Thallous chloride (201ti) covidien 37 mbq/ml

Thallous chloride IB1 B nl 121203
1/7
SAMENVATTING VAN DE KENMERKEN VAN HET PRODUCT
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Thallous chloride (
201
Tl) Mallinckrodt 37 MBq/ml oplossing voor injectie
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Thallous [
201
Tl] chloride (zonder toegevoegde drager): 37 MBq/ml op de referentiedatum voor de
activiteit.
Thallium (
201
Tl) Chloride injectievloeistof is een steriele isotone oplossing met een
specifieke activiteit groter of gelijk aan 18.5 GBq (500 mCi)/mg. Thallium (
201
Tl) vervalt
tot
201
Hg door elektronenvangst met een halfwaardetijd van ± 73.1 uur.
Stralingskarakteristieken van
Energie niveau
X- 69 keV
X- 83 keV
γ-
135 keV
γ-
166 keV
γ-
167 keV
Hulpstoffen: natrium
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie.
De pH van het product is 5.0 – 7.0.
4.
4.1
KLINISCHE GEGEVENS
Therapeutische indicaties
Dit geneesmiddel is uitsluitend voor diagnostisch gebruik.
4.2
Myocardscintigrafie ter beoordeling van de coronaire perfusie en de kwaliteit van de
cellen: ischemische hartaandoening, cardiomyopathieën, myocarditis, contusus van de
hartspier en secundaire hartlesies.
Scintigrafie van de spieren: spierdoorbloeding bij perifere vaatstoornissen.
Bijschildklierscintigrafie.
Visualisatie van thalliumopnemende tumoren in verschillende organen, met name voor
hersentumoren en schildkliertumoren en metastasen.
201
Tl:
Intensiteit (%)
27,4
20,5
2,7
1,6
10,0
Dosering en wijze van toediening
Volwassenen en ouderen
Intraveneuze injectie van 0,74-1,11 MBq/kg van thallium (
201
Tl)-chloride. Deze activiteit
kan met 50% worden verhoogd als SPECT-beeldvorming in aanmerking komt tot een
maximale activiteit van 110 MBq.
Thallous chloride IB1 B nl 121203
2/7
Kinderen
De aan kinderen toe te dienen dosis dient een fractie te zijn van de dosis voor
volwassenen en wordt naar het lichaamsgewicht berekend aan de hand van de
onderstaande tabel.
3 kg= 0,10
4 kg= 0,14
6 kg= 0,19
8 kg= 0,23
10 kg= 0,27
12 kg= 0,32
14 kg= 0,36
16 kg= 0,40
18 kg= 0,44
20 kg= 0,46
22
24
26
28
30
32
34
36
38
40
kg=
kg=
kg=
kg=
kg=
kg=
kg=
kg=
kg=
kg=
0,50
0,53
0,56
0,58
0,62
0,65
0,68
0,71
0,73
0,76
42
44
46
48
50
52-54
56-58
60-62
64-66
68
kg=
kg=
kg=
kg=
kg=
kg=
kg=
kg=
kg=
kg=
0,78
0,80
0,82
0,85
0,88
0,90
0,92
0,96
0,98
0,99
Bij zeer jonge kinderen (jonger dan één maand) is voor de beeldvorming van voldoende
kwaliteit minimaal een dosis van 18,5 MBq nodig.
a)
Myocardscintigrafie
Aanbevolen wordt vier uur voor het onderzoek te vasten.
Thallium (
201
Tl)-chloride kan worden gegeven hetzij in rust hetzij tijdens
interventietests: de conventionele inspanningstest of een soortgelijke proef als
elektrostimulatie of een farmacologische test.
De eerste serie beelden kan al enkele minuten na injectie worden verkregen.
De herverdeling van thallium kan worden bestudeerd met een nieuwe reeks beelden
die tussen 3 en 24 uur na de injectie zijn verkregen. In sommige gevallen kan in
plaats van het herverdelings-onderzoek (of erna) opnieuw 37 MBq thallium worden
ingespoten om de vitaliteit van het myocard te beoordelen.
b)
Andere indicaties dan myocardscintigrafie
Met de opname van de beelden kan tijdens of enkele minuten na de injectie
("beelden van de flow") en/of later ("beelden van de opname in de cel") worden
begonnen.
4.3
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor het werkzaam bestanddeel of voor één van de hulpstoffen.
Zwangerschap en borstvoeding.
Rekening moet worden gehouden met de specifieke contra-indicaties voor uit te voeren
interventietests.
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Bij jonge kinderen verdient het gebruik van met
99m
Tc gelabelde middelen voor
myocardperfusie de voorkeur wegens hun lagere stralingsbelasting.
Strenge hartbewaking en het voor spoedbehandeling benodigde materiaal zijn bij het
uitvoeren van interventietests essentieel (inspanning, farmacologisch, elektrisch).
De injectie moet uitsluitend nauwkeurig intraveneus worden gegeven ter vermijding van
lokale afzetting en straling van thallium (
201
Tl)-chloride.
Hulpstoffen: De injectie bevat minder dan 1 mmol/ml natrium (3.5 mg/ml) en is dus in wezen
"natriumvrij".
Thallous chloride IB1 B nl 121203
3/7
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Met sommige geneesmiddelen treedt een wisselwerking op, waardoor de opname van
(
201
Tl) in het myocard verandert. Hierbij kunnen drie processen een rol spelen:
Directe of indirecte wisselingen in de coronaire circulatie (dipyridamol, adenosine,
isoprenaline, dobutamine, nitraten);
Interferentie met de interventietests (bètablokkeerders en inspanningstests,
methylxanthines (b.v. theofylline) en dipyridamol);
Verandering in de opname van thallium in de cel, hoewel geen absolute gegevens
beschikbaar zijn (digitalisanaloga en insuline zijn als voorbeeld genoemd).
4.6
Zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Gezien de hoge stralingsdosis voor de uterus is thallium (
201
Tl)-chloride injectie tijdens
zwangerschap gecontraïndiceerd.
Er zijn geen gegevens beschikbaar over het gebruik van thallium (
201
Tl)-chloride in de
zwangerschap.
Wanneer het nodig is radioactieve geneesmiddelen aan een vrouw in de vruchtbare leeftijd
toe te dienen, dient altijd navraag naar eventuele zwangerschap te worden gedaan. Van
iedere vrouw die over tijd is, moet worden aangenomen dat ze zwanger is totdat het
tegendeel is aangetoond. In geval van onzekerheid is het van belang de blootstelling aan
straling tot een minimum te beperken, rekening houdend met de gewenste klinische
informatie. Overwogen moet worden of alternatieve methoden, waarbij geen ioniserende
straling vrijkomt, in aanmerking komen.
Borstvoeding
Thallium (
201
Tl)-chloride injectie is tijdens de borstvoeding gecontraïndiceerd.
Alvorens een radioactief geneesmiddel toe te dienen aan een moeder die borstvoeding
geeft, dient te worden overwogen of het onderzoek redelijkerwijs kan worden uitgesteld
tot de moeder de borstvoeding heeft beëindigd en of wel het juiste radiofarmacon is
gekozen, gezien het gebrek aan gegevens over de uitscheiding van (
201
Tl) in de melk.
Indien de toediening noodzakelijk wordt geacht, moet de borstvoeding worden beëindigd.
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er is geen beïnvloeding van de rijvaardigheid of het vermogen om machines te gebruiken,
beschreven.
4.8
Bijwerkingen
Voor iedere patiënt moet de blootstelling aan ioniserende straling vanuit een oogpunt van
waarschijnlijk voordeel gerechtvaardigd zijn. De toegediende radio-activiteit moet
zodanig zijn dat de stralingsdosis als gevolg daarvan zo laag mogelijk wordt gehouden,
rekening houdend met het beoogde diagnostische resultaat.
Congenitale en familiale/genetische aandoeningen:
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden
bepaald)
Zenuwstelselaandoeningen:
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden
bepaald)
Neoplasma goed- en kwaadaardig (inbegrepen cysten and
poliepen):
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden
Erfelijke defecten
Vasovagale effecten
Kankerinductie
Thallous chloride IB1 B nl 121203
4/7
bepaald)
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen:
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden
bepaald)
Immuunsysteemaandoeningen:
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden
bepaald)
Locale necrose door straling
Allergische reacties
Er is melding gemaakt van zeldzame allergische reacties en vasovagale effecten, echter
zonder nauwkeuriger informatie over de frequentie van die effecten.
Na paraveneuze injectie is lokale stralingsnecrose gemeld.
Uit het recente bewijsmateriaal wat betreft diagnostisch nucleair geneeskundig onderzoek
komt naar voren dat die bijwerkingen zich gezien de lage stralingsdosis die gebruikt
wordt, weinig frequent zullen voordoen.
Bij de meeste in de nucleaire geneeskunde gebruikte, diagnostische onderzoekingen
bedraagt de stralingsbelasting (EDE) minder dan 20 mSv. Hogere doses kunnen onder
bepaalde klinische omstandigheden gerechtvaardigd zijn.
4.9
Overdosering
In geval van toediening van een stralingsoverdosis van thallium (
201
Tl)-chloride dient de
geabsorbeerde dosis bij de patiënt waar mogelijk te worden verlaagd door de eliminatie
van het radionuclide uit het lichaam te verhogen door geforceerde diurese met frequent
urineren en door stimulering van de passage door het maag-darmkanaal.
5.
5.1
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Overige diagnostische radiofarmaceutica voor het
cardiovasculair systeem.
ATC code: V09G X01
In de voor diagnostische doeleinden gebruikte chemische concentraties en activiteiten
blijkt thallium (
201
Tl)-chloride geen enkel farmacodynamisch effect uit te oefenen.
5.2
Farmacokinetische gegevens
Na intraveneuze injectie van thallium (
201
Tl)-chloride verlaat het thallium het bloed snel,
want circa 90% wordt na de eerste passage geklaard. De relatieve opname hangt af van de
regionale perfusie en van het vermogen tot opname van de cellen in de verschillende
organen. De fractie van (
201
Tl) die door het myocard wordt opgenomen is tijdens de eerste
passage ongeveer 85% en de maximale activiteit bedraagt 4-5% van de toegediende dosis
en die blijft ongeveer 20-25 minuten betrekkelijk constant. Het mechanisme van opname
door de cel is nog onopgehelderd, maar waarschijnlijk is de natrium/kalium-ATPase-pomp
er ten minste voor een deel bij betrokken. De opname door de spieren hangt af van de
belasting en de opname in de skeletspieren en de hartspier en wordt, in vergelijking met
de rusttoestand, tijdens inspanning twee tot drie keer zo groot, met als gevolg een
vermindering van de opname in de andere organen. Thallium wordt voornamelijk met de
faeces (80%) en in de urine (20%) uitgescheiden. De effectieve halfwaardetijd is ongeveer
60 uur en de biologische halfwaardetijd ongeveer 10 dagen.
5.3
Gegevens uit preklinisch veiligheidsonderzoek
Thallous chloride IB1 B nl 121203
5/7
Thallium is een van de meest toxische elementen met een voor de mens letale dosis van
ongeveer 500 mg. Resultaten uit toxicologisch onderzoek bij dieren met intraveneuze
toediening van thalliumzouten leveren letale doses op die variëren van 8-45 mg/kg
lichaamsgewicht. De bij de mens voor scintigrafie gebruikte doses zijn 10 000 keer zo
klein als die toxische doses. Onderzoekingen bij de muis en de rat lieten zien dat thallium
de placenta in aanzienlijke mate passeert.
6.
6.1
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
Lijst van hulpstoffen
Natriumchloride, Natrium hydroxide, Zoutzuur, Water voor injectie
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Er zijn geen onverenigbaarheden bekend.
6.3
Houdbaarheid
Thallous chloride (
201
Tl) Mallinckrodt 37 MBq oplossing voor injectie is houdbaar tot 7 dagen na
het activiteitsreferentietijdstip.
Activiteitsreferentietijdstip en het einde van de houdbaarheidstermijn staan vermeld op het etiket.
Na het onttrekken van de eerste dosis is het product 24 uur houdbaar.
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren bij 15° - 25°C. Niet in de vriezer bewaren.
Na het onttrekken van de eerste dosis dient het product bij 2-8°C bewaard te worden.
Het product bevat geen conserveermiddelen. Als het bedoeld is voor meerdere
toedieningen, dient ieder aliquot onder aseptische omstandigheden en binnen 24 uur
gebruikt te worden.
Opslag dient te geschieden in de originele loodcontainer of in gelijkwaardige afscherming.
Opslag dient plaats te vinden volgens de nationale voorschriften voor radioactieve stoffen.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
10 ml glazen injectieflacon (Type I Ph.Eur.) afgesloten met een broombutyl rubber stop,
gefelst met een aluminium felskap. Thallous chloride (
201
Tl) Mallinckrodt 37 MBq
oplossing voor injectie wordt geleverd in de volgende activiteitshoeveelheden op
activiteitsreferentietijdstip:
63 MBq in 1,7 ml
85 MBq in 2,3 ml
213 MBq in 5,8 ml
370 MBq in 10,0 ml
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Toediening van radiofarmaca levert voor anderen gevaar op wegens uitwendige straling of
verontreiniging door morsen van urine, braken enz. Derhalve moeten voorzorgen ter
bescherming tegen straling worden getroffen overeenkomstig de nationale voorschriften.
Thallous chloride IB1 B nl 121203
6/7
Dit radiofarmacon mag alleen door daartoe bevoegde personen onder specifieke klinische
omstandigheden worden gebruikt en toegediend. De ontvangst, opslag, gebruik, transport
en afvoer ervan vallen onder de voorschriften en/of de desbetreffende vergunningen van
de plaatselijke bevoegde autoriteiten.
Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Mallinckrodt Belgium BVBA, Generaal De Wittelaan 9/5, BE-2800 Mechelen
8.
NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE340365
9.
10.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE
VERGUNNING
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
04/2013
Datum van laatste goedkeuring van de SKP: 04/2013
11.
DOSIMETRIE
Voor thallium (
201
Tl)-chloride is de typerende EDE ten gevolge van een toegediende
activiteit van 78 MBq 17 mSv (voor een persoon van 70 kg). Voor die toegediende
activiteit van 78 MBq is de typerende stralingsdosis voor het doelorgaan (myocard) 16
mGy en de typerende stralingsdosis voor de kritische organen (nieren en colon
descendens) respectievelijk 37 mGy en 25mGy.
Onderstaand is een dosimetrietabel (ICRP nr. 80; 1998)
Geabsorbeerde dosis (mGy/MBq)
Geabsorbeerde dosis
per eenheid toegediende activiteit (mGy/MBq)
Orgaan
Bijnieren
Blaaswand
Botoppervlak
Hersenen
Borst
Galblaas
GI tractus
Maagwand
Dunne darm
Colon
Wand bovenste
Volwassene
5,7E-02
4.0E-02
3.4E-01
2.2E-02
2.4E-02
6.5E-02
9.9E-02
1.4E-01
2.3E-01
1.7E-01
15 jaar
7.1E-02
5.4E-02
4.4E-01
2.5E-02
2.8E-02
8.1E-02
1.3E-01
1.8E-01
3.0E-01
2.2E-01
10 jaar
1.1E-01
7.9E-02
7.2E-01
3.8E-02
4.5E-02
1.3E-01
1.9E-01
3.0E-01
5.1E-01
3.7E-01
5 jaar
1.5E-01
1.2E-01
1.2E+00
5.6E-02
6.9E-02
1.9E-01
3.1E-01
4.9E-01
8.6E-01
6.0E-01
1 jaar
2.7E-01
2.3E-01
2.9E+00
1.1E-01
1.3E-01
3.1E-01
6.5E-01
9.2E-01
1.6E+00
1.1E+00
Thallous chloride IB1 B nl 121203
7/7
deel dikke darm
Wand onderste
deel dikke darm
Hart
Nieren
Lever
Longen
Spieren
Slokdarm
Ovariën
Pancreas
Rode beenmerg
Huid
Milt
Testes
Thymus
Schildklier
Uterus
Overige organen
Effectief
dosisequivalent
(mSv/MBq)
3.2E-01
2.0E-01
4.8E-01
1.5E-01
1.1E-01
5.2E-02
3.6E-02
7.3E-01
5.7E-02
1.6E-01
2.2E-02
1.2E-01
4.5E-01
3.6E-02
2.2E-01
5.1E-02
5.8E-02
2.2E-01
4.1E-01
2.6E-01
5.8E-01
2.0E-01
1.6E-01
8.2E-02
4.3E-02
6.2E-01
7.1E-02
1.7E-01
2.5E-02
1.7E-01
1.1E+00
4.3E-02
3.5E-01
6.3E-02
8.9E-02
3.0E-01
7.0E-01
3.9E-01
8.2E-01
3.1E-01
2.3E-01
1.6E-01
6.2E-02
2.0E+00
1.1E-01
2.8E-01
3.9E-02
2.6E-01
8.3E+00
6.2E-02
5.4E-01
1.0E-01
1.6E-01
1.2E+00
1.2E+00
6.2E-01
1.2E+00
4.5E-01
3.6E-01
4.5E-01
9.3E-02
3.5E+00
1.6E-01
5.3E-01
6.0E-02
4.1E-01
9.6E+00
9.3E-02
1.2E+00
1.5E-01
3.4E-01
1.7E+00
2.3E+00
1.1E+00
2.2E+00
8.4E-01
6.9E-01
7.6E-01
1.7E-01
8.3E+00
2.8E-01
1.1E+00
1.1E-01
7.4E-01
1.3E+01
1.7E-01
2.3E+00
2.7E-01
5.5E-01
2.8E+00
EDE IN VERHOUDING TOT ONZUIVERHEDEN (mSv/MBq)
TI (26,1u)
3,1E-01
4,7E-01
1,2E+00
202
TI (12,23d)
8,0E-01
1,1E+00
3,1E+00
200
1,5E+00
4,2E+00
2,3E+00
6,5E+00
12.
INSTRUCTIES VOOR DE BEREIDING VAN RADIOACTIEVE GENEESMIDDELEN
Thallium (
201
Tl)-chloride injectie is een oplossing klaar voor gebruik enkel voor intraveneuze
toediening.
Het product bevat geen bewaarmiddelen en moet aseptisch gebruikt worden.
Al het ongebruikte product of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
1/7
SAMENVATTING VAN DE KENMERKEN VAN HET PRODUCT
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Thallous chloride (201Tl) Mallinckrodt 37 MBq/ml oplossing voor injectie
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Thallous [201Tl] chloride (zonder toegevoegde drager): 37 MBq/ml op de referentiedatum voor de
activiteit.
Thallium (201Tl) Chloride injectievloeistof is een steriele isotone oplossing met een
specifieke activiteit groter of gelijk aan 18.5 GBq (500 mCi)/mg. Thallium (201Tl) vervalt
tot 201Hg door elektronenvangst met een halfwaardetijd van ± 73.1 uur.
Stralingskarakteristieken van 201Tl:
Energie niveau
Intensiteit (%)
X- 69 keV
27,4
X- 83 keV
20,5
- 135 keV
2,7
- 166 keV
1,6
- 167 keV
10,0
Hulpstoffen: natrium
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Oplossing voor injectie.
De pH van het product is 5.0 ­ 7.0.
4.
KLINISCHE GEGEVENS
4.1
Therapeutische indicaties
Dit geneesmiddel is uitsluitend voor diagnostisch gebruik.
· Myocardscintigrafie ter beoordeling van de coronaire perfusie en de kwaliteit van de
cellen: ischemische hartaandoening, cardiomyopathieën, myocarditis, contusus van de
hartspier en secundaire hartlesies.
· Scintigrafie van de spieren: spierdoorbloeding bij perifere vaatstoornissen.
· Bijschildklierscintigrafie.
· Visualisatie van thalliumopnemende tumoren in verschillende organen, met name voor
hersentumoren en schildkliertumoren en metastasen.
4.2
Dosering en wijze van toediening
Volwassenen en ouderen
2/7
Kinderen
De aan kinderen toe te dienen dosis dient een fractie te zijn van de dosis voor
volwassenen en wordt naar het lichaamsgewicht berekend aan de hand van de
onderstaande tabel.
3 kg= 0,10
22 kg= 0,50
42 kg= 0,78
4 kg= 0,14
24 kg= 0,53
44 kg= 0,80
6 kg= 0,19
26 kg= 0,56
46 kg= 0,82
8 kg= 0,23
28 kg= 0,58
48 kg= 0,85
10 kg= 0,27
30 kg= 0,62
50 kg= 0,88
12 kg= 0,32
32 kg= 0,65
52-54 kg= 0,90
14 kg= 0,36
34 kg= 0,68
56-58 kg= 0,92
16 kg= 0,40
36 kg= 0,71
60-62 kg= 0,96
18 kg= 0,44
38 kg= 0,73
64-66 kg= 0,98
20 kg= 0,46
40 kg= 0,76
68 kg= 0,99
Bij zeer jonge kinderen (jonger dan één maand) is voor de beeldvorming van voldoende
kwaliteit minimaal een dosis van 18,5 MBq nodig.
a)
Myocardscintigrafie
Aanbevolen wordt vier uur voor het onderzoek te vasten.
Thallium (201Tl)-chloride kan worden gegeven hetzij in rust hetzij tijdens
interventietests: de conventionele inspanningstest of een soortgelijke proef als
elektrostimulatie of een farmacologische test.
De eerste serie beelden kan al enkele minuten na injectie worden verkregen.
De herverdeling van thallium kan worden bestudeerd met een nieuwe reeks beelden
die tussen 3 en 24 uur na de injectie zijn verkregen. In sommige gevallen kan in
plaats van het herverdelings-onderzoek (of erna) opnieuw 37 MBq thallium worden
ingespoten om de vitaliteit van het myocard te beoordelen.
b)
Andere indicaties dan myocardscintigrafie
Met de opname van de beelden kan tijdens of enkele minuten na de injectie
("beelden van de flow") en/of later ("beelden van de opname in de cel") worden
begonnen.
4.3
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor het werkzaam bestanddeel of voor één van de hulpstoffen.
Zwangerschap en borstvoeding.
Rekening moet worden gehouden met de specifieke contra-indicaties voor uit te voeren
interventietests.
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Bij jonge kinderen verdient het gebruik van met 99mTc gelabelde middelen voor
myocardperfusie de voorkeur wegens hun lagere stralingsbelasting.
Strenge hartbewaking en het voor spoedbehandeling benodigde materiaal zijn bij het
uitvoeren van interventietests essentieel (inspanning, farmacologisch, elektrisch).
De injectie moet uitsluitend nauwkeurig intraveneus worden gegeven ter vermijding van
lokale afzetting en straling van thallium (201Tl)-chloride.
3/7
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Met sommige geneesmiddelen treedt een wisselwerking op, waardoor de opname van
(201Tl) in het myocard verandert. Hierbij kunnen drie processen een rol spelen:
· Directe of indirecte wisselingen in de coronaire circulatie (dipyridamol, adenosine,
isoprenaline, dobutamine, nitraten);
· Interferentie met de interventietests (bètablokkeerders en inspanningstests,
methylxanthines (b.v. theofylline) en dipyridamol);
· Verandering in de opname van thallium in de cel, hoewel geen absolute gegevens
beschikbaar zijn (digitalisanaloga en insuline zijn als voorbeeld genoemd).
4.6
Zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Gezien de hoge stralingsdosis voor de uterus is thallium ( 201Tl)-chloride injectie tijdens
zwangerschap gecontraïndiceerd.
Er zijn geen gegevens beschikbaar over het gebruik van thallium ( 201Tl)-chloride in de
zwangerschap.
Wanneer het nodig is radioactieve geneesmiddelen aan een vrouw in de vruchtbare leeftijd
toe te dienen, dient altijd navraag naar eventuele zwangerschap te worden gedaan. Van
iedere vrouw die over tijd is, moet worden aangenomen dat ze zwanger is totdat het
tegendeel is aangetoond. In geval van onzekerheid is het van belang de blootstelling aan
straling tot een minimum te beperken, rekening houdend met de gewenste klinische
informatie. Overwogen moet worden of alternatieve methoden, waarbij geen ioniserende
straling vrijkomt, in aanmerking komen.
Borstvoeding
Thallium (201Tl)-chloride injectie is tijdens de borstvoeding gecontraïndiceerd.
Alvorens een radioactief geneesmiddel toe te dienen aan een moeder die borstvoeding
geeft, dient te worden overwogen of het onderzoek redelijkerwijs kan worden uitgesteld
tot de moeder de borstvoeding heeft beëindigd en of wel het juiste radiofarmacon is
gekozen, gezien het gebrek aan gegevens over de uitscheiding van ( 201Tl) in de melk.
Indien de toediening noodzakelijk wordt geacht, moet de borstvoeding worden beëindigd.
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er is geen beïnvloeding van de rijvaardigheid of het vermogen om machines te gebruiken,
beschreven.
4.8
Bijwerkingen
Voor iedere patiënt moet de blootstelling aan ioniserende straling vanuit een oogpunt van
waarschijnlijk voordeel gerechtvaardigd zijn. De toegediende radio-activiteit moet
zodanig zijn dat de stralingsdosis als gevolg daarvan zo laag mogelijk wordt gehouden,
rekening houdend met het beoogde diagnostische resultaat.

Congenitale en familiale/genetische aandoeningen:
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden
Erfelijke defecten
bepaald)
Zenuwstelselaandoeningen:
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden
Vasovagale effecten
bepaald)
Neoplasma goed- en kwaadaardig (inbegrepen cysten and
poliepen):

Kankerinductie
4/7
bepaald)

Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen:
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden
Locale necrose door straling
bepaald)
Immuunsysteemaandoeningen:
Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden
Allergische reacties
bepaald)
Er is melding gemaakt van zeldzame allergische reacties en vasovagale effecten, echter
zonder nauwkeuriger informatie over de frequentie van die effecten.
Na paraveneuze injectie is lokale stralingsnecrose gemeld.
Uit het recente bewijsmateriaal wat betreft diagnostisch nucleair geneeskundig onderzoek
komt naar voren dat die bijwerkingen zich gezien de lage stralingsdosis die gebruikt
wordt, weinig frequent zullen voordoen.
Bij de meeste in de nucleaire geneeskunde gebruikte, diagnostische onderzoekingen
bedraagt de stralingsbelasting (EDE) minder dan 20 mSv. Hogere doses kunnen onder
bepaalde klinische omstandigheden gerechtvaardigd zijn.
4.9
Overdosering
In geval van toediening van een stralingsoverdosis van thallium ( 201Tl)-chloride dient de
geabsorbeerde dosis bij de patiënt waar mogelijk te worden verlaagd door de eliminatie
van het radionuclide uit het lichaam te verhogen door geforceerde diurese met frequent
urineren en door stimulering van de passage door het maag-darmkanaal.
5.
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: Overige diagnostische radiofarmaceutica voor het
cardiovasculair systeem.
ATC code: V09G X01
In de voor diagnostische doeleinden gebruikte chemische concentraties en activiteiten
blijkt thallium (201Tl)-chloride geen enkel farmacodynamisch effect uit te oefenen.
5.2
Farmacokinetische gegevens
Na intraveneuze injectie van thallium (201Tl)-chloride verlaat het thallium het bloed snel,
want circa 90% wordt na de eerste passage geklaard. De relatieve opname hangt af van de
regionale perfusie en van het vermogen tot opname van de cellen in de verschillende
organen. De fractie van (201Tl) die door het myocard wordt opgenomen is tijdens de eerste
passage ongeveer 85% en de maximale activiteit bedraagt 4-5% van de toegediende dosis
en die blijft ongeveer 20-25 minuten betrekkelijk constant. Het mechanisme van opname
door de cel is nog onopgehelderd, maar waarschijnlijk is de natrium/kalium-ATPase-pomp
er ten minste voor een deel bij betrokken. De opname door de spieren hangt af van de
belasting en de opname in de skeletspieren en de hartspier en wordt, in vergelijking met
de rusttoestand, tijdens inspanning twee tot drie keer zo groot, met als gevolg een
vermindering van de opname in de andere organen. Thallium wordt voornamelijk met de
faeces (80%) en in de urine (20%) uitgescheiden. De effectieve halfwaardetijd is ongeveer
60 uur en de biologische halfwaardetijd ongeveer 10 dagen.
5.3
5/7
Thallium is een van de meest toxische elementen met een voor de mens letale dosis van
ongeveer 500 mg. Resultaten uit toxicologisch onderzoek bij dieren met intraveneuze
toediening van thalliumzouten leveren letale doses op die variëren van 8-45 mg/kg
lichaamsgewicht. De bij de mens voor scintigrafie gebruikte doses zijn 10 000 keer zo
klein als die toxische doses. Onderzoekingen bij de muis en de rat lieten zien dat thallium
de placenta in aanzienlijke mate passeert.
6.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1
Lijst van hulpstoffen
Natriumchloride, Natrium hydroxide, Zoutzuur, Water voor injectie
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Er zijn geen onverenigbaarheden bekend.
6.3
Houdbaarheid
Thallous chloride (201Tl) Mallinckrodt 37 MBq oplossing voor injectie is houdbaar tot 7 dagen na
het activiteitsreferentietijdstip.
Activiteitsreferentietijdstip en het einde van de houdbaarheidstermijn staan vermeld op het etiket.
Na het onttrekken van de eerste dosis is het product 24 uur houdbaar.
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren bij 15° - 25°C. Niet in de vriezer bewaren.
Na het onttrekken van de eerste dosis dient het product bij 2-8°C bewaard te worden.
Het product bevat geen conserveermiddelen. Als het bedoeld is voor meerdere
toedieningen, dient ieder aliquot onder aseptische omstandigheden en binnen 24 uur
gebruikt te worden.
Opslag dient te geschieden in de originele loodcontainer of in gelijkwaardige afscherming.
Opslag dient plaats te vinden volgens de nationale voorschriften voor radioactieve stoffen.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
10 ml glazen injectieflacon (Type I Ph.Eur.) afgesloten met een broombutyl rubber stop,
gefelst met een aluminium felskap. Thallous chloride (201Tl) Mallinckrodt 37 MBq
oplossing voor injectie wordt geleverd in de volgende activiteitshoeveelheden op
activiteitsreferentietijdstip:
63 MBq in 1,7 ml
85 MBq in 2,3 ml
213 MBq in 5,8 ml
370 MBq in 10,0 ml
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
6/7
Dit radiofarmacon mag alleen door daartoe bevoegde personen onder specifieke klinische
omstandigheden worden gebruikt en toegediend. De ontvangst, opslag, gebruik, transport
en afvoer ervan vallen onder de voorschriften en/of de desbetreffende vergunningen van
de plaatselijke bevoegde autoriteiten.
Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Mallinckrodt Belgium BVBA, Generaal De Wittelaan 9/5, BE-2800 Mechelen
8.
NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE340365
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN DE
VERGUNNING

10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
04/2013
Datum van laatste goedkeuring van de SKP: 04/2013
11.
DOSIMETRIE
Voor thallium (201Tl)-chloride is de typerende EDE ten gevolge van een toegediende
activiteit van 78 MBq 17 mSv (voor een persoon van 70 kg). Voor die toegediende
activiteit van 78 MBq is de typerende stralingsdosis voor het doelorgaan (myocard) 16
mGy en de typerende stralingsdosis voor de kritische organen (nieren en colon
descendens) respectievelijk 37 mGy en 25mGy.
Onderstaand is een dosimetrietabel (ICRP nr. 80; 1998)
Geabsorbeerde dosis (mGy/MBq)
Geabsorbeerde dosis
per eenheid toegediende activiteit (mGy/MBq)
Orgaan
Volwassene
15 jaar
10 jaar
5 jaar
1 jaar
Bijnieren
5,7E-02
7.1E-02
1.1E-01
1.5E-01
2.7E-01
Blaaswand
4.0E-02
5.4E-02
7.9E-02
1.2E-01
2.3E-01
Botoppervlak
3.4E-01
4.4E-01
7.2E-01
1.2E+00
2.9E+00
Hersenen
2.2E-02
2.5E-02
3.8E-02
5.6E-02
1.1E-01
Borst
2.4E-02
2.8E-02
4.5E-02
6.9E-02
1.3E-01
Galblaas
6.5E-02
8.1E-02
1.3E-01
1.9E-01
3.1E-01
GI tractus
Maagwand
9.9E-02
1.3E-01
1.9E-01
3.1E-01
6.5E-01
Dunne darm
1.4E-01
1.8E-01
3.0E-01
4.9E-01
9.2E-01
Colon
2.3E-01
3.0E-01
5.1E-01
8.6E-01
1.6E+00
Wand bovenste
1.7E-01
2.2E-01
3.7E-01
6.0E-01
7/7
deel dikke darm
Wand onderste
3.2E-01
4.1E-01
7.0E-01
1.2E+00
2.3E+00
deel dikke darm
Hart
2.0E-01
2.6E-01
3.9E-01
6.2E-01
1.1E+00
Nieren
4.8E-01
5.8E-01
8.2E-01
1.2E+00
2.2E+00
Lever
1.5E-01
2.0E-01
3.1E-01
4.5E-01
8.4E-01
Longen
1.1E-01
1.6E-01
2.3E-01
3.6E-01
6.9E-01
Spieren
5.2E-02
8.2E-02
1.6E-01
4.5E-01
7.6E-01
Slokdarm
3.6E-02
4.3E-02
6.2E-02
9.3E-02
1.7E-01
Ovariën
7.3E-01
6.2E-01
2.0E+00
3.5E+00
8.3E+00
Pancreas
5.7E-02
7.1E-02
1.1E-01
1.6E-01
2.8E-01
Rode beenmerg
1.6E-01
1.7E-01
2.8E-01
5.3E-01
1.1E+00
Huid
2.2E-02
2.5E-02
3.9E-02
6.0E-02
1.1E-01
Milt
1.2E-01
1.7E-01
2.6E-01
4.1E-01
7.4E-01
Testes
4.5E-01
1.1E+00
8.3E+00
9.6E+00
1.3E+01
Thymus
3.6E-02
4.3E-02
6.2E-02
9.3E-02
1.7E-01
Schildklier
2.2E-01
3.5E-01
5.4E-01
1.2E+00
2.3E+00
Uterus
5.1E-02
6.3E-02
1.0E-01
1.5E-01
2.7E-01
Overige organen
5.8E-02
8.9E-02
1.6E-01
3.4E-01
5.5E-01
Effectief
2.2E-01
3.0E-01
1.2E+00
1.7E+00
2.8E+00
dosisequivalent
(mSv/MBq)
EDE IN VERHOUDING TOT ONZUIVERHEDEN (mSv/MBq)
200TI (26,1u)
3,1E-01
4,7E-01
1,2E+00
1,5E+00
2,3E+00
202TI (12,23d)
8,0E-01
1,1E+00
3,1E+00
4,2E+00
6,5E+00
12.
INSTRUCTIES VOOR DE BEREIDING VAN RADIOACTIEVE GENEESMIDDELEN
Thallium (201Tl)-chloride injectie is een oplossing klaar voor gebruik enkel voor intraveneuze
toediening.
Het product bevat geen bewaarmiddelen en moet aseptisch gebruikt worden.

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG