Procaine hcl 4 %



Bijsluiter – NL versie
Procaine hydrochloride 4% - VMD
B. BIJSLUITER
-1-
Bijsluiter – NL versie
Procaine hydrochloride 4% - VMD
1.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN EN DE FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE, INDIEN VERSCHILLEND
V.M.D. n.v.
Hoge Mauw 900
B-2370 Arendonk.
2.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD.
3.
GEHALTE AAN WERKZAAM EN OVERIGE BESTANDDDELEN
Werkzame bestanddelen:
Procaïne hydrochloride 40 mg per ml.
Hulpstoffen:
Natriumchloride
Natriummetabisulfiet
Natriumedetaat dihydraat
Natriummethylparahydroxybenzoaat
Water voor injectie.
4.
INDICATIES
Paard, rund, varken en schaap:
- Lokale anesthesie of infiltratie-anesthesie.
- Epidurale anesthesie.
- Zenuwgeleidingsanesthesie.
5.
CONTRA-INDICATIES
Niet gebruiken bij:
- Shocktoestanden.
- Dieren met cardiovasculaire problemen.
- Dieren die behandeld worden met sulfonamiden.
- Epidurale anesthesie is niet aangewezen wanneer fenothiazine tranquillizers gebruikt worden (deze
versterken het arteriële hypotensieve effect van procaïne).
6.
BIJWERKINGEN
- In sommige gevallen resulteert de epidurale inspuiting van het lokale anestheticum niet in voldoende
anesthesie bij runderen. Mogelijke oorzaken hiervoor kunnen zijn: niet-gesloten intervertebrale
foramina waardoor het anestheticum in de peritoneale holte terechtkomt, grote vetafzetting ter hoogte
van de plaats van injectie waardoor verdere distributie van het lokale anestheticum doorheen de
epidurale ruimte wordt gehinderd).
- Procaïne kan hypotensie veroorzaken. Dit verschijnsel zal zich eerder manifesteren bij epidurale dan
bij infiltratie anesthesie.
-2-
Bijsluiter – NL versie
Procaine hydrochloride 4% - VMD
- Soms wordt een excitatie van het C.Z.S. (rusteloosheid, tremoren, convulsies) waargenomen na
inspuiting van procaïne, vooral bij het paard.
- Er treden frequent allergische reacties op ten opzichte van procaïne; in zeldzame gevallen werden
anafylactische reacties waargenomen.
- Er bestaat een kruisovergevoeligheid met de lokale anesthetica van het estertype onderling.
7.
DIERSOORTEN WAARVOOR HET DIERGENEESMIDDEL BESTEMD IS
Paard, rund, varken en schaap.
8.
DOSERING VOOR ELKE DOELDIERSOORT , WIJZE VAN GEBRUIK EN
TOEDIENINGSWEGEN
Oplossing voor subcutane en epidurale injectie.
1. Lokale anesthesie of infiltratie-anesthesie: S.C. inspuiting in of rond het operatieoppervlak:
Paard, rund, varken, schaap:
100 – 400 mg (2,5 – 10 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% -
VMD) per dier.
2. Epidurale anesthesie: inspuiting in de epidurale ruimte.
Rund:
Sacrale of laaggeplaatste epidurale anesthesie
- operaties aan de staart:
Kalf:
100 mg (2,5 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Jaarling:
150 mg (3,75 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Koe of stier: 200 mg (5 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
- eenvoudige obstetrische ingrepen:
Kalf:
200 mg (5 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Jaarling:
240 mg (6 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Koe:
300 mg (7,5 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Hooggeplaatste epidurale anesthesie:
- onderzoek en chirurgie van de penis:
Kalf:
300 mg (7,5 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Jaarling:
600 mg (15 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Stier:
800 mg (20 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Aan deze dosissen kunnen de dieren zich neerleggen.
Schaap:
Sacrale of laaggeplaatste epidurale anesthesie
60 – 100 mg (1,5 – 2,5 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Hooggeplaatste epidurale anesthesie
Maximaal 300 mg (7,5 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Varken:
20 mg (0,5 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per 4,5 kg lichaamsgewicht met een
maximum van 400 mg (10 ml).
3. Zenuwgeleidingsanesthesie: inspuiting ter hoogte van een zenuwtak
Paard, rund, varken, schaap:
200 – 400 mg (5 – 10 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD)
per dier.
-3-
Bijsluiter – NL versie
Procaine hydrochloride 4% - VMD
9.
AANWIJZINGEN VOOR EEN JUISTE TOEDIENING
- Niet intra-articulair inspuiten.
- Intraveneuze inspuiting vermijden door eerst met de zuiger van de spuit te aspireren.
- Etterende wonden of abcessen kunnen niet of moeilijk verdoofd worden met lokale anesthetica.
- Het hoofd van het dier in de juiste positie brengen bij epidurale anesthesie.
- Lokale anesthesie toepassen bij normale kamertemperatuur; bij een hogere omgevingstemperatuur is
er een verhoogd risico op toxische reacties ten gevolge van de verhoogde resorptie van procaïne.
10.
WACHTTIJD
Vlees en melk: Nul dagen.
11.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN BIJ BEWAREN
Bewaren in een koelkast bij 2 - 8°C.
Bescherm tegen licht.
Buiten het bereik en zicht van kinderen bewaren.
Houdbaarheid van het diergeneesmiddel in de verkoopverpakking: 4 jaar.
Houdbaarheid na eerste opening van de container: Onmiddellijk te gebruiken na openen.
12.
SPECIALE WAARSCHUWINGEN
- Vermijd direct huidcontact met de injectievloeistof.
Personen met een bekende overgevoeligheid voor procaïne HCl moeten contact met het
diergeneesmiddel vermijden.
- Procaïne passeert de placentabarrière. Na partus onder epidurale anesthesie moet hiermee rekening
gehouden worden bij het pasgeboren dier.
- Interacties: Procaïne inhibeert de werking van sulfamiden omwille van zijn biotransformatie tot
p-aminobenzoëzuur dat een antagonist is van sulfamiden. Procaïne verlengt de werking van
spierrelaxantia.
Procaïne potentieert de werking van procaïnamide.
- Overdosering: De oplossing is weinig toxisch wanneer ze oordeelkundig ingespoten wordt.
Bij accidentele intravasculaire inspuiting treden dikwijls toxische verschijnselen op. De symptomen
zijn toe te schrijven aan een stimulatie van het C.Z.S. (onrust, tremor, convulsies), gevolgd door een
depressie en de dood is het gevolg van de ademhalingsparalyse. In geval van stimulatie van het C.Z.S.
worden kortwerkende barbituraten toegediend, alsmede middelen die de urine aanzuren om de renale
uitscheiding te bevorderen.
Hypotensie kan resulteren uit de optredende vasodilatatie. In geval van allergische reacties, worden
anti-histaminica of corticosteroïden toegediend. In geval van shock wordt behandeld met epinefrine.
- Niet vermengen met alkaliën, looizuur en metaalionen.
13.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN NIET-
GEBRUIKTE DIERGENEESMIDDELEN OF EVENTUELE RESTANTEN HIERVAN
Ongebruikte diergeneesmiddelen of restanten hiervan dienen in overeenstemming met de lokale
vereisten te worden verwijderd.
-4-
Bijsluiter – NL versie
Procaine hydrochloride 4% - VMD
14.
DE DATUM WAAROP DE BIJSLUITER VOOR HET LAATST IS HERZIEN
11/2009.
15.
OVERIGE INFORMATIE
Afleveringswijze: Op diergeneeskundig voorschrift.
BE-V104377
-5-
ijsluiter ­ NL versie P
rocaine hydrochloride 4% - VMD
B. BIJSLUITER
ijsluiter ­ NL versie P
rocaine hydrochloride 4% - VMD
1.
NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN EN DE FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR
VRIJGIFTE, INDIEN VERSCHILLEND

V.M.D. n.v.
Hoge Mauw 900
B-2370 Arendonk.
2.
BENAMING VAN HET DIERGENEESMIDDEL
PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD.
3.
GEHALTE AAN WERKZAAM EN OVERIGE BESTANDDDELEN
Werkzame bestanddelen:
Procaïne hydrochloride 40 mg per ml.
Hulpstoffen:
Natriumchloride
Natriummetabisulfiet
Natriumedetaat dihydraat
Natriummethylparahydroxybenzoaat
Water voor injectie.
4.
INDICATIES
Paard, rund, varken en schaap:
- Lokale anesthesie of infiltratie-anesthesie.
- Epidurale anesthesie.
- Zenuwgeleidingsanesthesie.
5.
CONTRA-INDICATIES
Niet gebruiken bij:
- Shocktoestanden.
- Dieren met cardiovasculaire problemen.
- Dieren die behandeld worden met sulfonamiden.
- Epidurale anesthesie is niet aangewezen wanneer fenothiazine tranquillizers gebruikt worden (deze
versterken het arteriële hypotensieve effect van procaïne).
6.
BIJWERKINGEN
- In sommige gevallen resulteert de epidurale inspuiting van het lokale anestheticum niet in voldoende
anesthesie bij runderen. Mogelijke oorzaken hiervoor kunnen zijn: niet-gesloten intervertebrale
foramina waardoor het anestheticum in de peritoneale holte terechtkomt, grote vetafzetting ter hoogte
van de plaats van injectie waardoor verdere distributie van het lokale anestheticum doorheen de
epidurale ruimte wordt gehinderd).
- Procaïne kan hypotensie veroorzaken. Dit verschijnsel zal zich eerder manifesteren bij epidurale dan
bij infiltratie anesthesie.
ijsluiter ­ NL versie P
rocaine hydrochloride 4% - VMD
- Soms wordt een excitatie van het C.Z.S. (rusteloosheid, tremoren, convulsies) waargenomen na
inspuiting van procaïne, vooral bij het paard.
- Er treden frequent allergische reacties op ten opzichte van procaïne; in zeldzame gevallen werden
anafylactische reacties waargenomen.
- Er bestaat een kruisovergevoeligheid met de lokale anesthetica van het estertype onderling.
7.
DIERSOORTEN WAARVOOR HET DIERGENEESMIDDEL BESTEMD IS
Paard, rund, varken en schaap.
8.
DOSERING VOOR ELKE DOELDIERSOORT , WIJZE VAN GEBRUIK EN
TOEDIENINGSWEGEN

Oplossing voor subcutane en epidurale injectie.
1. Lokale anesthesie of infiltratie-anesthesie: S.C. inspuiting in of rond het operatieoppervlak:
Paard, rund, varken, schaap: 100 ­ 400 mg (2,5 ­ 10 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% -
VMD) per dier.
2. Epidurale anesthesie: inspuiting in de epidurale ruimte.
Rund:
Sacrale of laaggeplaatste epidurale anesthesie
- operaties aan de staart:
Kalf:
100 mg (2,5 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Jaarling:
150 mg (3,75 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Koe of stier:
200 mg (5 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
- eenvoudige obstetrische ingrepen:
Kalf:
200 mg (5 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Jaarling:
240 mg (6 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Koe:
300 mg (7,5 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Hooggeplaatste epidurale anesthesie:
- onderzoek en chirurgie van de penis:
Kalf:
300 mg (7,5 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Jaarling:
600 mg (15 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Stier:
800 mg (20 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Aan deze dosissen kunnen de dieren zich neerleggen.
Schaap:
Sacrale of laaggeplaatste epidurale anesthesie
60 ­ 100 mg (1,5 ­ 2,5 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Hooggeplaatste epidurale anesthesie
Maximaal 300 mg (7,5 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per dier.
Varken:
20 mg (0,5 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD) per 4,5 kg lichaamsgewicht met een
maximum van 400 mg (10 ml).
3. Zenuwgeleidingsanesthesie: inspuiting ter hoogte van een zenuwtak
Paard, rund, varken, schaap: 200 ­ 400 mg (5 ­ 10 ml PROCAINE HYDROCHLORIDE 4% - VMD)
per dier.
ijsluiter ­ NL versie P
rocaine hydrochloride 4% - VMD
9.
AANWIJZINGEN VOOR EEN JUISTE TOEDIENING
- Niet intra-articulair inspuiten.
- Intraveneuze inspuiting vermijden door eerst met de zuiger van de spuit te aspireren.
- Etterende wonden of abcessen kunnen niet of moeilijk verdoofd worden met lokale anesthetica.
- Het hoofd van het dier in de juiste positie brengen bij epidurale anesthesie.
- Lokale anesthesie toepassen bij normale kamertemperatuur; bij een hogere omgevingstemperatuur is
er een verhoogd risico op toxische reacties ten gevolge van de verhoogde resorptie van procaïne.
10.
WACHTTIJD
Vlees en melk: Nul dagen.
11.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN BIJ BEWAREN
Bewaren in een koelkast bij 2 - 8°C.
Bescherm tegen licht.
Buiten het bereik en zicht van kinderen bewaren.
Houdbaarheid van het diergeneesmiddel in de verkoopverpakking: 4 jaar.
Houdbaarheid na eerste opening van de container: Onmiddellijk te gebruiken na openen.
12.
SPECIALE WAARSCHUWINGEN
- Vermijd direct huidcontact met de injectievloeistof.
Personen met een bekende overgevoeligheid voor procaïne HCl moeten contact met het
diergeneesmiddel vermijden.
- Procaïne passeert de placentabarrière. Na partus onder epidurale anesthesie moet hiermee rekening
gehouden worden bij het pasgeboren dier.
- Interacties: Procaïne inhibeert de werking van sulfamiden omwille van zijn biotransformatie tot
p-aminobenzoëzuur dat een antagonist is van sulfamiden. Procaïne verlengt de werking van
spierrelaxantia.
Procaïne potentieert de werking van procaïnamide.
- Overdosering: De oplossing is weinig toxisch wanneer ze oordeelkundig ingespoten wordt.
Bij accidentele intravasculaire inspuiting treden dikwijls toxische verschijnselen op. De symptomen
zijn toe te schrijven aan een stimulatie van het C.Z.S. (onrust, tremor, convulsies), gevolgd door een
depressie en de dood is het gevolg van de ademhalingsparalyse. In geval van stimulatie van het C.Z.S.
worden kortwerkende barbituraten toegediend, alsmede middelen die de urine aanzuren om de renale
uitscheiding te bevorderen.
Hypotensie kan resulteren uit de optredende vasodilatatie. In geval van allergische reacties, worden
anti-histaminica of corticosteroïden toegediend. In geval van shock wordt behandeld met epinefrine.
- Niet vermengen met alkaliën, looizuur en metaalionen.
13.
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET VERWIJDEREN VAN NIET-
GEBRUIKTE DIERGENEESMIDDELEN OF EVENTUELE RESTANTEN HIERVAN

Ongebruikte diergeneesmiddelen of restanten hiervan dienen in overeenstemming met de lokale
vereisten te worden verwijderd.
ijsluiter ­ NL versie P
rocaine hydrochloride 4% - VMD
14.
DE DATUM WAAROP DE BIJSLUITER VOOR HET LAATST IS HERZIEN
11/2009.
15.
OVERIGE INFORMATIE
Afleveringswijze: Op diergeneeskundig voorschrift.
BE-V104377

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG