Gabbrostim 2 mg/ml

Bijsluiter – NL versie
Gabbrostrim
B. BIJSLUITER
-1-
Bijsluiter – NL versie
Gabbrostrim
1.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN
DE HANDEL BRENGEN EN DE FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE, INDIEN VERSCHILLEND
Registratiehouder
CEVA Santé Animale
Metrologielaan 6
1130 BRUSSEL
België
Fabrikant
Vetem S.p.A.
Lungomare Pirandello, 8
I-92014 Porto Empedocle (AG)
Italië
2.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
GABBROSTIM
®
, 2 mg/ml, oplossing voor injectie
3.
GEHALTE AAN WERKZA(A)M(E) EN OVERIGE BESTANDDE(E)L(EN)
Alfaprostol 2 mg - propyleenglycol q.s. ad 1 ml
4.
INDICATIE(S)
Koeien en vaarzen:
inductie en synchronisatie van de oestrus bij koeien en vaarzen met bekende
of onbekende voorafgaande cyclus data .
partusinductie
anoestrus door een persisterend corpus luteum of door luteale cysten
suboestrus (stille bronst)
pyometra (chronische endometritis)
uitstoting van gemummificeerde foetussen
Varkens:
partusinductie
Merries:
oestrusinductie bij merries met een normale cyclus
oestrusinductie na de partus
anoestrus bij merries door de persistentie van een corpus luteum
5.
CONTRA-INDICATIE(S)
GABBROSTIM
®
mag nooit buiten de indicaties aan drachtige dieren worden
toegediend (zie eveneens § "Indicaties").
Niet gebruiken bij dieren met spastische ziekten van ademhalingsstelsel of maag-
darmkanaal.
-2-
Bijsluiter – NL versie
Gabbrostrim
6.
BIJWERKINGEN
Bij zeugen werden zeldzame gevallen van tachypnoe en van lichte sensoriele
depressie genoteerd. Deze verschijnselen zijn van voorbijgaande aard en hebben
geen nadelige gevolgen.
Een anaërobe infectie kan voorkomen als anaërobe bacteriën de weefsels op de
injectieplaats binnendringen, in het bijzonder na een intramusculaire injectie.
7.
DIERSOORT(EN) WAARVOOR HET DIERGENEESMIDDEL BESTEMD IS
Runderen (koeien), varkens (zeugen) en paarden (merries).
8.
DOSERING VOOR ELKE DOELDIERSOORT, WIJZE VAN GEBRUIK EN
TOEDIENINGSWEG(EN)
Uitsluitend diep intramusculair inspuiten.
Koeien en vaarzen: 0,75 ml GABBROSTIM
®
per 100 kg lichaamsgewicht,
overeenkomend met 1,5 mg alfaprostol per 100 kg lichaamsgewicht. Ongeacht
het lichaamsgewicht van het dier, de dosis van 4 ml GABBROSTIM
®
niet
overschrijden.
Zeugen: Ongeacht het lichaamsgewicht, steeds 1 ml GABBROSTIM
®
,
overeenkomend met 2 mg alfaprostol, inspuiten.
Merries: Ongeacht het lichaamsgewicht, steeds 1,5 ml GABBROSTIM
®
,
overeenkomend met 3 mg alfaprostol, inspuiten.
9.
AANWIJZINGEN VOOR EEN JUISTE TOEDIENING
-
10. WACHTTIJD
Vlees
Melk
: 24 uur
: 24 uur
11. SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN BIJ BEWAREN
Bij kamertemperatuur (15 - 25°C) en in de originele verpakking bewaren.
Buiten bereik en zicht van kinderen bewaren.
GABBROSTIM
®
kan worden gebruikt tot de datum vermeld op de verpakking
achter de letters EXP (maand/jaar).
Houdbaarheid na eerste opening van de flacon: 28 dagen.
12. SPECIALE WAARSCHUWING(EN)
Speciale waarschuwingen voor
diergeneesmiddel bestemd is
A. RUNDEREN
elke
diersoort
waarvoor
het
1. Controle van de oestrus
-3-
Bijsluiter – NL versie
Gabbrostrim
1.1. Inductie en regeling van de oestrus: bekende cyclus
Wanneer alfaprostol gedurende de gevoelige periode van de cyclus ingespoten
wordt (tussen de 5de en de 17de dag), treden binnen de 2 tot 4 dagen na de
injectie oestrus en ovulatie op.
1.2. Inductie en regeling van de oestrus: onbekende cyclus
In de meeste gevallen zijn 2 injecties van alfaprostol, met een tussenpauze van 11
dagen, nodig om een oestrus te laten optreden. Deze methode is gebaseerd op
het feit dat de luteolytische werking van prostaglandinen zich manifesteert tussen
de 5de en de 17de dag van de cyclus van de behandelde dieren. Twee situaties
kunnen zich voordoen:
De injectie wordt gegeven tijdens de gevoelige periode en een oestrus treedt
binnen 2 tot 4 dagen op.
De injectie wordt gegeven tijdens de niet-gevoelige periode van de cyclus
(tussen dag 0 en dag 4 en tussen dag 18 en dag 21) en blijft zonder gevolg. In
dit geval valt een tweede injectie 11 dagen later automatisch in het gevoelige
deel van de cyclus; de oestrus treedt dan binnen de 2 tot 4 dagen op. Bij een
oestrus geïnduceerd door alfaprostol kan natuurlijke of kunstmatige inseminatie
worden toegepast.
Twee bevruchtingsmethoden zijn mogelijk :
Door oestrusdetectie: Na de injectie van alfaprostol worden alle dieren die een
oestrus vertonen natuurlijk of kunstmatig bevrucht. Degenen die geen oestrus
vertonen worden 11 dagen later nogmaals behandeld. Zodra een oestrus
optreedt worden ook deze dieren bevrucht.
Door oestrus regeling voor kunstmatige inseminatie: In dit geval krijgen alle
dieren 2 injecties met een tussenpauze van 11 dagen. Kunstmatige inseminatie
wordt steeds na de tweede injectie toegepast, met of zonder oestrus. Twee
inseminaties dienen op vaste tijdstippen na de tweede injectie uitgevoerd te
worden, namelijk na 48 en 72 uur bij vaarzen en na 72 en 96 uur bij koeien.
Indien één enkele inseminatie wordt uitgevoerd, dan dient deze te gebeuren na
de tweede injectie: bij vaarzen 60 uur na de tweede injectie en bij koeien 84
uur. Om een goed resultaat te bereiken, moet aan de volgende voorwaarden
worden voldaan:
De vrouwelijke dieren moeten gezond zijn.
De kunstmatige inseminatie moet door ter zake deskundig personeel worden
uitgevoerd.
2. Partusinductie
Alfaprostol kan bij koeien op het einde van de dracht (na 279 tot 289 dagen) de
partus induceren. Partus vindt plaats binnen 18 tot 36 uur na de injectie. Het kan
nuttig zijn de partus op te wekken bij langdurige dracht, in geval van stress en,
eventueel, om dystocie door foetus-moederdier disproportie te voorkomen. In
sommige gevallen waarbij de partus is opgewekt, is er retentie van de placenta,
doch meestal wordt deze spontaan uitgestoten, zelfs bij late partussen.
3. Anoestrus door een persisterend corpus luteum of door luteale cysten
-4-
Bijsluiter – NL versie
Gabbrostrim
Vrouwelijke dieren die aan een persisterend corpus luteum of aan luteale cysten
lijden, kunnen met alfaprostol behandeld worden. Na de injectie zal binnen 2 tot 4
dagen een oestrus met ovulatie optreden.
4. Suboestrus (stille bronst)
Vooral tijdens de winter gaat bij melkkoeien bronst praktisch onopgemerkt voorbij;
detectie is dus moeilijk. In zulke gevallen mag, na vaststelling van de
aanwezigheid van een corpus luteum door transrectale palpatie, alfaprostol
worden ingespoten en moet het dier 2 maal geïnsemineerd worden, 72 en 96 uur
na de injectie.
5. Pyometra (chronische metritis)
Alfaprostol kan worden gebruikt bij de behandeling van pyometra
(uterusaandoening waarbij de aanwezigheid van een persisterend corpus luteum
het normale verloop van de oestrus verhindert). Slechts één injectie volstaat om
het corpus luteum te doen lyseren. Hierna zal de normale cyclus weer op gang
komen en zal de uterus contraheren en zich ledigen. Indien nodig mag 10 tot 12
dagen na de eerste injectie een tweede gegeven worden.
6. Gemummificeerde foetussen
Door luteolyse van het corpus luteum, veroorzaakt alfaprostol de uitstoting van
gemummificeerde foetussen binnen 2 tot 4 dagen. Na deze uitstoting treedt
meteen bronst op. In deze situatie dient het dier met speciale zorgen omringd te
worden.
B. VARKENS
Partusinductie bij zeugen
Een injectie alfaprostol bij zeugen op het einde van de dracht (111de tot 112de
dag) heeft gewoonlijk partus tot gevolg tussen het 18de en 36ste uur na de
injectie; in het merendeel (80%) van de gevallen heeft de partus plaats tussen het
20ste en het 30ste uur na de inspuiting.
Waarschuwingen:
Alfaprostol nooit vóór de 111de dag inspuiten, aangezien de melkklier niet in
staat
is om tot een volwaardige lactatie te komen.
Diep intramusculair inspuiten om te vermijden dat het product zich zou
verspreiden
in de vetlaag; hierdoor kan de werking verminderen.
Zelden worden bij zeugen de volgende bijwerkingen waargenomen: lichte
tachypnoe en lichte sensoriele depressie. Deze symptomen verdwijnen snel en
hebben geen gevolgen.
C. PAARDEN
1. Oestrusinductie bij merries met een normale cyclus
-5-
Bijsluiter – NL versie
Gabbrostrim
Wanneer alfaprostol gedurende de gevoelige periode van de cyclus (vanaf de 5de
dag na de ovulatie) ingespoten wordt, kan binnen 2 tot 4 dagen een oestrus
optreden die dan gevolgd wordt door ovulatie tussen de 6de en de 8ste dag na de
injectie. Door verschillende merries gelijktijdig te behandelen, kan men hun bronst
en bevruchting groeperen.
2. Oestrusinductie na de partus
Teneinde de termijn tussen twee opeenvolgende drachten te verkorten, heeft men
de neiging om merries te insemineren gedurende de veulenbronst die gewoonlijk
binnen 10 dagen na de geboorte optreedt. Nochtans is het percentage drachtige
dieren gering ten gevolge van uterusinvolutie of ontstekingsprocessen. Na een
gynaecologisch onderzoek te hebben uitgevoerd, wordt 8 tot 10 dagen na de
veulenbronst of 20 tot 21 dagen na de geboorte met alfaprostol behandeld.
Normaal gesproken zal dan de oestrus binnen 2 tot 4 dagen na de injectie
plaatshebben en de ovulatie binnen 6 tot 8 dagen.
3. Anoestrus van de merrie die te wijten is aan persistentie van een
corpus luteum
Toediening van alfaprostol induceert bronst binnen gemiddeld 4 dagen na de
behandeling; de ovulatie heeft gemiddeld 6 dagen na de behandeling plaats.
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het gebruik bij dieren
Het product dient voorzichtig gebruikt te worden bij dieren die lijden aan
chronische of acute respiratoire of intestinale aandoeningen.
Om het risico op anaërobe infecties, die aan de farmacologische eigenschappen
van de prostaglandinen verbonden zijn, te verminderen, dient een injectie in de
besmette huidoppervlakte vermeden te worden. Zorgvuldig de injectieplaats
reinigen en ontsmetten voor gebruik.
Speciale voorzorgsmaatregelen, te nemen door degene die het
geneesmiddel aan de dieren toedient
Direct contact met huid of slijmvliezen van de gebruiker dient te worden
vermeden. Type F
prostaglandines kunnen door de huid geabsorbeerd worden en
kunnen tot bronchospasmen of miskraam leiden.
Zelf-injectie of huidcontact dienen vermeden te worden.
Zwangere vrouwen, vrouwen die in de leeftijdscategorie zijn om kinderen te
baren, astmapatiënten en personen met andere ademhalingsziekten dienen
voorzichtig te zijn als ze cloprostenol hanteren.
Deze personen dienen handschoenen te dragen gedurende de behandeling.
Toevallig ongewilde aanraking met de huid dient onmiddellijk met zeep en water
gereinigd te worden.
In het geval van toevallige zelfinjectie, onmiddellijk een medische advies zoeken
en de bijsluiter of het etiket aan de arts tonen.
Gebruik tijdens dracht, lactatie of leg
GABBROSTIM
®
mag enkel worden toegediend aan drachtige dieren in het kader
van de indicaties.
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
-6-
Bijsluiter – NL versie
Gabbrostrim
Daar anti-inflammatoire geneesmiddelen de endogene synthese van de
prostaglandinen remmen, mogen deze niet samen met GABBROSTIM
®
worden
toegediend.
Overdosering
Overdosering treedt alleen op bij dosissen die meerdere malen groter zijn dan de
therapeutische dosissen. De symptomen zijn de volgende:
Zeugen: bradycardie, tachypnoe, sensoriele depressie.
Hypertensieve werking:
Bij varkens induceert alfaprostol, na i.v. toediening, een
significante verhoging van de pulmonaire arteriële druk en van de pulmonaire
vasculaire weerstand. Om deze effecten te kunnen vaststellen dient echter een
dosis groter dan 5 maal de gewone dosis te worden toegediend.
Koeien: tachypnoe.
Merries: dunne ontlasting, tachycardie, tachypnoe, verhoging van de SGPT en
proteïnurie.
Deze symptomen zijn van voorbijgaande aard en verdwijnen spontaan na korte
tijd.
13. SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE DIERGENEESMIDDELEN OF EVENTUELE RESTANTEN
HIERVAN
De nodige voorzorgsmaatregelen moeten genomen worden, opdat het product
niet in het milieu zou terechtkomen.
14. DE DATUM WAAROP DE BIJSLUITER VOOR HET LAATST IS HERZIEN
03-10-2008
15. OVERIGE INFORMATIE
Wijze van afleveren
Op diergeneeskundig voorschrift.
Vial van 4 ml à 8 mg, doos met 12 vials van 4 ml.
Vial van 20 ml à 40 mg, doos met 12 vials van 20 ml.
Vial van 50 ml à 100 mg, doos met 12 vials van 50 ml.
Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden
gebracht.
BE-V166101
-7-
Gabbrostrim
B. BIJSLUITER
Gabbrostrim
1.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN
DE HANDEL BRENGEN EN DE FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE, INDIEN VERSCHILLEND

Registratiehouder
Fabrikant
CEVA Santé Animale
Vetem S.p.A.
Metrologielaan 6
Lungomare Pirandello, 8
1130 BRUSSEL
I-92014 Porto Empedocle (AG)
België
Italië
2.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
GABBROSTIM®, 2 mg/ml, oplossing voor injectie
3.
GEHALTE AAN WERKZA(A)M(E) EN OVERIGE BESTANDDE(E)L(EN)
Alfaprostol 2 mg - propyleenglycol q.s. ad 1 ml
4.
INDICATIE(S)
Koeien en vaarzen:
·
inductie en synchronisatie van de oestrus bij koeien en vaarzen met bekende
of onbekende voorafgaande cyclus data .
- partusinductie
- anoestrus door een persisterend corpus luteum of door luteale cysten
- suboestrus (stil e bronst)
- pyometra (chronische endometritis)
- uitstoting van gemummificeerde foetussen
Varkens:
·
partusinductie
Merries:
·
oestrusinductie bij merries met een normale cyclus
- oestrusinductie na de partus
- anoestrus bij merries door de persistentie van een corpus luteum
5.
CONTRA-INDICATIE(S)
GABBROSTIM® mag nooit buiten de indicaties aan drachtige dieren worden
toegediend (zie eveneens § "Indicaties").
Niet gebruiken bij dieren met spastische ziekten van ademhalingsstelsel of maag-
darmkanaal.
Gabbrostrim
6.
BIJWERKINGEN
Bij zeugen werden zeldzame geval en van tachypnoe en van lichte sensoriele
depressie genoteerd. Deze verschijnselen zijn van voorbijgaande aard en hebben
geen nadelige gevolgen.
Een anaërobe infectie kan voorkomen als anaërobe bacteriën de weefsels op de
injectieplaats binnendringen, in het bijzonder na een intramusculaire injectie.
7.
DIERSOORT(EN) WAARVOOR HET DIERGENEESMIDDEL BESTEMD IS
Runderen (koeien), varkens (zeugen) en paarden (merries).
8.
DOSERING VOOR ELKE DOELDIERSOORT, WIJZE VAN GEBRUIK EN
TOEDIENINGSWEG(EN)

Uitsluitend diep intramusculair inspuiten.
· Koeien en vaarzen: 0,75 ml GABBROSTIM® per 100 kg lichaamsgewicht,
overeenkomend met 1,5 mg alfaprostol per 100 kg lichaamsgewicht. Ongeacht
het lichaamsgewicht van het dier, de dosis van 4 ml GABBROSTIM® niet
overschrijden.
· Zeugen: Ongeacht het lichaamsgewicht, steeds 1 ml GABBROSTIM®,
overeenkomend met 2 mg alfaprostol, inspuiten.
· Merries: Ongeacht het lichaamsgewicht, steeds 1,5 ml GABBROSTIM®,
overeenkomend met 3 mg alfaprostol, inspuiten.
9.
AANWIJZINGEN VOOR EEN JUISTE TOEDIENING
-
10. WACHTTIJD
Vlees
: 24 uur
Melk
: 24 uur
11. SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN BIJ BEWAREN
Bij kamertemperatuur (15 - 25°C) en in de originele verpakking bewaren.
Buiten bereik en zicht van kinderen bewaren.
GABBROSTIM® kan worden gebruikt tot de datum vermeld op de verpakking
achter de letters EXP (maand/jaar).
Houdbaarheid na eerste opening van de flacon: 28 dagen.
12. SPECIALE WAARSCHUWING(EN)
Speciale waarschuwingen voor elke diersoort waarvoor het
diergeneesmiddel bestemd is
A. RUNDEREN
1. Controle van de oestrus

Gabbrostrim
1.1. Inductie en regeling van de oestrus: bekende cyclus
Wanneer alfaprostol gedurende de gevoelige periode van de cyclus ingespoten
wordt (tussen de 5de en de 17de dag), treden binnen de 2 tot 4 dagen na de
injectie oestrus en ovulatie op.
1.2. Inductie en regeling van de oestrus: onbekende cyclus
In de meeste geval en zijn 2 injecties van alfaprostol, met een tussenpauze van 11
dagen, nodig om een oestrus te laten optreden. Deze methode is gebaseerd op
het feit dat de luteolytische werking van prostaglandinen zich manifesteert tussen
de 5de en de 17de dag van de cyclus van de behandelde dieren. Twee situaties
kunnen zich voordoen:
· De injectie wordt gegeven tijdens de gevoelige periode en een oestrus treedt
binnen 2 tot 4 dagen op.
· De injectie wordt gegeven tijdens de niet-gevoelige periode van de cyclus
(tussen dag 0 en dag 4 en tussen dag 18 en dag 21) en blijft zonder gevolg. In
dit geval valt een tweede injectie 11 dagen later automatisch in het gevoelige
deel van de cyclus; de oestrus treedt dan binnen de 2 tot 4 dagen op. Bij een
oestrus geïnduceerd door alfaprostol kan natuurlijke of kunstmatige inseminatie
worden toegepast.
Twee bevruchtingsmethoden zijn mogelijk :
· Door oestrusdetectie: Na de injectie van alfaprostol worden al e dieren die een
oestrus vertonen natuurlijk of kunstmatig bevrucht. Degenen die geen oestrus
vertonen worden 11 dagen later nogmaals behandeld. Zodra een oestrus
optreedt worden ook deze dieren bevrucht.
· Door oestrus regeling voor kunstmatige inseminatie: In dit geval krijgen al e
dieren 2 injecties met een tussenpauze van 11 dagen. Kunstmatige inseminatie
wordt steeds na de tweede injectie toegepast, met of zonder oestrus. Twee
inseminaties dienen op vaste tijdstippen na de tweede injectie uitgevoerd te
worden, namelijk na 48 en 72 uur bij vaarzen en na 72 en 96 uur bij koeien.
Indien één enkele inseminatie wordt uitgevoerd, dan dient deze te gebeuren na
de tweede injectie: bij vaarzen 60 uur na de tweede injectie en bij koeien 84
uur. Om een goed resultaat te bereiken, moet aan de volgende voorwaarden
worden voldaan:
De vrouwelijke dieren moeten gezond zijn.
De kunstmatige inseminatie moet door ter zake deskundig personeel worden
uitgevoerd.
2. Partusinductie
Alfaprostol kan bij koeien op het einde van de dracht (na 279 tot 289 dagen) de
partus induceren. Partus vindt plaats binnen 18 tot 36 uur na de injectie. Het kan
nuttig zijn de partus op te wekken bij langdurige dracht, in geval van stress en,
eventueel, om dystocie door foetus-moederdier disproportie te voorkomen. In
sommige geval en waarbij de partus is opgewekt, is er retentie van de placenta,
doch meestal wordt deze spontaan uitgestoten, zelfs bij late partussen.
3. Anoestrus door een persisterend corpus luteum of door luteale cysten
Gabbrostrim
Vrouwelijke dieren die aan een persisterend corpus luteum of aan luteale cysten
lijden, kunnen met alfaprostol behandeld worden. Na de injectie zal binnen 2 tot 4
dagen een oestrus met ovulatie optreden.
4. Suboestrus (stille bronst)
Vooral tijdens de winter gaat bij melkkoeien bronst praktisch onopgemerkt voorbij;
detectie is dus moeilijk. In zulke geval en mag, na vaststelling van de
aanwezigheid van een corpus luteum door transrectale palpatie, alfaprostol
worden ingespoten en moet het dier 2 maal geïnsemineerd worden, 72 en 96 uur
na de injectie.
5. Pyometra (chronische metritis)
Alfaprostol kan worden gebruikt bij de behandeling van pyometra
(uterusaandoening waarbij de aanwezigheid van een persisterend corpus luteum
het normale verloop van de oestrus verhindert). Slechts één injectie volstaat om
het corpus luteum te doen lyseren. Hierna zal de normale cyclus weer op gang
komen en zal de uterus contraheren en zich ledigen. Indien nodig mag 10 tot 12
dagen na de eerste injectie een tweede gegeven worden.
6. Gemummificeerde foetussen
Door luteolyse van het corpus luteum, veroorzaakt alfaprostol de uitstoting van
gemummificeerde foetussen binnen 2 tot 4 dagen. Na deze uitstoting treedt
meteen bronst op. In deze situatie dient het dier met speciale zorgen omringd te
worden.
B. VARKENS
Partusinductie bij zeugen
Een injectie alfaprostol bij zeugen op het einde van de dracht (111de tot 112de
dag) heeft gewoonlijk partus tot gevolg tussen het 18de en 36ste uur na de
injectie; in het merendeel (80%) van de geval en heeft de partus plaats tussen het
20ste en het 30ste uur na de inspuiting.
Waarschuwingen:
· Alfaprostol nooit vóór de 111de dag inspuiten, aangezien de melkklier niet in
staat
is om tot een volwaardige lactatie te komen.
· Diep intramusculair inspuiten om te vermijden dat het product zich zou
verspreiden
in de vetlaag; hierdoor kan de werking verminderen.
· Zelden worden bij zeugen de volgende bijwerkingen waargenomen: lichte
tachypnoe en lichte sensoriele depressie. Deze symptomen verdwijnen snel en
hebben geen gevolgen.
C. PAARDEN
1. Oestrusinductie bij merries met een normale cyclus
Gabbrostrim
Wanneer alfaprostol gedurende de gevoelige periode van de cyclus (vanaf de 5de
dag na de ovulatie) ingespoten wordt, kan binnen 2 tot 4 dagen een oestrus
optreden die dan gevolgd wordt door ovulatie tussen de 6de en de 8ste dag na de
injectie. Door verschil ende merries gelijktijdig te behandelen, kan men hun bronst
en bevruchting groeperen.
2. Oestrusinductie na de partus
Teneinde de termijn tussen twee opeenvolgende drachten te verkorten, heeft men
de neiging om merries te insemineren gedurende de veulenbronst die gewoonlijk
binnen 10 dagen na de geboorte optreedt. Nochtans is het percentage drachtige
dieren gering ten gevolge van uterusinvolutie of ontstekingsprocessen. Na een
gynaecologisch onderzoek te hebben uitgevoerd, wordt 8 tot 10 dagen na de
veulenbronst of 20 tot 21 dagen na de geboorte met alfaprostol behandeld.
Normaal gesproken zal dan de oestrus binnen 2 tot 4 dagen na de injectie
plaatshebben en de ovulatie binnen 6 tot 8 dagen.
3. Anoestrus van de merrie die te wijten is aan persistentie van een
corpus luteum
Toediening van alfaprostol induceert bronst binnen gemiddeld 4 dagen na de
behandeling; de ovulatie heeft gemiddeld 6 dagen na de behandeling plaats.
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het gebruik bij dieren
Het product dient voorzichtig gebruikt te worden bij dieren die lijden aan
chronische of acute respiratoire of intestinale aandoeningen.
Om het risico op anaërobe infecties, die aan de farmacologische eigenschappen
van de prostaglandinen verbonden zijn, te verminderen, dient een injectie in de
besmette huidoppervlakte vermeden te worden. Zorgvuldig de injectieplaats
reinigen en ontsmetten voor gebruik.
Speciale voorzorgsmaatregelen, te nemen door degene die het
geneesmiddel aan de dieren toedient
Direct contact met huid of slijmvliezen van de gebruiker dient te worden
vermeden. Type F2 prostaglandines kunnen door de huid geabsorbeerd worden en
kunnen tot bronchospasmen of miskraam leiden.
Zelf-injectie of huidcontact dienen vermeden te worden.
Zwangere vrouwen, vrouwen die in de leeftijdscategorie zijn om kinderen te
baren, astmapatiënten en personen met andere ademhalingsziekten dienen
voorzichtig te zijn als ze cloprostenol hanteren.
Deze personen dienen handschoenen te dragen gedurende de behandeling.
Toeval ig ongewilde aanraking met de huid dient onmiddellijk met zeep en water
gereinigd te worden.
In het geval van toeval ige zelfinjectie, onmiddellijk een medische advies zoeken
en de bijsluiter of het etiket aan de arts tonen.
Gebruik tijdens dracht, lactatie of leg
GABBROSTIM® mag enkel worden toegediend aan drachtige dieren in het kader
van de indicaties.
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Gabbrostrim
Daar anti-inflammatoire geneesmiddelen de endogene synthese van de
prostaglandinen remmen, mogen deze niet samen met GABBROSTIM® worden
toegediend.
Overdosering
Overdosering treedt al een op bij dosissen die meerdere malen groter zijn dan de
therapeutische dosissen. De symptomen zijn de volgende:
· Zeugen: bradycardie, tachypnoe, sensoriele depressie.
· Hypertensieve werking: Bij varkens induceert alfaprostol, na i.v. toediening, een
significante verhoging van de pulmonaire arteriële druk en van de pulmonaire
vasculaire weerstand. Om deze effecten te kunnen vaststellen dient echter een
dosis groter dan 5 maal de gewone dosis te worden toegediend.
· Koeien: tachypnoe.
· Merries: dunne ontlasting, tachycardie, tachypnoe, verhoging van de SGPT en
proteïnurie.
Deze symptomen zijn van voorbijgaande aard en verdwijnen spontaan na korte
tijd.
13. SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE DIERGENEESMIDDELEN OF EVENTUELE RESTANTEN
HIERVAN

De nodige voorzorgsmaatregelen moeten genomen worden, opdat het product
niet in het milieu zou terechtkomen.
14. DE DATUM WAAROP DE BIJSLUITER VOOR HET LAATST IS HERZIEN
03-10-2008
15. OVERIGE INFORMATIE
Wijze van afleveren
Op diergeneeskundig voorschrift.
Vial van 4 ml à 8 mg, doos met 12 vials van 4 ml.
Vial van 20 ml à 40 mg, doos met 12 vials van 20 ml.
Vial van 50 ml à 100 mg, doos met 12 vials van 50 ml.
Het kan voorkomen dat niet al e verpakkingsgrootten in de handel worden
gebracht.
BE-V166101

Faites attention

  • N'utilisez pas de médicaments sans l'avis de votre médecin
  • Ne faites confiance qu’aux notices accompagnant vos médicaments
  • N'utilisez pas de médicaments dont la de péremption est dépassée
  • Les notices sont fournies par l'AFMPS