Infanrix ipv



Bijsluiter: Informatie voor gebruikers
Infanrix-IPV, 0,5 ml/dosis
Suspensie voor injectie
Vaccin tegen difterie, tetanus, kinkhoest, poliomyelitis
Lees goed de hele bijsluiter voordat dit vaccin aan uw kind wordt toegediend.
Bewaar deze bijsluiter tot na de vaccinatie. Misschien heeft u hem later weer nodig.
Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts of uw apotheker.
Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan uw kind voorgeschreven.
Krijgt u last van een van de bijwerkingen of krijgt u een bijwerking die niet in deze bijsluiter
staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Inhoud van deze bijsluiter:
1. Waarvoor wordt Infanrix-IPV gebruikt?
2. Wat moet u weten voordat uw kind Infanrix-IPV krijgt?
3. Hoe wordt Infanrix-IPV toegediend?
4. Mogelijke bijwerkingen
5. Hoe bewaart u Infanrix-IPV?
6. Aanvullende informatie
1. Waarvoor wordt Infanrix-IPV gebruikt?
Infanrix-IPV is een vaccin tegen difterie, kinkhoest, tetanus en poliomyelitis.
Het wordt gebruikt voor de vaccinatie van jonge kinderen vanaf 2 maanden.
Het wordt gebruikt als herhalingsinenting bij kinderen vanaf 13 maanden die voordien
vaccins kregen tegen difterie, kinkhoest, tetanus en poliomyelitis.
Infanrix-IPV mag gebruikt worden met een ander vaccin dat Hiberix heet. De mengeling van
Infanrix-IPV en Hiberix:
beschermt ook tegen infecties die te wijten zijn aan een bacterie genaamd «Haemophilus
influenzae type b»;
beschermt niet tegen ziekten die te wijten zijn aan andere types Haemophilus influenzae,
noch tegen meningitis die door andere micro-organismen wordt veroorzaakt;
wordt gebruikt voor de vaccinatie van jonge kinderen vanaf 2 maanden oud;
mag gebruikt worden als herhalingsinenting in de loop van het tweede levensjaar;
is niet bestemd voor kinderen die ouder zijn dan 36 maanden.
2. Wat moet u weten voordat uw kind Infanrix-IPV krijgt?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
als uw kind allergisch (overgevoelig) is voor Infanrix-IPV of voor één van de andere
bestanddelen van het vaccin (volledige lijst in rubriek 6);
als uw kind voordien een allergische reactie had op een vaccinatie tegen difterie,
tetanus, kinkhoest of poliomyelitis;
als uw kind een sterke reactie vertoonde na toediening van een ander vaccin tegen
kinkhoest. De tekens kunnen bestaan uit koorts van meer dan 40°C, aanhoudend
schreeuwen, stuipen en een shocktoestand die zich binnen 48 uur na de inspuiting
voordeden;
als uw kind koorts of een ernstige acute infectie heeft. In dat geval moet de vaccinatie
uitgesteld worden. In geval van een banale infectie mag uw kind wel het vaccin krijgen;
30.09.2013
pagina 1 van 5
als uw kind na de toediening van een ander vaccin tegen kinkhoest een probleem
had dat het zenuwstelsel aantastte en “evolutieve encefalopathie” genoemd wordt
met al dan niet stuipen.
Gebruik Infanrix-IPV nooit als één van bovenstaande gevallen op u van toepassing is. Bij
twijfel moet u het advies van uw arts of uw apotheker inwinnen.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Waarschuw uw arts alvorens uw kind Infanrix-IPV krijgt als:
uw kind eerder al overgevoelig was voor neomycine en/of polymyxine B (twee antibiotica).
Iedere dosis van dit vaccin bevat er sporen van;
uw kind lijdt aan een hersenziekte waarvan de diagnose nog niet gesteld is of die evolutief
is, of aan epilepsie die niet onder controle is. Zodra de ziekte onder controle is, mag het
vaccin toegediend worden;
uw kind na de toediening van Infanrix-IPV of van een ander vaccin tegen kinkhoest
problemen had zoals:
een hoge temperatuur (boven 40 °C) binnen de 48 uur na de vaccinatie;
een staat van collaps of een gelijkaardige staat van shock binnen de 48 uur na de
vaccinatie;
aanhoudend schreeuwen gedurende 3 uur of langer binnen de 48 uur na de
vaccinatie;
stuipen die al dan niet gepaard gaan met koorts binnen de 3 dagen na de vaccinatie.
als uw kind bij een voorgaande injectie flauwgevallen is. Flauwvallen is mogelijk na of zelfs
voor elke injectie met een spuit.
uw kind een bloedstollingsprobleem heeft.
uw kind gemakkelijk blauwe plekken heeft.
Als één van bovenstaande gevallen op u van toepassing is of in het verleden van toepassing was
(of bij twijfel), waarschuw uw arts.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen of vaccins?
Als uw kind een ander geneesmiddel gebruikt of kort geleden gebruikte, breng uw arts of uw
apotheker op de hoogte. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig
heeft en voor de vaccins die uw kind eventueel onlangs kreeg.
Andere vaccins voor kinderen mogen gelijktijdig worden toegediend met Infanrix-IPV of met
Infarix gemengd onder het andere vaccin, Hiberix. In geval van een inspuitbaar vaccin zal uw arts
een andere spuit, naald en inspuitplaats gebruiken.
Als uw kind al een behandeling kreeg die de immuniteit vermindert of immunodeficiënt is, zou het
niet volledig beschermd kunnen zijn tegen de ziekten.
Zwangerschap en borstvoeding
Vraag uw arts advies voordat u geneesmiddelen gebruikt.
Infanrix-IPV is niet bedoeld voor gebruik bij volwassenen.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Het is zeer weinig waarschijnlijk dat het vaccin een effect heeft op de rijvaardigheid of op het
vermogen om machines te gebruiken. Bovendien is Infanrix-IPV niet bedoeld voor gebruik bij
volwassenen.
Belangrijke informatie betreffende bepaalde bestanddelen van Infanrix-IPV
Het vaccin Infanrix-IPV bevat ook sporen van neomycinesulfaat en van polymyxine B sulfaat die
allergische reacties kunnen veroorzaken.
3. Hoe wordt Infanrix-IPV toegediend?
30.09.2013
pagina 2 van 5
Gebruik dit middel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Doe altijd
precies zoals uw arts u dat heeft verteld.
Wijze van toediening
Het vaccin wordt ingespoten in een spier in de bil of de dij.
Uw arts zal ervoor zorgen dat het vaccin niet in een ader wordt ingespoten.
Bij kinderen die bloedproblemen hebben (trombocytopenie of hemofilie) moet het vaccin
voorzichtig worden ingespoten, en moet gedurende minstens 2 minuten druk worden
uitgeoefend (zonder te wrijven) op de plaats van injectie.
Uw kind moet na de vaccinatie gedurende 30 minuten onder observatie van de arts blijven.
Aantal inspuitingen
Uw kind zal drie doses van het vaccin krijgen in de eerste zes maanden van zijn leven.
Uw kind mag de tweede dosis van het vaccin krijgen op de leeftijd van 2 maanden.
Er moet minstens een maand verlopen tussen elke inspuiting.
Een herhalingsinenting is aangewezen in het tweede levensjaar, evenals tussen 5 en 7 jaar. Dit
om het beschermend effect van de vaccinatie te verlengen.
Als andere dosissen of herhalingsinentingen nodig zijn, zal uw arts u daarover inlichten.
Zorg ervoor dat uw kind een volledige vaccinatie krijgt. Is dat niet het geval, dan is het
misschien niet volledig beschermd tegen de ziekten.
Heeft uw kind te veel Infanrix-IPV gekregen?
Als uw kind te veel Infanrix-IPV heeft gekregen, neem onmiddellijk contact op met uw arts, uw
apotheker of het Antigifcentrum (070/245.245).
Bent u vergeten Infanrix-IPV te gebruiken?
Als uw kind een geplande vaccinatie heeft gemist, licht dan uw arts in en vraag hem een
nieuwe afspraak.
Als uw kind stopt met de vaccinatie met Infanrix-IPV
In dat geval kan uw kind misschien niet volledig beschermd zijn tegen de ziekten.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit vaccin? Vraag dan meer informatie aan
uw arts of uw apotheker.
4. Mogelijke bijwerkingen
Zoals alle geneesmiddelen kan Infanrix-IPV bijwerkingen veroorzaken, al krijgt niet
iedereen daarmee te maken.
Waarschuw uw arts in volgende gevallen:
in zeer zeldzame gevallen kan uw kind een allergische reactie krijgen. De tekens kunnen
bestaan uit: uitslag die gepaard gaat met jeuk of blaasjes, opgezwollen ogen of gezicht,
moeilijkheden bij het ademhalen of slikken, een plotse daling van de bloeddruk,
bewustzijnsverlies en tijdelijk ophouden met ademen.
vroeggeboren kinderen (vóór of op 28 weken zwangerschap) kunnen gedurende 2 tot 3 dagen
na de vaccinatie langer stoppen met ademen dan normaal.
Waarschuw uw arts als de bovenstaande bijwerkingen optreden.
Andere bijwerkingen:
Zeer vaak
(bij meer dan één persoon op 10):
verlies van eetlust,
pijn,
roodheid,
30.09.2013
pagina 3 van 5
zwelling (van minstens 50 mm) op de plaats waar het geneesmiddel ingespoten werd,
meer dan 38°C koorts,
ongewoon schreeuwen,
zenuwachtigheid,
prikkelbaarheid,
hoofdpijn,
slaperigheid.
Vaak
(bij minder dan één persoon op 10):
misselijkheid,
diarree,
braken,
vermoeidheid,
algemeen ongemak,
verharding op de plaats waar het geneesmiddel ingespoten werd.
Soms
(bij minder dan één persoon op 100)
allergisch eczeem,
meer dan 39,5° C koorts
Zelden
(bij minder dan 1 persoon op 1 000)
gezwollen klieren in de nek, de oksels of de lies,
bronchitis, hoest,
bultjes, uitslag.
Zeer zelden
(bij minder dan 1 persoon op 10 000)
zwelling van het geïnjecteerde ledemaat. De kinderen die voor hun eerste inspuiting een
kinkhoestvaccin op basis van delen van cellen bevat, lopen meer risico om
zwellingsreacties te vertonen na de herhalingsinenting dan deze die een kinkhoestvaccin op
basis van hele cellen kregen. Deze reacties verdwijnen in gemiddeld vier dagen.
Krijgt u veel last van een bijwerking? Of heeft u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat?
Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
5. Hoe bewaart u Infanrix-IPV?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik Infanrix-IPV niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum die op de doos
vermeld staat naast de letters «Exp». De laatste dag van de maand is de uiterste
houdbaarheidsdatum.
Bewaar in de koelkast (2°C - 8°C).
Niet in de vriezer bewaren. Gebruik Infanrix-IPV niet als het werd ingevroren.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet weg met het
huishoudelijk afval. Vraag uw apotheker wat u moet doen met geneesmiddelen die niet
meer nodig zijn. Deze maatregelen zullen helpen om het milieu te beschermen.
6. Aanvullende informatie
Welke stoffen zitten er in Infanrix-IPV?
De werkzame bestanddelen zijn: difterische anatoxine, tetanische anatoxine,
kinkhoestanatoxine, filamenteuze hemagglutinine van kinkhoest, pertactine en de
geïnactiveerde poliovirussen van het type 1, 2 en 3.
De andere bestanddelen zijn: natriumchloride, medium 199 en water voor injecties.
30.09.2013
pagina 4 van 5
Hoe ziet Infanrix-IPV eruit en hoeveel zit er in een verpakking?
Infanrix-IPV is een witachtige en melkachtige suspensie.
Het wordt geleverd in een voorgevulde spuit (type I-glas) met één dosis (0,5 ml), voorzien van
een zuiger. Doos met 1 of 10 injectiespuiten.
Niet alle verpakkingsgroottes worden in de handel gebracht.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant:
GlaxoSmithKline Biologicals N.V.
89, rue de l’Institut
B 1330 – RIXENSART – BELGIË
Wijze van aflevering
Op medisch voorschrift.
Nummer van de vergunning voor het in de handel brengen:
BE212152
Deze bijsluiter is voor de laatste keer goedgekeurd in 10/2013
_____________________________________________________________________________
De volgende informatie is alleen bestemd voor artsen of andere beroepsbeoefenaren in de
gezondheidszorg:
De suspensie DTPa-IPV moet goed geschud worden om een troebele, witte en homogene
suspensie te verkrijgen en moet visueel geïnspecteerd worden om na te gaan of er eventueel
vreemde deeltjes aanwezig zijn en/of het uitzicht ongewoon veranderd is vóór toediening. Als
het uitzicht van de inhoud veranderd is, het vaccin weggooien. Elk ongebruikt product of alle
afval moet weggegooid worden in naleving van de lokale vereisten.
Niet langs intravasculaire weg toedienen.
Het is aanbevolen om een epinefrineoplossing voor injectie ter beschikking te hebben in
geval van een eventuele anafylactische reactie.
VOORGESTELDE TUSSENKOMST (door het Gecommentarieerd
Geneesmiddelenrepertorium (B.C.F.I.) 2005) IN GEVAL VAN ERNSTIGE REACTIE /
ANAFYLACTISCHE SHOCK
Epinefrine (adrenaline) is de hoeksteen van de behandeling en wordt bij voorkeur
intramusculair toegediend (betere resorptie dan via subcutane weg).
Proximaal knevelverband; epinefrine aan 1/1000 (= 1 mg/ml) lokaal langs intramusculaire
weg (0,01 ml/kg met een maximum van 0,3 ml).
Als verbetering uitblijft, mag na 5 minuten een tweede dosis toegediend worden;
bronchodilatator in geval van bronchospasme; corticosteroïden I.V. ; plasmavervangers in geval
van ernstige hypotensie.
Vaccinatie geeft niet noodzakelijk bescherming tegen elke infectie of ziekte. In geval van
klinische symptomen mag een behandeling niet uitgesteld worden, en dit ongeacht de
vaccinatietoestand van de patiënt.
30.09.2013
pagina 5 van 5

Infanrix-IPV, 0,5 ml/dosis
Suspensie voor injectie Vaccin tegen difterie, tetanus, kinkhoest, poliomyelitis
Lees goed de hele bijsluiter voordat dit vaccin aan uw kind wordt toegediend.
·Bewaar deze bijsluiter tot na de vaccinatie. Misschien heeft u hem later weer nodig.
·Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw arts of uw apotheker.
·Geef dit geneesmiddel niet door aan anderen, want het is alleen aan uw kind voorgeschreven.
·Krijgt u last van een van de bijwerkingen of krijgt u een bijwerking die niet in deze bijsluiter
staat? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
Inhoud van deze bijsluiter:
1. Waarvoor wordt Infanrix-IPV gebruikt?
2. Wat moet u weten voordat uw kind Infanrix-IPV krijgt?
3. Hoe wordt Infanrix-IPV toegediend?
4. Mogelijke bijwerkingen
5. Hoe bewaart u Infanrix-IPV?
6. Aanvullende informatie
1. Waarvoor wordt Infanrix-IPV gebruikt?
Infanrix-IPV is een vaccin tegen difterie, kinkhoest, tetanus en poliomyelitis.
· Het wordt gebruikt voor de vaccinatie van jonge kinderen vanaf 2 maanden.
· Het wordt gebruikt als herhalingsinenting bij kinderen vanaf 13 maanden die voordien
vaccins kregen tegen difterie, kinkhoest, tetanus en poliomyelitis.
Infanrix-IPV mag gebruikt worden met een ander vaccin dat Hiberix heet. De mengeling van
Infanrix-IPV en Hiberix:
· beschermt ook tegen infecties die te wijten zijn aan een bacterie genaamd «Haemophilus
influenzae type b»;
· beschermt niet tegen ziekten die te wijten zijn aan andere types Haemophilus influenzae,
noch tegen meningitis die door andere micro-organismen wordt veroorzaakt;
· wordt gebruikt voor de vaccinatie van jonge kinderen vanaf 2 maanden oud;
· mag gebruikt worden als herhalingsinenting in de loop van het tweede levensjaar;
· is niet bestemd voor kinderen die ouder zijn dan 36 maanden.
2. Wat moet u weten voordat uw kind Infanrix-IPV krijgt?
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
·als uw kind allergisch (overgevoelig) is voor Infanrix-IPV of voor één van de andere
bestanddelen van het vaccin (volledige lijst in rubriek 6);
- als uw kind voordien een allergische reactie had op een vaccinatie tegen difterie,
tetanus, kinkhoest of poliomyelitis;
- als uw kind een sterke reactie vertoonde na toediening van een ander vaccin tegen
kinkhoest. De tekens kunnen bestaan uit koorts van meer dan 40°C, aanhoudend
schreeuwen, stuipen en een shocktoestand die zich binnen 48 uur na de inspuiting
voordeden;
·als uw kind koorts of een ernstige acute infectie heeft. In dat geval moet de vaccinatie
uitgesteld worden. In geval van een banale infectie mag uw kind wel het vaccin krijgen;
30.09.2013
als uw kind na de toediening van een ander vaccin tegen kinkhoest een probleem
had dat het zenuwstelsel aantastte en 'evolutieve encefalopathie' genoemd wordt
met al dan niet stuipen.
Gebruik Infanrix-IPV nooit als één van bovenstaande gevallen op u van toepassing is. Bij
twijfel moet u het advies van uw arts of uw apotheker inwinnen.
Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?
Waarschuw uw arts alvorens uw kind Infanrix-IPV krijgt als:
· uw kind eerder al overgevoelig was voor neomycine en/of polymyxine B (twee antibiotica).
Iedere dosis van dit vaccin bevat er sporen van;
· uw kind lijdt aan een hersenziekte waarvan de diagnose nog niet gesteld is of die evolutief
is, of aan epilepsie die niet onder controle is. Zodra de ziekte onder controle is, mag het
vaccin toegediend worden;
· uw kind na de toediening van Infanrix-IPV of van een ander vaccin tegen kinkhoest
problemen had zoals:
een hoge temperatuur (boven 40 °C) binnen de 48 uur na de vaccinatie;
een staat van collaps of een gelijkaardige staat van shock binnen de 48 uur na de
vaccinatie;
aanhoudend schreeuwen gedurende 3 uur of langer binnen de 48 uur na de
vaccinatie;
stuipen die al dan niet gepaard gaan met koorts binnen de 3 dagen na de vaccinatie.
· als uw kind bij een voorgaande injectie flauwgevallen is. Flauwvallen is mogelijk na of zelfs
voor elke injectie met een spuit.
· uw kind een bloedstollingsprobleem heeft.
· uw kind gemakkelijk blauwe plekken heeft.
Als één van bovenstaande gevallen op u van toepassing is of in het verleden van toepassing was
(of bij twijfel), waarschuw uw arts.
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen of vaccins?
Als uw kind een ander geneesmiddel gebruikt of kort geleden gebruikte, breng uw arts of uw
apotheker op de hoogte. Dat geldt ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig
heeft en voor de vaccins die uw kind eventueel onlangs kreeg.
Andere vaccins voor kinderen mogen gelijktijdig worden toegediend met Infanrix-IPV of met
Infarix gemengd onder het andere vaccin, Hiberix. In geval van een inspuitbaar vaccin zal uw arts
een andere spuit, naald en inspuitplaats gebruiken.
Als uw kind al een behandeling kreeg die de immuniteit vermindert of immunodeficiënt is, zou het
niet volledig beschermd kunnen zijn tegen de ziekten.
Zwangerschap en borstvoeding
Vraag uw arts advies voordat u geneesmiddelen gebruikt.
Infanrix-IPV is niet bedoeld voor gebruik bij volwassenen.
Rijvaardigheid en het gebruik van machines
Het is zeer weinig waarschijnlijk dat het vaccin een effect heeft op de rijvaardigheid of op het
vermogen om machines te gebruiken. Bovendien is Infanrix-IPV niet bedoeld voor gebruik bij
volwassenen.
Belangrijke informatie betreffende bepaalde bestanddelen van Infanrix-IPV
Het vaccin Infanrix-IPV bevat ook sporen van neomycinesulfaat en van polymyxine B sulfaat die
allergische reacties kunnen veroorzaken.
3. Hoe wordt Infanrix-IPV toegediend?
30.09.2013
Wijze van toediening
·Het vaccin wordt ingespoten in een spier in de bil of de dij.
·Uw arts zal ervoor zorgen dat het vaccin niet in een ader wordt ingespoten.
·Bij kinderen die bloedproblemen hebben (trombocytopenie of hemofilie) moet het vaccin
voorzichtig worden ingespoten, en moet gedurende minstens 2 minuten druk worden
uitgeoefend (zonder te wrijven) op de plaats van injectie.
·Uw kind moet na de vaccinatie gedurende 30 minuten onder observatie van de arts blijven.
Aantal inspuitingen
Uw kind zal drie doses van het vaccin krijgen in de eerste zes maanden van zijn leven.
·Uw kind mag de tweede dosis van het vaccin krijgen op de leeftijd van 2 maanden.
·Er moet minstens een maand verlopen tussen elke inspuiting.
Een herhalingsinenting is aangewezen in het tweede levensjaar, evenals tussen 5 en 7 jaar. Dit
om het beschermend effect van de vaccinatie te verlengen.
- Als andere dosissen of herhalingsinentingen nodig zijn, zal uw arts u daarover inlichten.
·Zorg ervoor dat uw kind een volledige vaccinatie krijgt. Is dat niet het geval, dan is het
misschien niet volledig beschermd tegen de ziekten.
Heeft uw kind te veel Infanrix-IPV gekregen?
Als uw kind te veel Infanrix-IPV heeft gekregen, neem onmiddellijk contact op met uw arts, uw
apotheker of het Antigifcentrum (070/245.245).
Bent u vergeten Infanrix-IPV te gebruiken?
Als uw kind een geplande vaccinatie heeft gemist, licht dan uw arts in en vraag hem een
nieuwe afspraak.
Als uw kind stopt met de vaccinatie met Infanrix-IPV
In dat geval kan uw kind misschien niet volledig beschermd zijn tegen de ziekten.
Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit vaccin? Vraag dan meer informatie aan
uw arts of uw apotheker.
4. Mogelijke bijwerkingen
Zoals alle geneesmiddelen kan Infanrix-IPV bijwerkingen veroorzaken, al krijgt niet
iedereen daarmee te maken.
Waarschuw uw arts in volgende gevallen:
·in zeer zeldzame gevallen kan uw kind een allergische reactie krijgen. De tekens kunnen
bestaan uit: uitslag die gepaard gaat met jeuk of blaasjes, opgezwollen ogen of gezicht,
moeilijkheden bij het ademhalen of slikken, een plotse daling van de bloeddruk,
bewustzijnsverlies en tijdelijk ophouden met ademen.
·vroeggeboren kinderen (vóór of op 28 weken zwangerschap) kunnen gedurende 2 tot 3 dagen
na de vaccinatie langer stoppen met ademen dan normaal.
Waarschuw uw arts als de bovenstaande bijwerkingen optreden.
Andere bijwerkingen:
Zeer vaak
(bij meer dan één persoon op 10):
·verlies van eetlust,
· pijn,
·roodheid,
30.09.2013
Vaak (bij minder dan één persoon op 10):
·misselijkheid,
·diarree,
·braken,
·vermoeidheid,
·algemeen ongemak,
·verharding op de plaats waar het geneesmiddel ingespoten werd.
Soms (bij minder dan één persoon op 100)
·
allergisch eczeem,
- meer dan 39,5° C koorts
Zelden (bij minder dan 1 persoon op 1 000)
·
gezwollen klieren in de nek, de oksels of de lies,
- bronchitis, hoest,
- bultjes, uitslag.

Zeer zelden (bij minder dan 1 persoon op 10 000)
·zwelling van het geïnjecteerde ledemaat. De kinderen die voor hun eerste inspuiting een
kinkhoestvaccin op basis van delen van cellen bevat, lopen meer risico om
zwellingsreacties te vertonen na de herhalingsinenting dan deze die een kinkhoestvaccin op
basis van hele cellen kregen. Deze reacties verdwijnen in gemiddeld vier dagen.
Krijgt u veel last van een bijwerking? Of heeft u een bijwerking die niet in deze bijsluiter staat?
Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
5. Hoe bewaart u Infanrix-IPV?
Buiten het zicht en bereik van kinderen houden.
Gebruik Infanrix-IPV niet meer na de uiterste houdbaarheidsdatum die op de doos
vermeld staat naast de letters «Exp». De laatste dag van de maand is de uiterste
houdbaarheidsdatum.
Bewaar in de koelkast (2°C - 8°C).
Niet in de vriezer bewaren. Gebruik Infanrix-IPV niet als het werd ingevroren.
Spoel geneesmiddelen niet door de gootsteen of de WC en gooi ze niet weg met het
huishoudelijk afval. Vraag uw apotheker wat u moet doen met geneesmiddelen die niet
meer nodig zijn. Deze maatregelen zullen helpen om het milieu te beschermen.
6. Aanvullende informatie
Welke stoffen zitten er in Infanrix-IPV?

- De werkzame bestanddelen zijn: difterische anatoxine, tetanische anatoxine,
kinkhoestanatoxine, filamenteuze hemagglutinine van kinkhoest, pertactine en de
geïnactiveerde poliovirussen van het type 1, 2 en 3.
- De andere bestanddelen zijn: natriumchloride, medium 199 en water voor injecties.
30.09.2013
een zuiger. Doos met 1 of 10 injectiespuiten.
Niet alle verpakkingsgroottes worden in de handel gebracht.
Houder van de vergunning voor het in de handel brengen en fabrikant:
GlaxoSmithKline Biologicals N.V.
89, rue de l'Institut
B 1330 ­ RIXENSART ­ BELGIË
Wijze van aflevering
Op medisch voorschrift.
Nummer van de vergunning voor het in de handel brengen: BE212152
Deze bijsluiter is voor de laatste keer goedgekeurd in 10/2013
_____________________________________________________________________________
De volgende informatie is alleen bestemd voor artsen of andere beroepsbeoefenaren in de
gezondheidszorg:

De suspensie DTPa-IPV moet goed geschud worden om een troebele, witte en homogene
suspensie te verkrijgen en moet visueel geïnspecteerd worden om na te gaan of er eventueel
vreemde deeltjes aanwezig zijn en/of het uitzicht ongewoon veranderd is vóór toediening. Als
het uitzicht van de inhoud veranderd is, het vaccin weggooien. Elk ongebruikt product of alle
afval moet weggegooid worden in naleving van de lokale vereisten.
Niet langs intravasculaire weg toedienen.
Het is aanbevolen om een epinefrineoplossing voor injectie ter beschikking te hebben in
geval van een eventuele anafylactische reactie.
VOORGESTELDE TUSSENKOMST (door het Gecommentarieerd
Geneesmiddelenrepertorium (B.C.F.I.) 2005) IN GEVAL VAN ERNSTIGE REACTIE /
ANAFYLACTISCHE SHOCK
Epinefrine (adrenaline) is de hoeksteen van de behandeling en wordt bij voorkeur
intramusculair toegediend (betere resorptie dan via subcutane weg).
Proximaal knevelverband; epinefrine aan 1/1000 (= 1 mg/ml) lokaal langs intramusculaire
weg (0,01 ml/kg met een maximum van 0,3 ml).
Als verbetering uitblijft, mag na 5 minuten een tweede dosis toegediend worden;
bronchodilatator in geval van bronchospasme; corticosteroïden I.V. ; plasmavervangers in geval
van ernstige hypotensie.
Vaccinatie geeft niet noodzakelijk bescherming tegen elke infectie of ziekte. In geval van
klinische symptomen mag een behandeling niet uitgesteld worden, en dit ongeacht de
vaccinatietoestand van de patiënt.
30.09.2013

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG