Tildiem 25 mg

Tildiem-iv-spc-pil-nl-030913
03/09/2013
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
TILDIEM 25 mg poeder voor oplossing voor injectie
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Diltiazemhydrochloride 25 mg
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Poeder voor oplossing voor injectie.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1. Therapeutische indicaties
- paroxysmale junctionele tachycardie;
- snelle atriale fibrillatie en flutter.
Alvorens Tildiem 25 mg toe te dienen is een voorafgaandelijke E.C.G. noodzakelijk om de
precieze diagnose van tachycardie vast te stellen.
4.2. Dosering en wijze van toediening
Dosering
- Behandeling van een aanval van junctionele tachycardie : 0,25 mg tot 0,30 mg/kg
rechtstreeks intraveneus in te spuiten (in 1 tot 2 min).
In deze indicatie wordt er in gemiddeld 87 % van de gevallen een sinusaal ritme
bekomen.
- Snelle atriale fibrillatie en flutter : door een dosis van 0,25 tot 0,30 mg/kg rechtstreeks
intraveneus in te spuiten (in 1 tot 2 min.) kan in gemiddeld 77% van de gevallen de
hartfrequentie tot minder dan 100 slagen/minuut verlaagd worden.
- Bij bejaarden en bij patiënten met een verstoorde lever- of nierfunctie kunnen verhoogde
plasmaspiegels van diltiazem waargenomen worden. Het is aanbevolen om bijzonder
attent te zijn voor de contra-indicaties en de gebruiksvoorzorgen en om in het bijzonder
de hartfrequentie en het ECG strikt op te volgen in het begin van de behandeling.
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
Response ID153434
Basis: response 240413
1/10
Tildiem-iv-spc-pil-nl-030913
03/09/2013
-
Kinderen : de veiligheid en de werkzaamheid van diltiazem werden niet bepaald bij
kinderen. Zijn gebruik is dus niet aanbevolen bij kinderen (cf. rubriek 4.4.).
Wijze van toediening
Onmiddellijk vóór de I.V. injectie oplossen met 5 ml water voor injecties.
De bereide oplossing moet binnen de daaropvolgende 24 uur worden gebruikt.
4.3. Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde
hulpstoffen.
- Sick sinus syndroom, behalve bij aanwezigheid van een functionerende ventriculaire
pacemaker.
- Atrioventriculaire blok van de 2de of de 3de graad behalve bij aanwezigheid van een
functionerende ventriculaire pacemaker.
- Ernstige bradycardie (minder dan 40 slagen per minuut).
- Patiënten met gekende accessoire bypass ( Wolf-Parkinson-White syndroom of
syndroom van kort PR interval) en die een atriale fibrillatie of flutter ontwikkelen, mogen
geen diltiazem intraveneus toegediend krijgen.
- Arteriële hypotensie in associatie met een hypovolemie en/of een hartinsufficiëntie.
- Cardiogene shock.
- Linkerventrikelinsufficiëntie met longstase.
- Associatie met dantroleen (infusie) (zie rubriek 4.5. Interacties met andere
geneesmiddelen en andere vormen van interactie).
4.4. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Een strikte controle is vereist bij patiënten met een verminderde linkerventrikelfunctie, een
bradycardie of een atrioventriculaire blok van de 1ste graad aangetoond op ECG (risico op
een
verergering en in zeldzame gevallen op een volledige blok).
In geval van cardiomegalie, hartinsufficiëntie of arteriële hypotensie (voor zover deze geen
verband houdt met een hypovolemie en (of) met een hartinsufficiëntie – cf. rubriek 4.3.
Contra-
indicaties), mag de behandeling enkel worden toegediend in ziekenhuismilieu.
Bij bejaarden en bij patiënten met een verstoorde lever- of nierfunctie kunnen de
plasmaspiegels van diltiazem verhoogd zijn. Het is aanbevolen om bijzonder attent te zijn
voor
de contra-indicaties en de gebruiksvoorzorgen en om in het bijzonder de hartfrequentie en
het
ECG strikt op te volgen in het begin van de behandeling.
Kinderen : de veiligheid en de werkzaamheid van diltiazem werden niet bepaald bij
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
Response ID153434
Basis: response 240413
2/10
Tildiem-iv-spc-pil-nl-030913
03/09/2013
kinderen.
Zijn gebruik is dus niet aanbevolen bij kinderen.
Anesthesie : vóór een algemene verdoving moet de anesthesist verwittigd worden dat de
patiënt behandeld wordt met diltiazem. De afname van de contractiliteit, van de geleiding
en
van het automatisme van het hart, alsook de vasodilatatie die worden waargenomen met
anesthetica, kunnen versterkt zijn door de calciumantagonisten. Omwille van het
hypotensief
effect van diltiazem, moet de gelijktijdige toediening van nitraten tijdens de anesthesie
voorzichtig gebeuren (zie rubriek 4.5. Interacties met andere geneesmiddelen en andere
vormen van interactie).
Calciumantagonisten, zoals diltiazem, kunnen geassocieerd zijn met humeurswijzigingen,
met
inbegrip van depressie.
Zoals andere calciumantagonisten, heeft diltiazem een inhiberend effect op de intestinale
motiliteit. Daarom zal het met voorzichtigheid gebruikt worden bij patiënten die het risico
lopen
op de ontwikkeling van een intestinale obstructie.
Bij patiënten met latente of uitgesproken diabetes mellitus is een strikte controle nodig
gezien een mogelijke toename van de glucosespiegels in het bloed.
4.5. Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Combinaties die tegenaangewezen zijn uit veiligheid:
-
Dantroleen (infusie): Letale ventriculaire fibrillatie wordt regelmatig waargenomen bij
dieren na gelijktijdige intraveneuze toediening van verapamil en dantroleen. De
combinatie van een calciumantagonist en dantroleen is daarom potentieel gevaarlijk (zie
rubriek 4.3. Contra-indicaties).
Combinaties die gebruiksvoorzorgen vereisen:
-
Lithium: risico op toename van de door lithium geïnduceerde neurotoxiciteit.
- Nitraten: toename van het hypotensief effect en lipothymieën
(additie van
vasodilaterende effecten).
Bij alle patiënten die behandeld worden met calciumantagonisten, mogen nitraten enkel in
progressief stijgende dosissen worden voorgeschreven.
- Theofylline: Stijging van de circulerende spiegels van theofylline.
- Alfa-antagonisten: Toename van het hypotensief effect.
De associatie met alfa-antagonisten kan hypotensie uitlokken of versterken. De
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
Response ID153434
Basis: response 240413
3/10
Tildiem-iv-spc-pil-nl-030913
03/09/2013
combinatie van diltiazem met een alfa-antagonist mag alleen overwogen worden onder
strikte monitoring van de bloeddruk.
- Amiodarone, Digoxine : Verhoogd risico op bradycardie :
Voorzichtigheid is vereist in geval van combinatie met diltiazem, in het bijzonder bij
bejaarden of bij gebruik van hoge dosissen.
Risico op stijging van de digoxinespiegels.
- Bètablokkers: Mogelijkheid van ritmestoornissen (overdreven bradycardie, sinus arrest),
stoornissen in de sino-atriale en atrio-ventriculaire geleiding en hartinsufficiëntie (synergie
van effecten). Zulk een combinatie mag enkel gebeuren onder een strikte klinische en
elektrocardiografische monitoring, in het bijzonder in het begin van de behandeling.
- Andere anti-aritmica:
Aangezien diltiazem anti-aritmische eigenschappen heeft, is het gelijktijdig voorschrijven
met andere anti-aritmica (kinidine, disopyramide, lidocaïne en derivaten) niet aanbevolen
omwille van de toename van cardiale bijwerkingen door additieve effecten. Deze
combinatie mag enkel gebruikt worden onder een strikte klinische en
elektrocardiografische monitoring.
- Carbamazepine: Stijging van de circulerende carbamazepinespiegels.
Het is aanbevolen om de plasmaspiegels van carbamazepine te meten en de dosis indien
nodig aan te passen.
- Rifampicine:
Risico op daling van de plasmaspiegels van diltiazem na het starten van een therapie met
rifampicine.
De patiënt moet nauwgezet worden opgevolgd bij het starten en stoppen van een
behandeling met rifampicine.
- H
2
-antihistaminica (cimetidine, famotidine, nizatidine en ranitidine): Stijging van de
plasmaspiegels van diltiazem.
De patiënten behandeld met diltiazem moeten nauwgezet worden opgevolgd in het begin
en aan het einde van een behandeling met een H
2
-antihistaminicum. Het kan nodig zijn
om de dagdosis van diltiazem aan te passen.
- Ciclosporine: Stijging van de circulerende spiegels van ciclosporine.
Het is aanbevolen om de dosis van ciclosporine te verlagen, de nierfunctie te controleren,
de circulerende spiegels van ciclosporine te doseren en om de dosering aan te passen
tijdens de associatie en na de stopzetting ervan.
- Anesthesie: De afname van de contractiliteit, van de geleiding en van het automatisme
van het hart, alsook de vasodilatatie die worden waargenomen met anesthetica, kunnen
versterkt zijn door de calciumantagonisten. Bij het gelijktijdig gebruik van halogene
anesthetica en diltiazem, moet de dosering van diltiazem aangepast worden aan de
hemodynamische respons. Een afname van de snelheid van decurarisatie zou
waargenomen kunnen worden bij patiënten die tijdens de anesthesie gelijktijdig
behandeld worden met diltiazem en curare.
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
Response ID153434
Basis: response 240413
4/10
Tildiem-iv-spc-pil-nl-030913
03/09/2013
Het gelijktijdig gebruik van nitraten tijdens de anesthesie kan het hypotensief effect van
diltiazem versterken (zie rubriek 4.4. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij
gebruik).
Algemene informatie om in acht te nemen:
- Omwille van de potentiële bijkomende effecten, zijn bijzondere aandacht en een
nauwgezette titratie vereist bij patiënten die gelijktijdig behandeld worden met diltiazem
en andere producten waarvan bekend is dat ze effecten hebben op de hartcontractiliteit
en/of op de hartgeleiding.
-
Diltiazem wordt gemetaboliseerd door CYP3A4. Een matige stijging (minder dan het
dubbele) van de plasmaconcentratie van diltiazem werd waargenomen bij de gelijktijdige
toediening met een krachtigere CYP3A4 inhibitor. Diltiazem is ook een inhibitor van de
CYP3A4 isovorm. De gelijktijdige toediening met andere CYP3A4 substraten kan leiden
tot een stijging van de plasmaconcentratie van elk gelijktijdig toegediend geneesmiddel.
De gelijktijdige toediening van diltiazem met een CYP3A4 inductor kan leiden tot een
daling van de plasmaconcentratie van diltiazem.
plasmaconcentraties van midazolam en triazolam en verlengt hun halfleven. Bijzondere
voorzorg dient te worden besteed wanneer kortwerkende benzodiazepines, die door
CYP3A4 worden gemetaboliseerd, worden voorgeschreven aan patiënten die diltiazem
gebruiken.
-
Benzodiazepines (midazolam, triazolam): Diltiazem verhoogt op significante wijze de
-
Corticosteroïden (methylprednisolon): Inhibitie van het methylprednisolonmetabolisme
(CYP3A4) en inhibitie van de P-glycoproteïne. De patiënt dient strikt te worden opgevolgd
wanneer men een behandeling met methylprednisolon initieert. Een aanpassing van de
dosis van methylprednisolon kan nodig zijn.
- Statines: Diltiazem is een CYP3A4 inhibitor en het is aangetoond dat het de AUC van
bepaalde statines op significante wijze kan doen toenemen. Het risico op myopathie en
op rhabdomyolyse, veroorzaakt door statines die gemetaboliseerd worden door CYP3A4,
kan verhoogd zijn bij gelijktijdig gebruik van diltiazem. Indien mogelijk, dient een statine,
die niet door CYP3A4 wordt gemetaboliseerd, te worden gebruikt, anders is een
nauwlettende monitoring van de tekens en symptomen van een potentiële statinetoxiciteit
noodzakelijk.
4.6. Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Er bestaan zeer weinig gegevens over het gebruik van diltiazem bij zwangere patiënten.
Studies uitgevoerd op bepaalde dierspecies (rat, muis, konijn) toonden een toxiciteit op de
voortplantingsfunctie aan.
Om deze reden is de toediening van diltiazem niet aanbevolen bij zwangere vrouwen of
vrouwen die zwanger kunnen worden en die geen doeltreffende contraceptie gebruiken.
Diltiazem wordt in lage concentraties uitgescheiden in de moedermelk. Het geven van
borstvoeding dient te worden vermeden wanneer men dit geneesmiddel gebruikt.
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
Response ID153434
Basis: response 240413
5/10
Tildiem-iv-spc-pil-nl-030913
03/09/2013
Als het gebruik van diltiazem medisch noodzakelijk wordt geacht, moet er een alternatieve
methode ingesteld worden om het kind te voeden.
4.7. Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Op basis van de gerapporteerde neveneffecten zoals duizeligheid (vaak) en malaise (vaak)
kan het vermogen om voertuigen te besturen of machines te bedienen verstoord zijn. Er
werden echter geen studies uitgevoerd.
4.8. Bijwerkingen
De bijwerkingen die hieronder worden vermeld, werden geklasseerd volgens systeem-
orgaanklasse en volgens de CIOMS frequentie op basis van de volgende conventie:
Zeer vaak (≥ 1/10) ; Vaak (≥ 1/100, < 1/10) ; Soms (≥ 1/1000, < 1/100) ; Zelden (≥ 1/10000,
< 1/1000) ; Zeer zelden (< 1/10000) ; frequentie niet bekend (kan met de beschikbare
gegevens niet worden bepaald).
Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.
Bloed en lymfestelselaandoeningen:
Frequentie niet bekend
: Trombocytopenie.
Voedings- en stofwisselingsstoornissen:
Frequentie niet bekend:
hyperglycemie
Psychische stoornissen:
Soms
: zenuwachtigheid, slapeloosheid.
Frequentie niet bekend
: humeurswijzigingen (met inbegrip van depressie).
Zenuwstelselaandoeningen:
Vaak
: hoofdpijn, duizeligheid.
Soms
: syncope.
Frequentie niet bekend
: extrapyramidaal syndroom.
Hartaandoeningen:
Vaak:
atrioventriculaire blok (kan van eerste, tweede of derde graad zijn; een
bundeltakblok kan optreden), palpitaties.
Soms:
bradycardie.
Frequentie niet bekend
: sino-atriale blok, congestieve hartinsufficiëntie.
Bloedvataandoeningen:
Vaak
: flushing.
Soms
: orthostatische hypotensie.
Frequentie niet bekend
: vasculitis (met inbegrip van leukocytoplastische vasculitis).
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
Response ID153434
Basis: response 240413
6/10
Tildiem-iv-spc-pil-nl-030913
03/09/2013
Maagdarmstelselaandoeningen:
Vaak
: constipatie, dyspepsie, gastralgie, misselijkheid.
Soms
: braken, diarree.
Zelden
: droge mond.
Frequentie niet bekend
: tandvleeshyperplasie.
Lever- en galaandoeningen:
Soms
: stijging van de leverenzymen (AST, ALT, LDH, ALP).
Frequentie niet bekend
: hepatitis.
Huid- en onderhuidaandoeningen:
Vaak
: erytheem.
Zelden
: urticaria.
Frequentie niet bekend
: fotosensibiliteit (met inbegrip van lichenoïde keratosis op de aan
de zon blootgestelde huidoppervlakten), angio-oedeem, rash, polymorf erytheem (met
inbegrip van Stevens-Johnson syndroom en toxische epidermale necrolyse), transpiratie,
exfoliatieve dermatitis, acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulosis (AGEP),
occasioneel desquamatief erytheem al dan niet gepaard gaand met koorts.
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen:
Frequentie niet bekend
: gynaecomastie.
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen:
Zeer vaak
: perifeer oedeem.
Vaak
: asthenie/vermoeidheid, malaise.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te
melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het
geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg
wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via
Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Afdeling Vigilantie, EUROSTATION II, Victor Hortaplein, 40/ 40, B-1060 Brussel.
Website:
www.fagg.be
e-mail:
adversedrugreactions@fagg-afmps.be
4.9. Overdosering
In geval van overdosering kunnen bradycardie of een uitgesproken hypotensie
waargenomen worden.
De voorgestelde corrigerende behandelingen zijn: atropine, glucagon of epinefrine.
In geval van ernstige bradycardie kan het tijdelijk gebruik van een pacemaker overwogen
worden.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
Response ID153434
Basis: response 240413
7/10
Tildiem-iv-spc-pil-nl-030913
03/09/2013
5.1. Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: selectieve calciumantagonist met directe cardiale
effecten, benzothiazepinederivaat. ATC-code: C08DB01.
TILDIEM 25 mg remt de transmembranaire calciuminflux ter hoogte van de myocardvezels
en van de gladde spiervezels van de bloedvaten en vermindert zo de hoeveelheid
intracellulair calcium die de contractiele eiwitten bereikt.
Ter hoogte van de atrioventriculaire knoop vermindert TILDIEM 25 mg de
prikkelgeleidingssnelheid (Vmax), de amplitude van de trage actiepotentiaal, en de trage
diastolische depolarisatiesnelheid. TILDIEM 25 mg verlengt de reactiveringsfase van het
calciumkanaal en verlengt zo de refractaire periode in de AV knoop.
De studies die uitgevoerd werden met TILDIEM 25 mg bij de mens hebben de volgende
eigenschappen aangetoond:
- werkzaam tegen junctionele aritmieën : vertraging van de geleiding ter hoogte van de
atrioventriculaire knoop;
- TILDIEM 25 mg heeft geen invloed op de intraventiculaire geleiding;
Bij patiënten zonder stoornissen van de sinusfunctie werd geen significante verlenging van
de sinusale recuperatietijd waargenomen.
- Een gunstige werking bij myocardischemie :
. afname van het zuurstofverbruik,
. opheffing van coronaire spasmen.
5.2. Farmacokinetische eigenschappen
Distributie
Het distributiehalfleven van TILDIEM 25 mg na intraveneuze toediening bedraagt bij de
mens 25 tot 30 minuten.
Diltiazem is voor 80-85 % gebonden aan eiwitten.
Biotransformatie
Het product wordt hoofdzakelijk gemetaboliseerd door de lever ; zijn belangrijkste actieve
metaboliet is desacetyldiltiazem.
Eliminatie
Het plasmatisch eliminatiehalfleven bedraagt ongeveer 3 u. Gemiddeld wordt slechts 3 %
van de toegediende dosis teruggevonden in de urine onder de vorm van onveranderd
diltiazem en 5% wordt teruggevonden onder de vorm van de actieve metaboliet.
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
Response ID153434
Basis: response 240413
8/10
Tildiem-iv-spc-pil-nl-030913
03/09/2013
5.3. Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Dierstudies toonden de aanwezigheid van embryotoxische en teratogene effecten bij de
muis en de rat aan, hoewel dit niet werd waargenomen in een tweede studie bij de rat.
Er werden geen duidelijke aanwijzingen van teratogeniciteit waargenomen bij het konijn,
maar er werd daarentegen een uitgesproken embryotoxiciteit waargenomen.
Er werden geen andere problemen waargenomen tijdens de algemene toxicologische
studies.
Diltiazem had geen genotoxisch effect in een standaardbatterij van
in vitro
en
in vivo
studies.
Er werd geen carcinogeen effect waargenomen in de carcinogeniciteitsstudies die
uitgevoerd werden bij de rat en de muis.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1. Lijst van hulpstoffen
Mannitol
6.2. Gevallen van onverenigbaarheid
Geen gegevens bezorgd.
6.3. Houdbaarheid
3 jaar.
De vervaldatum is aangegeven op de verpakkingen na het teken EXP. (maand/ jaar). Het
geneesmiddel is vervallen op de laatste dag van de aangegeven maand.
6.4. Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
6.5. Aard en inhoud van de verpakking
Dozen met 1 injectieflacon met poeder voor oplossing voor injectie
Dozen met 6 injectieflacons met poeder voor oplossing voor injectie
Dozen met 20 injectieflacons met poeder voor oplossing voor injectie.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
Response ID153434
Basis: response 240413
9/10
Tildiem-iv-spc-pil-nl-030913
03/09/2013
6.6. Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Onmiddellijk vóór de I.V. injectie oplossen met 5ml water voor injecties.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Sanofi Belgium
Leonardo Da Vincilaan 19
1831
Diegem
Tel.: 02 / 710 54 00
e-mail: info.belgium@sanofi.com
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE131792
Dit geneesmiddel wordt afgeleverd op medisch voorschrift.
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING / HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING
12 Juni 1985 / 18 April 2008.
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
September 2013
Datum van goedkeuring van de tekst:10/2013
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
Response ID153434
Basis: response 240413
10/10
03/09/2013
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
TILDIEM 25 mg poeder voor oplossing voor injectie
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Diltiazemhydrochloride 25 mg
Voor de vol edige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Poeder voor oplossing voor injectie.
4. KLINISCHE GEGEVENS
4.1. Therapeutische indicaties
- paroxysmale junctionele tachycardie;
- snel e atriale fibril atie en flutter.
Alvorens Tildiem 25 mg toe te dienen is een voorafgaandelijke E.C.G. noodzakelijk om de
precieze diagnose van tachycardie vast te stel en.
4.2. Dosering en wijze van toediening
Dosering
- Behandeling van een aanval van junctionele tachycardie : 0,25 mg tot 0,30 mg/kg
rechtstreeks intraveneus in te spuiten (in 1 tot 2 min).
In deze indicatie wordt er in gemiddeld 87 % van de geval en een sinusaal ritme
bekomen.
- Snel e atriale fibril atie en flutter : door een dosis van 0,25 tot 0,30 mg/kg rechtstreeks
intraveneus in te spuiten (in 1 tot 2 min.) kan in gemiddeld 77% van de geval en de
hartfrequentie tot minder dan 100 slagen/minuut verlaagd worden.
- Bij bejaarden en bij patiënten met een verstoorde lever- of nierfunctie kunnen verhoogde
plasmaspiegels van diltiazem waargenomen worden. Het is aanbevolen om bijzonder
attent te zijn voor de contra-indicaties en de gebruiksvoorzorgen en om in het bijzonder
de hartfrequentie en het ECG strikt op te volgen in het begin van de behandeling.
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
1/10
03/09/2013
- Kinderen : de veiligheid en de werkzaamheid van diltiazem werden niet bepaald bij
kinderen. Zijn gebruik is dus niet aanbevolen bij kinderen (cf. rubriek 4.4.).
Wijze van toediening
Onmiddel ijk vóór de I.V. injectie oplossen met 5 ml water voor injecties.
De bereide oplossing moet binnen de daaropvolgende 24 uur worden gebruikt.
4.3. Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde
hulpstoffen.
- Sick sinus syndroom, behalve bij aanwezigheid van een functionerende ventriculaire
pacemaker.
- Atrioventriculaire blok van de 2de of de 3de graad behalve bij aanwezigheid van een
functionerende ventriculaire pacemaker.
- Ernstige bradycardie (minder dan 40 slagen per minuut).
- Patiënten met gekende accessoire bypass ( Wolf-Parkinson-White syndroom of
syndroom van kort PR interval) en die een atriale fibril atie of flutter ontwikkelen, mogen
geen diltiazem intraveneus toegediend krijgen.
- Arteriële hypotensie in associatie met een hypovolemie en/of een hartinsufficiëntie.
- Cardiogene shock.
- Linkerventrikelinsufficiëntie met longstase.
- Associatie met dantroleen (infusie) (zie rubriek 4.5. Interacties met andere
geneesmiddelen en andere vormen van interactie).
4.4. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Een strikte controle is vereist bij patiënten met een verminderde linkerventrikelfunctie, een
bradycardie of een atrioventriculaire blok van de 1ste graad aangetoond op ECG (risico op
een
verergering en in zeldzame geval en op een vol edige blok).
In geval van cardiomegalie, hartinsufficiëntie of arteriële hypotensie (voor zover deze geen
verband houdt met een hypovolemie en (of) met een hartinsufficiëntie ­ cf. rubriek 4.3.
Contra-
indicaties), mag de behandeling enkel worden toegediend in ziekenhuismilieu.
Bij bejaarden en bij patiënten met een verstoorde lever- of nierfunctie kunnen de
plasmaspiegels van diltiazem verhoogd zijn. Het is aanbevolen om bijzonder attent te zijn
voor
de contra-indicaties en de gebruiksvoorzorgen en om in het bijzonder de hartfrequentie en
het
ECG strikt op te volgen in het begin van de behandeling.
Kinderen : de veiligheid en de werkzaamheid van diltiazem werden niet bepaald bij
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
2/10
03/09/2013
kinderen.
Zijn gebruik is dus niet aanbevolen bij kinderen.
Anesthesie : vóór een algemene verdoving moet de anesthesist verwittigd worden dat de
patiënt behandeld wordt met diltiazem. De afname van de contractiliteit, van de geleiding
en
van het automatisme van het hart, alsook de vasodilatatie die worden waargenomen met
anesthetica, kunnen versterkt zijn door de calciumantagonisten. Omwil e van het
hypotensief
effect van diltiazem, moet de gelijktijdige toediening van nitraten tijdens de anesthesie
voorzichtig gebeuren (zie rubriek 4.5. Interacties met andere geneesmiddelen en andere
vormen van interactie).
Calciumantagonisten, zoals diltiazem, kunnen geassocieerd zijn met humeurswijzigingen,
met
inbegrip van depressie.
Zoals andere calciumantagonisten, heeft diltiazem een inhiberend effect op de intestinale
motiliteit. Daarom zal het met voorzichtigheid gebruikt worden bij patiënten die het risico
lopen
op de ontwikkeling van een intestinale obstructie.
Bij patiënten met latente of uitgesproken diabetes mel itus is een strikte controle nodig
gezien een mogelijke toename van de glucosespiegels in het bloed.
4.5. Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Combinaties die tegenaangewezen zijn uit veiligheid:
- Dantroleen (infusie): Letale ventriculaire fibril atie wordt regelmatig waargenomen bij
dieren na gelijktijdige intraveneuze toediening van verapamil en dantroleen. De
combinatie van een calciumantagonist en dantroleen is daarom potentieel gevaarlijk (zie
rubriek 4.3. Contra-indicaties).
Combinaties die gebruiksvoorzorgen vereisen:
- L ithium : risico op toename van de door lithium geïnduceerde neurotoxiciteit.
- Nitraten: toename van het hypotensief effect en lipothymieën (additie van
vasodilaterende effecten).
Bij al e patiënten die behandeld worden met calciumantagonisten, mogen nitraten enkel in
progressief stijgende dosissen worden voorgeschreven.
- Theofyl ine: Stijging van de circulerende spiegels van theofyl ine.
- Alfa-antagonisten: Toename van het hypotensief effect.
De associatie met alfa-antagonisten kan hypotensie uitlokken of versterken. De
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
3/10
03/09/2013
combinatie van diltiazem met een alfa-antagonist mag al een overwogen worden onder
strikte monitoring van de bloeddruk.
- Amiodarone, Digoxine : Verhoogd risico op bradycardie :
Voorzichtigheid is vereist in geval van combinatie met diltiazem, in het bijzonder bij
bejaarden of bij gebruik van hoge dosissen.
Risico op stijging van de digoxinespiegels.
- Bètablokkers: Mogelijkheid van ritmestoornissen (overdreven bradycardie, sinus arrest),
stoornissen in de sino-atriale en atrio-ventriculaire geleiding en hartinsufficiëntie (synergie
van effecten). Zulk een combinatie mag enkel gebeuren onder een strikte klinische en
elektrocardiografische monitoring, in het bijzonder in het begin van de behandeling.
- Andere anti-aritmica:
Aangezien diltiazem anti-aritmische eigenschappen heeft, is het gelijktijdig voorschrijven
met andere anti-aritmica (kinidine, disopyramide, lidocaïne en derivaten) niet aanbevolen
omwil e van de toename van cardiale bijwerkingen door additieve effecten. Deze
combinatie mag enkel gebruikt worden onder een strikte klinische en
elektrocardiografische monitoring.
- Carbamazepine: Stijging van de circulerende carbamazepinespiegels.
Het is aanbevolen om de plasmaspiegels van carbamazepine te meten en de dosis indien
nodig aan te passen.
- Rifampicine:
Risico op daling van de plasmaspiegels van diltiazem na het starten van een therapie met
rifampicine.
De patiënt moet nauwgezet worden opgevolgd bij het starten en stoppen van een
behandeling met rifampicine.
- H2-antihistaminica (cimetidine, famotidine, nizatidine en ranitidine): Stijging van de
plasmaspiegels van diltiazem.
De patiënten behandeld met diltiazem moeten nauwgezet worden opgevolgd in het begin
en aan het einde van een behandeling met een H2-antihistaminicum. Het kan nodig zijn
om de dagdosis van diltiazem aan te passen.
- Ciclosporine: Stijging van de circulerende spiegels van ciclosporine.
Het is aanbevolen om de dosis van ciclosporine te verlagen, de nierfunctie te controleren,
de circulerende spiegels van ciclosporine te doseren en om de dosering aan te passen
tijdens de associatie en na de stopzetting ervan.
- Anesthesie: De afname van de contractiliteit, van de geleiding en van het automatisme
van het hart, alsook de vasodilatatie die worden waargenomen met anesthetica, kunnen
versterkt zijn door de calciumantagonisten. Bij het gelijktijdig gebruik van halogene
anesthetica en diltiazem, moet de dosering van diltiazem aangepast worden aan de
hemodynamische respons. Een afname van de snelheid van decurarisatie zou
waargenomen kunnen worden bij patiënten die tijdens de anesthesie gelijktijdig
behandeld worden met diltiazem en curare.
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
4/10
03/09/2013
Het gelijktijdig gebruik van nitraten tijdens de anesthesie kan het hypotensief effect van
diltiazem versterken (zie rubriek 4.4. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij
gebruik).
Algemene informatie om in acht te nemen:
- Omwil e van de potentiële bijkomende effecten, zijn bijzondere aandacht en een
nauwgezette titratie vereist bij patiënten die gelijktijdig behandeld worden met diltiazem
en andere producten waarvan bekend is dat ze effecten hebben op de hartcontractiliteit
en/of op de hartgeleiding.
- Diltiazem wordt gemetaboliseerd door CYP3A4. Een matige stijging (minder dan het
dubbele) van de plasmaconcentratie van diltiazem werd waargenomen bij de gelijktijdige
toediening met een krachtigere CYP3A4 inhibitor. Diltiazem is ook een inhibitor van de
CYP3A4 isovorm. De gelijktijdige toediening met andere CYP3A4 substraten kan leiden
tot een stijging van de plasmaconcentratie van elk gelijktijdig toegediend geneesmiddel.
De gelijktijdige toediening van diltiazem met een CYP3A4 inductor kan leiden tot een
daling van de plasmaconcentratie van diltiazem.
- B
enzodiazepines (midazolam, triazolam): Diltiazem verhoogt op significante wijze de
plasmaconcentraties van midazolam en triazolam en verlengt hun halfleven. Bijzondere
voorzorg dient te worden besteed wanneer kortwerkende benzodiazepines, die door
CYP3A4 worden gemetaboliseerd, worden voorgeschreven aan patiënten die diltiazem
gebruiken.
- C
orticosteroïden (methylprednisolon): Inhibitie van het methylprednisolonmetabolisme
(CYP3A4) en inhibitie van de P-glycoproteïne. De patiënt dient strikt te worden opgevolgd
wanneer men een behandeling met methylprednisolon initieert. Een aanpassing van de
dosis van methylprednisolon kan nodig zijn.
- Statines: Diltiazem is een CYP3A4 inhibitor en het is aangetoond dat het de AUC van
bepaalde statines op significante wijze kan doen toenemen. Het risico op myopathie en
op rhabdomyolyse, veroorzaakt door statines die gemetaboliseerd worden door CYP3A4,
kan verhoogd zijn bij gelijktijdig gebruik van diltiazem. Indien mogelijk, dient een statine,
die niet door CYP3A4 wordt gemetaboliseerd, te worden gebruikt, anders is een
nauwlettende monitoring van de tekens en symptomen van een potentiële statinetoxiciteit
noodzakelijk.
4.6. Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Er bestaan zeer weinig gegevens over het gebruik van diltiazem bij zwangere patiënten.
Studies uitgevoerd op bepaalde dierspecies (rat, muis, konijn) toonden een toxiciteit op de
voortplantingsfunctie aan.
Om deze reden is de toediening van diltiazem niet aanbevolen bij zwangere vrouwen of
vrouwen die zwanger kunnen worden en die geen doeltreffende contraceptie gebruiken.
Diltiazem wordt in lage concentraties uitgescheiden in de moedermelk. Het geven van
borstvoeding dient te worden vermeden wanneer men dit geneesmiddel gebruikt.
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
5/10
03/09/2013
Als het gebruik van diltiazem medisch noodzakelijk wordt geacht, moet er een alternatieve
methode ingesteld worden om het kind te voeden.
4.7. Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Op basis van de gerapporteerde neveneffecten zoals duizeligheid (vaak) en malaise (vaak)
kan het vermogen om voertuigen te besturen of machines te bedienen verstoord zijn. Er
werden echter geen studies uitgevoerd.
4.8. Bijwerkingen
De bijwerkingen die hieronder worden vermeld, werden geklasseerd volgens systeem-
orgaanklasse en volgens de CIOMS frequentie op basis van de volgende conventie:
Zeer vaak ( 1/10) ; Vaak ( 1/100, < 1/10) ; Soms ( 1/1000, < 1/100) ; Zelden ( 1/10000,
< 1/1000) ; Zeer zelden (< 1/10000) ; frequentie niet bekend (kan met de beschikbare
gegevens niet worden bepaald).
Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.
Bloed en lymfestelselaandoeningen:
Frequentie niet bekend : Trombocytopenie.
Voedings- en stofwisselingsstoornissen:
Frequentie niet bekend: hyperglycemie
Psychische stoornissen:
Soms : zenuwachtigheid, slapeloosheid.
Frequentie niet bekend : humeurswijzigingen (met inbegrip van depressie).
Zenuwstelselaandoeningen:
Vaak : hoofdpijn, duizeligheid.
Soms : syncope.
Frequentie niet bekend : extrapyramidaal syndroom.
Hartaandoeningen:
Vaak: atrioventriculaire blok (kan van eerste, tweede of derde graad zijn; een
bundeltakblok kan optreden), palpitaties.
Soms: bradycardie.
Frequentie niet bekend : sino-atriale blok, congestieve hartinsufficiëntie.
Bloedvataandoeningen:
Vaak : flushing.
Soms : orthostatische hypotensie.
Frequentie niet bekend : vasculitis (met inbegrip van leukocytoplastische vasculitis).
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
6/10
03/09/2013
Maagdarmstelselaandoeningen:
Vaak : constipatie, dyspepsie, gastralgie, misselijkheid.
Soms : braken, diarree.
Zelden : droge mond.
Frequentie niet bekend : tandvleeshyperplasie.
Lever- en galaandoeningen:
Soms : stijging van de leverenzymen (AST, ALT, LDH, ALP).
Frequentie niet bekend : hepatitis.
Huid- en onderhuidaandoeningen:
Vaak : erytheem.
Zelden : urticaria.
Frequentie niet bekend : fotosensibiliteit (met inbegrip van lichenoïde keratosis op de aan
de zon blootgestelde huidoppervlakten), angio-oedeem, rash, polymorf erytheem (met
inbegrip van Stevens-Johnson syndroom en toxische epidermale necrolyse), transpiratie,
exfoliatieve dermatitis, acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulosis (AGEP),
occasioneel desquamatief erytheem al dan niet gepaard gaand met koorts.
Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen:
Frequentie niet bekend : gynaecomastie.
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen:
Zeer vaak : perifeer oedeem.
Vaak : asthenie/vermoeidheid, malaise.
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te
melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het
geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg
wordt verzocht al e vermoedelijke bijwerkingen te melden via
Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
Afdeling Vigilantie, EUROSTATION II, Victor Hortaplein, 40/ 40, B-1060 Brussel.
Website: www.fagg.be
e-mail: adversedrugreactions@fagg-afmps.be
4.9. Overdosering
In geval van overdosering kunnen bradycardie of een uitgesproken hypotensie
waargenomen worden.
De voorgestelde corrigerende behandelingen zijn: atropine, glucagon of epinefrine.
In geval van ernstige bradycardie kan het tijdelijk gebruik van een pacemaker overwogen
worden.
5. FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
7/10
03/09/2013
5.1. Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: selectieve calciumantagonist met directe cardiale
effecten, benzothiazepinederivaat. ATC-code: C08DB01.
TILDIEM 25 mg remt de transmembranaire calciuminflux ter hoogte van de myocardvezels
en van de gladde spiervezels van de bloedvaten en vermindert zo de hoeveelheid
intracel ulair calcium die de contractiele eiwitten bereikt.
Ter hoogte van de atrioventriculaire knoop vermindert TILDIEM 25 mg de
prikkelgeleidingssnelheid (Vmax), de amplitude van de trage actiepotentiaal, en de trage
diastolische depolarisatiesnelheid. TILDIEM 25 mg verlengt de reactiveringsfase van het
calciumkanaal en verlengt zo de refractaire periode in de AV knoop.
De studies die uitgevoerd werden met TILDIEM 25 mg bij de mens hebben de volgende
eigenschappen aangetoond:
- werkzaam tegen junctionele aritmieën : vertraging van de geleiding ter hoogte van de
atrioventriculaire knoop;
- TILDIEM 25 mg heeft geen invloed op de intraventiculaire geleiding;
Bij patiënten zonder stoornissen van de sinusfunctie werd geen significante verlenging van
de sinusale recuperatietijd waargenomen.
- Een gunstige werking bij myocardischemie :
. afname van het zuurstofverbruik,
. opheffing van coronaire spasmen.
5.2. Farmacokinetische eigenschappen
Distributie
Het distributiehalfleven van TILDIEM 25 mg na intraveneuze toediening bedraagt bij de
mens 25 tot 30 minuten.
Diltiazem is voor 80-85 % gebonden aan eiwitten.
Biotransformatie
Het product wordt hoofdzakelijk gemetaboliseerd door de lever ; zijn belangrijkste actieve
metaboliet is desacetyldiltiazem.
Eliminatie
Het plasmatisch eliminatiehalfleven bedraagt ongeveer 3 u. Gemiddeld wordt slechts 3 %
van de toegediende dosis teruggevonden in de urine onder de vorm van onveranderd
diltiazem en 5% wordt teruggevonden onder de vorm van de actieve metaboliet.
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
8/10
03/09/2013
5.3. Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Dierstudies toonden de aanwezigheid van embryotoxische en teratogene effecten bij de
muis en de rat aan, hoewel dit niet werd waargenomen in een tweede studie bij de rat.
Er werden geen duidelijke aanwijzingen van teratogeniciteit waargenomen bij het konijn,
maar er werd daarentegen een uitgesproken embryotoxiciteit waargenomen.
Er werden geen andere problemen waargenomen tijdens de algemene toxicologische
studies.
Diltiazem had geen genotoxisch effect in een standaardbatterij van in vitro en in vivo
studies.
Er werd geen carcinogeen effect waargenomen in de carcinogeniciteitsstudies die
uitgevoerd werden bij de rat en de muis.
6. FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1. Lijst van hulpstoffen
Mannitol
6.2. Gevallen van onverenigbaarheid
Geen gegevens bezorgd.
6.3. Houdbaarheid
3 jaar.
De vervaldatum is aangegeven op de verpakkingen na het teken EXP. (maand/ jaar). Het
geneesmiddel is verval en op de laatste dag van de aangegeven maand.
6.4. Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor dit geneesmiddel zijn er geen speciale bewaarcondities.
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
6.5. Aard en inhoud van de verpakking
Dozen met 1 injectieflacon met poeder voor oplossing voor injectie
Dozen met 6 injectieflacons met poeder voor oplossing voor injectie
Dozen met 20 injectieflacons met poeder voor oplossing voor injectie.
Niet al e genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
9/10
03/09/2013
6.6. Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Onmiddel ijk vóór de I.V. injectie oplossen met 5ml water voor injecties.
7. HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Sanofi Belgium
Leonardo Da Vincilaan 19
1831 Diegem
Tel.: 02 / 710 54 00
e-mail: info.belgium@sanofi.com
8. NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE131792
Dit geneesmiddel wordt afgeleverd op medisch voorschrift.
9. DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING / HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING
12 Juni 1985 / 18 April 2008.
10. DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
September 2013
Datum van goedkeuring van de tekst:10/2013
Samenvatting van de Productkenmerken/Bijsluiter
10/10

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG