Telebrix 35 350 mg i/ml

Bijsluiter
Lees de hele bijsluiter aandachtig door alvorens dit geneesmiddel te gebruiken
Bewaar deze bijsluiter, misschien heeft u hem nog een keer nodig.
Raadpleeg uw arts of apotheker, als u aanvullende vragen heeft.
Dit geneesmiddel is alleen aan u voorgeschreven, geef het dus niet door aan iemand anders. Het
kan schadelijk voor hen zijn, zelfs als ze dezelfde verschijnselen hebben als u.
Inhoud van deze bijsluiter :
1. Wat is
TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie
en waarvoor wordt het
gebruikt ?
2. Wat u moet weten voordat u
TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie
gebruikt.
3. Hoe wordt
TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie
gebruikt ?
4. Mogelijke bijwerkingen.
5. Hoe bewaart u
TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie
?
6. Aanvullende informatie.
TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie
Natriumioxalamaat, meglumineioxitalamaat
Het werkzame bestanddeel is natriumioxitalamaat 9,66 g/100 ml en
meglumine-ioxitalamaat van 65,09 g/100 ml of 350 mg jodium/ml.
Andere bestanddelen zijn : natriumcalciumedetaat, mononatriumfosfaat-dihydraat, water voor
injectie.
Registratiehouder en fabrikant
Guerbet – B.P. 57400, F-95943 Roissy CdG – Cedex France
Registratienummers
TELEBRIX 35 50 ml
TELEBRIX 35 100 ml
TELEBRIX 35 200 ml
1.
BE 136236
BE 136245
BE 136254
Wat is TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie en waarvoor wordt het
gebruikt ?
TELEBRIX 35
is een oplossing voor injectie, in flacon van kleurloos glas van 50 ml, 100 ml en
200 ml.
TELEBRIX 35
is een product bestemd voor de opacificatie van aders en slagaders, van de nieren
en de urinewegen en voor de verhoging van het contrast bij CT Scanner in volgende onderzoeken
:
Angiocardiografie (coronarografie en ventriculografie).
Intraveneuze urografie.
Digitale angiografie
CT Scanner
2.
Wat u moet weten voordat u TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie
gebruikt.
Gebruik TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie niet voor het uitvoeren
van :
Myelografie. De toediening, zelfs van een kleine hoeveelheid, in de subarachnoïdale ruimte,
kan convulsies uitlokken en de dood tot gevolg hebben.
Epidurale injectie.
Bij overgevoeligheid voor één van de bestanddelen van het product.
Pas goed op met TELEBRIX 35
Toezicht door een geneesheer is aangewezen gedurende gans het onderzoek, vooral wat betreft
de polsslag en de arteriële bloeddruk. Verder is het nodig een intraveneuze toegangsweg open te
houden, om in geval van reactie onmiddellijk een behandeling te kunnen starten.
Voorzichtigheid is geboden bij zieken met: ernstige leverinsufficiëntie, congestieve
hartinsufficiëntie, belangrijke respiratoire insufficiëntie, allergische antecedenten, antecedenten
van jodiumallergie.
Het is aan te raden dehydratatie vóór het onderzoek te vermijden en een overvloedige diurese te
onderhouden in gevallen van: nierinsufficiëntie, diabetes, myeloma, hyperuricemie, alsook bij zeer
jonge kinderen en patiënten met atheromatose.
Gezien het onvoorzienbaar karakter van de reacties, is het aan te raden bij het onderzoek de
nodige middelen bij de hand te hebben voor een dringende reanimatie.
Premedicatie lijkt wenselijk bij risicopatiënten (allergische antecedenten «jodiumintolerantie»):
hetzij 50 mg prednison per os of 100 mg hydrocortison intraveneus alle 6 uren met een totaal van
3 doses, de laatste toegediend één uur voor inspuiting van het contrastproduct; hetzij 50 mg
difenhydramine i.m., i.v. of oraal en 300 mg cimetidine i.v. of per os één uur voor het onderzoek.
Voor patiënten die lijden aan sikkelcelanemie is het aan te raden, om een crisis van
sikkelcelanemie te vermijden, voldoende te hydrateren en een zo klein mogelijke hoeveelheid
contraststof met een lage concentratie en een lage osmolaliteit te gebruiken.
Voorzichtigheid is vereist bij toediening van TELEBRIX 35 gedurende de zwangerschap, aan
patiënten met multiple myeloma, de ziekte van Waldenström, hyperthyreose, hartdecompensatie,
feochromocytoom of met een gekende reactie op het contrastmiddel en ook bij dehydratatie van
de patiënt.
Overgevoeligheidsreacties kunnen vertraagd optreden tot 48 uur na toediening van een
jodiumhoudend contrastmiddel.
Gelieve uw arts te raadplegen indien U huiduitslag,
ademhalingsmoeilijkheden, oedeem of lage bloeddruk vaststelt.
Zwangerschap
Gezien het gevaar van ioniserende stralingen en het ontbreken van exacte informatie betreffende
de foetale toxiciteit van het ioxitalaminezuur, moet elk gebruik van dit product bij de zwangere
vrouw vermeden worden.
Borstvoeding
Tijdens de lactatieperiode is het aangewezen de borstvoeding, gedurende 24 uur na toediening
van
TELEBRIX 35,
te staken.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Niet van toepassing.
Gebruik van TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie in combinatie met
andere geneesmiddelen.
De behandeling door biguanides moet gestopt worden 48 uur vóór het onderzoek en mag slechts
2 dagen na het radiologisch onderzoek hervat worden; dit om de mogelijkheid van
melkzuuracidose, ontstaan door functionele nierinsufficiëntie als gevolg van radiologisch
onderzoek bij de diabeticus, te vermijden.
De schildkliertesten (P.B.I., gemarkeerd jodium) weerspiegelen niet duidelijk de schildklierwerking
gedurende verschillende weken na de toediening van jodiumhoudende contrastmiddelen. De
directe dosering van schildklierhormonen (thyroxine, trijodothyroïne) sluit elke verwarring uit.
Het opsporen van urineproteïnen met een sterk zuur kan na gebruik van wateroplosbare
jodiumhoudende contrastproducten een valse positieve reactie geven.
Het is aanbevolen
TELEBRIX 35
niet te mengen met een ander chemisch bestanddeel (lokaal
anaestheticum, perifere vasodilatator) dat het neerslaan van de in te spuiten oplossing kan
teweegbrengen
3.
Hoe wordt TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie gebruikt ?
Dosering en toedieningsweg
De in te spuiten hoeveelheid
TELEBRIX 35
dient aangepast te worden aan het soort onderzoek of
aan het te onderzoeken orgaan en is afhankelijk van de toestand van de patiënt.
In geval van nierinsufficiëntie, zal de ingespoten dosis verminderd worden en men zal vooral
zorgen voor een voldoende hydratatie van de patiënt.
De ideale toediening van
TELEBRIX 35
gebeurt op lichaamstemperatuur.
Gezien de mogelijkheid van ongewenste effecten, dient de patiënt na het onderzoek gedurende
een half uur onder toezicht te staan.
Aanwijzende waarden :
Type van onderzoek
Coronarografie :
Ventriculografie :
Intraveneuze urografie :
Bij de volwassene
(patiënt 70 kg)
5-12 ml/injectie
in 2-5 sec.
30-50 ml/injectie
in 3-10 sec.
snelle injectie
60 ml in 15-30 sec.
perfusie 80-100 ml
in 5-10 min.
bolus 40 ml/injectie
in 3-6 sec.
snelle bolus 60 ml
in 15 sec.
perfusie 80-100 ml
in 5-10 min.
Bij het kind
4-6 ml/injectie
in 1-3 sec.
7-20 ml/injectie
in 2-5 sec.
voor gewicht
> 5 kg
dosis in ml:
gewicht in kg + 6 ml
*
*
Digitale angiografie :
CT Scanner
Bij het kind genieten contrastproducten met lage osmolaliteit de voorkeur.
Wat u moet doen als u meer van TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie
heeft gebruikt dan u zou mogen :
De toediening van te grote volumen van uro-angiografische contrastproducten kan aanleiding
geven tot symptomen van overdosering van verschillende aard.
Hypervolemie als gevolg van overdosering, kan aan de oorsprong liggen van cardiovasculaire
problemen bij patiënten met een wankel hemodynamisch evenwicht.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met nier- of hartinsufficiëntie, hyperuricemie, bij zeer
jonge kinderen en oudere patiënten.
Het begrip van overdosering is onafhankelijk van de intolerantierisico's van allergische aard.
4.
Mogelijke bijwerkingen
Angiografische onderzoeken met
TELEBRIX 35
kunnen hemodynamische stoornissen
veroorzaken welke hun weerslag kunnen hebben op cardiaal gebied, dit vooral wanneer het om
een grote ingespoten hoeveelheid gaat.
Zoals alle jodiumhoudende contrastmiddelen kan
TELEBRIX 35
ongewenste nevenverschijnselen
veroorzaken. Deze kunnen gaan tot ernstige, zelfs fatale intolerantieverschijnselen. Deze reacties
komen veelvuldiger voor bij patiënten die een vroegere inspuiting van deze producten slecht
verdroegen of bij patiënten met allergische antecedenten (astma, eczeem, netelroos, hooikoorts,
diverse voedings- of medicamenteuze allergieën), maar ze zijn nooit te voorzien.
Tot deze ongewenste effecten behoren frequent goedaardige incidenten zoals:
warmtegevoel, vooral in keel, buik en bekken; roodheid van de huid, voornamelijk van het
aangezicht.
huidreacties : erythema dikwijls van het type netelroos, zonder groot klinisch belang.
digestieve reacties: misselijkheid, braken.
Ernstiger ongevallen zijn mogelijk: intolerantiereacties van verschillende ernst, gaande van
mineure vormen tot zware shock, zelfs met een dodelijke afloop. (1 geval/50.000 onderzoeken) :
ademhalingsstoornissen : bronchospasme, glottisoedeem
bijna onmiddellijk optreden van een anafylactische shock, onafhankelijk van de ingespoten
hoeveelheid of van de injectiesnelheid. Deze shock uit zich hoofdzakelijk door een daling van
de bloeddruk.
In dit geval gelieve volgend therapieschema te raadplegen (zie
Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium 2000, blz X):
Epinefrine (adrenaline) is de basis van de behandeling. Epinefrine wordt intramusculair
toegediend. De intramusculaire toediening heeft de voorkeur boven de subcutane gezien de
betere resorptie in geval van hypotensie. Intraveneuze toediening gebeurt best alleen wanneer
strikte monitoring van de patiënt mogelijk is door een gespecialiseerd team, de epinefrine-
oplossing moet eerst verdund worden en de injectie moet traag gebeuren.
De dosis epinefrine is:
-voor
volwassenen: 0,3 à 0,5 ml van een waterige oplossing 1/1.000 (1 mg/ml) intramusculair,
-voor
kinderen: 0,01 ml/kg van een waterige oplossing 1/1.000 (1 mg/ml) intramusculair (max.
0,5 ml).
Wanneer geen verbetering optreedt, kan na 5 minuten een tweede dosis worden toegediend.
Wanneer netelroos, oedeem en/of jeuk zich voordoen, is het aanbevolen eveneens een H
1
-
antihistaminicum parenteraal toe te dienen.
Injectie van een corticosteroïd, intraveneus of, indien dit moeilijk is, intramusculair, zoals
hydrocortison of methylprednisolon, laat toe de duur van de anafylactische reactie te verkorten
en een latere verergering te vermijden. Het effect treedt wel slechts na enkele uren op.
In geval van bronchospasme kunnen ß
2
-mimetica via inhalatie worden gebruikt.
Een verergering van de nierinsufficiëntie is mogelijk bij toediening van hoge concentraties
TELEBRIX 35,
meer in het bijzonder bij onvoldoende hydratatie van de patiënt.
Zoals alle jodiumhoudende stoffen, verstoort
TELEBRIX 35
tijdelijk (3 tot 4 dagen) de
schildklierfunctie.
Thyrotoxicose kan voorkomen bij patiënten met onvoldoende gecontroleerde of subklinische
hyperthyroïdie, alsook bij patiënten met autonome schildkliernoduli (opgepast voor oudere
patiënten). De symptomen kunnen laattijdig (na maanden) optreden.
Bij de pasgeborene kan, voornamelijk in geval van nierinsufficiëntie, een voorbijgaande
hypothyroïdie waargenomen worden.
De extravasatie van
TELEBRIX 35
kan op de injectieplaats een oedeem teweegbrengen, al dan
niet gepaard gaande met pijngevoel.
Overgevoeligheidsreacties kunnen vertraagd optreden tot 48 uur na toediening van het
jodiumhoudend contrastproduct. Deze reacties uiten zich vooral op de huid (roodheid, jeuk,
netelroos) maar soms ook door ademhalingsoedeem, oedeem van Quincke, bronchospasme en
lage bloeddruk.
In geval er bij u een bijwerking optreedt die niet in deze bijsluiter is vermeld, informeer dan uw arts
of apotheker.
5.
Hoe bewaart u TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie ?
Buiten bereik en zicht van kinderen bewaren.
Bewaren tussen 15° en 25°C en buiten invloed van het licht.
De vervaldatum op de verpakking naast het teken
Exp.,
wat betekent vervallen (maand/jaar) de
laatste dag van de vermelde maand, niet overschrijden.
6.
Aanvullende informatie
Neem voor alle informatie met betrekking tot dit geneesmiddel contact op met uw arts of
apotheker.
Afleveringswijze
Op medisch voorschrift
Deze bijsluiter is voor het laatst herzien in oktober 2010
De datum van de de goedkeuring van deze bijsluiter is : 12/2011

Lees de hele bijsluiter aandachtig door alvorens dit geneesmiddel te gebruiken
· Bewaar deze bijsluiter, misschien heeft u hem nog een keer nodig.
· Raadpleeg uw arts of apotheker, als u aanvul ende vragen heeft.
- Dit geneesmiddel is al een aan u voorgeschreven, geef het dus niet door aan iemand anders. Het
kan schadelijk voor hen zijn, zelfs als ze dezelfde verschijnselen hebben als u.
Inhoud van deze bijsluiter :
1. Wat is
TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing
voor injectie en waarvoor wordt het
gebruikt ?
2. Wat u moet weten voordat u
TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie
gebruikt.
3. Hoe wordt
TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie gebruikt ?
4. Mogelijke bijwerkingen.
5. Hoe bewaart u
TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie ?
6. Aanvul ende informatie.
TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie
Natriumioxalamaat, meglumineioxitalamaat

Het werkzame bestanddeel is natriumioxitalamaat 9,66 g/100 ml en
meglumine-ioxitalamaat van 65,09 g/100 ml of 350 mg jodium/ml.
Andere bestanddelen zijn : natriumcalciumedetaat, mononatriumfosfaat-dihydraat, water voor
injectie.
Registratiehouder en fabrikant
Guerbet ­ B.P. 57400, F-95943 Roissy CdG ­ Cedex France
Registratienummers
TELEBRIX 35 50 ml

BE 136236
TELEBRIX 35 100 ml
BE 136245
TELEBRIX 35 200 ml
BE
136254
1.
Wat is TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie en waarvoor wordt het
gebruikt ?

TELEBRIX 35 is een oplossing voor injectie, in flacon van kleurloos glas van 50 ml, 100 ml en
200 ml.
TELEBRIX 35 is een product bestemd voor de opacificatie van aders en slagaders, van de nieren
en de urinewegen en voor de verhoging van het contrast bij CT Scanner in volgende onderzoeken
:
Angiocardiografie (coronarografie en ventriculografie).
Intraveneuze urografie.
Digitale angiografie
CT Scanner
2.
Wat u moet weten voordat u TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie
gebruikt.
Gebruik TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie niet voor het uitvoeren
van :

- Myelografie. De toediening, zelfs van een kleine hoeveelheid, in de subarachnoïdale ruimte,
kan convulsies uitlokken en de dood tot gevolg hebben.
- Bij overgevoeligheid voor één van de bestanddelen van het product.
Pas goed op met TELEBRIX 35
Toezicht door een geneesheer is aangewezen gedurende gans het onderzoek, vooral wat betreft
de polsslag en de arteriële bloeddruk. Verder is het nodig een intraveneuze toegangsweg open te
houden, om in geval van reactie onmiddel ijk een behandeling te kunnen starten.
Voorzichtigheid is geboden bij zieken met: ernstige leverinsufficiëntie, congestieve
hartinsufficiëntie, belangrijke respiratoire insufficiëntie, al ergische antecedenten, antecedenten
van jodiumal ergie.
Het is aan te raden dehydratatie vóór het onderzoek te vermijden en een overvloedige diurese te
onderhouden in geval en van: nierinsufficiëntie, diabetes, myeloma, hyperuricemie, alsook bij zeer
jonge kinderen en patiënten met atheromatose.
Gezien het onvoorzienbaar karakter van de reacties, is het aan te raden bij het onderzoek de
nodige middelen bij de hand te hebben voor een dringende reanimatie.
Premedicatie lijkt wenselijk bij risicopatiënten (al ergische antecedenten «jodiumintolerantie»):
hetzij 50 mg prednison per os of 100 mg hydrocortison intraveneus al e 6 uren met een totaal van
3 doses, de laatste toegediend één uur voor inspuiting van het contrastproduct; hetzij 50 mg
difenhydramine i.m., i.v. of oraal en 300 mg cimetidine i.v. of per os één uur voor het onderzoek.
Voor patiënten die lijden aan sikkelcelanemie is het aan te raden, om een crisis van
sikkelcelanemie te vermijden, voldoende te hydrateren en een zo klein mogelijke hoeveelheid
contraststof met een lage concentratie en een lage osmolaliteit te gebruiken.
Voorzichtigheid is vereist bij toediening van TELEBRIX 35 gedurende de zwangerschap, aan
patiënten met multiple myeloma, de ziekte van Waldenström, hyperthyreose, hartdecompensatie,
feochromocytoom of met een gekende reactie op het contrastmiddel en ook bij dehydratatie van
de patiënt.
Overgevoeligheidsreacties kunnen vertraagd optreden tot 48 uur na toediening van een
jodiumhoudend contrastmiddel. Gelieve uw arts te raadplegen indien U huiduitslag,
ademhalingsmoeilijkheden, oedeem of lage bloeddruk vaststelt.
Zwangerschap
Gezien het gevaar van ioniserende stralingen en het ontbreken van exacte informatie betreffende
de foetale toxiciteit van het ioxitalaminezuur, moet elk gebruik van dit product bij de zwangere
vrouw vermeden worden.
Borstvoeding
Tijdens de lactatieperiode is het aangewezen de borstvoeding, gedurende 24 uur na toediening
van
TELEBRIX 35, te staken.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Niet van toepassing.
Gebruik van TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie in combinatie met
andere geneesmiddelen.
De behandeling door biguanides moet gestopt worden 48 uur vóór het onderzoek en mag slechts
2 dagen na het radiologisch onderzoek hervat worden; dit om de mogelijkheid van
melkzuuracidose, ontstaan door functionele nierinsufficiëntie als gevolg van radiologisch
onderzoek bij de diabeticus, te vermijden.
De schildkliertesten (P.B.I., gemarkeerd jodium) weerspiegelen niet duidelijk de schildklierwerking
gedurende verschil ende weken na de toediening van jodiumhoudende contrastmiddelen. De
directe dosering van schildklierhormonen (thyroxine, trijodothyroïne) sluit elke verwarring uit.
Het opsporen van urineproteïnen met een sterk zuur kan na gebruik van wateroplosbare
jodiumhoudende contrastproducten een valse positieve reactie geven.
Het is aanbevolen
TELEBRIX 35 niet te mengen met een ander chemisch bestanddeel (lokaal
anaestheticum, perifere vasodilatator) dat het neerslaan van de in te spuiten oplossing kan
teweegbrengen
3.
De in te spuiten hoeveelheid
TELEBRIX 35 dient aangepast te worden aan het soort onderzoek of
aan het te onderzoeken orgaan en is afhankelijk van de toestand van de patiënt.
In geval van nierinsufficiëntie, zal de ingespoten dosis verminderd worden en men zal vooral
zorgen voor een voldoende hydratatie van de patiënt.
De ideale toediening van
TELEBRIX 35 gebeurt op lichaamstemperatuur.
Gezien de mogelijkheid van ongewenste effecten, dient de patiënt na het onderzoek gedurende
een half uur onder toezicht te staan.
Aanwijzende waarden :
Type van onderzoek
Bij de volwassene
Bij het kind
(patiënt 70 kg)
Coronarografie :
5-12 ml/injectie
4-6 ml/injectie
in 2-5 sec.
in 1-3 sec.
Ventriculografie :
30-50 ml/injectie
7-20 ml/injectie
in 3-10 sec.
in 2-5 sec.
Intraveneuze urografie :
snel e injectie
voor gewicht
60 ml in 15-30 sec.
> 5 kg
perfusie 80-100 ml
dosis in ml:
in 5-10 min.
gewicht in kg + 6 ml
Digitale angiografie :
bolus 40 ml/injectie
*
in 3-6 sec.
CT Scanner
snel e bolus 60 ml
*
in 15 sec.
perfusie 80-100 ml
in 5-10 min.
- Bij het kind genieten contrastproducten met lage osmolaliteit de voorkeur.
Wat u moet doen als u meer van TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie
heeft gebruikt dan u zou mogen :

De toediening van te grote volumen van uro-angiografische contrastproducten kan aanleiding
geven tot symptomen van overdosering van verschil ende aard.
Hypervolemie als gevolg van overdosering, kan aan de oorsprong liggen van cardiovasculaire
problemen bij patiënten met een wankel hemodynamisch evenwicht.
Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met nier- of hartinsufficiëntie, hyperuricemie, bij zeer
jonge kinderen en oudere patiënten.
Het begrip van overdosering is onafhankelijk van de intolerantierisico's van al ergische aard.
4.
Mogelijke bijwerkingen
Angiografische onderzoeken met
TELEBRIX 35 kunnen hemodynamische stoornissen
veroorzaken welke hun weerslag kunnen hebben op cardiaal gebied, dit vooral wanneer het om
een grote ingespoten hoeveelheid gaat.
Zoals al e jodiumhoudende contrastmiddelen kan
TELEBRIX 35 ongewenste nevenverschijnselen
veroorzaken. Deze kunnen gaan tot ernstige, zelfs fatale intolerantieverschijnselen. Deze reacties
komen veelvuldiger voor bij patiënten die een vroegere inspuiting van deze producten slecht
verdroegen of bij patiënten met al ergische antecedenten (astma, eczeem, netelroos, hooikoorts,
diverse voedings- of medicamenteuze al ergieën), maar ze zijn nooit te voorzien.
Tot deze ongewenste effecten behoren frequent goedaardige incidenten zoals:
· huidreacties : erythema dikwijls van het type netelroos, zonder groot klinisch belang.
· digestieve reacties: misselijkheid, braken.
Ernstiger ongeval en zijn mogelijk: intolerantiereacties van verschil ende ernst, gaande van
mineure vormen tot zware shock, zelfs met een dodelijke afloop. (1 geval/50.000 onderzoeken) :
- ademhalingsstoornissen : bronchospasme, glottisoedeem
· bijna onmiddel ijk optreden van een anafylactische shock, onafhankelijk van de ingespoten
hoeveelheid of van de injectiesnelheid. Deze shock uit zich hoofdzakelijk door een daling van
de bloeddruk. In dit geval gelieve volgend therapieschema te raadplegen (zie
Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium 2000, blz X):
· Epinefrine (adrenaline) is de basis van de behandeling. Epinefrine wordt intramusculair
toegediend. De intramusculaire toediening heeft de voorkeur boven de subcutane gezien de
betere resorptie in geval van hypotensie. Intraveneuze toediening gebeurt best al een wanneer
strikte monitoring van de patiënt mogelijk is door een gespecialiseerd team, de epinefrine-
oplossing moet eerst verdund worden en de injectie moet traag gebeuren.
De dosis epinefrine is:
-voor volwassenen: 0,3 à 0,5 ml van een waterige oplossing 1/1.000 (1 mg/ml) intramusculair,
-voor kinderen: 0,01 ml/kg van een waterige oplossing 1/1.000 (1 mg/ml) intramusculair (max.
0,5 ml).
· Wanneer geen verbetering optreedt, kan na 5 minuten een tweede dosis worden toegediend.
Wanneer netelroos, oedeem en/of jeuk zich voordoen, is het aanbevolen eveneens een H1-
antihistaminicum parenteraal toe te dienen.
· Injectie van een corticosteroïd, intraveneus of, indien dit moeilijk is, intramusculair, zoals
hydrocortison of methylprednisolon, laat toe de duur van de anafylactische reactie te verkorten
en een latere verergering te vermijden. Het effect treedt wel slechts na enkele uren op.
· In geval van bronchospasme kunnen ß2-mimetica via inhalatie worden gebruikt.
Een verergering van de nierinsufficiëntie is mogelijk bij toediening van hoge concentraties
TELEBRIX 35, meer in het bijzonder bij onvoldoende hydratatie van de patiënt.
Zoals al e jodiumhoudende stoffen, verstoort
TELEBRIX 35 tijdelijk (3 tot 4 dagen) de
schildklierfunctie.
Thyrotoxicose kan voorkomen bij patiënten met onvoldoende gecontroleerde of subklinische
hyperthyroïdie, alsook bij patiënten met autonome schildkliernoduli (opgepast voor oudere
patiënten). De symptomen kunnen laattijdig (na maanden) optreden.
Bij de pasgeborene kan, voornamelijk in geval van nierinsufficiëntie, een voorbijgaande
hypothyroïdie waargenomen worden.
De extravasatie van
TELEBRIX 35 kan op de injectieplaats een oedeem teweegbrengen, al dan
niet gepaard gaande met pijngevoel.
Overgevoeligheidsreacties kunnen vertraagd optreden tot 48 uur na toediening van het
jodiumhoudend contrastproduct. Deze reacties uiten zich vooral op de huid (roodheid, jeuk,
netelroos) maar soms ook door ademhalingsoedeem, oedeem van Quincke, bronchospasme en
lage bloeddruk.
In geval er bij u een bijwerking optreedt die niet in deze bijsluiter is vermeld, informeer dan uw arts
of apotheker.
5.
Hoe bewaart u TELEBRIX 35, 350 mg jodium/ml, oplossing voor injectie ?
Aanvullende informatie
Neem voor al e informatie met betrekking tot dit geneesmiddel contact op met uw arts of
apotheker.
Afleveringswijze
Op medisch voorschrift

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG