Indium (in-111) chloride mallinckrodt 370 mbq/ml



Indium (111 In) chloride IB1 B nl 121203
1/6
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Indium (In-111) Chloride Mallinckrodt 370 MBq/ml radiofarmaceutische uitgangsstof
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Indium-111, 370 MBq/ml op de referentiedatum voor de activiteit
Fysische kenmerken
Fysische eigenschappen van
111
In:
111
In is een cyclotron isotoop dat met een halveringstijd van 2,8 dagen (67 uren) vervalt naar
stabiel cadmium.
Stralingseigenschappen:
γ-stralen
γ-stralen
Röntgen-stralen
172 keV (91 % voorkomen)
246 keV (94 % voorkomen)
23-26 keV
Radionuclidische zuiverheid:
111
In
99%, overige
γ-stralers ≤
0,1 %.
114m
In: max. 500 Bq per 1 MBq
111
In op activiteitsreferentiedatum/tijdstip.
Halfwaardetijd van
114m
In: 49,51 dagen
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Radiofarmaceutische uitgangsstof.
4.
4.1
KLINISCHE GEGEVENS
Therapeutische indicaties
Dit geneesmiddel is uitsluitend voor diagnostisch gebruik.
Indium [In-111] chloride wordt gebruikt als bestanddeel voor het radioactief labelen van bepaalde
geschikte gederivatiseerde eiwitten, die daarna intraveneus worden toegediend voor uiteenlopende
onderzoeksdoeleinden waarbij van de hiervoor geschikte beeldvormende procedures gebruik wordt
gemaakt.
Indium [In-111] chloride heeft uitgebreid toepassing gevonden bij het radioactief labelen van
monoklonale antilichamen. De aard van het te onderzoeken ziektebeeld wordt bepaald door het
desbetreffende te labelen monoklonale antilichaam.
Indium [In-111] chloride is ook gebruikt als het bestanddeel voor radioactieve labeling van
injectiepreparaten zoals met indium [In-111] gelabelde eiwitten.
4.2
Dosering en wijze van toediening
De flacon bevat een steriele, waterige oplossing voor de in vitro radioactieve labeling van geschikte
geconjugeerde eiwitten, zoals monoklonale antilichamen, die vervolgens intraveneus worden
toegediend.
De voor radioactieve labeling benodigde hoeveelheid indium [In-111] chloride en de hoeveelheid met
indium [In-111] gelabelde geneesmiddel die daarna wordt toegediend, hangen af van het ge-
neesmiddel dat gelabeld wordt en van de beoogde toepassing ervan.
Indium (111 In) chloride IB1 B nl 121203
2/6
Inlichtingen over de aanbevolen activiteit en toediening worden door de fabrikant van het radioactief
te labelen geneesmiddel verstrekt.
De aan kinderen toe te dienen activiteit kan bij benadering worden berekend door correctie van de
activiteit voor volwassenen aan de hand van het gewicht, het lichaamsoppervlak of de leeftijd.
Voor neonati en kinderen jonger dan ongeveer één jaar moet voorts rekening worden gehouden met de
grootte van het doelorgaan ten opzichte van het gehele lichaam.
4.3
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen.
Inlichtingen over contra-indicaties voor bepaalde met indium [In-111] gelabelde farmaca die bereid
zijn door radioactieve labeling met indium [In-111] chloride worden door de fabrikant van het
radioactief te labelen farmacon verstrekt.
4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
De inhoud van de ampul met indium [In-111] chloride dient niet rechtstreeks aan de patiënt te worden
toegediend.
Inlichtingen over speciale waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen bij gebruik van met indium [In-
111] gelabelde farmaca die bereid zijn door radioactieve labeling met indium [In-111] chloride
worden door de fabrikant van het radioactief te labelen farmacon verstrekt.
4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Inlichtingen over interacties in verband met het gebruik van met indium [In-111] gelabelde farmaca
die bereid zijn door radioactieve labeling met indium [In-111] chloride worden door de fabrikant van
het radioactief te labelen geneesmiddel verstrekt.
4.5
Zwangerschap en borstvoeding
Dierproeven hebben enige aanwijzingen voor teratogeniteit van indium opgeleverd.
De beschikbaarheid van gegevens over het gebruik van met indium [In-111] gelabelde farmaca die
bereid zijn door radioactieve labeling met indium [In-111] chloride tijdens zwangerschap en lactatie
zal door de fabrikant van het radioactief te labelen farmacon worden gespecificeerd.
Zwangerschap
Bij zwangerschap dienen slechts dringend noodzakelijke onderzoeken te worden uitgevoerd, wanneer
het waarschijnlijke voordeel opweegt tegen het door de moeder en haar foetus te lopen risico.
Technieken met radionucliden die bij zwangeren worden toegepast, houden ook in dat de foetus aan
straling wordt blootgesteld.
Wanneer het nodig is radioactieve geneesmiddelen aan een vrouw in de vruchtbare leeftijd toe te
dienen, dient altijd navraag naar eventuele zwangerschap te worden gedaan. Van ieder vrouw die
overtijd is, moet worden aangenomen dat ze zwanger is totdat het tegendeel is aangetoond. In geval
van onzekerheid is het van belang de blootstelling aan straling tot een minimum te beperken, rekening
houdend met de gewenste klinische informatie. Overwogen moet worden of alternatieve methoden,
waarbij geen ioniserende straling vrijkomt, in aanmerking komen.
De door de uterus geabsorbeerde dosis na toediening van met indium [In-111] gelabelde
geneesmiddelen die bereid zijn door radioactieve labeling met indium [In-111] chloride, is afhankelijk
van het specifieke geneesmiddel dat radioactief gelabeld wordt, en inlichtingen zijn verkrijgbaar bij de
fabrikant van het te labelen geneesmiddel. Doses boven de 0,5 mGy dienen als een potentieel risico
voor de foetus te worden beschouwd.
Indium (111 In) chloride IB1 B nl 121203
3/6
Vrouwen in de vruchtbare leeftijd dienen advies te krijgen over het vermijden van zwangerschap
totdat de voor de uterus berekende dosis onder de 0,5 mGy ligt.
Borstvoeding
Alvorens een radioactief geneesmiddel toe te dienen aan een moeder die borstvoeding geeft, dient te
worden overwogen of het onderzoek redelijkerwijs kan worden uitgesteld tot de moeder de
borstvoeding heeft beëindigd en of men wel het juiste radiofarmacon heeft gekozen gezien de in de
moedermelk uitgescheiden radioactiviteit. De borstvoeding kan worden hervat als het niveau in de
melk voor het kind geen hogere stralingsdosis met zich brengt dan 1 mSv.
4.6
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen
om machines te bedienen.
4.7
Bijwerkingen
Eventuele bijwerkingen na intraveneuze toediening van een met indium [In-111] gelabeld
farmaceutisch preparaat waarin de voor radioactieve labeling gebruikte stof indium [In-111] chloride
is, zijn afhankelijk van het gebruikte specifieke farmacon. Dergelijke informatie is verkrijgbaar bij de
fabrikant van het radioactief te labelen farmacon.
Voor iedere patiënt moet de blootstelling aan ioniserende straling vanuit een oogpunt van
waarschijnlijk voordeel verantwoord zijn. De toegediende radioactiviteit moet zodanig zijn dat de
stralingsdosis als gevolg daarvan zo laag mogelijk wordt gehouden, rekening houdend met het
beoogde diagnostische resultaat.
Blootstelling aan ioniserende straling is in verband gebracht met kanker en met de kans op het
ontwikkelen van erfelijke afwijkingen. Uit het recente bewijsmateriaal wat betreft diagnostisch
nucleair geneeskundig onderzoek komt naar voren dat die bijwerkingen zich, gezien de lage
stralingsdosis die gebruikt wordt, weinig frequent zullen voordoen.
Bij de meeste in de nucleaire geneeskunde gebruikte, diagnostische onderzoekingen bedraagt de
geproduceerde stralingsdosis (EDE) nog geen 20 mSv. Deze concentratie kan echter met indium [In-
111] gelabelde farmaceutische preparaten worden overschreden. Hogere doses kunnen in bepaalde
klinische omstandigheden gerechtvaardigd zijn.
4.8
Overdosering
In geval van toediening van een overdosis van een radiofarmacon dient de door de patiënt
geabsorbeerde dosis waar mogelijk te worden verminderd door de eliminatie van het radionuclide uit
het lichaam te verhogen.
Inlichtingen over de in het geval van toediening van een overdosis van een met indium [In-111]
gelabeld geneesmiddel te nemen maatregelen zijn verkrijgbaar bij de fabrikant van het radioactief te
labelen farmacon.
5.
5.1
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: diagnostisch radiofarmacon, tumor detectie ATC-code: V09IB
In de normaliter voor diagnostiek toegediende activiteiten blijken met indium [In-111] gelabelde
geneesmiddelen in het algemeen geen farmacologische effecten uit te oefenen.
5.2
Farmacokinetische eigenschappen
Indium (111 In) chloride IB1 B nl 121203
4/6
De farmacokinetische eigenschappen van met indium [In-111] gelabelde radiofarmaca die voor
toediening bereid zijn door radioactieve labeling met indium [In-111] chloride, zijn afhankelijk van de
aard van het te labelen geneesmiddel.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Indium [In-111] chloride wordt geleverd zonder toegevoegde drager en de specifieke activiteit van het
indium-111 is hoog. De chemische concentratie van het indiumchloride is derhalve zeer laag (nog
geen 1 µg/ml).
Uit onderzoek bij dieren zijn geen gegevens beschikbaar over het mutagene of carcinogene vermogen
van indiumchloride. Dierproeven hebben echter enige aanwijzingen van teratogeniteit opgeleverd.
6.
6.1
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
Lijst van hulpstoffen
Zoutzuur – Water voor injectie.
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Radioactieve labeling van macromoleculen, zoals monoklonale antilichamen, met indium [In-111]
chloride is zeer gevoelig voor de aanwezigheid van onzuiverheden in de vorm van metaalspoortjes.
Het is van belang dat al het bij de bereiding van het radioactief gelabelde product gebruikte glaswerk,
zoals injectienaalden, grondig wordt schoongemaakt opdat het absoluut vrij is van zulke
onzuiverheden in de vorm van metaalspoortjes. Gebruik alleen injectienaalden (bijvoorbeeld niet-
metallische) waarvan vaststaat dat ze tegen verdund zuur bestand zijn, om het niveau van
onzuiverheden in de vorm van metaalspoortjes zo laag mogelijk te houden.
6.3
Houdbaarheid
De houdbaarheidsdatum voor dit product is 24 uur vanaf de op het etiket vermelde referentietijdstip
voor de activiteit.
Het product bevat geen bewaarmiddelen. Als het product bedoeld is voor meerdere toedieningen, dient
ieder aliquot onder aseptische omstandigheden en binnen 8 uur gebruikt te worden.
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25 °C.
Na openen van de flacon bewaren in de koelkast (2 – 8°C).
De opslag moet voldoen aan de nationale voorschriften met betrekking tot radioactief
materiaal.
6.5 Aard en inhoud van de verpakking
10 ml glazen flacon (Type 1, Ph Eur) afgesloten met een broombutyl rubber stop, gefelst met een
aluminium felskap.
Indium [In-111] chloride wordt geleverd in de volgende hoeveelheden activiteit op referentietijdstip:
111 MBq in 0.3 ml
185 MBq in 0.5 ml
370 MBq in 1.0 ml
555 MBq in 1.5 ml
740 MBq in 2.0 ml
Niet alle genoemde verpakkingsgrootten worden in de handel gebracht.
Indium (111 In) chloride IB1 B nl 121203
5/6
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Het gebruik van uiterst schoon glaswerk is essentieel om te voorkomen dat er sporen van
verontreinigingen hun intrede doen in de labelingsprocedure kunnen belemmeren. Sommige
kunststoffen kunnen hinderen doordat ze buitensporigen hoeveelheden
111
In activiteit opnemen.
Voor toediening aan patiënten bestemde radiofarmaca dienen op zodanige wijze door de gebruiker te
worden bereid dat aan de eisen van zowel de beveiliging tegen straling als de farmaceutische kwaliteit
wordt voldaan. De aangewezen aseptische voorzorgen dienen te worden genomen overeenkomstig de
eisen van “Good Pharmaceutical Manufacturing Practices (GPMP)” ter handhaving van de steriliteit
tijdens de gehele procedure van radioactieve labeling en van de steriliteit van de indium [In-111]
chloride oplossing.
Gezien de geringe hoeveelheid van de aanwezige chemische stoffen worden geen andere voorzorgen
voor de omgang ermee aanbevolen dan die welke wegens de radioactieve en farmaceutische aard van
het product nodig zijn.
De normale voorzorgen voor de omgang met radioactieve materialen dienen in acht te worden
genomen.
Toediening van radiofarmaca levert voor anderen gevaar op wegens omgevingsstraling of besmetting
door morsen van urine, braken enz. Derhalve moeten voorzorgen ter bescherming tegen straling
worden getroffen overeenkomstig de nationale voorschriften.
Na toepassing moet al het bij de bereiding en toediening van radiofarmaca gebruikte materiaal, met
inbegrip van eventueel ongebruikt product en zijn verpakking, worden ontsmet of als radioactief afval
worden behandeld en afgevoerd overeenkomstig de door de lokale overheid gestelde voorwaarden.
Besmette materialen moeten als radioactief afval volgens de nationale voorschriften worden
afgevoerd.
Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
Radiofarmaca mogen alleen worden gebruikt door bevoegd personeel dat voor toepassing van en
omgang met radionucliden over de desbetreffende toestemming van de overheid beschikt. Deze
middelen mogen slechts worden ontvangen, gebruikt en toegediend door bevoegd personeel in
daarvoor bestemde ruimten. Ontvangst, opslag, gebruik, overdracht en verwijdering van die middelen
is onderworpen aan de voorschriften en/of de juiste vergunningen van de bevoegde plaatselijke
officiële instanties.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
MallinckrodtBelgium BVBA, Generaal De Wittelaan 9/5, 2800 Mechelen
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE337364
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
10.
04/2013
Datum van laatste goedkeuring van de SKP: 04/2013
Indium (111 In) chloride IB1 B nl 121203
6/6
11.
DOSIMETRIE
De stralingsdosis die na intraveneuze toediening van een met indium [
111
In] gelabeld farmaceutisch
preparaat door de verschillende organen wordt ontvangen, is afhankelijk van het specifieke
geneesmiddel dat radioactief gelabeld wordt.
Inlichtingen over de stralingsdosimetrie van ieder farmacon afzonderlijk na toediening van het
radioactief gelabelde preparaat zijn verkrijgbaar bij de fabrikant van het radioactief te labelen
farmacon.
Gezien de energieën van de elektromagnetische transities waarmee het verval van indium-111 gepaard
gaat, is de verwachting dat de EDE's ten gevolge van de intraveneuze toediening van met indium
[
111
In] farmaca in de orde van grootte van 10
-1
mSv/MBq zullen liggen.
Toediening van met indium [
111
In] gelabelde farmaceutische preparaten resulteert dikwijls in een
betrekkelijk hoge expositie, die 20 mSv te boven kan gaan en soms zelfs de 50 mSv.
Indium-114m kan als radionuclideonzuiverheid in indium-111 aanwezig zijn. Deze isotoop heeft een
langere halfwaardetijd (49,5 dagen) dan indium-111 (2,8 dagen) en zal daardoor in de loop der tijd een
grotere bijdrage aan de stralingsdosis leveren. Met indium [In-111] gelabelde geneesmiddelen die
bereid zijn door radioactieve merking met indium [In-111] chloride, dienen niet later dan 24 uur na de
referentiedatum van indium [In-111] chloride te worden toegediend om er zeker van te zijn dat de
concentratie van het aanwezige indium-114m lager is dan 0,2%.
12.
INSTRUCTIES VOOR DE BEREIDING VAN RADIOACTIEVE GENEESMIDDELEN
Instructies voor het radioactief labelen van een farmacon met indium-111 door middel van
indium [In-111] chloride samen met methoden voor het bepalen van de labelingsefficiëntie en de
radiochemische zuiverheid van het met radioactiviteit te labelen farmacon worden door de producent
van het radioactief te labelen farmacon verstrekt.
Al het ongebruikte product of afvalmateriaal dient te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
1/6
SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
1.
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Indium (In-111) Chloride Mallinckrodt 370 MBq/ml radiofarmaceutische uitgangsstof
2.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Indium-111, 370 MBq/ml op de referentiedatum voor de activiteit
Fysische kenmerken
Fysische eigenschappen van 111In:
111In is een cyclotron isotoop dat met een halveringstijd van 2,8 dagen (67 uren) vervalt naar
stabiel cadmium.
Stralingseigenschappen:
-stralen
172 keV (91 % voorkomen)
-stralen
246 keV (94 % voorkomen)
Röntgen-stralen
23-26 keV
Radionuclidische zuiverheid:
111In 99%, overige -stralers 0,1 %.
114mIn: max. 500 Bq per 1 MBq 111In op activiteitsreferentiedatum/tijdstip.
Halfwaardetijd van 114mIn: 49,51 dagen
Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
3.
FARMACEUTISCHE VORM
Radiofarmaceutische uitgangsstof.
4.
KLINISCHE GEGEVENS
4.1
Therapeutische indicaties
Dit geneesmiddel is uitsluitend voor diagnostisch gebruik.
Indium [In-111] chloride wordt gebruikt als bestanddeel voor het radioactief labelen van bepaalde
geschikte gederivatiseerde eiwitten, die daarna intraveneus worden toegediend voor uiteenlopende
onderzoeksdoeleinden waarbij van de hiervoor geschikte beeldvormende procedures gebruik wordt
gemaakt.
Indium [In-111] chloride heeft uitgebreid toepassing gevonden bij het radioactief labelen van
monoklonale antilichamen. De aard van het te onderzoeken ziektebeeld wordt bepaald door het
desbetreffende te labelen monoklonale antilichaam.
Indium [In-111] chloride is ook gebruikt als het bestanddeel voor radioactieve labeling van
injectiepreparaten zoals met indium [In-111] gelabelde eiwitten.
4.2
Dosering en wijze van toediening
De flacon bevat een steriele, waterige oplossing voor de in vitro radioactieve labeling van geschikte
geconjugeerde eiwitten, zoals monoklonale antilichamen, die vervolgens intraveneus worden
toegediend.
2/6
Inlichtingen over de aanbevolen activiteit en toediening worden door de fabrikant van het radioactief
te labelen geneesmiddel verstrekt.

De aan kinderen toe te dienen activiteit kan bij benadering worden berekend door correctie van de
activiteit voor volwassenen aan de hand van het gewicht, het lichaamsoppervlak of de leeftijd.
Voor neonati en kinderen jonger dan ongeveer één jaar moet voorts rekening worden gehouden met de
grootte van het doelorgaan ten opzichte van het gehele lichaam.
4.3
Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen.
Inlichtingen over contra-indicaties voor bepaalde met indium [In-111] gelabelde farmaca die bereid
zijn door radioactieve labeling met indium [In-111] chloride worden door de fabrikant van het
radioactief te labelen farmacon verstrekt.

4.4
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
De inhoud van de ampul met indium [In-111] chloride dient niet rechtstreeks aan de patiënt te worden
toegediend.
Inlichtingen over speciale waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen bij gebruik van met indium [In-
111] gelabelde farmaca die bereid zijn door radioactieve labeling met indium
[In-111] chloride
worden door de fabrikant van het radioactief te labelen farmacon verstrekt.

4.5
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Inlichtingen over interacties in verband met het gebruik van met indium [In-111] gelabelde farmaca
die bereid zijn door radioactieve labeling met indium [In-111] chloride worden door de fabrikant van
het radioactief te labelen geneesmiddel verstrekt.

4.5
Zwangerschap en borstvoeding
Dierproeven hebben enige aanwijzingen voor teratogeniteit van indium opgeleverd.
De beschikbaarheid van gegevens over het gebruik van met indium [In-111] gelabelde farmaca die
bereid zijn door radioactieve labeling met indium [In-111] chloride tijdens zwangerschap en lactatie
zal door de fabrikant van het radioactief te labelen farmacon worden gespecificeerd.

Zwangerschap
Bij zwangerschap dienen slechts dringend noodzakelijke onderzoeken te worden uitgevoerd, wanneer
het waarschijnlijke voordeel opweegt tegen het door de moeder en haar foetus te lopen risico.
Technieken met radionucliden die bij zwangeren worden toegepast, houden ook in dat de foetus aan
straling wordt blootgesteld.
Wanneer het nodig is radioactieve geneesmiddelen aan een vrouw in de vruchtbare leeftijd toe te
dienen, dient altijd navraag naar eventuele zwangerschap te worden gedaan. Van ieder vrouw die
overtijd is, moet worden aangenomen dat ze zwanger is totdat het tegendeel is aangetoond. In geval
van onzekerheid is het van belang de blootstelling aan straling tot een minimum te beperken, rekening
houdend met de gewenste klinische informatie. Overwogen moet worden of alternatieve methoden,
waarbij geen ioniserende straling vrijkomt, in aanmerking komen.
3/6
Vrouwen in de vruchtbare leeftijd dienen advies te krijgen over het vermijden van zwangerschap
totdat de voor de uterus berekende dosis onder de 0,5 mGy ligt.
Borstvoeding
Alvorens een radioactief geneesmiddel toe te dienen aan een moeder die borstvoeding geeft, dient te
worden overwogen of het onderzoek redelijkerwijs kan worden uitgesteld tot de moeder de
borstvoeding heeft beëindigd en of men wel het juiste radiofarmacon heeft gekozen gezien de in de
moedermelk uitgescheiden radioactiviteit. De borstvoeding kan worden hervat als het niveau in de
melk voor het kind geen hogere stralingsdosis met zich brengt dan 1 mSv.
4.6
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen
Er is geen onderzoek verricht met betrekking tot de effecten op de rijvaardigheid en op het vermogen
om machines te bedienen.
4.7
Bijwerkingen
Eventuele bijwerkingen na intraveneuze toediening van een met indium [In-111] gelabeld
farmaceutisch preparaat waarin de voor radioactieve labeling gebruikte stof indium
[In-111] chloride
is, zijn afhankelijk van het gebruikte specifieke farmacon. Dergelijke informatie is verkrijgbaar bij de
fabrikant van het radioactief te labelen farmacon.

Voor iedere patiënt moet de blootstelling aan ioniserende straling vanuit een oogpunt van
waarschijnlijk voordeel verantwoord zijn. De toegediende radioactiviteit moet zodanig zijn dat de
stralingsdosis als gevolg daarvan zo laag mogelijk wordt gehouden, rekening houdend met het
beoogde diagnostische resultaat.
Blootstelling aan ioniserende straling is in verband gebracht met kanker en met de kans op het
ontwikkelen van erfelijke afwijkingen. Uit het recente bewijsmateriaal wat betreft diagnostisch
nucleair geneeskundig onderzoek komt naar voren dat die bijwerkingen zich, gezien de lage
stralingsdosis die gebruikt wordt, weinig frequent zullen voordoen.
Bij de meeste in de nucleaire geneeskunde gebruikte, diagnostische onderzoekingen bedraagt de
geproduceerde stralingsdosis (EDE) nog geen 20 mSv. Deze concentratie kan echter met indium [In-
111] gelabelde farmaceutische preparaten worden overschreden. Hogere doses kunnen in bepaalde
klinische omstandigheden gerechtvaardigd zijn.
4.8
Overdosering
In geval van toediening van een overdosis van een radiofarmacon dient de door de patiënt
geabsorbeerde dosis waar mogelijk te worden verminderd door de eliminatie van het radionuclide uit
het lichaam te verhogen.
Inlichtingen over de in het geval van toediening van een overdosis van een met indium [In-111]
gelabeld geneesmiddel te nemen maatregelen zijn verkrijgbaar bij de fabrikant van het radioactief te
labelen farmacon.

5.
FARMACOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
5.1
Farmacodynamische eigenschappen
Farmacotherapeutische categorie: diagnostisch radiofarmacon, tumor detectie ATC-code: V09IB
In de normaliter voor diagnostiek toegediende activiteiten blijken met indium [In-111] gelabelde
geneesmiddelen in het algemeen geen farmacologische effecten uit te oefenen.
5.2
4/6
De farmacokinetische eigenschappen van met indium [In-111] gelabelde radiofarmaca die voor
toediening bereid zijn door radioactieve labeling met indium [In-111] chloride, zijn afhankelijk van de
aard van het te labelen geneesmiddel.
5.3
Gegevens uit het preklinisch veiligheidsonderzoek
Indium [In-111] chloride wordt geleverd zonder toegevoegde drager en de specifieke activiteit van het
indium-111 is hoog. De chemische concentratie van het indiumchloride is derhalve zeer laag (nog
geen 1 µg/ml).
Uit onderzoek bij dieren zijn geen gegevens beschikbaar over het mutagene of carcinogene vermogen
van indiumchloride. Dierproeven hebben echter enige aanwijzingen van teratogeniteit opgeleverd.
6.
FARMACEUTISCHE GEGEVENS
6.1
Lijst van hulpstoffen
Zoutzuur ­ Water voor injectie.
6.2
Gevallen van onverenigbaarheid
Radioactieve labeling van macromoleculen, zoals monoklonale antilichamen, met indium [In-111]
chloride is zeer gevoelig voor de aanwezigheid van onzuiverheden in de vorm van metaalspoortjes.
Het is van belang dat al het bij de bereiding van het radioactief gelabelde product gebruikte glaswerk,
zoals injectienaalden, grondig wordt schoongemaakt opdat het absoluut vrij is van zulke
onzuiverheden in de vorm van metaalspoortjes. Gebruik alleen injectienaalden (bijvoorbeeld niet-
metallische) waarvan vaststaat dat ze tegen verdund zuur bestand zijn, om het niveau van
onzuiverheden in de vorm van metaalspoortjes zo laag mogelijk te houden.
6.3
Houdbaarheid
De houdbaarheidsdatum voor dit product is 24 uur vanaf de op het etiket vermelde referentietijdstip
voor de activiteit.
Het product bevat geen bewaarmiddelen. Als het product bedoeld is voor meerdere toedieningen, dient
ieder aliquot onder aseptische omstandigheden en binnen 8 uur gebruikt te worden.
6.4
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Bewaren beneden 25 °C.
Na openen van de flacon bewaren in de koelkast (2 ­ 8°C).
De opslag moet voldoen aan de nationale voorschriften met betrekking tot radioactief
materiaal.
6.5
Aard en inhoud van de verpakking
10 ml glazen flacon (Type 1, Ph Eur) afgesloten met een broombutyl rubber stop, gefelst met een
aluminium felskap.
5/6
6.6
Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen en andere instructies
Het gebruik van uiterst schoon glaswerk is essentieel om te voorkomen dat er sporen van
verontreinigingen hun intrede doen in de labelingsprocedure kunnen belemmeren. Sommige
kunststoffen kunnen hinderen doordat ze buitensporigen hoeveelheden 111In activiteit opnemen.
Voor toediening aan patiënten bestemde radiofarmaca dienen op zodanige wijze door de gebruiker te
worden bereid dat aan de eisen van zowel de beveiliging tegen straling als de farmaceutische kwaliteit
wordt voldaan. De aangewezen aseptische voorzorgen dienen te worden genomen overeenkomstig de
eisen van 'Good Pharmaceutical Manufacturing Practices (GPMP)' ter handhaving van de steriliteit
tijdens de gehele procedure van radioactieve labeling en van de steriliteit van de indium [In-111]
chloride oplossing.
Gezien de geringe hoeveelheid van de aanwezige chemische stoffen worden geen andere voorzorgen
voor de omgang ermee aanbevolen dan die welke wegens de radioactieve en farmaceutische aard van
het product nodig zijn.
De normale voorzorgen voor de omgang met radioactieve materialen dienen in acht te worden
genomen.
Toediening van radiofarmaca levert voor anderen gevaar op wegens omgevingsstraling of besmetting
door morsen van urine, braken enz. Derhalve moeten voorzorgen ter bescherming tegen straling
worden getroffen overeenkomstig de nationale voorschriften.
Na toepassing moet al het bij de bereiding en toediening van radiofarmaca gebruikte materiaal, met
inbegrip van eventueel ongebruikt product en zijn verpakking, worden ontsmet of als radioactief afval
worden behandeld en afgevoerd overeenkomstig de door de lokale overheid gestelde voorwaarden.
Besmette materialen moeten als radioactief afval volgens de nationale voorschriften worden
afgevoerd.
Alle ongebruikte producten en afvalstoffen dienen te worden vernietigd overeenkomstig lokale
voorschriften.
Radiofarmaca mogen alleen worden gebruikt door bevoegd personeel dat voor toepassing van en
omgang met radionucliden over de desbetreffende toestemming van de overheid beschikt. Deze
middelen mogen slechts worden ontvangen, gebruikt en toegediend door bevoegd personeel in
daarvoor bestemde ruimten. Ontvangst, opslag, gebruik, overdracht en verwijdering van die middelen
is onderworpen aan de voorschriften en/of de juiste vergunningen van de bevoegde plaatselijke
officiële instanties.
7.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
MallinckrodtBelgium BVBA, Generaal De Wittelaan 9/5, 2800 Mechelen
8.
NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
BE337364
9.
DATUM VAN EERSTE VERLENING VAN DE VERGUNNING/HERNIEUWING VAN
DE VERGUNNING

10.
DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
04/2013
6/6
11.
DOSIMETRIE
De stralingsdosis die na intraveneuze toediening van een met indium [111In] gelabeld farmaceutisch
preparaat door de verschillende organen wordt ontvangen, is afhankelijk van het specifieke
geneesmiddel dat radioactief gelabeld wordt.
Inlichtingen over de stralingsdosimetrie van ieder farmacon afzonderlijk na toediening van het
radioactief gelabelde preparaat zijn verkrijgbaar bij de fabrikant van het radioactief te labelen
farmacon.

Gezien de energieën van de elektromagnetische transities waarmee het verval van indium-111 gepaard
gaat, is de verwachting dat de EDE's ten gevolge van de intraveneuze toediening van met indium
[111In] farmaca in de orde van grootte van 10-1 mSv/MBq zullen liggen.
Toediening van met indium [111In] gelabelde farmaceutische preparaten resulteert dikwijls in een
betrekkelijk hoge expositie, die 20 mSv te boven kan gaan en soms zelfs de 50 mSv.
Indium-114m kan als radionuclideonzuiverheid in indium-111 aanwezig zijn. Deze isotoop heeft een
langere halfwaardetijd (49,5 dagen) dan indium-111 (2,8 dagen) en zal daardoor in de loop der tijd een
grotere bijdrage aan de stralingsdosis leveren. Met indium [In-111] gelabelde geneesmiddelen die
bereid zijn door radioactieve merking met indium [In-111] chloride, dienen niet later dan 24 uur na de
referentiedatum van indium [In-111] chloride te worden toegediend om er zeker van te zijn dat de
concentratie van het aanwezige indium-114m lager is dan 0,2%.
12.
INSTRUCTIES VOOR DE BEREIDING VAN RADIOACTIEVE GENEESMIDDELEN
Instructies voor het radioactief labelen van een farmacon met indium-111 door middel van
indium [In-111] chloride samen met methoden voor het bepalen van de labelingsefficiëntie en de
radiochemische zuiverheid van het met radioactiviteit te labelen farmacon worden door de producent
van het radioactief te labelen farmacon verstrekt.

Opgepast

  • Gebruik geen geneesmiddelen zonder het advies van je geneesheer
  • Vertrouw enkel de bijsluiter die meegeleverd werd met je geneesmiddel
  • Gebruik geen geneesmiddelen waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is
  • Bijsluiters zijn aangeleverd door het FAGG
  • FAGG