Bovilis blue-8

page 1 of 20
BIJLAGE I
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1
page 2 of 20
1.
NAAM VAN HET DIERGENEESMIDDEL
BOVILIS BLUE-8 suspensie voor injectie voor runderen en schapen
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Per ml:
Werkzaam bestanddeel:
Geïnactiveerd Blauwtongvirus, serotype 8:
(* gelijkwaardig aan de titer vóór inactivatie)
Adjuvantia:
Aluminium hydroxide
Gezuiverde saponine (Quil A)
Hulpstof:
Thiomersal
6 mg
0,05 mg
0,1 mg
10
6,5
CCID
50
*
Zie rubriek 6.1 voor de volledige lijst van hulpstoffen.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Suspensie voor injectie.
Wit tot rozeachtig wit.
4.
4.1
KLINISCHE GEGEVENS
Doeldiersoort(en)
Schaap en Rund.
4.2
Indicatie(s) voor gebruik met specificatie van de doeldiersoort(en)
Schaap:
Voor de actieve immunisatie van schapen vanaf 2,5 maanden leeftijd om viremie* te voorkomen en
om de klinische verschijnselen veroorzaakt door Blauwtongvirus serotype 8 te verminderen.
*(Cycluswaarde (Ct)
≥ 36
in gevalideerde RT-PCR, indicatief voor de afwezigheid van viraal
genoom)
Aanvang van de immuniteit:
Duur van de immuniteit:
20 dagen na de tweede dosis
1 jaar na de tweede dosis
Rund:
Voor de actieve immunisatie van runderen vanaf 2,5 maanden leeftijd om viremie* te voorkomen
veroorzaakt door Blauwtongvirus serotype 8.
*(Cycluswaarde (Ct) ≥ 36 in gevalideerde RT-PCR,
indicatief voor de afwezigheid van viraal
genoom)
Aanvang van de immuniteit:
Duur van de immuniteit:
4.3
Contra-indicaties
31 dagen na de tweede dosis
1 jaar na de tweede dosis
2
page 3 of 20
Geen.
4.4
Speciale waarschuwingen voor elke diersoort waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is
Vaccineer alleen gezonde dieren.
Incidenteel kan de opbouw van de bescherming door het vaccin gehinderd worden door de
aanwezigheid van maternale antilichamen in schapen van de aanbevolen minimale leeftijd.
Er is geen informatie beschikbaar voor het gebruik van het vaccin in seropositieve runderen, inclusief
dieren met maternale antilichamen.
Indien gebruikt in andere soorten gedomesticeerde en wilde herkauwers die een risico op infectie
hebben, dan is voorzichtigheid geboden bij het gebruik in deze soorten en wordt aangeraden om het
vaccin te testen op een klein aantal dieren vóórdat wordt overgegaan tot vaccinatie van grote groepen.
Het niveau van bescherming kan voor andere soorten afwijken van de bescherming zoals die wordt
gezien in schapen en runderen.
4.5
Speciale voorzorgsmaatregelen bij gebruik
Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren
Niet van toepassing.
Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren
toedient
Niet van toepassing.
4.6
Bijwerkingen (frequentie en ernst)
Een gemiddelde stijging van de lichaamstemperatuur tussen 0,5 en 1,0 °C is een vaak waargenomen
reactie bij schapen en runderen. Dit duurt niet langer dan 24 tot 48 uur. Voorbijgaande koorts werd in
zeldzame gevallen waargenomen. Tijdelijke plaatselijke reacties op de injectieplaats in de vorm van
een knobbel van 0,5 tot
1 cm bij schapen en 0,5 tot 3 cm bij runderen, treden zeer zelden op. Deze
verdwijnt binnen 14 dagen op zijn laatst en kan pijnlijk zijn. In zeer zeldzame gevallen kan er sprake
zijn van verminderde eetlust. Overgevoeligheidsreacties worden zeer zelden waargenomen.
De frequentie van bijwerkingen wordt als volgt gedefinieerd:
- Zeer vaak (meer dan 1 op de 10 behandelde dieren vertonen bijwerking(en))
- Vaak (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 100 behandelde dieren)
- Soms (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 1.000 behandelde dieren)
- Zelden (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 10.000 behandelde dieren)
- Zeer zelden (minder dan 1 van de 10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde rapporten)
4.7
Gebruik tijdens dracht, lactatie of leg
Dracht:
Kan tijdens de dracht worden gebruikt.
Lactatie:
Er is geen negatieve invloed op de melkopbrengst bij gebruik van het vaccin in lacterende ooien en
koeien.
Vruchtbaarheid:
De veiligheid en effectiviteit van het vaccin zijn niet vastgesteld voor het gebruik in mannelijke
fokdieren (schapen en runderen). In deze groep dieren dient het vaccin alleen gebruikt te worden na
3
page 4 of 20
een risico-baten analyse door de behandelend dierenarts en/of de nationale overheid verantwoordelijk
voor het opstellen van het huidige vaccinatiebeleid voor blauwtongvirus (BTV).
4.8
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit vaccin bij gebruik in
combinatie met enig ander diergeneesmiddel. Ten aanzien van het gebruik van dit vaccin vóór of na
enig ander diergeneesmiddel dient per geval een beslissing te worden genomen.
4.9
Dosering en toedieningsweg
Toediening via subcutane injectie.
Goed schudden vóór gebruik. Voorkom het meervoudig aanprikken van de flacon. Vermijd
contaminatie.
Basisvaccinatie:
Schapen vanaf 2,5 maanden leeftijd:
Tweevoudige subcutane toediening van 1 dosis van 2 ml,
met een interval van 3 weken.
Runderen vanaf 2,5 maanden leeftijd:
Tweevoudige subcutane toediening van 1 dosis van 4 ml,
met een interval van 3 weken.
Hervaccinatie:
Eén dosis per jaar.
Met inachtneming van de lokale epidemiologische status is voor ieder hervaccinatieschema
instemming nodig van de betroffen overheid of de behandelend dierenarts.
4.10 Overdosering (symptomen, procedures in noodgevallen, antidota), indien noodzakelijk
Bij tweevoudige overdosering van het vaccin wordt incidenteel een lichte toename van de temperatuur
(0,5 °C – 1,0 °C) waargenomen gedurende 24 - 48 uur. Pijnloze zwellingen, met een grootte tot 2 cm
in schapen en tot 4,5 cm in runderen, komen incidenteel voor na een dubbele dosis.
4.11 Wachttijd(en)
Nul dagen.
5.
IMMUNOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
Farmacotherapeutische groep: Immunologica voor Bovidae/Ovidae, geïnactiveerde Blauwtongvirus
vaccins.
ATCvet-code: Rund: QI02AA08 / Schaap: QI04AA02
Bovilis Blue-8 stimuleert de actieve immuniteit tegen Blauwtongvirus, serotype 8.
6.
6.1
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
Lijst van hulpstoffen
Aluminiumhydroxide
Gezuiverde saponine (Quil A)
4
page 5 of 20
Thiomersal
Fosfaat gebufferde zout oplossing (natriumchloride, dinatriumfosfaat en kaliumfosfaat, water voor
injecties)
6.2
Belangrijke onverenigbaarheden
Niet mengen met enig ander diergeneesmiddel.
6.3
Houdbaarheidstermijn
2 jaar.
10 uur.
Houdbaarheid van het diergeneesmiddel in de verkoopverpakking:
Houdbaarheid na eerste opening van de primaire verpakking:
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Gekoeld bewaren en transporteren (2 °C - 8 °C).
Beschermen tegen bevriezing.
Beschermen tegen licht.
6.5
Aard en samenstelling van de primaire verpakking
Hoge dichtheid polyethyleen (HDPE) flacon afgesloten met een broombutyl stop en aluminium
felscapsule, à 52 ml, 100 ml of 252 ml.
Verpakkingsgrootten:
Kartonnen doos met 1 flacon (à 52 ml) die 26 doses voor schapen
of 13
doses voor runderen bevat.
Kartonnen doos met 1 flacon (à 100 ml) die 50 doses voor schapen of 25 doses voor runderen bevat.
Kartonnen
doos met 1 flacon (à 252 ml) die 126 doses voor schapen of 63 doses voor runderen bevat.
Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen van niet-gebruikte
diergeneesmiddelen of afvalmateriaal voortkomend uit het gebruik van het
diergeneesmiddel
Ongebruikte diergeneesmiddelen of restanten hiervan dienen in overeenstemming met de lokale vereisten
te worden verwijderd.
7.
NAAM VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL
BRENGEN
Intervet International B.V.
Wim de Körverstraat 35
5831 AN Boxmeer
Nederland
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING(EN) VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/2/17/218/001-003
9.
DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING / VERLENGING VAN DE
VERGUNNING
Datum van eerste vergunningverlening: 21/11/2017.
5
page 6 of 20
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Gedetailleerde informatie over dit diergeneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenagentschap (http://www.ema.europa.eu/).
VERBODSMAATREGELEN TEN AANZIEN VAN DE VERKOOP, DE LEVERING EN/OF HET
GEBRUIK
Ieder persoon
die
het voornemen heeft
om
een diergeneesmiddel
te produceren, in te
voeren,
te
bezitten,
verkopen, leveren en gebruiken
moet voorafgaand
de desbetreffende bevoegde instantie in de
betrokken
lidstaat
raadplegen over het actuele vaccinatiebeleid.
Deze activiteiten kunnen op het hele grondgebied
van een lidstaat of een deel ervan verboden worden op grond van de nationale wetgeving.
6
page 7 of 20
BIJLAGE II
A.
FABRIKANT(EN) VAN HET (DE) BIOLOGISCH WERKZAME
BESTANDDE(E)L(EN) EN FABRIKANT(EN) VERANTWOORDELIJK
VOOR VRIJGIFTE
VOORWAARDEN EN BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN LEVERING EN
HET GEBRUIK
VERMELDING VAN DE MAXIMUMWAARDEN VOOR RESIDUEN (MRLs)
OVERIGE VOORWAARDEN EN VEREISTEN TEN AANZIEN VAN DE
VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
B.
C.
D.
7
page 8 of 20
A.
FABRIKANT(EN) VAN HET (DE) BIOLOGISCH WERKZAME
BESTANDDE(E)L(EN) EN FABRIKANT(EN) VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE
Naam en adres van de fabrikant(en) van het (de) biologisch werkzame bestandde(e)l(en)
CZ Veterinaria, S.A.
La Relva s/n,
36400 Porriño
Spanje
Naam en adres van de fabrikant(en) verantwoordelijk voor vrijgifte
Intervet International B.V.
Wim de Körverstraat
35
5831
AN Boxmeer
Nederland
B.
VOORWAARDEN EN BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN DE LEVERING EN HET
GEBRUIK
Diergeneesmiddel op voorschrift.
Overeenkomstig artikel 71 van Richtlijn 2001/82/EC van het Europees Parlement en de Raad als
gewijzigd, mag een lidstaat in overeenstemming met zijn nationale wetgeving, de productie, invoer,
het bezit, de verkoop, de levering en/of het gebruik van immunologische diergeneesmiddelen op haar
hele grondgebied of een deel daarvan verbieden als is vastgesteld dat:
a)
de toediening van het diergeneesmiddel aan dieren de uitvoering van een nationaal programma
voor de diagnose, de controle of de uitroeiing van een dierziekte belemmert, dan wel de
waarborging dat levende dieren of de levensmiddelen of andere producten die van de
behandelde dieren afkomstig zijn niet zijn besmet, bemoeilijkt.
de ziekte waartegen het diergeneesmiddel geacht wordt immuniteit te bieden, in het betrokken
gebied nauwelijks voorkomt.
VERMELDING VAN DE MAXIMUMWAARDEN VOOR RESIDUEN (MRL’s)
b)
C.
Het werkzame bestanddeel, zijnde van biologische oorsprong, bedoeld om actieve immuniteit te
bewerkstelligen valt buiten het toepassingsgebied van Verordening (EC) Nr 470/2009, wanneer
gebruikt zoals in dit diergeneesmiddel.
De hulpstoffen (met inbegrip van adjuvantia) vermeld in rubriek 6.1 van de SPC zijn ofwel toegestane
stoffen waarvoor tabel 1
van de Bijlage van Verordening (EU) Nr 37/2010 van de Commissie aangeeft
dat geen MRLs nodig zijn ofwel beschouwd als zijnde niet vallend onder het toepassingsgebied van
Verordening (EC) nr 470/2009, wanneer gebruikt zoals in dit diergeneesmiddel.
D.
OVERIGE VOORWAARDEN EN VEREISTEN TEN AANZIEN VAN DE
VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Het insturen van de PSUR voor Bovilis Blue-8 zal gesynchroniseerd en met dezelfde frequentie als
voor Bluevac BTV8 plaatsvinden.
8
page 9 of 20
BIJLAGE III
ETIKETTERING EN BIJSLUITER
9
page 10 of 20
A. ETIKETTERING
10
page 11 of 20
GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD
Kartonnen Omdoos (52 ml, 100 ml en 252 ml)
1.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
Bovilis Blue-8 suspensie voor injectie voor runderen en schapen
2.
GEHALTE AAN WERKZA(A)M(E) BESTANDDE(E)L(EN)
Per ml:
Geïnactiveerd BTV8: 10
6,5
CCID
50
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Suspensie voor injectie.
4.
VERPAKKINGSGROOTTE
52 ml
100 ml
252 ml
5.
DOELDIERSOORT(EN)
Schaap en rund.
6.
INDICATIE(S)
7.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Subcutaan gebruik.
Goed schudden vóór gebruik.
Lees vóór gebruik de bijsluiter.
8.
WACHTTIJD(EN)
Wachttijd: Nul dagen.
9.
SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NOODZAKELIJK
Lees vóór gebruik de bijsluiter.
11
page 12 of 20
10.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP {maand/jaar}
Na aanprikken binnen 10 uur gebruiken.
11.
BIJZONDERE BEWAARVOORSCHRIFTEN
Gekoeld bewaren en transporteren.
Beschermen tegen bevriezing.
Beschermen tegen licht.
12.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN NIET-
GEBRUIKTE DIERGENEESMIDDELEN OF EVENTUELE RESTANTEN HIERVAN
Verwijdering: lees de bijsluiter.
13.
VERMELDING “UITSLUITEND VOOR DIERGENEESKUNDIG GEBRUIK” EN
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN DE LEVERING EN HET
GEBRUIK, INDIEN VAN TOEPASSING
Uitsluitend voor diergeneeskundig gebruik. Uitsluitend op diergeneeskundig voorschrift.
14.
VERMELDING “BUITEN HET ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN BEWAREN”
Buiten het zicht en bereik van kinderen bewaren.
15.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Intervet International B.V.
Wim de Körverstraat 35,
5831 AN Boxmeer
Nederland
16.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING(EN) VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/2/17/218/001
EU/2/17/218/002
EU/2/17/218/003
17.
PARTIJNUMMER FABRIKANT
Batch {nummer}
12
page 13 of 20
GEGEVENS DIE OP DE PRIMAIRE VERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD
Flacon à 100 ml of 252 ml
1.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
Bovilis Blue-8 suspensie voor injectie voor runderen en schapen
2.
GEHALTE AAN WERKZA(A)M(E) BESTANDDE(E)L(EN)
Geïnactiveerd BTV8: 10
6,5
CCID
50
/ml
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Suspensie voor injectie.
4.
VERPAKKINGSGROOTTE
100 ml
252 ml
5.
DOELDIERSOORT(EN)
Schaap en rund.
6.
INDICATIE(S)
7.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
SC
Lees vóór gebruik de bijsluiter.
8.
WACHTTIJD(EN)
Wachttijd: Nul dagen.
9.
SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NOODZAKELIJK
Lees vóór gebruik de bijsluiter.
10.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
13
page 14 of 20
EXP {maand/jaar}
Na aanprikken binnen 10 uur gebruiken.
11.
BIJZONDERE BEWAARVOORSCHRIFTEN
Gekoeld bewaren en transporteren.
Beschermen tegen bevriezing.
Beschermen tegen licht.
12.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN NIET-
GEBRUIKTE DIERGENEESMIDDELEN OF EVENTUELE RESTANTEN HIERVAN
Verwijdering: lees de bijsluiter.
13.
VERMELDING “UITSLUITEND VOOR DIERGENEESKUNDIG GEBRUIK” EN
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN DE LEVERING EN HET
GEBRUIK, INDIEN VAN TOEPASSING
Uitsluitend voor diergeneeskundig gebruik. Uitsluitend op diergeneeskundig voorschrift.
14.
VERMELDING “BUITEN HET ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN BEWAREN”
Buiten het zicht en bereik van kinderen bewaren.
15.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Intervet International B.V.
Wim de Körverstraat 35,
5831 AN Boxmeer
Nederland
16.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING(EN) VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
17.
PARTIJNUMMER FABRIKANT
Batch {nummer}
14
page 15 of 20
MINIMALE GEGEVENS DIE OP KLEINE VERPAKKINGSEENHEDEN MOETEN
WORDEN VERMELD
Flacon à 52 ml
1.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
Bovilis Blue-8 suspensie voor injectie voor runderen en schapen
2.
GEHALTE AAN WERKZA(A)M(E) BESTANDDE(E)L(EN)
Geïnactiveerd BTV8: 10
6,5
CCID
50
/ml
3.
52 ml
4.
SC
5.
WACHTTIJD(EN)
TOEDIENINGSWEG(EN)
SAMENSTELLING PER GEWICHT, PER VOLUME OF AANTAL EENHEDEN
Wachttijd: Nul dagen.
6.
PARTIJNUMMER
Batch {nummer}
7.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP {maand/jaar}
Na aanprikken binnen 10 uur gebruiken.
8.
VERMELDING “UITSLUITEND VOOR DIERGENEESKUNDIG GEBRUIK”
Uitsluitend voor diergeneeskundig gebruik.
15
page 16 of 20
B. BIJSLUITER
16
page 17 of 20
BIJSLUITER:
Bovilis Blue-8 suspensie voor injectie voor runderen en schapen
1.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN EN DE FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE, INDIEN VERSCHILLEND
Intervet International B.V.
Wim de Körverstraat 35
5831 AN Boxmeer
Nederland
2.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
Bovilis Blue-8 suspensie voor injectie voor runderen en schapen
3.
GEHALTE AAN WERKZA(A)M(E) EN OVERIGE BESTANDDE(E)L(EN)
10
6,5
CCID
50
*
6 mg
0,05 mg
0,1 mg
Per ml:
Geïnactiveerd Blauwtongvirus, serotype 8:
Aluminium hydroxide
Gezuiverde saponine (Quil A)
Thiomersal
(* gelijkwaardig aan de titer vóór inactivatie)
4.
INDICATIE(S)
Schaap:
Voor de actieve immunisatie van schapen vanaf 2,5 maanden leeftijd om viremie* te voorkomen en
om de klinische verschijnselen veroorzaakt door Blauwtongvirus serotype 8 te verminderen.
*(Cycluswaarde (Ct) ≥ 36
in gevalideerde RT-PCR, indicatief voor de afwezigheid van viraal
genoom)
Aanvang van de immuniteit:
Duur van de immuniteit:
20 dagen na de tweede dosis
1 jaar na de tweede dosis
Rund:
Voor de actieve immunisatie van runderen vanaf 2,5 maanden leeftijd om viremie* te voorkomen
veroorzaakt door Blauwtongvirus serotype 8.
*(Cycluswaarde (Ct) ≥ 36 in gevalideerde RT-PCR,
indicatief voor de afwezigheid van viraal
genoom)
Aanvang van de immuniteit:
Duur van de immuniteit:
5.
Geen.
6.
BIJWERKINGEN
31 dagen na de tweede dosis
1 jaar na de tweede dosis
CONTRA-INDICATIES
17
page 18 of 20
Een gemiddelde stijging van de lichaamstemperatuur tussen 0,5 en 1,0 °C is een vaak waargenomen
reactie bij schapen en runderen. Dit duurt niet langer dan 24 tot 48 uur. Voorbijgaande koorts werd in
zeldzame gevallen waargenomen. Tijdelijke plaatselijke reacties op de injectieplaats in de vorm van
een knobbel van 0,5 tot 1 cm bij schapen en 0,5 tot 3 cm bij runderen, treden zeer zelden op. Deze
verdwijnt binnen 14 dagen op zijn laatst en kan pijnlijk zijn. In zeer zeldzame gevallen kan er sprake
zijn van verminderde eetlust. Overgevoeligheidsreacties worden zeer zelden waargenomen.
De frequentie van bijwerkingen wordt als volgt gedefinieerd:
- Zeer vaak (meer dan 1 op de 10 behandelde dieren vertonen bijwerking(en))
- Vaak (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 100 behandelde dieren)
- Soms (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 1.000 behandelde dieren)
- Zelden (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 10.000 behandelde dieren)
- Zeer zelden (minder dan 1 van de 10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde rapporten)
Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u
vermoedt dat het diergeneesmiddel niet werkzaam is, wordt u verzocht uw dierenarts hiervan in kennis
te stellen.
7.
DOELDIERSOORT(EN)
Schaap en Rund.
8.
DOSERING VOOR ELKE DOELDIERSOORT, TOEDIENINGSWEG(EN) EN WIJZE
VAN GEBRUIK.
Toediening via subcutane injectie.
Basisvaccinatie:
Schapen vanaf 2,5 maanden leeftijd:
Tweevoudige subcutane toediening van 1 dosis van 2 ml,
met een interval van 3 weken.
Runderen vanaf 2,5 maanden leeftijd:
Tweevoudige subcutane toediening van 1 dosis van 4 ml,
met een interval van 3 weken.
Hervaccinatie:
Eén dosis per jaar.
Met inachtneming van de lokale epidemiologische status is voor ieder hervaccinatieschema
instemming nodig van de betroffen overheid of de behandelend dierenarts.
9.
AANWIJZINGEN VOOR EEN JUISTE TOEDIENING
Goed schudden vóór gebruik. Voorkom het meervoudig aanprikken van de flacon. Vermijd
contaminatie.
10.
WACHTTIJD(EN)
Nul dagen.
11.
BIJZONDERE BEWAARVOORSCHIFTEN
18
page 19 of 20
Buiten het zicht en bereik van kinderen bewaren.
Gekoeld bewaren en transporteren (2 °C - 8 °C).
Beschermen tegen bevriezing. Beschermen tegen licht.
Dit diergeneesmiddel niet gebruiken na de uiterste gebruiksdatum vermeld op het etiket/omdoos.
Houdbaarheid na aanprikken van de flacon: 10 uur.
12.
SPECIALE WAARSCHUWING(EN)
Speciale waarschuwingen voor elke doeldiersoort:
Vaccineer alleen gezonde dieren.
Incidenteel kan de opbouw van de bescherming door het vaccin gehinderd worden door de
aanwezigheid van maternale antilichamen in schapen van de aanbevolen minimale leeftijd.
Er is geen informatie beschikbaar voor het gebruik van het vaccin in seropositieve runderen, inclusief
dieren met maternale antilichamen.
Indien gebruikt in andere soorten gedomesticeerde en wilde herkauwers die een risico op infectie
hebben, dan is voorzichtigheid geboden bij het gebruik in deze soorten en wordt aangeraden om het
vaccin te testen op een klein aantal dieren vóórdat wordt overgegaan tot vaccinatie van grote groepen.
Het niveau van bescherming kan voor andere soorten afwijken van de bescherming zoals die wordt
gezien in schapen en runderen.
Dracht en lactatie:
Kan tijdens de dracht worden gebruikt. Er is geen negatieve invloed op de melkopbrengst bij gebruik
van het vaccin in lacterende ooien en koeien.
Vruchtbaarheid:
De veiligheid en effectiviteit van het vaccin zijn niet vastgesteld voor het gebruik in mannelijke
fokdieren (schapen en runderen). In deze groep dieren dient het vaccin alleen gebruikt te worden na
een risico-baten analyse door de behandelend dierenarts en/of de nationale overheid verantwoordelijk
voor het opstellen van het huidige vaccinatiebeleid voor blauwtongvirus (BTV).
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie:
Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit vaccin bij gebruik in
combinatie met enig ander diergeneesmiddel. Ten aanzien van het gebruik van dit vaccin vóór of na
enig ander diergeneesmiddel dient per geval een beslissing te worden genomen.
Overdosering (symptomen, procedures in noodgevallen, antidota):
Bij tweevoudige overdosering van het vaccin wordt incidenteel een lichte toename van de temperatuur
(0,5 °C – 1,0 °C) waargenomen gedurende 24 - 48 uur. Pijnloze zwellingen, met een grootte tot 2 cm
in schapen en tot 4,5 cm in runderen, komen incidenteel voor na een dubbele dosis.
Onverenigbaarheden:
Niet mengen met enig ander diergeneesmiddel.
13.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN NIET-
GEBRUIKTE DIERGENEESMIDDELEN OF EVENTUEEL AFVALMATERIAAL
Vraag aan uw dierenarts wat u met overtollige diergeneesmiddelen dient te doen. Deze maatregelen
dragen bij aan de bescherming van het milieu.
19
page 20 of 20
14.
DE DATUM WAAROP DE BIJSLUITER VOOR HET LAATST IS HERZIEN
Gedetailleerde informatie over dit diergeneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenagentschap (http://www.ema.europa.eu/).
15.
OVERIGE INFORMATIE
Bovilis Blue-8 stimuleert de actieve immuniteit tegen Blauwtongvirus, serotype 8.
Verpakkingsgrootten:
Kartonnen doos met 1 flacon à 52 ml, 100 ml of 252 ml.
Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
20












BIJLAGE I

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

1. NAAM VAN HET DIERGENEESMIDDEL
BOVILIS BLUE-8 suspensie voor injectie voor runderen en schapen
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Per ml:

Werkzaam bestanddeel:
Geïnactiveerd Blauwtongvirus, serotype 8:
106,5 CCID50*
(* gelijkwaardig aan de titer vóór inactivatie)

Adjuvantia:
Aluminium hydroxide
6 mg
Gezuiverde saponine (Quil A)
0,05 mg

Hulpstof:
Thiomersal

0,1 mg
Zie rubriek 6.1 voor de volledige lijst van hulpstoffen.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Suspensie voor injectie.
Wit tot rozeachtig wit.
4.
KLINISCHE GEGEVENS

4.1 Doeldiersoort(en)

Schaap en Rund.

4.2 Indicatie(s) voor gebruik met specificatie van de doeldiersoort(en)
Schaap:
Voor de actieve immunisatie van schapen vanaf 2,5 maanden leeftijd om viremie* te voorkomen en
om de klinische verschijnselen veroorzaakt door Blauwtongvirus serotype 8 te verminderen.
*(Cycluswaarde (Ct) 36 in gevalideerde RT-PCR, indicatief voor de afwezigheid van viraal
genoom)
Aanvang van de immuniteit: 20 dagen na de tweede dosis
Duur van de immuniteit:
1 jaar na de tweede dosis
Rund:
Voor de actieve immunisatie van runderen vanaf 2,5 maanden leeftijd om viremie* te voorkomen
veroorzaakt door Blauwtongvirus serotype 8.
*(Cycluswaarde (Ct) 36 in gevalideerde RT-PCR, indicatief voor de afwezigheid van viraal
genoom)
Aanvang van de immuniteit: 31 dagen na de tweede dosis
Duur van de immuniteit:
1 jaar na de tweede dosis

4.3 Contra-indicaties
Geen.

4.4 Speciale waarschuwingen voor elke diersoort waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is
Vaccineer alleen gezonde dieren.
Incidenteel kan de opbouw van de bescherming door het vaccin gehinderd worden door de
aanwezigheid van maternale antilichamen in schapen van de aanbevolen minimale leeftijd.
Er is geen informatie beschikbaar voor het gebruik van het vaccin in seropositieve runderen, inclusief
dieren met maternale antilichamen.
Indien gebruikt in andere soorten gedomesticeerde en wilde herkauwers die een risico op infectie
hebben, dan is voorzichtigheid geboden bij het gebruik in deze soorten en wordt aangeraden om het
vaccin te testen op een klein aantal dieren vóórdat wordt overgegaan tot vaccinatie van grote groepen.
Het niveau van bescherming kan voor andere soorten afwijken van de bescherming zoals die wordt
gezien in schapen en runderen.

4.5 Speciale voorzorgsmaatregelen bij gebruik
Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren
Niet van toepassing.

Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren
toedient
Niet van toepassing.

4.6 Bijwerkingen (frequentie en ernst)
Een gemiddelde stijging van de lichaamstemperatuur tussen 0,5 en 1,0 °C is een vaak waargenomen
reactie bij schapen en runderen. Dit duurt niet langer dan 24 tot 48 uur. Voorbijgaande koorts werd in
zeldzame gevallen waargenomen. Tijdelijke plaatselijke reacties op de injectieplaats in de vorm van
een knobbel van 0,5 tot 1 cm bij schapen en 0,5 tot 3 cm bij runderen, treden zeer zelden op. Deze
verdwijnt binnen 14 dagen op zijn laatst en kan pijnlijk zijn. In zeer zeldzame gevallen kan er sprake
zijn van verminderde eetlust. Overgevoeligheidsreacties worden zeer zelden waargenomen.
De frequentie van bijwerkingen wordt als volgt gedefinieerd:
- Zeer vaak (meer dan 1 op de 10 behandelde dieren vertonen bijwerking(en))
- Vaak (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 100 behandelde dieren)
- Soms (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 1.000 behandelde dieren)
- Zelden (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 10.000 behandelde dieren)
- Zeer zelden (minder dan 1 van de 10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde rapporten)

4.7 Gebruik tijdens dracht, lactatie of leg
Dracht:
Kan tijdens de dracht worden gebruikt.
Lactatie:
Er is geen negatieve invloed op de melkopbrengst bij gebruik van het vaccin in lacterende ooien en
koeien.
Vruchtbaarheid:
De veiligheid en effectiviteit van het vaccin zijn niet vastgesteld voor het gebruik in mannelijke
fokdieren (schapen en runderen). In deze groep dieren dient het vaccin alleen gebruikt te worden na
een risico-baten analyse door de behandelend dierenarts en/of de nationale overheid verantwoordelijk
voor het opstellen van het huidige vaccinatiebeleid voor blauwtongvirus (BTV).

4.8 Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit vaccin bij gebruik in
combinatie met enig ander diergeneesmiddel. Ten aanzien van het gebruik van dit vaccin vóór of na
enig ander diergeneesmiddel dient per geval een beslissing te worden genomen.

4.9 Dosering en toedieningsweg
Toediening via subcutane injectie.
Goed schudden vóór gebruik. Voorkom het meervoudig aanprikken van de flacon. Vermijd
contaminatie.
Basisvaccinatie:
Schapen vanaf 2,5 maanden leeftijd:
Tweevoudige subcutane toediening van 1 dosis van 2 ml, met een interval van 3 weken.
Runderen vanaf 2,5 maanden leeftijd:
Tweevoudige subcutane toediening van 1 dosis van 4 ml, met een interval van 3 weken.
Hervaccinatie:
Eén dosis per jaar.
Met inachtneming van de lokale epidemiologische status is voor ieder hervaccinatieschema
instemming nodig van de betroffen overheid of de behandelend dierenarts.

4.10 Overdosering (symptomen, procedures in noodgevallen, antidota), indien noodzakelijk
Bij tweevoudige overdosering van het vaccin wordt incidenteel een lichte toename van de temperatuur
(0,5 °C ­ 1,0 °C) waargenomen gedurende 24 - 48 uur. Pijnloze zwellingen, met een grootte tot 2 cm
in schapen en tot 4,5 cm in runderen, komen incidenteel voor na een dubbele dosis.

4.11 Wachttijd(en)
Nul dagen.
5.
IMMUNOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
Farmacotherapeutische groep: Immunologica voor Bovidae/Ovidae, geïnactiveerde Blauwtongvirus
vaccins.
ATCvet-code: Rund: QI02AA08 / Schaap: QI04AA02
Bovilis Blue-8 stimuleert de actieve immuniteit tegen Blauwtongvirus, serotype 8.
6.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1 Lijst van hulpstoffen
Aluminiumhydroxide
Gezuiverde saponine (Quil A)
Thiomersal
Fosfaat gebufferde zout oplossing (natriumchloride, dinatriumfosfaat en kaliumfosfaat, water voor
injecties)

6.2 Belangrijke onverenigbaarheden
Niet mengen met enig ander diergeneesmiddel.

6.3 Houdbaarheidstermijn
Houdbaarheid van het diergeneesmiddel in de verkoopverpakking: 2 jaar.
Houdbaarheid na eerste opening van de primaire verpakking:
10 uur.

6.4 Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Gekoeld bewaren en transporteren (2 °C - 8 °C).
Beschermen tegen bevriezing.
Beschermen tegen licht.

6.5 Aard en samenstelling van de primaire verpakking
Hoge dichtheid polyethyleen (HDPE) flacon afgesloten met een broombutyl stop en aluminium
felscapsule, à 52 ml, 100 ml of 252 ml.
Verpakkingsgrootten:
Kartonnen doos met 1 flacon (à 52 ml) die 26 doses voor schapen of 13 doses voor runderen bevat.
Kartonnen doos met 1 flacon (à 100 ml) die 50 doses voor schapen of 25 doses voor runderen bevat.
Kartonnen doos met 1 flacon (à 252 ml) die 126 doses voor schapen of 63 doses voor runderen bevat.
Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.

6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen van niet-gebruikte
diergeneesmiddelen of afvalmateriaal voortkomend uit het gebruik van het
diergeneesmiddel
Ongebruikte diergeneesmiddelen of restanten hiervan dienen in overeenstemming met de lokale vereisten
te worden verwijderd.
7.
NAAM VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL
BRENGEN
Intervet International B.V.
Wim de Körverstraat 35
5831 AN Boxmeer
Nederland
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING(EN) VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/2/17/218/001-003
9. DATUM EERSTE VERGUNNINGVERLENING / VERLENGING VAN DE
VERGUNNING
Datum van eerste vergunningverlening: 21/11/2017.
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit diergeneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenagentschap (http://www.ema.europa.eu/).
VERBODSMAATREGELEN TEN AANZIEN VAN DE VERKOOP, DE LEVERING EN/OF HET
GEBRUIK
Ieder persoon die het voornemen heeft om een diergeneesmiddel te produceren, in te voeren, te bezitten,
verkopen, leveren en gebruiken moet voorafgaand de desbetreffende bevoegde instantie in de betrokken
lidstaat raadplegen over het actuele vaccinatiebeleid. Deze activiteiten kunnen op het hele grondgebied
van een lidstaat of een deel ervan verboden worden op grond van de nationale wetgeving.












BIJLAGE II

A.
FABRIKANT(EN) VAN HET (DE) BIOLOGISCH WERKZAME
BESTANDDE(E)L(EN) EN FABRIKANT(EN) VERANTWOORDELIJK
VOOR VRIJGIFTE

B.

VOORWAARDEN EN BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN LEVERING EN
HET GEBRUIK

C.

VERMELDING VAN DE MAXIMUMWAARDEN VOOR RESIDUEN (MRLs)

D.
OVERIGE VOORWAARDEN EN VEREISTEN TEN AANZIEN VAN DE
VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
A. FABRIKANT(EN) VAN HET (DE) BIOLOGISCH WERKZAME
BESTANDDE(E)L(EN) EN FABRIKANT(EN) VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE
Naam en adres van de fabrikant(en) van het (de) biologisch werkzame bestandde(e)l(en)
CZ Veterinaria, S.A.
La Relva s/n,
36400 Porriño
Spanje
Naam en adres van de fabrikant(en) verantwoordelijk voor vrijgifte
Intervet International B.V.
Wim de Körverstraat 35
5831 AN Boxmeer
Nederland
B.
VOORWAARDEN EN BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN DE LEVERING EN HET
GEBRUIK
Diergeneesmiddel op voorschrift.

Overeenkomstig artikel 71 van Richtlijn 2001/82/EC van het Europees Parlement en de Raad als
gewijzigd, mag een lidstaat in overeenstemming met zijn nationale wetgeving, de productie, invoer,
het bezit, de verkoop, de levering en/of het gebruik van immunologische diergeneesmiddelen op haar
hele grondgebied of een deel daarvan verbieden als is vastgesteld dat:

a)
de toediening van het diergeneesmiddel aan dieren de uitvoering van een nationaal programma
voor de diagnose, de controle of de uitroeiing van een dierziekte belemmert, dan wel de
waarborging dat levende dieren of de levensmiddelen of andere producten die van de
behandelde dieren afkomstig zijn niet zijn besmet, bemoeilijkt.
b)
de ziekte waartegen het diergeneesmiddel geacht wordt immuniteit te bieden, in het betrokken
gebied nauwelijks voorkomt
.
C. VERMELDING VAN DE MAXIMUMWAARDEN VOOR RESIDUEN (MRL's)
Het werkzame bestanddeel, zijnde van biologische oorsprong, bedoeld om actieve immuniteit te
bewerkstelligen valt buiten het toepassingsgebied van Verordening (EC) Nr 470/2009, wanneer
gebruikt zoals in dit diergeneesmiddel.
De hulpstoffen (met inbegrip van adjuvantia) vermeld in rubriek 6.1 van de SPC zijn ofwel toegestane
stoffen waarvoor tabel 1 van de Bijlage van Verordening (EU) Nr 37/2010 van de Commissie aangeeft
dat geen MRLs nodig zijn ofwel beschouwd als zijnde niet vallend onder het toepassingsgebied van
Verordening (EC) nr 470/2009, wanneer gebruikt zoals in dit diergeneesmiddel.

D. OVERIGE VOORWAARDEN EN VEREISTEN TEN AANZIEN VAN DE

VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Het insturen van de PSUR voor Bovilis Blue-8 zal gesynchroniseerd en met dezelfde frequentie als
voor Bluevac BTV8 plaatsvinden.













BIJLAGE III

ETIKETTERING EN BIJSLUITER











A. ETIKETTERING

GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD

Kartonnen Omdoos (52 ml, 100 ml en 252 ml)


1.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
Bovilis Blue-8 suspensie voor injectie voor runderen en schapen
2.
GEHALTE AAN WERKZA(A)M(E) BESTANDDE(E)L(EN)
Per ml:
Geïnactiveerd BTV8: 106,5 CCID50
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Suspensie voor injectie.
4.
VERPAKKINGSGROOTTE
52 ml
100 ml
252 ml
5.
DOELDIERSOORT(EN)
Schaap en rund.
6.
INDICATIE(S)

7.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
Subcutaan gebruik.
Goed schudden vóór gebruik.
Lees vóór gebruik de bijsluiter.
8.
WACHTTIJD(EN)
Wachttijd: Nul dagen.
9.
SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NOODZAKELIJK
Lees vóór gebruik de bijsluiter.
10. UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP {maand/jaar}
Na aanprikken binnen 10 uur gebruiken.
11. BIJZONDERE BEWAARVOORSCHRIFTEN
Gekoeld bewaren en transporteren.
Beschermen tegen bevriezing.
Beschermen tegen licht.
12. SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN NIET-
GEBRUIKTE DIERGENEESMIDDELEN OF EVENTUELE RESTANTEN HIERVAN
Verwijdering: lees de bijsluiter.
13. VERMELDING 'UITSLUITEND VOOR DIERGENEESKUNDIG GEBRUIK' EN
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN DE LEVERING EN HET
GEBRUIK, INDIEN VAN TOEPASSING
Uitsluitend voor diergeneeskundig gebruik. Uitsluitend op diergeneeskundig voorschrift.
14. VERMELDING 'BUITEN HET ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN BEWAREN'
Buiten het zicht en bereik van kinderen bewaren.
15. NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Intervet International B.V.
Wim de Körverstraat 35,
5831 AN Boxmeer
Nederland
16. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING(EN) VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/2/17/218/001
EU/2/17/218/002
EU/2/17/218/003
17. PARTIJNUMMER FABRIKANT
Batch {nummer}

GEGEVENS DIE OP DE PRIMAIRE VERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD

Flacon à 100 ml of 252 ml


1.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
Bovilis Blue-8 suspensie voor injectie voor runderen en schapen
2.
GEHALTE AAN WERKZA(A)M(E) BESTANDDE(E)L(EN)
Geïnactiveerd BTV8: 106,5 CCID50/ml
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Suspensie voor injectie.
4.
VERPAKKINGSGROOTTE
100 ml
252 ml
5.
DOELDIERSOORT(EN)
Schaap en rund.
6.
INDICATIE(S)



7.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG(EN)
SC
Lees vóór gebruik de bijsluiter.
8.
WACHTTIJD(EN)
Wachttijd: Nul dagen.
9.
SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NOODZAKELIJK
Lees vóór gebruik de bijsluiter.
10. UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP {maand/jaar}
Na aanprikken binnen 10 uur gebruiken.
11. BIJZONDERE BEWAARVOORSCHRIFTEN
Gekoeld bewaren en transporteren.
Beschermen tegen bevriezing.
Beschermen tegen licht.
12. SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN NIET-
GEBRUIKTE DIERGENEESMIDDELEN OF EVENTUELE RESTANTEN HIERVAN
Verwijdering: lees de bijsluiter.
13. VERMELDING 'UITSLUITEND VOOR DIERGENEESKUNDIG GEBRUIK' EN
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN DE LEVERING EN HET
GEBRUIK, INDIEN VAN TOEPASSING
Uitsluitend voor diergeneeskundig gebruik. Uitsluitend op diergeneeskundig voorschrift.
14. VERMELDING 'BUITEN HET ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN BEWAREN'
Buiten het zicht en bereik van kinderen bewaren.
15. NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
Intervet International B.V.
Wim de Körverstraat 35,
5831 AN Boxmeer
Nederland
16. NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING(EN) VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

17. PARTIJNUMMER FABRIKANT
Batch {nummer}

MINIMALE GEGEVENS DIE OP KLEINE VERPAKKINGSEENHEDEN MOETEN
WORDEN VERMELD

Flacon à 52 ml


1.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
Bovilis Blue-8 suspensie voor injectie voor runderen en schapen
2.
GEHALTE AAN WERKZA(A)M(E) BESTANDDE(E)L(EN)
Geïnactiveerd BTV8: 106,5 CCID50/ml
3.
SAMENSTELLING PER GEWICHT, PER VOLUME OF AANTAL EENHEDEN
52 ml
4.
TOEDIENINGSWEG(EN)
SC
5.
WACHTTIJD(EN)
Wachttijd: Nul dagen.
6.
PARTIJNUMMER
Batch {nummer}
7.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP {maand/jaar}
Na aanprikken binnen 10 uur gebruiken.
8.
VERMELDING 'UITSLUITEND VOOR DIERGENEESKUNDIG GEBRUIK'
Uitsluitend voor diergeneeskundig gebruik.











B. BIJSLUITER
BIJSLUITER:
Bovilis Blue-8 suspensie voor injectie voor runderen en schapen

1.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN EN DE FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE, INDIEN VERSCHILLEND
Intervet International B.V.
Wim de Körverstraat 35
5831 AN Boxmeer
Nederland
2.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
Bovilis Blue-8 suspensie voor injectie voor runderen en schapen
3.
GEHALTE AAN WERKZA(A)M(E) EN OVERIGE BESTANDDE(E)L(EN)
Per ml:
Geïnactiveerd Blauwtongvirus, serotype 8:
106,5 CCID50*
Aluminium hydroxide

6 mg
Gezuiverde saponine (Quil A)

0,05 mg
Thiomersal


0,1 mg
(* gelijkwaardig aan de titer vóór inactivatie)
4.
INDICATIE(S)
Schaap:
Voor de actieve immunisatie van schapen vanaf 2,5 maanden leeftijd om viremie* te voorkomen en
om de klinische verschijnselen veroorzaakt door Blauwtongvirus serotype 8 te verminderen.
*(Cycluswaarde (Ct) 36 in gevalideerde RT-PCR, indicatief voor de afwezigheid van viraal
genoom)
Aanvang van de immuniteit: 20 dagen na de tweede dosis
Duur van de immuniteit:
1 jaar na de tweede dosis
Rund:
Voor de actieve immunisatie van runderen vanaf 2,5 maanden leeftijd om viremie* te voorkomen
veroorzaakt door Blauwtongvirus serotype 8.
*(Cycluswaarde (Ct) 36 in gevalideerde RT-PCR, indicatief voor de afwezigheid van viraal
genoom)
Aanvang van de immuniteit: 31 dagen na de tweede dosis
Duur van de immuniteit:
1 jaar na de tweede dosis
5.
CONTRA-INDICATIES
Geen.
6.
BIJWERKINGEN
Een gemiddelde stijging van de lichaamstemperatuur tussen 0,5 en 1,0 °C is een vaak waargenomen
reactie bij schapen en runderen. Dit duurt niet langer dan 24 tot 48 uur. Voorbijgaande koorts werd in
zeldzame gevallen waargenomen. Tijdelijke plaatselijke reacties op de injectieplaats in de vorm van
een knobbel van 0,5 tot 1 cm bij schapen en 0,5 tot 3 cm bij runderen, treden zeer zelden op. Deze
verdwijnt binnen 14 dagen op zijn laatst en kan pijnlijk zijn. In zeer zeldzame gevallen kan er sprake
zijn van verminderde eetlust. Overgevoeligheidsreacties worden zeer zelden waargenomen.
De frequentie van bijwerkingen wordt als volgt gedefinieerd:
- Zeer vaak (meer dan 1 op de 10 behandelde dieren vertonen bijwerking(en))
- Vaak (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 100 behandelde dieren)
- Soms (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 1.000 behandelde dieren)
- Zelden (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 10.000 behandelde dieren)
- Zeer zelden (minder dan 1 van de 10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde rapporten)
Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u
vermoedt dat het diergeneesmiddel niet werkzaam is, wordt u verzocht uw dierenarts hiervan in kennis
te stellen.
7.
DOELDIERSOORT(EN)
Schaap en Rund.
8.
DOSERING VOOR ELKE DOELDIERSOORT, TOEDIENINGSWEG(EN) EN WIJZE
VAN GEBRUIK.
Toediening via subcutane injectie.
Basisvaccinatie:
Schapen vanaf 2,5 maanden leeftijd:
Tweevoudige subcutane toediening van 1 dosis van 2 ml, met een interval van 3 weken.
Runderen vanaf 2,5 maanden leeftijd:
Tweevoudige subcutane toediening van 1 dosis van 4 ml, met een interval van 3 weken.
Hervaccinatie:
Eén dosis per jaar.
Met inachtneming van de lokale epidemiologische status is voor ieder hervaccinatieschema
instemming nodig van de betroffen overheid of de behandelend dierenarts.
9.
AANWIJZINGEN VOOR EEN JUISTE TOEDIENING
Goed schudden vóór gebruik. Voorkom het meervoudig aanprikken van de flacon. Vermijd
contaminatie.
10. WACHTTIJD(EN)
Nul dagen.
11. BIJZONDERE BEWAARVOORSCHIFTEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen bewaren.
Gekoeld bewaren en transporteren (2 °C - 8 °C).
Beschermen tegen bevriezing. Beschermen tegen licht.
Dit diergeneesmiddel niet gebruiken na de uiterste gebruiksdatum vermeld op het etiket/omdoos.
Houdbaarheid na aanprikken van de flacon: 10 uur.
12. SPECIALE WAARSCHUWING(EN)
Speciale waarschuwingen voor elke doeldiersoort:
Vaccineer alleen gezonde dieren.
Incidenteel kan de opbouw van de bescherming door het vaccin gehinderd worden door de
aanwezigheid van maternale antilichamen in schapen van de aanbevolen minimale leeftijd.
Er is geen informatie beschikbaar voor het gebruik van het vaccin in seropositieve runderen, inclusief
dieren met maternale antilichamen.
Indien gebruikt in andere soorten gedomesticeerde en wilde herkauwers die een risico op infectie
hebben, dan is voorzichtigheid geboden bij het gebruik in deze soorten en wordt aangeraden om het
vaccin te testen op een klein aantal dieren vóórdat wordt overgegaan tot vaccinatie van grote groepen.
Het niveau van bescherming kan voor andere soorten afwijken van de bescherming zoals die wordt
gezien in schapen en runderen.
Dracht en lactatie:
Kan tijdens de dracht worden gebruikt. Er is geen negatieve invloed op de melkopbrengst bij gebruik
van het vaccin in lacterende ooien en koeien.
Vruchtbaarheid:
De veiligheid en effectiviteit van het vaccin zijn niet vastgesteld voor het gebruik in mannelijke
fokdieren (schapen en runderen). In deze groep dieren dient het vaccin alleen gebruikt te worden na
een risico-baten analyse door de behandelend dierenarts en/of de nationale overheid verantwoordelijk
voor het opstellen van het huidige vaccinatiebeleid voor blauwtongvirus (BTV).
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie:
Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit vaccin bij gebruik in
combinatie met enig ander diergeneesmiddel. Ten aanzien van het gebruik van dit vaccin vóór of na
enig ander diergeneesmiddel dient per geval een beslissing te worden genomen.
Overdosering (symptomen, procedures in noodgevallen, antidota):
Bij tweevoudige overdosering van het vaccin wordt incidenteel een lichte toename van de temperatuur
(0,5 °C ­ 1,0 °C) waargenomen gedurende 24 - 48 uur. Pijnloze zwellingen, met een grootte tot 2 cm
in schapen en tot 4,5 cm in runderen, komen incidenteel voor na een dubbele dosis.
Onverenigbaarheden:
Niet mengen met enig ander diergeneesmiddel.
13. SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN NIET-
GEBRUIKTE DIERGENEESMIDDELEN OF EVENTUEEL AFVALMATERIAAL
Vraag aan uw dierenarts wat u met overtollige diergeneesmiddelen dient te doen. Deze maatregelen
dragen bij aan de bescherming van het milieu.

14. DE DATUM WAAROP DE BIJSLUITER VOOR HET LAATST IS HERZIEN
Gedetailleerde informatie over dit diergeneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenagentschap (http://www.ema.europa.eu/).

15. OVERIGE INFORMATIE
Bovilis Blue-8 stimuleert de actieve immuniteit tegen Blauwtongvirus, serotype 8.
Verpakkingsgrootten:
Kartonnen doos met 1 flacon à 52 ml, 100 ml of 252 ml.
Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.

Heb je dit medicijn gebruikt? Bovilis Blue-8 te vormen.

Je ervaring helpt anderen een beeld over het gebruik van Bovilis Blue-8 te vormen.

Deel als eerste jouw ervaring over Bovilis Blue-8

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG