Kcl 0,15 % w/v + glucose 5 % w/v viaflo baxter

KCl 0,15 % + Glucose 5 %
Bijsluiter
Baxter S.A.
1/9
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER
KCl 0,15 % w/v + Glucose 5 % w/v Viaflo, oplossing voor infusie
Werkzame bestanddelen: kaliumchloride en glucosemonohydraat
Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel toegediend gaat krijgen want er staat
belangrijke informatie voor u.
Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige.
Krijgt u veel last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die niet
in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige.
Inhoud van deze bijsluiter
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Wat is KCl 0,15 % + Glucose 5 % en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
Wanneer mag u dit middel niet toegediend krijgen of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
Hoe krijgt u dit middel toegediend?
Mogelijke bijwerkingen
Hoe bewaart u dit middel?
Inhoud van de verpakking en overige informatie
1.
WAT IS KCL 0,15 % + GLUCOSE 5 % EN WAARVOOR WORDT DIT MIDDEL
GEBRUIKT?
KCl 0,15 % + Glucose 5 % is een oplossing van kaliumchloride en glucose in water. Kaliumchloride is een
chemisch bestanddeel (vaak een zout genaamd) dat zich in het bloed bevindt.
Glucose is een van de energiebronnen van het lichaam. Deze oplossing voor infusie levert 200 kilocalorieën
per liter.
KCl 0,15 % + Glucose 5 % wordt gebruikt als een bron van koolhydraten (suiker) voor de preventie en
behandeling van:
kaliumdepletie (kaliumverlies uit het lichaam), zoals na een behandeling met bepaalde diuretica
(vochtafdrijvende tabletten).
hypokaliëmie (een te laag kaliumgehalte in het bloed) in situaties die kunnen leiden tot
kaliumchloride- en waterverlies, zoals:
wanneer u niet kunt eten of drinken als gevolg van een ziekte of na een chirurgische
ingreep.
hevig zweten als gevolg van hoge koorts.
uitgebreid verlies van huid, zoals kan optreden bij hevige brandwonden.
2.
WANNEER MAG U DIT MIDDEL NIET TOEGEDIEND KRIJGEN OF MOET U ER EXTRA
VOORZICHTIG MEE ZIJN?
U mag KCl 0,15 % + Glucose 5 % NIET toegediend krijgen als u lijdt aan een van de volgende
aandoeningen
hyperkaliëmie (een te hoog kaliumgehalte in het bloed);
hyperchloremie (een te hoog chloridegehalte in het bloed);
ernstig nierfalen (uw nieren werken niet goed en u heeft dialyse nodig);
niet-gecompenseerde hartinsufficiëntie, d.w.z. hartfalen dat niet voldoende behandeld is en
verschijnselen veroorzaakt zoals:
Version 4.0
KCl 0,15 % + Glucose 5 %
Bijsluiter
kortademigheid;
Baxter S.A.
2/9
Version 4.0
KCl 0,15 % + Glucose 5 %
Bijsluiter
Baxter S.A.
3/9
opzwellen van enkels.
ziekte van Addison (zwakke bijnierfunctie; de bijnieren produceren hormonen die de concentraties
aan chemicaliën in het lichaam helpen onder controle te houden);
niet-gecompenseerde diabetes (onvoldoende behandelde diabetes, waardoor uw
bloedsuikergehalte kan stijgen tot boven de normale waarden);
toestanden waarin glucose niet verdragen wordt, zoals:
metabole stress (de stofwisseling van het lichaam werkt niet goed, bijvoorbeeld als gevolg
van een ernstige ziekte);
hyperosmolair coma (bewusteloosheid), een vorm van coma die kan optreden als u lijdt aan
diabetes en niet voldoende geneesmiddelen toegediend krijgt;
hyperglykemie (een te hoog suikergehalte in het bloed);
hyperlactatemie (een te hoog lactaatgehalte in het bloed).
u bent allergisch voor kaliumchloride, glucose monohydraat of een van de stoffen die in dit
geneesmiddel zitten. Deze stoffen kunt u vinden onder punt 6.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Licht uw arts in als u een van de volgende medische aandoeningen heeft of gehad heeft:
hartfalen;
ademhalingsinsufficiëntie (longaandoening);
elke vorm van hartaandoening of zwakke hartfunctie;
zwakke nierfunctie;
(Bij bovenstaande aandoeningen kan bijzondere bewaking vereist zijn.)
bijnierinsufficiëntie (deze aandoening van de bijnieren beïnvloedt de hormonen die de
concentraties aan chemicaliën in het lichaam helpen onder controle te houden);
acute dehydratie (waterverlies uit het lichaam), bijvoorbeeld als gevolg van braken of diarree;
uitgebreide weefselbeschadiging (zoals kan optreden bij hevige brandwonden);
verwonding opgelopen aan het hoofd tijdens de voorbije 24 uur;
intracraniale hypertensie (hoge druk binnen in de schedel);
als u onlangs een beroerte gehad heeft;
allergie aan maïs (KCl 0,15 % + Glucose 5 % bevat glucose afkomstig van maïs).
Als u deze oplossing voor infusie toegediend krijgt, neemt uw arts bloed- en urinemonsters om het volgende
te controleren en te volgen:
volume lichaamsvocht;
glucosegehalte (suiker);
uw vitale tekenen;
uw plasma-elektrolyten (concentraties aan chemicaliën zoals natrium en kalium in uw bloed);
uw plasmacreatinine (bloedgehalte aan het bestanddeel creatinine);
uw BUN-gehalten (bloedgehalte aan het bestanddeel ureum);
uw zuur-base-evenwicht (zuurgraad van uw bloed en urine);
uw hartbewegingen (ecg).
Uw arts houdt er rekening mee als u parenterale voeding krijgt (via infusie toegediende voeding in een ader).
Bij langdurige behandeling met KCl 0,15 % + Glucose 5 % moet u mogelijk voedingssupplementen
toegediend krijgen.
Aangezien KCl 0,15 % + Glucose 5 % glucose (suiker) bevat, kan de oplossing hyperglykemie (een te hoog
suikergehalte in het bloed) veroorzaken. In dat geval kan uw arts:
de infusiesnelheid aanpassen.
u insuline toedienen om het bloedsuikergehalte te verlagen.
Version 4.0
KCl 0,15 % + Glucose 5 %
Bijsluiter
Dat is vooral belangrijk als u lijdt aan diabetes.
Kinderen
Baxter S.A.
4/9
KCl 0,15% + Glucose 5 % moet met extra voorzichtigheid worden gegeven aan kinderen.
Pasgeborenen – voornamelijk diegenen die te vroeg geboren zijn en diegenen met een laag geboortegewicht
– lopen een groter risico dat een te laag of te hoog suikergehalte in het bloed ontstaat (hypo- of
hyperglykemie) na een behandeling met intraveneuze glucoseoplossingen.
Lage suikerspiegels bij pasgeborenen kunnen leiden tot langdurige epileptische aanvallen, coma en
hersenbeschadiging. Hoge suikerspiegels zijn in verband gebracht met een bloeding in de hersenen,
bacteriële en schimmelinfecties, schade aan het oog (prematuren-retinopathie), infecties in het darmstelsel
(necrotiserende enterocolitis), longproblemen (bronchopulmonale dysplasie), langer verblijf in het
ziekenhuis en overlijden.
Pediatrische patiënten dienen nauwgezet te worden opgevolgd. In gevallen waarbij de normale regulering
van het watergehalte van het bloed verstoord is ten gevolge van verhoogde secretie van het antidiuretisch
hormoon (ADH), kan de infusie van vloeistoffen met een lage natriumchlorideconcentratie (hypotone
vloeistoffen) leiden tot een laag natriumgehalte in het bloed (hyponatriëmie). Dit kan leiden tot hoofdpijn,
misselijkheid, epileptische aanvallen, lethargie, coma, zwelling van de hersenen (hersenoedeem) en
overlijden; daarom worden deze symptomen (acute symptomatische hyponatriëmische encefalopathie)
beschouwd als een medische noodsituatie.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast KCl 0,15 % + Glucose 5 % nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan
of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan
uw arts of verpleegkundige.
Het is vooral belangrijk uw arts in te lichten als u geneesmiddelen gebruikt die het kaliumgehalte in het
bloed doen toenemen, zoals:
kaliumsparende diuretica (bepaalde vochtafdrijvende tabletten zoals amiloride, spironolacton,
triamtereen);
angiotensineconverterende enzymremmers (ACE-remmers) (middelen voor de behandeling van
een hoge bloeddruk);
angiotensine II-receptorantagonisten (middelen voor de behandeling van een hoge bloeddruk);
ciclosporine (middel om de afstoting van een transplantaat te voorkomen);
tacrolimus (middel om de afstoting van een transplantaat te voorkomen en bepaalde
huidaandoeningen te behandelen);
geneesmiddelen die kalium bevatten (zoals kaliumsupplementen, zoutvervangende middelen die
kalium bevatten).
Vanwege het risico op beschadiging of klontervorming van rode bloedcellen mag KCl 0,15 % + Glucose 5 %
niet met dezelfde naald worden toegediend als waarmee een bloedtransfusie uitgevoerd wordt.
Waarop moet u letten met eten en drinken?
Vraag uw arts wat u mag eten of drinken.
Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid
Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel inneemt.
Version 4.0
KCl 0,15 % + Glucose 5 %
Bijsluiter
Baxter S.A.
5/9
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan
contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.
Veranderingen in het kaliumgehalte in uw bloed kunnen de werking van uw hart en dat van uw ongeboren
kind beïnvloeden. Daarom controleert en volgt uw arts nauwlettend de concentraties aan chemicaliën in uw
bloed.
KCl 0,15 % + Glucose 5 % kan worden gebruikt tijdens zwangerschap. De dosis die u toegediend krijgt,
moet nauwlettend worden gecontroleerd door uw arts.
Als tijdens zwangerschap of borstvoeding een ander geneesmiddel moet worden toegevoegd aan deze
oplossing voor infusie, moet u echter uw arts raadplegen en de bijsluiter van het toe te voegen geneesmiddel
lezen.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
KCl 0,15 % + Glucose 5 % heeft geen invloed op uw rijvaardigheid of vermogen om machines te bedienen.
3.
HOE KRIJGT U DIT MIDDEL TOEGEDIEND?
KCl 0,15 % + Glucose 5 % wordt door een arts of verpleegkundige toegediend. Uw arts beslist hoeveel u
nodig heeft en wanneer het aan u toegediend wordt, wat afhankelijk is van uw leeftijd, gewicht, toestand,
hydratietoestand (watervolume in uw lichaam) en de reden voor behandeling. De dosering kan ook
afhankelijk zijn van andere gelijktijdige behandelingen.
KCl 0,15 % + Glucose 5 % mag NIET worden toegediend als de oplossing deeltjes bevat of de zak op
een of andere manier beschadigd is.
De infusiesnelheid wordt bepaald door uw arts.
Als u een hoge dosis KCl 0,15 % + Glucose 5 % toegediend moet krijgen of een snelle infusie vereist is, kan
uw arts uw hartbewegingen (ecg) controleren en volgen.
KCl 0,15 % + Glucose 5 % wordt doorgaans in een ader toegediend via een plastic slangetje dat bevestigd is
aan een naald. Meestal wordt een ader in uw arm gebruikt om de oplossing voor infusie toe dienen. Het is
echter mogelijk dat uw arts beslist u het geneesmiddel te geven via een andere toedieningsweg.
Wanneer u KCl 0,15 % + Glucose 5 % toegediend krijgt, voert uw arts bloedtests uit om de concentraties aan
kalium en andere elektrolyten (zoals natrium en chloride) alsook andere chemische bestanddelen die zich
doorgaans in uw bloed bevinden (zoals creatinine, een afbraakproduct van spieren), te controleren en te
volgen.
Als u een zwakke nierfunctie heeft, krijgt u mogelijk een lagere dosis toegediend.
Niet-gebruikte oplossing moet worden vernietigd. KCl 0,15 % + Glucose 5 % mag NIET worden toegediend
uit een gedeeltelijk gebruikte zak.
Wat u moet doen als u meer van KCl 0,15 % + Glucose 5 % toegediend gekregen heeft dan u zou
mogen
Als u te veel KCl 0,15 % + Glucose 5 % toegediend gekregen heeft (te hoog toegediend volume) of in geval
van een te snelle infusie, kunnen de volgende verschijnselen optreden:
Version 4.0
KCl 0,15 % + Glucose 5 %
Bijsluiter
Baxter S.A.
6/9
wateroverbelasting met vochtophoping in de weefsels, wat leidt tot zwelling;
paresthesie (tintelend gevoel in de armen en benen);
spierzwakte;
paralyse (onvermogen om te bewegen);
hartaritmieën (onregelmatige hartslag);
hartblok (zeer langzame hartslag);
hartstilstand (het hart stopt met werken, wat een levensgevaarlijke situatie is);
verwarring;
acidose (verzuring van het bloed), wat leidt tot vermoeidheid, verwarring, slaapzucht en een
versnelde ademhaling.
Wanneer een van deze verschijnselen bij u optreedt, raadpleeg dan onmiddellijk uw arts. De infusie wordt
stopgezet en u wordt behandeld afhankelijk van de verschijnselen.
Als een geneesmiddel toegevoegd is aan KCl 0,15 % + Glucose 5 % voordat u een te hoog volume
toegediend krijgt, kan ook dat geneesmiddel leiden tot verschijnselen. Lees de bijsluiter van het toegevoegde
geneesmiddel voor een overzicht van mogelijke verschijnselen.
Wanneer u te veel van KCl 0,15 % + Glucose 5 % heeft gebruikt of ingenomen, neem dan onmiddellijk
contact op met uw arts, uw apotheker of het Antigifcentrum (070-245 245).
Als de toediening wordt gestopt
Uw arts beslist wanneer deze infusie stopgezet wordt.
Als u nog vragen heeft over het gebruik van dit geneesmiddel, vraag dan uw arts.
4.
MOGELIJKE BIJWERKINGEN
Zoals elk geneesmiddel, kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te
maken.
Onder meer de volgende bijwerkingen kunnen optreden als gevolg van de wijze van toediening:
koorts (koortsreactie);
infectie op de plaats van infusie;
lokale pijn of reactie (roodheid of zwelling op de plaats van infusie);
flebitis (irritatie en ontsteking van de ader waarin de oplossing toegediend wordt) die kan leiden
tot roodheid, pijn of een brandend gevoel en zwelling langs de ader waarin de oplossing toegediend
wordt;
veneuze trombose (vorming van een bloedklonter) op de plaats van infusie, wat pijn, zwelling of
roodheid veroorzaakt in de omgeving van de klonter;
extravasatie (uittreding van de oplossing voor infusie in de weefsels rond de ader), wat kan leiden
tot weefselbeschadiging en littekenvorming;
hypervolemie (te veel vocht in de bloedvaten);
overgevoeligheidsreacties, waaronder anafylaxie (een ernstige allergische reactie) (mogelijk
symptoom bij patiënten met een allergie aan maïs);
rillingen.
Het melden van bijwerkingen
Version 4.0
KCl 0,15 % + Glucose 5 %
Bijsluiter
Baxter S.A.
7/9
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige. Dit geldt ook voor
mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. In geval van bijwerkingen moet de infusie worden
stopgezet.
U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via:Federaal agentschap voor geneesmiddelen en
gezondheidsproducten
Afdeling Vigilantie
EUROSTATION II
Victor Hortaplein, 40/ 40
B-1060 Brussel
Website: http://www.fagg.be
e-mail: patientinfo@fagg-afmps.be
Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit
geneesmiddel.
5.
HOE BEWAART U DIT MIDDEL?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Voor KCl 0,15 % + Glucose 5 % zijn er geen speciale bewaarcondities.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de zak na
“EXP”. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
KCl 0,15 % + Glucose 5 % mag niet worden toegediend als de oplossing deeltjes bevat of de zak op een of
andere manier beschadigd is.
6.
INHOUD VAN DE VERPAKKING EN OVERIGE INFORMATIE
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stoffen in dit middel zijn:
kaliumchloride: 1,5 g per liter.
glucose (als monohydraat): 50 g per liter.
De andere stoffen zijn geconcentreerd zoutzuur en water voor injecties.
Hoe ziet KCl 0,15 % + Glucose 5 % eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
KCl 0,15 % + Glucose 5 % is een heldere oplossing die geen zichtbare deeltjes bevat. Het product is
verkrijgbaar in zakken van polyolefine/polyamide plastic (Viaflo). Elke zak bevindt zich in een afgesloten
plastic beschermverpakking.
De verpakkingsgrootten zijn 500 ml en 1000 ml.
De zakken worden geleverd in kartonnen dozen. Elke doos bevat een van de volgende hoeveelheden:
- 20 zakken van 500 ml,
- 10 zakken van 1000 ml.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikanten
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen:
Version 4.0
KCl 0,15 % + Glucose 5 %
Bijsluiter
Baxter S.A.
8/9
Baxter S.A.,
Bd René Branquart 80, B-7860 Lessines, België
Fabrikanten:
Baxter S.A.,
Bd René Branquart 80, B-7860 Lessines, België
Baxter Healthcare Ltd,
Caxton Way, Thetford, Norfolk IP24 3SE, Verenigd Koninkrijk
Bieffe Medital,
Ctra de Biescas-Senegüé, E-22666 Sabiñánigo (Huesca), Spanje
Nummers van de vergunning voor het in de handel brengen
KCl 0,15 % w/v + Glucose 5 % w/v Viaflo, oplossing voor infusie (500 ml):
KCl 0,15 % w/v + Glucose 5 % w/v Viaflo, oplossing voor infusie (1000 ml):
Afleveringswijze
Geneesmiddel op medisch voorschrift.
Deze bijsluiter is voor de laatste keer goedgekeurd in 09/2014.
BE 254064.
BE 254082.
De volgende informatie is alleen bestemd voor artsen of andere beroepsbeoefenaren in de
gezondheidszorg.
Instructies voor verwerking en voorbereiding
Uitsluitend gebruiken als de oplossing helder is en geen zichtbare deeltjes bevat, en de zak onbeschadigd is.
Onmiddellijk toedienen na inbrenging van de toedieningsset.
De zak pas vlak vóór gebruik uit de beschermverpakking nemen.
De binnenverpakking zorgt ervoor dat de steriliteit van het product behouden blijft.
Plastic zakken mogen niet in serieverbinding worden gebruikt. Dergelijk gebruik kan leiden tot luchtembolie
als gevolg van achterblijvende lucht die uit de eerste zak opgezogen is, voordat de toediening van de
vloeistof uit de tweede zak beëindigd is.
Het onder druk zetten van intraveneuze oplossingen in soepele plastic zakken om het debiet te verhogen kan
leiden tot een luchtembolie indien de achterblijvende lucht in de zak niet volledig verwijderd is vóór
toediening.
Het gebruik van een intraveneuze toedieningsset met ontluchting met open ontluchtingsventiel kan leiden tot
luchtembolie. Intraveneuze toedieningssets met ontluchting met open ontluchtingsventiel mogen niet worden
gebruikt met soepele plastic zakken.
Aan de hand van een aseptische techniek moet de oplossing worden toegediend met steriele apparatuur. Deze
apparatuur moet worden geprimed met de oplossing om te voorkomen dat lucht binnendringt in het systeem.
Toe te voegen geneesmiddelen kunnen vóór of tijdens de infusie worden toegevoegd via de hersluitende
injectiepoort. Wanneer een toe te voegen geneesmiddel gebruikt wordt, moet de isotoniciteit ervan worden
gecontroleerd vóór parenterale toediening. Het toegevoegde geneesmiddel moet grondig en zorgvuldig
worden gemengd onder aseptische omstandigheden. Oplossingen met toegevoegde geneesmiddelen moeten
onmiddellijk worden gebruikt en mogen niet worden bewaard, tenzij de verdunning uitgevoerd is onder
gecontroleerde en gevalideerde aseptische omstandigheden.
Door de toevoeging van andere geneesmiddelen of een verkeerde wijze van toediening kunnen pyrogenen in
de bloedsomloop terechtkomen en leiden tot de ontwikkeling van koorts. In geval van bijwerkingen moet de
infusie onmiddellijk worden stopgezet.
Pediatrische patiënten
Om bij pasgeborenen mogelijk fatale overinfusie van intraveneuze vloeistoffen te vermijden, moet
bijzondere aandacht worden besteed aan de wijze van toediening. Wanneer een spuitpomp wordt gebruikt
om intraveneuze vloeistoffen of geneesmiddelen aan pasgeborenen toe te dienen, mag geen vloeistofzak aan
de spuit aangesloten blijven.
Version 4.0
KCl 0,15 % + Glucose 5 %
Bijsluiter
Baxter S.A.
9/9
Wanneer een infuuspomp wordt gebruikt, moeten alle klemmen op de intraveneuze toedieningsset worden
gesloten vóór de toedieningsset van de pomp wordt verwijderd of de pomp wordt uitgeschakeld. Dit is nodig,
of de toedieningsset nu een doorstroombeveiliging heeft of niet.
Het intraveneuze infuusapparaat en de toedieningsuitrusting moeten vaak worden gecontroleerd.
Vernietigen na eenmalig gebruik.
Niet-gebruikte oplossing vernietigen.
Gedeeltelijk gebruikte zakken niet opnieuw aansluiten.
1. De beschermverpakking openen
a. Neem de Viaflo-zak pas vlak vóór gebruik uit de beschermverpakking.
b. Controleer op de aanwezigheid van kleine lekken door stevig in de binnenverpakking te knijpen.
Vernietig de oplossing in geval van lekken, aangezien de steriliteit kan zijn aangetast.
c. Controleer of de oplossing helder is en geen vreemde deeltjes bevat. Vernietig de oplossing als die niet
helder is of vreemde deeltjes bevat.
2. De toediening voorbereiden
Steriel materiaal gebruiken voor voorbereiding en toediening.
a. Hang de zak via het oogje omhoog aan de infuusstandaard.
b. Verwijder de plastic beschermhuls van de uitlaatpoort onderaan op de zak:
- neem met de ene hand de kleine vleugel op de uitlaatpoort vast;
- neem met de andere hand de grotere vleugel op de beschermhuls vast en draai die van de uitlaatpoort;
- de beschermhuls springt los van de uitlaatpoort.
c. Pas een aseptische techniek toe om de infusie voor te bereiden.
d. Bevestig de toedieningsset. Raadpleeg de volledige gebruiksaanwijzing van de set voor de aansluiting en
priming van de set en de toediening van de oplossing.
3. Technieken voor de injectie van toe te voegen geneesmiddelen
De oplossing mag niet worden toegediend in het atrium of ventrikel om gelokaliseerde hyperkaliëmie te
voorkomen, maar in een grote perifere of centrale ader om het risico op sclerose te beperken.
Waarschuwing: Het is mogelijk dat toe te voegen geneesmiddelen onverenigbaar zijn (zie onderstaande
rubriek 5., “Gevallen van onverenigbaarheid met toe te voegen geneesmiddelen”).
Geneesmiddelen toevoegen vóór de toediening
a. Desinfecteer de injectiepoort.
b. Gebruik een spuit met een naald van 19 gauge (1,10 mm) tot 22 gauge (0,70 mm) om de hersluitende
injectiepoort aan te prikken, en injecteer het toe te voegen geneesmiddel in de zak met oplossing.
c. Meng de oplossing grondig met het geneesmiddel. Tik voorzichtig op de poorten terwijl die rechtop
gehouden worden, en meng het geneesmiddel met de oplossing in geval van geneesmiddelen met een
hoge densiteit zoals kaliumchloride.
Opgelet: Zakken met toegevoegde geneesmiddelen niet bewaren.
Geneesmiddelen toevoegen tijdens de toediening
a. Sluit de klem op de set.
b. Desinfecteer de injectiepoort.
c. Gebruik een spuit met een naald van 19 gauge (1,10 mm) tot 22 gauge (0,70 mm) om de hersluitende
injectiepoort aan te prikken, en injecteer het toe te voegen geneesmiddel in de zak met oplossing.
d. Verwijder de zak van de infuusstandaard en/of houd de zak rechtop.
Version 4.0
KCl 0,15 % + Glucose 5 %
Bijsluiter
Baxter S.A.
10/9
e. Tik voorzichtig op beide poorten om de aanwezige luchtbellen in de poorten te verwijderen, terwijl de
zak rechtop gehouden wordt.
f. Meng de oplossing grondig met het geneesmiddel.
g. Hang de zak opnieuw omhoog aan de infuusstandaard, open de klem en ga verder met de toediening.
4. Houdbaarheid na opening van de beschermverpakking: toegevoegde geneesmiddelen
Vóór gebruik moeten de chemische en fysische stabiliteit van het toe te voegen geneesmiddel worden
bepaald bij de zuurgraad van KCl 0,15 % + Glucose 5 % in de Viaflo-zak.
Uit microbiologisch standpunt moet het verdunde product onmiddellijk worden gebruikt, tenzij de
verdunning uitgevoerd is onder gecontroleerde en gevalideerde aseptische omstandigheden. Als het verdunde
product niet onmiddellijk gebruikt wordt, zijn de bewaartijden en bewaarcondities na opening van de
beschermverpakking de verantwoordelijkheid van de gebruiker.
5. Gevallen van onverenigbaarheid met toe te voegen geneesmiddelen
Zoals bij alle parenterale oplossingen, moet de verenigbaarheid van het toe te voegen geneesmiddel met de
oplossing in de Viaflo-zak worden gecontroleerd alvorens dit geneesmiddel toe te voegen.
Door het ontbreken van onderzoek naar onverenigbaarheden mag deze oplossing niet met andere
geneesmiddelen worden gemengd.
Het is de verantwoordelijkheid van de arts om de onverenigbaarheid van een toe te voegen geneesmiddel met
KCl 0,15 % + Glucose 5 % vast te stellen, door de oplossing te controleren op een mogelijke
kleurverandering en/of mogelijke aanwezigheid van neerslag, niet-oplosbare complexen of kristallen. De
gebruiksaanwijzing van het toe te voegen geneesmiddel moet worden geraadpleegd.
Alvorens een geneesmiddel toe te voegen, moet er worden gecontroleerd of het geneesmiddel oplosbaar
en/of stabiel is in water bij de zuurgraad (pH: 3,5 – 6,5) van KCl 0,15 % + Glucose 5 %.
De volgende geneesmiddelen zijn onverenigbaar met KCl 0,15 % + Glucose 5 % (deze
opsomming is
informatief en onvolledig):
amfotericine B;
dobutamine.
Vanwege het risico op hemolyse en klontervorming mag glucose niet met dezelfde infusieapparatuur worden
toegediend als waarmee vol bloed toegediend wordt.
Toe te voegen geneesmiddelen waarvan de onverenigbaarheid vastgesteld is, mogen niet worden gebruikt.
Version 4.0

Baxter S.A.

Bijsluiter
1/9
BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER
KCl 0,15 % w/v + Glucose 5 % w/v Viaflo, oplossing voor infusie
Werkzame bestanddelen: kaliumchloride en glucosemonohydraat
Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel toegediend gaat krijgen want er staat
belangrijke informatie voor u.
· Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft u hem later weer nodig.
· Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige.
· Krijgt u veel last van een van de bijwerkingen die in rubriek 4 staan? Of krijgt u een bijwerking die niet
in deze bijsluiter staat? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige.
Inhoud van deze bijsluiter
1. Wat is KCl 0,15 % + Glucose 5 % en waarvoor wordt dit middel gebruikt?
2. Wanneer mag u dit middel niet toegediend krijgen of moet u er extra voorzichtig mee zijn?
3. Hoe krijgt u dit middel toegediend?
4. Mogelijke bijwerkingen
5. Hoe bewaart u dit middel?
6. Inhoud van de verpakking en overige informatie
1.
WAT IS KCL 0,15 % + GLUCOSE 5 % EN WAARVOOR WORDT DIT MIDDEL
GEBRUIKT?
KCl 0,15 % + Glucose 5 % is een oplossing van kaliumchloride en glucose in water. Kaliumchloride is een
chemisch bestanddeel (vaak een zout genaamd) dat zich in het bloed bevindt.
Glucose is een van de energiebronnen van het lichaam. Deze oplossing voor infusie levert 200 kilocalorieën
per liter.
KCl 0,15 % + Glucose 5 % wordt gebruikt als een bron van koolhydraten (suiker) voor de preventie en
behandeling van:
· kaliumdepletie (kaliumverlies uit het lichaam), zoals na een behandeling met bepaalde diuretica
(vochtafdrijvende tabletten).
· hypokaliëmie (een te laag kaliumgehalte in het bloed) in situaties die kunnen leiden tot
kaliumchloride- en waterverlies, zoals:
wanneer u niet kunt eten of drinken als gevolg van een ziekte of na een chirurgische
ingreep.
hevig zweten als gevolg van hoge koorts.
uitgebreid verlies van huid, zoals kan optreden bij hevige brandwonden.
2.
WANNEER MAG U DIT MIDDEL NIET TOEGEDIEND KRIJGEN OF MOET U ER EXTRA
VOORZICHTIG MEE ZIJN?
U mag KCl 0,15 % + Glucose 5 % NIET toegediend krijgen als u lijdt aan een van de volgende
aandoeningen

· hyperkaliëmie (een te hoog kaliumgehalte in het bloed);
· hyperchloremie (een te hoog chloridegehalte in het bloed);
· ernstig nierfalen (uw nieren werken niet goed en u heeft dialyse nodig);
· niet-gecompenseerde hartinsufficiëntie, d.w.z. hartfalen dat niet voldoende behandeld is en
verschijnselen veroorzaakt zoals:

Baxter S.A.

Bijsluiter
2/9
kortademigheid;

Baxter S.A.

Bijsluiter
3/9
opzwellen van enkels.
· ziekte van Addison (zwakke bijnierfunctie; de bijnieren produceren hormonen die de concentraties
aan chemicaliën in het lichaam helpen onder controle te houden);
· niet-gecompenseerde diabetes (onvoldoende behandelde diabetes, waardoor uw
bloedsuikergehalte kan stijgen tot boven de normale waarden);
· toestanden waarin glucose niet verdragen wordt, zoals:
metabole stress (de stofwisseling van het lichaam werkt niet goed, bijvoorbeeld als gevolg
van een ernstige ziekte);
hyperosmolair coma (bewusteloosheid), een vorm van coma die kan optreden als u lijdt aan
diabetes en niet voldoende geneesmiddelen toegediend krijgt;
hyperglykemie (een te hoog suikergehalte in het bloed);
hyperlactatemie (een te hoog lactaatgehalte in het bloed).
· u bent allergisch voor kaliumchloride, glucose monohydraat of een van de stoffen die in dit
geneesmiddel zitten. Deze stoffen kunt u vinden onder punt 6.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Licht uw arts in als u een van de volgende medische aandoeningen heeft of gehad heeft:
· hartfalen;
· ademhalingsinsufficiëntie (longaandoening);
· elke vorm van hartaandoening of zwakke hartfunctie;
· zwakke nierfunctie;
(Bij bovenstaande aandoeningen kan bijzondere bewaking vereist zijn.)
· bijnierinsufficiëntie (deze aandoening van de bijnieren beïnvloedt de hormonen die de
concentraties aan chemicaliën in het lichaam helpen onder controle te houden);
· acute dehydratie (waterverlies uit het lichaam), bijvoorbeeld als gevolg van braken of diarree;
· uitgebreide weefselbeschadiging (zoals kan optreden bij hevige brandwonden);
· verwonding opgelopen aan het hoofd tijdens de voorbije 24 uur;
· intracraniale hypertensie (hoge druk binnen in de schedel);
· als u onlangs een beroerte gehad heeft;
· allergie aan maïs (KCl 0,15 % + Glucose 5 % bevat glucose afkomstig van maïs).
Als u deze oplossing voor infusie toegediend krijgt, neemt uw arts bloed- en urinemonsters om het volgende
te controleren en te volgen:
· volume lichaamsvocht;
· glucosegehalte (suiker);
· uw vitale tekenen;
· uw plasma-elektrolyten (concentraties aan chemicaliën zoals natrium en kalium in uw bloed);
· uw plasmacreatinine (bloedgehalte aan het bestanddeel creatinine);
· uw BUN-gehalten (bloedgehalte aan het bestanddeel ureum);
· uw zuur-base-evenwicht (zuurgraad van uw bloed en urine);
· uw hartbewegingen (ecg).
Uw arts houdt er rekening mee als u parenterale voeding krijgt (via infusie toegediende voeding in een ader).
Bij langdurige behandeling met KCl 0,15 % + Glucose 5 % moet u mogelijk voedingssupplementen
toegediend krijgen.
Aangezien KCl 0,15 % + Glucose 5 % glucose (suiker) bevat, kan de oplossing hyperglykemie (een te hoog
suikergehalte in het bloed) veroorzaken. In dat geval kan uw arts:
· de infusiesnelheid aanpassen.
· u insuline toedienen om het bloedsuikergehalte te verlagen.

Baxter S.A.

Bijsluiter
4/9
Dat is vooral belangrijk als u lijdt aan diabetes.
Kinderen
KCl 0,15% + Glucose 5 % moet met extra voorzichtigheid worden gegeven aan kinderen.
Pasgeborenen ­ voornamelijk diegenen die te vroeg geboren zijn en diegenen met een laag geboortegewicht
­ lopen een groter risico dat een te laag of te hoog suikergehalte in het bloed ontstaat (hypo- of
hyperglykemie) na een behandeling met intraveneuze glucoseoplossingen.
Lage suikerspiegels bij pasgeborenen kunnen leiden tot langdurige epileptische aanvallen, coma en
hersenbeschadiging. Hoge suikerspiegels zijn in verband gebracht met een bloeding in de hersenen,
bacteriële en schimmelinfecties, schade aan het oog (prematuren-retinopathie), infecties in het darmstelsel
(necrotiserende enterocolitis), longproblemen (bronchopulmonale dysplasie), langer verblijf in het
ziekenhuis en overlijden.
Pediatrische patiënten dienen nauwgezet te worden opgevolgd. In gevallen waarbij de normale regulering
van het watergehalte van het bloed verstoord is ten gevolge van verhoogde secretie van het antidiuretisch
hormoon (ADH), kan de infusie van vloeistoffen met een lage natriumchlorideconcentratie (hypotone
vloeistoffen) leiden tot een laag natriumgehalte in het bloed (hyponatriëmie). Dit kan leiden tot hoofdpijn,
misselijkheid, epileptische aanvallen, lethargie, coma, zwelling van de hersenen (hersenoedeem) en
overlijden; daarom worden deze symptomen (acute symptomatische hyponatriëmische encefalopathie)
beschouwd als een medische noodsituatie.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast KCl 0,15 % + Glucose 5 % nog andere geneesmiddelen, of heeft u dat kort geleden gedaan
of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat gebruiken? Vertel dat dan
uw arts of verpleegkundige.
Het is vooral belangrijk uw arts in te lichten als u geneesmiddelen gebruikt die het kaliumgehalte in het
bloed doen toenemen, zoals:
· kaliumsparende diuretica (bepaalde vochtafdrijvende tabletten zoals amiloride, spironolacton,
triamtereen);
· angiotensineconverterende enzymremmers (ACE-remmers) (middelen voor de behandeling van
een hoge bloeddruk);
· angiotensine II-receptorantagonisten (middelen voor de behandeling van een hoge bloeddruk);
· ciclosporine (middel om de afstoting van een transplantaat te voorkomen);
· tacrolimus (middel om de afstoting van een transplantaat te voorkomen en bepaalde
huidaandoeningen te behandelen);
· geneesmiddelen die kalium bevatten (zoals kaliumsupplementen, zoutvervangende middelen die
kalium bevatten).
Vanwege het risico op beschadiging of klontervorming van rode bloedcellen mag KCl 0,15 % + Glucose 5 %
niet met dezelfde naald worden toegediend als waarmee een bloedtransfusie uitgevoerd wordt.
Waarop moet u letten met eten en drinken?
Vraag uw arts wat u mag eten of drinken.
Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid
Vraag uw arts of apotheker om advies voordat u een geneesmiddel inneemt.

Baxter S.A.

Bijsluiter
5/9
Bent u zwanger, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Neem dan
contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.
Veranderingen in het kaliumgehalte in uw bloed kunnen de werking van uw hart en dat van uw ongeboren
kind beïnvloeden. Daarom controleert en volgt uw arts nauwlettend de concentraties aan chemicaliën in uw
bloed.
KCl 0,15 % + Glucose 5 % kan worden gebruikt tijdens zwangerschap. De dosis die u toegediend krijgt,
moet nauwlettend worden gecontroleerd door uw arts.
Als tijdens zwangerschap of borstvoeding een ander geneesmiddel moet worden toegevoegd aan deze
oplossing voor infusie, moet u echter uw arts raadplegen en de bijsluiter van het toe te voegen geneesmiddel
lezen.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
KCl 0,15 % + Glucose 5 % heeft geen invloed op uw rijvaardigheid of vermogen om machines te bedienen.
3.
HOE KRIJGT U DIT MIDDEL TOEGEDIEND?
KCl 0,15 % + Glucose 5 % wordt door een arts of verpleegkundige toegediend. Uw arts beslist hoeveel u
nodig heeft en wanneer het aan u toegediend wordt, wat afhankelijk is van uw leeftijd, gewicht, toestand,
hydratietoestand (watervolume in uw lichaam) en de reden voor behandeling. De dosering kan ook
afhankelijk zijn van andere gelijktijdige behandelingen.
KCl 0,15 % + Glucose 5 % mag NIET worden toegediend als de oplossing deeltjes bevat of de zak op
een of andere manier beschadigd is.

De infusiesnelheid wordt bepaald door uw arts.
Als u een hoge dosis KCl 0,15 % + Glucose 5 % toegediend moet krijgen of een snelle infusie vereist is, kan
uw arts uw hartbewegingen (ecg) controleren en volgen.
KCl 0,15 % + Glucose 5 % wordt doorgaans in een ader toegediend via een plastic slangetje dat bevestigd is
aan een naald. Meestal wordt een ader in uw arm gebruikt om de oplossing voor infusie toe dienen. Het is
echter mogelijk dat uw arts beslist u het geneesmiddel te geven via een andere toedieningsweg.
Wanneer u KCl 0,15 % + Glucose 5 % toegediend krijgt, voert uw arts bloedtests uit om de concentraties aan
kalium en andere elektrolyten (zoals natrium en chloride) alsook andere chemische bestanddelen die zich
doorgaans in uw bloed bevinden (zoals creatinine, een afbraakproduct van spieren), te controleren en te
volgen.
Als u een zwakke nierfunctie heeft, krijgt u mogelijk een lagere dosis toegediend.
Niet-gebruikte oplossing moet worden vernietigd. KCl 0,15 % + Glucose 5 % mag NIET worden toegediend
uit een gedeeltelijk gebruikte zak.
Wat u moet doen als u meer van KCl 0,15 % + Glucose 5 % toegediend gekregen heeft dan u zou
mogen

Als u te veel KCl 0,15 % + Glucose 5 % toegediend gekregen heeft (te hoog toegediend volume) of in geval
van een te snelle infusie, kunnen de volgende verschijnselen optreden:

Baxter S.A.

Bijsluiter
6/9
· wateroverbelasting met vochtophoping in de weefsels, wat leidt tot zwelling;
· paresthesie (tintelend gevoel in de armen en benen);
· spierzwakte;
· paralyse (onvermogen om te bewegen);
· hartaritmieën (onregelmatige hartslag);
· hartblok (zeer langzame hartslag);
· hartstilstand (het hart stopt met werken, wat een levensgevaarlijke situatie is);
· verwarring;
· acidose (verzuring van het bloed), wat leidt tot vermoeidheid, verwarring, slaapzucht en een
versnelde ademhaling.
Wanneer een van deze verschijnselen bij u optreedt, raadpleeg dan onmiddellijk uw arts. De infusie wordt
stopgezet en u wordt behandeld afhankelijk van de verschijnselen.
Als een geneesmiddel toegevoegd is aan KCl 0,15 % + Glucose 5 % voordat u een te hoog volume
toegediend krijgt, kan ook dat geneesmiddel leiden tot verschijnselen. Lees de bijsluiter van het toegevoegde
geneesmiddel voor een overzicht van mogelijke verschijnselen.
Wanneer u te veel van KCl 0,15 % + Glucose 5 % heeft gebruikt of ingenomen, neem dan onmiddellijk
contact op met uw arts, uw apotheker of het Antigifcentrum (070-245 245).
Als de toediening wordt gestopt
Uw arts beslist wanneer deze infusie stopgezet wordt.
Als u nog vragen heeft over het gebruik van dit geneesmiddel, vraag dan uw arts.
4.
MOGELIJKE BIJWERKINGEN
Zoals elk geneesmiddel, kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te
maken.
Onder meer de volgende bijwerkingen kunnen optreden als gevolg van de wijze van toediening:
· koorts (koortsreactie);
· infectie op de plaats van infusie;
· lokale pijn of reactie (roodheid of zwelling op de plaats van infusie);
· flebitis (irritatie en ontsteking van de ader waarin de oplossing toegediend wordt) die kan leiden
tot roodheid, pijn of een brandend gevoel en zwelling langs de ader waarin de oplossing toegediend
wordt;
· veneuze trombose (vorming van een bloedklonter) op de plaats van infusie, wat pijn, zwelling of
roodheid veroorzaakt in de omgeving van de klonter;
· extravasatie (uittreding van de oplossing voor infusie in de weefsels rond de ader), wat kan leiden
tot weefselbeschadiging en littekenvorming;
· hypervolemie (te veel vocht in de bloedvaten);
· overgevoeligheidsreacties, waaronder anafylaxie (een ernstige allergische reactie) (mogelijk
symptoom bij patiënten met een allergie aan maïs);
· rillingen.
Het melden van bijwerkingen

Baxter S.A.

Bijsluiter
7/9
Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige. Dit geldt ook voor
mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan. In geval van bijwerkingen moet de infusie worden
stopgezet.
U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via:Federaal agentschap voor geneesmiddelen en
gezondheidsproducten
Afdeling Vigilantie
EUROSTATION II
Victor Hortaplein, 40/ 40
B-1060 Brussel
Website: http://www.fagg.be
e-mail: patientinfo@fagg-afmps.be
Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit
geneesmiddel.
5.
HOE BEWAART U DIT MIDDEL?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Voor KCl 0,15 % + Glucose 5 % zijn er geen speciale bewaarcondities.
Gebruik dit geneesmiddel niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum. Die is te vinden op de zak na
'EXP'. Daar staat een maand en een jaar. De laatste dag van die maand is de uiterste houdbaarheidsdatum.
KCl 0,15 % + Glucose 5 % mag niet worden toegediend als de oplossing deeltjes bevat of de zak op een of
andere manier beschadigd is.
6.
INHOUD VAN DE VERPAKKING EN OVERIGE INFORMATIE
Welke stoffen zitten er in dit middel?
· De werkzame stoffen in dit middel zijn:
kaliumchloride: 1,5 g per liter.
glucose (als monohydraat): 50 g per liter.
· De andere stoffen zijn geconcentreerd zoutzuur en water voor injecties.
Hoe ziet KCl 0,15 % + Glucose 5 % eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
KCl 0,15 % + Glucose 5 % is een heldere oplossing die geen zichtbare deeltjes bevat. Het product is
verkrijgbaar in zakken van polyolefine/polyamide plastic (Viaflo). Elke zak bevindt zich in een afgesloten
plastic beschermverpakking.
De verpakkingsgrootten zijn 500 ml en 1000 ml.
De zakken worden geleverd in kartonnen dozen. Elke doos bevat een van de volgende hoeveelheden:
- 20 zakken van 500 ml,
- 10 zakken van 1000 ml.
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikanten
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen:

Baxter S.A.

Bijsluiter
8/9
Baxter S.A., Bd René Branquart 80, B-7860 Lessines, België
Fabrikanten:
Baxter S.A., Bd René Branquart 80, B-7860 Lessines, België
Baxter Healthcare Ltd, Caxton Way, Thetford, Norfolk IP24 3SE, Verenigd Koninkrijk
Bieffe Medital, Ctra de Biescas-Senegüé, E-22666 Sabiñánigo (Huesca), Spanje
Nummers van de vergunning voor het in de handel brengen
KCl 0,15 % w/v + Glucose 5 % w/v Viaflo, oplossing voor infusie (500 ml):
BE 254064.
KCl 0,15 % w/v + Glucose 5 % w/v Viaflo, oplossing voor infusie (1000 ml):
BE 254082.
Afleveringswijze
Geneesmiddel op medisch voorschrift.
Deze bijsluiter is voor de laatste keer goedgekeurd in 09/2014.
De volgende informatie is alleen bestemd voor artsen of andere beroepsbeoefenaren in de
gezondheidszorg.

Instructies voor verwerking en voorbereiding
Uitsluitend gebruiken als de oplossing helder is en geen zichtbare deeltjes bevat, en de zak onbeschadigd is.
Onmiddellijk toedienen na inbrenging van de toedieningsset.
De zak pas vlak vóór gebruik uit de beschermverpakking nemen.
De binnenverpakking zorgt ervoor dat de steriliteit van het product behouden blijft.
Plastic zakken mogen niet in serieverbinding worden gebruikt. Dergelijk gebruik kan leiden tot luchtembolie
als gevolg van achterblijvende lucht die uit de eerste zak opgezogen is, voordat de toediening van de
vloeistof uit de tweede zak beëindigd is.
Het onder druk zetten van intraveneuze oplossingen in soepele plastic zakken om het debiet te verhogen kan
leiden tot een luchtembolie indien de achterblijvende lucht in de zak niet volledig verwijderd is vóór
toediening.
Het gebruik van een intraveneuze toedieningsset met ontluchting met open ontluchtingsventiel kan leiden tot
luchtembolie. Intraveneuze toedieningssets met ontluchting met open ontluchtingsventiel mogen niet worden
gebruikt met soepele plastic zakken.
Aan de hand van een aseptische techniek moet de oplossing worden toegediend met steriele apparatuur. Deze
apparatuur moet worden geprimed met de oplossing om te voorkomen dat lucht binnendringt in het systeem.
Toe te voegen geneesmiddelen kunnen vóór of tijdens de infusie worden toegevoegd via de hersluitende
injectiepoort. Wanneer een toe te voegen geneesmiddel gebruikt wordt, moet de isotoniciteit ervan worden
gecontroleerd vóór parenterale toediening. Het toegevoegde geneesmiddel moet grondig en zorgvuldig
worden gemengd onder aseptische omstandigheden. Oplossingen met toegevoegde geneesmiddelen moeten
onmiddellijk worden gebruikt en mogen niet worden bewaard, tenzij de verdunning uitgevoerd is onder
gecontroleerde en gevalideerde aseptische omstandigheden.
Door de toevoeging van andere geneesmiddelen of een verkeerde wijze van toediening kunnen pyrogenen in
de bloedsomloop terechtkomen en leiden tot de ontwikkeling van koorts. In geval van bijwerkingen moet de
infusie onmiddellijk worden stopgezet.
Pediatrische patiënten
Om bij pasgeborenen mogelijk fatale overinfusie van intraveneuze vloeistoffen te vermijden, moet
bijzondere aandacht worden besteed aan de wijze van toediening. Wanneer een spuitpomp wordt gebruikt
om intraveneuze vloeistoffen of geneesmiddelen aan pasgeborenen toe te dienen, mag geen vloeistofzak aan
de spuit aangesloten blijven.

Baxter S.A.

Bijsluiter
9/9
Wanneer een infuuspomp wordt gebruikt, moeten alle klemmen op de intraveneuze toedieningsset worden
gesloten vóór de toedieningsset van de pomp wordt verwijderd of de pomp wordt uitgeschakeld. Dit is nodig,
of de toedieningsset nu een doorstroombeveiliging heeft of niet.
Het intraveneuze infuusapparaat en de toedieningsuitrusting moeten vaak worden gecontroleerd.
Vernietigen na eenmalig gebruik.
Niet-gebruikte oplossing vernietigen.
Gedeeltelijk gebruikte zakken niet opnieuw aansluiten.
1. De beschermverpakking openen
a. Neem de Viaflo-zak pas vlak vóór gebruik uit de beschermverpakking.
b. Controleer op de aanwezigheid van kleine lekken door stevig in de binnenverpakking te knijpen.
Vernietig de oplossing in geval van lekken, aangezien de steriliteit kan zijn aangetast.
c. Controleer of de oplossing helder is en geen vreemde deeltjes bevat. Vernietig de oplossing als die niet
helder is of vreemde deeltjes bevat.
2. De toediening voorbereiden
Steriel materiaal gebruiken voor voorbereiding en toediening.
a. Hang de zak via het oogje omhoog aan de infuusstandaard.
b. Verwijder de plastic beschermhuls van de uitlaatpoort onderaan op de zak:
- neem met de ene hand de kleine vleugel op de uitlaatpoort vast;
- neem met de andere hand de grotere vleugel op de beschermhuls vast en draai die van de uitlaatpoort;
- de beschermhuls springt los van de uitlaatpoort.
c. Pas een aseptische techniek toe om de infusie voor te bereiden.
d. Bevestig de toedieningsset. Raadpleeg de volledige gebruiksaanwijzing van de set voor de aansluiting en
priming van de set en de toediening van de oplossing.
3. Technieken voor de injectie van toe te voegen geneesmiddelen
De oplossing mag niet worden toegediend in het atrium of ventrikel om gelokaliseerde hyperkaliëmie te
voorkomen, maar in een grote perifere of centrale ader om het risico op sclerose te beperken.
Waarschuwing: Het is mogelijk dat toe te voegen geneesmiddelen onverenigbaar zijn (zie onderstaande
rubriek 5., 'Gevallen van onverenigbaarheid met toe te voegen geneesmiddelen').

Geneesmiddelen toevoegen vóór de toediening
a. Desinfecteer de injectiepoort.
b. Gebruik een spuit met een naald van 19 gauge (1,10 mm) tot 22 gauge (0,70 mm) om de hersluitende
injectiepoort aan te prikken, en injecteer het toe te voegen geneesmiddel in de zak met oplossing.
c. Meng de oplossing grondig met het geneesmiddel. Tik voorzichtig op de poorten terwijl die rechtop
gehouden worden, en meng het geneesmiddel met de oplossing in geval van geneesmiddelen met een
hoge densiteit zoals kaliumchloride.
Opgelet: Zakken met toegevoegde geneesmiddelen niet bewaren.
Geneesmiddelen toevoegen tijdens de toediening
a. Sluit de klem op de set.
b. Desinfecteer de injectiepoort.
c. Gebruik een spuit met een naald van 19 gauge (1,10 mm) tot 22 gauge (0,70 mm) om de hersluitende
injectiepoort aan te prikken, en injecteer het toe te voegen geneesmiddel in de zak met oplossing.
d. Verwijder de zak van de infuusstandaard en/of houd de zak rechtop.

Baxter S.A.

Bijsluiter
10/9
e. Tik voorzichtig op beide poorten om de aanwezige luchtbellen in de poorten te verwijderen, terwijl de
zak rechtop gehouden wordt.
f. Meng de oplossing grondig met het geneesmiddel.
g. Hang de zak opnieuw omhoog aan de infuusstandaard, open de klem en ga verder met de toediening.
4. Houdbaarheid na opening van de beschermverpakking: toegevoegde geneesmiddelen
Vóór gebruik moeten de chemische en fysische stabiliteit van het toe te voegen geneesmiddel worden
bepaald bij de zuurgraad van KCl 0,15 % + Glucose 5 % in de Viaflo-zak.
Uit microbiologisch standpunt moet het verdunde product onmiddellijk worden gebruikt, tenzij de
verdunning uitgevoerd is onder gecontroleerde en gevalideerde aseptische omstandigheden. Als het verdunde
product niet onmiddellijk gebruikt wordt, zijn de bewaartijden en bewaarcondities na opening van de
beschermverpakking de verantwoordelijkheid van de gebruiker.
5. Gevallen van onverenigbaarheid met toe te voegen geneesmiddelen
Zoals bij alle parenterale oplossingen, moet de verenigbaarheid van het toe te voegen geneesmiddel met de
oplossing in de Viaflo-zak worden gecontroleerd alvorens dit geneesmiddel toe te voegen.
Door het ontbreken van onderzoek naar onverenigbaarheden mag deze oplossing niet met andere
geneesmiddelen worden gemengd.
Het is de verantwoordelijkheid van de arts om de onverenigbaarheid van een toe te voegen geneesmiddel met
KCl 0,15 % + Glucose 5 % vast te stellen, door de oplossing te controleren op een mogelijke
kleurverandering en/of mogelijke aanwezigheid van neerslag, niet-oplosbare complexen of kristallen. De
gebruiksaanwijzing van het toe te voegen geneesmiddel moet worden geraadpleegd.
Alvorens een geneesmiddel toe te voegen, moet er worden gecontroleerd of het geneesmiddel oplosbaar
en/of stabiel is in water bij de zuurgraad (pH: 3,5 ­ 6,5) van KCl 0,15 % + Glucose 5 %.
De volgende geneesmiddelen zijn onverenigbaar met KCl 0,15 % + Glucose 5 % (
deze opsomming is
informatief en onvolledig
):
· amfotericine B;
· dobutamine.
Vanwege het risico op hemolyse en klontervorming mag glucose niet met dezelfde infusieapparatuur worden
toegediend als waarmee vol bloed toegediend wordt.
Toe te voegen geneesmiddelen waarvan de onverenigbaarheid vastgesteld is, mogen niet worden gebruikt.

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG