Qarziba 4,5 mg/ml

BIJLAGE I
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe
veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht
alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Qarziba 4,5 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
1 ml concentraat bevat 4,5 mg dinutuximab bèta.
Elke flacon bevat 20 mg dinutuximab bèta in 4,5 ml.
Dinutuximab bèta is een chimerisch humaan-muis monoklonaal IgG1-antilichaam geproduceerd in een
zoogdiercellijn (CHO) via recombinant-DNA-techniek.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Concentraat voor oplossing voor infusie.
Kleurloze tot lichtgele vloeistof.
4.
4.1
KLINISCHE GEGEVENS
Therapeutische indicaties
Qarziba is geïndiceerd voor de behandeling van hoogrisico-neuroblastoom bij patiënten van 12 maanden
en ouder, die eerder werden behandeld met inductiechemotherapie en minstens een partiële respons
bereikten, gevolgd door myeloablatieve therapie en stamceltransplantatie, evenals bij patiënten met een
voorgeschiedenis van gerecidiveerd of refractair neuroblastoom, met of zonder restziekte. Voorafgaand
aan de behandeling van gerecidiveerd neuroblastoom dient een eventuele actief progressieve ziekte te
worden gestabiliseerd met andere passende maatregelen.
Bij patiënten met een voorgeschiedenis van gerecidiveerde/refractaire ziekte en bij patiënten die geen
complete respons bereikten na eerstelijnsbehandeling, dient Qarziba te worden gecombineerd met
interleukine-2 (IL-2).
4.2
Dosering en wijze van toediening
Qarziba mag alleen in een ziekenhuis worden gebruikt en het moet worden toegediend onder toezicht
van een arts met ervaring op het gebied van oncologische therapieën. Het moet worden toegediend door
een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg die in staat is ernstige allergische reacties waaronder
anafylaxie te behandelen in een setting waarin alle hulpmiddelen voor reanimatie direct beschikbaar
zijn.
Dosering
Behandeling met Qarziba omvat 5 opeenvolgende kuren, elk van 35 dagen. De individuele dosis wordt
vastgesteld op basis van het lichaamsoppervlak en dient in totaal 100 mg/m
2
per kuur te zijn.
Er zijn twee wijzen van toediening mogelijk:
een continue infusie gedurende de eerste 10 dagen van elke kuur (in totaal 240 uur) met de
dagelijkse dosis van 10 mg/m
2
2
of vijf dagelijkse infusies van 20 mg/m
2
toegediend in 8 uur, op de eerste 5 dagen van elke
kuur.
Wanneer IL-2 wordt gecombineerd met Qarziba moet dit worden toegediend als een subcutane injectie
van 6×10
6
IE/m
2
/dag, gedurende 2 perioden van 5 opeenvolgende dagen, resulterend in een totale
dosis van 60×10
6
IE/m
2
per kuur. De eerste kuur van 5 dagen moet beginnen 7 dagen voor de eerste
infusie van dinutuximab bèta en de tweede kuur van 5 dagen moet gelijktijdig starten met de infusie
van dinutuximab bèta (dag 1 tot en met 5 van elke kuur met dinutuximab bèta).
Voorafgaand aan het begin van elke behandelkuur moeten de volgende klinische parameters worden
beoordeeld en de behandeling moet zo nodig worden uitgesteld tot deze waarden worden bereikt:
pulsoximetrie > 94% met kamerlucht
toereikende beenmergfunctie: absolute neutrofielentelling ≥ 500/µl, plaatjestelling ≥ 20.000/µl,
hemoglobine > 8,0 g/dl
toereikende leverfunctie: alanineaminotransferase (ALAT)/aspartaataminotransferase (ASAT)
< 5 keer de bovengrens van normaal (ULN)
toereikende nierfunctie: creatinineklaring of glomerulaire filtratiesnelheid (GRF)
> 60 ml/min/1,73 m
2
Dosisaanpassing van dinutuximab bèta
Op grond van de beoordeling door de arts van de ernst van de bijwerkingen met dinutuximab bèta kan
de dosis met 50% worden verlaagd of de infusie tijdelijk worden onderbroken. Om de totale dosis toe
te dienen duurt hierdoor de infusieperiode langer tenzij verhoging van de infusiesnelheid tot 3 ml/uur
(continue infusie) door de patiënt wordt verdragen.
Aanbevolen dosisaanpassingen voor dinutuximab bèta
Ernst
Bijwerking
Elke graad
Graad 1–2
Aanpassing van de behandeling
Verlaag infusiesnelheid tot 50%
Na resolutie infusie op
oorspronkelijke snelheid hervatten
Onderbreek infusie en stel
ondersteunende maatregelen in
Na resolutie infusie op
oorspronkelijke snelheid hervatten
Onderbreek infusie
Na resolutie infusie hervatten op
50% van de snelheid
Onderbreek infusie en stel
ondersteunende maatregelen in
Hervat infusie op 50% van de
snelheid als bijwerking verdwijnt of
verbetert tot graad 1–2
Na resolutie ophogen tot
oorspronkelijke snelheid
Zet infusie stop
Hervat volgende dag als bijwerking
is verdwenen
Onderbreek infusie onmiddellijk en
behandel op adequate wijze (zie
rubriek 4.4)
Hervat behandeling voor volgende
kuren
Overgevoeligheidsrea
ctie
bijv. hypotensie
Verwijde pupillen met trage lichtreflex +/- fotofobie
Graad ≥ 3
Elke graad
Recidief
Overgevoeligheidsrea
ctie
bijv. bronchospasme, angio
-
oedeem
3
Capillaireleksyndroo
m
Onderbreek infusie en stel
ondersteunende maatregelen in
Hervat op 50% van de snelheid als
bijwerking is verdwenen of verbeterd
tot graad 1–2
De behandeling met dinutuximab bèta moet blijvend worden stopgezet als de volgende toxiciteiten
optreden:
anafylaxie van graad 3 of 4
langdurige perifere motorische neuropathie van graad 2
perifere neuropathie van graad 3
oogtoxiciteit van graad 3
hyponatriëmie van graad 4 (<120 mEq/l) ondanks adequaat vochtbeleid
recidiverend capillaireleksyndroom of capillaireleksyndroom van graad 4 (maakt kunstmatige
beademing noodzakelijk)
Nier- en leverfunctiestoornis
Er zijn gegevens beschikbaar bij patiënten met een nier
-
en leverfunctiestoornis (zie rubriek 5.2).
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Qarziba bij kinderen jonger dan 12 maanden zijn nog niet
vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
Qarziba is bedoeld voor intraveneuze infusie. De oplossing moet worden toegediend via een perifere
of centrale intraveneuze lijn. Andere, gelijktijdig intraveneus toegediende middelen dienen via een
afzonderlijke infusielijn te worden toegediend (zie rubriek 6.6).
Voor continue infusie moet de oplossing worden toegediend met een snelheid van 2 ml per uur (48 ml
per dag) met gebruikmaking van een infusiepomp.
Voor de dagelijkse infusie van 8 uur moet de oplossing worden toegediend met een snelheid van
ongeveer 13 ml per uur.
Voor het starten van elke infusie moet altijd premedicatie worden overwogen (zie rubriek 4.4).
Voor instructies over verdunning van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
4.3
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Acute graft-versus-hostziekte (GvHD) van graad 3 of 4 of uitgebreide chronische
graft-versus-hostziekte (GvHD).
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Terugvinden herkomst
Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het
batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd te worden.
Pijn
Neuropathische pijn treedt meestal op aan het begin van de behandeling en premedicatie met analgetica,
waaronder intraveneuze opioïden, voorafgaand aan elke infusie van dinutuximab bèta is vereist. Voor
pijnbestrijding wordt een tripeltherapie met onder meer niet
-
opioïde analgetica (volgens
WHO
-
richtsnoeren), gabapentine en opioïden aanbevolen. De individuele dosis kan sterk variëren.
4
Niet
-
opioïde analgetica
Niet
-
opioïde analgetica moeten permanent tijdens de behandeling worden gebruikt, bijv. paracetamol
of ibuprofen.
Gabapentine
De patiënt moet worden geprimed met 10 mg/kg/dag, te beginnen 3 dagen voorafgaand aan de infusie
van dinutuximab bèta. De dagdosis gabapentine wordt opgehoogd tot 2×10 mg/kg/dag oraal op de
volgende dag en tot 3×10 mg/kg/dag oraal op de dag voor het begin van de infusie van dinutuximab
bèta en de daaropvolgende dagen. De maximale enkelvoudige dosis gabapentine is 300 mg. Dit
toedieningsschema moet worden aangehouden zolang als nodig is voor de patiënt.
Oraal gabapentine moet geleidelijk worden verlaagd na afwennen van de intraveneuze infusie van
morfine, uiterlijk nadat de infusiebehandeling met dinutuximab bèta is stopgezet.
Opioïden
Behandeling met opioïden is standaard met dinutuximab bèta. De eerste infusiedag en kuur vereisen
doorgaans een hogere dosis dan de daaropvolgende dagen en kuren.
Voor instelling van een continue intraveneuze infusie van morfine moet worden gestart met een
bolusinfusie van 0,02 tot 0,05 mg/kg/uur morfine te beginnen 2 uur vóór de infusie van
dinutuximab bèta.
Daarna wordt een toedieningssnelheid van 0,03 mg/kg/uur aanbevolen gelijktijdig met de infusie
van dinutuximab bèta.
Bij de dagelijkse infusies van dinutuximab bèta moet de infusie van morfine worden voortgezet
met een lagere snelheid (bijv. 0,01 mg/kg/uur) gedurende 4 uur na beëindiging van de infusie van
dinutuximab bèta.
Bij continue infusie kan het, in reactie op de pijnperceptie van de patiënt, mogelijk zijn de morfine
over een periode van 5 dagen af te wennen door progressief de toedieningssnelheid te verlagen
(bijv. tot 0,02 mg/kg/uur, 0,01 mg/kg/uur, 0,005 mg/kg/uur).
Als continue infusie van morfine gedurende meer dan 5 dagen nodig is, moet de behandeling
geleidelijk worden verlaagd met 20% per dag na de laatste dag van de infusie van dinutuximab
bèta.
Na afwennen van intraveneuze morfine kan in geval van hevige neuropathische pijn oraal
morfinesulfaat (0,2 tot 0,4 mg/kg elke 4 tot 6 uur) naar behoefte worden toegediend. Voor matige
neuropathische pijn kan oraal tramadol worden toegediend.
Overgevoeligheidsreacties
Ondanks het gebruik van premedicatie kunnen zich ernstige infusiegerelateerde reacties voordoen, zoals
het cytokinenvrijgavesyndroom (CRS), anafylactische en overgevoeligheidsreacties. Het optreden van
een ernstige infusiegerelateerde reactie (waaronder CRS) vereist onmiddellijke stopzetting van de
behandeling met dinutuximab bèta en kan spoedbehandeling noodzakelijk maken.
Het cytokinenvrijgavesyndroom manifesteert zich vaak binnen minuten tot uren na het starten van de
eerste infusie en wordt gekenmerkt door systemische symptomen zoals koorts, hypotensie en urticaria.
Anafylactische reacties kunnen al binnen enkele minuten na de eerste infusie van dinutuximab bèta
optreden en gaan vaak gepaard met bronchospasme en urticaria.
Premedicatie
Premedicatie met een antihistaminicum (bijv. difenhydramine) moet worden toegediend door
intraveneuze injectie ongeveer 20 minuten voor het starten van elke infusie van dinutuximab bèta.
Aanbevolen wordt de toediening van het antihistaminicum tijdens de infusie van dinutuximab zo
nodig elke 4 tot 6 uur te herhalen.
Patiënten moeten nauwlettend worden gemonitord op anafylaxie en allergische reacties, in het
bijzonder gedurende de eerste en tweede behandelkuur.
5
Behandeling van overgevoeligheidsreacties
Voor de behandeling van levensbedreigende allergische reacties moeten een intraveneus
antihistaminicum, epinefrine (adrenaline) en prednisolon voor intraveneuze toediening direct
beschikbaar zijn aan het bed tijdens de toediening van dinutuximab bèta. Aanbevolen wordt dat bij de
behandeling van dergelijke reacties prednisolon wordt toegediend als intraveneuze bolus, en epinefrine
als intraveneuze bolus zo nodig elke 3 tot 5 minuten, afhankelijk van de klinische respons. In geval van
een bronchiale en/of pulmonale overgevoeligheidsreactie wordt inhalatie van epinefrine (adrenaline)
aanbevolen en dit moet elke 2 uur worden herhaald, afhankelijk van de klinische respons.
Capillaireleksyndroom (CLS)
CLS wordt gekenmerkt door een verlies van vaattonus en extravasatie van plasma-eiwitten en vocht
naar de extravasculaire ruimte. CLS ontstaat meestal binnen uren na instelling van de behandeling,
terwijl klinische symptomen (d.w.z. hypotensie, tachycardie) na 2 tot 12 uur worden gemeld.
Zorgvuldige monitoring van de circulatoire en respiratoire functie is vereist.
Neurologische oogafwijkingen
Er kunnen zich oogaandoeningen voordoen aangezien dinutuximab bèta bindt aan cellen van de
nervus opticus. In geval van problemen met het accommodatievermogen zijn geen dosisaanpassingen
nodig indien deze kunnen worden gecorrigeerd met een bril, zolang als dit als verdraagbaar wordt
beoordeeld.
De behandeling moet worden onderbroken bij patiënten bij wie sprake is van oogtoxiciteit van graad 3
(d.w.z. subtotaal verlies van gezichtsvermogen per toxiciteitsschaal). In geval van oogproblemen
moeten patiënten direct worden doorverwezen naar een oogarts.
Perifere neuropathie
Incidenteel optreden van perifere neuropathie is gemeld met Qarziba. Gevallen van motorische of
sensorische neuropathie langer dan 4 dagen moeten worden beoordeeld en niet
-
inflammatoire
oorzaken, zoals ziekteprogressie, infecties, metabole syndromen en gelijktijdig gebruikte medicatie,
moeten worden uitgesloten.
De behandeling moet blijvend worden stopgezet bij patiënten bij wie sprake is van objectieve
langdurige zwakte die is toe te schrijven aan de toediening van dinutuximab bèta. Voor patiënten met
matige (graad 2) neuropathie (motorisch met of zonder sensorisch) moet de behandeling worden
onderbroken en kan deze worden hervat nadat de neurologische symptomen zijn verdwenen.
Systemische infecties
Als gevolg van eerdere behandelingen is het waarschijnlijk dat patiënten immuungecompromitteerd
zijn Aangezien ze meestal een centrale veneuze katheter
in situ
hebben, is er bij hen sprake van een
risico van het ontstaan van een systemische infectie. Bij patiënten mogen geen aanwijzingen zijn voor
een systemische infectie en elke vastgestelde infectie moet onder controle zijn voor de behandeling
wordt gestart.
Hematologische toxiciteiten
Met Qarziba zijn hematologische toxiciteiten gemeld, zoals erytropenie, trombocytopenie en
neutropenie. Voor hematologische toxiciteiten van graad 4, die bij aanvang van de volgende
behandelkuur zijn verbeterd tot ten minste graad 2 of tot baselinewaarden, is geen dosisaanpassing
vereist.
Laboratoriumafwijkingen
Regelmatige monitoring van de leverfunctie en elektrolyten wordt aanbevolen.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Er is geen onderzoek naar interacties uitgevoerd. Een risico van indirecte vermindering van
CYP-activiteit als gevolg van hogere spiegels van TNF-α en IL-6 en dus interacties met gelijktijdig
gebruikte geneesmiddelen, kan niet worden uitgesloten.
6
Corticosteroïden
Door hun immunosuppressieve werking wordt gelijktijdige behandeling met corticosteroïden niet
aanbevolen binnen 2 weken voor de eerste behandelkuur tot 1 week na de laatste behandelkuur met
dinutuximab bèta, behalve in levensbedreigende situaties.
Vaccinaties
Vaccinaties moeten worden vermeden tijdens de toediening van dinutuximab bèta tot 10 weken na de
laatste behandelkuur, vanwege immuunstimulatie door dinutuximab bèta en een mogelijk risico van
zeldzame neurologische toxiciteiten.
Intraveneus immunoglobuline
Gelijktijdig gebruik van intraveneuze immunoglobulinen wordt niet aanbevolen aangezien ze kunnen
interfereren met van dinutuximab bèta afhankelijke cellulaire cytotoxiciteit.
4.6
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Er zijn geen gegevens over zwangere vrouwen. Er zijn geen gegevens afkomstig van dieren
beschikbaar over teratogeniciteit of embryotoxiciteit. Het doelwit van dinutuximab bèta (GD2) komt
tot expressie op neuronale weefsels, in het bijzonder tijdens de embryo-foetale ontwikkeling en kan de
placenta passeren; daardoor kan Qarziba foetale schade veroorzaken wanneer het wordt toegediend
aan zwangere vrouwen.
Qarziba mag niet worden gebruikt tijdens de zwangerschap.
Borstvoeding
Er zijn geen gegevens over vrouwen die borstvoeding geven. Het is niet bekend of dinutuximab bèta
bij de mens overgaat in de moedermelk. Borstvoeding moet worden gestaakt tijdens behandeling met
Qarziba en gedurende 6 maanden na de laatste dosis.
Vruchtbaarheid
De effecten van dinutuximab bèta op de vruchtbaarheid bij de mens zijn niet bekend. Bij dieren zijn
geen specifieke vruchtbaarheidsonderzoeken uitgevoerd, maar er zijn geen negatieve effecten
waargenomen op de voortplantingsorganen in toxiciteitsonderzoeken uitgevoerd bij cavia’s en
cynomolgusapen.
Qarziba mag niet worden gebruikt bij vrouwen die zwanger kunnen worden en geen anticonceptie
toepassen. Het wordt aanbevolen dat vrouwen die zwanger kunnen worden, anticonceptie gebruiken
gedurende 6 maanden na stopzetting van de behandeling met dinutuximab bèta.
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Dinutuximab bèta heeft een grote invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te
bedienen. Patiënten dienen geen machines te bedienen of een voertuig te besturen tijdens behandeling
met dinutuximab bèta.
4.8
Bijwerkingen
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De veiligheid van dinutuximab bèta is beoordeeld bij 628 patiënten met hoogrisico-neuroblastoom en
gerecidiveerd/refractair neuroblastoom, die het toegediend kregen als een continue infusie (212) of als
herhaalde dagelijkse infusies (416). Het werd bij de meeste patiënten gecombineerd met
13-cis-retinoïnezuur en bij 307 patiënten met IL-2.
De meest voorkomende bijwerkingen waren pyrexie (88%) en pijn (77%) ondanks behandeling met
analgetica. Andere vaak voorkomende bijwerkingen waren overgevoeligheid (74,1%), braken (57%),
diarree (51%), capillaireleksyndroom (40%), anemie (72,3%) neutropenie (52%), trombocytopenie
(49,6%) en hypotensie (42,2%).
7
Lijst van bijwerkingen in tabelvorm
De bijwerkingen die in klinische onderzoeken zijn gemeld, zijn gerangschikt volgens
systeem/orgaanklasse en frequentie en staan vermeld in onderstaande tabel. De bijwerkingen worden
weergegeven per MedDRA-systeem/orgaanklasse en frequentie. De frequentiecategorieën worden
gedefinieerd als: zeer vaak (≥1/10), vaak (≥1/100, <1/10) en soms (≥1/1000, <1/100). Binnen iedere
frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst. Het type bijwerkingen dat in
de postmarketingsetting is waargenomen, komt overeen met de bijwerkingen die in klinische
onderzoeken zijn waargenomen.
Systeem/orgaanklasse
Infecties en parasitaire
aandoeningen
Zeer vaak
Vaak
sepsis
Soms
infectie (waaronder
pneumonie,
huidinfectie,
herpesvirusinfectie,
myelitis,
encefalomyelitis),
hulpmiddelgerelateerd
e infectie
Bloed- en
anemie, leukopenie,
lymfestelselaandoeningen
neutropenie,
trombocytopenie
Immuunsysteemaandoening overgevoeligheid,
en
cytokinenvrijgavesyn
droom
Voedings- en
vochtretentie
stofwisselingsstoornissen
lymfopenie
anafylactische
reactie
verminderde eetlust,
hypoalbuminemie,
hyponatriëmie,
hypokaliëmie,
hypofosfatemie,
hypomagnesiëmie,
hypocalciëmie,
dehydratie
agitatie, angst
perifere neuropathie,
insult, paresthesie,
duizeligheid, tremor
uitgezaaide
intravasculaire
stolling, eosinofilie
serumziekte
Psychische stoornissen
Zenuwstelselaandoeningen
hoofdpijn
toegenomen
intracraniale druk,
posterieur reversibel
encefalopathiesyndr
oom
Oogaandoeningen
mydriase,
pupillotonie,
oogoedeem (ooglid,
periorbitaal)
tachycardie
Hartaandoeningen
Bloedvataandoeningen
hypotensie,
capillaireleksyndroom
oftalmoplegie,
papiloedeem,
accommodatieafwijk
ing, wazig zien,
fotofobie
hartfalen,
linkerventrikeldisfun
ctie, pericardeffusie
hypertensie
hypovolemische
shock,
veno-occlusieve
ziekte
Ademhalingsstelsel-,
borstkas- en
mediastinumaandoeningen
hypoxie, hoesten
bronchospasme,
dyspneu, respiratoir
falen, longinfiltraat,
pulmonaal oedeem,
pleurale effusie,
8
Maagdarmstelselaandoenin
gen
braken, diarree,
constipatie, stomatitis
tachypnoea,
laryngospasme
nausea, lipoedeem,
ascites, abdominale
distensie, ileus,
droge lippen
dermatitis
(waaronder
exfoliatieve),
erytheem, droge
huid, hyperhidrose,
petechiae,
fotosensitiviteitsreact
ie
spierspasmen
oligurie,
urineretentie,
hyperfosfaturie,
hematurie,
proteïnurie
injectieplaatsreactie
enterocolitis
Lever- en galaandoeningen
Huid- en
onderhuidaandoeningen
hepatocellulair letsel
pruritus, rash,
urticaria
Skeletspierstelsel- en
bindweefselaandoeningen
Nier- en
urinewegaandoeningen
nierfalen
Algemene aandoeningen en
toedieningsplaatsstoornisse
n
Onderzoeken
afgenomen gewicht,
afgenomen
glomerulaire
filtratiesnelheid,
hypertriglyceridemie
, verlengde
geactiveerde partiële
tromboplastinetijd,
verlengde
protrombinetijd,
verlengde
trombinetijd
* omvat abdominale pijn, pijn in extremiteit, orofaryngeale pijn en rugpijn die gemeld zijn bij > 10%
van de patiënten. Andere veel voorkomende types van pijn die werden gemeld, zijn artralgie,
injectieplaatspijn, skeletspierstelselpijn, botpijn, borstkaspijn en nekpijn.
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Overgevoeligheid
The vaakst voorkomende overgevoeligheidsreactie waren onder andere hypotensie (42,2%), urticaria
(15%) en bronchospasme (5,3%). Cytokinenvrijgavesyndroom werd ook gemeld bij 32% van de
patiënten. Ernstige anafylactische reacties deden zich voor bij 3,5% van de patiënten.
Pijn
Pijn treedt doorgaans op tijdens de eerste infusie van dinutuximab bèta en neemt in de loop van de
behandelkuren af. Patiënten meldden het vaakst abdominale pijn, pijn in de extremiteiten, rugpijn,
borstkaspijn of artralgie.
pyrexie, koude
rillingen, pijn*,
perifeer oedeem,
gezichtsoedeem
toegenomen gewicht,
toegenomen
transaminasen,
toegenomen
gamma-glutamyltrans
ferase, toegenomen
bilirubine in het
bloed, toegenomen
creatininespiegels in
bloed
9
Capillaireleksyndroom (CLS)
In totaal was 10% van de gevallen van CLS ernstig (graad 3-4) en de frequentie ervan nam af in de
loop van de behandelkuren.
Oogproblemen
Deze omvatten accommodatiestoornis die te corrigeren is met een bril, evenals mydriase (10,7%),
periorbitaal oedeem en ooglidoedeem (7,1%), wazig zien (3%) of fotofobie (3%), die gewoonlijk
reversibel waren na stopzetting van de behandeling. Er werden ook ernstige oogaandoeningen gemeld,
onder meer oftalmoplegie (2%) en opticusatrofie.
Perifere neuropathie
Zowel motorische als sensorische perifere neuropathieën zijn gemeld, in totaal bij 9% van de
patiënten. De meeste voorvallen waren van graad 1-2 en verdwenen.
Veiligheidsprofiel met en zonder IL-2
De combinatie van Qarziba met IL-2 verhoogt het risico van bijwerkingen vergeleken met Qarziba
zonder IL-2, in het bijzonder wat betreft pyrexie (92% vs. 79%), CLS (50% vs. 25%), pijn gerelateerd
aan dinutuximab bèta (75% vs. 63%), hypotensie (43% vs. 26%) en perifere neuropathie (14% vs.
7%).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op
deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden
gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht alle vermoedelijke
bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in
aanhangsel V.
4.9
Overdosering
Er zijn geen gevallen van overdosering met dinutuximab bèta gemeld.
In het geval van overdosering moeten patiënten nauwlettend worden gemonitord op klachten en
symptomen van bijwerkingen en moet indien nodig ondersteunende zorg worden gegeven.
5.
5.1
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: antineoplastische middelen, monoklonale antilichamen, ATC-code:
L01XC16
Werkingsmechanisme
Dinutuximab bèta is een chimerisch monoklonaal IgG1-antilichaam specifiek gericht tegen het
koolhydraatgedeelte van disialoganglioside 2 (GD2), dat in overmaat tot expressie wordt gebracht op
neuroblastoomcellen.
Farmacodynamische effecten
In vitro
is aangetoond dat dinutuximab bèta bindt aan neuroblastoomcellijnen waarvan bekend is dat
deze GD2 tot expressie brengen en dat het zowel complementafhankelijke cytotoxiciteit (CDC)
induceert als antilichaamafhankelijke celgemedieerde cytotoxiciteit (ADCC). In de aanwezigheid van
humane effectorcellen, waaronder nucleaire cellen en granulocyten uit perifeer bloed van normale
menselijke donoren, bleek dat dinutuximab bèta dosisafhankelijk de lysis medieerde van humane
neuroblastoom- en melanoomcellijnen. Ook werd in
in-vivo-onderzoeken
aangetoond dat dinutuximab
bèta levermetastasen kon onderdrukken in een syngeen muismodel voor levermetastasen.
Neurotoxiciteit gerelateerd aan dinutuximab bèta is waarschijnlijk het gevolg van de inductie van
mechanische allodynie die kan worden gemedieerd door de reactiviteit van dinutuximab bèta met het
GD2-antigeen gelokaliseerd op het oppervlak van perifere zenuwvezels en myeline.
10
Klinische werkzaamheid
De werkzaamheid van dinutuximab bèta is beoordeeld in een gerandomiseerd gecontroleerd
vergelijkend onderzoek naar de toediening van dinutuximab bèta met of zonder IL
-
2 bij de
eerstelijnsbehandeling van patiënten met hoogrisico-neuroblastoom en in twee onderzoeken met één
behandelarm in de gerecidiveerde/refractaire setting.
Gerecidiveerde en refractaire patiënten
In een ‘compassionate use’-programma (onderzoek 1) kregen 54 patiënten 10 mg/m
2
/dag dinutuximab
bèta toegediend als continue intraveneuze infusie gedurende 10 dagen in een behandelkuur van
5 weken, gelijktijdig met subcutaan IL-2 (6x10
6
IE/m²/dag toegediend op dag 1-5 en 8-12 van elke
kuur) en gevolgd door behandeling met oraal 13-cis-retinoïnezuur (160 mg/m
2
/dag gedurende
14 dagen per kuur). Hetzelfde behandelschema werd aangehouden in een fase 2-onderzoek
(onderzoek 2) waaraan 44 patiënten deelnamen.
In het algemeen hadden deze 98 patiënten primair refractair neuroblastoom (40) of gerecidiveerd
neuroblastoom (49) terwijl nog eens 9 patiënten werden opgenomen na eerstelijnstherapie. Deze
98 patiënten omvatten 61 jongens en 37 meisjes in de leeftijd van 1 tot 26 jaar (mediaan 5 jaar). De
meesten hadden een initiële diagnose van stadium 4 (internationaal neuroblastoma stadiëringssysteem –
INSS) zonder amplificatie van het n-myc-gen (16% van de proefpersonen had met het n-myc-gen
geamplificeerde tumoren en bij 14% ontbrak informatie over amplificatie van het n-myc-gen). De
meeste patiënten met gerecidiveerde ziekte werden na hun eerste recidief in het onderzoek opgenomen
en de mediane tijd van diagnose tot eerste recidief was ongeveer 14 maanden. De behandeling van de
ziekte voor immunotherapie omvatte intensieve chemotherapie gevolgd door autologe
stamceltransplantatie (ASCT), radiotherapie en chirurgie. Bij baseline hadden 72 patiënten meetbare
ziekte en was bij 26 patiënten de ziekte niet aantoonbaar.
De overlevingspercentages (gebeurtenisvrije overleving, totale overleving) staan weergegeven per
ziektetype in tabel 1. Het totale responspercentage (complete plus partiële respons) bij patiënten met
aanwijzingen voor ziekte bij baseline was 36% (95%-betrouwbaarheidsinterval [25; 48]) en was
gunstiger bij patiënten met refractaire ziekte (41% [23; 57]) dan bij patiënten met gerecidiveerde ziekte
(29% [15; 46]).
Tabel 1: Percentages voor gebeurtenisvrije overleving (EFS) en totale overleving (OS) bij
gerecidiveerde en refractaire patiënten
Onderzoek 1
Onderzoek 2
Onderzoek 1
Onderzoek 2
N=29
N=19
N=15
N=25
Gerecidiveerde patiënten
EFS
1 jaar
2 jaar
1 jaar
2 jaar
45%
31%
90%
69%
42%
37%
74%
42%
Refractaire patiënten
58%
29%
93%
70%
60%
56%
100%
78%
OS
11
Eerstelijnspatiënten die autologe stamceltransplantatie ondergingen
In onderzoek 3 werden patiënten met hoogrisico-neuroblastoom opgenomen nadat ze waren behandeld
met inductiechemotherapie en minstens een partiële respons hadden bereikt, gevolgd door
myeloablatieve therapie en stamceltransplantatie. Patiënten met progressieve ziekte werden uitgesloten.
Dinutuximab bèta werd toegediend in een dosis van 20 mg/m
2
/dag op 5 opeenvolgende dagen, gegeven
door middel van intraveneuze infusie gedurende 8 uur in een behandelkuur van 5 weken en werd
gecombineerd met 13-cis-retinoïnezuur en met of zonder aanvullend subcutaan IL-2 in dezelfde
doseringen als in de eerdere onderzoeken.
In totaal werden er 370 patiënten gerandomiseerd en behandeld. Deze omvatten 64% mannelijke en
36% vrouwelijke patiënten met een mediane leeftijd van 3 jaar (0,6 tot 20); 89% had een tumor INSS-
stadium 4 en amplificatie van het n-myc-gen werd gemeld in 44% van de gevallen. Het primaire
eindpunt voor de werkzaamheid was de 3-jarige EFS en het secundaire eindpunt OS. De percentages
voor EFS en OS zijn weergegeven in tabel 2 en 3 volgens de aanwijzingen voor ziekte bij baseline.
Voor patiënten zonder aanwijzingen voor ziekte bij baseline leidde toevoeging van IL-2 niet tot
verbetering van EFS en OS.
Tabel 2: Percentages voor gebeurtenisvrije overleving (EFS) en totale overleving (OS)
[95%-betrouwbaarheidsinterval] bij patiënten zonder aanwijzingen voor ziekte bij baseline (complete
respons op initiële behandeling)
zonder IL-2
met IL-2
N=104
N=107
Werkzaamheid
1 jaar
2 jaar
3 jaar
1 jaar
2 jaar
3 jaar
EFS
OS
77%
[67; 84]
89%
[81; 94]
67%
[57; 75]
78%
[68; 85]
62%
[51; 71]
71%
[60; 80]
73%
[63; 80]
89%
[81; 93]
70%
[60; 77]
78%
[68; 85]
66%
[56; 75]
72%
[61; 80]
Tabel 3: Percentages voor gebeurtenisvrije overleving (EFS) en totale overleving (OS)
[95%-betrouwbaarheidsinterval] bij patiënten met aanwijzingen voor ziekte bij baseline (geen
complete respons op initiële behandeling)
zonder IL-2
met IL-2
N=73
N=76
Werkzaamheid
1 jaar
2 jaar
3 jaar
1 jaar
2 jaar
3 jaar
EFS
OS
67%
[55; 76]
83%
[72; 90]
58%
[45; 69]
73%
[61; 82]
46%
[33; 58]
54%
[40; 66]
72%
[60; 81]
86%
[75; 92]
62%
[49; 72]
71%
[58; 80]
54%
[41; 65]
63%
[50; 74]
Immunogeniciteit
De ontwikkeling van tegen het geneesmiddel gerichte antilichamen (‘anti-drug antibodies’, ADA) is
een klasse-effect van monoklonale chimerische antilichamen. In totaal werden meetbare ADA-titers
waargenomen bij 65 (62%) van de 105 onderzochte patiënten.
Gezien de beperking van de bio-analytische methoden zijn de gegevens momenteel ontoereikend om
op adequate wijze de impact te beoordelen van de vorming van tegen het geneesmiddel gerichte
antilichamen op zowel farmacokinetische en farmacodynamische parameters als op de werkzaamheid
en veiligheid van dinutuximab bèta.
12
Pediatrische patiënten
Het Europees Geneesmiddelenbureau heeft besloten tot uitstel van de verplichting voor de fabrikant
om de resultaten in te dienen van onderzoek met Qarziba in een of meerdere subgroepen van
pediatrische patiënten met neuroblastoom (zie rubriek 4.2 voor informatie over pediatrisch gebruik).
Dit geneesmiddel is geregistreerd onder ‘uitzonderlijke omstandigheden’.
Dit betekent dat om ethische redenen het niet mogelijk was om volledige informatie over dit
geneesmiddel te verkrijgen. Het Europees Geneesmiddelenbureau zal alle nieuwe informatie die
beschikbaar kan komen, ieder jaar beoordelen en zo nodig deze SPC aanpassen.
5.2
Farmacokinetische eigenschappen
Distributie
Berekeningen van de farmacokinetische parameters voor dinutuximab bèta worden gebaseerd op
metingen met niet-gevalideerde bio-analytische methoden. Hiermee moet rekening worden gehouden
bij het interpreteren van de hieronder vermelde farmacokinetische parameters (C
max
, blootstelling,
halfwaardetijd).
De farmacokinetiek van dinutuximab bèta, gebaseerd op continue intraveneuze infusie van
10 mg/m
2
/dag (gelijk aan een totale dosis van 100 mg/m
2
/kuur) gedurende 10 dagen, werd beoordeeld
in onderzoek 1 en 2. Gemiddelde C
max
-spiegels in plasma (circa 12 microgram/ml) werden op de
laatste infusiedag bereikt. Gemiddelde C
max
-spiegels in plasma, waargenomen tijdens de infusies van
8 uur (20 mg/m
2
/dag op vijf opeenvolgende dagen) werden in een ander onderzoek bepaald (n=15). De
waargenomen C
max
-spiegels waren iets hoger (16,5 microgram) en werden bij de vijfde infusie bereikt.
Biotransformatie
Dinutuximab bèta is een eiwit waarvoor de verwachte metabole route bestaat uit afbraak tot kleine
peptiden en afzonderlijke aminozuren door algemeen voorkomende proteolytische enzymen. Er zijn
geen klassieke onderzoeken naar biotransformatie uitgevoerd.
Eliminatie
De halfwaardetijd waargenomen in onderzoek 1 en 2 viel binnen het bereik van 190 uur, d.w.z.
8 dagen.
Bijzondere populatie
De invloed van covariabelen werd onderzocht met gebruikmaking van farmacokinetische
populatiemodellen. Het farmacokinetische populatiemodel omvatte allometrische schaling
(referentiegewicht 18,1 kg) op basis van klaring en distributievolume met exponenten van
respectievelijk 0,75 en 1.
Verwacht wordt dat de blootstelling (C
max
en AUC
24uur
op dag 1 en dag 10 tijdens een infusie
gedurende 10 dagen) gelijk is bij proefpersonen met een leeftijd van 12 jaar of jonger en iets afneemt
voor oudere, zwaardere proefpersonen. Effecten van geslacht en leeftijd bleken niet van invloed te zijn
op de farmacokinetiek van dinutuximab bèta maar de gegevens voor kinderen jonger dan 2 jaar zijn
zeer beperkt en ontoereikend om toediening te ondersteunen.
Er werd een effect gevonden van de vorming van ADA op het distributievolume (toename in volume
van 37%). Daarom wordt verwacht dat de vorming van ADA enige invloed heeft (minder dan 10%
afname) op de blootstelling binnen 24 uur na toediening, onder non
-
steady
-
state omstandigheden. Na
bereiken van steady
-
state wordt er geen verschil in blootstelling verwacht, met en zonder
ADA
-
vorming.
Markers voor de nier- en leverfunctie (respectievelijk eGFR en bilirubine) vertoonden geen relatie met
blootstelling (C
max
en AUC
24uur
op dag 1 en dag 10 tijdens een infusie van 10 dagen).
13
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Algemene toxicologie
Dinutuximab bèta is toegediend aan juveniele cavia’s (mannetjes en vrouwtjes), evenals aan jonge
cynomolgusapen (mannetjes en vrouwtjes) in schema’s met herhaalde doses die hoger waren dan de
aanbevolen klinische dosis. Opmerkelijke bevindingen waren onder meer veranderingen (afname) in het
gewicht van de thymus evenals beenmergveranderingen (atrofie van myeloïde en erytroïde
precursorcellijnen). De beenmergveranderingen waren licht tot ernstig en herstelden na stopzetting van
de toediening. Bij de apen werden geen effecten op cardiovasculaire functies (ECG, bloeddruk)
waargenomen.
Overige
Er zijn geen niet-klinische onderzoeken uitgevoerd voor beoordeling van het vermogen van
dinutuximab bèta om carcinogeniciteit, genotoxiciteit of de ontwikkeling van ontwikkelings- en
reproductietoxiciteit te veroorzaken. In toxiciteitsonderzoeken met herhaalde doses met cavia’s en
cynomolgusapen werden geen bijwerkingen van dinutuximab bèta waargenomen op de
voortplantingsorganen bij blootstellingsniveaus hoger dan klinische waarden.
6.
6.1
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
Lijst van hulpstoffen
Histidine
Sucrose
Polysorbaat 20
Water voor injecties
Zoutzuur (voor pH-aanpassing)
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Dit geneesmiddel mag niet gemengd worden met andere geneesmiddelen dan die welke vermeld zijn
in rubriek 6.6.
6.3
Houdbaarheid
Ongeopende injectieflacon
3 jaar
Verdunde oplossing (oplossing voor infusie)
Chemische en fysische ‘in-use’-stabiliteit is aangetoond voor maximaal 48 uur bij 25°C (injectiespuit
van 50 ml) en gedurende maximaal 7 dagen bij 37ºC (infusiezak van 250 ml), na cumulatieve opslag
in een koelkast (2°C – 8°C) gedurende 72 uur (zie rubriek 6.6).
Vanuit microbiologisch oogpunt dient het product onmiddellijk te worden gebruikt. Indien het middel
niet onmiddellijk wordt gebruikt, vallen de bewaartijden na opening en de bewaarcondities voor het
gebruik onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker; deze zijn normaal gesproken niet langer dan
24 uur bij 2 tot 8ºC, tenzij de verdunning is uitgevoerd onder gecontroleerde en gevalideerde
aseptische omstandigheden.
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C).
De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.
Voor de bewaarcondities van het geneesmiddel na verdunning, zie rubriek 6.3.
14
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
Heldere glazen injectieflacon van type I (6 ml) met een halobutylrubber stop en aluminium
‘flip-off’-dop, met een minimaal op te zuigen volume van 4,5 ml concentraat voor oplossing voor
infusie.
Elke kartonnen doos bevat 1 injectieflacon.
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
De oplossing voor infusie moet onder aseptische omstandigheden worden bereid. De oplossing mag
niet worden blootgesteld aan direct zonlicht of warmte.
De voor de patiënt specifieke dagdosis Qarziba wordt berekend op basis van het lichaamsoppervlak
(zie rubriek 4.2).
Qarziba moet aseptisch worden verdund tot de voor de patiënt specifieke concentratie/dosis met 0,9%
(9 mg/ml) natriumchlorideoplossing voor infusie met daarin 1% humaan albumine (bijv. 5 ml 20%
humaan albumine per 100 ml natriumchlorideoplossing).
Voor continue infusies kan de oplossing voor infusie dagelijks vers worden bereid of in een hoeveelheid
voldoende voor maximaal 5 dagen continue infusie. De dagdosis is 10 mg/m
2
. De hoeveelheid oplossing
die per dag moet worden geïnfundeerd (binnen een behandelkuur van 10 opeenvolgende dagen), moet
48 ml bedragen met 240 ml voor een toediening van 5 dagen. Aanbevolen wordt om 50 ml oplossing te
bereiden in een injectiespuit van 50 ml of 250 ml in een infusiezak die met de infusiepomp kan worden
gebruikt, d.w.z. een overvulling van 2 ml (injectiespuit) of 10 ml (infusiezak) als compensatie voor het
dode volume van de infusiesystemen.
Voor herhaalde dagelijkse infusies van 8 uur is de dagdosis 20 mg/m
2
en de berekende dosis moet
worden verdund in 100 ml 0,9% (9 mg/ml) natriumchloride met daarin 1% humaan albumine.
De oplossing voor infusie moet worden toegediend via een perifere of centrale intraveneuze lijn.
Andere, gelijktijdig intraveneus toegediende middelen moeten via een afzonderlijke infusielijn worden
afgegeven. De verpakking dient voor toediening visueel op deeltjes te worden geïnspecteerd.
Aanbevolen wordt om tijdens de infusie een inlinefilter van 0,22 micrometer te gebruiken.
Voor continue infusies kan elk medisch hulpmiddel worden gebruikt dat geschikt is voor infusie met
een snelheid van 2 ml per uur, bijv. een spuitinfusiepomp/infusor, elektronische draagbare infusiepomp.
Denk eraan dat elastomeerpompen niet geschikt worden geacht voor gebruik in combinatie met
inlinefilters.
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EUSA Pharma (Netherlands) B.V.
Beechavenue 54,
1119PW, Schiphol-Rijk
Nederland
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/17/1191/001
15
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN
DE VERGUNNING
Datum van eerste verlening van de vergunning: 8 mei 2017
10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau
http://www.ema.europa.eu.
16
BIJLAGE II
A.
FABRIKANT(EN) VAN DE BIOLOGISCH WERKZAME STOF(FEN) EN
FABRIKANT(EN) VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN LEVERING EN
GEBRUIK
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE HOUDER VAN DE
HANDELSVERGUNNING MOETEN WORDEN NAGEKOMEN
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET BETREKKING TOT EEN
VEILIG EN DOELTREFFEND GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL
SPECIFIEKE VERPLICHTINGEN WAARAAN NA TOEKENNING VAN EEN
VERGUNNING ONDER UITZONDERLIJKE VOORWAARDEN MOET
WORDEN VOLDAAN
B.
C.
D.
E.
17
A.
FABRIKANT(EN) VAN DE BIOLOGISCH WERKZAME STOF(FEN) EN
FABRIKANT(EN) VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE
Naam en adres van de fabrikant(en) van de biologisch werkzame stof(fen)
Rentschler Biopharma SE
Erwin-Rentschler-Strasse 21
Laupheim, Baden-Wuerttemberg
D-88471
Duitsland
Naam en adres van de fabrikant(en) verantwoordelijk voor vrijgifte
Millmount Healthcare Ltd
Block 7, City North Business Campus
Stamullen, Co. Meath
K32 YD60
Ierland
B.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN LEVERING EN
GEBRUIK
Aan beperkt medisch voorschrift onderworpen geneesmiddel (zie bijlage I: Samenvatting van de
productkenmerken, rubriek 4.2).
C.
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE HOUDER VAN DE
HANDELSVERGUNNING MOETEN WORDEN NAGEKOMEN
Periodieke veiligheidsverslagen
De vereisten voor de indiening van periodieke veiligheidsverslagen voor dit geneesmiddel worden
vermeld in de lijst met uniale referentiedata (EURD-lijst), waarin voorzien wordt in artikel 107 quater,
onder punt 7 van Richtlijn 2001/83/EG en eventuele hieropvolgende aanpassingen gepubliceerd op het
Europese webportaal voor geneesmiddelen.
De vergunninghouder zal het eerste periodieke veiligheidsverslag voor dit geneesmiddel binnen 6
maanden na toekenning van de vergunning indienen.
D.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET BETREKKING TOT EEN VEILIG EN
DOELTREFFEND GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL
Risk Management Plan (RMP)
De vergunninghouder voert de verplichte onderzoeken en maatregelen uit ten behoeve van de
geneesmiddelenbewaking, zoals uitgewerkt in het overeengekomen RMP en weergegeven in module
1.8.2 van de handelsvergunning, en in eventuele daaropvolgende overeengekomen RMP-
aanpassingen.
Een aanpassing van het RMP wordt ingediend:
op verzoek van het Europees Geneesmiddelenbureau;
steeds wanneer het risicobeheersysteem gewijzigd wordt, met name als gevolg van het
beschikbaar komen van nieuwe informatie die kan leiden tot een belangrijke wijziging van de
bestaande verhouding tussen de voordelen en risico’s of nadat een belangrijke mijlpaal (voor
geneesmiddelenbewaking of voor beperking van de risico's tot een minimum) is bereikt.
18
E.
SPECIFIEKE VERPLICHTINGEN WAARAAN NA TOEKENNING VAN EEN
VERGUNNING ONDER UITZONDERLIJKE VOORWAARDEN MOET WORDEN
VOLDAAN
Dit is een vergunning onder uitzonderlijke voorwaarden en overeenkomstig artikel 14, lid 8, van
Verordening (EG) nr. 726/2004 moet de vergunninghouder binnen het vastgestelde tijdschema de
volgende verplichtingen nakomen:
Beschrijving
Studie naar de veiligheid uitgevoerd na verlening van de handelsvergunning
waarbij het geneesmiddel wordt gebruikt zoals vastgesteld bij verlening van
de handelsvergunning (Non-interventional post-authorisation safety study -
PASS): Om gegevens te kunnen verzamelen over pijn en pijnbeheersing, het
effect op het perifere en centrale zenuwstelsel, zoals een verminderd
gezichtsvermogen, en de veiligheid en werkzaamheid op lange termijn, moet
de vergunninghouder de resultaten overleggen van een studie op basis van
gegevens uit een register van patiënten met hoogrisico-neuroblastoom.
Om de posologie bij kinderen in alle leeftijdsgroepen beter te kunnen
definiëren en de impact van HACA's op PD, en de werkzaamheid en
veiligheid moet de vergunninghouder de resultaten van plasmamonsters van
patiënten in de studies APN311-202v1-2-3 en APN311-304 overleggen,
volgens een overeengekomen protocol.
Om het 'add-on'-effect van IL-2 bij patiënten met gerecidiveerd of refractair
neuroblastoom te kunnen beoordelen moet de vergunninghouder de
resultaten van de studie APN311-202v3 overleggen.
Om het langetermijneffect van dinutuximab op overleving te kunnen
beoordelen moet de vergunninghouder gegevens over een overlevingsduur
van minstens vijf jaar overleggen voor patiënten die aan de studies APN311-
202 en APN311-302 deelnemen.
Uiterste datum
In te dienen
jaarverslagen
31 december 2020
31 december 2021
31 december 2021
19
BIJLAGE III
ETIKETTERING EN BIJSLUITER
20
A. ETIKETTERING
21
GEGEVENS DIE OP DE BUITENVERPAKKING MOETEN WORDEN VERMELD
KARTONNEN DOOS
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Qarziba 4,5 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie
dinutuximab bèta
2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
1 ml concentraat bevat 4,5 mg dinutuximab bèta.
Elke injectieflacon van 4,5 ml bevat 20 mg dinutuximab bèta.
3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Histidine, sucrose, polysorbaat 20, water voor injecties, zoutzuur.
4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Concentraat voor oplossing voor infusie
1 injectieflacon
20 mg/4,5 ml
5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Intraveneus gebruik.
6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
EXP
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren in de koelkast.
De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.
22
10.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN
NIET-GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)
11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
EUSA Pharma (Netherlands) B.V.
Beechavenue 54,
1119PW, Schiphol-Rijk
Nederland
12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/17/1191/001
13.
Partij
PARTIJNUMMER
14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING
Aan medisch voorschrift onderworpen geneesmiddel.
15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK
16.
INFORMATIE IN BRAILLE
Qarziba
17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK
-
2D-MATRIXCODE
2D-matrixcode met het unieke identificatiekenmerk
18.
PC:
SN:
NN:
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK
-
VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
23
GEGEVENS DIE IN IEDER GEVAL OP PRIMAIRE KLEINVERPAKKINGEN MOETEN
WORDEN VERMELD
ETIKET VAN DE INJECTIEFLACON
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN TOEDIENINGSWEG
Qarziba 4,5 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie
dinutuximab bèta
Intraveneus gebruik.
2.
WIJZE VAN TOEDIENING
3.
EXP
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
4.
Partij
PARTIJNUMMER
5.
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
20 mg/4,5 ml
6.
OVERIGE
24
B. BIJSLUITER
25
Bijsluiter: informatie voor de gebruiker
Qarziba 4,5 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie
dinutuximab bèta
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe
veiligheidsinformatie worden vastgesteld. U kunt hieraan bijdragen door melding te maken van alle
bijwerkingen die u eventueel zou ervaren. Aan het einde van rubriek 4 leest u hoe u dat kunt doen.
Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke
informatie in voor u.
Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts.
Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die
niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts.
Inhoud van deze bijsluiter
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Wat is Qarziba en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Hoe gebruikt u dit middel?
Mogelijke bijwerkingen
Hoe bewaart u dit middel?
Inhoud van de verpakking en overige informatie
1.
Wat is Qarziba en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Qarziba bevat dinutuximab bèta, dat behoort tot een groep geneesmiddelen die ‘monoklonale
antilichamen’ worden genoemd. Dit zijn eiwitten, die specifiek andere unieke eiwitten in het lichaam
herkennen en hieraan binden. Dinutuximab bèta bindt aan het molecuul met de naam
disialoganglioside 2 (GD2), dat voorkomt op kankercellen, en dit activeert het afweersysteem van het
lichaam waardoor dit de kankercellen gaat aanvallen.
Qarziba wordt gebruikt
voor de behandeling van neuroblastoom
waarvoor geldt dat er een grote
kans bestaat dat het terugkomt na een reeks behandelingen, zoals een stamceltransplantatie om het
afweersysteem opnieuw op te bouwen. Het wordt ook gebruikt voor de behandeling van
neuroblastoom dat is teruggekomen (gerecidiveerd) of niet volledig kon worden behandeld met
eerdere therapieën.
Voorafgaand aan de behandeling van gerecidiveerd neuroblastoom stabiliseert uw behandelend arts
elke actief verergerende ziekte met andere passende maatregelen.
Uw arts besluit ook of de gelijktijdige toediening van een tweede geneesmiddel, interleukine-2, nodig
is voor de behandeling van uw kanker.
Neuroblastoom is een vorm van kanker die groeit vanuit afwijkende zenuwcellen in het lichaam, met
name in de klieren boven op de nieren. Het is een van de meest voorkomende vormen van kanker bij
zuigelingen.
Het wordt gebruikt voor patiënten van 12 maanden en ouder.
26
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
U bent
allergisch
voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in
rubriek 6.
U heeft een acute graft-versus-hostziekte van graad 3 of 4 of uitgebreide langdurige
graft-versus-hostziekte.
Deze ziekte is een reactie waarbij
cellen van getransplanteerd weefsel cellen van de ontvanger
aanvallen.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Voordat u Qarziba krijgt, wordt uw bloed onderzocht om de functie van uw lever, longen, nieren en
beenmerg te controleren.
U kunt last krijgen van het volgende wanneer u Qarziba voor het eerst krijgt en tijdens de behandeling:
pijn
Pijn is een van de meest voorkomende bijwerkingen van Qarziba. Het treedt meestal op aan het
begin van de infusie. Daarom geeft uw arts u passende pijnbestrijding die 3 dagen voor infusie
van Qarziba wordt gestart en wordt voortgezet zolang Qarziba wordt gebruikt.
allergische reacties of andere infusiereacties
Neem contact op met uw arts of verpleegkundige als u een reactie krijgt tijdens of na de infusie,
zoals:
-
koorts, rillingen en/of lage bloeddruk
-
moeite met ademhalen
-
huiduitslag, galbulten.
U krijgt een passende behandeling om deze reacties te voorkomen en tijdens de infusie van
Qarziba wordt u nauwlettend op deze verschijnselen gecontroleerd.
lekkage uit kleine bloedvaten (capillaireleksyndroom)
Lekkage van bloedbestanddelen uit kleine bloedvaten kan leiden tot zwelling van armen, benen
en andere delen van het lichaam. Snelle bloeddrukdaling, licht gevoel in het hoofd en
ademhalingsproblemen zijn ook tekenen.
oogproblemen
Mogelijk merkt u veranderingen in uw gezichtsvermogen op.
problemen met uw zenuwen
U kunt last krijgen van gevoelloosheid, een tintelend of branderig gevoel in handen, benen of
armen, verminderd gevoel of zwakte bij beweging.
Neem onmiddellijk contact op met uw arts als u een van deze problemen opmerkt.
Uw arts voert bloedonderzoek uit en kan uw ogen testen wanneer u dit geneesmiddel gebruikt.
Kinderen
Dit geneesmiddel mag niet worden gegeven aan kinderen jonger dan 12 maanden omdat er onvoldoende
ervaring is opgedaan in deze leeftijdsgroep.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast Qarziba nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de
mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw
arts.
Gebruik geen
geneesmiddelen die het afweersysteem onderdrukken
vanaf 2 weken voor de eerste
dosis Qarziba tot 1 week na de laatste behandelkuur, tenzij uw arts dat voorschrijft. Voorbeelden van
27
geneesmiddelen die het afweersysteem onderdrukken zijn corticosteroïden gebruikt voor remming van
een ontsteking of om afstoting van een getransplanteerd orgaan te voorkomen.
Vermijd
vaccinaties
tijdens behandeling met Qarziba en gedurende 10 weken erna.
Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan
contact op met uw arts voordat u dit geneesmiddel gebruikt.
Raadpleeg uw arts voor u Qarziba krijgt als u zwanger kunt worden. Aanbevolen wordt anticonceptie
te gebruiken gedurende en tot 6 maanden na stopzetting van de behandeling met Qarziba. U mag
Qarziba alleen gebruiken als uw arts van oordeel is dat de voordelen opwegen tegen de risico’s voor
een ongeboren kind.
Zeg het tegen uw arts als u borstvoeding geeft. Geef geen borstvoeding tijdens behandeling met
Qarziba en gedurende 6 maanden na de laatste dosis. Het is niet bekend of het geneesmiddel in de
moedermelk terecht kan komen.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Qarziba heeft een aantal bijwerkingen die uw rijvaardigheid of het gebruik van machines kunnen
beïnvloeden. Voer deze activiteiten niet uit als uw concentratie- en reactievermogen verminderd is.
3.
Hoe gebruikt u dit middel?
Een arts met ervaring wat betreft het gebruik van geneesmiddelen voor de behandeling van kanker
houdt toezicht op uw behandeling. Het middel wordt aan u toegediend door een arts of verpleegkundige
terwijl u in het ziekenhuis verblijft. Het wordt toegediend in een van uw aderen (intraveneuze infusie),
meestal met gebruikmaking van speciale slangen (katheters) en een pomp. Tijdens en na de infusie
wordt u regelmatig gecontroleerd op met de infusie samenhangende bijwerkingen.
Qarziba wordt aan u gegeven in vijf behandelkuren van 35 dagen en de infusie duurt 5 tot 10 dagen
aan het begin van elke kuur. De aanbevolen dosis is
100 mg
dinutuximab bèta
per vierkante meter
lichaamsoppervlak per behandelkuur.
De arts berekent uw lichaamsoppervlak aan de hand van uw
lengte en gewicht.
Als uw arts gelijktijdige toediening overweegt van interleukine-2, wordt dit twee keer per kuur
gegeven, door injectie onder de huid, elke keer gedurende 5 opeenvolgende dagen (voor en tijdens
behandeling met Qarziba).
4.
Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee
te maken.
Neem onmiddellijk contact op met uw arts of verpleegkundige
als u last krijgt van een van de
volgende bijwerkingen:
Zeer vaak
(komen voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers):
snelle zwelling van armen, benen en andere lichaamsdelen, snelle val in bloeddruk, licht in
hoofd en moeite met ademen (capillaireleksyndroom)
pijn in de buik, keel, borstkas, gezicht, handen, voeten, benen, armen, rug, nek, gewrichten of
spieren
28
allergische reactie en cytokinenvrijgavesyndroom met verschijnselen zoals zwelling van gezicht
of keel, ademhalingsproblemen, duizeligheid, galbulten, snelle of voelbare hartslag, lage
bloeddruk, galbulten, huiduitslag, koorts of misselijkheid.
Andere bijwerkingen en de frequenties ervan zijn onder andere:
Zeer vaak
(komen voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers):
koorts, rillingen
braken, diarree, obstipatie
ontsteking van de mond en lippen (stomatitis)
hoesten
jeuk, huiduitslag
lage bloeddruk, versnelde hartslag
zuurstoftekort
weefselzwelling (in het gezicht, lippen, rond het oog, in de onderste ledematen)
gewichtstoename
infectie, met name infectie die geassocieerd worden met de katheter die het geneesmiddel
afgeeft
hoofdpijn
verwijde pupillen of abnormale reactie van de pupillen
afwijkende bloed- of urinetests (bloedcellen en andere bestanddelen, leverfunctie, nierfunctie)
Vaak
(komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers):
levensbedreigende infectie (sepsis)
insulten
agitatie, angst
zenuwaandoening in de armen en/of benen (met abnormaal gevoel of zwakte), licht gevoel in
het hoofd, beven, spierkrampen
verlamming van de oogspieren, wazig zien, gevoeligheid voor licht, zwelling van het netvlies
hoge bloeddruk
hartfalen, vocht rond het hart
ademhalingsfalen, vocht in de longen
plotselinge samentrekking van de luchtwegen (bronchospasme, laryngospasme), snelle
ademhaling
verminderde eetlust, misselijkheid, opgezette buik, vochtophoping in de buikholte
reacties op de injectieplaats, huidproblemen zoals roodverkleuring, droge huid, eczeem,
overmatig zweten, reactie op licht
niet kunnen plassen of minder plassen
gewichtsafname, vochtverlies (dehydratie)
Soms
(komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers):
shock vanwege kleiner volume lichaamsvocht
vorming van bloedstolsels in de kleine bloedvaten (diffuse intravasale stolling)
een vorm van allergie (serumziekte) met koorts, huiduitslag, gewrichtsontsteking
een hersenaandoening die wordt gekenmerkt door hoofdpijn, verwardheid, insulten en verlies
van gezichtsvermogen (posterieur reversibel encefalopathiesyndroom)
darmontsteking, letsel van de lever
nierfalen
een aandoening waarbij enkele van de kleine aderen in de lever afgesloten raken
(veno-occlusieve ziekte)
29
Het melden van bijwerkingen
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige. Dit geldt ook
voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks
melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in
aanhangsel V.
Door bijwerkingen te melden,
kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.
5.
Hoe bewaart u dit middel?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket
en de kartonnen doos na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de
uiterste houdbaarheidsdatum.
Bewaren in de koelkast (2°C – 8°C). De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter
bescherming tegen licht.
Na opening moet Qarziba onmiddellijk worden gebruikt.
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stof in dit middel is dinutuximab bèta.
1 ml concentraat bevat 4,5 mg dinutuximab bèta. Elke flacon bevat 20 mg dinutuximab bèta in
4,5 ml.
De andere stoffen in dit middel zijn histidine, sucrose, polysorbaat 20, water voor injecties,
zoutzuur (voor pH-aanpassing).
Hoe ziet Qarziba eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
Qarziba is een kleurloze tot lichtgele vloeistofin een heldere glazen injectieflacon met een rubber stop
en aluminium verzegeling.
Elke kartonnen doos bevat 1 injectieflacon.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
EUSA Pharma (Netherlands) B.V.
Beechavenue 54,
1119PW, Schiphol-Rijk
Nederland
Fabrikant
Millmount Healthcare Ltd
Block 7, City North Business Campus
Stamullen, Co. Meath
K32 YD60
Ierland
30
Deze bijsluiter is voor het laatst goedgekeurd in {MM/JJJJ}.
Andere informatiebronnen
Meer informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau:
http://www.ema.europa.eu.
Hier vindt u ook verwijzingen naar andere
websites over zeldzame ziektes en hun behandelingen.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:
Qarziba mag alleen in een ziekenhuis worden gebruikt en het moet worden toegediend onder toezicht
van een arts met ervaring op het gebied van oncologische therapieën. Het moet worden toegediend
door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg die in staat is ernstige allergische reacties
waaronder anafylaxie te behandelen in een setting waarin alle hulpmiddelen voor reanimatie direct
beschikbaar zijn.
Dosering
Behandeling met dinutuximab bèta omvat 5 opeenvolgende kuren, elk van 35 dagen De individuele
dosis wordt vastgesteld op basis van het lichaamsoppervlak en dient in totaal 100 mg/m
2
per kuur te
zijn.
Er zijn twee wijzen van toediening mogelijk:
een continue infusie gedurende de eerste 10 dagen van elke kuur (in totaal 240 uur) met de
dagelijkse dosis van 10 mg/m
2
of vijf dagelijkse infusies van 20 mg/m
2
toegediend in 8 uur, op de eerste 5 dagen van elke
kuur.
Als IL-2 wordt gecombineerd met dinutuximab bèta, moet dit worden toegediend als subcutane
injecties gedurende 5 opeenvolgende dagen twee keer per kuur. De eerste behandeling van 5 dagen
moet beginnen 7 dagen voor de eerste infusie van dinutuximab bèta. De tweede behandeling van
5 dagen met IL-2 moet gelijktijdig starten met de infusie van dinutuximab bèta (dag 1 tot en met 5 van
elke kuur). IL-2 wordt toegediend als 6×10
6
IE/m
2
/dag, resulterend in een totale dosis van
60×10
6
IE/m
2
/kuur.
Voorbereiding van het infuus
De oplossing voor infusie moet onder aseptische omstandigheden worden bereid. De oplossing mag
niet worden blootgesteld aan direct zonlicht of warmte.
De voor de patiënt specifieke dagdosis Qarziba wordt berekend op basis van het lichaamsoppervlak.
Qarziba moet aseptisch worden verdund tot de voor de patiënt specifieke concentratie/dosis met 0,9%
(9 mg/ml) natriumchlorideoplossing voor infusie met daarin 1% humaan albumine (bijv. 5 ml 20%
humaan albumine per 100 ml natriumchlorideoplossing).
Voor continue infusies kan de oplossing voor infusie dagelijks vers worden bereid of in een
hoeveelheid voldoende voor maximaal 5 dagen continue infusie. De dagdosis is 10 mg/m
2
. De
hoeveelheid oplossing die per dag moet worden geïnfundeerd (binnen een behandelkuur van
10 opeenvolgende dagen), moet 48 ml bedragen met 240 ml voor een toediening van 5 dagen.
Aanbevolen wordt om 50 ml oplossing te bereiden in een injectiespuit van 50 ml of 250 ml in een
infusiezak die met de infusiepomp kan worden gebruikt, d.w.z. een overvulling van 2 ml
(injectiespuit) of 10 ml (infusiezak) als compensatie voor het dode volume van de infusiesystemen.
Voor herhaalde dagelijkse infusies is de dagdosis 20 mg/m
2
en de berekende dosis moet worden
verdund in 100 ml 0,9% (9 mg/ml) natriumchloride met daarin 1% humaan albumine.
Toediening van het infuus
31
De oplossing voor infusie moet worden toegediend via een perifere of centrale intraveneuze lijn.
Andere, gelijktijdig intraveneus toegediende middelen moeten via een afzonderlijke infusielijn worden
afgegeven. De verpakking dient voor toediening visueel op deeltjes te worden geïnspecteerd.
Aanbevolen wordt om tijdens de infusie een inlinefilter van 0,22 micrometer te gebruiken.
Voor continue infusies kan elk medisch hulpmiddel worden gebruikt dat geschikt is voor infusie met
een snelheid van 2 ml per uur, bijv. een spuitinfusiepomp/infusor, elektronische draagbare
infusiepomp. Denk eraan dat elastomeerpompen niet geschikt worden geacht voor gebruik in
combinatie met inlinefilters.
Bewaren van de verdunde oplossing
Chemische en fysische ‘in-use’-stabiliteit is aangetoond gedurende maximaal 48 uur bij 25°C
(injectiespuit van 50 ml) en gedurende maximaal 7 dagen bij 37ºC (infusiezak van 250 ml), na
cumulatieve opslag in een koelkast (2°C – 8°C) gedurende 72 uur.
Vanuit microbiologisch oogpunt dient het product onmiddellijk te worden gebruikt. Indien het middel
niet onmiddellijk wordt gebruikt, vallen de bewaartijden na opening en de bewaarcondities voor het
gebruik onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker; deze zijn normaal gesproken niet langer dan
24 uur bij 2 tot 8ºC, tenzij de verdunning is uitgevoerd onder gecontroleerde en gevalideerde
aseptische omstandigheden.
Afvoeren
Al het ongebruikte geneesmiddel of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
32

BIJLAGE I

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
veiligheidsinformatie worden vastgesteld. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg worden verzocht
alle vermoedelijke bijwerkingen te melden. Zie rubriek 4.8 voor het rapporteren van bijwerkingen.

1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Qarziba 4,5 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie

2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
1 ml concentraat bevat 4,5 mg dinutuximab bèta.
Elke flacon bevat 20 mg dinutuximab bèta in 4,5 ml.
Dinutuximab bèta is een chimerisch humaan-muis monoklonaal IgG1-antilichaam geproduceerd in een
zoogdiercellijn (CHO) via recombinant-DNA-techniek.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.

3.
FARMACEUTISCHE VORM
Concentraat voor oplossing voor infusie.
Kleurloze tot lichtgele vloeistof.
4.
KLINISCHE GEGEVENS

4.1
Therapeutische indicaties

Qarziba is geïndiceerd voor de behandeling van hoogrisico-neuroblastoom bij patiënten van 12 maanden
en ouder, die eerder werden behandeld met inductiechemotherapie en minstens een partiële respons
bereikten, gevolgd door myeloablatieve therapie en stamceltransplantatie, evenals bij patiënten met een
voorgeschiedenis van gerecidiveerd of refractair neuroblastoom, met of zonder restziekte. Voorafgaand
aan de behandeling van gerecidiveerd neuroblastoom dient een eventuele actief progressieve ziekte te
worden gestabiliseerd met andere passende maatregelen.
Bij patiënten met een voorgeschiedenis van gerecidiveerde/refractaire ziekte en bij patiënten die geen
complete respons bereikten na eerstelijnsbehandeling, dient Qarziba te worden gecombineerd met
interleukine-2 (IL-2).
4.2
Dosering en wijze van toediening

Qarziba mag alleen in een ziekenhuis worden gebruikt en het moet worden toegediend onder toezicht
van een arts met ervaring op het gebied van oncologische therapieën. Het moet worden toegediend door
een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg die in staat is ernstige allergische reacties waaronder
anafylaxie te behandelen in een setting waarin alle hulpmiddelen voor reanimatie direct beschikbaar
zijn.
Dosering
Behandeling met Qarziba omvat 5 opeenvolgende kuren, elk van 35 dagen. De individuele dosis wordt
vastgesteld op basis van het lichaamsoppervlak en dient in totaal 100 mg/m2 per kuur te zijn.
Er zijn twee wijzen van toediening mogelijk:
·
een continue infusie gedurende de eerste 10 dagen van elke kuur (in totaal 240 uur) met de
dagelijkse dosis van 10 mg/m2
of vijf dagelijkse infusies van 20 mg/m2 toegediend in 8 uur, op de eerste 5 dagen van elke
kuur.
Wanneer IL-2 wordt gecombineerd met Qarziba moet dit worden toegediend als een subcutane injectie
van 6×106 IE/m2/dag, gedurende 2 perioden van 5 opeenvolgende dagen, resulterend in een totale
dosis van 60×106 IE/m2 per kuur. De eerste kuur van 5 dagen moet beginnen 7 dagen voor de eerste
infusie van dinutuximab bèta en de tweede kuur van 5 dagen moet gelijktijdig starten met de infusie
van dinutuximab bèta (dag 1 tot en met 5 van elke kuur met dinutuximab bèta).
Voorafgaand aan het begin van elke behandelkuur moeten de volgende klinische parameters worden
beoordeeld en de behandeling moet zo nodig worden uitgesteld tot deze waarden worden bereikt:
·
pulsoximetrie > 94% met kamerlucht
·
toereikende beenmergfunctie: absolute neutrofielentelling 500/µl, plaatjestelling 20.000/µl,
hemoglobine > 8,0 g/dl
·
toereikende leverfunctie: alanineaminotransferase (ALAT)/aspartaataminotransferase (ASAT)
< 5 keer de bovengrens van normaal (ULN)
·
toereikende nierfunctie: creatinineklaring of glomerulaire filtratiesnelheid (GRF)
> 60 ml/min/1,73 m2
Dosisaanpassing van dinutuximab bèta
Op grond van de beoordeling door de arts van de ernst van de bijwerkingen met dinutuximab bèta kan
de dosis met 50% worden verlaagd of de infusie tijdelijk worden onderbroken. Om de totale dosis toe
te dienen duurt hierdoor de infusieperiode langer tenzij verhoging van de infusiesnelheid tot 3 ml/uur
(continue infusie) door de patiënt wordt verdragen.


Aanbevolen dosisaanpassingen voor dinutuximab bèta
Bijwerking
Ernst
Aanpassing van de behandeling
Elke graad
Graad 1­2
Verlaag infusiesnelheid tot 50%
Na resolutie infusie op
oorspronkelijke snelheid hervatten
Overgevoeligheidsrea
bijv. hypotensie
Onderbreek infusie en stel
ctie
ondersteunende maatregelen in
Na resolutie infusie op
oorspronkelijke snelheid hervatten
Verwijde pupillen met trage lichtreflex +/- fotofobie
Onderbreek infusie
Na resolutie infusie hervatten op
50% van de snelheid
Elke graad
Graad 3
Onderbreek infusie en stel
ondersteunende maatregelen in
Hervat infusie op 50% van de
snelheid als bijwerking verdwijnt of
verbetert tot graad 1
­2
Na resolutie ophogen tot
oorspronkelijke snelheid

Recidief
Zet infusie stop
Hervat volgende dag als bijwerking
is verdwenen
Overgevoeligheidsrea
bijv. bronchospasme, angio
-oedeem
Onderbreek infusie onmiddellijk en
ctie
behandel op adequate wijze (zie
rubriek 4.4)
Hervat behandeling voor volgende
kuren
Onderbreek infusie en stel
m
ondersteunende maatregelen in
Hervat op 50% van de snelheid als
bijwerking is verdwenen of verbeterd
tot graad 1­2

De behandeling met dinutuximab bèta moet blijvend worden stopgezet als de volgende toxiciteiten
optreden:
· anafylaxie van graad 3 of 4
· langdurige perifere motorische neuropathie van graad 2
· perifere neuropathie van graad 3
· oogtoxiciteit van graad 3
· hyponatriëmie van graad 4 (<120 mEq/l) ondanks adequaat vochtbeleid
· recidiverend capillaireleksyndroom of capillaireleksyndroom van graad 4 (maakt kunstmatige
beademing noodzakelijk)

Nier
- en leverfunctiestoornis
Er zijn gegevens beschikbaar bij patiënten met een nier- en leverfunctiestoornis (zie rubriek 5.2).
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Qarziba bij kinderen jonger dan 12 maanden zijn nog niet
vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar.
Wijze van toediening
Qarziba is bedoeld voor intraveneuze infusie. De oplossing moet worden toegediend via een perifere
of centrale intraveneuze lijn. Andere, gelijktijdig intraveneus toegediende middelen dienen via een
afzonderlijke infusielijn te worden toegediend (zie rubriek 6.6).
Voor continue infusie moet de oplossing worden toegediend met een snelheid van 2 ml per uur (48 ml
per dag) met gebruikmaking van een infusiepomp.
Voor de dagelijkse infusie van 8 uur moet de oplossing worden toegediend met een snelheid van
ongeveer 13 ml per uur.
Voor het starten van elke infusie moet altijd premedicatie worden overwogen (zie rubriek 4.4).
Voor instructies over verdunning van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek 6.6.
4.3
Contra-
indicaties

Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen.
Acute graft-versus-hostziekte (GvHD) van graad 3 of 4 of uitgebreide chronische
graft-versus-hostziekte (GvHD).
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Terugvinden herkomst
Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het
batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd te worden.
Pijn
Neuropathische pijn treedt meestal op aan het begin van de behandeling en premedicatie met analgetica,
waaronder intraveneuze opioïden, voorafgaand aan elke infusie van dinutuximab bèta is vereist. Voor
pijnbestrijding wordt een tripeltherapie met onder meer niet-opioïde analgetica (volgens
WHO-richtsnoeren), gabapentine en opioïden aanbevolen. De individuele dosis kan sterk variëren.
bolusinfusie van 0,02 tot 0,05 mg/kg/uur morfine te beginnen 2 uur vóór de infusie van
dinutuximab bèta.
· Daarna wordt een toedieningssnelheid van 0,03 mg/kg/uur aanbevolen gelijktijdig met de infusie
van dinutuximab bèta.
· Bij de dagelijkse infusies van dinutuximab bèta moet de infusie van morfine worden voortgezet
met een lagere snelheid (bijv. 0,01 mg/kg/uur) gedurende 4 uur na beëindiging van de infusie van
dinutuximab bèta.
· Bij continue infusie kan het, in reactie op de pijnperceptie van de patiënt, mogelijk zijn de morfine
over een periode van 5 dagen af te wennen door progressief de toedieningssnelheid te verlagen
(bijv. tot 0,02 mg/kg/uur, 0,01 mg/kg/uur, 0,005 mg/kg/uur).
· Als continue infusie van morfine gedurende meer dan 5 dagen nodig is, moet de behandeling
geleidelijk worden verlaagd met 20% per dag na de laatste dag van de infusie van dinutuximab
bèta.
Na afwennen van intraveneuze morfine kan in geval van hevige neuropathische pijn oraal
morfinesulfaat (0,2 tot 0,4 mg/kg elke 4 tot 6 uur) naar behoefte worden toegediend. Voor matige
neuropathische pijn kan oraal tramadol worden toegediend.
Overgevoeligheidsreacties
Ondanks het gebruik van premedicatie kunnen zich ernstige infusiegerelateerde reacties voordoen, zoals
het cytokinenvrijgavesyndroom (CRS), anafylactische en overgevoeligheidsreacties. Het optreden van
een ernstige infusiegerelateerde reactie (waaronder CRS) vereist onmiddellijke stopzetting van de
behandeling met dinutuximab bèta en kan spoedbehandeling noodzakelijk maken.
Het cytokinenvrijgavesyndroom manifesteert zich vaak binnen minuten tot uren na het starten van de
eerste infusie en wordt gekenmerkt door systemische symptomen zoals koorts, hypotensie en urticaria.
Anafylactische reacties kunnen al binnen enkele minuten na de eerste infusie van dinutuximab bèta
optreden en gaan vaak gepaard met bronchospasme en urticaria.
Premedicatie
Premedicatie met een antihistaminicum (bijv. difenhydramine) moet worden toegediend door
intraveneuze injectie ongeveer 20 minuten voor het starten van elke infusie van dinutuximab bèta.
Aanbevolen wordt de toediening van het antihistaminicum tijdens de infusie van dinutuximab zo
nodig elke 4 tot 6 uur te herhalen.
Patiënten moeten nauwlettend worden gemonitord op anafylaxie en allergische reacties, in het
bijzonder gedurende de eerste en tweede behandelkuur.
Qarziba mag niet worden gebruikt tijdens de zwangerschap.
Borstvoeding
Er zijn geen gegevens over vrouwen die borstvoeding geven. Het is niet bekend of dinutuximab bèta
bij de mens overgaat in de moedermelk. Borstvoeding moet worden gestaakt tijdens behandeling met
Qarziba en gedurende 6 maanden na de laatste dosis.
Vruchtbaarheid
De effecten van dinutuximab bèta op de vruchtbaarheid bij de mens zijn niet bekend. Bij dieren zijn
geen specifieke vruchtbaarheidsonderzoeken uitgevoerd, maar er zijn geen negatieve effecten
waargenomen op de voortplantingsorganen in toxiciteitsonderzoeken uitgevoerd bij cavia's en
cynomolgusapen.
Qarziba mag niet worden gebruikt bij vrouwen die zwanger kunnen worden en geen anticonceptie
toepassen. Het wordt aanbevolen dat vrouwen die zwanger kunnen worden, anticonceptie gebruiken
gedurende 6 maanden na stopzetting van de behandeling met dinutuximab bèta.
4.7
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen

Dinutuximab bèta heeft een grote invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te
bedienen. Patiënten dienen geen machines te bedienen of een voertuig te besturen tijdens behandeling
met dinutuximab bèta.
4.8
Bijwerkingen

Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De veiligheid van dinutuximab bèta is beoordeeld bij 628 patiënten met hoogrisico-neuroblastoom en
gerecidiveerd/refractair neuroblastoom, die het toegediend kregen als een continue infusie (212) of als
herhaalde dagelijkse infusies (416). Het werd bij de meeste patiënten gecombineerd met
13-cis-retinoïnezuur en bij 307 patiënten met IL-2.
De meest voorkomende bijwerkingen waren pyrexie (88%) en pijn (77%) ondanks behandeling met
analgetica. Andere vaak voorkomende bijwerkingen waren overgevoeligheid (74,1%), braken (57%),
diarree (51%), capillaireleksyndroom (40%), anemie (72,3%) neutropenie (52%), trombocytopenie
(49,6%) en hypotensie (42,2%).
Systeem/orgaanklasse
Zeer vaak
Vaak
Soms
Infecties en parasitaire
infectie (waaronder
sepsis
aandoeningen
pneumonie,
huidinfectie,
herpesvirusinfectie,
myelitis,
encefalomyelitis),
hulpmiddelgerelateerd
e infectie
Bloed- en
anemie, leukopenie,
lymfopenie
uitgezaaide
lymfestelselaandoeningen
neutropenie,
intravasculaire
trombocytopenie
stolling, eosinofilie
Immuunsysteemaandoening overgevoeligheid,
anafylactische
serumziekte
en
cytokinenvrijgavesyn
reactie
droom
Voedings- en
vochtretentie
verminderde eetlust,
stofwisselingsstoornissen
hypoalbuminemie,
hyponatriëmie,
hypokaliëmie,
hypofosfatemie,
hypomagnesiëmie,
hypocalciëmie,
dehydratie
Psychische stoornissen
agitatie, angst
Zenuwstelselaandoeningen
hoofdpijn
perifere neuropathie, toegenomen
insult, paresthesie,
intracraniale druk,
duizeligheid, tremor
posterieur reversibel
encefalopathiesyndr
oom
Oogaandoeningen
mydriase,
oftalmoplegie,
pupillotonie,
papiloedeem,
oogoedeem (ooglid,
accommodatieafwijk
periorbitaal)
ing, wazig zien,
fotofobie
Hartaandoeningen
tachycardie
hartfalen,
linkerventrikeldisfun
ctie, pericardeffusie
Bloedvataandoeningen
hypotensie,
hypertensie
hypovolemische
capillaireleksyndroom
shock,
veno-occlusieve
ziekte
Ademhalingsstelsel-,
hypoxie, hoesten
bronchospasme,
borstkas- en
dyspneu, respiratoir
mediastinumaandoeningen
falen, longinfiltraat,
pulmonaal oedeem,
pleurale effusie,
Maagdarmstelselaandoenin
braken, diarree,
nausea, lipoedeem,
enterocolitis
gen
constipatie, stomatitis ascites, abdominale
distensie, ileus,
droge lippen
Lever- en galaandoeningen
hepatocellulair letsel
Huid- en
pruritus, rash,
dermatitis
onderhuidaandoeningen
urticaria
(waaronder
exfoliatieve),
erytheem, droge
huid, hyperhidrose,
petechiae,
fotosensitiviteitsreact
ie
Skeletspierstelsel- en
spierspasmen
bindweefselaandoeningen
Nier- en
oligurie,
nierfalen
urinewegaandoeningen
urineretentie,
hyperfosfaturie,
hematurie,
proteïnurie
Algemene aandoeningen en pyrexie, koude
injectieplaatsreactie
toedieningsplaatsstoornisse
rillingen, pijn*,
n
perifeer oedeem,
gezichtsoedeem
Onderzoeken
toegenomen gewicht,
afgenomen gewicht,
toegenomen
afgenomen
transaminasen,
glomerulaire
toegenomen
filtratiesnelheid,
gamma-glutamyltrans
hypertriglyceridemie
ferase, toegenomen
, verlengde
bilirubine in het
geactiveerde partiële
bloed, toegenomen
tromboplastinetijd,
creatininespiegels in
verlengde
bloed
protrombinetijd,
verlengde
trombinetijd
* omvat abdominale pijn, pijn in extremiteit, orofaryngeale pijn en rugpijn die gemeld zijn bij > 10%
van de patiënten. Andere veel voorkomende types van pijn die werden gemeld, zijn artralgie,
injectieplaatspijn, skeletspierstelselpijn, botpijn, borstkaspijn en nekpijn.
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Overgevoeligheid
The vaakst voorkomende overgevoeligheidsreactie waren onder andere hypotensie (42,2%), urticaria
(15%) en bronchospasme (5,3%). Cytokinenvrijgavesyndroom werd ook gemeld bij 32% van de
patiënten. Ernstige anafylactische reacties deden zich voor bij 3,5% van de patiënten.
Pijn
Pijn treedt doorgaans op tijdens de eerste infusie van dinutuximab bèta en neemt in de loop van de
behandelkuren af. Patiënten meldden het vaakst abdominale pijn, pijn in de extremiteiten, rugpijn,
borstkaspijn of artralgie.
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN

5.1
Farmacodynamische eigenschappen

Farmacotherapeutische categorie: antineoplastische middelen, monoklonale antilichamen, ATC-code:
L01XC16
Werkingsmechanisme
Dinutuximab bèta is een chimerisch monoklonaal IgG1-antilichaam specifiek gericht tegen het
koolhydraatgedeelte van disialoganglioside 2 (GD2), dat in overmaat tot expressie wordt gebracht op
neuroblastoomcellen.
Farmacodynamische effecten
In vitro is aangetoond dat dinutuximab bèta bindt aan neuroblastoomcellijnen waarvan bekend is dat
deze GD2 tot expressie brengen en dat het zowel complementafhankelijke cytotoxiciteit (CDC)
induceert als antilichaamafhankelijke celgemedieerde cytotoxiciteit (ADCC). In de aanwezigheid van
humane effectorcellen, waaronder nucleaire cellen en granulocyten uit perifeer bloed van normale
menselijke donoren, bleek dat dinutuximab bèta dosisafhankelijk de lysis medieerde van humane
neuroblastoom- en melanoomcellijnen. Ook werd in in-vivo-onderzoeken aangetoond dat dinutuximab
bèta levermetastasen kon onderdrukken in een syngeen muismodel voor levermetastasen.
Neurotoxiciteit gerelateerd aan dinutuximab bèta is waarschijnlijk het gevolg van de inductie van
mechanische allodynie die kan worden gemedieerd door de reactiviteit van dinutuximab bèta met het
GD2-antigeen gelokaliseerd op het oppervlak van perifere zenuwvezels en myeline.
Onderzoek 1
Onderzoek 2
Onderzoek 1
Onderzoek 2


N=29
N=19
N=15
N=25


Gerecidiveerde patiënten
Refractaire patiënten
1 jaar
45%
42%
58%
60%
EFS
2 jaar
31%
37%
29%
56%
1 jaar
90%
74%
93%
100%
OS
2 jaar
69%
42%
70%
78%

zonder IL-
2
met IL-
2
N=104
N=107
Werkzaamheid
1 jaar
2 jaar
3 jaar
1 jaar
2 jaar
3 jaar
77%
67%
62%
73%
70%
66%
EFS
[67; 84]
[57; 75]
[51; 71]
[63; 80]
[60; 77]
[56; 75]
89%
78%
71%
89%
78%
72%
OS
[81; 94]
[68; 85]
[60; 80]
[81; 93]
[68; 85]
[61; 80]
Tabel 3: Percentages voor gebeurtenisvrije overleving (EFS) en totale overleving (OS)
[95%-betrouwbaarheidsinterval] bij patiënten met aanwijzingen voor ziekte bij baseline (geen
complete respons op initiële behandeling)
zonder IL-
2
met IL-
2
N=73
N=76
Werkzaamheid
1 jaar
2 jaar
3 jaar
1 jaar
2 jaar
3 jaar
67%
58%
46%
72%
62%
54%
EFS
[55; 76]
[45; 69]
[33; 58]
[60; 81]
[49; 72]
[41; 65]
83%
73%
54%
86%
71%
63%
OS
[72; 90]
[61; 82]
[40; 66]
[75; 92]
[58; 80]
[50; 74]
Immunogeniciteit
De ontwikkeling van tegen het geneesmiddel gerichte antilichamen (`anti-drug antibodies', ADA) is
een klasse-effect van monoklonale chimerische antilichamen. In totaal werden meetbare ADA-titers
waargenomen bij 65 (62%) van de 105 onderzochte patiënten.
Gezien de beperking van de bio-analytische methoden zijn de gegevens momenteel ontoereikend om
op adequate wijze de impact te beoordelen van de vorming van tegen het geneesmiddel gerichte
antilichamen op zowel farmacokinetische en farmacodynamische parameters als op de werkzaamheid
en veiligheid van dinutuximab bèta.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS

6.1
Lijst van hulpstoffen

Histidine
Sucrose
Polysorbaat 20
Water voor injecties
Zoutzuur (voor pH-aanpassing)
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid

Dit geneesmiddel mag niet gemengd worden met andere geneesmiddelen dan die welke vermeld zijn
in rubriek 6.6.
6.3
Houdbaarheid

Ongeopende injectieflacon
3 jaar
Verdunde oplossing (oplossing voor infusie)
Chemische en fysische `in-use'-stabiliteit is aangetoond voor maximaal 48 uur bij 25°C (injectiespuit
van 50 ml) en gedurende maximaal 7 dagen bij 37ºC (infusiezak van 250 ml), na cumulatieve opslag
in een koelkast (2°C ­ 8°C) gedurende 72 uur (zie rubriek 6.6).
Vanuit microbiologisch oogpunt dient het product onmiddellijk te worden gebruikt. Indien het middel
niet onmiddellijk wordt gebruikt, vallen de bewaartijden na opening en de bewaarcondities voor het
gebruik onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker; deze zijn normaal gesproken niet langer dan
24 uur bij 2 tot 8ºC, tenzij de verdunning is uitgevoerd onder gecontroleerde en gevalideerde
aseptische omstandigheden.
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren in de koelkast (2°C ­ 8°C).
De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.
Voor de bewaarcondities van het geneesmiddel na verdunning, zie rubriek 6.3.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EUSA Pharma (Netherlands) B.V.
Beechavenue 54,
1119PW, Schiphol-Rijk
Nederland
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
EU/1/17/1191/001

DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/VERLENGING VAN
DE VERGUNNING

Datum van eerste verlening van de vergunning: 8 mei 2017

10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST

Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europees
Geneesmiddelenbureau http://www.ema.europa.eu.

BIJLAGE II

A.
FABRIKANT(EN) VAN DE BIOLOGISCH WERKZAME STOF(FEN) EN
FABRIKANT(EN) VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE


B.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN LEVERING EN
GEBRUIK


C.
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE HOUDER VAN DE
HANDELSVERGUNNING MOETEN WORDEN NAGEKOMEN


D.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET BETREKKING TOT EEN
VEILIG EN DOELTREFFEND GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL


E.
SPECIFIEKE VERPLICHTINGEN WAARAAN NA TOEKENNING VAN EEN
VERGUNNING ONDER UITZONDERLIJKE VOORWAARDEN MOET
WORDEN VOLDAAN

FABRIKANT(EN) VAN DE BIOLOGISCH WERKZAME STOF(FEN) EN
FABRIKANT(EN) VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE

Naam en adres van de fabrikant(en) van de biologisch werkzame stof(fen)
Rentschler Biopharma SE
Erwin-Rentschler-Strasse 21
Laupheim, Baden-Wuerttemberg
D-88471
Duitsland
Naam en adres van de fabrikant(en) verantwoordelijk voor vrijgifte
Millmount Healthcare Ltd
Block 7, City North Business Campus
Stamullen, Co. Meath
K32 YD60
Ierland

B.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN TEN AANZIEN VAN LEVERING EN
GEBRUIK

Aan beperkt medisch voorschrift onderworpen geneesmiddel (zie bijlage I: Samenvatting van de
productkenmerken, rubriek 4.2).

C.
ANDERE VOORWAARDEN EN EISEN DIE DOOR DE HOUDER VAN DE
HANDELSVERGUNNING MOETEN WORDEN NAGEKOMEN

·
Periodieke veiligheidsverslagen
De vereisten voor de indiening van periodieke veiligheidsverslagen voor dit geneesmiddel worden
vermeld in de lijst met uniale referentiedata (EURD-lijst), waarin voorzien wordt in artikel 107 quater,
onder punt 7 van Richtlijn 2001/83/EG en eventuele hieropvolgende aanpassingen gepubliceerd op het
Europese webportaal voor geneesmiddelen.
De vergunninghouder zal het eerste periodieke veiligheidsverslag voor dit geneesmiddel binnen 6
maanden na toekenning van de vergunning indienen.

D.
VOORWAARDEN OF BEPERKINGEN MET BETREKKING TOT EEN VEILIG EN
DOELTREFFEND GEBRUIK VAN HET GENEESMIDDEL

·
Risk Management Plan (RMP)
De vergunninghouder voert de verplichte onderzoeken en maatregelen uit ten behoeve van de
geneesmiddelenbewaking, zoals uitgewerkt in het overeengekomen RMP en weergegeven in module
1.8.2 van de handelsvergunning, en in eventuele daaropvolgende overeengekomen RMP-
aanpassingen.
Een aanpassing van het RMP wordt ingediend:
·
op verzoek van het Europees Geneesmiddelenbureau;
·
steeds wanneer het risicobeheersysteem gewijzigd wordt, met name als gevolg van het
beschikbaar komen van nieuwe informatie die kan leiden tot een belangrijke wijziging van de
bestaande verhouding tussen de voordelen en risico's of nadat een belangrijke mijlpaal (voor
geneesmiddelenbewaking of voor beperking van de risico's tot een minimum) is bereikt.
SPECIFIEKE VERPLICHTINGEN WAARAAN NA TOEKENNING VAN EEN
VERGUNNING ONDER UITZONDERLIJKE VOORWAARDEN MOET WORDEN
VOLDAAN


Dit is een vergunning onder uitzonderlijke voorwaarden en overeenkomstig artikel 14, lid 8, van
Verordening (EG) nr. 726/2004 moet de vergunninghouder binnen het vastgestelde tijdschema de
volgende verplichtingen nakomen:
Beschrijving
Uiterste datum
Studie naar de veiligheid uitgevoerd na verlening van de handelsvergunning
In te dienen
waarbij het geneesmiddel wordt gebruikt zoals vastgesteld bij verlening van
jaarverslagen
de handelsvergunning (Non-interventional post-authorisation safety study -
PASS): Om gegevens te kunnen verzamelen over pijn en pijnbeheersing, het
effect op het perifere en centrale zenuwstelsel, zoals een verminderd
gezichtsvermogen, en de veiligheid en werkzaamheid op lange termijn, moet
de vergunninghouder de resultaten overleggen van een studie op basis van
gegevens uit een register van patiënten met hoogrisico-neuroblastoom.
Om de posologie bij kinderen in alle leeftijdsgroepen beter te kunnen
31 december 2020
definiëren en de impact van HACA's op PD, en de werkzaamheid en
veiligheid moet de vergunninghouder de resultaten van plasmamonsters van
patiënten in de studies APN311-202v1-2-3 en APN311-304 overleggen,
volgens een overeengekomen protocol.
Om het 'add-on'-effect van IL-2 bij patiënten met gerecidiveerd of refractair
31 december 2021
neuroblastoom te kunnen beoordelen moet de vergunninghouder de
resultaten van de studie APN311-202v3 overleggen.
Om het langetermijneffect van dinutuximab op overleving te kunnen
31 december 2021
beoordelen moet de vergunninghouder gegevens over een overlevingsduur
van minstens vijf jaar overleggen voor patiënten die aan de studies APN311-
202 en APN311-302 deelnemen.



BIJLAGE III

ETIKETTERING EN BIJSLUITER


A. ETIKETTERING

NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Qarziba 4,5 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie
dinutuximab bèta

2.
GEHALTE AAN WERKZAME STOF(FEN)
1 ml concentraat bevat 4,5 mg dinutuximab bèta.
Elke injectieflacon van 4,5 ml bevat 20 mg dinutuximab bèta.

3.
LIJST VAN HULPSTOFFEN
Histidine, sucrose, polysorbaat 20, water voor injecties, zoutzuur.

4.
FARMACEUTISCHE VORM EN INHOUD
Concentraat voor oplossing voor infusie
1 injectieflacon
20 mg/4,5 ml

5.
WIJZE VAN GEBRUIK EN TOEDIENINGSWEG
Lees voor het gebruik de bijsluiter.
Intraveneus gebruik.

6.
EEN SPECIALE WAARSCHUWING DAT HET GENEESMIDDEL BUITEN HET
ZICHT EN BEREIK VAN KINDEREN DIENT TE WORDEN GEHOUDEN

Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.

7.
ANDERE SPECIALE WAARSCHUWING(EN), INDIEN NODIG
8.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP

9.
BIJZONDERE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE BEWARING
Bewaren in de koelkast.
De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht.

NIET-
GEBRUIKTE GENEESMIDDELEN OF DAARVAN AFGELEIDE
AFVALSTOFFEN (INDIEN VAN TOEPASSING)

11.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
EUSA Pharma (Netherlands) B.V.
Beechavenue 54,
1119PW, Schiphol-Rijk
Nederland

12.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN

EU/1/17/1191/001
13.
PARTIJNUMMER

Partij


14.
ALGEMENE INDELING VOOR DE AFLEVERING

Aan medisch voorschrift onderworpen geneesmiddel.

15.
INSTRUCTIES VOOR GEBRUIK

16.
INFORMATIE IN BRAILLE

Qarziba

17.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK -
2D-MATRIXCODE
2D-matrixcode met het unieke identificatiekenmerk

18.
UNIEK IDENTIFICATIEKENMERK -
VOOR MENSEN LEESBARE GEGEVENS
PC:
SN:
NN:


NAAM VAN HET GENEESMIDDEL EN TOEDIENINGSWEG
Qarziba 4,5 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie
dinutuximab bèta
Intraveneus gebruik.

2.
WIJZE VAN TOEDIENING
3.
UITERSTE GEBRUIKSDATUM
EXP

4.
PARTIJNUMMER
Partij

5.
INHOUD UITGEDRUKT IN GEWICHT, VOLUME OF EENHEID
20 mg/4,5 ml

6.
OVERIGE


B. BIJSLUITER


Qarziba 4,5 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie
dinutuximab bèta
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Daardoor kan snel nieuwe
veiligheidsinformatie worden vastgesteld. U kunt hieraan bijdragen door melding te maken van alle
bijwerkingen die u eventueel zou ervaren. Aan het einde van rubriek 4 leest u hoe u dat kunt doen.
Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke
informatie in voor u.
·
Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
·
Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts.
·
Krijgt u last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die
niet in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts.

Inhoud van deze bijsluiter
1.
Wat is Qarziba en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
2.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
3.
Hoe gebruikt u dit middel?
4.
Mogelijke bijwerkingen
5.
Hoe bewaart u dit middel?
6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie
1.
Wat is Qarziba en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Qarziba bevat dinutuximab bèta, dat behoort tot een groep geneesmiddelen die `monoklonale
antilichamen' worden genoemd. Dit zijn eiwitten, die specifiek andere unieke eiwitten in het lichaam
herkennen en hieraan binden. Dinutuximab bèta bindt aan het molecuul met de naam
disialoganglioside 2 (GD2), dat voorkomt op kankercellen, en dit activeert het afweersysteem van het
lichaam waardoor dit de kankercellen gaat aanvallen.
Qarziba wordt gebruikt
voor de behandeling van neuroblastoom waarvoor geldt dat er een grote
kans bestaat dat het terugkomt na een reeks behandelingen, zoals een stamceltransplantatie om het
afweersysteem opnieuw op te bouwen. Het wordt ook gebruikt voor de behandeling van
neuroblastoom dat is teruggekomen (gerecidiveerd) of niet volledig kon worden behandeld met
eerdere therapieën.
Voorafgaand aan de behandeling van gerecidiveerd neuroblastoom stabiliseert uw behandelend arts
elke actief verergerende ziekte met andere passende maatregelen.
Uw arts besluit ook of de gelijktijdige toediening van een tweede geneesmiddel, interleukine-2, nodig
is voor de behandeling van uw kanker.
Neuroblastoom is een vorm van kanker die groeit vanuit afwijkende zenuwcellen in het lichaam, met
name in de klieren boven op de nieren. Het is een van de meest voorkomende vormen van kanker bij
zuigelingen.
Het wordt gebruikt voor patiënten van 12 maanden en ouder.

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
·
U bent
allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in
rubriek 6.
·
U heeft een acute graft-versus-hostziekte van graad 3 of 4 of uitgebreide langdurige
graft-versus-hostziekte.
Deze ziekte is een reactie waarbij
cellen van getransplanteerd weefsel cellen van de ontvanger
aanvallen
.

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?

Voordat u Qarziba krijgt, wordt uw bloed onderzocht om de functie van uw lever, longen, nieren en
beenmerg te controleren.
U kunt last krijgen van het volgende wanneer u Qarziba voor het eerst krijgt en tijdens de behandeling:
·
pijn
Pijn is een van de meest voorkomende bijwerkingen van Qarziba. Het treedt meestal op aan het
begin van de infusie. Daarom geeft uw arts u passende pijnbestrijding die 3 dagen voor infusie
van Qarziba wordt gestart en wordt voortgezet zolang Qarziba wordt gebruikt.
·
allergische reacties of andere infusiereacties
Neem contact op met uw arts of verpleegkundige als u een reactie krijgt tijdens of na de infusie,
zoals:
-
koorts, rillingen en/of lage bloeddruk
-
moeite met ademhalen
-
huiduitslag, galbulten.
U krijgt een passende behandeling om deze reacties te voorkomen en tijdens de infusie van
Qarziba wordt u nauwlettend op deze verschijnselen gecontroleerd.
·
lekkage uit kleine bloedvaten (capillaireleksyndroom)
Lekkage van bloedbestanddelen uit kleine bloedvaten kan leiden tot zwelling van armen, benen
en andere delen van het lichaam. Snelle bloeddrukdaling, licht gevoel in het hoofd en
ademhalingsproblemen zijn ook tekenen.
·
oogproblemen
Mogelijk merkt u veranderingen in uw gezichtsvermogen op.
·
problemen met uw zenuwen
U kunt last krijgen van gevoelloosheid, een tintelend of branderig gevoel in handen, benen of
armen, verminderd gevoel of zwakte bij beweging.
Neem onmiddellijk contact op met uw arts als u een van deze problemen opmerkt.
Uw arts voert bloedonderzoek uit en kan uw ogen testen wanneer u dit geneesmiddel gebruikt.
Kinderen

Dit geneesmiddel mag niet worden gegeven aan kinderen jonger dan 12 maanden omdat er onvoldoende
ervaring is opgedaan in deze leeftijdsgroep.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast Qarziba nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de
mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan uw
arts.
Gebruik geen
geneesmiddelen die het afweersysteem onderdrukken vanaf 2 weken voor de eerste
dosis Qarziba tot 1 week na de laatste behandelkuur, tenzij uw arts dat voorschrijft. Voorbeelden van
Hoe gebruikt u dit middel?
Een arts met ervaring wat betreft het gebruik van geneesmiddelen voor de behandeling van kanker
houdt toezicht op uw behandeling. Het middel wordt aan u toegediend door een arts of verpleegkundige
terwijl u in het ziekenhuis verblijft. Het wordt toegediend in een van uw aderen (intraveneuze infusie),
meestal met gebruikmaking van speciale slangen (katheters) en een pomp. Tijdens en na de infusie
wordt u regelmatig gecontroleerd op met de infusie samenhangende bijwerkingen.
Qarziba wordt aan u gegeven in vijf behandelkuren van 35 dagen en de infusie duurt 5 tot 10 dagen
aan het begin van elke kuur. De aanbevolen dosis is
100 mg dinutuximab bèta
per vierkante meter
lichaamsoppervlak per behandelkuur
.
De arts berekent uw lichaamsoppervlak aan de hand van uw
lengte en gewicht.
Als uw arts gelijktijdige toediening overweegt van interleukine-2, wordt dit twee keer per kuur
gegeven, door injectie onder de huid, elke keer gedurende 5 opeenvolgende dagen (voor en tijdens
behandeling met Qarziba).

4.
Mogelijke bijwerkingen
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee
te maken.
Neem onmiddellijk contact op met uw arts of verpleegkundige als u last krijgt van een van de
volgende bijwerkingen:
Zeer vaak (komen voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers):
·
snelle zwelling van armen, benen en andere lichaamsdelen, snelle val in bloeddruk, licht in
hoofd en moeite met ademen (capillaireleksyndroom)
·
pijn in de buik, keel, borstkas, gezicht, handen, voeten, benen, armen, rug, nek, gewrichten of
spieren
allergische reactie en cytokinenvrijgavesyndroom met verschijnselen zoals zwelling van gezicht
of keel, ademhalingsproblemen, duizeligheid, galbulten, snelle of voelbare hartslag, lage
bloeddruk, galbulten, huiduitslag, koorts of misselijkheid.
Andere bijwerkingen en de frequenties ervan zijn onder andere:
Zeer vaak (komen voor bij meer dan 1 op de 10 gebruikers):
·
koorts, rillingen
·
braken, diarree, obstipatie
·
ontsteking van de mond en lippen (stomatitis)
·
hoesten
·
jeuk, huiduitslag
·
lage bloeddruk, versnelde hartslag
·
zuurstoftekort
·
weefselzwelling (in het gezicht, lippen, rond het oog, in de onderste ledematen)
·
gewichtstoename
·
infectie, met name infectie die geassocieerd worden met de katheter die het geneesmiddel
afgeeft
·
hoofdpijn
·
verwijde pupillen of abnormale reactie van de pupillen
·
afwijkende bloed- of urinetests (bloedcellen en andere bestanddelen, leverfunctie, nierfunctie)

Vaak
(komen voor bij minder dan 1 op de 10 gebruikers):
·
levensbedreigende infectie (sepsis)
·
insulten
·
agitatie, angst
·
zenuwaandoening in de armen en/of benen (met abnormaal gevoel of zwakte), licht gevoel in
het hoofd, beven, spierkrampen
·
verlamming van de oogspieren, wazig zien, gevoeligheid voor licht, zwelling van het netvlies
·
hoge bloeddruk
·
hartfalen, vocht rond het hart
·
ademhalingsfalen, vocht in de longen
·
plotselinge samentrekking van de luchtwegen (bronchospasme, laryngospasme), snelle
ademhaling
·
verminderde eetlust, misselijkheid, opgezette buik, vochtophoping in de buikholte
·
reacties op de injectieplaats, huidproblemen zoals roodverkleuring, droge huid, eczeem,
overmatig zweten, reactie op licht
·
niet kunnen plassen of minder plassen
·
gewichtsafname, vochtverlies (dehydratie)

Soms (komen voor bij minder dan 1 op de 100 gebruikers):
·
shock vanwege kleiner volume lichaamsvocht
·
vorming van bloedstolsels in de kleine bloedvaten (diffuse intravasale stolling)
·
een vorm van allergie (serumziekte) met koorts, huiduitslag, gewrichtsontsteking
·
een hersenaandoening die wordt gekenmerkt door hoofdpijn, verwardheid, insulten en verlies
van gezichtsvermogen (posterieur reversibel encefalopathiesyndroom)
·
darmontsteking, letsel van de lever
·
nierfalen
·
een aandoening waarbij enkele van de kleine aderen in de lever afgesloten raken
(veno-occlusieve ziekte)
Hoe bewaart u dit middel?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op het etiket
en de kartonnen doos na EXP. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de
uiterste houdbaarheidsdatum.
Bewaren in de koelkast (2°C ­ 8°C). De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter
bescherming tegen licht.
Na opening moet Qarziba onmiddellijk worden gebruikt.

6.
Inhoud van de verpakking en overige informatie

Welke stoffen zitten er in dit middel?
·
De werkzame stof in dit middel is dinutuximab bèta.
1 ml concentraat bevat 4,5 mg dinutuximab bèta. Elke flacon bevat 20 mg dinutuximab bèta in
4,5 ml.
·
De andere stoffen in dit middel zijn histidine, sucrose, polysorbaat 20, water voor injecties,
zoutzuur (voor pH-aanpassing).

Hoe ziet Qarziba eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
Qarziba is een kleurloze tot lichtgele vloeistofin een heldere glazen injectieflacon met een rubber stop
en aluminium verzegeling.
Elke kartonnen doos bevat 1 injectieflacon.
·
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen
EUSA Pharma (Netherlands) B.V.
Beechavenue 54,
1119PW, Schiphol-Rijk
Nederland
·
Fabrikant
Millmount Healthcare Ltd
Block 7, City North Business Campus
Stamullen, Co. Meath
K32 YD60
Ierland



De volgende informatie is alleen bestemd voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg:
Qarziba mag alleen in een ziekenhuis worden gebruikt en het moet worden toegediend onder toezicht
van een arts met ervaring op het gebied van oncologische therapieën. Het moet worden toegediend
door een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg die in staat is ernstige allergische reacties
waaronder anafylaxie te behandelen in een setting waarin alle hulpmiddelen voor reanimatie direct
beschikbaar zijn.
Dosering
Behandeling met dinutuximab bèta omvat 5 opeenvolgende kuren, elk van 35 dagen De individuele
dosis wordt vastgesteld op basis van het lichaamsoppervlak en dient in totaal 100 mg/m2 per kuur te
zijn.
Er zijn twee wijzen van toediening mogelijk:
· een continue infusie gedurende de eerste 10 dagen van elke kuur (in totaal 240 uur) met de
dagelijkse dosis van 10 mg/m2
· of vijf dagelijkse infusies van 20 mg/m2 toegediend in 8 uur, op de eerste 5 dagen van elke
kuur.
Als IL-2 wordt gecombineerd met dinutuximab bèta, moet dit worden toegediend als subcutane
injecties gedurende 5 opeenvolgende dagen twee keer per kuur. De eerste behandeling van 5 dagen
moet beginnen 7 dagen voor de eerste infusie van dinutuximab bèta. De tweede behandeling van
5 dagen met IL-2 moet gelijktijdig starten met de infusie van dinutuximab bèta (dag 1 tot en met 5 van
elke kuur). IL-2 wordt toegediend als 6×106 IE/m2/dag, resulterend in een totale dosis van
60×106 IE/m2/kuur.
Voorbereiding van het infuus
De oplossing voor infusie moet onder aseptische omstandigheden worden bereid. De oplossing mag
niet worden blootgesteld aan direct zonlicht of warmte.
De voor de patiënt specifieke dagdosis Qarziba wordt berekend op basis van het lichaamsoppervlak.
Qarziba moet aseptisch worden verdund tot de voor de patiënt specifieke concentratie/dosis met 0,9%
(9 mg/ml) natriumchlorideoplossing voor infusie met daarin 1% humaan albumine (bijv. 5 ml 20%
humaan albumine per 100 ml natriumchlorideoplossing).
· Voor continue infusies kan de oplossing voor infusie dagelijks vers worden bereid of in een
hoeveelheid voldoende voor maximaal 5 dagen continue infusie. De dagdosis is 10 mg/m2. De
hoeveelheid oplossing die per dag moet worden geïnfundeerd (binnen een behandelkuur van
10 opeenvolgende dagen), moet 48 ml bedragen met 240 ml voor een toediening van 5 dagen.
Aanbevolen wordt om 50 ml oplossing te bereiden in een injectiespuit van 50 ml of 250 ml in een
infusiezak die met de infusiepomp kan worden gebruikt, d.w.z. een overvulling van 2 ml
(injectiespuit) of 10 ml (infusiezak) als compensatie voor het dode volume van de infusiesystemen.
· Voor herhaalde dagelijkse infusies is de dagdosis 20 mg/m2 en de berekende dosis moet worden
verdund in 100 ml 0,9% (9 mg/ml) natriumchloride met daarin 1% humaan albumine.
Toediening van het infuus

Heb je dit medicijn gebruikt? Qarziba 4,5 mg/ml te vormen.

Je ervaring helpt anderen een beeld over het gebruik van Qarziba 4,5 mg/ml te vormen.

Deel als eerste jouw ervaring over Qarziba 4,5 mg/ml

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG