen van 16 tot en met 26 jaar (N = 20.541) was de werkzaamheid tegen aan HPV 16 en 18
gerelateerde CIN 2/3, AIS of cervixcarcinoom 98,2 % (95 %-BI: 93,5; 99,8) gebaseerd op follow-up
tot 4 jaar (mediane follow-up van 3,6 jaar); de werkzaamheid tegen aan HPV 6, 11, 16 of 18
gerelateerde ziekten was 96,0 % (95 %-BI: 92,3; 98,2) voor CIN of AIS, 100 % (95 %-BI: 67,2; 100)
voor VIN 2/3, 100 % (95 %-BI: 55,4; 100) voor VaIN 2/3 en 99,0 % (95 %-BI: 96,2; 99,9) voor
genitale wratten.
Bij vrouwen van 24 tot en met 45 jaar (N = 3817) was de werkzaamheid tegen aan HPV 6, 11, 16 of
18 gerelateerde persisterende infectie, genitale wratten, vulvaire en vaginale laesies, CIN van welke
graad dan ook, AIS en cervixcarcinoom 88,7 % (95 %-BI: 78,1; 94,8).
Bij mannen van 16 tot en met 26 jaar (N = 4055) was de werkzaamheid tegen aan HPV 6, 11, 16 of 18
gerelateerde ziekten 74,9 % (95 %-BI: 8,8; 95,4) voor AIN 2/3 (mediane follow-up van 2,15 jaar),
100,0 % (95 %-BI: -52,1; 100) voor peniele/perineale/peri-anale intra-epitheliale neoplasie (PIN) 1/2/3
en 89,3 % (95 %-BI: 65,3; 97,9) voor genitale wratten (mediane follow-up van 4 jaar).
In het langetermijnverlengingsregistratieonderzoek bij vrouwen van 16-23 jaar (n = 2121) werden
geen gevallen van hooggradige CIN waargenomen tot ongeveer 14 jaar. In dit onderzoek werd een
blijvende bescherming tot ongeveer 12 jaar statistisch significant aangetoond.
In klinische langetermijnverlengingsonderzoeken werden geen gevallen van hooggradige intra-
epitheliale neoplasie en geen gevallen van genitale wratten waargenomen:
gedurende 10,7 jaar bij meisjes (n = 369) en 10,6 jaar bij jongens (n = 326) die ten tijde van de
- vaccinatie 9-15 jaar waren (mediane follow-up van respectievelijk 10,0 jaar en 9,9 jaar)
gedurende 11,5 jaar bij mannen (n = 917) die ten tijde van de vaccinatie 16-26 jaar waren
- (mediane follow-up van 9,5 jaar); en gedurende 10,1 jaar bij vrouwen (n = 685) die ten tijde
van de vaccinatie 24-45 jaar waren (mediane follow-up van 8,7 jaar).
Immunogeniciteitsoverbrugging van qHPV-vaccin naar Gardasil 9 voor HPV-typen 6, 11, 16, 18
Gardasil 9 en het qHPV-vaccin Gardasil zijn voor wat betreft de werkzaamheid tegen de HPV-typen 6,
11, 16 en 18 met elkaar vergeleken in een populatie bestaande uit vrouwen van 16 tot en met 26 jaar in
Protocol 001, meisjes van 9 tot en met 15 jaar in GDS01C/Protocol 009 en mannen van 16 tot en met
26 jaar in GDS07C/Protocol 020.
In maand 7 vond statistische analyse plaats om na te gaan of er sprake was van non-inferioriteit.
Hierbij werden de personen die Gardasil 9 hadden gekregen en de personen die Gardasil hadden
gekregen vergeleken op basis van de GMT's van antistoffen tegen HPV 6, HPV 11, HPV 16 en
HPV 18, die bepaald waren met behulp van de testmethode cLIA. De immuunrespons, gemeten op
basis van de GMT, bleek bij gebruik van Gardasil 9 niet onder te doen voor die bij gebruik van
Gardasil (tabel 3). In klinische onderzoeken werd voor alle geteste groepen bij 98,2 % tot 100 % van
de personen die Gardasil 9 hadden gekregen, in maand 7 seropositiviteit vastgesteld voor antistoffen
tegen alle 9 HPV-typen waartegen het vaccin gericht is. In Protocol 001 waren de GMT's voor HPV 6,
11, 16 en 18 vergelijkbaar voor personen die het qHPV-vaccin of Gardasil 9 hadden gekregen
gedurende ten minste 3,5 jaar.
basis van cLIA-bepalingen) tegen de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 in de PPI (Per Protocol
Immunogenicity)*-populatie meisjes van 9 tot en met 15 jaar en vrouwen en mannen van 16 tot en met
26 jaar
Gardasil 9/
Gardasil 9
qHPV-vaccin
qHPV-vaccin
POPULATIE
GMT
GMT
N
N
GMT
(95 %-BI)
(n)
(95 %-BI)
(95 %-BI)


(n)
Ratio
#

mMU§/ml
mMU§/ml
Antistoffen tegen HPV 6
Meisjes van 9 tot
300
1679,4
300
1565,9
(0,93;
1,07
en met 15 jaar

(273)
(1518,9; 1856,9)
(261)
(1412,2; 1736,3)
1,23)
Vrouwen van 16
6792
893,1
6795
875,2
(0,99;
1,02
tot en met 26 jaar
(3993)
(871,7; 915,1)
(3975)
(854,2; 896,8)
1,06)¶
Mannen van 16
249
758,3
251
618,4
(1,04;
1,23
tot en met 26 jaar
(228)
(665,9; 863,4)
(226)
(554,0; 690,3)
1,45)¶
Antistoffen tegen HPV 11
Meisjes van 9 tot
300
1315,6
300
1417,3
(0,80;
0,93
en met 15 jaar

(273)

(1183,8; 1462,0)

(261)

(1274,2; 1576,5)
1,08)
Vrouwen van 16
6792
666,3
6795
830,0
(0,77;
0,80
tot en met 26 jaar
(3995)

(649,6; 683,4)

(3982)

(809,2; 851,4)
0,83)¶
Mannen van 16
249
681,7
251
769,1
(0,76;
0,89
tot en met 26 jaar
(228)
(608,9; 763,4)
(226)
(683,5; 865,3)
1,04)¶
Antistoffen tegen HPV 16
Meisjes van 9 tot
300
6739,5
300
6887,4
(0,85;
0,97
en met 15 jaar

(276)

(6134,5; 7404,1)

(270)

(6220,8; 7625,5)
1,11)¶
Vrouwen van 16
6792
3131,1
6795
3156,6
(0,96;
0,99
tot en met 26 jaar
(4032)
(3057,1; 3206,9)

(4062)

(3082,3; 3232,7)
1,03)¶
Mannen van 16
249
3924,1
251
3787,9
(0,89;
1,04
tot en met 26 jaar
(234)
(3513,8; 4382,3)
(237)
(3378,4; 4247,0)
1,21)¶
Antistoffen tegen HPV 18
Meisjes van 9 tot
300
1956,6
300
1795,6
(0,91;
1,08
en met 15 jaar

(276)

(1737,3; 2203,7)

(269)

(1567,2; 2057,3)
1,29)¶
Vrouwen van 16
6792
804,6
6795
678,7
(1,14;
1,19
tot en met 26 jaar
(4539)

(782,7; 827,1)

(4541)

(660,2; 697,7)
1,23)¶
Mannen van 16
249
884,3
251
790,9
(0,91;
1,12
tot en met 26 jaar
(234)
(766,4; 1020,4)
(236)
(683,0; 915,7)
1,37)¶
*De PPI-populatie bestond uit personen die alle 3 de vaccinaties binnen vooraf bepaalde periodes van een
specifiek aantal dagen kregen, bij wie zich geen grote afwijkingen van het onderzoeksprotocol voordeden, die
voldeden aan de vooraf bepaalde criteria voor het interval tussen het bezoek in maand 6 en het bezoek in
maand 7, en die voorafgaand aan dosis 1 seronegatief waren voor het/de betreffende HPV-type(n) (type 6, 11, 16
en 18) en, in het geval van vrouwen van 16 tot en met 26 jaar, voorafgaand aan dosis 1 tot en met 1 maand na
dosis 3 (maand 7) PCR-negatief waren voor het/de betreffende HPV-type(n).
§mMU = milli-Merck-eenheden.
¶p-waarde < 0,001.
#Om de non-inferioriteit aan te tonen, moest de ondergrens van het 95 %-BI van de GMT-ratio hoger zijn dan
0,67.
BI = betrouwbaarheidsinterval.
GMT = geometrisch gemiddelde titer.
cLIA = `competitive Luminex immunoassay'.
N = aantal via randomisatie bij de betreffende vaccinatiegroep ingedeelde personen dat ten minste één injectie
kreeg.
n = aantal personen dat werd meegenomen in de analyse.
Onderzoeken die de werkzaamheid van Gardasil 9 tegen de HPV-typen 31, 33, 45, 52 en 58
onderbouwen

De werkzaamheid van Gardasil 9 bij vrouwen van 16 tot en met 26 jaar werd beoordeeld in een met
Gardasil 9 was werkzaam tegen aan HPV 31, 33, 45, 52 en 58 gerelateerde persisterende infectie en
aandoeningen (tabel 4). Ook verlaagde Gardasil 9 de incidentie van aan HPV 31, 33, 45, 52 en 58
gerelateerde afwijkende bevindingen bij uitstrijkjes, en de frequentie van cervicale ingrepen en
ingrepen aan de uitwendige geslachtsorganen (biopsieën) en definitieve cervicale therapieprocedures
(tabel 4).
Tabel 4: Analyse van de werkzaamheid van Gardasil 9 tegen de HPV-typen 31, 33, 45, 52 en 58 in de
PPE-populatie vrouwen van 16 tot en met 26 jaar
Gardasil 9
qHPV-vaccin
N = 7099
N = 7105
Werkzaamheids-
Ziekte-eindpunt
percentage**
Aantal
Aantal
n
n
(95 %-BI)
gevallen*
gevallen*
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
gerelateerd(e) CIN 2/3, AIS,
cervixcarcinoom, VIN 2/3,

97,4
6016
1
6017
38
VaIN 2/3, vulvacarcinoom en
(85,0; 99,9)
vaginacarcinoom
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58

97,1
gerelateerde CIN 2/3 of AIS
5949
1
5943
35
(83,5; 99,9)
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
96,9
gerelateerde CIN 2
5949
1
5943
32
(81,5; 99,8)
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
100
gerelateerde CIN 3
5949
0
5943
7
(39,4; 100)
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
100,0
gerelateerde VIN 2/3, VaIN 2/3 6009
0
6012
3
(-71,5; 100,0)
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
gerelateerde persisterende

96,0
5941
41
5955
946
infectie gedurende
(94,6; 97,1)
6 maanden§
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
gerelateerde persisterende

96,7
5941
23
5955
657
infectie gedurende
(95,1; 97,9)
12 maanden¶
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
gerelateerde `ASC-US'
hrHPV-positieve Pap#-uitslag

92,9
5883
37
5882
506
of ernstiger afwijkende
(90,2; 95,1)
bevindingen
Aan HPV 31, 33, 45, 52 of 58
gerelateerde definitieve

90,2
6013
4
6014
41
cervicale therapieprocedures
(75,0; 96,8)
De PPE-populatie bestond uit personen die binnen 1 jaar na opname in het onderzoek alle 3 de vaccinaties
kregen, bij wie zich geen grote afwijkingen van het onderzoeksprotocol voordeden, en die voorafgaand aan
dosis 1 naïef (PCR-negatief en seronegatief) waren voor het/de betreffende HPV-type(n) (type 31, 33, 45, 52 en
58) en tot en met 1 maand na dosis 3 (maand 7) PCR-negatief bleven voor het/de betreffende HPV-type(n).
N = aantal via randomisatie bij de betreffende vaccinatiegroep ingedeelde personen dat ten minste één injectie
kreeg.
n = aantal personen dat werd meegenomen in de analyse.
§Persisterende infectie aangetoond in monsters die waren afgenomen bij twee of meer opeenvolgende bezoeken
met een tussentijd van 6 maanden (bezoekvenster van ±1 maand).
Aanvullende beoordelingen van de werkzaamheid van Gardasil 9 tegen de vaccin-HPV-typen
Omdat de werkzaamheid van Gardasil 9 niet vergeleken kon worden met het effect van een placebo,
werden de volgende verkennende analyses verricht.
Beoordeling van de werkzaamheid van Gardasil 9 tegen hooggradige cervixaandoeningen
veroorzaakt door de vaccin-HPV-typen in de PPE-populatie
De werkzaamheid van Gardasil 9 tegen aan vaccin-HPV-typen gerelateerde CIN 2 en erger, bedroeg
in vergelijking met het qHPV-vaccin 94,4 % (95 %-BI 78,8; 99,0), met 2/5952 tegenover 36/5947
gevallen. De werkzaamheid van Gardasil 9 tegen aan vaccin-HPV-typen gerelateerde CIN 3, bedroeg
in vergelijking met het qHPV-vaccin 100 % (95 %-BI 46,3; 100,0), met 0/5952 tegenover 8/5947
gevallen.
Het effect van Gardasil 9 op cervixbiopsieën en definitieve cervicale therapieprocedures
gerelateerd aan vaccin-HPV-typen in de PPE-populatie
De werkzaamheid van Gardasil 9 ter voorkoming van cervixbiopsieën gerelateerd aan vaccin-HPV-
typen bedroeg in vergelijking met het qHPV-vaccin 95,9 % (95 %-BI 92,7; 97,9), met 11/6016
tegenover 262/6018 gevallen. De werkzaamheid van Gardasil 9 ter voorkoming van definitieve
cervicale therapieprocedures gerelateerd aan vaccin-HPV-typen (waaronder elektrochirurgische
lisexcisieprocedure [LEEP] of conisatie), bedroeg in vergelijking met het qHPV-vaccin 90,7 % (95 %-
BI 76,3; 97,0), met 4/6016 tegenover 43/6018 gevallen.
Onderzoeken naar de effectiviteit op de lange termijn
Een subgroep deelnemers wordt gevolgd tot 10-14 jaar na Gardasil 9-vaccinatie, waarbij beoordeling
plaatsvindt van de veiligheid, immunogeniciteit en effectiviteit tegen klinische aandoeningen
gerelateerd aan de HPV-typen in het vaccin.
In de klinische langetermijnverlengingsonderzoeken Protocol 001 en 002 werd effectiviteit vastgesteld
bij de PPE-populatie. De PPE-populatie bestond uit personen:
die binnen 1 jaar na opname in het onderzoek alle 3 de vaccinaties kregen, zonder grote
- afwijkingen van het onderzoeksprotocol,
die voorafgaand aan dosis 1 seronegatief waren voor het/de relevante vaccin-HPV-type(n) en
- vrouwen van 16 tot en met 26 jaar die voorafgaand aan dosis 1 tot en met 1 maand na dosis 3
(maand 7) PCR-negatief waren voor het/de relevante vaccin-HPV-type(n).
In registratieonderzoek Protocol 001 werden geen gevallen van aan vaccin-HPV-typen gerelateerde
hooggradige CIN waargenomen gedurende 9,5 jaar na dosis 3 (mediane follow-up 6,3 jaar) bij
vrouwen (n = 1448) die 16 tot en met 26 jaar waren ten tijde van de vaccinatie met Gardasil 9.
In verlengingsonderzoek Protocol 002 werden geen gevallen van hooggradige intra-epitheliale
neoplasie of genitale wratten waargenomen gedurende 11,0 jaar na dosis 3 (mediane follow-up
10,0 jaar) bij meisjes (n =872) en gedurende 10,6 jaar na dosis 3 (mediane follow-up 9,9 jaar) bij
jongens (n = 262) die 9 tot en met 15 jaar waren ten tijde van de vaccinatie met Gardasil 9. De
incidenties van aan vaccin-HPV-typen gerelateerde 6 maanden persisterende infecties bij meisjes en
jongens die werden waargenomen tijdens de studie, zijn respectievelijk 52,4 en 54,6 per 10.000
Immunogeniciteit
Er is niet bepaald wat het minimum antilichaamniveau tegen HPV is waarbij er sprake is van een
beschermende werkzaamheid.
Aan de hand van typespecifieke immunoassays met typespecifieke standaarden werd voor elk van de
vaccin-HPV-typen de immunogeniciteit beoordeeld. Met deze testen werd voor elk HPV-type de
hoeveelheid antistoffen tegen neutraliserende epitopen bepaald. De schalen die bij deze testen worden
gebruikt, verschillen per HPV-type. Daarom is het niet juist om verschillende typen onderling en met
andere testen te vergelijken.
De immuunrespons op Gardasil 9 in maand 7
De immunogeniciteit werd gemeten op basis van (1) het aandeel personen dat seropositief was voor
antistoffen tegen het betreffende vaccin-HPV-type, en (2) de geometrisch gemiddelde titer (GMT).
Bij metingen in maand 7 bleek Gardasil 9 een sterke immuunrespons te hebben opgewekt tegen
HPV 6, HPV 11, HPV 16, HPV 18, HPV 31, HPV 33, HPV 45, HPV 52 en HPV 58, in de
Protocollen 001, 002, 004, 005, 007 en GDS01C/Protocol 009. In klinische onderzoeken werd voor
alle geteste groepen bij 99,2 % tot 100 % van de personen die Gardasil 9 hadden gekregen, in maand 7
seropositiviteit vastgesteld voor antistoffen tegen alle 9 HPV-typen waartegen het vaccin gericht is. De
GMT was bij jongens en meisjes hoger dan bij vrouwen van 16 tot en met 26 jaar, en bij jongens
hoger dan bij meisjes en vrouwen. Zoals verwacht waren de waargenomen GMT's bij vrouwen van 27
tot en met 45 jaar (Protocol 004) lager dan bij vrouwen van 16 tot en met 26 jaar.
De immuunrespons tegen HPV die in maand 7 werd aangetoond bij jongens/meisjes van 9 tot en met
15 jaar, was vergelijkbaar met de immuunrespons tegen HPV bij vrouwen van 16 tot en met 26 jaar uit
de gecombineerde database van immunogeniciteitsonderzoeken met Gardasil 9.
Uit deze immunogeniciteitsoverbrugging wordt geconcludeerd dat Gardasil 9 werkzaam is bij jongens
en meisjes van 9 tot en met 15 jaar.
In Protocol 003 waren de GMT's voor antistoffen tegen HPV die in maand 7 werden gemeten bij
jongens en mannen (HM) van 16 tot en met 26 jaar, vergelijkbaar met de bij meisjes en vrouwen van
16 tot en met 26 jaar gemeten GMT's voor antistoffen tegen HPV voor de vaccin-HPV-typen. Ook bij
MSM van 16 tot en met 26 jaar werd een hoge mate van immunogeniciteit vastgesteld, al was deze
lager dan bij HM. De immunogeniciteit bij MSM was vergelijkbaar met die van het qHPV-vaccin. In
Protocol 020/GDS07C waren de GMT's voor antistoffen tegen HPV die in maand 7 werden gemeten
bij jongens en mannen (HM) van 16 tot en met 26 jaar vergelijkbaar met de GMT's voor antistoffen
tegen HPV die werden gemeten bij jongens en mannen (HM) van 16 tot en met 26 jaar die een qHPV-
vaccin voor de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 toegediend hadden gekregen. Deze bevindingen
onderbouwen de werkzaamheid van Gardasil 9 in de mannelijke populatie.
In Protocol 004 waren de GMT's voor antistoffen tegen HPV die in maand 7 werden gemeten bij
vrouwen van 27 tot en met 45 jaar non-inferieur aan GMT's voor antistoffen tegen HPV bij meisjes en
vrouwen van 16 tot en met 26 jaar voor HPV-typen 16, 18, 31, 33, 45, 52 en 58 met GMT-ratio's
tussen 0,66 en 0,73. In een post-hoc analyse voor HPV-typen 6 en 11 waren de GMT-ratio's
respectievelijk 0,81 en 0,76. Deze resultaten onderbouwen de werkzaamheid van Gardasil 9 bij
vrouwen van 27 tot en met 45 jaar.
De duur van de immuunrespons op Gardasil 9
In de verlengde klinische langetermijnfollow-up van de klinische onderzoeken Protocol 001 en 002
gedurende ten minste 5 jaar bij vrouwen die ten tijde van de vaccinatie met Gardasil 9 16 tot en
met 26 jaar waren, was afhankelijk van HPV-type 78 tot 100 % van de deelnemers seropositief.
Bij alle deelnemers hield de werkzaamheid echter aan tot het einde van het onderzoek (tot
67 maanden na dosis 3, mediane follow-up van 43 maanden na dosis 3) ongeacht hun
seropositiviteitsstatus voor de verschillende vaccin-HPV-typen.
gedurende ten minste10 jaar bij meisjes en jongens die ten tijde van de vaccinatie met
Gardasil 9 9 tot en met 15 jaar waren, was afhankelijk van HPV-type 81 tot 98 % seropositief.
Bewijs voor een anamnestische reactie (immuungeheugen)
Bewijs van een anamnestische reactie werd waargenomen bij gevaccineerde vrouwen die voorafgaand
aan de vaccinatie seropositief waren voor relevante HPV-type(n). Bovendien vertoonden vrouwen (n =
150) die 3 doses van Gardasil 9 kregen in Protocol 001 en een provocatiedosis 5 jaar later een snelle
en sterke anamnestische respons die de anti-HPV GMT's, waargenomen 1 maand na dosis 3,
overschreed.
Toediening van Gardasil 9 aan personen die in het verleden gevaccineerd zijn met het qHPV-
vaccin

In Protocol 006 werd de immunogeniciteit van Gardasil 9 beoordeeld bij 921 bij meisjes en vrouwen
(van 12 tot en met 26 jaar) die in het verleden gevaccineerd waren met het qHPV-vaccin. Bij de
personen die Gardasil 9 kregen na toediening van 3 doses van het qHPV-vaccin, werd een interval van
ten minste 12 maanden gehanteerd tussen de laatste vaccinatie met het qHPV-vaccin en de start van de
uit drie doses bestaande vaccinatiereeks met Gardasil 9 (dit interval varieerde van ongeveer 12 tot
36 maanden).
Bij personen uit de per-protocolpopulatie die Gardasil 9 hadden gekregen, varieerde de seropositiviteit
met betrekking tot de vaccin-HPV-typen in maand 7 van 98,3 - 100 %. De GMT's met betrekking tot
de HPV-typen 6, 11, 16 en 18 waren hoger dan in de populatie deelnemers die niet in het verleden in
andere onderzoeken een qHPV-vaccin hadden gekregen, terwijl voor wat betreft de HPV-typen 31, 33,
45, 52 en 58 juist lagere GMT's werden gevonden. De klinische relevantie van deze bevinding is niet
bekend.
Immunogeniciteit bij personen met een hiv-infectie
Er is geen klinisch onderzoek uitgevoerd met Gardasil 9 bij personen met een hiv-infectie.
De veiligheid en immunogeniciteit van het qHPV-vaccin zijn vastgelegd in een onderzoek waaraan
126 hiv-geïnfecteerde personen van 7 tot en met 12 jaar deelnamen die bij aanvang een CD4-
percentage hadden van 15, en van wie degenen met een CD4-percentage van < 25 ten minste
3 maanden behandelingen hadden ondergaan met hoogactieve antiretrovirale therapie (HAART). Van
de deelnemers kregen er 96 het qHPV-vaccin. Seroconversie van alle vier de antigenen trad op bij
meer dan 96 % van de deelnemers. De GMT's waren enigszins lager dan de GMT's die in andere
onderzoeken gerapporteerd waren voor personen van dezelfde leeftijd zonder hiv-infectie. De
klinische relevantie van de lagere respons is onbekend. Het veiligheidsprofiel was vergelijkbaar met
dat van personen zonder hiv-infectie in andere onderzoeken. Het CD4-percentage en de hiv-RNA-
plasmaspiegel werden niet beïnvloed door vaccinatie.
Immuunrespons op Gardasil 9 met een schema van 2 doses bij personen van 9 tot en met 14 jaar
In Protocol 010 werd de HPV-antistofrespons op de 9 HPV-typen na vaccinatie met Gardasil 9
gemeten in de volgende cohorten: meisjes en jongens van 9 tot en met 14 jaar die 2 doses kregen met
een interval van 6 maanden of 12 maanden (+/- 1 maand); meisjes van 9 tot en met 14 jaar die 3 doses
kregen (op 0, 2, 6 maanden); en vrouwen van 16 tot en met 26 jaar die 3 doses kregen (op 0, 2,
6 maanden).
In hetzelfde onderzoek waren bij meisjes en jongens van 9 tot en met 14 jaar de GMT's één maand na
de laatste dosis voor sommige vaccintypen na een schema met 2 doses numeriek lager dan na een
schema met 3 doses (d.w.z. HPV-typen 18, 31, 45 en 52 na 0, 6 maanden en HPV-type 45 na 0,
12 maanden). De klinische relevantie van deze bevindingen is niet bekend.
Bij jongens en meisjes die 2 doses met een interval van 6 of 12 maanden (+/- 1 maand) kregen werd
een aanhoudende antilichaamrespons aangetoond tot en met maand 36; afhankelijk van HPV-type,
81 % tot 99 % van de jongens en meisjes die 2 doses kregen met een interval van 6 maanden en 88 %
tot 100 % van de jongens en meisjes die 2 doses kregen met een interval van 12 maanden was
seropositief. Op maand 36 bleven de GMT's in jongens en meisjes van 9 tot en met 14 jaar die 2 doses
kregen met een interval van 6 maanden (+/- 1 maand) non-inferieur aan GMT's bij vrouwen van 16 tot
en met 26 jaar die 3 doses kregen van Gardasil 9.
In een klinisch onderzoek werd aanhoudende antilichaamrespons aangetoond voor ten minste 10 jaar
bij meisjes van 9 tot en met 13 jaar die 2 doses qHPV-vaccin kregen.
De beschermingsduur van een schema van 2 doses Gardasil 9 is niet vastgesteld.
Zwangerschap
Er zijn geen specifieke onderzoeken met Gardasil 9 bij zwangere vrouwen uitgevoerd. Tijdens het
klinische ontwikkelingsprogramma voor Gardasil 9 werd het qHPV-vaccin gebruikt als werkzaam
vergelijkingsmiddel.
Tijdens de klinische ontwikkeling van Gardasil 9 werd door 2586 vrouwen (1347 in de Gardasil 9-
groep en 1239 in de qHPV-vaccingroep) ten minste één zwangerschap gemeld. Het type anomalieën
en het aandeel zwangerschappen met een ongunstige uitkomst was voor Gardasil 9-gebruikers en
qHPV-vaccingebruikers vergelijkbaar, en in lijn met die in de algemene populatie.
5.2
Farmacokinetische eigenschappen
Niet van toepassing.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
In een toxiciteitsonderzoek naar herhaalde toediening bij ratten, waarbij ook gekeken werd naar
toxiciteit bij eenmalige toediening en lokale tolerantie, kwamen geen bijzondere risico's voor de mens
aan het licht.
Toediening van Gardasil 9 aan vrouwelijke ratten had geen effect op het voortplantingsvermogen, de
vruchtbaarheid of de embryonale/foetale ontwikkeling.
Toediening van Gardasil 9 aan vrouwelijke ratten had geen effect op de ontwikkeling, het gedrag, het
reproductiviteit of de vruchtbaarheid van de nakomelingen. Tijdens de dracht en het zogen werden
antistoffen tegen alle 9 HPV-typen op de nakomelingen overgedragen.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1
Lijst van hulpstoffen
Natriumchloride
Histidine
Polysorbaat 80
Borax
Water voor injecties
Voor adjuvans, zie rubriek 2.
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Bij gebrek aan onderzoek naar onverenigbaarheden, mag dit geneesmiddel niet met andere
geneesmiddelen gemengd worden.
6.3
Houdbaarheid
3 jaar.
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Gardasil 9 suspensie voor injectie:
Bewaren in de koelkast (2 °C - 8 °C).
Niet in de vriezer bewaren. De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen
licht.
Gardasil 9 dient zo snel mogelijk na het uit de koelkast halen te worden toegediend.
Gegevens over de stabiliteit duiden erop dat de componenten van het vaccin 96 uur stabiel blijven bij
een bewaartemperatuur van 8 °C tot 40 °C of 72 uur bij een bewaartemperatuur van 0 °C tot 2 °C. Aan
het eind van deze periode dient Gardasil 9 te worden gebruikt of te worden weggegooid. Deze
gegevens zijn uitsluitend bedoeld als leidraad voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg in geval
van tijdelijke bewaring boven of onder de vermelde bewaartemperatuur.
Gardasil 9 suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit:
Bewaren in de koelkast (2 °C - 8 °C).
Niet in de vriezer bewaren. De voorgevulde spuit in de buitenverpakking bewaren ter bescherming
tegen licht.
Gardasil 9 dient zo snel mogelijk na het uit de koelkast halen te worden toegediend.
Gegevens over de stabiliteit duiden erop dat de componenten van het vaccin 96 uur stabiel blijven bij
een bewaartemperatuur van 8 °C tot 40 °C of 72 uur bij een bewaartemperatuur van 0 °C tot 2 °C. Aan
het eind van deze periode dient Gardasil 9 te worden gebruikt of te worden weggegooid. Deze
gegevens zijn uitsluitend bedoeld als leidraad voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg in geval
van tijdelijke bewaring boven of onder de vermelde bewaartemperatuur.
Gardasil 9 suspensie voor injectie:
0,5 ml suspensie in een injectieflacon (glas) met stop (gehalogeneerd butylrubber) en plastic flip-off
dop (met aluminium klembandje) in een verpakkingsgrootte van 1.
Gardasil 9 suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit:
0,5 ml suspensie in een voorgevulde spuit (glas) met zuigerstop (met gesiliconeerd FluroTec bekleed
broombutylelastomeer) en een kapje (synthetisch mengsel van isopreen en broombutyl) voor de tip in
verpakkingsgrootten van 1 of 10 met naalden of in een verpakkingsgrootte van 10 zonder naalden.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Gardasil 9 suspensie voor injectie:
Gardasil 9 kan er voorafgaand aan het schudden uitzien als een heldere vloeistof met een witte
neerslag.
Voorafgaand aan gebruik goed schudden teneinde een suspensie te verkrijgen. Na goed
schudden is Gardasil 9 een witte, troebele vloeistof.
Controleer de suspensie voorafgaand aan toediening visueel op aanwezigheid van deeltjes en
verkleuring. Gooi het vaccin weg als er deeltjes in aanwezig zijn en/of als het verkleurd blijkt te
zijn.
Trek met behulp van een steriele naald en spuit de vaccindosis van 0,5 ml op uit de
injectieflacon met de enkelvoudige dosis
Injecteer het vaccin onmiddellijk intramusculair (IM), bij voorkeur ter hoogte van de musculus
deltoideus in de bovenarm of in het hogere anterolaterale gebied van de dij.
Het vaccin dient te worden gebruikt zoals het wordt geleverd. De volledige aanbevolen dosis
van het vaccin dient te worden gebruikt.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
Gardasil 9 suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit:
Gardasil 9 kan er voorafgaand aan het schudden uitzien als een heldere vloeistof met een witte
neerslag.
Voorafgaand aan gebruik de voorgevulde spuit goed schudden teneinde een suspensie te
verkrijgen. Na goed schudden is Gardasil 9 een witte, troebele vloeistof.
Controleer de suspensie voorafgaand aan toediening visueel op aanwezigheid van deeltjes en
verkleuring. Gooi het vaccin weg als er deeltjes in aanwezig zijn en/of als het verkleurd blijkt te
zijn.
Kies op basis van de lengte en het gewicht van uw patiënt de juiste naald voor een geslaagde
intramusculaire (IM) toediening.
De verpakking met naalden bevat twee naalden van verschillende lengte per spuit.
Bevestig de naald door rechtsom te draaien tot de naald stevig op de spuit vastzit. Dien de
volledige dosis toe volgens het standaardprotocol.
Injecteer het vaccin onmiddellijk intramusculair (IM), bij voorkeur ter hoogte van de musculus
deltoideus in de bovenarm of in het hogere anterolaterale gebied van de dij.
Het vaccin dient te worden gebruikt zoals het wordt geleverd. De volledige aanbevolen dosis
van het vaccin dient te worden gebruikt.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/15/1007/001
EU/1/15/1007/002
EU/1/15/1007/003
EU/1/15/1007/004
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN
DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 10 juni 2015
Datum van laatste verlenging: 16 januari 2020
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
{MM/JJJJ}
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu.
BIJLAGE II
A.
FABRIKANT(EN) VAN DE BIOLOGISCH WERKZAME
STOF(FEN) EN FABRIKANT(EN) VERANTWOORDELIJK
VOOR VRIJGIFTE

B.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN
VAN LEVERING EN GEBRUIK

C.
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE
HOUDER VAN DE HANDELSVERGUNNING MOETEN
WORDEN NAGEKOMEN

D.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET
BETREKKING TOT EEN VEILIG EN DOELTREFFEND
GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL

FABRIKANT(EN) VAN DE BIOLOGISCH WERKZAME STOF(FEN) EN
FABRIKANT(EN) VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE

Naam en adres van de fabrikant(en) van de biologisch werkzame stof(fen)
Merck Sharp & Dohme LLC
2778 South East Side Highway
Elkton, Virginia 22827
Verenigde Staten
Merck Sharp & Dohme LLC
770 Sumneytown Pike
West Point, Pennsylvania 19486
Verenigde Staten
Naam en adres van de fabrikant(en) verantwoordelijk voor vrijgifte
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
B.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN LEVERING EN
GEBRUIK

Aan medisch voorschrift onderworpen geneesmiddel.

Officiële vrijgifte van de batch
In overeenstemming met artikel 114 van Richtlijn 2001/83/EG, zal de officiële vrijgifte van de batch
worden uitgevoerd door een rijkslaboratorium of een specifiek daartoe aangewezen laboratorium.
C.
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE HOUDER VAN DE
HANDELSVERGUNNING MOETEN WORDEN NAGEKOMEN

Periodieke veiligheidsverslagen
De vereisten voor de indiening van periodieke veiligheidsverslagen worden vermeld in de lijst met
Europese referentiedata (EURD-lijst), waarin voorzien wordt in artikel 107c, onder punt 7 van
Richtlijn 2001/83/EG en eventuele hierop volgende aanpassingen gepubliceerd op het Europese
webportaal voor geneesmiddelen.
D. VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET BETREKKING TOT EEN VEILIG EN
DOELTREFFEND GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL

Risk Management Plan (RMP)
De vergunninghouder voert de verplichte onderzoeken en maatregelen uit ten behoeve van de
geneesmiddelenbewaking, zoals uitgewerkt in het overeengekomen RMP en weergegeven in module
1.8.2 van de handelsvergunning, en in eventuele daaropvolgende overeengekomen RMP-
aanpassingen.
Een aanpassing van het RMP wordt ingediend:
op verzoek van het Europees Geneesmiddelenbureau;
steeds wanneer het risicomanagementsysteem gewijzigd wordt, met name als gevolg van het
beschikbaar komen van nieuwe informatie die kan leiden tot een belangrijke wijziging van de
bestaande verhouding tussen de voordelen en risico's of nadat een belangrijke mijlpaal (voor
geneesmiddelenbewaking of voor beperking van de risico's tot een minimum) is bereikt.
ETIKETTERING EN BIJSLUITER
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Gardasil 9 suspensie voor injectie
9-valent humaan papillomavirusvaccin (recombinant, geadsorbeerd)
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
1 dosis (0,5 ml):
HPV type 6-L1-eiwit

30 µg
HPV type 11- en 18-L1-eiwit
40 µg
HPV type 16-L1-eiwit

60 µg
HPV type 31-, 33-, 45-, 52- en 58-L1-eiwit
20 µg
geadsorbeerd op amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaat (0,5 mg Al).
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: natriumchloride, histidine, polysorbaat 80, borax, water voor injecties.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Suspensie voor injectie
1 injectieflacon (0,5 ml)
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Intramusculair gebruik.
Goed schudden voor gebruik.
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren in de koelkast. Niet in de vriezer bewaren.
De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/15/1007/001
13.
PARTIJNUMMER
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Rechtvaardiging voor uitzondering van braille is aanvaardbaar.
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
PC
SN
NN
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
Gardasil 9 injectie
IM
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
3.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
4.
PARTIJNUMMER
Lot
5.
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
1 dosis (0,5 ml)
6.
OVERIGE
MSD
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Gardasil 9 suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit
9-valent humaan papillomavirusvaccin (recombinant, geadsorbeerd)
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
1 dosis (0,5 ml):
HPV type 6-L1-eiwit

30 µg
HPV type 11- en 18-L1-eiwit
40 µg
HPV type 16-L1-eiwit

60 µg
HPV type 31-, 33-, 45-, 52- en 58-L1-eiwit
20 µg
geadsorbeerd op amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaat (0,5 mg Al).
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: natriumchloride, histidine, polysorbaat 80, borax, water voor injecties.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Suspensie voor injectie
1 voorgevulde spuit (0,5 ml) met 2 naalden
10 voorgevulde spuiten (0,5 ml) met elk 2 naalden
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Intramusculair gebruik.
Goed schudden voor gebruik.
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren in de koelkast. Niet in de vriezer bewaren.
De spuit in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/15/1007/002
EU/1/15/1007/003
13.
PARTIJNUMMER
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Rechtvaardiging voor uitzondering van braille is aanvaardbaar.
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
PC
SN
NN
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Gardasil 9 suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit
9-valent humaan papillomavirusvaccin (recombinant, geadsorbeerd)
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
1 dosis (0,5 ml):
HPV type 6-L1-eiwit

30 µg
HPV type 11- en 18-L1-eiwit
40 µg
HPV type 16-L1-eiwit

60 µg
HPV type 31-, 33-, 45-, 52- en 58-L1-eiwit
20 µg
geadsorbeerd aan amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaat (0,5 mg Al).
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Hulpstoffen: natriumchloride, histidine, polysorbaat 80, borax, water voor injecties.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Suspensie voor injectie
10 voorgevulde spuiten (0,5 ml)
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Intramusculair gebruik.
Goed schudden voor gebruik.
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren in de koelkast. Niet in de vriezer bewaren.
De spuit in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Merck Sharp & Dohme B.V.
Waarderweg 39
2031 BN Haarlem
Nederland
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/15/1007/004
13.
PARTIJNUMMER
Lot
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Rechtvaardiging voor uitzondering van braille is aanvaardbaar.
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - 2D MATRIXCODE
2D matrixcode met het unieke identificatiekenmerk.
18.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK - VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
PC
SN
NN
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN DE TOEDIENINGSWEG(EN)
Gardasil 9 injectie
IM
9-valent humaan papillomavirusvaccin
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
3.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP
4.
PARTIJNUMMER
Lot
5.
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
1 dosis (0,5 ml)
6.
OVERIGE
MSD
Gardasil 9, suspensie voor injectie
9-valent humaan papillomavirusvaccin (recombinant, geadsorbeerd)
Lees goed de hele bijsluiter voordat u of uw kind wordt gevaccineerd want er staat belangrijke
informatie in voor u of uw kind.
-
Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
-
Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
-
Krijgt u of uw kind last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u of uw
kind een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts,
apotheker of verpleegkundige.
Inhoud van deze bijsluiter
1.
Wat is Gardasil 9 en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
2.
Wanneer mag u of uw kind dit middel niet toegediend krijgen of moet u of uw kind er extra
voorzichtig mee zijn?
3.
Hoe krijgt u dit middel toegediend?
4.
Mogelijke bijwerkingen
5.
Hoe bewaart u dit middel?
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
1.
Wat is Gardasil 9 en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Gardasil 9 is een vaccin voor kinderen en jongeren vanaf 9 jaar en volwassenen. Dit middel wordt
toegediend om bescherming te bieden tegen aandoeningen die veroorzaakt worden door bepaalde
typen van het humaan papillomavirus (HPV), namelijk type 6, 11, 16, 18, 31, 33, 45, 52 en 58.
Tot deze aandoeningen behoren kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen (de baarmoederhals, het
uitwendige deel van het geslachtsorgaan (vulva) en de vagina) en voorstadia daarvan, anuskanker en
voorstadia daarvan en genitale wratten bij mannen en vrouwen.
Gardasil 9 is onderzocht bij mannen van 9 tot en met 26 jaar en vrouwen van 9 tot en met 45 jaar.
Gardasil 9 beschermt tegen de HPV-typen die de meeste gevallen van de hierboven beschreven
aandoeningen veroorzaken.
Gardasil 9 is bedoeld om deze aandoeningen te voorkomen. Het vaccin wordt niet gebruikt voor de
behandeling van aan HPV gerelateerde aandoeningen. Gardasil 9 heeft geen enkel effect bij personen
die al een blijvende infectie of aandoening hebben die te maken heeft met een van de HPV-typen
waartegen dit vaccin werkt. Bij personen die al een infectie met een of meer van de vaccin-HPV-typen
hebben, kan Gardasil 9 nog wel bescherming bieden tegen aandoeningen die te maken hebben met de
andere HPV-typen waartegen het vaccin werkt.
Gardasil 9 kan geen aan HPV gerelateerde aandoeningen veroorzaken.
Wanneer iemand met Gardasil 9 gevaccineerd wordt, gaat het immuunsysteem (het natuurlijke
afweersysteem van het lichaam) de aanmaak van antistoffen tegen de negen HPV-typen in het vaccin
stimuleren om te helpen bij de bescherming tegen aandoeningen die deze virussen kunnen
veroorzaken.
Als u of uw kind een eerste dosis van Gardasil 9 krijgt, moet ook voor de rest van de vaccinatiereeks
Gardasil 9 worden gebruikt.
Heeft u of uw kind al een HPV-vaccin gekregen? Vraag dan aan uw arts of Gardasil 9 wel geschikt is
Gardasil 9 dient gebruikt te worden in overeenstemming met officiële richtlijnen.
2.
Wanneer mag u of uw kind dit middel
niet toegediend krijgen of moet u of uw kind er
extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u of uw kind dit middel
niet toegediend krijgen?
U bent of uw kind is allergisch voor een van de stoffen in dit vaccin. Deze stoffen kunt u vinden
in rubriek 6.
U of uw kind heeft een keer een allergische reactie gekregen na toediening van een dosis
Gardasil oftewel Silgard (een vaccin tegen de HPV-typen 6, 11, 16 en 18) of een dosis
Gardasil 9.
Wanneer moet u of uw kind extra voorzichtig zijn met dit middel?
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige als u of uw kind last heeft van:
een stollingsstoornis (een aandoening waardoor u of uw kind meer bloedt dan normaal),
bijvoorbeeld hemofilie
een verzwakt immuunsysteem, bijvoorbeeld door een genetische afwijking, een hiv-infectie of
het gebruik van geneesmiddelen die het immuunsysteem aantasten
een aandoening die gepaard gaat met hoge koorts. Lichte koorts of een lichte infectie van de
bovenste luchtwegen (bijvoorbeeld een verkoudheid) is op zich echter geen reden om de
vaccinatie uit te stellen.
Flauwvallen, soms in combinatie met vallen, kan optreden (vooral bij jongeren tot 18 jaar) na een
injectie met een naald. Bent u of is uw kind in het verleden wel eens flauwgevallen bij een injectie?
Vertel dat dan uw arts of verpleegkundige.
Zoals bij elk vaccin kan het zijn dat Gardasil 9 niet bij iedereen die ermee gevaccineerd wordt
volledige bescherming biedt.
Gardasil 9 beschermt niet tegen elk type van het humaan papillomavirus. Daarom dient men geschikte
voorzorgen tegen seksueel overdraagbare aandoeningen te blijven nemen.
Vaccinatie is geen vervanging voor de routinematige screening op baarmoederhalskanker. Als u een
vrouw bent,
dient u nog steeds het advies van uw arts over het maken van uitstrijkjes en het
gebruik van preventieve en beschermende maatregelen op te volgen.

Andere belangrijke informatie over dit middel
waarvan u of uw kind op de hoogte moet zijn
De beschermingsduur is nog niet bekend. Er zijn nog vervolgonderzoeken gaande naar de
bescherming op langere termijn om te achterhalen of het gebruik van een herhalingsdosis nodig is.
Gebruikt u of uw kind nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u of uw kind naast Gardasil 9 nog andere geneesmiddelen, heeft u of uw kind dat kort
geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u of uw kind binnenkort andere geneesmiddelen gaat
gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder
recept kunt krijgen.
Bij vaccinatie met Gardasil 9 kan tijdens hetzelfde bezoek ook een gecombineerd herhalingsvaccin
tegen difterie (d), tetanus (T), en kinkhoest [acellulair, component] (ap) en/of poliomyelitis
[geïnactiveerd] (IPV) (dTap-, dT-IPV- of dTap-IPV-vaccin) worden toegediend als daarvoor een
andere injectieplaats wordt gebruikt (een ander lichaamsdeel, bijvoorbeeld de andere arm of het andere
been).
Gardasil 9 werkt mogelijk niet optimaal als het samen wordt gebruikt met geneesmiddelen die het
immuunsysteem onderdrukken.
Zwangerschap en borstvoeding
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan
contact op met uw arts of apotheker voordat dit vaccin bij u wordt toegediend.
Gardasil 9 mag worden toegediend aan vrouwen die borstvoeding geven of borstvoeding willen gaan
geven.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Gardasil 9 kan de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen enigszins en kortdurend
beïnvloeden (zie rubriek 4, `Mogelijke bijwerkingen').
Gardasil 9 bevat natriumchloride
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen
`natriumvrij' is.
3.
Hoe krijgt u dit middel toegediend?
Uw arts dient Gardasil 9 met een injectie toe. Gardasil 9 is bedoeld voor kinderen en jongeren vanaf
9 jaar en volwassenen.
Als u tussen de 9 en 14 jaar oud bent op het moment van de eerste injectie
Gardasil 9 kan volgens een schema bestaande uit 2 doses worden toegediend:
Eerste injectie: op de gekozen datum
-
Tweede injectie: tussen 5 en 13 maanden na de eerste injectie
-
Als de tweede vaccindosis eerder dan 5 maanden na de eerste dosis wordt gegeven, moet altijd een
derde dosis worden gegeven.
Gardasil 9 kan ook volgens een schema bestaande uit 3 doses worden toegediend:
Eerste injectie: op de gekozen datum
-
Tweede injectie: 2 maanden na de eerste injectie (minstens één maand na de eerste dosis)
-
Derde injectie: 6 maanden na de eerste injectie (minstens 3 maanden na de tweede dosis)
-
De drie doses moeten allemaal binnen een periode van 1 jaar worden toegediend. Raadpleeg uw arts
voor meer informatie.
Als u 15 jaar of ouder bent op het moment van de eerste injectie
Gardasil 9 moet volgens een schema bestaande uit 3 doses worden toegediend:
Eerste injectie: op de gekozen datum
-
Tweede injectie: 2 maanden na de eerste injectie (minstens één maand na de eerste dosis)
-
Derde injectie: 6 maanden na de eerste injectie (minstens 3 maanden na de tweede dosis)
-
De drie doses moeten allemaal binnen een periode van 1 jaar worden toegediend. Raadpleeg uw arts
voor meer informatie.
Als Gardasil 9 is toegediend bij de eerste dosis, dan wordt aanbevolen dat Gardasil 9 ook wordt
gebruikt om het vaccinatieschema af te ronden.
Gardasil 9 wordt via een injectie door de huid in de spier toegediend (bij voorkeur de spier van de
bovenarm of dij).
Bent u vergeten dit middel te gebruiken?
Als u een geplande injectie mist, zal uw arts beslissen wanneer de overgeslagen dosis alsnog wordt
toegediend.
Het is belangrijk dat u de aanwijzingen opvolgt die uw arts of verpleegkundige geeft over de volgende
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts
of apotheker.
4.
Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen
daarmee te maken.
De onderstaande bijwerkingen kunnen optreden na het gebruik van Gardasil 9.
Zeer vaak (komen voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers): bijwerkingen op de plaats van de injectie
(pijn, zwelling en roodheid) en hoofdpijn.
Vaak (komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers): bijwerkingen op de plaats van de injectie
(blauwe plek en jeuk), koorts, vermoeidheid, duizeligheid en misselijkheid.
Soms (komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers): gezwollen klieren (in de hals, oksel of
lies), uitslag op de huid met roze bulten en erge jeuk (netelroos of galbulten), flauwvallen, soms samen
met trillen of stijf worden, overgeven, gewrichtspijn, spierpijn, ongewone vermoeidheid of zwakte,
rillingen, zich in het algemeen niet lekker voelen.
Zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 1000 gebruikers): allergische reacties.
Niet bekend (frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald): ernstige allergische
reacties (anafylactische reacties).
Wanneer tijdens een bezoek waarbij Gardasil 9 werd toegediend, ook een gecombineerd
herhalingsvaccin tegen difterie, tetanus, kinkhoest [acellulair, component] en poliomyelitis
[geïnactiveerd] werd toegediend, kwam meer zwelling op de plaats van de injectie voor.
Flauwvallen is gemeld, soms samen met trillen of stijf worden. Ook al komt flauwvallen niet vaak
voor, patiënten moeten tot 15 minuten na toediening van het HPV-vaccin onder observatie blijven.
De onderstaande bijwerkingen zijn gemeld bij gebruik van GARDASIL oftewel SILGARD en
kunnen mogelijk ook optreden na toediening van GARDASIL 9:
Er zijn allergische reacties gemeld. Sommige van deze reacties waren ernstig. Enkele mogelijke
symptomen ervan zijn moeite met ademhalen en piepende ademhaling.
Net als bij andere vaccins zijn tijdens algemeen gebruik onder meer de volgende bijwerkingen gemeld:
spierzwakte, abnormale sensaties, tintelingen in de armen, benen en het bovenlichaam of verwardheid
(syndroom van Guillain-Barré, acute gedissemineerde encefalomyelitis), gemakkelijker optreden van
bloedingen of blauwe plekken en huidinfectie op de plaats van de injectie.
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit
geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook
rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen
te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
Hoe bewaart u dit middel?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit vaccin niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op de doos en op het
etiket op de injectieflacon na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is
de uiterste houdbaarheidsdatum.
Bewaren in de koelkast (2 °C - 8 °C). Niet in de vriezer bewaren. De injectieflacon in de
buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de wc en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw
apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Als u geneesmiddelen op de
juiste manier afvoert worden ze op een verantwoorde manier vernietigd en komen ze niet in het milieu
terecht.
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stoffen in dit middel zijn: zeer gezuiverd niet-infectieus eiwit van elk van de volgende
typen van het humaan papillomavirus: 6, 11, 16, 18, 31, 33, 45, 52 en 58.
1 dosis (0,5 ml) bevat circa:
Humaan papillomavirus1 type 6-L1-eiwit2,3 30 microgram
Humaan papillomavirus1 type 11-L1-eiwit2,3 40 microgram
Humaan papillomavirus1 type 16-L1-eiwit2,3 60 microgram
Humaan papillomavirus1 type 18-L1-eiwit2,3 40 microgram
Humaan papillomavirus1 type 31-L1-eiwit2,3 20 microgram
Humaan papillomavirus1 type 33-L1-eiwit2,3 20 microgram
Humaan papillomavirus1 type 45-L1-eiwit2,3 20 microgram
Humaan papillomavirus1 type 52-L1-eiwit2,3 20 microgram
Humaan papillomavirus1 type 58-L1-eiwit2,3 20 microgram
1 Humaan papillomavirus = HPV
2 L1-eiwit in de vorm van virusachtige deeltjes, geproduceerd in gistcellen (Saccharomyces cerevisiae
CANADE 3C-5 (stam 1895)) door recombinant-DNA-technologie.
3 Geadsorbeerd op amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaatadjuvans (0,5 milligram Al).
Het vaccin bevat amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaat dat dient als adjuvans.
Een adjuvans wordt in vaccins gebruikt om de immuunrespons op het vaccin te verbeteren.
De andere stoffen in dit middel zijn: natriumchloride, histidine, polysorbaat 80, borax en water voor
injecties.
Hoe ziet Gardasil 9 eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
1 dosis Gardasil 9 suspensie voor injectie bevat 0,5 ml.
Gardasil 9 kan er voorafgaand aan het schudden uitzien als een heldere vloeistof met een witte
neerslag. Na goed schudden is Gardasil 9 een witte, troebele vloeistof.
Gardasil 9 wordt geleverd in een verpakking met 1 injectieflacon.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant
Merck Sharp & Dohme B.V., Waarderweg 39, 2031 BN Haarlem, Nederland
België/Belgique/Belgien
Lietuva
MSD Belgium
UAB Merck Sharp & Dohme
Tél/Tel: +32 (0) 27766211
Tel.: +370.5.2780.247
dpoc_belux@merck.com
msd_lietuva@merck.com

Luxembourg/Luxemburg
,
MSD Belgium
.: + 359 2 819 3737
Tél: +32 (0) 27766211
info-msdbg@merck.com
dpoc_belux@merck.com
Ceská republika
Magyarország
Merck Sharp & Dohme s.r.o.
MSD Pharma Hungary Kft.
Tel.: +420 233 010 111
Tel.: + 36.1.888.5300
dpoc_czechslovak@merck.com
hungary_msd@merck.com
Danmark
Malta
MSD Danmark ApS
Merck Sharp & Dohme Cyprus Limited.
Tlf: + 45 4482 4000
Tel: 8007 4433 (+356 99917558)
dkmail@merck.com
malta_info@merck.com
Deutschland
Nederland
MSD Sharp & Dohme GmbH
Merck Sharp & Dohme B.V.
Tel: 0800 673 673 673 (+49 (0) 89 4561 0)
Tel.: 0800 9999000
e-mail@msd.de
(+31 23 5153153)
medicalinfo.nl@merck.com
Eesti
Norge
Merck Sharp & Dohme OÜ
MSD (Norge) AS
Tel.: +372 6144 200
Tlf: +47 32 20 73 00
msdeesti@merck.com
msdnorge@msd.no

Österreich
MSD .....
Merck Sharp & Dohme Ges.m.b.H.
: +30 210 98 97 300
Tel: +43 (0) 1 26 044
dpoc_greece@merck.com
dpoc_austria@merck.com
España
Polska
Merck Sharp & Dohme de España, S.A.
MSD Polska Sp. z o.o.
Tel: +34 91 321 06 00
Tel.: +48.22.549.51.00
msd_info@merck.com
msdpolska@merck.com
France
Portugal
MSD France
Merck Sharp & Dohme, Lda
Tél: +33 (0) 1 80 46 40 40
Tel: +351 21 4465700
inform_pt@merck.com
Hrvatska
România
Merck Sharp & Dohme d.o.o.
Merck Sharp & Dohme Romania S.R.L
Tel: +385 1 66 11 333
Tel: + 4021 529 29 00
croatia_info@merck.com
msdromania@merck.com
Slovenija
Merck Sharp & Dohme Ireland (Human Health)
Merck Sharp & Dohme, inovativna zdravila d.o.o.
Limited
Tel: +386.1.520.4201
Tel: +353 (0)1 2998700
msd.slovenia@merck.com
medinfo_ireland@merck.com
Ísland
Slovenská republika
Vistor hf.
Merck Sharp & Dohme, s. r. o
Sími: + 354 535 7000
Tel: +421 2 58282010
dpoc_czechslovak@merck.com
Italia
Suomi/Finland
MSD Italia S.r.l.
MSD Finland Oy
Tel: 800 23 99 89 (+39 06 361911)
Puh/Tel: +358 (0)9 804 650
medicalinformation.it@msd.com
info@msd.fi

Sverige
Merck Sharp & Dohme Cyprus Limited
Merck Sharp & Dohme (Sweden) AB
: 800 00 673 (+357 22866700)
Tel: +46 77 5700488
cyprus_info@merck.com
medicinskinfo@merck.com
Latvija
United Kingdom (Northern Ireland)
SIA Merck Sharp & Dohme Latvija
Merck Sharp & Dohme Ireland (Human Health)
Tel: +371.67364.224
Limited
msd_lv@merck.com
Tel: +353 (0)1 2998700
medinfoNI@msd.com
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in .
Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:
Gardasil 9 suspensie voor injectie:
Gardasil 9 kan er voorafgaand aan het schudden uitzien als een heldere vloeistof met een witte
neerslag.
Voorafgaand aan gebruik goed schudden teneinde een suspensie te verkrijgen. Na goed
schudden is Gardasil 9 een witte, troebele vloeistof.
Controleer de suspensie voorafgaand aan toediening visueel op aanwezigheid van deeltjes en
verkleuring. Gooi het vaccin weg als er deeltjes in aanwezig zijn en/of als het verkleurd blijkt te
zijn.
Trek met behulp van een steriele naald en spuit de vaccindosis van 0,5 ml op uit de
injectieflacon.
Injecteer het vaccin onmiddellijk intramusculair (IM), bij voorkeur ter hoogte van de musculus
deltoideus in de bovenarm of in het hogere anterolaterale gebied van de dij.
Het vaccin dient te worden gebruikt zoals het wordt geleverd. De volledige aanbevolen dosis
van het vaccin dient te worden gebruikt.
Gardasil 9, suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit
9-valent humaan papillomavirusvaccin (recombinant, geadsorbeerd)
Lees goed de hele bijsluiter voordat u of uw kind wordt gevaccineerd want er staat belangrijke
informatie in voor u of uw kind.
-
Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
-
Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige.
-
Krijgt u of uw kind last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u of uw
kind een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts,
apotheker of verpleegkundige.
Inhoud van deze bijsluiter
1.
Wat is Gardasil 9 en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
2.
Wanneer mag u of uw kind dit middel niet toegediend krijgen of moet u of uw kind er extra
voorzichtig mee zijn?
3.
Hoe krijgt u dit middel toegediend?
4.
Mogelijke bijwerkingen
5.
Hoe bewaart u dit middel?
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
1.
Wat is Gardasil 9 en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Gardasil 9 is een vaccin voor kinderen en jongeren vanaf 9 jaar en volwassenen. Dit middel wordt
toegediend om bescherming te bieden tegen aandoeningen die veroorzaakt worden door bepaalde
typen van het humaan papillomavirus (HPV), namelijk type 6, 11, 16, 18, 31, 33, 45, 52 en 58.
Tot deze aandoeningen behoren kanker van de vrouwelijke geslachtsorganen (de baarmoederhals, het
uitwendige deel van het geslachtsorgaan (vulva) en de vagina) en voorstadia daarvan, anuskanker en
voorstadia daarvan en genitale wratten bij mannen en vrouwen.
Gardasil 9 is onderzocht bij mannen van 9 tot en met 26 jaar en vrouwen van 9 tot en met 45 jaar.
Gardasil 9 beschermt tegen de HPV-typen die de meeste gevallen van de hierboven beschreven
aandoeningen veroorzaken.
Gardasil 9 is bedoeld om deze aandoeningen te voorkomen. Het vaccin wordt niet gebruikt voor de
behandeling van aan HPV gerelateerde aandoeningen. Gardasil 9 heeft geen enkel effect bij personen
die al een blijvende infectie of aandoening hebben die te maken heeft met een van de HPV-typen
waartegen dit vaccin werkt. Bij personen die al een infectie met een of meer van de vaccin-HPV-typen
hebben, kan Gardasil 9 nog wel bescherming bieden tegen aandoeningen die te maken hebben met de
andere HPV-typen waartegen het vaccin werkt.
Gardasil 9 kan geen aan HPV gerelateerde aandoeningen veroorzaken.
Wanneer iemand met Gardasil 9 gevaccineerd wordt, gaat het immuunsysteem (het natuurlijke
afweersysteem van het lichaam) de aanmaak van antistoffen tegen de negen HPV-typen in het vaccin
stimuleren om te helpen bij de bescherming tegen aandoeningen die deze virussen kunnen
veroorzaken.
Als u of uw kind een eerste dosis van Gardasil 9 krijgt, moet ook voor de rest van de vaccinatiereeks
Gardasil 9 worden gebruikt.
Heeft u of uw kind al een HPV-vaccin gekregen? Vraag dan aan uw arts of Gardasil 9 wel geschikt is
Gardasil 9 dient gebruikt te worden in overeenstemming met officiële richtlijnen.
2.
Wanneer mag u of uw kind dit middel
niet toegediend krijgen of moet u of uw kind er
extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u of uw kind dit middel
niet toegediend krijgen?

U bent of uw kind is allergisch voor een van de stoffen in dit vaccin. Deze stoffen kunt u vinden
in rubriek 6.
U of uw kind heeft een keer een allergische reactie gekregen na toediening van een dosis
Gardasil oftewel Silgard (een vaccin tegen de HPV-typen 6, 11, 16 en 18) of een dosis
Gardasil 9.
Wanneer moet u of uw kind extra voorzichtig zijn met dit middel?
Neem contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige als u of uw kind last heeft van:
een stollingsstoornis (een aandoening waardoor u of uw kind meer bloedt dan normaal),
bijvoorbeeld hemofilie
een verzwakt immuunsysteem, bijvoorbeeld door een genetische afwijking, een hiv-infectie of
het gebruik van geneesmiddelen die het immuunsysteem aantasten
een aandoening die gepaard gaat met hoge koorts. Lichte koorts of een lichte infectie van de
bovenste luchtwegen (bijvoorbeeld een verkoudheid) is op zich echter geen reden om de
vaccinatie uit te stellen.
Flauwvallen, soms in combinatie met vallen, kan optreden (vooral bij jongeren tot 18 jaar) na een
injectie met een naald. Bent u of is uw kind in het verleden wel eens flauwgevallen bij een injectie?
Vertel dat dan uw arts of verpleegkundige.
Zoals bij elk vaccin kan het zijn dat Gardasil 9 niet bij iedereen die ermee gevaccineerd wordt
volledige bescherming biedt.
Gardasil 9 beschermt niet tegen elk type van het humaan papillomavirus. Daarom dient men geschikte
voorzorgen tegen seksueel overdraagbare aandoeningen te blijven nemen.
Vaccinatie is geen vervanging voor de routinematige screening op baarmoederhalskanker. Als u een
vrouw bent,
dient u nog steeds het advies van uw arts over het maken van uitstrijkjes en het
gebruik van preventieve en beschermende maatregelen op te volgen.

Andere belangrijke informatie over dit middel waarvan u of uw kind op de hoogte moet zijn
De beschermingsduur is nog niet bekend. Er zijn nog vervolgonderzoeken gaande naar de
bescherming op langere termijn om te achterhalen of het gebruik van een herhalingsdosis nodig is.
Gebruikt u of uw kind nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u of uw kind naast Gardasil 9 nog andere geneesmiddelen, heeft u of uw kind dat kort
geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u of uw kind binnenkort andere geneesmiddelen gaat
gebruiken? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder
recept kunt krijgen.
Bij vaccinatie met Gardasil 9 kan tijdens hetzelfde bezoek ook een gecombineerd herhalingsvaccin
tegen difterie (d), tetanus (T), en kinkhoest [acellulair, component] (ap) en/of poliomyelitis
[geïnactiveerd] (IPV) (dTap-, dT-IPV- of dTap-IPV-vaccin) worden toegediend als daarvoor een
andere injectieplaats wordt gebruikt (een ander lichaamsdeel, bijvoorbeeld de andere arm of het andere
been).
Gardasil 9 werkt mogelijk niet optimaal als het samen wordt gebruikt met geneesmiddelen die het
immuunsysteem onderdrukken.
Zwangerschap en borstvoeding
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan
contact op met uw arts of apotheker voordat dit vaccin bij u wordt toegediend.
Gardasil 9 mag worden toegediend aan vrouwen die borstvoeding geven of borstvoeding willen gaan
geven.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Gardasil 9 kan de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen enigszins en kortdurend
beïnvloeden (zie rubriek 4, `Mogelijke bijwerkingen').
Gardasil 9 bevat natriumchloride
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis, dat wil zeggen dat het in wezen
`natriumvrij' is.
3.
Hoe krijgt u dit middel toegediend?
Uw arts dient Gardasil 9 met een injectie toe. Gardasil 9 is bedoeld voor kinderen vanaf 9 jaar en
volwassenen.
Als u tussen de 9 en 14 jaar oud bent op het moment van de eerste injectie
Gardasil 9 kan volgens een schema bestaande uit 2 doses worden toegediend:
-
Eerste injectie: op de gekozen datum
-
Tweede injectie: tussen 5 en 13 maanden na de eerste injectie
Als de tweede vaccindosis eerder dan 5 maanden na de eerste dosis wordt gegeven, moet altijd een
derde dosis worden gegeven.
Gardasil 9 kan ook volgens een schema bestaande uit 3 doses worden toegediend:
-
Eerste injectie: op de gekozen datum
-
Tweede injectie: 2 maanden na de eerste injectie (minstens één maand na de eerste dosis)
-
Derde injectie: 6 maanden na de eerste injectie (minstens 3 maanden na de tweede dosis)
De drie doses moeten allemaal binnen een periode van 1 jaar worden toegediend. Raadpleeg uw arts
voor meer informatie.
Als u 15 jaar of ouder bent op het moment van de eerste injectie
Gardasil 9 moet volgens een schema bestaande uit 3 doses worden toegediend:
-
Eerste injectie: op de gekozen datum
-
Tweede injectie: 2 maanden na de eerste injectie (minstens één maand na de eerste dosis)
-
Derde injectie: 6 maanden na de eerste injectie (minstens 3 maanden na de tweede dosis)
De drie doses moeten allemaal binnen een periode van 1 jaar worden toegediend. Raadpleeg uw arts
voor meer informatie.
Als Gardasil 9 is toegediend bij de eerste dosis, dan wordt aanbevolen dat Gardasil 9 ook wordt
gebruikt om het vaccinatieschema af te ronden.
Gardasil 9 wordt via een injectie door de huid in de spier toegediend (bij voorkeur de spier van de
bovenarm of dij).
Bent u vergeten dit middel
te gebruiken?
Als u een geplande injectie mist, zal uw arts beslissen wanneer de overgeslagen dosis alsnog wordt
toegediend.
Het is belangrijk dat u de aanwijzingen opvolgt die uw arts of verpleegkundige geeft over de volgende
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts
of apotheker.
4.
Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen
daarmee te maken.
De onderstaande bijwerkingen kunnen optreden na het gebruik van Gardasil 9.
Zeer vaak (komen voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers): bijwerkingen op de plaats van de injectie
(pijn, zwelling en roodheid) en hoofdpijn.
Vaak (komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers): bijwerkingen op de plaats van de injectie
(blauwe plek en jeuk), koorts, vermoeidheid, duizeligheid en misselijkheid.
Soms (komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers): gezwollen klieren (in de hals, oksel of
lies), uitslag op de huid met roze bulten en erge jeuk (netelroos of galbulten), flauwvallen, soms samen
met trillen of stijf worden, overgeven, gewrichtspijn, spierpijn, ongewone vermoeidheid of zwakte,
rillingen, zich in het algemeen niet lekker voelen.
Zelden (komen voor bij minder dan 1 op de 1000 gebruikers): allergische reacties.
Niet bekend (frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald): ernstige allergische
reacties (anafylactische reacties).
Wanneer tijdens een bezoek waarbij Gardasil 9 werd toegediend, ook een gecombineerd
herhalingsvaccin tegen difterie, tetanus, kinkhoest [acellulair, component] en poliomyelitis
[geïnactiveerd] werd toegediend, kwam meer zwelling op de plaats van de injectie voor.
Flauwvallen is gemeld, soms samen met trillen of stijf worden. Ook al komt flauwvallen niet vaak
voor, patiënten moeten tot 15 minuten na toediening van het HPV-vaccin onder observatie blijven.
De onderstaande bijwerkingen zijn gemeld bij gebruik van GARDASIL oftewel SILGARD en
kunnen mogelijk ook optreden na toediening van GARDASIL 9:
Er zijn allergische reacties gemeld. Sommige van deze reacties waren ernstig. Enkele mogelijke
symptomen ervan zijn moeite met ademhalen en piepende ademhaling.
Net als bij andere vaccins zijn tijdens algemeen gebruik onder meer de volgende bijwerkingen gemeld:
spierzwakte, abnormale sensaties, tintelingen in de armen, benen en het bovenlichaam of verwardheid
(syndroom van Guillain-Barré, acute gedissemineerde encefalomyelitis), gemakkelijker optreden van
bloedingen of blauwe plekken en huidinfectie op de plaats van de injectie.
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit
geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook
rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V. Door bijwerkingen
te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
Hoe bewaart u dit middel?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit vaccin niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die vindt u op de doos en op het
etiket op de spuit na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de
uiterste houdbaarheidsdatum.
Bewaren in de koelkast (2 °C - 8 °C). Niet in de vriezer bewaren. De spuit in de buitenverpakking
bewaren ter bescherming tegen licht.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de wc en gooi ze niet in de vuilnisbak. Vraag uw
apotheker wat u met geneesmiddelen moet doen die u niet meer gebruikt. Als u geneesmiddelen op de
juiste manier afvoert worden ze op een verantwoorde manier vernietigd en komen ze niet in het milieu
terecht.
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stoffen in dit middel zijn: zeer gezuiverd niet-infectieus eiwit van elk van de volgende
typen van het humaan papillomavirus: 6, 11, 16, 18, 31, 33, 45, 52 en 58.
1 dosis (0,5 ml) bevat circa:
Humaan papillomavirus1 type 6-L1-eiwit2,3 30 microgram
Humaan papillomavirus1 type 11-L1-eiwit2,3 40 microgram
Humaan papillomavirus1 type 16-L1-eiwit2,3 60 microgram
Humaan papillomavirus1 type 18-L1-eiwit2,3 40 microgram
Humaan papillomavirus1 type 31-L1-eiwit2,3 20 microgram
Humaan papillomavirus1 type 33-L1-eiwit2,3 20 microgram
Humaan papillomavirus1 type 45-L1-eiwit2,3 20 microgram
Humaan papillomavirus1 type 52-L1-eiwit2,3 20 microgram
Humaan papillomavirus1 type 58-L1-eiwit2,3 20 microgram
1 Humaan papillomavirus = HPV
2 L1-eiwit in de vorm van virusachtige deeltjes, geproduceerd in gistcellen (Saccharomyces cerevisiae
CANADE 3C-5 (stam 1895)) door recombinant-DNA-technologie.
3 Geadsorbeerd op amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaatadjuvans (0,5 milligram Al).
Het vaccin bevat amorf aluminiumhydroxyfosfaatsulfaat dat dient als adjuvans.
Een adjuvans wordt in vaccins gebruikt om de immuunrespons op het vaccin te verbeteren.
De andere stoffen in dit middel zijn: natriumchloride, histidine, polysorbaat 80, borax en water voor
injecties.
Hoe ziet Gardasil 9 eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
1 dosis Gardasil 9 suspensie voor injectie bevat 0,5 ml.
Gardasil 9 kan er voorafgaand aan het schudden uitzien als een heldere vloeistof met een witte
neerslag. Na goed schudden is Gardasil 9 een witte, troebele vloeistof.
Gardasil 9 wordt geleverd in verpakkingen met 1 of 10 voorgevulde spuit(en).
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
Neem voor alle informatie over dit geneesmiddel contact op met de lokale vertegenwoordiger van de
houder van de vergunning voor het in de handel brengen:
België/Belgique/Belgien
Lietuva
MSD Belgium
UAB Merck Sharp & Dohme
Tél/Tel: +32 (0) 27766211
Tel.: +370.5.2780.247
dpoc_belux@merck.com
msd_lietuva@merck.com

Luxembourg/Luxemburg
,
MSD Belgium
.: + 359 2 819 3737
Tél: +32 (0) 27766211
info-msdbg@merck.com
dpoc_belux@merck.com
Ceská republika
Magyarország
Merck Sharp & Dohme s.r.o.
MSD Pharma Hungary Kft.
Tel.: +420 233 010 111
Tel.: + 36.1.888.5300
dpoc_czechslovak@merck.com
hungary_msd@merck.com
Danmark
Malta
MSD Danmark ApS
Merck Sharp & Dohme Cyprus Limited.
Tlf: + 45 4482 4000
Tel: 8007 4433 (+356 99917558)
dkmail@merck.com
malta_info@merck.com
Deutschland
Nederland
MSD Sharp & Dohme GmbH
Merck Sharp & Dohme B.V.
Tel: 0800 673 673 673 (+49 (0) 89 4561 0)
Tel.: 0800 9999000
e-mail@msd.de
(+31 23 5153153)
medicalinfo.nl@merck.com
Eesti
Norge
Merck Sharp & Dohme OÜ
MSD (Norge) AS
Tel.: +372 6144 200
Tlf: +47 32 20 73 00
msdeesti@merck.com
msdnorge@msd.no

Österreich
MSD .....
Merck Sharp & Dohme Ges.m.b.H.
: +30 210 98 97 300
Tel: +43 (0) 1 26 044
dpoc_greece@merck.com
dpoc_austria@merck.com
España
Polska
Merck Sharp & Dohme de España, S.A.
MSD Polska Sp. z o.o.
Tel: +34 91 321 06 00
Tel.: +48.22.549.51.00
msd_info@merck.com
msdpolska@merck.com
France
Portugal
MSD France
Merck Sharp & Dohme, Lda
Tél: +33 (0) 1 80 46 40 40
Tel: +351 21 4465700
inform_pt@merck.com
Hrvatska
România
Merck Sharp & Dohme d.o.o.
Merck Sharp & Dohme Romania S.R.L
Tel: +385 1 66 11 333
Tel: + 4021 529 29 00
croatia_info@merck.com
msdromania@merck.com
Slovenija
Merck Sharp & Dohme Ireland (Human Health)
Merck Sharp & Dohme, inovativna zdravila d.o.o.
Limited
Tel: +386.1.520.4201
Tel: +353 (0)1 2998700
msd.slovenia@merck.com
medinfo_ireland@merck.com
Ísland
Slovenská republika
Vistor hf.
Merck Sharp & Dohme, s. r. o
Sími: + 354 535 7000
Tel: +421 2 58282010
dpoc_czechslovak@merck.com
Italia
Suomi/Finland
MSD Italia S.r.l.
MSD Finland Oy
Tel: 800 23 99 89 (+39 06 361911)
Puh/Tel: +358 (0)9 804 650
medicalinformation.it@msd.com
info@msd.fi

Sverige
Merck Sharp & Dohme Cyprus Limited
Merck Sharp & Dohme (Sweden) AB
: 800 00 673 (+357 22866700)
Tel: +46 77 5700488
cyprus_info@merck.com
medicinskinfo@merck.com
Latvija
United Kingdom (Northern Ireland)
SIA Merck Sharp & Dohme Latvija
Merck Sharp & Dohme Ireland (Human Health)
Tel: +371.67364.224
Limited
msd_lv@merck.com
Tel: +353 (0)1 2998700
medinfoNI@msd.com
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in .
Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau: http://www.ema.europa.eu.
De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:
Gardasil 9 suspensie voor injectie in een voorgevulde spuit:
Gardasil 9 kan er voorafgaand aan het schudden uitzien als een heldere vloeistof met een witte
neerslag.
Voorafgaand aan gebruik de voorgevulde spuit goed schudden teneinde een suspensie te
verkrijgen. Na goed schudden is Gardasil 9 een witte, troebele vloeistof.
Controleer de suspensie voorafgaand aan toediening visueel op aanwezigheid van deeltjes en
verkleuring. Gooi het vaccin weg als er deeltjes in aanwezig zijn en/of als het verkleurd blijkt te
zijn.
Kies op basis van de lengte en het gewicht van uw patiënt de juiste naald voor een geslaagde
intramusculaire (IM) toediening.
De verpakking met naalden bevat twee naalden van verschillende lengte per spuit.
Bevestig de naald door rechtsom te draaien tot de naald stevig op de spuit vastzit. Dien de
volledige dosis toe volgens het standaardprotocol.
Injecteer het vaccin onmiddellijk intramusculair (IM), bij voorkeur ter hoogte van de musculus
deltoideus in de bovenarm of in het hogere anterolaterale gebied van de dij.
Het vaccin dient te worden gebruikt zoals het wordt geleverd. De volledige aanbevolen dosis
van het vaccin dient te worden gebruikt.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.

Heb je dit medicijn gebruikt? Gardasil 9 te vormen.

Je ervaring helpt anderen een beeld over het gebruik van Gardasil 9 te vormen.

Deel als eerste jouw ervaring over Gardasil 9

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG