Technescan lyomaa 2 mg

Technescan LyoMAA IB1 B nl 121203
Samenvatting van de kenmerken van het product
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Technescan LyoMAA 2 mg kit voor radiofarmaceutisch preparaat
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Eén injectieflacon bevat 2,0 mg macrosalb (macroaggregaten van menselijk serum albumine):
In het gelabelde product is de verdeling van de grootte van de deeltjes (grootste afmeting) als volgt:
95 % van de deeltjes is tussen 10 en 100
µm,
waarvan het grootste deel tussen de 10 en 90
µm
is en
minder dan 0,2 % van de deeltjes tussen de 100 en 150
µm.
Geen van de deeltjes is groter dan 150
µm.
Het aantal deeltjes per injectieflacon is 4,5 x 10
6
.
Hulpstof met bekend effect:
Elke injectieflacon bevat ongeveer 0,23 mg (0,01 mmol) natrium.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Kit voor radiofarmaceutisch preparaat.
Poeder voor suspensie voor injectie.
4.
4.1
KLINISCHE GEGEVENS
Therapeutische indicaties
Dit geneesmiddel is uitsluitend voor diagnostisch gebruik.
Technescan LyoMAA wordt gebruikt na labeling met een natrium pertechnetaat[
99m
Tc]oplossing
(Ph.Eur.) verkregen uit een vergunde radionuclide generator voor de volgende indicaties:
Longperfusiescintigrafie:
Voor diagnose of uitsluiting van pulmonale embolie bij patiënten met symptomen van pulmonale
embolie; en voor de controle van de ontwikkeling van een pulmonale embolie;
Voor onderzoeken bij behandelingen die een significante vermindering van regionale longperfusie als
gevolg hebben, als pre-operatief onderzoek van de lokale pulmonale perfusie vóór een (partiële)
pulmonale resectie, als pre-operatief onderzoek en controle van voortgang van longtransplantaten en
als pre-therapeutische onderzoeken als hulp bij de radiotherapieplanning;
In combinatie met ventilatie scintigrafie voor de initiële evaluatie en de follow-up van patiënten met
ernstige obstructieve en/of restrictieve pulmonale ziekten;
Voor de diagnose en kwantificatie van pulmonale rechts-links shunts.
Radionuclide venografie:
Als alternatief voor Doppler echografie, voor radionuclide venografie van de onderste ledematen, in
combinatie met pulmonale perfusie scintigrafie bij patiënten met verdenking op diepe vene trombose
van de onderste ledematen en pulmonale embolie.
1/10
Technescan LyoMAA IB1 B nl 121203
4.2
Dosering en wijze van toediening
Dosering voor pulmonale perfusie scintigrafie en venoscintigrafie:
Volwassen en ouderen
De aanbevolen intraveneus toegediende radioactiviteit ligt tussen de 40 en 150 MBq, met een
middenwaarde van 100 MBq voor planaire pulmonale perfusiescintigrafie en tot 200 MBq voor
SPECT pulmonale perfusiescintigrafie. Het gemiddeld aanbevolen aantal deeltjes voor volwassenen
moet tussen de 100 000 en 300 000 liggen. Het maximum aantal deeltjes van 700 000 per toediening
mag niet overschreden worden. Voor een optimale beeldkwaliteit is het minimum aantal deeltjes per
toegediende dosis 100 000.
Volwassen en ouderen met ernstige cardiovasculaire aandoeningen, met pulmonale hypertensie
gepaard gaande met respiratoire insufficiëntie of met rechts-links shunt
Het aantal deeltjes moet verlaagd worden naar 100 000 – 200 000.
Pediatrische patiënten
De Pediatric Task Group van de EANM (European Association of Nuclear Medicine )adviseert een
berekening van de toegediende activiteit aan kinderen op basis van lichaamsgewicht volgens de
volgende tabel:
Fractie van de dosering voor volwassenen:
3 kg = 0,10
4 kg = 0,14
6 kg = 0,19
8 kg = 0,23
10 kg = 0,27
12 kg = 0,32
14 kg = 0,36
16 kg = 0,40
18 kg = 0,44
20 kg = 0,46
22 kg = 0,50
24 kg = 0,53
26 kg – 0,56
28 kg = 0,58
30 kg = 0,62
32 kg = 0,65
34 kg = 0,68
36 kg = 0,71
38 kg = 0,73
40 kg = 0,76
42 kg = 0,78
44 kg = 0,80
46 kg = 0,82
48 kg = 0,85
50 kg – 0,88
52-54 kg = 0,90
56-58 kg = 0,92
60-62 kg = 0,96
64-66 kg = 0,98
68 kg = 0,99
Voor een voldoende beeldkwaliteit bij kleine kinderen dient de toegediende activiteit niet lager dan
10 MBq te zijn.
Pasgeborenen:
het aantal deeltjes dient beperkt te worden tot 50 000.
Eén jaar oude kinderen: het aantal deeltjes dient beperkt te worden tot maximaal 150 000.
Pediatrische patiënten met een rechts-links shunt
Pasgeborenen:
Eenjarigen:
5-10 jaar oude kinderen:
15 jaar oude adolescenten:
het aandeeltjes moet beperkt worden tot 1 000 - 5 000.
het aantal deeltjes moet beperkt worden tot 5 000 - 15 000.
het aantal deeltjes moet beperkt worden tot 20 000 - 30 00.
het aantal deeltjes moet beperkt worden tot 20 000 - 70 000.
Wijze van toediening en scintigrafisch onderzoek
2/10
Technescan LyoMAA IB1 B nl 121203
Dit geneesmiddel dient voor gebruik gereconstitueerd te worden. Alle ongebruikte suspensie moet 8
uur na reconstitutie worden afgevoerd. In rubriek 12 wordt informatie over de bereiding van het
gereconstitueerde product verstrekt. Na reconstitutie en labeling is de technetium [
99m
Tc] macrosalb
injectie een witte vloeibare suspensie van deeltjes die tijdens het staan neer kunnen slaan.
Dit geneesmiddel mag uitsluitend worden toegediend door bevoegd personeel (zie rubriek “Algemene
waarschuwingen” in rubriek 6.6).
De inhoud van de spuit moet voorzichtig vlak voor de injectie nogmaals worden omgezwenkt, om een
uniforme verdeling van de deeltjes te bewerkstelligen en om de vorming van grotere aggregaten tegen
te gaan. Men moet een dunne canule gebruiken om eventuele complexen van aggregaten op te lossen.
Aanvullende informatie over de voorzorgsmaatregelen bij toediening van de suspensie wordt in
rubriek 4.4 en 6.6 vermeld.
Bloed mag om dezelfde reden nooit in de spuit worden opgetrokken omdat dat de vorming van kleine
klontertjes bevordert, die op het scintigram te zien zijn als vals-positieve defecten vanwege de
occlusie van de grotere arteriolen. Indien mogelijk moet het product niet via een geïmplanteerde
veneuze poort worden toegediend, omdat dit kan leiden tot onvoldoende mengen van de radio-
activiteit in de pulmonale arterie.
Voorbereiding patiënt
Een schildklierblokkade voor toediening van de injectie van technetium [
99m
Tc] macrosalb suspensie
kan de blootstelling van de schildklier aan straling helpen verlagen omdat de opname door de
schildklier van technetium [
99m
Tc] pertechnetaat dat in kleinere hoeveelheden door het metabolisme
wordt ontwikkeld, verminderd wordt.
Nadat de patiënt heeft gehoest en een aantal keren diep heeft geademd, wordt het product langzaam
intraveneus geïnjecteerd gedurende 3 tot 5 ademhalingscycli of gedurende tenminste 30 seconden,
indien mogelijk echter niet via een geïmplanteerde veneuze catheter. Men moet uiterst voorzichtig te
werk gaan zodat het radioactieve product niet in de omgevende weerfsels terechtkomt en er geen
bloed wordt geaspireerd, omdat anders het gevaar bestaat dat zich grotere aggregaatcomplexen
vormen. De patiënt dient tijdens de injectie op de rug te liggen of, voor patiënten met orthopnoe,
zoveel mogelijk in deze positie. Het pulmonale onderzoek kan direct na de injectie plaatsvinden.
De intraveneuze injectie wordt volgens officiële aanbeveling in rugligging uitgevoerd, zodat het
craniocaudale verschil geneutraliseerd wordt. Anderszins zijn er bronnen die adviseren de injectie in
dezelfde positie uit te voeren als inhalatie van het radioactieve inert gas of van aërosols, d.w.z. bij
voorkeur in zittende positie, die minstens 5 minuten van te voren wordt ingenomen. Op deze manier
wordt het gevaar van vals-positieve uitslagen in een staggered onderzoek van ventilatie en perfusie als
gevolg van de betere ventilatie van de longen in de zittende positie vermeden.
4.3
Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor het werkzaam bestanddeel of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde
hulpstoffen.
- Ernstige pulmonale hypertensie
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Overgevoeligheid of anafylactische reacties
Met de mogelijkheid van overgevoeligheidsreacties waaronder ernstige, levensbedreigende
anafylactische/anafylactoïde reacties moet altijd rekening worden gehouden. Geavanceerde
behandeling moet snel beschikbaar zijn.
3/10
Technescan LyoMAA IB1 B nl 121203
Individuele risico/baten afweging
Voor elke patiënt dient de blootstelling aan ioniserende straling gerechtvaardigd te zijn op basis van
het verwachte voordeel. De toegediende activiteit dient zodanig te zijn dat de resulterende
stralingsdosis zo laag mogelijk is voor het beoogde diagnostische resultaat.
Voor pediatrische patiënten (jonger dan 18 jaar) is bijzondere voorzichtigheid geboden bij het
toedienen van technetium [
99m
Tc] macrosalb aggregaten, omdat de effectieve dosis per MBq hoger is
dan bij volwassenen (zie rubriek 11. Dosimetrie).
Bijzondere voorzichtigheid is geboden bij het toedienen van [
99m
Tc] macrosalb aggregaten aan
patiënten met significante cardiale rechts-links shunt. Om het gevaar van micro-embolie in de
cerebrale en renale circulatie te minimaliseren, dienende [
99m
Tc] macrosalb aggregaten per langzame
intraveneuze injectie teworden toegediend en het aantal deeltjes met 50% te worden verminderd. Deze
voorzorgsmaatregelen worden ook aanbevolen bij patiënten met falende ademhalingsfunctie als
complicatie bij pulmonale hypertensie.
Om de stabiliteit van het radioactief gelabelde geneesmiddel niet te beperken, mogen technetium
[
99m
Tc] macrosalb aggregaten niet worden gemengd met andere geneesmiddelen of bestanddelen, noch
mogen zij samen met die producten worden toegediend.
Het medicinale product mag niet in aanraking komen met lucht.
De spuit moet vlak voor de injectie voorzichtig worden gezwenkt om het injectaat te homogeniseren.
Bloed mag nooit in de spuit worden opgezogen omdat het tot de vorming van bloedstolsels aanleiding
geeft.
Hulpstoffen:
Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per injectieflacon en is dus in wezen
natriumvrij.
Virale veiligheid
Wanneer geneesmiddelen gemaakt worden van humaan bloed of plasma moeten standaard
maatregelen genomen worden om overdracht van infecties te voorkomen. Hieronder valt de selectie
van donors, het testen van individuele donors en plasmapools op de aanwezigheid van virussen of
infecties en het nemen van maatregelen bij de productie ter inactivering/verwijderen van virussen.
Ondanks deze maatregelen kan de mogelijkheid van overdracht van infectieuze pathogenen door
toediening van geneesmiddelen uit bloed of plasma niet met absolute zekerheid worden uitgesloten.
Dit is ook van toepassing op elk nog onbekend of nieuw virus of andere soorten infecties.
Er zijn geen meldingen van virusinfecties door albumine gemaakt volgens standaardprocessen en
volgens de specificaties van de Europese Farmacopee.
Het product is bereid uit batches van menselijk albumine en is onderzocht op hepatitis B-
oppervlakteantigeen (HBsAg), antistoffen tegen het humaan immunodeficiëntievirus (anti-HIV) en
antistoffen tegen het hepatitis C-virus (anti-HCV).
Er wordt sterk aangeraden om iedere keer dat Technescan LYOMAA wordt toegediend, de naam van
de patiënt en het lotnummer te noteren, om een link te leggen tussen de patiënt en het gebruikte lot.
Algemene waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen voor het voorkomen van milieurisico’s
Dit radioactieve geneesmiddel mag uitsluitend worden ontvangen, gebruikt en toegediend door
bevoegde personen, in een daartoe bestemde klinische omgeving. De ontvangst, opslag, gebruik,
overbrenging en afvoer ervan vallen onder de voorschriften en/of de desbetreffende vergunningen van
de plaatselijke bevoegde officiële instanties.
4/10
Technescan LyoMAA IB1 B nl 121203
Radiofarmaceutische middelen dienen door de gebruiker te worden bereid op een wijze die
beantwoordt aan zowel de radiologische als de farmaceutische kwaliteitseisen. Neem de gepaste
aseptische voorzorgen.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Veranderingen in de biologische verdeling van
99m
Tc-MAA worden door verscheidene
geneesmiddelen geïnduceerd.
Farmacologische interacties worden door chemotherapeutica, heparine en bronchodilatatoren
veroorzaakt.
Toxicologische interacties worden teweeggebracht door heroïne, nitrofurantoïne, busulfan,
cyclofosfamide, bleomycine, methotrexaat en methysergide.
Farmaceutische interacties worden door magnesiumsulfaat veroorzaakt.
4.6
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Vrouwen in de vruchtbare leeftijd
Wanneer het nodig is radioactieve geneesmiddelen aan een vrouw in de vruchtbare leeftijd toe te
dienen, dient altijd navraag naar eventuele zwangerschap te worden gedaan. Van iedere vrouw die
overtijd is, moet worden aangenomen dat ze zwanger is totdat het tegendeel is aangetoond. In geval
van onzekerheid is het van belang de blootstelling aan straling tot een minimum te beperken, rekening
houdend met de gewenste klinische informatie. Overwogen moet worden of alternatieve methoden,
waarbij geen ioniserende straling vrijkomt, in aanmerking komen.
Zwangerschap
Bij zwangerschap dienen slechts dringend noodzakelijke onderzoeken te worden uitgevoerd, wanneer
het waarschijnlijke voordeel opweegt tegen het door de moeder en haar foetus gelopen risico.
Technieken met radionucliden die bij zwangere vrouwen worden toegepast, hebben ook tot gevolg dat
de foetus aan straling wordt blootgesteld.
Borstvoeding
Indien de toediening noodzakelijk wordt geacht, moet de borstvoeding gedurende 12 uur worden
onderbroken en de afgekolfde melk worden vernietigd.
Alvorens een radioactief geneesmiddel toe te dienen aan een moeder die borstvoeding geeft, dient te
worden overwogen of het onderzoek redelijkerwijs kan worden uitgesteld tot de moeder de
borstvoeding heeft beëindigd en of men wel het juiste radiofarmacon heeft gekozen gezien de in de
moedermelk uitgescheiden radioactiviteit.
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen
om machines te bedienen.
4.8
Bijwerkingen
Voor veiligheidsgegevens met betrekking tot overdraagbare aandoeningen, zie rubriek 4.4
De volgende frequentiegroepen worden gebruikt:
Zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100 tot <1/10), soms (≥1/1 000 tot <1/100), zelden (≥1/10 000 tot
<1 000), zeer zelden (<1/10 000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden
bepaald).
Immuunsysteemaandoeningen
5/10
Technescan LyoMAA IB1 B nl 121203
Niet bekend: overgevoeligheidsreacties, waaronder levensbedreigende anafylaxie.
Overgevoeligheid op de injectieplaats.
Blootstelling aan ioniserende straling wordt in verband gebracht met het ontstaan van kanker en met
de kans op het ontwikkelen van erfelijke afwijkingen. Omdat de meeste diagnostische nucleair
geneeskundige onderzoeken uitgevoerd worden met lage doses straling wordt verwacht dat deze
bijwerkingen zullen optreden met een lage waarschijnlijkheid.
Zeer zelden (≤ 1/10 000) ontwikkelen zich na intraveneuze toediening van technetium [
99m
Tc]
macrosalb aggregaten overgevoeligheidsreacties zoals urticaria, rillingen, koorts, misselijkheid,
roodheid van het gelaat en zweten, alsmede stoornissen van de cardiale en circulatoire functies in de
vorm van veranderingen in ademhaling, pols, bloeddruk en collaps die in verband kunnen staan met
vasculaire occlusie.
Als symptomen zoals roodheid, jeuken, niezen, hoesten, zweten of het koud hebben, moeite met
ademen, misselijkheid, braken, oedeem, urticaria of andere overgevoeligheidsreacties optreden tijdens
de injectie, moet de toediening van het medicinale product onmiddellijk worden onderbroken.
Noodapparatuur en geneesmiddelen ter behandeling dienen zich onder direct handbereik te bevinden.
4.9
Overdosering
Overdosering zoals gewoonlijk opgevat (d.w.z. een excessieve gewichtshoeveelheid) valt niet te
verwachten, maar onder een overdosis kan de toediening van een zeer groot aantal deeltjes worden
verstaan. Het aantal deeltjes MAA voor een volwassen patiënt mag niet meer zijn dan 1,5×10
6
.
De te verwachten gevaren van de onopzettelijke toediening van een overmaat radioactiviteit kunnen
worden verminderd door de diurese en frequent urineren te bevorderen.
5.
5.1
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische groep: diagnostische radiofarmaca; Technetium [
99m
Tc], deeltjes voor injectie.
ATC code: V09E B01
Bij toediening van Technescan LyoMAA in de gebruikelijke doses zijn klinisch en/of analytisch geen
farmacodynamische effecten te constateren.
5.2
Farmacokinetische eigenschappen
Na intraveneuze injectie van technetium [
99m
Tc] macrosalb aggregaten, treedt een tijdelijke occlusie
van pulmonale capillairen en arteriolen op, die evenredig is met de regionale pulmonale bloedstroom
op dat moment.
Het principe van perfusiescintigrafie is capillaire blokkade. Na intraveneuze injectie wordt het
merendeel van de Macrosalb aggregaten vastgehouden in de pulmonale arteriolen en capillairen ten
tijde van de eerste passage door de longen. De diameter van de macroaggregaten ligt tussen de 10 en
90 µm, terwijl geen enkel deeltje groter is dan 150 µg. Afhankelijk van het aantal geïnjecteerde
deeltjes en misschien ook van de distributie van de deeltjesafmetingen, wordt ruwweg elke
1 000 000ste capillair (diameter < 20 µm) en elke 1000
ste
arteriole (diameter > 20 µm) tijdelijk
geoccludeerd. De mate van regionale blokkade met micro-embolieën is zodoende direct evenredig met
de regionale longperfusie op dat moment.
6/10
Technescan LyoMAA IB1 B nl 121203
Grotere deeltjes kunnen grotere bloedvaten afsluiten en daardoor artificieel de doorbloeding
verstoren.
Hemodynamische veranderingen zijn direct gerelateerd aan de deeltjesgrootte van de technetium
[
99m
Tc] macrosalb aggregaten.
De eliminatie van de macroaggregaat deeltjes uit de longen vindt plaats door mechanische
fragmentatie door de systolische/diastolische drukpulsen binnen de capillairen en enzymatische
afbraak met daaropvolgende fagocytose door de macrofagen van het reticulo-endotheliale systeem. In
de context van eliminatie accumuleert de activiteit in de lever en nieren. Leverstapeling in de lever is
30 minuten na injectie 0,25%.
De deeltjes worden uit de longen geëlimineerd met een biologische halfwaardetijd van ongeveer 1 tot
20 uur. Hierbij gaat men uit van de veronderstelling dat de halfwaardetijd een mono exponentiële
curve is. Als men veronderstelt dat het een bi exponentiële curve is, heeft de snelle initiële fase een
halfwaardetijd van 3,3 tot 6 uur en de trage fase één van ongeveer 3 dagen. De renale excretie van
activiteit is tussen de 20 en 40 % de eerste 24 uur en tussen de 42 en 95 % binnen de 48 uur. 30-45%
van de geïnjecteerde radioactiviteit wordt via de urine binnen 24 uur uitgescheiden.
Indien een rechts-links shunt aanwezig is, komt een deel van de macroaggregaten in de grote
bloedsomloop en wordt daar gevangen in het capillaire bed. Als dit gebeurt is de vorming van
bijvoorbeeld een cerebrale of renale micro-embolie mogelijk.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Er bestaat een correlatie tussen de grootte van de MAA en hun toxische effecten.
Het pathofysiologische mechanisme dat voor de toxiciteit verantwoordelijk is, blijkt de stijging van de
pulmonale bloeddruk te zijn. Met deeltjes van 10-50
µm
in doorsnede doen zich bij de honden de
eerste longsymptomen van toxiciteit (b.v. tachypnoe) voor na injectie van 20-25 mg/kg
lichaamsgewicht.
Er wordt een scherpe stijging van de pulmonale bloeddruk gezien wanneer 20 mg macrosalb kleiner
dan 80
µm
wordt ingespoten, terwijl geen belangrijke drukveranderingen worden waargenomen bij 40
mg macrosalb-deeltjes kleiner dan 35
µm.
Met een suspensie van macrosalb tot 150
µm
doorsnede treden er onder de 10 mg/kg geen
bloeddrukveranderingen op, terwijl met suspensies van grotere deeltjes (tot 300
µm)
typerende
bloeddrukveranderingen in de arteria pulmonalis voorkomen wanneer de dosis de 5 mg/kg
overschrijdt.
Doses van 20-50 mg/kg veroorzaken plotselinge dood wegens falende ademhaling. Een
veiligheidsfactor van 100 wordt gevonden na injectie bij honden van 14 000 deeltjes
99m
Tc-macrosalb
(grootte: 30-50
µm).
Bij honden uitgevoerd onderzoek naar de toxiciteit van herhaalde doses brengt geen detecteerbare
variaties in het algehele gedrag van de dieren aan het licht.
Er zijn geen bewijzen van pathologische afwijkingen in de belangrijkste organen gevonden.
Er zijn in de literatuur geen aanwijzingen voor teratogene, mutagene of carcinogene effecten van het
niet radioactief gemerkte product.
6.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
7/10
Technescan LyoMAA IB1 B nl 121203
6.1
Lijst van hulpstoffen
Tin(II) chloride dihydraat
Humaan serum albumine
Natriumchloride en natrium acetaat onder stikstof condities.
Eigenschappen van het geneesmiddel na reconstitutie en labeling:
Technetium [
99m
Tc] Macrosalb Injectie is een witte vloeibare suspensie van deeltjes die tijdens het
staan neer kunnen slaan.
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Om de stabiliteit van het radioactief gelabelde medicinale product niet te beperken, mogen technetium
[
99m
Tc] macrosalb aggregaten niet worden gemengd met andere geneesmiddelen of bestanddelen, noch
mogen zij samen met die producten worden toegediend.
6.3
Houdbaarheid
18 maanden
Na radiolabelling: 12 uur.
Niet bewaren boven 25°C
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor bewaarcondities na radiolabelling, zie rubriek 6.3.
Bewaren bij 2-8°C. De opslag moet voldoen aan de nationale voorschriften met betrekking tot
radioactief materiaal.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
10 ml glazen injectieflacon (Type 1, Ph. Eur.) afgesloten met een broombutyl rubber stop, gefelst met
een aluminium felskap. Technescan LyoMAA wordt geleverd als vijf injectieflacons in een doos.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Algemene waarschuwingen
Radioactieve geneesmiddelen mogen uitsluitend worden ontvangen, gebruikt en toegediend door
bevoegde personen in een daartoe bestemde klinische omgeving. De ontvangst, opslag, het gebruik,
vervoer en de afvoer vallen onder de voorschriften en/of de toepasselijke vergunningen van de
bevoegde officiële instantie.
Radioactieve geneesmiddelen dienen te worden bereid met inachtneming van zowel
stralingsveiligheids- als farmaceutische kwaliteitseisen.
De inhoud van de injectieflacon is alleen voor de bereiding van technetium (
99m
Tc) macrosalb injectie
en is niet bedoeld om direct aan de patiënt toe te dienen.
De inhoud van de kit is voor reconstitutie niet radioactief. Na toevoegen van natrium pertechnetaat
(
99
Tc) moet het product adekwaat afgeschermd worden.
Patiënten die behandeld zijn met radioactief medicinale producten vormen een risicofactor voor ander
personeel vanwege de externe stralingsbelasting of vanwege besmetting door spetters urine, braaksel
8/10
Technescan LyoMAA IB1 B nl 121203
e.d. Voorzorgsmaatregelen in overeenstemming met nationale regelgeving betreffende
stralingsveiligheid dienen om die reden te worden nageleefd.
Voor instructies om dit product toedieningsklaar te maken, zie rubriek 12.
Alle ongebruikte producten of afvalmaterialen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Mallinckrodt Belgium BVBA, Generaal de Wittelaan 9/5, 2800 Mechelen, België
8.
NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE428461
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING
DATUM VAN HERZIENING/GOEDKEURING VAN DE TEKST
10.
04/2013 / 04/2013
11.
DOSIMETRIE
Technetium [
99m
Tc] valt uiteen onder emissie van gammastraling met een energie van 140 keV en een
halfwaardetijd van 6,02 uur tot technetium [
99
Tc]), dat zo goed als stabiel kan worden beschouwd.
De data over blootstelling aan straling zijn afkomstig van de publicatie ICRP 80
Geabsorbeerde dosis per eenheid toegediende activiteit (mGy/MBq)
Orgaan
Bijnieren
Blaaswand
Botoppervlak
Borstklier
Galblaas
Hart
Hersenen
Huid
Maag-darmkanaal
Maagwand
Dunne darm
Dikke darm
Bovenste deel dikke darm
Onderste deel dikke darm
Nieren
Lever
Longen
Milt
Oesofagus
Ovarien
Pancreas
Rood beenmerg
Volwassene
0,0068
0,0087
0,0051
0,0050
0,0056
0,0096
0,00092
0,0015
0,0037
0,0020
0,0019
0,0022
0,0016
0,0037
0,016
0,066
0,0041
0,0061
0,0018
0,0056
0,0032
15 jaar
0,0088
0,011
0,0064
0,0056
0,0070
0,013
0,0012
0,0017
0,0052
0,0026
0,0026
0,0029
0,0021
0,0048
0,021
0,097
0,0055
0,0077
0,0023
0,0075
0,0038
10 jaar
0,013
0,014
0,0091
0,0099
0,010
0,018
0,0020
0,0027
0,0080
0,0043
0,0043
0,0050
0,0033
0,0072
0,030
0,13
0,0083
0,011
0,0035
0,011
0,0053
5 jaar
0,019
0,016
0,014
0,014
0,016
0,025
0,0032
0,0043
0,012
0.0068
0,0069
0,0083
0,0050
0,011
0,042
0,20
0,013
0,015
0,0054
0,017
0,0072
1 jaar
0,031
0,030
0,026
0,02
0,024
0,038
0,0055
0,0078
0,020
0,012
0,012
0,014
0,009
0,018
0,74
0,39
0,022
0,022
0,010
0,029
0,012
9/10
Technescan LyoMAA IB1 B nl 121203
Spieren
Testes
Thymus
Schildklier
Uterus
Overig weefsel
Effectieve dosis per
eenheid toegediende
activiteit (mSv/MBq)
0,0028
0,0011
0,0061
0,0025
0,0022
0,0028
0,011
0,0037
0,0014
0,0077
0,0033
0,0028
0,0036
0,016
0,0052
0,0022
0,011
0,0057
0,0042
0,0050
0,023
0,0077
0,0033
0,015
0,0090
0,0060
0,0074
0,0034
0,014
0,0062
0,022
0,016
0,011
0,013
0,063
De effectieve dosis bij volwassenen voor toediening van 150 MBq activiteit (maximum aanbevolen
dosis voor planaire scintigrafie) is ongeveer 1,7 mSv en 2,2 mSv voor 200 MBq (maximaal
aanbevolen dosering voor SPECT scintigrafie).
De geabsorbeerde dosering in de longen (als doelorgaan) is zodoende ongeveer 10 mGq en in de
kritische organen bijnieren, blaaswand, lever, pancreas en milt 1,0, 1,3, 2,4, 0,8 en 0,6 mGy,
respectievelijk.
Wanneer een dosering van 200 MBq wordt toegediend is de toegediende dosis in de longen als
doelorgaan ongeveer 13 mGy; in de kritische organen, bijnieren, blaaswand, lever, pancreas en milt is
dat 1,4, 1,7, 3,2, 1,1 en 0,8 mGy.
12.
INSTRUCTIES VOOR DE BEREIDING VAN RADIOACTIEVE GENEESMIDDELEN
12.1 Aanwijzingen voor het gebruik/behandeling
Voeg aseptisch de benodigde hoeveelheid natrium pertechnetaat [
99m
Tc] injectie (Fission of Non-
fission), minimaal 370 MBq, maximaal 3,7 GBq, in een volume van 1-10 ml toe aan een
injectieflacon Technescan LyoMAA. Gebruik geen ontluchtingsnaald, maar verwijder te hoge druk in
de injectieflacon door verwijdering van een volume gas dat gelijk is aan het ingebrachte volume
eluaat. Zwenk de injectieflacon een paar keer voorzichtig teneinde de vrij- gedroogde albumine
agregraten te suspenderen. Incubeer gedurende 5 minuten op kamertemperatuur. Zwenk de
injectieflacon alvorens een dosis af te nemen. Onder geen enkele voorwaarde mag het preparaat in
contact komen met lucht.
Eigenschappen van het geneesmiddel na reconstitutie en labeling:
Technetium [
99m
Tc] Macrosalb Injectie is een witte vloeibare suspensie van deeltjes die tijdens het
staan uit kunnen zakken neer kunnen slaan.
12.2 Instructies voor kwaliteitscontrole
Labeling-opbrengst 5 minuten na labeling. Bepaling van vrij
99m
Tc door membraan filtratie. Gebruik
hierbij een polycarbonaat filter met ronde 3
µm
poriën in een juiste houder. Plaats 0,2 ml van de
injectie op het membraan en filtreer met 20 ml zoutoplossing v. Raadpleeg voor bijzonderheden de
Eur. Ph. monografie 296.
10/10

Samenvatting van de kenmerken van het product
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Technescan LyoMAA 2 mg kit voor radiofarmaceutisch preparaat
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Eén injectieflacon bevat 2,0 mg macrosalb (macroaggregaten van menselijk serum albumine):
In het gelabelde product is de verdeling van de grootte van de deeltjes (grootste afmeting) als volgt:
95 % van de deeltjes is tussen 10 en 100 µm, waarvan het grootste deel tussen de 10 en 90 µm is en
minder dan 0,2 % van de deeltjes tussen de 100 en 150 µm. Geen van de deeltjes is groter dan 150
µm. Het aantal deeltjes per injectieflacon is 4,5 x 106.
Hulpstof met bekend effect:
Elke injectieflacon bevat ongeveer 0,23 mg (0,01 mmol) natrium.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Kit voor radiofarmaceutisch preparaat.
Poeder voor suspensie voor injectie.
4.
KLINISCHE GEGEVENS
4.1
Therapeutische indicaties
Dit geneesmiddel is uitsluitend voor diagnostisch gebruik.
Technescan LyoMAA wordt gebruikt na labeling met een natrium pertechnetaat[99mTc]oplossing
(Ph.Eur.) verkregen uit een vergunde radionuclide generator voor de volgende indicaties:
Longperfusiescintigrafie:
Voor diagnose of uitsluiting van pulmonale embolie bij patiënten met symptomen van pulmonale
embolie; en voor de controle van de ontwikkeling van een pulmonale embolie;
Voor onderzoeken bij behandelingen die een significante vermindering van regionale longperfusie als
gevolg hebben, als pre-operatief onderzoek van de lokale pulmonale perfusie vóór een (partiële)
pulmonale resectie, als pre-operatief onderzoek en controle van voortgang van longtransplantaten en
als pre-therapeutische onderzoeken als hulp bij de radiotherapieplanning;
In combinatie met ventilatie scintigrafie voor de initiële evaluatie en de follow-up van patiënten met
ernstige obstructieve en/of restrictieve pulmonale ziekten;
Voor de diagnose en kwantificatie van pulmonale rechts-links shunts.
Radionuclide venografie:
Als alternatief voor Doppler echografie, voor radionuclide venografie van de onderste ledematen, in
combinatie met pulmonale perfusie scintigrafie bij patiënten met verdenking op diepe vene trombose
van de onderste ledematen en pulmonale embolie.
4.2
Dosering en wijze van toediening
Dosering voor pulmonale perfusie scintigrafie en venoscintigrafie:
Volwassen en ouderen
De aanbevolen intraveneus toegediende radioactiviteit ligt tussen de 40 en 150 MBq, met een
middenwaarde van 100 MBq voor planaire pulmonale perfusiescintigrafie en tot 200 MBq voor
SPECT pulmonale perfusiescintigrafie. Het gemiddeld aanbevolen aantal deeltjes voor volwassenen
moet tussen de 100 000 en 300 000 liggen. Het maximum aantal deeltjes van 700 000 per toediening
mag niet overschreden worden. Voor een optimale beeldkwaliteit is het minimum aantal deeltjes per
toegediende dosis 100 000.
Volwassen en ouderen met ernstige cardiovasculaire aandoeningen, met pulmonale hypertensie
gepaard gaande met respiratoire insufficiëntie of met rechts-links shunt

Het aantal deeltjes moet verlaagd worden naar 100 000 ­ 200 000.
Pediatrische patiënten
De Pediatric Task Group van de EANM (European Association of Nuclear Medicine )adviseert een
berekening van de toegediende activiteit aan kinderen op basis van lichaamsgewicht volgens de
volgende tabel:
Fractie van de dosering voor volwassenen:
3 kg = 0,10
22 kg = 0,50
42 kg = 0,78
4 kg = 0,14
24 kg = 0,53
44 kg = 0,80
6 kg = 0,19
26 kg ­ 0,56
46 kg = 0,82
8 kg = 0,23
28 kg = 0,58
48 kg = 0,85
10 kg = 0,27
30 kg = 0,62
50 kg ­ 0,88
12 kg = 0,32
32 kg = 0,65
52-54 kg = 0,90
14 kg = 0,36
34 kg = 0,68
56-58 kg = 0,92
16 kg = 0,40
36 kg = 0,71
60-62 kg = 0,96
18 kg = 0,44
38 kg = 0,73
64-66 kg = 0,98
20 kg = 0,46
40 kg = 0,76
68 kg = 0,99
Voor een voldoende beeldkwaliteit bij kleine kinderen dient de toegediende activiteit niet lager dan
10 MBq te zijn.
Pasgeborenen: het aantal deeltjes dient beperkt te worden tot 50 000.
Eén jaar oude kinderen: het aantal deeltjes dient beperkt te worden tot maximaal 150 000.
Pediatrische patiënten met een rechts-links shunt
Pasgeborenen: het aandeeltjes moet beperkt worden tot 1 000 - 5 000.
Eenjarigen: het aantal deeltjes moet beperkt worden tot 5 000 - 15 000.
5-10 jaar oude kinderen: het aantal deeltjes moet beperkt worden tot 20 000 - 30 00.
15 jaar oude adolescenten: het aantal deeltjes moet beperkt worden tot 20 000 - 70 000.
Wijze van toediening en scintigrafisch onderzoek
Dit geneesmiddel dient voor gebruik gereconstitueerd te worden. Alle ongebruikte suspensie moet 8
uur na reconstitutie worden afgevoerd. In rubriek 12 wordt informatie over de bereiding van het
gereconstitueerde product verstrekt. Na reconstitutie en labeling is de technetium [99mTc] macrosalb
injectie een witte vloeibare suspensie van deeltjes die tijdens het staan neer kunnen slaan.
Dit geneesmiddel mag uitsluitend worden toegediend door bevoegd personeel (zie rubriek 'Algemene
waarschuwingen' in rubriek 6.6).
De inhoud van de spuit moet voorzichtig vlak voor de injectie nogmaals worden omgezwenkt, om een
uniforme verdeling van de deeltjes te bewerkstelligen en om de vorming van grotere aggregaten tegen
te gaan. Men moet een dunne canule gebruiken om eventuele complexen van aggregaten op te lossen.
Aanvullende informatie over de voorzorgsmaatregelen bij toediening van de suspensie wordt in
rubriek 4.4 en 6.6 vermeld.
Bloed mag om dezelfde reden nooit in de spuit worden opgetrokken omdat dat de vorming van kleine
klontertjes bevordert, die op het scintigram te zien zijn als vals-positieve defecten vanwege de
occlusie van de grotere arteriolen. Indien mogelijk moet het product niet via een geïmplanteerde
veneuze poort worden toegediend, omdat dit kan leiden tot onvoldoende mengen van de radio-
activiteit in de pulmonale arterie.
Voorbereiding patiënt
Een schildklierblokkade voor toediening van de injectie van technetium [99mTc] macrosalb suspensie
kan de blootstelling van de schildklier aan straling helpen verlagen omdat de opname door de
schildklier van technetium [99mTc] pertechnetaat dat in kleinere hoeveelheden door het metabolisme
wordt ontwikkeld, verminderd wordt.
Nadat de patiënt heeft gehoest en een aantal keren diep heeft geademd, wordt het product langzaam
intraveneus geïnjecteerd gedurende 3 tot 5 ademhalingscycli of gedurende tenminste 30 seconden,
indien mogelijk echter niet via een geïmplanteerde veneuze catheter. Men moet uiterst voorzichtig te
werk gaan zodat het radioactieve product niet in de omgevende weerfsels terechtkomt en er geen
bloed wordt geaspireerd, omdat anders het gevaar bestaat dat zich grotere aggregaatcomplexen
vormen. De patiënt dient tijdens de injectie op de rug te liggen of, voor patiënten met orthopnoe,
zoveel mogelijk in deze positie. Het pulmonale onderzoek kan direct na de injectie plaatsvinden.
De intraveneuze injectie wordt volgens officiële aanbeveling in rugligging uitgevoerd, zodat het
craniocaudale verschil geneutraliseerd wordt. Anderszins zijn er bronnen die adviseren de injectie in
dezelfde positie uit te voeren als inhalatie van het radioactieve inert gas of van aërosols, d.w.z. bij
voorkeur in zittende positie, die minstens 5 minuten van te voren wordt ingenomen. Op deze manier
wordt het gevaar van vals-positieve uitslagen in een staggered onderzoek van ventilatie en perfusie als
gevolg van de betere ventilatie van de longen in de zittende positie vermeden.
4.3
Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor het werkzaam bestanddeel of voor één van de in rubriek 6.1 vermelde
hulpstoffen.
- Ernstige pulmonale hypertensie
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Overgevoeligheid of anafylactische reacties
Met de mogelijkheid van overgevoeligheidsreacties waaronder ernstige, levensbedreigende
anafylactische/anafylactoïde reacties moet altijd rekening worden gehouden. Geavanceerde
behandeling moet snel beschikbaar zijn.
Individuele risico/baten afweging
Voor elke patiënt dient de blootstelling aan ioniserende straling gerechtvaardigd te zijn op basis van
het verwachte voordeel. De toegediende activiteit dient zodanig te zijn dat de resulterende
stralingsdosis zo laag mogelijk is voor het beoogde diagnostische resultaat.
Voor pediatrische patiënten (jonger dan 18 jaar) is bijzondere voorzichtigheid geboden bij het
toedienen van technetium [99mTc] macrosalb aggregaten, omdat de effectieve dosis per MBq hoger is
dan bij volwassenen (zie rubriek 11. Dosimetrie).
Bijzondere voorzichtigheid is geboden bij het toedienen van [99mTc] macrosalb aggregaten aan
patiënten met significante cardiale rechts-links shunt. Om het gevaar van micro-embolie in de
cerebrale en renale circulatie te minimaliseren, dienende [99mTc] macrosalb aggregaten per langzame
intraveneuze injectie teworden toegediend en het aantal deeltjes met 50% te worden verminderd. Deze
voorzorgsmaatregelen worden ook aanbevolen bij patiënten met falende ademhalingsfunctie als
complicatie bij pulmonale hypertensie.
Om de stabiliteit van het radioactief gelabelde geneesmiddel niet te beperken, mogen technetium
[99mTc] macrosalb aggregaten niet worden gemengd met andere geneesmiddelen of bestanddelen, noch
mogen zij samen met die producten worden toegediend.
Het medicinale product mag niet in aanraking komen met lucht.
De spuit moet vlak voor de injectie voorzichtig worden gezwenkt om het injectaat te homogeniseren.
Bloed mag nooit in de spuit worden opgezogen omdat het tot de vorming van bloedstolsels aanleiding
geeft.
Hulpstoffen:
Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per injectieflacon en is dus in wezen
natriumvrij.
Virale veiligheid
Wanneer geneesmiddelen gemaakt worden van humaan bloed of plasma moeten standaard
maatregelen genomen worden om overdracht van infecties te voorkomen. Hieronder valt de selectie
van donors, het testen van individuele donors en plasmapools op de aanwezigheid van virussen of
infecties en het nemen van maatregelen bij de productie ter inactivering/verwijderen van virussen.
Ondanks deze maatregelen kan de mogelijkheid van overdracht van infectieuze pathogenen door
toediening van geneesmiddelen uit bloed of plasma niet met absolute zekerheid worden uitgesloten.
Dit is ook van toepassing op elk nog onbekend of nieuw virus of andere soorten infecties.
Er zijn geen meldingen van virusinfecties door albumine gemaakt volgens standaardprocessen en
volgens de specificaties van de Europese Farmacopee.
Het product is bereid uit batches van menselijk albumine en is onderzocht op hepatitis B-
oppervlakteantigeen (HBsAg), antistoffen tegen het humaan immunodeficiëntievirus (anti-HIV) en
antistoffen tegen het hepatitis C-virus (anti-HCV).
Er wordt sterk aangeraden om iedere keer dat Technescan LYOMAA wordt toegediend, de naam van
de patiënt en het lotnummer te noteren, om een link te leggen tussen de patiënt en het gebruikte lot.
Algemene waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen voor het voorkomen van milieurisico's
Dit radioactieve geneesmiddel mag uitsluitend worden ontvangen, gebruikt en toegediend door
bevoegde personen, in een daartoe bestemde klinische omgeving. De ontvangst, opslag, gebruik,
overbrenging en afvoer ervan vallen onder de voorschriften en/of de desbetreffende vergunningen van
de plaatselijke bevoegde officiële instanties.
Radiofarmaceutische middelen dienen door de gebruiker te worden bereid op een wijze die
beantwoordt aan zowel de radiologische als de farmaceutische kwaliteitseisen. Neem de gepaste
aseptische voorzorgen.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Veranderingen in de biologische verdeling van 99mTc-MAA worden door verscheidene
geneesmiddelen geïnduceerd.
- Farmacologische interacties worden door chemotherapeutica, heparine en bronchodilatatoren
veroorzaakt.
- Toxicologische interacties worden teweeggebracht door heroïne, nitrofurantoïne, busulfan,
cyclofosfamide, bleomycine, methotrexaat en methysergide.
- Farmaceutische interacties worden door magnesiumsulfaat veroorzaakt.
4.6
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Vrouwen in de vruchtbare leeftijd
Wanneer het nodig is radioactieve geneesmiddelen aan een vrouw in de vruchtbare leeftijd toe te
dienen, dient altijd navraag naar eventuele zwangerschap te worden gedaan. Van iedere vrouw die
overtijd is, moet worden aangenomen dat ze zwanger is totdat het tegendeel is aangetoond. In geval
van onzekerheid is het van belang de blootstelling aan straling tot een minimum te beperken, rekening
houdend met de gewenste klinische informatie. Overwogen moet worden of alternatieve methoden,
waarbij geen ioniserende straling vrijkomt, in aanmerking komen.
Zwangerschap
Bij zwangerschap dienen slechts dringend noodzakelijke onderzoeken te worden uitgevoerd, wanneer
het waarschijnlijke voordeel opweegt tegen het door de moeder en haar foetus gelopen risico.
Technieken met radionucliden die bij zwangere vrouwen worden toegepast, hebben ook tot gevolg dat
de foetus aan straling wordt blootgesteld.
Borstvoeding
Indien de toediening noodzakelijk wordt geacht, moet de borstvoeding gedurende 12 uur worden
onderbroken en de afgekolfde melk worden vernietigd.
Alvorens een radioactief geneesmiddel toe te dienen aan een moeder die borstvoeding geeft, dient te
worden overwogen of het onderzoek redelijkerwijs kan worden uitgesteld tot de moeder de
borstvoeding heeft beëindigd en of men wel het juiste radiofarmacon heeft gekozen gezien de in de
moedermelk uitgescheiden radioactiviteit.
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen
om machines te bedienen.
4.8
Bijwerkingen
Voor veiligheidsgegevens met betrekking tot overdraagbare aandoeningen, zie rubriek 4.4
De volgende frequentiegroepen worden gebruikt:
Zeer vaak (1/10), vaak (1/100 tot <1/10), soms (1/1 000 tot <1/100), zelden (1/10 000 tot
<1 000), zeer zelden (<1/10 000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden
bepaald).
Immuunsysteemaandoeningen
Niet bekend: overgevoeligheidsreacties, waaronder levensbedreigende anafylaxie.
Overgevoeligheid op de injectieplaats.
Blootstelling aan ioniserende straling wordt in verband gebracht met het ontstaan van kanker en met
de kans op het ontwikkelen van erfelijke afwijkingen. Omdat de meeste diagnostische nucleair
geneeskundige onderzoeken uitgevoerd worden met lage doses straling wordt verwacht dat deze
bijwerkingen zullen optreden met een lage waarschijnlijkheid.
Zeer zelden ( 1/10 000) ontwikkelen zich na intraveneuze toediening van technetium [99mTc]
macrosalb aggregaten overgevoeligheidsreacties zoals urticaria, rillingen, koorts, misselijkheid,
roodheid van het gelaat en zweten, alsmede stoornissen van de cardiale en circulatoire functies in de
vorm van veranderingen in ademhaling, pols, bloeddruk en collaps die in verband kunnen staan met
vasculaire occlusie.
Als symptomen zoals roodheid, jeuken, niezen, hoesten, zweten of het koud hebben, moeite met
ademen, misselijkheid, braken, oedeem, urticaria of andere overgevoeligheidsreacties optreden tijdens
de injectie, moet de toediening van het medicinale product onmiddellijk worden onderbroken.
Noodapparatuur en geneesmiddelen ter behandeling dienen zich onder direct handbereik te bevinden.
4.9
Overdosering
Overdosering zoals gewoonlijk opgevat (d.w.z. een excessieve gewichtshoeveelheid) valt niet te
verwachten, maar onder een overdosis kan de toediening van een zeer groot aantal deeltjes worden
verstaan. Het aantal deeltjes MAA voor een volwassen patiënt mag niet meer zijn dan 1,5×106.
De te verwachten gevaren van de onopzettelijke toediening van een overmaat radioactiviteit kunnen
worden verminderd door de diurese en frequent urineren te bevorderen.
5.
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische groep: diagnostische radiofarmaca; Technetium [99mTc], deeltjes voor injectie.
ATC code: V09E B01
Bij toediening van Technescan LyoMAA in de gebruikelijke doses zijn klinisch en/of analytisch geen
farmacodynamische effecten te constateren.
5.2
Farmacokinetische eigenschappen
Na intraveneuze injectie van technetium [99mTc] macrosalb aggregaten, treedt een tijdelijke occlusie
van pulmonale capillairen en arteriolen op, die evenredig is met de regionale pulmonale bloedstroom
op dat moment.
Het principe van perfusiescintigrafie is capillaire blokkade. Na intraveneuze injectie wordt het
merendeel van de Macrosalb aggregaten vastgehouden in de pulmonale arteriolen en capillairen ten
tijde van de eerste passage door de longen. De diameter van de macroaggregaten ligt tussen de 10 en
90 µm, terwijl geen enkel deeltje groter is dan 150 µg. Afhankelijk van het aantal geïnjecteerde
deeltjes en misschien ook van de distributie van de deeltjesafmetingen, wordt ruwweg elke
1 000 000ste capillair (diameter < 20 µm) en elke 1000ste arteriole (diameter > 20 µm) tijdelijk
geoccludeerd. De mate van regionale blokkade met micro-embolieën is zodoende direct evenredig met
de regionale longperfusie op dat moment.
Grotere deeltjes kunnen grotere bloedvaten afsluiten en daardoor artificieel de doorbloeding
verstoren.
Hemodynamische veranderingen zijn direct gerelateerd aan de deeltjesgrootte van de technetium
[99mTc] macrosalb aggregaten.
De eliminatie van de macroaggregaat deeltjes uit de longen vindt plaats door mechanische
fragmentatie door de systolische/diastolische drukpulsen binnen de capillairen en enzymatische
afbraak met daaropvolgende fagocytose door de macrofagen van het reticulo-endotheliale systeem. In
de context van eliminatie accumuleert de activiteit in de lever en nieren. Leverstapeling in de lever is
30 minuten na injectie 0,25%.
De deeltjes worden uit de longen geëlimineerd met een biologische halfwaardetijd van ongeveer 1 tot
20 uur. Hierbij gaat men uit van de veronderstelling dat de halfwaardetijd een mono exponentiële
curve is. Als men veronderstelt dat het een bi exponentiële curve is, heeft de snelle initiële fase een
halfwaardetijd van 3,3 tot 6 uur en de trage fase één van ongeveer 3 dagen. De renale excretie van
activiteit is tussen de 20 en 40 % de eerste 24 uur en tussen de 42 en 95 % binnen de 48 uur. 30-45%
van de geïnjecteerde radioactiviteit wordt via de urine binnen 24 uur uitgescheiden.
Indien een rechts-links shunt aanwezig is, komt een deel van de macroaggregaten in de grote
bloedsomloop en wordt daar gevangen in het capillaire bed. Als dit gebeurt is de vorming van
bijvoorbeeld een cerebrale of renale micro-embolie mogelijk.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Er bestaat een correlatie tussen de grootte van de MAA en hun toxische effecten.
Het pathofysiologische mechanisme dat voor de toxiciteit verantwoordelijk is, blijkt de stijging van de
pulmonale bloeddruk te zijn. Met deeltjes van 10-50 µm in doorsnede doen zich bij de honden de
eerste longsymptomen van toxiciteit (b.v. tachypnoe) voor na injectie van 20-25 mg/kg
lichaamsgewicht.
Er wordt een scherpe stijging van de pulmonale bloeddruk gezien wanneer 20 mg macrosalb kleiner
dan 80 µm wordt ingespoten, terwijl geen belangrijke drukveranderingen worden waargenomen bij 40
mg macrosalb-deeltjes kleiner dan 35 µm.
Met een suspensie van macrosalb tot 150 µm doorsnede treden er onder de 10 mg/kg geen
bloeddrukveranderingen op, terwijl met suspensies van grotere deeltjes (tot 300 µm) typerende
bloeddrukveranderingen in de arteria pulmonalis voorkomen wanneer de dosis de 5 mg/kg
overschrijdt.
Doses van 20-50 mg/kg veroorzaken plotselinge dood wegens falende ademhaling. Een
veiligheidsfactor van 100 wordt gevonden na injectie bij honden van 14 000 deeltjes 99mTc-macrosalb
(grootte: 30-50 µm).
Bij honden uitgevoerd onderzoek naar de toxiciteit van herhaalde doses brengt geen detecteerbare
variaties in het algehele gedrag van de dieren aan het licht.
Er zijn geen bewijzen van pathologische afwijkingen in de belangrijkste organen gevonden.
Er zijn in de literatuur geen aanwijzingen voor teratogene, mutagene of carcinogene effecten van het
niet radioactief gemerkte product.
6.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1
Lijst van hulpstoffen
Tin(II) chloride dihydraat
Humaan serum albumine
Natriumchloride en natrium acetaat onder stikstof condities.
Eigenschappen van het geneesmiddel na reconstitutie en labeling:
Technetium [99mTc] Macrosalb Injectie is een witte vloeibare suspensie van deeltjes die tijdens het
staan neer kunnen slaan.
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Om de stabiliteit van het radioactief gelabelde medicinale product niet te beperken, mogen technetium
[99mTc] macrosalb aggregaten niet worden gemengd met andere geneesmiddelen of bestanddelen, noch
mogen zij samen met die producten worden toegediend.
6.3
Houdbaarheid
18 maanden
Na radiolabelling: 12 uur.
Niet bewaren boven 25°C
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Voor bewaarcondities na radiolabelling, zie rubriek 6.3.
Bewaren bij 2-8°C. De opslag moet voldoen aan de nationale voorschriften met betrekking tot
radioactief materiaal.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
10 ml glazen injectieflacon (Type 1, Ph. Eur.) afgesloten met een broombutyl rubber stop, gefelst met
een aluminium felskap. Technescan LyoMAA wordt geleverd als vijf injectieflacons in een doos.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Algemene waarschuwingen
Radioactieve geneesmiddelen mogen uitsluitend worden ontvangen, gebruikt en toegediend door
bevoegde personen in een daartoe bestemde klinische omgeving. De ontvangst, opslag, het gebruik,
vervoer en de afvoer vallen onder de voorschriften en/of de toepasselijke vergunningen van de
bevoegde officiële instantie.
Radioactieve geneesmiddelen dienen te worden bereid met inachtneming van zowel
stralingsveiligheids- als farmaceutische kwaliteitseisen.
De inhoud van de injectieflacon is alleen voor de bereiding van technetium (99mTc) macrosalb injectie
en is niet bedoeld om direct aan de patiënt toe te dienen.
De inhoud van de kit is voor reconstitutie niet radioactief. Na toevoegen van natrium pertechnetaat
(99Tc) moet het product adekwaat afgeschermd worden.
Patiënten die behandeld zijn met radioactief medicinale producten vormen een risicofactor voor ander
personeel vanwege de externe stralingsbelasting of vanwege besmetting door spetters urine, braaksel
e.d. Voorzorgsmaatregelen in overeenstemming met nationale regelgeving betreffende
stralingsveiligheid dienen om die reden te worden nageleefd.
Voor instructies om dit product toedieningsklaar te maken, zie rubriek 12.
Alle ongebruikte producten of afvalmaterialen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
Mallinckrodt Belgium BVBA, Generaal de Wittelaan 9/5, 2800 Mechelen, België
8.
NUMMER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE428461
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING

10.
DATUM VAN HERZIENING/GOEDKEURING VAN DE TEKST
04/2013 / 04/2013
11. DOSIMETRIE
Technetium [99mTc] valt uiteen onder emissie van gammastraling met een energie van 140 keV en een
halfwaardetijd van 6,02 uur tot technetium [99Tc]), dat zo goed als stabiel kan worden beschouwd.
De data over blootstelling aan straling zijn afkomstig van de publicatie ICRP 80
Geabsorbeerde dosis per eenheid toegediende activiteit (mGy/MBq)
Orgaan
Volwassene
15 jaar
10 jaar
5 jaar
1 jaar
Bijnieren
0,0068
0,0088
0,013
0,019
0,031
Blaaswand
0,0087
0,011
0,014
0,016
0,030
Botoppervlak
0,0051
0,0064
0,0091
0,014
0,026
Borstklier
0,0050
0,0056
0,0099
0,014
0,02
Galblaas
0,0056
0,0070
0,010
0,016
0,024
Hart
0,0096
0,013
0,018
0,025
0,038
Hersenen
0,00092
0,0012
0,0020
0,0032
0,0055
Huid
0,0015
0,0017
0,0027
0,0043
0,0078
Maag-darmkanaal
Maagwand
0,0037
0,0052
0,0080
0,012
0,020
Dunne darm
0,0020
0,0026
0,0043
0.0068
0,012
Dikke darm
0,0019
0,0026
0,0043
0,0069
0,012
Bovenste deel dikke darm
0,0022
0,0029
0,0050
0,0083
0,014
Onderste deel dikke darm
0,0016
0,0021
0,0033
0,0050
0,009
Nieren
0,0037
0,0048
0,0072
0,011
0,018
Lever
0,016
0,021
0,030
0,042
0,74
Longen
0,066
0,097
0,13
0,20
0,39
Milt
0,0041
0,0055
0,0083
0,013
0,022
Oesofagus
0,0061
0,0077
0,011
0,015
0,022
Ovarien
0,0018
0,0023
0,0035
0,0054
0,010
Pancreas
0,0056
0,0075
0,011
0,017
0,029
Rood beenmerg
0,0032
0,0038
0,0053
0,0072
0,012
Spieren
0,0028
0,0037
0,0052
0,0077
0,014
Testes
0,0011
0,0014
0,0022
0,0033
0,0062
Thymus
0,0061
0,0077
0,011
0,015
0,022
Schildklier
0,0025
0,0033
0,0057
0,0090
0,016
Uterus
0,0022
0,0028
0,0042
0,0060
0,011
Overig weefsel
0,0028
0,0036
0,0050
0,0074
0,013
Effectieve dosis per
0,011
0,016
0,023
0,0034
0,063
eenheid toegediende
activiteit (mSv/MBq)

De effectieve dosis bij volwassenen voor toediening van 150 MBq activiteit (maximum aanbevolen
dosis voor planaire scintigrafie) is ongeveer 1,7 mSv en 2,2 mSv voor 200 MBq (maximaal
aanbevolen dosering voor SPECT scintigrafie).
De geabsorbeerde dosering in de longen (als doelorgaan) is zodoende ongeveer 10 mGq en in de
kritische organen bijnieren, blaaswand, lever, pancreas en milt 1,0, 1,3, 2,4, 0,8 en 0,6 mGy,
respectievelijk.
Wanneer een dosering van 200 MBq wordt toegediend is de toegediende dosis in de longen als
doelorgaan ongeveer 13 mGy; in de kritische organen, bijnieren, blaaswand, lever, pancreas en milt is
dat 1,4, 1,7, 3,2, 1,1 en 0,8 mGy.
12.
INSTRUCTIES VOOR DE BEREIDING VAN RADIOACTIEVE GENEESMIDDELEN
12.1 Aanwijzingen voor het gebruik/behandeling
Voeg aseptisch de benodigde hoeveelheid natrium pertechnetaat [99mTc] injectie (Fission of Non-
fission), minimaal 370 MBq, maximaal 3,7 GBq, in een volume van 1-10 ml toe aan een
injectieflacon Technescan LyoMAA. Gebruik geen ontluchtingsnaald, maar verwijder te hoge druk in
de injectieflacon door verwijdering van een volume gas dat gelijk is aan het ingebrachte volume
eluaat. Zwenk de injectieflacon een paar keer voorzichtig teneinde de vrij- gedroogde albumine
agregraten te suspenderen. Incubeer gedurende 5 minuten op kamertemperatuur. Zwenk de
injectieflacon alvorens een dosis af te nemen. Onder geen enkele voorwaarde mag het preparaat in
contact komen met lucht.
Eigenschappen van het geneesmiddel na reconstitutie en labeling:
Technetium [99mTc] Macrosalb Injectie is een witte vloeibare suspensie van deeltjes die tijdens het
staan uit kunnen zakken neer kunnen slaan.
12.2 Instructies voor kwaliteitscontrole
Labeling-opbrengst 5 minuten na labeling. Bepaling van vrij 99mTc door membraan filtratie. Gebruik
hierbij een polycarbonaat filter met ronde 3 µm poriën in een juiste houder. Plaats 0,2 ml van de
injectie op het membraan en filtreer met 20 ml zoutoplossing v. Raadpleeg voor bijzonderheden de
Eur. Ph. monografie 296.

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG