Vetflurane 1000 mg/g

Notice– Version NL
VETFLURANE
BIJSLUITER
Vetflurane 1000 mg/g vloeistof voor inhalatiedamp
1.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN EN DE FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE, INDIEN VERSCHILLEND
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant verantwoordelijk voor vrijgifte
VIRBAC S.A.
1ère avenue – 2065m – LID
06516 Carros
FRANKRIJK
2.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
Vetflurane 1000 mg/g vloeistof voor inhalatiedamp
3.
GEHALTE AAN WERKZAME EN OVERIGE BESTANDDELEN
Per milliliter
Werkzaam bestanddeel:
Isofluraan 1000 mg/g
Heldere, kleurloze vloeistof
4.
INDICATIES
Inductie en onderhoud van de algemene anesthesie.
5.
CONTRA-INDICATIES
Niet gebruiken bij bekende gevoeligheid voor maligne hyperthermie.
Niet gebruiken bij bekende overgevoeligheid bij isofluraan of andere gehalogeneerde middelen.
6.
BIJWERKINGEN
Isofluraan veroorzaakt dosisgerelateerde hypotensie en ademhalingsdepressie. Hartritmestoornissen en
bradycardia van voorbijgaande aard werden zelden vastgesteld.
Maligne hyperthermie werd zeer zelden vastgesteld bij gevoelige dieren.
Ademhalingsstilstand dient te worden behandeld met ondersteunende beademing.
In het geval van een hartstilstand dient een volledige hart-long reanimatie te worden uitgevoerd.
Indien u ernstige bijwerkingen of andersoortige reacties vaststelt die niet in deze bijsluiter worden
vermeld, wordt u verzocht uw dierenarts hiervan in kennis te stellen.
7.
DIERSOORTEN WAARVOOR HET DIERGENEESMIDDEL BESTEMD IS
Paard, hond, kat, siervogel, reptiel, rat, muis, hamster, chinchilla, woestijnrat, cavia en fret.
8.
DOSERING VOOR ELKE DOELDIERSOORT, WIJZE VAN GEBRUIK EN VAN
TOEDIENING
Het gelijktijdig gebruik van sedativa of analgetica vermindert mogelijk de hoeveelheid isofluraan die
nodig om de anesthesie te onderhouden. Zie de rubriek “Interactie” voor specifieke interacties.
Notice– Version NL
VETFLURANE
PAARD
De MAC-waarde voor isofluraan bij een paard is ongeveer 1,31%.
Premedicatie
Isofluraan kan samen met andere diergeneesmiddelen worden gebruikt die gewoonlijk in veterinaire
anesthetische protocollen worden gebruikt. De volgende diergeneesmiddelen blijken verenigbaar te
zijn met isofluraan: acepromazine, butorphanol, detomidine, diazepam, dobutamine, dopamine,
guiafenesine, ketamine, morfine, pethidine, thiamylal, thiopental en xylazine. De voor premedicatie
gebruikte diergeneesmiddelen dienen voor de individuele patiënt geselecteerd te worden. De hieronder
vermelde mogelijke interacties dienen echter in acht te worden genomen.
Interacties
Zie rubriek 12.
Inductie
Aangezien het normaal gesproken niet praktisch is om een anesthesie in volwassen paarden te
induceren middels isofluraan, dient inductie plaats te vinden door middel van een kortwerkend
barbituraat zoals natriumthiopental, ketamine of guiafenesine. Concentraties van 3 tot 5% isofluraan
kunnen worden gebruikt om binnen 5 tot 10 minuten het gewenste anesthesieniveau te bereiken.
Isofluraan in een concentratie van 3 tot 5% bij een hoge zuurstoftoevoer kan worden gebruikt voor de
inductie bij veulens.
Onderhoud
De anesthesie kan worden onderhouden met behulp van 1,5% tot 2,5% isofluraan.
Herstel
Ontwaken verloopt meestal snel en rustig.
HOND
De MAC-waarde voor isofluraan bij de hond is ongeveer 1,28%.
Premedicatie
Isofluraan kan samen met andere diergeneesmiddelen worden gebruikt die gewoonlijk in veterinaire
anesthetische protocollen worden gebruikt. De volgende diergeneesmiddelen blijken verenigbaar te
zijn met isofluraan: acepromazine, atropine, butorphanol, buprenorphine, bupivacaine, diazepam,
dobutamine, ephedrine, epinephrine, glycopyrrolate, ketamine, medetomidine, midazolam,
methoxamine, oxymorphone, propofol, thiamylal, thiopental en xylazine. De voor premedicatie
gebruikte diergeneesmiddelen dienen per individuele patiënt geselecteerd te worden. De hieronder
vermelde mogelijke interacties dienen in acht te worden genomen.
Interacties
Zie rubriek 12.
Inductie
Notice– Version NL
VETFLURANE
Inductie is mogelijk door middel van gezichtsmasker met behulp van maximaal 5% isofluraan, al dan
niet met premedicatie.
Onderhoud
De anesthesie kan worden onderhouden met behulp van 1,5% tot 2,5% isofluraan.
Herstel
Ontwaken is meestal snel en rustig.
KAT
De MAC-waarde voor isofluraan bij de kat is ongeveer 1,63%.
Premedicatie
Isofluraan kan samen met andere diergeneesmiddelen worden gebruikt die gewoonlijk in veterinaire
anesthetische protocollen worden gebruikt. De volgende diergeneesmiddelen blijken verenigbaar te
zijn met isofluraan: acepromazine, atropine, diazepam, ketamine en oxymorphone. De voor
premedicatie gebruikte, diergeneesmiddelen dienen per individuele patiënt geselecteerd te worden. De
hieronder vermelde mogelijke interacties dienen echter in acht te worden genomen.
Interacties
Zie rubriek 12.
Inductie
Inductie is mogelijk door middel van gezichtsmasker met behulp van maximaal 4% isofluraan, al dan
niet met premedicatie.
Onderhoud
De anesthesie kan worden onderhouden met behulp van 1,5% tot 3% isofluraan.
Herstel
Ontwaken verloopt meestal snel en rustig.
SIERVOGELS
Er zijn weinig MAC/ED
50
-waarden vastgesteld. Voorbeelden zijn 1,34% voor de Sandhill-kraanvogel,
1,45% voor de wedstrijdduif, verlaagd tot 0,89% door toediening van midazolam en 1,44% voor
kaketoes, verlaagd tot 1,08% door toediening van het analgeticum butorfanol.
Het gebruik van isofluraananesthesie is voor veel diersoorten gemeld, van kleine vogels zoals
zebravinken, tot grote vogels zoals gieren, adelaars en zwanen.
Geneesmiddelinteracties/verenigbaarheden
Van propofol is in de literatuur aangetoond dat het verenigbaar is met isofluraananesthesie bij zwanen.
Interacties
Zie rubriek 12.
Notice– Version NL
VETFLURANE
Inductie
Inductie met 3 tot 5% isofluraan verloopt normaal gesproken snel. Voor zwanen is inductie van
anesthesie met propofol, gevolgd door isofluraanonderhoud, gemeld.
Onderhoud
De onderhoudsdosis is afhankelijk van de diersoort en het individuele dier. Over het algemeen is 2 tot
3% geschikt en veilig.
Voor sommige ooievaar- en reigersoorten heeft men mogelijk slechts 0,6 tot 1% nodig.
Voor sommige gieren en adelaars heeft men mogelijk maximaal 4 tot 5% nodig.
Voor eenden en ganzen heeft men mogelijk 3,5 tot 4% nodig.
Gewoonlijk reageren vogels zeer snel op veranderingen in de concentratie van isofluraan.
Herstel
Ontwaken verloopt meestal snel en rustig.
REPTIELEN
De literatuur vermeldt het gebruik van isofluraan bij een grote verscheidenheid aan reptielen (bijv.
verschillende soorten hagedissen, schildpadden, leguanen, kameleons en slangen).
De ED
50
werd bij de woestijnleguaan bepaald op 3,14% bij 35 °C en 2,83% bij 20 °C.
Geneesmiddelinteracties/verenigbaarheden
Zie rubriek 12.
Inductie
De inductie verloopt normaliter snel bij 2 tot 4%.
Onderhoud
1 tot 3% is een nuttige concentratie.
Herstel
Ontwaken verloopt meestal snel en rustig.
RATTEN, MUIZEN, HAMSTERS, CHINCHILLA'S, WOESTIJNRATTEN, CAVIA’S EN
FRETTEN
De MAC voor muizen wordt vermeld als 1,34% en voor de rat als 1,38%, 1,46% en 2,4%.
Geneesmiddelinteracties/verenigbaarheden
Zie rubriek 12.
Inductie
Isofluraanconcentratie van 2 tot 3%.
Onderhoud
Isofluraanconcentratie van 0,25 tot 2%.
Notice– Version NL
VETFLURANE
Herstel
Ontwaken verloopt meestal snel en rustig.
Diersoorten
Paard
Hond
Kat
Siervogels
Reptielen
Ratten, muizen,
hamsters,
chinchilla's,
woestijnratten,
cavia’s en fretten
9.
MAC (%)
1,31
1,28
1,63
zie posologie
zie posologie
1,34 (muis)
1,38/1,46/2,40
(rat)
Inductie (%)
3,0 - 5,0 (veulens)
tot 5,0
tot 4,0
3,0 - 5,0
2,0 - 4,0
2,0 - 3,0
Onderhoud (%)
1,5 - 2,5
1,5 - 2,5
1,5 - 3,0
zie posologie
1,0 - 3,0
0,25 - 2,0
Herstel
snel en rustig
snel en rustig
snel en rustig
snel en rustig
snel en rustig
snel en rustig
AANWIJZINGEN VOOR EEN JUISTE TOEDIENING
Isofluraan dient toegediend te worden met behulp van een nauwkeurig gekalibreerde verdamper in een
geschikt anesthetisch circuit, aangezien anesthesieniveaus snel en gemakkelijk veranderd kunnen
worden.
Isofluraan kan in combinatie met zuurstof of met een mengsel van zuurstof/lachgas worden
toegediend.
De hieronder gegeven MAC (minimale alveolaire concentratie in zuurstof) of effectieve dosis ED
50
-
waarden en geadviseerde concentraties voor het doeldier dienen alleen gebruikt te worden als richtlijn
of uitgangspunt. De feitelijke in de praktijk benodigde concentraties zijn afhankelijk van vele
variabelen waaronder het gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen tijdens de anesthesie en de
klinische status van de patiënt.
Isofluraan kan met andere, vaak bij veterinaire anesthesie gebruikte diergeneesmiddelen, voor
premedicatie, inductie of analgesie worden gebruikt. Speciale voorbeelden worden gegeven in de
individuele diersoortinformatie.
Ontwaken uit de isofluraan anesthesie verloopt meestal rustig en snel. De analgetische behoeften van
de patiënt dienen voor het einde van de algemene anesthesie te worden ingeschat.
10.
WACHTTERMIJN
Paard: (Orgaan)vlees : 2 dagen.
Niet toegestaan voor gebruik bij de behandeling van merries die melk voor humane consumptie
produceren.
11.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN BIJ BEWAREN
Buiten het zicht en bereik van kinderen bewaren.
Niet bewaren boven 25 C.
Beschermen tegen direct zonlicht en hitte.
Bewaren in de goed gesloten oorspronkelijke verpakking.
Niet te gebruiken na de uiterste gebruiksdatum vermeld op het etiket en doos na EXP:
De uiterste gebruiksdatum verwijst naar de laatste dag van de maand.
12.
SPECIALE WAARSCHUWINGEN
Speciale waarschuwingen voor elke diersoort waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is
Notice– Version NL
VETFLURANE
Het metabolisme van vogels en tot op zekere hoogte van kleine zoogdieren wordt sterk beïnvloed door
daling van de lichaamstemperatuur veroorzaakt door het grote oppervlak in relatie tot het
lichaamsgewicht. Geneesmiddelenmetabolisme bij reptielen is traag en sterk afhankelijk van de
omgevingstemperatuur.
De absorptie, distributie en eliminatie van isofluraan verlopen snel en het wordt grotendeels
onveranderd geëlimineerd via de longen. Deze eigenschappen maken het diergeneesmiddel geschikt
voor groepen van zowel jonge als oude dieren alsmede dieren met een verminderd lever-, nier- of
hartfunctiestoornissen. De anesthesieprotocollen dienen echter per geval te worden vastgesteld.
Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren
Isofluraan heeft weinig tot geen analgetische eigenschappen. Adequate analgetica dienen altijd
voorafgaand aan de operatie te worden toegediend. Voordat de algehele anesthesie wordt beëindigd,
moet rekening worden gehouden met de behoeften van het dier m.b.t. de analgesie.
Het gebruik van het diergeneesmiddel bij patiënten met hartaandoeningen moet uitsluitend overwogen
worden na een risico/baten analyse door de dierenarts.
Het is belangrijk om de ademhaling en de hartslag te bewaken. Verder is het belangrijk de
ademhalingswegen vrij te houden en weefsels van zuurstof te voorzien gedurende de anesthesie.
Bij gebruik van isofluraan bij het anestheseren van een dier met hoofdletsel, dient men te overwegen
of kunstmatige beademing nodig is om normale CO
2
-niveaus in stand te houden, zodat de cerebrale
bloedtoevoer niet toeneemt.
Isofluraan is een ademhalingsdepressivum, het is dus aanbevolen de frequentie en aard van de
ademhaling gedurende de anesthesie in de gaten te houden.
Gebruik tijdens dracht, lactatie of leg
Dracht:
Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de risico/baten beoordeling door de behandelend dierenarts.
Gebruik van isofluraan tijdens keizersneden bij honden en katten is veilig bevonden.
Lactatie:
Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de risico/baten beoordeling door de behandelend dierenarts.
Speciale voorzorgsmaatregelen, te nemen door degene die het diergeneesmiddel aan de dieren
toedient
In geval van een bekende overgevoeligheid voor isofluraan, dient de anesthesist niet in contact te
komen met dit diergeneesmiddel.
Adem de damp niet in.
Gebruikers dienen hun nationale overheid te raadplegen voor het inwinnen van advies inzake –
richtlijnen bij beroepsmatige blootstelling aan isofluraan.
Operatie- en herstelruimten dienen voorzien te zijn van een adequate ventilatie of afvoersystemen om
accumulatie van anesthetische dampen te voorkomen. Alle zuiverings-/afvoersystemen dienen goed te
worden onderhouden.
Zwangere of borstvoeding gevende vrouwen mogen niet in contact komen met dit diergeneesmiddel
en dienen operatie- en herstelruimten voor dieren te mijden.
Vermijd het gebruik van narcosemaskers voor langdurige inductie en onderhoud van de algehele
anesthesie.
Gebruik, wanneer mogelijk, endotracheale intubatie met cuff voor het toedienen van dit
diergeneesmiddel tijdens het onderhouden van de algehele anesthesie. Ter bescherming van het milieu
is het een goede werkwijze om afvoersystemen met koolstoffilters te gebruiken.
Men dient voorzichtig te zijn bij het toedienen van isofluraan, al het eventueel gemorste dient
onmiddellijk verwijderd te worden met behulp van een inert en absorberend materiaal bijv. zaagsel.
Spoel alle spatten van de huid en uit de ogen en vermijd contact met de mond. Bij ernstige accidentele
blootstelling moet de operator worden weggehaald bij de bron, en moet onmiddellijk de hulp van een
arts worden ingeroepen en dit etiket worden getoond.
Notice– Version NL
VETFLURANE
Gehalogeneerde anesthetica kunnen leverbeschadiging veroorzaken. In het geval van isofluraan is dit
een idiosyncratische reactie die zeer zelden wordt gezien na herhaaldelijke blootstelling.
Advies aan de artsen:
Zorg dat de luchtwegen vrijgemaakt worden en geef symptomatische en
ondersteunende behandeling. Let op: adrenaline en catecholaminen kunnen hartritmestoornissen
veroorzaken.
Isofluraan reageert met droge koolzuurabsorbentia ter vorming van koolmonoxide. Om het risico te
beperken van koolmonoxide in het rebreathing systeem en de mogelijkheid van verhoogde
carboxyhemoglobine niveaus, dienen de koolzuurabsorbantia niet uit te drogen.
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Gelijktijdig inhaleren van lachgas vergroot het effect van isofluraan bij de mens en een vergelijkbare
versterkende werking kan verwacht worden bij dieren.
Het gelijktijdig gebruik van sedativa of analgetica vermindert mogelijk de vereiste hoeveelheid
isofluraan die nodig is om een anesthesie te induceren en te onderhouden.
Bij paarden is gemeld dat detomidine en xylazine de MAC-waarde voor isofluraan vermindert.
Bij honden is gemeld dat morfine, oxymorphon, acepromazine, medetomidine en midazolam de
MAC-waarde voor isofluraan verlagen. Het gelijktijdig toedienen van midazolam/kematine gedurende
de isofluraananesthesie kan leiden tot duidelijke cardiovasculaire effecten, in het bijzonder arteriële
hypotensie. De remmende effecten van propanolol op myocardiale contractiliteit worden verminderd
tijdens isofluraananesthesie, wat op een matige
-receptoractiviteit
wijst.
Er is gemeld dat intraveneuze toediening van midazolam-butorfanol een aantal cardio-respiratoire
parameters bij met isofluraan geïnduceerde katten evenals epidurale fentanyl en medetomidine
verandert. Van isofluraan is aangetoond dat het de gevoeligheid van het hart voor adrenaline
(epinefrine) vermindert.
Bij kaketoes is gemeld dat butorfanol de MAC-waarde voor isofluraan verlaagt.
Bij duiven is gemeld dat midazolam de MAC-waarde voor isofluraan verlaagt.
Voor reptielen en kleine zoogdieren zijn er geen gegevens beschikbaar.
Isofluraan heeft een zwakkere sensibiliserende werking op het myocardium voor de effecten van
circulerende disritmogene catecholaminen dan halothaan.
Isofluraan kan door middel van gedroogde kooldioxide-absorbentia worden afgebroken tot
koolmonoxide.
Overdosering
Overdosering kan resulteren in ernstige ademhalingsdepressie. De ademhaling dient daarom goed
bewaakt en waar nodig ondersteund te worden met zuurstof en/of gecontroleerde beademing.
In geval van een ernstige cardio-pulmonale depressie dient de toediening van isofluraan onmiddellijk
te worden gestopt. De luchtwegen moeten vrij zijn en er dient te worden overgaan tot een
gecontroleerde beademing met zuivere zuurstof. Cardiovasculaire depressie dient behandeld te worden
met plasma-expanders, bloeddrukmiddelen, anti-arrhythmica middelen of andere geschikte
technieken.
13.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN NIET-
GEBRUIKTE DIERGENEESMIDDELEN OF EVENTUELE RESTANTEN HIERVAN
Ongebruikte diergeneesmiddelen of restanten hiervan dienen in overeenstemming met de nationale
vereisten te worden verwijderd.
14.
DE DATUM WAAROP DE BIJSLUITER VOOR HET LAATST IS HERZIEN
September 2016
15.
OVERIGE INFORMATIE
Kartonnen doos met 100 of 250 ml amberkleurige glazen flacons (type III) met LDPE capsule.
Het kan voorkomen dat niet alle verpakkingsgrootten in de handel worden gebracht.
Notice– Version NL
VETFLURANE
BE: BE-V380177
NL: REG NL 106479
KANALISATIE
BE: Op diergeneeskundig voorschrift
NL:UDD



VETFLURANE

BIJSLUITER
Vetflurane 1000 mg/g vloeistof voor inhalatiedamp
1.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN EN DE FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE, INDIEN VERSCHILLEND

Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant verantwoordelijk voor vrijgifte
VIRBAC S.A.
1ère avenue ­ 2065m ­ LID
06516 Carros
FRANKRIJK
2.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
Vetflurane 1000 mg/g vloeistof voor inhalatiedamp
3.
GEHALTE AAN WERKZAME EN OVERIGE BESTANDDELEN
Per milliliter
Werkzaam bestanddeel:
Isofluraan 1000 mg/g
Heldere, kleurloze vloeistof
4.
INDICATIES
Inductie en onderhoud van de algemene anesthesie.
5.
CONTRA-INDICATIES
Niet gebruiken bij bekende gevoeligheid voor maligne hyperthermie.
Niet gebruiken bij bekende overgevoeligheid bij isofluraan of andere gehalogeneerde middelen.
6.
BIJWERKINGEN
Isofluraan veroorzaakt dosisgerelateerde hypotensie en ademhalingsdepressie. Hartritmestoornissen en
bradycardia van voorbijgaande aard werden zelden vastgesteld.
Maligne hyperthermie werd zeer zelden vastgesteld bij gevoelige dieren.
Ademhalingsstilstand dient te worden behandeld met ondersteunende beademing.
In het geval van een hartstilstand dient een volledige hart-long reanimatie te worden uitgevoerd.
Indien u ernstige bijwerkingen of andersoortige reacties vaststelt die niet in deze bijsluiter worden
vermeld, wordt u verzocht uw dierenarts hiervan in kennis te stellen.
7.
DIERSOORTEN WAARVOOR HET DIERGENEESMIDDEL BESTEMD IS
Paard, hond, kat, siervogel, reptiel, rat, muis, hamster, chinchilla, woestijnrat, cavia en fret.
8.
DOSERING VOOR ELKE DOELDIERSOORT, WIJZE VAN GEBRUIK EN VAN
TOEDIENING



VETFLURANE

PAARD
De MAC-waarde voor isofluraan bij een paard is ongeveer 1,31%.
Premedicatie
Isofluraan kan samen met andere diergeneesmiddelen worden gebruikt die gewoonlijk in veterinaire
anesthetische protocollen worden gebruikt. De volgende diergeneesmiddelen blijken verenigbaar te
zijn met isofluraan: acepromazine, butorphanol, detomidine, diazepam, dobutamine, dopamine,
guiafenesine, ketamine, morfine, pethidine, thiamylal, thiopental en xylazine. De voor premedicatie
gebruikte diergeneesmiddelen dienen voor de individuele patiënt geselecteerd te worden. De hieronder
vermelde mogelijke interacties dienen echter in acht te worden genomen.
Interacties
Zie rubriek 12.
Inductie
Aangezien het normaal gesproken niet praktisch is om een anesthesie in volwassen paarden te
induceren middels isofluraan, dient inductie plaats te vinden door middel van een kortwerkend
barbituraat zoals natriumthiopental, ketamine of guiafenesine. Concentraties van 3 tot 5% isofluraan
kunnen worden gebruikt om binnen 5 tot 10 minuten het gewenste anesthesieniveau te bereiken.
Isofluraan in een concentratie van 3 tot 5% bij een hoge zuurstoftoevoer kan worden gebruikt voor de
inductie bij veulens.
Onderhoud
De anesthesie kan worden onderhouden met behulp van 1,5% tot 2,5% isofluraan.
Herstel
Ontwaken verloopt meestal snel en rustig.
HOND
De MAC-waarde voor isofluraan bij de hond is ongeveer 1,28%.
Premedicatie
Isofluraan kan samen met andere diergeneesmiddelen worden gebruikt die gewoonlijk in veterinaire
anesthetische protocollen worden gebruikt. De volgende diergeneesmiddelen blijken verenigbaar te
zijn met isofluraan: acepromazine, atropine, butorphanol, buprenorphine, bupivacaine, diazepam,
dobutamine, ephedrine, epinephrine, glycopyrrolate, ketamine, medetomidine, midazolam,
methoxamine, oxymorphone, propofol, thiamylal, thiopental en xylazine. De voor premedicatie
gebruikte diergeneesmiddelen dienen per individuele patiënt geselecteerd te worden. De hieronder
vermelde mogelijke interacties dienen in acht te worden genomen.
Interacties
Zie rubriek 12.


VETFLURANE

Inductie is mogelijk door middel van gezichtsmasker met behulp van maximaal 5% isofluraan, al dan
niet met premedicatie.
Onderhoud
De anesthesie kan worden onderhouden met behulp van 1,5% tot 2,5% isofluraan.
Herstel
Ontwaken is meestal snel en rustig.
KAT
De MAC-waarde voor isofluraan bij de kat is ongeveer 1,63%.
Premedicatie
Isofluraan kan samen met andere diergeneesmiddelen worden gebruikt die gewoonlijk in veterinaire
anesthetische protocollen worden gebruikt. De volgende diergeneesmiddelen blijken verenigbaar te
zijn met isofluraan: acepromazine, atropine, diazepam, ketamine en oxymorphone. De voor
premedicatie gebruikte, diergeneesmiddelen dienen per individuele patiënt geselecteerd te worden. De
hieronder vermelde mogelijke interacties dienen echter in acht te worden genomen.
Interacties
Zie rubriek 12.
Inductie
Inductie is mogelijk door middel van gezichtsmasker met behulp van maximaal 4% isofluraan, al dan
niet met premedicatie.
Onderhoud
De anesthesie kan worden onderhouden met behulp van 1,5% tot 3% isofluraan.
Herstel
Ontwaken verloopt meestal snel en rustig.
SIERVOGELS
Er zijn weinig MAC/ED50-waarden vastgesteld. Voorbeelden zijn 1,34% voor de Sandhill-kraanvogel,
1,45% voor de wedstrijdduif, verlaagd tot 0,89% door toediening van midazolam en 1,44% voor
kaketoes, verlaagd tot 1,08% door toediening van het analgeticum butorfanol.
Het gebruik van isofluraananesthesie is voor veel diersoorten gemeld, van kleine vogels zoals
zebravinken, tot grote vogels zoals gieren, adelaars en zwanen.
Geneesmiddelinteracties/verenigbaarheden
Van propofol is in de literatuur aangetoond dat het verenigbaar is met isofluraananesthesie bij zwanen.
Interacties


VETFLURANE

Inductie
Inductie met 3 tot 5% isofluraan verloopt normaal gesproken snel. Voor zwanen is inductie van
anesthesie met propofol, gevolgd door isofluraanonderhoud, gemeld.
Onderhoud
De onderhoudsdosis is afhankelijk van de diersoort en het individuele dier. Over het algemeen is 2 tot
3% geschikt en veilig.
Voor sommige ooievaar- en reigersoorten heeft men mogelijk slechts 0,6 tot 1% nodig.
Voor sommige gieren en adelaars heeft men mogelijk maximaal 4 tot 5% nodig.
Voor eenden en ganzen heeft men mogelijk 3,5 tot 4% nodig.
Gewoonlijk reageren vogels zeer snel op veranderingen in de concentratie van isofluraan.
Herstel
Ontwaken verloopt meestal snel en rustig.
REPTIELEN
De literatuur vermeldt het gebruik van isofluraan bij een grote verscheidenheid aan reptielen (bijv.
verschillende soorten hagedissen, schildpadden, leguanen, kameleons en slangen).
De ED50 werd bij de woestijnleguaan bepaald op 3,14% bij 35 °C en 2,83% bij 20 °C.
Geneesmiddelinteracties/verenigbaarheden
Zie rubriek 12.
Inductie
De inductie verloopt normaliter snel bij 2 tot 4%.
Onderhoud
1 tot 3% is een nuttige concentratie.
Herstel
Ontwaken verloopt meestal snel en rustig.
RATTEN, MUIZEN, HAMSTERS, CHINCHILLA'S, WOESTIJNRATTEN, CAVIA'S EN
FRETTEN

De MAC voor muizen wordt vermeld als 1,34% en voor de rat als 1,38%, 1,46% en 2,4%.
Geneesmiddelinteracties/verenigbaarheden
Zie rubriek 12.
Inductie
Isofluraanconcentratie van 2 tot 3%.
Onderhoud


VETFLURANE

Herstel
Ontwaken verloopt meestal snel en rustig.
Diersoorten
MAC (%)
Inductie (%)
Onderhoud (%)
Herstel
Paard
1,31
3,0 - 5,0 (veulens) 1,5 - 2,5
snel en rustig
Hond
1,28
tot 5,0
1,5 - 2,5
snel en rustig
Kat
1,63
tot 4,0
1,5 - 3,0
snel en rustig
Siervogels
zie posologie
3,0 - 5,0
zie posologie
snel en rustig
Reptielen
zie posologie
2,0 - 4,0
1,0 - 3,0
snel en rustig
Ratten, muizen,
1,34 (muis)
snel en rustig
hamsters,
1,38/1,46/2,40
2,0 - 3,0
0,25 - 2,0
chinchilla's,
(rat)
woestijnratten,
cavia's en fretten
9.
AANWIJZINGEN VOOR EEN JUISTE TOEDIENING
Isofluraan dient toegediend te worden met behulp van een nauwkeurig gekalibreerde verdamper in een
geschikt anesthetisch circuit, aangezien anesthesieniveaus snel en gemakkelijk veranderd kunnen
worden.
Isofluraan kan in combinatie met zuurstof of met een mengsel van zuurstof/lachgas worden
toegediend.
De hieronder gegeven MAC (minimale alveolaire concentratie in zuurstof) of effectieve dosis ED50-
waarden en geadviseerde concentraties voor het doeldier dienen alleen gebruikt te worden als richtlijn
of uitgangspunt. De feitelijke in de praktijk benodigde concentraties zijn afhankelijk van vele
variabelen waaronder het gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen tijdens de anesthesie en de
klinische status van de patiënt.
Isofluraan kan met andere, vaak bij veterinaire anesthesie gebruikte diergeneesmiddelen, voor
premedicatie, inductie of analgesie worden gebruikt. Speciale voorbeelden worden gegeven in de
individuele diersoortinformatie.
Ontwaken uit de isofluraan anesthesie verloopt meestal rustig en snel. De analgetische behoeften van
de patiënt dienen voor het einde van de algemene anesthesie te worden ingeschat.
10.
WACHTTERMIJN
Paard: (Orgaan)vlees : 2 dagen.
Niet toegestaan voor gebruik bij de behandeling van merries die melk voor humane consumptie
produceren.
11.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN BIJ BEWAREN
Buiten het zicht en bereik van kinderen bewaren.
Niet bewaren boven 25 C.
Beschermen tegen direct zonlicht en hitte.
Bewaren in de goed gesloten oorspronkelijke verpakking.
Niet te gebruiken na de uiterste gebruiksdatum vermeld op het etiket en doos na EXP:
De uiterste gebruiksdatum verwijst naar de laatste dag van de maand.
12.
SPECIALE WAARSCHUWINGEN


VETFLURANE

Het metabolisme van vogels en tot op zekere hoogte van kleine zoogdieren wordt sterk beïnvloed door
daling van de lichaamstemperatuur veroorzaakt door het grote oppervlak in relatie tot het
lichaamsgewicht. Geneesmiddelenmetabolisme bij reptielen is traag en sterk afhankelijk van de
omgevingstemperatuur.
De absorptie, distributie en eliminatie van isofluraan verlopen snel en het wordt grotendeels
onveranderd geëlimineerd via de longen. Deze eigenschappen maken het diergeneesmiddel geschikt
voor groepen van zowel jonge als oude dieren alsmede dieren met een verminderd lever-, nier- of
hartfunctiestoornissen. De anesthesieprotocollen dienen echter per geval te worden vastgesteld.
Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren
Isofluraan heeft weinig tot geen analgetische eigenschappen. Adequate analgetica dienen altijd
voorafgaand aan de operatie te worden toegediend. Voordat de algehele anesthesie wordt beëindigd,
moet rekening worden gehouden met de behoeften van het dier m.b.t. de analgesie.
Het gebruik van het diergeneesmiddel bij patiënten met hartaandoeningen moet uitsluitend overwogen
worden na een risico/baten analyse door de dierenarts.
Het is belangrijk om de ademhaling en de hartslag te bewaken. Verder is het belangrijk de
ademhalingswegen vrij te houden en weefsels van zuurstof te voorzien gedurende de anesthesie.
Bij gebruik van isofluraan bij het anestheseren van een dier met hoofdletsel, dient men te overwegen
of kunstmatige beademing nodig is om normale CO2-niveaus in stand te houden, zodat de cerebrale
bloedtoevoer niet toeneemt.
Isofluraan is een ademhalingsdepressivum, het is dus aanbevolen de frequentie en aard van de
ademhaling gedurende de anesthesie in de gaten te houden.


VETFLURANE

Gehalogeneerde anesthetica kunnen leverbeschadiging veroorzaken. In het geval van isofluraan is dit
een idiosyncratische reactie die zeer zelden wordt gezien na herhaaldelijke blootstelling.
Advies aan de artsen: Zorg dat de luchtwegen vrijgemaakt worden en geef symptomatische en
ondersteunende behandeling. Let op: adrenaline en catecholaminen kunnen hartritmestoornissen
veroorzaken.
Isofluraan reageert met droge koolzuurabsorbentia ter vorming van koolmonoxide. Om het risico te
beperken van koolmonoxide in het rebreathing systeem en de mogelijkheid van verhoogde
carboxyhemoglobine niveaus, dienen de koolzuurabsorbantia niet uit te drogen.
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Gelijktijdig inhaleren van lachgas vergroot het effect van isofluraan bij de mens en een vergelijkbare
versterkende werking kan verwacht worden bij dieren.
Het gelijktijdig gebruik van sedativa of analgetica vermindert mogelijk de vereiste hoeveelheid
isofluraan die nodig is om een anesthesie te induceren en te onderhouden.
Bij paarden is gemeld dat detomidine en xylazine de MAC-waarde voor isofluraan vermindert.
Bij honden is gemeld dat morfine, oxymorphon, acepromazine, medetomidine en midazolam de
MAC-waarde voor isofluraan verlagen. Het gelijktijdig toedienen van midazolam/kematine gedurende
de isofluraananesthesie kan leiden tot duidelijke cardiovasculaire effecten, in het bijzonder arteriële
hypotensie. De remmende effecten van propanolol op myocardiale contractiliteit worden verminderd
tijdens isofluraananesthesie, wat op een matige -receptoractiviteit wijst.
Er is gemeld dat intraveneuze toediening van midazolam-butorfanol een aantal cardio-respiratoire
parameters bij met isofluraan geïnduceerde katten evenals epidurale fentanyl en medetomidine
verandert. Van isofluraan is aangetoond dat het de gevoeligheid van het hart voor adrenaline
(epinefrine) vermindert.
Bij kaketoes is gemeld dat butorfanol de MAC-waarde voor isofluraan verlaagt.
Bij duiven is gemeld dat midazolam de MAC-waarde voor isofluraan verlaagt.
Voor reptielen en kleine zoogdieren zijn er geen gegevens beschikbaar.
Isofluraan heeft een zwakkere sensibiliserende werking op het myocardium voor de effecten van
circulerende disritmogene catecholaminen dan halothaan.
Isofluraan kan door middel van gedroogde kooldioxide-absorbentia worden afgebroken tot
koolmonoxide.
Overdosering
Overdosering kan resulteren in ernstige ademhalingsdepressie. De ademhaling dient daarom goed
bewaakt en waar nodig ondersteund te worden met zuurstof en/of gecontroleerde beademing.
In geval van een ernstige cardio-pulmonale depressie dient de toediening van isofluraan onmiddellijk
te worden gestopt. De luchtwegen moeten vrij zijn en er dient te worden overgaan tot een
gecontroleerde beademing met zuivere zuurstof. Cardiovasculaire depressie dient behandeld te worden
met plasma-expanders, bloeddrukmiddelen, anti-arrhythmica middelen of andere geschikte
technieken.
13.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN NIET-
GEBRUIKTE DIERGENEESMIDDELEN OF EVENTUELE RESTANTEN HIERVAN

Ongebruikte diergeneesmiddelen of restanten hiervan dienen in overeenstemming met de nationale
vereisten te worden verwijderd.
14.
DE DATUM WAAROP DE BIJSLUITER VOOR HET LAATST IS HERZIEN
September 2016
15.
OVERIGE INFORMATIE


VETFLURANE

BE: BE-V380177
NL: REG NL 106479
KANALISATIE

Heb je dit medicijn gebruikt? Vetflurane 1000 mg/g te vormen.

Je ervaring helpt anderen een beeld over het gebruik van Vetflurane 1000 mg/g te vormen.

Deel als eerste jouw ervaring over Vetflurane 1000 mg/g

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG